Ademhalingsstelsel

2,054 views

Published on

Published in: Travel, Business
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,054
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
44
Actions
Shares
0
Downloads
33
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Ademhalingsstelsel

  1. 1. Ann van Ormelingen & Priscilla MijsHET ADEMHALINGSSTELSEL
  2. 2. INLEIDING Zorgt voor opname 0₂ Zorgt voor afname CO₂ Gaswisseling tussen lucht en bloed  Gebeurt in longblaasjes  Diffusie Ventilatie Adembewegingen
  3. 3. INDELING VAN DE LUCHTWEGEN Bovenste luchtwegen  Neusholte  Neusbijholtes/Sinussen  Keelholte/farynx/pharynx  Strottenhoofd/larynx Onderste luchtwegen  Luchtpijp/trachea  Hoofdbronchi  Bronchi (vertakkingen)  Bronchioli (kleinste vertakkingen Eindigend in de longblaasjes/alveoli
  4. 4. DE NEUSHOLTE Bevatten willekeurige spiertjes Bekleed met huid en haartjes Neustussenschot verdeeld in gelijke delen Neustussenschot is bekleed met slijmvlies Traanbuizen monden hier uit Voorzien van 3 neusschelpen Uitgang van sinussen onder neusschelpen
  5. 5. FUNCTIES VAN DE NEUS Filteren van inademingslucht Bevochtigen van inademingslucht Verwarmen van inademingslucht Ruiken Afvoer van slijm Aspecifieke afweer Resonantiefunctie
  6. 6. NEUSBIJHOLTEN/SINUSSEN Liggen naast en om de neus Bevatten lucht  kunnen meeklinken met stem = resonantie
  7. 7. KEELHOLTE/PHARYNX Ligt tussen neusholte, mond, strottenhoofd en ingang maag Wegen van voedsel en lucht kruisen elkaar Slikreflex Onderverdeeld in 3 gebieden:  Neus-keelholte/nasopharynx  Mond-keelholte/oropharynx  Laryngopharynx/hypopharynx
  8. 8. STROTTENHOOFD/LARYNX Het met kraakbeen verstevigd begin van luchtpijp Verbind keelholte met luchtpijp Hierachter begint slokdarm Halsspieren houden strottenhoofd op zijn plek Hierin bevinden zich:  Kleine spiertjes  Slijmvlies (behalve op stembanden)
  9. 9. FUNCTIES VAN HET STROTTENHOOFD Tijdens slikken luchtpijp afsluiten Stemvorming door stembanden
  10. 10. LUCHTPIJP/TRACHEA Verbinding strottenhoofd en longen Splitst in 2 grote takken = bifurcatie  Kraakbeenrichel noemt carina Zwezerik/thymus (bij kinderen) tussen borstbeen en trachea Luchtpijp en bronchiën bestaan uit slijmvlies met trilhaarepitheel
  11. 11. LUCHTPIJP/TRACHEA
  12. 12. LONGHILUS Plaats waar hoofdbronchus en grote bloedvaten een long in –en uitgaan
  13. 13. KRAAKBEENRINGEN Hoefijzervormige kraakbeenstukken Heeft een opening aan achterzijde
  14. 14. LONGEN Opgebouwd uit longkwabben/lobi  Rechterlong 3 kwabben  Linkerlong 2 kwabben  Groeven scheiden deze van elkaar Elke longkwab is verdeeld in segmenten Elke longkwab en segment heeft een eigen:  Bronchus  Tak van longslagader  Tak van longader
  15. 15. HOOFDBRONCHUS  LONGBLAASJES Luchtpijp splitst in 2 grote takken = hoofdbronchi Hoofdbronchi vertakken = bronchi  3 takken naar rechterlong  2 takken naar linkerlong Vertakkingen worden alsmaar kleiner (bronchioli) tot longblaasjes/alveoli bereikt worden Ruimte in alveoli = alveolaire ruimte  Omgeven door fijn haarvatennetwerk  Elastische vezels = uitrekken
  16. 16. GASWISSELING Gebeurt in alveoli Hoeveelheid O₂ in longblaasjes is hoger dan O₂ in bloed O₂ in longblaasjes gaat naar bloed O₂ in bloed wordt gekoppeld aan hemoglobine
  17. 17. SURFACTANT Vettige stoffen Afgescheiden aan binnenkant longblaasje Longblaasje vouwt niet in elkaarMACROFAGEN Ruimen stofdeeltjes en MO’s op
  18. 18. VERSCHILLEND BLOED VOOR LONGBLAASJESEN BRONCHIËN Bloed voor longblaasjes Rechter ventrikel pompt O2-arm en CO2-rijk bloed naar de longen via truncus pulmonalis die splitst in arteriae pulmonales  Diffusie in longen  O2-rijk en CO2-arm bloed via venae pulmonales naar linker boezem Bloed voor bronchiën  Krijgen zuurstof van de arteriae bronchiales  Bloed dat bronchiën verlaat vloeit samen aan de binnenzijde van de borstkaswand = venae bronchiales  Dan naar vena cava superior en naar het rechter atrium
  19. 19. VLIEZEN VAN DE LONGEN Pleura visceralis, buitenzijde van longen Pleura parietalis, binnenzijde van longen Tussen pleurabladen zit pleuravocht  Kunnen zo over elkaar schuiven  Verbinden van beide pleurabladen met elkaar
  20. 20. DE ADEMHALING Gaswisseling  continu verse lucht Longblaasjes  geventileerd worden Ademhalingsbewegingen  Inademing/inspiratie  Uitademing/expiratie
  21. 21. INADEMING/INSPIRATIE Middenrif en tussenribspieren werken samen Ademhalingsspieren vergroten borstholte Middenrif/diafragma trekt samen Nood aan extra lucht?  Uitwendige tussenribspieren spannen aan  Ribben naar buiten, borstbeen naar voren  Ruimte in borstholte word groter Zeer krachtige inademing?  Touwladderspieren trekken bovenste ribben naar buiten en boven
  22. 22. UITADEMING/EXPIRATIE Middenrif/diafragma ontspant Uitwendige tussenribspieren ontspannen Borstholte verkleind en drijft lucht naar buiten Longblaasjes hebben oorspronkelijke vorm Geforceerde uitademing?  Buikspieren spannen aan  Verhoogde druk in buik  Middenrif omhoog  Verhoogde druk in borstholte  Lucht gaat naar buiten
  23. 23. REGULATIE VAN DE ADEMHALING In ademcentrum in verlengde merg Ademcentrum bepaalt frequentie, regelmaat en diepte Ademcentrum in verlengde merg  zenuwbanen naar ruggenmerg  zenuwbanen naar ademhalingsspieren
  24. 24. ADEMCENTRUM WORD BEÏNVLOED

×