Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
FNV
Houttuinlaan 3
3447 GM WOERDEN
T 020 58 16 300
F 020 68 44 541
CNV
Tiberdreef 4
Postbus 2475
3500 GL Utrecht
T 030 751...
Datum
18 januari 2016
Pagina('s)
2 van 5
De UFR wordt verlaagd én berekend over een voortschrijdend gemiddelde van de lang...
Datum
18 januari 2016
Pagina('s)
3 van 5
Uitbreiden en verlengen tijdelijke overbruggingsregeling AOW
De FNV, CNV en VCP w...
Datum
18 januari 2016
Pagina('s)
4 van 5
Uiterste terughoudendheid is geboden bij het gebruik van pensioen voor andere doe...
Datum
18 januari 2016
Pagina('s)
5 van 5
Als een gewezen deelnemer tot de pensioendatum bij geen andere pensioenuitvoerder...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Brief aan tk ao pensioen op 20 januari 2016 (2)

1,547 views

Published on

Brief van drie vakcentrales aan Tweede Kamer voor algemeen overleg over pensioenen op 20 januari.

Published in: News & Politics
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Brief aan tk ao pensioen op 20 januari 2016 (2)

  1. 1. FNV Houttuinlaan 3 3447 GM WOERDEN T 020 58 16 300 F 020 68 44 541 CNV Tiberdreef 4 Postbus 2475 3500 GL Utrecht T 030 751 11 00 F 030 751 11 09 VCP Bezuidenhoutseweg 60 Postbus 90525 2509 LM ’s-Gravenhage T 070 349 97 40 Aan De voorzitter en de leden van Vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Via e-mail: cie.szw@tweedekamer.nl Onderwerp Algemeen overleg Pensioenonderwerpen op 20 januari 2016 Datum 18 januari 2016 Contactpersonen chris.driessen@fnv.nl 06-24558387 r.sterk@cnv.nl 06-23995109 k.deboer@vcp.nl 06-54224817 Geachte dames en heren, Op 20 januari a.s. heeft u een algemeen overleg aangaande meerdere pensioenonderwerpen. FNV, CNV en VCP maken graag van de mogelijkheid gebruik om op een aantal van deze onderwerpen in te gaan middels deze brief. Onderzoek gepensioneerden in besturen pensioenfondsen De FNV, CNV en VCP onderschrijven dat uit het onderzoek blijkt dat er op vrijwillige basis door de fondsen al veel gebeurt ten aanzien van het betrekken van gepensioneerden bij de fondsbesturen. Vooralsnog zien ook de FNV, CNV en VCP geen reden om op dit moment tot wetgeving over te gaan. Gevolgen lage rente en UFR voor financiële positie pensioenfondsen Bij de UFR staat voor de FNV, CNV en VCP niet de verlaging van de UFR centraal, maar de volatiliteit die terugkomt in de uitkeringen en premies en de gevolgen daarvan voor pensioendeelnemers. Ook de timing van het besluit vinden de FNV, CNV en VCP bijzonder ongelukkig in een periode van Quantitative Easing door de ECB. De FNV, CNV en VCP stellen vast dat de onderzoeksresultaten in lijn zijn met de zeer zorgelijke cijfers die eerder door de StvdA en de Pensioenfederatie aan u zijn gepresenteerd, en dat het UFR-besluit een forse impact heeft. Dekkingsgraden dalen met gemiddeld 5%, dat staat gelijk aan ca. €60 miljard hogere verplichtingen. De lage rente en het UFR-besluit leiden tot een grote opwaartse druk op de pensioenpremies van op termijn circa €4,3 miljard. De omvang van deze premieverhoging zal de lastenverlichting die voor 2016 is voorgenomen vrijwel geheel teniet doen. Wanneer er niet wordt gekozen voor premieverhoging dan zal dat ten koste gaan van de pensioenopbouw van actieve jongere deelnemers of zal dit leiden dit tot een aantasting van de dekkingsgraden. De lage rente en het UFR-besluit leiden tot een sterk gestegen kans op onvoorwaardelijke kortingen op pensioenaanspraken in 2017 en latere jaren. Dit zal het vertrouwen in de pensioenfondsen wederom aantasten. Deze effecten worden in belangrijke mate veroorzaakt door het beleid van de ECB en andere centrale banken om de rente via forse monetaire ingrepen te drukken. Hierdoor is er geen sprake van een normale marktontwikkeling. De rente is veel lager dan uit een normale marktontwikkeling zou voortvloeien en bij een herstel uit de crisis op langere termijn mag worden verwacht. Het UFR-besluit maakt het huidige pensioencontract nog weer rentegevoeliger dan het al is en brengt meer volatiliteit in het pensioensysteem.
  2. 2. Datum 18 januari 2016 Pagina('s) 2 van 5 De UFR wordt verlaagd én berekend over een voortschrijdend gemiddelde van de lange rente over de afgelopen tien jaar. Dit staat haaks op de lopende discussie aangaande de toekomst van ons pensioenstelsel, waarin juist zal worden gekozen voor een minder rentegevoelig en volatiel pensioencontract. Tevens staat het haaks op de Europese ontwikkeling waarin wordt vastgehouden aan een stabiele UFR. Daarnaast sluit het niet aan op het doel waarvoor de UFR is geïntroduceerd, te weten meer stabiliteit brengen in de langlopende verplichtingen van pensioenfondsen. Het staat hiermee haaks op de intentie van het FTK om te komen tot meer stabiliteit. Ondanks de middeling van de dekkingsgraad blijven dagkoersen bepalen of het herstelplan net wel of net niet binnen de gestelde termijn kan worden gehaald. Ook zullen dagkoersen een belangrijke rol (blijven) spelen waar het gaat om de toets of fondsen vijf jaar lang onder hun Minimum Vereist Eigen Vermogen (MVEV) blijven of niet. Kleine verschillen kunnen dan verstrekkende gevolgen hebben. Diverse ondernemingspensioenfondsen en zeker bedrijfstakpensioenfondsen, hebben op dit moment geen mogelijkheden om door een verandering van contract deze gevolgen te ondervangen. De toegezegde onderzoeken naar renteafdekking (motie Vermeij) en naar aanpassing van het beleggingsbeleid door fondsen die in onderdekking zijn (motie Postema) zijn recentelijk gepubliceerd. De FNV, CNV en VCP zijn van mening dat deze onderzoeken te zeer uitgaan van de gebruikelijke situatie bij een ‘normaal’ renteniveau en dat daarin te weinig aandacht is voor de bijzondere lage renteomgeving waarin de pensioenfondsen zich bevinden en die door grootschalige monetaire interventies mogelijk nog wel enige tijd zal aanhouden. Dit leidt bij de FNV, CNV en VCP tot de vraag welke nieuwe eisen dat aan het (toezichts)beleid stelt. Gegeven deze situatie roepen de FNV, CNV en VCP u op om er bij DNB op aan te dringen het UFR-besluit te heroverwegen en om te bekijken hoe er naar een stabielere methodiek kan worden gekomen. De regering zou eerst moeten onderzoeken hoe de instabiliteit en de gevoeligheid voor marktverstoringen en heftige koersbewegingen uit deze UFR kan worden gehaald en hoe de gevolgen van de UFR kunnen worden ondervangen. Stabiliteit is bovendien essentieel voor het vertrouwen dat nodig is om een transitie naar een nieuw contract mogelijk te maken. Onderzoek pensioenfondsen renteafdekking n.a.v. motie Vermeij Het onderzoek brengt de huidige situatie van renteafdekking in beeld. In het onderzoek komt het nog steeds het voortbestaan van de beleggingsspagaat duidelijk naar voren. De nadruk op nominale zekerheid doet afbreuk aan de mogelijkheden om de indexatieambitie vorm te geven in het huidige pensioencontract. Het onderzoek gaat te gering in op de beleidsvragen die voortvloeien uit de huidige situatie van een zeer lage rente en de gevolgen die renteafdekking dan ook voor de lange termijn indexatieambitie heeft. Andere cruciale onderzoeksvragen blijven buiten beeld. Vragen zoals: In hoeverre dwingt het blijven sturen op nominale zekerheid in het nieuwe FTK pensioenfondsen tot renteafdekking? Wat is de ruimte voor pensioenfondsen om uit de beleggingsspagaat te komen? Het is vreemd dat er niet is gekeken naar de effecten van de overgang op marktwaardering in 2007. Sindsdien vormt marktwaardering de basis van het nieuwe FTK en het was dus logisch geweest om eerst terug te kijken naar de effecten met betrekking tot renteafdekking bij de overgang in 2007. Nu heeft DNB alleen gekeken naar de mate van renteafdekking sinds 2007, maar niet naar de overgang in 2007 (periode van voor en vanaf 2007 met elkaar vergelijken). Ook de invloed van de marktwaardering op de rentestand zelf en de gevolgen van grote renteschokken zijn niet in beeld gebracht. Hierdoor blijven deze vragen, die leven bij de FNV, CNV en VCP, in belangrijke mate onbeantwoord. De FNV, CNV en VCP voorzien als gevolg van de lage renteomgeving problemen voor de fondsen met betrekking tot de renteafdekking in de aanloop naar 2017. Dit wordt versterkt door EMIR en Basel 3. De FNV, CNV en VCP pleiten dan ook voor vervolgonderzoek waarin deze vragen wel worden uitgewerkt.
  3. 3. Datum 18 januari 2016 Pagina('s) 3 van 5 Uitbreiden en verlengen tijdelijke overbruggingsregeling AOW De FNV, CNV en VCP willen opnieuw wijzen op de ongewenste gevolgen van het AOW-gat en de slechte arbeidsmarktpositie van grote groepen ouderen. Dit gat gaat in snel tempo oplopen van een paar maanden naar twee jaar. De FNV, CNV en VCP krijgen veel signalen uit de achterbannen dat de Overbruggingsregeling (OBR) hierin volstrekt onvoldoende voorziet. Grote groepen ouderen zullen vlak voor hun AOW worden geconfronteerd met een langdurig bestaan op bijstandsniveau. Hierbij verwijzen we tevens naar het Zwartboek dat aan de Tweede Kamer is aangeboden bij de behandeling van het wetsontwerp ‘Versnelde verhoging AOW’ en dat helaas nog altijd akelig actueel is. Een forse verbetering van de OBR zou in ieder geval enig soelaas kunnen bieden voor deze groepen. De FNV, CNV en VCP onderschrijven hierom de verlenging van de OBR tot 1 januari 2023 en tevens dat de OBR ook wordt opengesteld voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 met vut- en prepensioen zijn gegaan. Echter is dit alsnog voor sommige groepen onvoldoende. Alsnog worden er groepen onevenredig hard geraakt door de versnelde verhoging van de AOW. Zo blijft ondanks de aanpassingen de problematiek voor een groep rechthebbenden op de OBR daar waar er sprake is van een partner zonder inkomen, bestaan. Dit omdat men alsnog een beroep moet doen op bijstand (participatiewet) en men dan te maken krijgt met de inkomenstoets en de eisen om terug te keren naar het arbeidsproces uit de participatiewet, terwijl de arbeidsmarktkansen voor deze groep zeer klein zijn. Hierom verzoeken de FNV, CNV en VCP wederom om in dit geval het aanvullend pensioen niet in mindering te brengen op de hoogte van de OBR of de hoogte van de OBR gelijk te stellen aan die situatie wanneer er geen partner is en de inkomenstoets buiten beschouwing te laten. Stand van zaken inzake pensioenknip De FNV, CNV en VCP onderschrijven de invoering van de ‘Tijdelijke regeling pensioenknip’ die op 8 juli 2015 is geïntroduceerd. De FNV, CNV en VCP vinden het zeer van belang dat verzekeraars deelnemers hierover proactief, tijdig, correct en volledig informeren over de mogelijkheid van de pensioenknip en net zo belangrijk op de risico`s van de pensioenknip. Het is evident dat iedere verzekeraar de pensioenknip adequaat uit zichzelf hoort aan te bieden. De FNV, CNV en VCP wensen graag te worden geïnformeerd over de uitkomsten van de overleggen hierover tussen de AFM, het Verbond van Verzekeraars en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Uitkomsten verkenning mogelijkheid inzetten pensioen voor aflossing woningschuld Het is positief dat het kabinet nu tot het oordeel komt dat vervolgstappen om pensioengelden in te zetten voor de aflossing van de hypotheek niet opportuun zijn. In de verkenning zien de FNV, CNV en VCP nadere onderbouwing van hun advies aan de Tweede Kamer om af te zien van het inzetten van pensioenpremies en- aanspraken voor aflossing van de hypotheek. Los van de juridische bezwaren zijn de nadelen voor pensioendeelnemers te groot, aldus de FNV, CNV en VCP. De kernvraag is welke (groepen van) deelnemers hiermee zijn gebaat. De effecten op de woningmarkt zijn naar verwachting beperkt. Het is nadelig voor de andere deelnemers aan het pensioenfonds. In algemene zin is het voor de meeste deelnemers die pensioen zouden inzetten voor de aflossing van hun hypotheek, financieel nadelig op de lange termijn. Deelnemers die klem zitten met een te hoge hypotheekschuld worden ‘gedwongen’ om een financieel nadelige deal aan te gaan. Daarnaast is het maar zeer de vraag of er voor deze deelnemers nog wel ruimte in het pensioenvermogen overblijft, nu de pensioenopbouw vanaf 2015 al fors is versoberd. De administratieve complexiteit zal leiden tot een stijging van de uitvoeringskosten. Dit allemaal nog los van de vraag wie deze deelnemers moet gaan adviseren en waar de zorgplicht wordt belegd. De FNV, CNV en VCP zijn van mening dat een aanpak moet worden gekozen voor de problemen op de hypotheekmarkt, die niet leidt tot een verlies aan pensioenrechten.
  4. 4. Datum 18 januari 2016 Pagina('s) 4 van 5 Uiterste terughoudendheid is geboden bij het gebruik van pensioen voor andere doeleinden dan de oudedagsvoorziening. Pensioen is uitgesteld loon voor later om in het inkomen te voorzien na het werkzame leven. Bovendien brengt de discussie over een alternatieve aanwending van pensioen vragen met zich mee over in hoeverre alternatieve aanwending van pensioengeld te verenigen is met het behoud van risicodeling. In de verkenning zien de FNV, CNV en VCP nadere onderbouwing van hun advies aan de Tweede Kamer om af te zien van het inzetten van pensioenpremies en- aanspraken voor aflossing van de hypotheek. Afschrift van de antwoordbrief aan de Stichting van de Arbeid over indexatiedepots bij pensioenfondsen Sinds de invoering van het nFTK kunnen de regels voor toekomstbestendig indexeren knelpunten opleveren bij het gebruik van indexatiedepots in geval van fusies van fondsen of als middel om bepaalde groepen deelnemers in een pensioenfonds tijdelijk te compenseren voor specifieke wijzigingen van hun pensioenregeling. Hierover is overleg gevoerd tussen de StvdA en SZW. Dit heeft geleid tot een evenwichtige oplossingsrichting, zoals in de antwoordbrief aan de StvdA is verwoord. De FNV, CNV en VCP gaan er dan ook vanuit dat deze oplossingsrichting op zeer korte termijn zal worden gepubliceerd. In de praktijk zal er prudent met dit besluit worden omgegaan bij een fusie van pensioenfondsen. Door de huidige financiële situatie van pensioenfondsen en een evenwichtige belangenafweging kunnen hierbij knelpunten ontstaan waarvoor bijzondere aandacht dient te zijn. Kabinetreactie op het onderzoek over verplichtgestelde BPF-en en het wetsvoorstel APF De FNV, CNV en VCP waarderen de intentie van het kabinet om verplichtgestelde BPF-en toegang te geven tot het algemeen pensioenfonds. Zij is echter ongelukkig met de wijze waarop deze wens van verplichtgestelde BPF-en en sociale partners wordt uitgewerkt in het SEO-onderzoek. Zij hebben bedenkingen bij dit onderzoek en zijn terughoudend en kritisch jegens een verplichtstelling op de regeling. Een andere invulling van de verplichtstelling zal forse gevolgen (kunnen) hebben voor de uitvoeringsmarkt, voor de verhouding tussen sociale partners en het pensioenfonds en de bestaande governancestructuur. De verplichtstelling hoort dan ook principieel thuis in de toekomstdiscussie in de SER. De FNV, CNV en VCP nemen hierom het standpunt in dat er eerst nader onderzoek moet worden gedaan naar de consequenties van andere invullingen van de verplichtstelling alvorens dit wetgevingstraject in gang wordt gezet. Dit omdat de consequenties van een verplichtstelling op de regeling voor de bestaande bedrijfstakpensioenfondsen die willen opteren voor een APF op voorhand niet zijn te overzien. Daarnaast kan tussentijds wel worden bekeken op welke ander manieren de verplichtgestelde BPF-en wel gebruik kunnen maken van het APF. De FNV, CNV en CNV zullen de planningsbrief afwachten die de staatsecretaris in februari aan uw Kamer zal toesturen en is van mening dat de verplichtstelling principieel thuishoort in de toekomstdiscussie in de SER. Daarnaast kan tussentijds wel worden bekeken op welke ander manieren de verplichtgestelde BPF-en wel gebruik kunnen maken van het APF. Afkoop klein pensioen Verplichte waardeoverdracht van een klein pensioen zou vanuit maatschappelijk belang in de plaats kunnen komen van het eenzijdige afkooprecht van pensioenuitvoerders van klein pensioen. Omdat een verplichte waardeoverdracht het eenzijdige afkooprecht zou vervangen, betekent dit dat het uitgangspunt dan wel zou moeten zijn dat er geen bezwaarrecht geldt voor de gewezen deelnemer. Het voorstel van de FNV, CNV en VCP is dat er verplichte waardeoverdracht plaatsvindt naar de pensioenuitvoerder waar betrokkene actief deelnemer is. Is er geen sprake van actieve deelneming elders, dan vindt er geen waardeoverdracht plaats. Omdat er alleen overdracht plaatsvindt naar de uitvoerder waar actief wordt opgebouwd is een bezwaarrecht minder van belang. Betrokkene heeft daar immers ook opbouw. Bovendien is het financiële belang van het over te dragen pensioen gering (immers een klein pensioen).
  5. 5. Datum 18 januari 2016 Pagina('s) 5 van 5 Als een gewezen deelnemer tot de pensioendatum bij geen andere pensioenuitvoerder actief deelnemer is geworden, dan moet worden voorkomen dat de pensioenuitvoerder alsnog gehouden is een klein pensioen periodiek uit te keren. Dit kan worden opgelost door kleine slapersrechten op dat moment alsnog samen te voegen bij die pensioenuitvoerder die de hoogste aanspraak administreert. Het maatschappelijk belang van het in stand houden van periodieke inkomsten voor betrokkene prevaleert dan boven zijn recht om zelf te mogen kiezen door welke pensioenuitvoerder de aanspraken worden uitgekeerd. Als betrokkene slechts bij één pensioenuitvoerder slapersrechten heeft staan, dan zou deze pensioenuitvoerder in het uiterste geval op de pensioeningangsdatum alsnog gebruik mogen maken van het afkooprecht. De overdrachtswaarde wordt op dezelfde wijze berekend als in geval van een wettelijk recht op overdracht (dus ofwel conform de huidige regels, ofwel conform de nieuw te ontwikkelen regels in het kader van de fundamentele herziening WO). De FNV, CNV en VCP pleiten voor een verplichte waardeoverdracht, wanneer er sprake is van een klein pensioen. Als een gewezen deelnemer tot de pensioendatum bij geen andere pensioenuitvoerder actief deelnemer is geworden, dienen de kleine slapersrechten op dat moment alsnog worden samengevoegd bij die pensioenuitvoerder die de hoogste aanspraak administreert. Uitspraak rechtbank over verschuiven AOW-leeftijd De FNV, CNV en VCP hebben met belangstelling kennisgenomen van de uitspraak van de rechtsbank over het verschuiven van de AOW-leeftijd en wacht de uitkomst van het hoger beroep af. Hoogachtend, Gijs van Dijk Willem Jelle Berg Nic van Holstein Lid Dagelijks Bestuur FNV CNV-pensioenbestuurder Voorzitter VCP Cc Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mw. drs. J. Klijnsma

×