Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

3_Het debiet in de Zeeschelde

322 views

Published on

Het debiet van de Zeeschelde doelt in deze context op de aanvoer via de zijrivieren, de bovenafvoer dus. Omdat in de Zeeschelde getij heerst, domineren er de eb- en vloedstromingen en is de bijdrage van de bovenlopen niet meetbaar. Daarom moet dit debiet berekend worden. Het debiet wordt berekend ter hoogte van Schelle, net afwaarts de monding van de Rupel, de laatste grote zijrivier van de Zeeschelde.
Het debiet in Schelle wordt berekend vertrekkende van de metingen aan de opwaartse randen van het getijgebied. Via een herschaling op basis van het bekkenoppervlak wordt het debiet aan de monding van de zijrivieren bepaald. Voor het geheel van de bekkens van de Dijle, Zenne, Kleine- en Grote Nete wordt het specifieke debiet berekend. Dit wordt gebruikt om de bijdrage van het onbemeten gebied langs de Zeeschelde en de Durme te schatten. De som van het debiet van de zijrivieren (rekening houdend met de tijdsvertraging naar Schelle) en het onbemeten gebied is het berekende debiet van de Zeeschelde in Schelle. Deze berekening gebeurt op dagbasis. Om een aantal onzekerheden in de berekeningsmethode op te vangen wordt het debiet per vijf dagen (pentade) uitgemiddeld.
De bovenafvoer an sich is geen belangrijke parameter die veel inzicht geeft in de processen in de Zeeschelde. Het is wel een parameter van praktisch nut, als randvoorwaarde bij numerieke hydrodynamische modelleringen. Bovendien, en dat is misschien wel de hoofdreden waarom het nuttig blijft om de bovenafvoer te berekenen, wordt ze vaak gebruikt als verklaring bij analyses van andere parameters. Zo is bij lage bovenafvoer (vnl. in de zomer) het zoutgehalte en de concentratie aan zwevende stof in opwaartse gebieden hoger dan bij hoge afvoeren ‘s winters.
Uit de analyse van de berekende debieten in Schelle (vanaf 1949) blijkt dat de jaargemiddelde afvoer de voorbije 10 jaren normaal waren, op uitzondering van 2017 (en naar verwachting ook 2018) dat een redelijk lage jaargemiddelde afvoer kende. Bovendien schommelt de afvoer al sinds 2003-2004 rond 100 m3/s en is de variatie in waarde afgenomen. De periode is echter te kort om al van een trendbreuk te kunnen spreken.

Published in: Government & Nonprofit
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

3_Het debiet in de Zeeschelde

  1. 1. 1 1 10 Jaar MONEOS Het debiet in de Zeeschelde
  2. 2. 2 Het debiet in de Zeeschelde • Bovenafvoer, geen eb- of vloeddebiet • Berekend thv Schelle, niet gemeten
  3. 3. 3 Bovenafvoer aan de randen ‘s zomers: Q Rupel > Q opwaarts monding Rupel ‘s winters: Q Rupel < Q opwaarts monding Rupel
  4. 4. 4 Bovenafvoer aan de randen
  5. 5. 5 Bovenafvoer aan de randen
  6. 6. 6 Bovenafvoer aan de randen
  7. 7. 7 Bovenafvoer aan de randen
  8. 8. 8
  9. 9. 9 QSchelle - methode >2009: pentade-methode – Qd meetraaien – Verrekening naar de monding vd zijrivieren obv correctiefactor bekkenopp/opp opwaarts meting – Berekening onbemeten opp obv Qspec (Dijle + Zenne + Kleine- en Grote Nete) – Qd Schelle = Qd meetraaien (-dt) + Qonbem – 5d-gemiddelde Qd Schelle Locatie aan de rand van het tijgebied Correctiefactor Tijdsvertraging naar de “Schelde te Schelle” Boven-Zeeschelde te Melle 1,00 2d Dender te Dendermonde (Appels) 1,00 1d Zenne te Eppegem 1,08 2d Dijle te Haacht 1,08 2d Beneden-Nete te Duffel Sluis 1,00 1d Kleine Nete te Grobbendonk 1,46 3d Grote Nete te Itegem 1,35 3d Qd meetraaien (m³/s) Qd mondingen (m³/s) Qd ontbrekend_oppervlak (m³/s) correctiefactor berekening Qd Specifiek_ gemiddelde (m³/(s.km²)) Qd mondingen_Δt (m³/s) tijdsvertraging Qd Schelle Q5d Schelle uitmiddeling Ontbrekend oppervlak (km²)
  10. 10. 10 QSchelle - jaargemiddeld
  11. 11. 11 QSchelle - jaargemiddeld
  12. 12. 12 Waarom bovenafvoer in een getijde- rivier? • Als opwaartse randvoorwaarde bij modelleringen • Voor de berekening van de sedimentflux • Voor de berekening van de ververstijd • Debiet is een verklarende parameter bij analyses van: – Zoutgehalte – Zwevende stof – Locatie van de zone met maximale turbiditeit – Waterstand – …
  13. 13. 13 Invloed op het zoutgehalte
  14. 14. 14 Invloed op het zoutgehalte
  15. 15. 15 Invloed op de sedimentconcentratie Summer Winter P95
  16. 16. 16 Berekening van de ververstijd Aantal dagen voorafgaand aan een bepaalde dag die nodig zijn om met de bijbehorende daggemiddelde bovenafvoeren een watervolume te bekomen dat gelijk is aan het watervolume van de Boven-Zeeschelde
  17. 17. 17 Invloed op de waterstand Verschil met Qmodel (m) Melle Q -75% Antwerpen Q -75% Melle p90 Antwerpen p90 Gemiddelde -0.31 -0.01 0.81 0.01 Max -0.42 -0.01 1.15 0.02
  18. 18. 18

×