Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

SOP - Chapter 1

418 views

Published on

Published in: Sports
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

SOP - Chapter 1

  1. 2. May’s gedachten “ Wauw, wat een mooie dag vandaag!” riep ik uit toen ik buiten kwam en m’n hand wat voor de zon hield. “Hopelijk blijft het zo warm! Das leuk en ik word er blij van!” zei ik vrolijk.
  2. 3. “ Hey, jongens!” riep ik toen ik de hoek omliep. M’n zus June, die met haar blonde haar, was vandaag vroeg wakker en Lora stond al wat graan te verkopen. “ Hé, May!” riepen ze samen. Ze begonnen te lachen.
  3. 4. “ Pff, waar ben ik nu beland. Ik had toch maar moeten wachten met doorlopen tijdens de nacht, dan had ik misschien de juiste weg gevolgd...”
  4. 5. “ Hmm... Knappe gast gesignaleerd!” riep Lora uit. “Wie zou dat zijn?” “ Ik heb geen idee.” zei June. “Ik heb hem hier nog nooit eerder gezien hier. Maar aan zijn kleding te zien is hij niet uit de buurt. Uit welke stad zou hij komen?”
  5. 6. “ Geen idee.” zei ik. “Maar ik zal het wel even gaan uitzoeken. Ik ben meteen weer terug!” zei ik vrolijk. Er kwamen niet vaak nieuwe mensen in onze stad. “ May, doe dat nou niet. Je weet niet tot wat hij in staat is.” zei Lora bezorgd. Maar ik luisterde niet, zoals gewoonlijk.
  6. 7. “ Hallo! Ik ben May!” zei ik toen ik even zwaaide. “Wie ben jij? En van waar kom je?” vroeg ik nieuwsgierig. Hij leek me eigenlijk niet zo op z’n gemak.
  7. 8. “ Euh... Ik ben Matteo. Ik kom van heel ver weg. Maar waar ben ik?” vroeg de jongen. Oh, nee, Matteo. Dat was zijn naam. Weer goed van me.
  8. 9. “ Wel, je bent in Genoa. Das ons kleine, afgelegen dorpje. Om hier te komen, moet je al een hele dag reizen vanaf de burcht, want die ligt hier het dichtste bij.” flapte ik eruit. Het was waar. Bij ons was je ergens in ‘the middle of nowhere’.
  9. 10. “ Wel... Ik euhm... Kom van daar ergens in de buurt.” zei hij. “Maar ik zou zo snel mogelijk weer wegmoeten eigenlijk. Ik moet aan de andere kant van het land geraken.” “ Ben je gek ofzo?!” riep ik uit.
  10. 11. “ Heb je jezelf al wel eens bekeken?! Jij hebt dringend wat slaap nodig. Het is precies of je hebt de hele nacht voor je leven gelopen!” zei ik met een lachend ondertoontje.
  11. 12. “ Ik weet het. Maar ik moet hier echt zo snel mogelijk weer weg. Ik loop zo meteen weer door als je me nu even laat gaan. Ik moet gewoon door dat bos daarachter. Dan kom ik al veel verder.” zei hij.
  12. 13. “ Je kan niet door dat bos.” zei ik. “Het wordt sinds vanochtend bewaakt door soldaten. Niemand kan er nog door, tenzij je wilt dat alleen je ziel erdoor komt, want ze vermoorden iedereen die in de buurt komt.”
  13. 14. “ Hmm... Das inderdaad een probleem. Dan blijf ik hier wel in de stad totdat ze daar weg zijn. Maar ik heb wel een slaapplaats nodig. Is hier ergens een herberg ofzo?” vroeg hij.
  14. 15. “ Nee, maar je kan wel bij mij, m’n zus en m’n broer blijven slapen!” riep ik opgewonden. “We hebben genoeg eten in huis in tegenstelling tot sommige anderen hier in het dorp.”
  15. 16. “ Wel... Euh... Goed dan. Bedankt! Maar als ik jullie ten laste word, dan ben ik zo meteen weer weg, hé!” zei hij vrolijk.
  16. 17. “ Hé, Phillipe! Hé, Mark! Mag ik erbij?” vroeg ik toen ik de taverne binnenkwam. De enige in heel de stad. Ze had volgens mij wel de beste wijn van het land. Toch iets waar we trots op konden zijn! Later in de taverne...
  17. 18. “ Hé, May!” riep Mark, m’n broer. Hij zat zoals elke dag weer op zijn ‘vaste’ barkrukje. Nee, hij was geen dronkaard. In onze wijn zat trouwens verschrikkelijk weinig alcohol en bier hadden we hier niet.
  18. 19. “ Zie je die zeven flessen wijn hier staan? Die heb ik zelf gemaakt vandaag!” riep Mark uit met een grote lach op z’n gezicht.
  19. 20. “ Niet waar. Ik heb ze gevuld terwijl jij daar mooi stond toe te kijken.” zei Phillipe van achter de toog. Dat dacht ik al. Mijn broer doet zoiets nooit zelf.
  20. 21. “ Phillipe, ik denk dat ik jou eerder zal geloven dan jou, Mark. Zeker als het over werk gaat.” lachte ik. Hij was dat al gewoon dat ik dat zei. Ik plaagde hem nogal vaak.
  21. 22. “ Schenk ze nog maar eens in, Phillipe. En geef May ook maar een glaasje! Ze is wel oud genoeg nu.” zei hij vrolijk. “ Mark! Ik ben geen kind meer, hé!”
  22. 23. Later die avond... “ Oké, dan. Hij logeert nu even bij jou. Maar hoe ga je dat aanpakken voor je eten?” “ We hebben nog genoeg, Anika.” zei ik. “Trouwens... We hebben nog een voorraad liggen in de kelder.”
  23. 24. “ Hé, maar als je hem niet meer hoeft, stuur hem dan maar naar mij. Hij is zo knap!” zei Lora vrolijk. “ Haha, jaah, dat zal ik dan wel doen.” giechelde ik.
  24. 25. “ Maar ik ga maar eens naar huis. Ik moet boven nog wat opruimen voordat Matteo komt.” zei ik toen ik rechtstond. “ Waar is hij eigenlijk? Ik heb hem sinds deze morgen niet meer gezien.” zei Anika. “ Ach, ver kan hij niet zijn.” antwoordde ik.
  25. 26. “ Tot morgen!” riep ik toen ik de deur van de taverne uitliep. Eigenlijk had Anika wel gelijk. Ik had hem ook niet meer gezien. Hij zou toch niet naar het bos gegaan en dat gesprek van deze ochtend gebruikt hebben om me op het verkeerde pad te zetten, hé?
  26. 27. Even later thuis... “ Hé, June!” riep ik toen ik binnenkwam. “ Heej, May! Mark is nog even bij Kobe. Hij is meteen terug had hij gezegd.” zei ze. “ Oké, bedankt. Ik ga boven nog even wat opruimen.”
  27. 28. Boven, toen alles was opgeruimd... “ Pff! Ik was vergeten hoe rommelig het hier was!” riep ik toen ik op het balkon stapte. “Maar waar blijft Matteo toch?” vroeg ik me af.
  28. 29. “ Wat?” zei ik verschrikt. Wat stond hij daar beneden nu bij die fontein te doen?! Ach, natuurlijk! Ik had hem niet gezegd waar ik woonde! Ik ben soms ook zo verstooid!
  29. 30. “ Hé! Matteo! Hieboven zo!” riep ik uit. “ Oh, hé, May! Je was vergeten te zeggen waar je woonde!” riep hij terug. “ Ja, ik weet het! Kom je?”
  30. 31. Snel liep ik terug naar binnen en dan de trap af. Ik was net gelijk met hem aan de voordeur. “ Ik heb net alles opgeruimd. Mark is er nog niet, maar ik veronderstel dat je liever meteen gaat slapen dan op hem te wachten?”
  31. 32. “ Ja, eigenlijk wel. Bedankt nog dat ik hier mocht slapen.” zei hij. “ Ach, das geen enkel probleem. Lora en Anika vroegen al of je naar hen kwam als ik je buitensmeet.” zei ik lachend. “ Haha, dat zie ik nog wel.” antwoordde hij.
  32. 33. Boven... “ Hier mag jij slapen.” zei ik toen we boven aankwamen. Ik wees tegelijkertijd naar het bed waar we naast stonden. “Het is niet groot, maar wel groot genoeg voor één persoon om te slapen.” zei ik er nog bij.
  33. 34. “ En achter dat scherm en de muur achter je is de badkamer. Als je het zo toch kunt noemen.” zei ik. “Ik laat je nu alleen, dan kan je rustig slapen. Slaapwel!” “ Slaapwel, May!” zei hij.
  34. 35. Terug beneden... “ Dit kan toch niet! May, je had het me moeten zeggen!” riep Mark. Ik deed nog even verder het vuur aan voordat ik antwoordde, maar June was me voor.
  35. 36. “ Mark, wind je niet zo op!” zei ze. “Ik vond het goed, dus dan was het toch twee tegen één geweest. Dan had hij hier blijven slapen, dus wat maakt het uit dat je niet mee hebt beslist?”
  36. 37. Ik zette me naast June op de zetel. “ Maar aan de andere kant hebben we er wel niet goed over nagedacht. Nu moeten we meer eten hebben.” “ Maar dat is niet echt een probleem momenteel.” zei ik. “We hebben nog een voorraad en hij blijft hier trouwens niet wonen, hoor.”
  37. 38. “ Dat zou nog het toppunt zijn!” riep Mark kwaad. “Het is niet de bedoeling dat hij hier voor altijd blijft. Hij moet maar zorgen dat hij binnen drie dagen een huis heeft gevonden, want dan vliegt hij eruit!”
  38. 39. “ Dat kan je niet maken, Mark! Ik beloof je dat hij niets zal aanrichten. Ik zorg er zelf ook wel voor dat er genoeg eten overblijft voor ons. Ik ben geen kind meer, weet je wel?” zei ik een beetje kwaad. Mark kon soms ook zo vervelend zij!
  39. 40. “ Dat weet ik. Ik leg dan ook alle verantwoordelijkheid bij jou. Als hij ook maar iets mispeuterd, ben jij er verantwoordelijk voor...” zei hij. Waar heb ik mezelf nu weer mee opgezadeld. Hij was een man, die doen altijd wel iets fout...

×