CNV Internationaal - A World that Works

763 views

Published on

Werken aan programma's die echt zorgen voor positieve verandering in het leven van mensen, daar gaat het om bij CNV Internationaal. In A World that works brengen journalist Frank van Lierde en fotograaf Bas de Meijer door verhalen van werkenden uit vier continenten de resultaten van het werk van CNV Internationaal tot leven .

A World that Works is voor EUR 9,90 ook in boekvorm te bestellen, door een mail te sturen naar internationaal@cnv.nl met uw naam en adres. De opbrengst is bestemd voor vakbondswerk in ontwikkelingslanden.

Published in: News & Politics
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
763
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
4
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

CNV Internationaal - A World that Works

  1. 1. Internationaal
  2. 2. het verhaal van Elsa Paez Garcia pagina 25 het verhaal van Seynabou Dieng pagina 6 het verhaal van Ion Poia pagina 30 het verhaal van Angela Ciocirlan pagina 33
  3. 3. het verhaal van Sokhna Fall pagina 9 het verhaal van Niver Alegria Florez pagina 22 het verhaal van Athit Kong pagina 17 het verhaal van Srun Sothy pagina 14
  4. 4. 5 Werken aan programma's die echt zorgen voor positieve verandering in het leven van mensen, daar gaat het om bij CNV Internationaal. In A World that works brengen journalist Frank van Lierde en fotograaf Bas de Meijer in interviews met werkenden uit vier continenten een aantal persoonlijke verhalen achter de resultaten van het werk van CNV Internationaal tot leven. > Voorwoord In de kern draait het internationale vakbondswerk om hetzelfde, waar je ook leeft en hoe verschillend de omstandigheden ook zijn. Het gaat om fatsoenlijk werk dat mensen in staat stelt om in hun behoeften te voorzien, zodat zij veilig en gezond kunnen leven. Zodat zij hun kinderen naar school kunnen sturen. Zodat zij verzekerd zijn van een inkomen als ze ziek worden of nadat ze met pensioen gaan. Fatsoenlijk werk betekent dat mensen rechtvaardig worden behan- deld en dat hun rechten worden gerespecteerd. Ik ben er trots op dat we ons als CNV niet alleen inzetten voor fatsoen- lijk werk in Nederland, maar dat we over onze grenzen kijken. Lees de verhalen van Sokhna en Seynabou uit Senegal van Srun en Athit uit Cambodja, van Niver en Elsa uit Colombia, en van Angela en Ion uit Moldavië. Zij vertellen wat de impact is in hun leven van de programma’s die CNV Internationaal uitvoert samen met lokale organisaties. Wat betekent het om in zo’n fabriek te werken. Waar worstelen zij mee? Wat is er overgebleven van de dromen die zij als kind hadden? Wat betekent het vakbondswerk voor hen? Waar vinden zij de inspiratie om door te gaan? Pieter de Vente Voorzitter CNV Internationaal Algemeen secretaris CNV Vakcentrale Vakbondswerk verandert mensenlevens
  5. 5. 6 > Projectland Senegal Het verhaal van Seynabou Dieng Leeftijd: 42 Beroep: Visverwerkster Kinderen: 4 zoons en 1 dochter Vakbond: Coöperatie aangesloten bij UDTS Seynabou Dieng woont in een kleine stad aan de kust van Senegal. Ze werkt in de visindustrie, net als haar ouders en grootouders dat deden. Het is hard werken voor weinig geld, zonder contract, zonder werk- zekerheid, zonder sociale voorzieningen. De angst verdween uit ons bestaan ijn vader is overleden toen Ik 7 jaar oud was. Als meisje wilde ik graag vroedvrouw of onderwijzeres worden, maar toen ik 10 jaar was ben ik van school gegaan. Ik ben getrouwd met een visser. Twee van mijn zoons werken met mij in de visverwerking, twee anderen werken met mijn man op de boot. Mijn dochter is getrouwd.” Seynabou is lid van een coöperatie van 250 vrouwen en 50 mannen, allen werk- zaam in de visverwerking in dezelfde kustplaats. “Met hulp van de Union Démocratique des Travailleurs du Sénégal (UDTS) en onze coöperatie, hebben we veel vooruitgang geboekt. We kregen financiële steun en konden materiaal kopen.” “Ik heb grote veranderingen meege- maakt in de visverwerkingindustrie. Tegenwoordig hebben de leden van de coöperatie brede tafels om de vis te drogen. We hebben zelfs rookovens. Toen ik jong was hadden we dat niet. Mijn oudere zus en ik vertrokken iedere ochtend met mijn moeder naar de zee. We rookten de vis daar waar we die in- kochten. Het rookproces was niet hygië- nisch. Die tijden zijn gelukkig veranderd.” “Toen we nog geld bij de bank moesten lenen betaalden we een rente van 18%. De bank sloot arme mensen uit en dat is in al die jaren niet veranderd. Wie niets had, kon niets lenen en dat gold voor de meesten van ons. Als je wilde lenen, moest je een garantie van een nog grotere waarde bieden. Lenen bete- kende leven in angst. Nee, een zelfstan- dig bestaan leiden gaat in Senegal niet via de bank. Dat gaat alleen als je een groep vormt. Dat is Afrikaanse logica. De geschiedenis van de één is de geschiedenis van de ander.” “Dankzij de UDTS kreeg de coöperatie een eigen werkterrein en een coöpera- M De vakbond versterkt ons, houdt ons wakker, biedt ons bescherming en helpt ons in onze strijd tegen armoede
  6. 6. 7
  7. 7. 8 tief spaar- en kredietfonds dat we zelf beheren. We betalen 3% rente, dat is niet te vergelijken met die 18% bij de bank. Het betekende dat we de bank links konden laten liggen, dat de angst verdween uit ons bestaan.” “Nu kunnen we veel vis kopen en spul- len aanschaffen: emmers, kommen, kruiwagens, handschoenen, laarzen, schoenen, droogrekken, grote wasbek- kens in cement... Individueel kan nie- mand van ons die spullen kopen. Maar nu kunnen we er samen gebruik van maken. We werken hygiënischer, pro- duceren meer en van betere kwaliteit. Vroeger werd er neergekeken op het werk van vrouwen, tegenwoordig dragen we een groot deel bij aan de familie- inkomens en kijkt men anders naar ons.” “De vakbond versterkt ons, houdt ons wakker, biedt ons bescherming en helpt ons in onze strijd tegen armoede. We werken allemaal in de visverwerking dus we zijn concurrenten. Maar we zijn ook solidair met elkaar. Samen denken we na over hoe we ons geld gaan gebruiken, welke materialen we gaan kopen en hoe we klanten gaan werven. We willen rechtstreeks toegang tot de markt, zonder tussenhandelaren. Dat is een strijd die we samen met de vakbond voeren. In de tussentijd maken we onderling prijsafspraken en spreken we met één stem. Dat beschermt ons tegen tussenhandelaren die ons hun veel te lage prijs willen opleggen.” “Ik kan het me niet voorstellen maar als ik een week lang niet hoefde te werken, zou ik mezelf verzorgen. En ik zou uit- rusten. En wat is Seynabou’s droom voor de toekomst? Ik zou rookovens op zonne- energie willen. Dat spaart brandstof en het is veel gezonder en schoner. En over tien jaar wil ik eigenaar zijn van meerdere rookovens. Die kan ik dan verhuren, zodat ik zelf niet meer hoef te werken, want dit werk is te zwaar op den duur.” > Projectland Senegal Vroeger werd er neergekeken op het werk van vrouwen, tegenwoordig dragen we een groot deel bij aan de familie-inkomens Seynabou Dieng Mijn man en zonen zijn visser Samen overleggen we over wat we inkopen en hoe we meer klanten werven
  8. 8. 9 Het verhaal van Sokhna Fall Leeftijd: 51 Beroep: Handelaar in bouwmaterialen Kinderen: 7 (tussen de 10 en 30 jaar) Vakbond: Spaar en krediet- groep Book Ndey Samen zijn we nergens bang voor De vakbond heeft ons geleerd met geld om te gaan et als mijn zus ging ik spulle- tjes kopen en verkopen. Zo is het begonnen.” Inmiddels heeft Sokhna Fall zeven kinderen in de leeftijd van 10 tot 30 jaar. Ze handelt in bouwmaterialen, zoals cement en verf. Sokhna: “Werken in de informele handel is zwaar en ge- vaarlijk. Diefstal komt veel voor. Het feit dat zoals mensen zoals ik niet erkend zijn als werknemer, maakt ons kwets- baar. Ik sta niet geregistreerd, betaal daardoor geen belasting en heb geen vergunning. Het gevolg is dat ik niet beschermd ben, geen sociale zekerheid en geen pensioen heb en in de vicieuze cirkel van de informele economie blijf leven.” Op de vraag waarom Sokhna lid werd van vakbond UDTS, klopt ze zich spon- taan op de borst. “Dat wilde ik echt van binnen. Ik wilde niet alleen mijn eigen situatie verbeteren, maar ook andere vrouwen vooruit helpen. Er zijn zoveel vrouwen zoals ik die nooit naar school zijn geweest en die wel wat steun kunnen gebruiken.” “De vakbond houdt ons bij elkaar. We werken samen en helpen elkaar. De UDTS zet zich in voor fatsoenlijk werk. Fatsoenlijk werk betekent voor mij dat ik te eten heb, een huis om in te leven, mijn familie kan helpen en de mensen om me heen.” Sokhna is voorzitter van de spaar- en kredietgroep Book Ndey. “We hebben 36 leden. Iedereen heeft een vakbonds- kaart. Met een lening van de vakbond UDTS kopen we voedsel en huishoud- spullen zoals olie en zeep groot in. Daardoor betalen we minder dan in de winkel en omdat we alles centraal in- slaan, besparen we ook transportkosten. Voedselsolidariteit noemen we dat.” > Projectland Senegal “Ik herinner me van de eerste keer dat ik in Dakar kwam vooral het moderne leven,” vertelt Sokhna. “Elektriciteit, telefoon, zoveel auto’s, dat was geweldig!” In 1983 ben ik getrouwd. Mijn man nam me mee naar Dakar. Maar wat voor werk moest ik doen zonder opleiding? N
  9. 9. 10 “De vakbond heeft ons ook geleerd met geld om te gaan. Daardoor hoeven we tegenwoordig niet meer bang te zijn voor de bank. We beheren zelf ons geld. Samen zijn we nergens bang voor De mensen met wie ik werk beschouw ik als mijn familie. Samen zorgen we er voor dat er niemand buiten de boot valt, dat we één groep blijven.” “Ik ben nooit naar school gegaan, maar nu is de vakbond mijn school. We leren niet alleen veel over vakbondswerk, maar ook over management en finan- cieel beheer. We leren om onze handel zichtbaar te maken bij een groter publiek. We ontwikkelen nieuwe verkoopstrategieën en denken na over de financiële haalbaarheid van onze plannen. Zo worden we betere onder- nemers. De UDTS versterkt zo onze onafhankelijkheid. Als je werkt in de informele sector is dat belangrijk.” “De vakbond en onze spaar- en krediet- groep hebben veel in mijn leven veran- derd. Ik kan nu gemakkelijker aan basisvoedsel komen dan vroeger. Ook kan ik medische kosten betalen als dat nodig is. Hierdoor zijn mijn eigenwaarde en het respect van anderen gegroeid.” “Toch hebben we nog een lange weg te gaan. Als ik hoor dat in andere landen sociale zekerheid en het minimumloon goed geregeld zijn, dan zie ik dat als een voorbeeld voor ons. Ik denk dat het belangrijk is de nationale en internatio- nale samenwerking te versterken om dat hier ook zo te kunnen organiseren.” “Ik hoop dat we nog veel bereiken met onze coöperatie. Over 10 jaar hoop ik dat we allemaal een eigen bedrijf heb- ben, compleet met alle papieren en vergunningen. En dat we dan weer andere vrouwen op die weg verder kunnen helpen en de vakbeweging sterker en groter kunnen maken. Dat is wat we willen.” > Projectland Senegal De vakbond heeft veel in mijn leven veranderd. Mijn eigenwaarde en het respect van anderen zijn gegroeid Sokhna Fall De vakbond is mijn school Over 10 jaar hoop ik dat we allemaal een eigen bedrijf hebben
  10. 10. Samen zorgen we er voor dat er niemand buiten de boot valt, dat we één groep blijven 11
  11. 11. 12 Key facts and figures Senegal Senegal Hoofdstad: Dakar Aantal inwoners: 13,7 miljoen Nederland: 16,8 miljoen Oppervlakte: 196.190 km2 Nederland: 41.526 km2 Inkomen per hoofd Senegal $ 2.000 Nederland $ 41.500 Levensverwachting Senegal 59,6 jaar Nederland 80,8 jaar Bron: http://hdr.undp.org/en/data UDTS CNV Internationaal werkt in Senegal samen met de Union Démocratique des Travailleurs du Sénégal. De UDTS is een van de grootste vakbonden van Senegal. In alle uithoeken van het land is de vakbond aanwezig. Sociale zekerheid Slechts 10% van de werkende bevolking heeft nu toegang tot sociale zekerheid. Via de Mutuelles de Santé organiseert de UDTS toch sociale zekerheid. Om dit probleem hoog op de nationale agenda te krijgen voert de UDTS samen met andere vakbondsorganisaties bewustwordings- en lobby- campagnes. Samenwerking De UDTS heeft het initiatief genomen voor een inter- syndicale waarin de vier grootste vakbonden in Senegal op bepaalde terreinen samen- werken. Zo hebben zij een sterke positie verworven in de gesprekken met overheid en werkgevers.
  12. 12. 13 Plaats op de ontwikkelingsindex Senegal 154 van 187 Nederland 4 van 187 Plaats op de gender- gelijkheidsindex Senegal 115 van 187 Nederland 1 van 187 Geletterde volwassenen Senegal 49,7 % Nederland 99% Diverse beroepsgroepen CNV Internationaal werkt in Senegal samen met de Union Démocratique des Travailleurs du Sénégal. De UDTS is een van de grootste vakbonden van Senegal. In alle uithoeken van het land is de vakbond aanwezig. Ook voor wie geen vast werk heeft In Senegal hebben maar 250.000 mensen vast werk op een beroeps- bevolking van 6 miljoen. De UDTS is heel actief in het organiseren van deze mensen die geen vast werk hebben maar bijvoorbeeld als straathandelaar, marktverkoper of motortaxichauffeur in hun levensonderhoud proberen te voorzien. Sociale dialoog op bedrijfsniveau De vakbonden die bij UDTS aangesloten zijn, voeren ook de sociale dialoog op bedrijfsniveau met de ondernemers. De resultaten variëren van eenvoudige afspraken over werktijden en beloning tot uitgebreide, gedetailleerde cao’s met bijvoorbeeld moederschaps- verlof en afspraken rond veilig- heid op de werkplek.
  13. 13. 14 > Projectland Cambodja Het verhaal van Srun Sothy Leeftijd: 31 Beroep: Kledingarbeider in de Chus Sing fabriek Kinderen: 1 zoontje Vakbond: Vakbond voor kledingarbeiders CCAWDU k werkte van 7 ‘s ochtends tot soms 11 uur ‘s avonds voor 30 dollar per maand. Vakantie was er niet, ziekte- verlof was iets uitzonderlijks. Ik was bang om in de handen van vrouwenhan- delaren te komen. Soms verdwenen er meisjes. Mij hebben ze ook geprobeerd weg te lokken. Dat is mooi niet gebeurd, ik ben niemands bezit!” Na drie jaar in de fabriek te hebben gewerkt, sloot Srun zich aan bij de vakbond C.CAWDU. Srun: “Dat was de eerste onafhankelijke vakbond voor kledingarbeiders in het land. Er veran- derde zoveel in mijn leven! We kregen er trainingen, leerden over arbeids- rechten, werknemers kwamen samen en we gingen met een wensenpakket naar de bazen. We kregen het gevoel dat wij echt iets konden veranderen en problemen konden oplossen.” Problemen zijn er genoeg. “Duizenden vrouwen, vaak met kleine kinderen thuis, werken in zware en ongezonde omstandigheden. Uit armoede ruilen ze hun vakantiedagen in voor geld. Maar wat als hun kind of als ze zelf ziek worden? Bazen doen moeilijk over zorgverlof. En dan heb je de arbeids- ongevallen. Vingers in de naai- en snij- machines, elektrocutie, ademnood, uitputting, verstikking. Elke week vallen er vrouwen flauw. Bij de vakbond heb ik veiligheidstrainingen gevolgd. Ik bemiddel waar ik dat kan ik en schiet ik collega’s te hulp.” In 2009 verkiezen arbeiders Srun tot fabrieksleider van CCAWDU. Soms brengt die positie haar in de problemen. “In het begin kreeg ik bedreigingen. ‘We hebben een pistool en we gaan je vermoorden, maar ik ben gewoon doorgegaan.” I Met de vakbond voorkomen we dat arbeiders verder in de armoede wegzakken Tijd voor heimwee was er niet Toen haar vader ziek werd en zijn baan verloor, moest Srun Sothy stoppen met school. Er was maar één optie: geld gaan verdienen in de hoofdstad “Ik ging broeken naaien in Chus Sing Factory. Ik was een eenzaam boerenmeisje in een miljoenenstad. Tijd voor heimwee was er niet.
  14. 14. 15
  15. 15. 16 Wat heeft Srun de afgelopen jaren met de vakbond voor elkaar gekregen? “Vakbondsleden worden nu minder getreiterd. Het is democratischer geworden in de fabriek. We hebben een betere regeling voor zwangerschaps- verlof. Het complete loon wordt drie maanden contant vooruitbetaald aan het begin van je verlof. En het minimumloon is omhoog gegaan naar 61 dollar. Wat was het spannend om het werk stil te leggen en voor de fabriekspoorten te protesteren! Het voelde fantastisch om als vakbondsleider de menigte mee te krijgen.” Srun wil meer bereiken in de toekomst. “Over 10 jaar wil ik dat er minimumloon is waarvan je kunt leven, dat arbeiders een pensioen opbouwen, dat er betere luchtverversing is, dat we kunnen wonen in fatsoenlijke huizen en dat voedsel betaalbaar blijft voor arbeiders.” Genoeg te doen dus als vakbondsleider. Je zou vergeten dat Srun ook gewoon arbeider is. Al 14 jaar werkt ze in Chus Sing. Met haar man en haar zoontje woont ze in een kamer van drie bij drie, op een steenworp van de fabriek. Wat heeft het vakbondswerk haar persoonlijk opgeleverd? “CCAWDU heeft van mij een sterker mens gemaakt. Ik kan nu mijn mond roeren, mensen mobiliseren en met managers de degens kruisen.” Waar haalt Srun de energie vandaan om door te gaan, als activist, arbeider als moeder. Ze krijgt tranen in haar ogen. “Het is de eerste keer in mijn leven dat iemand me vraagt wat ik denk en voel. Het is zwaar. Ik vecht voor anderen, maar niemand komt naar mij toe als ik zelf problemen heb. Het is eenzaam werk. Het is ook moeilijk omdat de armoede ons steeds inhaalt. Als het loont stijgt, stijgen ook de kosten van levensonderhoud. Met heel hard werken en onderhandelen slagen we erin om niet verder in de armoede weg te zinken. Dat is al heel wat. Maar niet genoeg om echt uit de armoede te komen.” > Projectland Cambodja Over 10 jaar wil ik dat er een minimumloon is waarvan je kunt leven en dat we pensioen opbouwen Srun Sothy Het werk is zwaar en ongezond De vakbond heeft mij een sterker mens gemaakt
  16. 16. 17 Het verhaal van Athit Kong Leeftijd: 33 Beroep: Begonnen als kledingarbeider in wasserij jeansfabriek nu vice-voorzitter CCAWDU Kinderen: 1 dochtertje Vakbond: Vakbond voor kledingarbeiders CCAWDU Zwoegen, vechten, dromen De vakbond vergroot de inspraak van miljoenen arbeiders, maakt dit land socialer en democratischer ij kent het leven in de fabriek. “Mijn ouders waren te arm om me verder te laten studeren. Toen ik 17 was verliet ik mijn dorp en ging aan de slag in een grote textielfabriek. Ik had niets, geen geld, geen arbeidscontract, geen eten. Met zeven anderen sliep ik in een kamer van drie vierkante meter. Ik schaamde me dat ik zo arm was. Het eerste jaar heb ik 365 dagen gewerkt van 7 uur in de och- tend tot 10 uur ‘s avonds. Een dag vrij nemen of ziek thuisblijven mocht niet.” “Ik waste jeansbroeken met schuur- stenen, bleek- en kleurmiddelen. De hele dag stond ik in de chemicaliën, de stank en de nattigheid. Ik verdiende 30 dollar per maand.” “Van arbeidsrechten had ik geen benul, maar ik wist wel wat menselijk was en wat niet. Ik zag bazen die zonder reden werkers uitkafferden en ontsloegen. Ik zag arbeiders die zichzelf in de ver- nieling werkten om hun productiedoelen te halen. Iedereen was overgeleverd aan de willekeur van de baas. Wie verzet zich daar niet tegen? Ik in ieder geval wel!” In 2000 werd Athit lid van een vakbond. “Daar leerde ik de basis: luisteren naar arbeiders, klachten en eisen formuleren, onderhandelen.” Al snel verliest Athit zijn baan. “Mijn ontslagbrief hing aan de fabriekspoort.” Eerder had hij het opgenomen voor een groep oudere vrouwen die parttime werkten in de fabriek. “Zij deden zwaar werk op de wasafdeling. Toen de orders tegenvielen zaten die vrouwen drie maanden zonder werk en zonder inko- men. Ik protesteerde bij mijn baas. De directie vond me een lastpak. Tijdens nachtdienst, is de militaire politie me Athit Kong heeft één droom. “Ik wil wonen in een land waar mensen onder fatsoenlijke omstandigheden kunnen werken. Niet in een dictatuur van de groei en de export, waar mensen 80 uur per week zwoegen zonder de eindjes aan elkaar te kunnen knopen.” > Projectland Cambodja H
  17. 17. 18 komen halen. Toen had je nog politie in de fabriek. Een jaar lang was ik werkloos. Ik zat aan de grond, maar ik was trots en wist wat ik wilde.” Met vijf anderen zet Athit een nieuwe textielbond op, CCAWDU. Athit is met zijn twintig jaar de jongste: “We hadden maar één doel voor ogen: een vakbond die niet wordt gecontroleerd door de werkgever of door politieke partijen. We wilden échte vertegenwoordiging van onderop: inspraak van de mensen op de lawaaierige, stinkende en bloed- hete werkvloer.” Vandaag de dag telt de bond ruim 50.000 leden in 60 kledingfabrieken. “CCAWDU is niet de grootste vakbond in de sector, maar wel een van de weinige bonden die democratisch en onafhankelijk is.” Hij neemt ons mee naar Sut Lick Trading, één van de grotere kledingfabrieken in de hoofdstad Pnom Penh. “Deze fabriek is berekend op een paar duizend men- sen”, legt hij uit. “Er werken hier 7800 arbeiders. De gemiddelde werkruimte per arbeider is iets meer dan één vier- kante meter.” In de stookkamers van de fabriek verdwijnen bergen hout in grote ovens. “Hier werken vakbondsleden met veel macht”, zegt Athit. “Als zij staken valt de hele fabriek stil.” Bezwete man- nen leggen uit wat C.CAWDU voor elkaar heeft gekregen in de zes maanden dat de vakbond er actief is. “We krijgen nu per dag 9 cent meer voor de lunch. Maar het belangrijkste is dat wij ons als werkers vrij mogen organiseren en vrij mogen spreken. Een jaar geleden was dit gesprek met jullie ondenkbaar geweest.” Ook met de bedrijfsadvocaat van Sut Lick gaat Athit vaak in gesprek. “C.CAWDU is actiever dan andere bonden. Ze oefenen meer druk uit”, zegt de advocaat. “Maar soms gaan de vak- bondsleden hun boekje te buiten met spontane acties. Dat kan niet”. “Jonge arbeiders hebben haast”, reageert Athit. Ze willen snelle oplossingen omdat ze leven in extreme armoede. Maar democratische processen en onderhandelingen gaan vaak langzaam. Als vakbond moet je leren omgaan met die spanning. Het uitgangspunt is dia- loog, met de werkgever en met de over- heid. Pas als het management doof blijft voor onze eisen, gaan we over tot actie. Soms gaat het om kleine protestacties in de fabriek, soms monden ze uit in nationale stakingen.” Hoe heeft CCAWDU de levens van kledingarbeiders in Cambodja veran- derd? Athit blikt terug op 13 jaar strijd. “Vroeger kon je nergens heen om klachten in te dienen of misstanden aan te kaarten. Tien jaar terug werkten mensen als loonslaven 15 uur per dag voor 25 dollar in de maand. Vandaag mogen arbeiders zich organiseren en het minimumloon is 71 dollar per maand en je krijgt een bonus als je 26 dagen onafgebroken werkt. Ziekte- verlof aanvragen kan nu, vroeger betekende dat je ontslag. De fabrieken zijn nog steeds ongezond > Projectland Cambodja De ovens van de kledingfabriek De fabrieken zijn een stuk veiliger en gezonder dan vroeger
  18. 18. 19 en onveilig, maar wel een stuk gezonder en veiliger dan vroeger. Dat zijn allemaal mijlpalen.” “De vakbond vergroot de inspraak van miljoenen arbeiders, maakt dit land socialer en democratischer. Maar armoede, onrecht en corruptie kunnen we niet in ons eentje bestrijden. Daar is goed bestuur en goed politiek leiderschap voor nodig.” “Weet je wat mij inspireert? De fiets- paden in Nederland! Die zie ik als ik CNV Internationaal bezoek. Die paden geven aan dat Nederland het recht van ieder mens op een veilige en leefbare leefomgeving echt serieus neemt. In en rond de fabrieken in Phnom Penh zie ik niets dan stank, chaos en onveiligheid. Als ik dan denk aan die Nederlandse fietspaden, dan weet ik dat een samenleving zonder corruptie, armoede, uitbuiting en milieuvervuiling mogelijk is. Zolang ik daaraan kan bijdragen in Cambodja, ga ik door met dromen en vechten.” Het eerste jaar heb ik 365 dagen gewerkt van 7 in de ochtend tot 10 uur ‘s avonds. Ik was toen pas 17 Jullie fietspaden inspireren mij. Die geven aan dat Nederland het recht van ieder mens op een veilige en leefbare omgeving serieus neemt Athit Kong “
  19. 19. 20 Talking Dress App Ook heeft CNV Internatio- naal bijgedragen aan de ontwikkeling van de Talking Dress App om het Nederlandse consumenten makkelijker te maken Eerlijke Kleding te vinden in hun eigen omgeving. Werkgelegenheid De kledingindustrie is veruit de belangrijkste bron van werk- gelegenheid in Cambodja. Er werken vooral jonge vrouwen. Nu het economisch minder goed gaat in het westen heeft dat direct invloed op de werk- gelegenheid in Cambodja. Ondersteuning CNV Internationaal steunt in Cambodja het werk van de jonge vakcentrale CLC De vakcentrale CLC is opgericht in 2006 door C.CAWDU een van de belangrijkste aangesloten organisaties voor de kleding- sector, die ook nog maar sinds 2000 bestaat. Cambodja Hoofdstad: Phnom Penh Aantal inwoners: 14,8 miljoen Nederland: 16,8 miljoen Oppervlakte: 181.035 km2 Nederland: 41.526 km2 Inkomen per hoofd Cambodja $ 2.400 Nederland $ 41.500 Levensverwachting CAMBODJA 63,6 jaar Nederland 80,8 jaar Bron: http://hdr.undp.org/en/data Key facts and figures Cambodja Geletterde volwassenen Cambodja 77,6% Nederland 99%
  20. 20. 21 Uitwisseling CNV Internationaal helpt de jonge vakbondsorganisatie CLC ook door “zuid-zuid-uitwis- seling” te begeleiden met een grote vergelijkbare vakbondsor- ganisatie die verder ontwikkeld is, in dit geval de Indonesische vakbondsorganisatie SBSI en de KCTU in Zuid-Korea. Minimum loon De vakbond voor de kledingsector CCAWDU groeide van 5000 leden in 2000 naar ruim vijftigduizend nu! Stap voor stap wordt gewerkt aan verbetering van de werkomstandigheden van arbeiders in de textielfabrieken. In de textielsector is een minimum loon bereikt, al is dat nog lang geen leefbaar minimum loon. WellMade CNV Internationaal werkt niet alleen aan de ontwikkeling van vakbonds- organisaties ter plekke. Samen met de Fair Wear Foundation heeft CNV Internationaal het initiatief genomen voor WellMade work- shops op modebeurzen overal in Europa (zie www.wellmade.org). WellMade maakt kledinginkopers van Europese modewinkels duidelijk wat zij kunnen doen om de situatie in de fabrieken waar zij kleding inkopen te verbeteren. Het Well- Made project is mede gefinancierd door de Europese Unie. Plaats op de ontwikkelingsindex Cambodja 139 van 187 Nederland 4 van 187 Plaats op de gender- gelijkheidsindex Cambodja 96 van 187 Nederland 1 van 187
  21. 21. 22 > Projectland Colombia Het verhaal van Niver Alegria Florez Leeftijd: 36 Beroep: Begonnen als mijnwerker, bouwvakker en suikerrietkapper, nu veiligheidsinspecteur Kinderen: 2 dochters Vakbond: Sintraindulce, bond voor de suikerriet- sector iver werkt als als veiligheids- inspecteur op de plantages van Mayaguëz, met 4400 werknemers een middelgrote suikerfabriek in de vruchtbare Cauca- vallei. Ooit was het anders. “Toen ik zes was zocht ik al naar restjes goud in de mijnen aan de kust. Het was gevaarlijk werk. Een keer viel ik in een diepe schacht. Na vier jaar waren de mijnen uitgeput. Mijn familie en ik vertrokken naar Puerta Tejada. Het enige dat we hadden waren de kleren die we droegen en geld voor de bus.” In de nieuwe stad zoekt de kleine Niver het ene baantje na het andere. “Ik sjouwde stenen in de baksteen- fabriek, vulde vakken in de super- markt en haalde zand uit de rivier voor een bouwbedrijf. Als ik pijn had of uitgeput was, dacht ik altijd ‘het gaat niet om vandaag, maar om morgen’. Die gedachte hield mij op de been. Nog steeds trouwens.” “Toen ik Lisa leerde kennen was ik 16, zij was 15. We woonden in dezelfde straat en werden verliefd.” Ze trouwen, krijgen een dochter en gaan samen- wonen. Zeven jaar combineerde ik mijn werk met een opleiding, “We leefden van 1,5 dollar per week. De elektriciteit werd vaak afgesloten, vlees was te duur. Vrienden zamelden geld voor ons in. Via via kon ik full time aan de slag in een supermarkt, .maar daar werd ik al snel ontslagen. Ik was ten einde raad. Ik was toen 23, en we hadden een kind.” Niver’s vader, al jaren suikerrietkapper bij de Mayaguëz plantage en lid van vakbond Sintraindulce, helpt zijn zoon aan een baan als suikerrietkapper . Niver: ”Dat was nieuw voor me, ik moest N Ik dank God, mijn vader en de vakbond dat ik vandaag een huis heb en een goede baan De jongen die steeds aan morgen dacht Niver en zijn gezin wonen in een klein huis, niet ver van de grote weg die de scheidslijn is tussen FARC-rebellen en para- militairen. Her en der staan resten van huizen waarvan na overvallen door bandas criminales weinig meer over is.
  22. 22. 23
  23. 23. 24 heel goed opletten met dat kapmes. Soms kapte ik wel 15 uur op een dag suikerriet, vaak in de bloedhete zon, soms ook tijdens ijskoude hagel- buien.” Niver werkt voor tussenpersonen, niet voor Mayaguëz. Als informeel werkende zonder vast werk heeft hij amper rechten. Zijn vader spoort hem aan om ook id te worden van de vakbond Sintraindulce. Nu komt hij ook in aan- merking voor een direct contract met de fabriek. Niver: “Nadat ik lid werd, veranderde er van alles. Ik kreeg een direct contract en verdiende vier keer zoveel voor hetzelfde werk. Het werk werd ook veiliger: ik kreeg hand- schoenen, beenbeschermers, een uniform en veiligheidsschoenen. De bond organiseerde ook uitjes voor de leden. Ik werkte al twintig jaar en voor het eerst in mijn leven ging ik soms zwemmen met collega’s, een ijsje eten, samen naar het park. Lisa en m’n dochtertje mochten mee.” “Dankzij de vakbond kon ik nog iets doen wat vroeger ondenkbaar was: geld lenen om een eigen huis te kopen en om te gaan studeren. De werk- nemers van Mayaguëz hadden een kredietcoöperatie die samenwerkte met de vakbond. Zo kon ik acht jaar geleden dit huis hier in Florida kopen.” Niver’s huis ligt in een ruige wijk. “Tot drie jaar terug was het best veilig, maar toen kwamen er jonge vreemde- lingen met wapens. Ze persten families af, pleegden inbraken en probeerden van alles te jatten om te verkopen, deuren, ramen, daken. Ook mij wilden ze beroven, maar het feit dat ik lid ben van een sterke vakbond, schrok hen af. De solidariteit onder vakbondsleden is groot, je helpt elkaar.” In 2003 start Niver een universitaire opleiding ‘gezondheid op het werk’. “De vakbond stimuleerde me om verder te studeren en regelde een extra lening.” Nog voor hij afstudeert krijgt hij al promotie en daarna nog eens. Tegenwoordig is hij verantwoordelijk voor de veiligheid van 800 cortadores op alle plantages van Mayaguëz. De laatste promotie plaatst Niver ook voor een hard dilemma. “Toen ik het contract kreeg hoorde ik ook dat de functie het niet toeliet om lid te blijven van de vakbond. Ik wilde niet uit de vakbond, maar kon niet anders. Dat is vooral pijnlijk omdat ik mede dankzij de vakbond deze baan heb kunnen krijgen. Sintraindulce heeft mijn lot een andere wending gegeven, ik ben niet meer dezelfde man. Mijn leven is veranderd”. > Projectland Colombia De vakbond stimuleerde mij om verder te studeren Nu ben ik verantwoordelijk voor de veiligheid van 800 suikerrietkappers Ik kreeg een direct contract en verdiende vier keer zoveel voor hetzelfde werk Niver Alegria Florez
  24. 24. 25 Het verhaal van Elsa Paez Garcia Beroep: Lerares en sociaal werker Kinderen: 2 dochters (overleden) en 1 zoontje Vakbond: Vakbond voor werknemers penitenti- aire inrichtingen UTP Leven met de dood in Colombiaanse gevangenissen Dankzij de vakbond is het regime in de gevangenissen humaner geworden elf heeft Elsa in de loop der jaren 18 compañeros van de vakbond verloren. Allemaal vermoord. Ze komt al jaren niet meer buiten zonder lijfwacht. Een keer lag er een dode kip bij de voordeur, met een briefje ‘zo eindig jij binnenkort’. Later kreeg ze een bloemenkrans voor haar eigen overlijden. Erger was het toen ze ach- tervolgd werd door vijf paramilitaire huurmoordenaars op brommers. Vier jaar terug werd haar dochtertje bijna gekidnapt. Elsa is voorzitter van de Unidad de Trabajadores Penitenciarios (UTP). Deze bond is nog maar net ontstaan uit 44 kleine bonden van werkers in penitentiaire inrichtingen. “Alle UTP- leden werken zelf in de gevangenis, als bewaker, in de administratie, of als lerares zoals ik. Wij weten hoe het echt is achter de muren. Ons kantoortje is gevestigd in het gebouw van de INPEC, de overheidsinstelling voor het gevange- niswezen. Van daaruit klagen wij de corruptie, de misstanden en de mensen- rechtenschendingen aan in de beruchte Colombiaanse gevangenissen. Vaak zit de corruptie tot in de top, dus wij klagen ook onze eigen bazen aan en mensen uit het leger en de overheid.” Het is niet verwonderlijk dat Elsa en haar vakbondscollega’s soms op harde tegenwerking stuiten. “In 1999-2000 werden we hardhandig uit onze kantoren gezet. We zijn toen allemaal ontslagen. De Vakcentrale CGT heeft toen met succes onze zaak verdedigd. Tot in Genève.” Elsa leeft voor de vakbond. Haar collega’s bij de UTP zijn er unaniem over: zonder haar vechtlust en leiderschap was er vandaag geen kritische, onafhankelijke Elsa Paez Garcia is al tientallen jaren vakbonds- werker en lerares in de gevaarlijkste gevangenissen van Colombia. Dat ze nog leeft is bijzonder. In de afgelopen 23 jaar is er gemiddeld om de drie dagen een vakbondsactivist vermoord in Colombia. > Projectland Colombia Z
  25. 25. 26 vakbond in het Colombiaanse gevange- niswezen. Het is opmerkelijk dat Elsa het volhoudt in de harde wereld van de gevangenis en zelf vakbondsleider is geworden. Thuis heeft ze weinig om op terug te vallen. “Mijn man overleed na zeven maanden huwelijk. Mijn eerste dochter stierf kort na de geboorte. Drie jaar eleden overleed mijn andere dochter aan kanker. Juan Diego, mijn geadop- teerde zoontje, is alles wat ik heb.” “Ik was 19 toen ik begon in de beruchte Picota gevangenis in Bogota. Ik vond het eng! Ik was omringd door wat mensen beschouwen als het ‘afval van de samen- leving’: zware delinquenten, moorde- naars, psychopaten, guerrilla's. Ik dacht toen dat ik het een paar maanden zou uithouden, maar ik werk er nu al 28 jaar, eerst als secretaresse, later als lerares. Ik ben geen bewaker, heb geen repres- sieve taak. Ik kan humaan zijn. Als je niet in die keiharde wereld leeft, begrijp je niet wat een glimlach kan doen.” Er is veel verbeterd door onze klokkenluiders en door onze mensenrechten- training voor bewakers Elsa Paez Garcia “ Vaak zit de corruptie in de top, dus wij klagen ook onze eigen bazen aan, mensen uit het leger en de overheid
  26. 26. 27 Soms gaat het mis. Zo werd ze in 1986 gegijzeld door gevangenen. “We werden in de klas vastgehouden en bedreigd met messen. De leider van de gijzelingsactie was al veroordeeld vanwege de moord op een non. Na een dag werden we vrij- gelaten.” Elsa werkt gemiddeld meer dan 100 uur per week. 30% van haar tijd werkt ze als penitentiair ambtenaar in de vrouwen- gevangenis van Buen Pastor. Elsa: “Officieel ben ik lerares maar in de praktijk ben ik tegelijk ook sociaal werker, psycholoog, advocaat en biecht- moeder. Ik werk veel met gedetineerde moeders die in de gevangenis leven met hun kinderen van 0 tot 3 jaar.” “Maar de meeste tijd gaat naar de UTP en de strijd voor betere leef- en werk- omstandigheden in de gevangenissen. Ik werk ook als mensenrechtenspecia- list voor de nationale vakcentrale van vakbonden CGT. En één dag in de week geef ik les aan straatkinderen tussen de 8 en de 16 jaar.” “Bij de UTP onderzoek ik klachten uit gevangenissen in heel Colombia. Corruptie en mensenrechtenschen- dingen maken we openbaar en stellen we aan de kaak. De laatste grote zaak betrof de directeur van een kleine gevangenis net buiten Bogota. Hij verduisterde geld dat eigenlijk was bestemd voor sociale programma’s voor de gedetineerden. Dankzij de aanklacht van de UTP is hij ontslagen. Natuurlijk kreeg ik toen anonieme dreigtelefoontjes. Ook bewakers die gevangenen afpersen of mishandelen, klagen we aan.” Wat levert het vakbondswerk op volgens Elsa? “Veel! Zo hebben we voorkomen dat het gevangeniswezen werd gepriva- tiseerd. 16000 banen stonden op de tocht. “Dankzij de vakbond is het regime in de gevangenissen menselijker geworden. Het zijn nog steeds haarden van geweld en corruptie, maar er is veel verbeterd. Dat komt door onze klokkenluiderrol, maar ook door de mensenrechtentrai- ningen die we organiseren voor bewa- kers en ander personeel.” > Projectland Colombia We maken corruptie openbaar In praktijk ben ik tegelijk ook sociaal werker
  27. 27. 28 Sociale beweging De Confederación General de Trabajadores CGT is een politiek onafhankelijke brede sociale beweging. De achterban van de CGT telt 819.200 leden, van straatverkopers tot grote corporaties van boeren. De CGT telt ruim 300 aangesloten vakbonden en associaties die weer zijn georganiseerd in 6 regionale organisaties. Dat is bijzonder want Colombia is wereldwijd het meest gevaarlijke land voor vakbondsleden. In 2013 werden 26 mensen vermoord vanwege vakbonds- activiteiten, 13 mensen overleefden een aanslag op hun leven. Straatverkopers De CGT ziet zichzelf als een brede sociale beweging en is niet uitsluitend bezig met de werknemers op de werkvloer, maar ook met hun sociale omgeving. Een aanzienlijk deel van de leden heeft geen vast werk maar probeert als straatverkoper in de kost te voorzien. Ook coöperaties van boeren en volkswijkbewoners zijn aangesloten bij de CGT. Colombia Hoofdstad: Bogota Aantal inwoners: 45,6 miljoen Nederland: 16,8 miljoen Oppervlakte: 1.138.914 km2 Nederland: 41.526 km2 Plaats op de ontwikkelingsindex Colombia 91 van 187 Nederland 4 van 187 Geletterde volwassenen Colombia 37,9 % Nederland 99% Bron: http://hdr.undp.org/en/data Key facts and figures Colombia
  28. 28. 29 Resultaatgericht Speciaal voor vakbondswerk heeft CNV Internationaal een systeem voor planning, monitoring en evaluatie (PME) ontwikkeld. Dat helpt vakcentrales als de CGT en hun aangesloten federaties en vakbonden om resultaatgericht en financieel betrouwbaar te werken. CNV heeft lokale PME trainers opgeleid die vervolgens binnen hun eigen organisaties als trainer actief zijn. Straffeloosheid 'Waarom komt er maar geen einde aan het geweld? De straffeloosheid is het probleem. Als je niet weet wie de schuldigen zijn begin je niets. Onze rechtelijke macht is erg zwak en justitie functioneert niet. Dus de schuldigen worden bijna nooit gevonden en vervolgd'. Groei 'CNV Internationaal is belangrijk voor ons' benadrukt CGT-leider Julio Robert Gomez Esguerra. ‘Niemand geloofde in ons dertig jaar geleden, toen we een klein zaadje waren. Maar het CNV had vertrouwen in ons. Dankzij jullie steun konden we groeien.’ Inkomen per hoofd Colombia $ 10,700 Nederland $ 41.500Plaats op de gender- gelijkheidsindex Colombia 88 van 187 Nederland 1 van 187 Levensverwachting Colombia 73,9 jaar Nederland 80,8 jaar Sociale zekerheid Ook nationaal niveau is de CGT een zeer actieve en belangrijke partner in bipartiet en tripartiet overleg over sociale zekerheid en minimum loon.
  29. 29. 30 > Projectland Moldavië Het verhaal van Ion Poia Leeftijd: 35 Beroep: Reclame ontwerper Organisatie: Leerde zichzelf presenteren en denken in kansen bij Fundatia Muncii oldavië, voormalig Sovjet- staatje tussen Roemenië en de Oekraïne, is het armste land van Europa. Sinds 1991 is het onafhankelijk, maar tot 2009 bleven de oude communisten aan de macht. Een eventueel EU-lidmaatschap biedt kansen, zo denken velen. Maar voor- alsnog blijft fort Europa gesloten. Veel jonge Moldaviërs wagen hun kans in het buitenland. Een van hen is Ion Poia, een alleenstaande dertiger. Ion: “Er is zo weinig perspectief hier. Werkloosheid, alcohol en armoede... Dat is het zo’n beetje. Ik denk dat zo’n 70% van al mijn vrienden in het buitenland zit.” Ion woont in de stad Ungheni, aan de grens met Roemenië. “In de Sovjet-tijd werkte mijn vader op de kolchoz als tractorchauffeur en mijn moeder als receptioniste voor een paardenfokkerij, ook een staatsbedrijf. Mijn vader had werk, maar gezond was het niet. Hij sproeide pesticiden. Op zijn vijftigste kreeg hij ademhalingsproblemen en verloor zijn baan. Hij heeft nu kanker en moet rond- komen van een uitkering van 40 euro en een pensioen van 80 euro in de maand.” Sport en vooral voetbal zijn de passies van de jonge Ion. “Mijn oudere broer was nationaal kampioen op de 800 meter hardlopen. Ik begon met atletiek toen ik 13 was. Tot mijn 19de zat ik op een sport- internaat in de hoofdstad Chisinau. Het was prestigieus en eervol, maar ook ont- zettend zwaar en streng.”Ion is zo goed dat de staatsuniversiteit hem benaderde. “Als ik zou rennen voor de universiteit mocht ik gratis studeren. Ik stemde in, studeerde boekhouding en deed aan competitie.” In die tijd begint Ion ook met z’n eerste baantje. “Ik kocht cognac in en we verkochten het spul voor het dubbele van de prijs. En dat allemaal illegaal!” “Mijn eerste echte baan was bij de politie. Ze vroegen mij om voor hen te sporten. Ik had een arbeidscontract, maar heb nooit politiewerk gedaan. Ik was een soort sportslaaf, voor 200 euro in de maand.” M Fundatia Muncii hielp me om kansen te grijpen op de krappe arbeidsmarkt van ons land. Dat leer je niet op school of de universiteit Leren denken in kansen “Ik droomde van een eigen huis, een eigen gezin. Met een inkomen van 200 euro in de maand zou ik dat in Moldavië in geen honderd jaar voor elkaar krijgen. Ik moest wel weg.” Vertelt Ion Poia,
  30. 30. 31
  31. 31. 32 Op zijn 23ste gaat hij toch naar het buitenland. Ion: “Ik droomde ervan om ooit met mijn vriendin in een eigen huis te wonen en kinderen te krijgen. Met 200 euro in de maand zou ik dat in geen honderd jaar voor elkaar krijgen. Ik wilde professioneel voetballer worden. Een vriend had contacten bij een Ierse voetbalclub. Dus ik ben vertrokken naar Parijs vertrokken met een toeristen- visum. Toen ging ik naar Spanje en vervolgens illegaal naar Ierland.” Drie jaar duurt het Ierse avontuur. “Mijn sportleven was voorbij toen ik binnen korte tijd beide knieën zwaar blesseerde Ik had geen inkomen meer en ging heggen snoeien om eten te kunnen kopen. Alles ging fout, het ging uit met m’n vriendin, ik begon meer te drinken. Toch pakte ik alle werk aan, van flyeren voor Domino’s pizza tot zware klussen als van acht tot vijf betonblokken tillen in de bouw.” Al die tijd verblijft Ion illegaal in Ierland, zonder sociale zekerheid, pensioen, of ziektekostenverzekering. Pas als hij zijn Roemeense paspoort krijgt, iets wat veel Moldaviërs aanvragen om in de Europese Unie te kunnen werken, krijgt hij een arbeidsvergunning. “In mijn laatste baan in Ierland was ik bewaker. Toen had ik een echt contract en ik verdiende 2000 euro. Na een jaar verloor ik ook die baan, door de crisis. Last in, first out. Met mijn spaargeld ben ik teruggegaan naar Ungheni, de stad vlakbij mijn geboortedorp.” “Wat moest ik doen in Moldavië? Ik had een opleiding waar ik nergens mee aan de slag kon. Mijn spaargeld smolt als sneeuw voor de zon. Net als de meesten die remigreren voelde ik me verloren, depressief en wanhopig.” Eind 2009 ziet Ion een campagnefilmpje van Fundatia Muncii, het werkgelegen- heidsprogramma van de jongerenorga- nisatie FACLIA. Ion: “Vijf weken heb ik er een training gevolgd. Vijf belangrijke weken die mij een nieuwe kijk op de toekomst hebben gegeven. Werkgevers en ondernemers kwamen workshops geven, ik leerde mezelf presenteren en werkte aan mijn cv. Er veranderde iets in mij. Ik leerde denken in kansen, geloven in mezelf.” Hij gaat aan de slag bij het reclame- bureau van zijn zus in de hoofdstad en zet met hulp van Fundatia Muncii zijn eigen reclamebureau op in Ungheni. Dat de zaken goed gaan zie je in het centrum van Ungheni: op elk kruispunt prijkt wel een door Ion opgemaakte en gedrukte affiche. Ion: “Zonder de steun van Fundatia Muncii was me dat niet gelukt. Ik volgde cursussen, en kreeg hulp om mijn arbeidskansen te grijpen op de toch krappe arbeidsmarkt van ons land. Dat leer je hier niet op school of de universiteit leert. Ik heb er meer zelfvertrouwen door gekregen.” Ion woont in een klein eenpersoons- appartement, drie hoog. De droom van een eigen huis en een gezin heeft hij nog steeds. “Ik werk eraan. Ik spaar, heb een goede baan en ben mijn eigen baas. En die toekomstige vrouw komt wel.” > Projectland Moldavië k heb nu mijn eigen reclamebureau Vijf weken training gaven mij een nieuwe kijk op de toekomst
  32. 32. 33 Het verhaal van Angela Ciocirlan Leeftijd: 42 Beroep: Begonnen als onderwijzer, nu directeur Faclia Kinderen: 2 Organisatie: Jongeren- centrum Faclia Fakkeldrager voor verandering 600 nieuwe banen voor jongeren zijn 600 overwinningen voor Moldavië ngela Ciocirlan is directeur van Faclia (‘fakkel’), een jongeren- centrum dat ze in 2004 oprichtte in Ungheni, een provinciestadje in het oosten van het land. “We helpen tieners en twintigers om hier te blijven en iets van hun leven te maken. We geven vakopleidingen en helpen jonge- ren aan een baan. We zijn de enige organisatie in Moldavië die dat doet.” Met haar werk slaat Angela een brug, niet alleen tussen een falend onderwijs- systeem en een krappe arbeidsmarkt, ook een brug van het oude communisme naar een nog wankele vrije markt. Het is, in een notendop, ook de brug in Angela’s eigen verhaal. “Ik ben opgegroeid in een klein dorp waar de kolchoz, de collectieve staats- boerderij, alles bepaalde. Elk huis luis- terde ‘s ochtends in spanning op de radio naar bijgestelde productiedoelen en instructies. Steeds was het afwachten of je naam werd genoemd. Wie boven verwachting presteerde werd geprezen, wie de dag tevoren beschonken of te laat op het werk was verschenen, werd ook op de radio vernederd. Volwassenen leefden constant in angst voor wat buren, bazen, of collega’s van hen dachten.” Op haar veertiende gaat Angela naar het internaat van de provinciestad Calaraj. “Ook hier golden weer strikte en strenge regels en publieke vernede- ringen, net als op de kolchoz. Later ben ik gaan lesgeven op een kostschool voor weeskinderen in Ungheni een stad in de buurt van ons dorp. Op m’n negentiende ben ik getrouwd met de buurjongen uit ons dorp die veearts was op de kolchoz. Datzelfde jaar werd mijn eerste zoon geboren. ” 25% van de bevolking in Moldavië werkt in het buitenland, legaal of illegaal. “Wat wil je”, zegt Angela Ciocirlan. “40% leeft onder de armoedegrens. Fabrieken sluiten hun deuren, boeren kampen met export- belemmeringen. En zelf kansen creëren hebben mensen onder het com- munisme nooit geleerd. Dat wil ik veranderen.” > Projectland Moldavië A
  33. 33. 34 “In het onderwijs wilde ik alles radicaal anders doen. Weg met het dogmatisch uit het hoofd leren en de saaie klassikale lessen, weg met het voortrekken van de rijkeluiskinderen. Ik zette de school- banken kriskras door elkaar, nodigde sprekers uit, organiseerde muziek- voorstellingen en disco’s. Om bij te ver- dienen gaf ik les op de lagere school en op de middelbare school én ik werkte op de crèche.” Eind jaren ’90 is Angela gescheiden, ze heeft drie banen, twee kleine kinderen en verdient 100 dollar in de maand. De oude kolchoz-economie valt uit elkaar en er komt niets voor in de plaats. Angela: “We verdienden amper genoeg voor het meest noodzakelijke. Ik vertrok naar Moskou om te werken. Mijn moe- der zou zorgen voor mijn jongste zoon Octavio, die ik nog borstvoeding gaf. Angela blijft drie jaar in Rusland. “Ik was oppas in een rijk gezin van journalisten. Die jaren zonder mijn kinderen waren heel zwaar, maar hebben me ook gevormd.“ “Thuis in Moldavië was het armoe troef. We leefden van het geld dat ik in Moskou had gespaard. Maar ik wist wat ik wilde: Bedrijven begrijpen dat het zin heeft om te investeren in de opleiding van jongeren Ik wilde jongeren in eigen land helpen om opener en vrijer te denken Angela Ciocirlan
  34. 34. 35 > Projectland Moldavië jongeren in eigen land helpen om opener en vrijer te denken en te leven, zonder complexen. Ik wilde mijn eigen organisatie, uiteindelijk is dat Faclia geworden.” Angela sluit een samenwerkingsover- eenkomst met de overheid. De stad Ungheni wijst haar een oud verlaten schoolgebouw toe en betaalt water en energie, Angela’s team knapt het gebouw op, trekt trainers aan en runt het jeugdcentrum. Angela: “We zijn begonnen met een fitnesszaal en een computerlokaal met internettoegang, iets voor het lichaam, iets voor de geest.” In 2008 start Faclia de samenwerking met CNV Internationaal; samen zetten ze Fundatia Muncii op, een werkgele- genheidsprogramma voor jongeren. Angela: “Het is een springplank voor werkzoekende jongeren. Onze trainingen zijn kort, hooguit een paar maanden, want werkzoekenden hebben snel een inkomen nodig. We werken nauw samen met het lokale bedrijfsleven en andere werkgevers. Zij zoeken mensen, wij maken de match. We wilden in vier jaar 300 jongeren aan een vaste baan helpen. Het zijn er 600 geworden.” Door Faclia en Fundatia Muncii verandert Angela niet alleen de levens van honderden Moldavische jongeren, maar ook de samenleving van Ungheni. “Je ziet steeds meer jonge mannen en vrouwen in leidinggevende posities. Bedrijven begrijpen dat het zin heeft om te investeren in de opleiding van jongeren.” Als aan Angela en haar team ligt, veranderen ze heel Moldavië. “In de Sovjet-tijd werd alles bepaald door wat anderen van je dachten. Wat dachten de buren? Wat dacht je baas? Wat dacht je vader? Iedereen bespiedde iedereen. Zolang je voldeed aan de regels, werd je niet veroordeeld, kreeg je een medaille, kon je ademhalen. Maar echte verande- ring begint van binnen, in jezelf, niet bij de ander. Wie ben ik, wat wil ik, waar liggen de kansen en de mogelijkheden? Dat geldt ook voor dit land. We moeten niet wachten op dat gedroomde lid- maatschap van de EU. We moeten zelf aan de slag. De trainingen zijn een springplank voor werkzoekende jongeren We werken nauw samen met het lokale bedrijfsleven
  35. 35. 36 CNSM CNV Internationaal steunt ook vakbondsorganisaties in enkele Oost-Europese landen. In Moldavië, een van de armste landen van Europa werkt CNV Internationaal samen met CNSM. Confederatia a Sindicatala din Moldova. Key facts and figures Moldavië Moldavië Hoofdstad: Chisinau Aantal inwoners: 4,3 miljoen Nederland: 16,8 miljoen Oppervlakte: 33.843 km2 Nederland: 41.526 km2 Inkomen per hoofd Moldavië $ 3.400 Nederland $ 41.500 Vergrijzing De werkloosheid is hoog. Te veel mensen in de kracht van hun leven verlaten het land om elders werk te zoeken. Hele dorpen op het platte- land lopen leeg. Daardoor is de vergrijzing een enorm probleem. Elke werknemer moet nu al twee gepensioneerden onderhouden. Collega’s uit de schoonmaaksector In het kader van internationale collegialiteitsafspraken in CAO’s, dankzij een bijdrage van 15.000 euro uit de Nederlandse cao voor de schoonmaaksector, volgde afgelopen jaar een groep vrouwen van het platteland in drie maanden een opleiding tot interieurverzorgster. Ook werd Nederlands opleidingsmateriaal vertaald voor gebruik in Moldavië. Bron: http://hdr.undp.org/en/data
  36. 36. 37 Opbouw Onafhankelijk vakbonds- werk en sociale dialoog zijn nog in opbouw in het voormalig communistische land. EU-lidmaatschap Moldavië, voormalig Sovjet- staatje tussen Roemenië en de Oekraïne, is het armste land van Europa. In 1991 werd het onafhankelijk, maar tot 2009 waren de oude commu- nisten er aan de macht. Een eventueel EU-lidmaatschap biedt kansen, zo denken velen. Maar vooralsnog blijft fort Europa gesloten. Plaats op de ontwikkelingsindex Moldavië 130 van 187 Nederland 4 van 187 Plaats op de gender- gelijk-heidsindex Moldavië 49 van 187 Nederland 1 van 187 Levensverwachting Moldavië 69,6 jaar Nederland 80,8 jaar Geletterde volwassenen Moldavië 98,5% Nederland 99% Springplank Samen met de Moldavische organsiatie Faclia heeft CNV Internationaal; Fundatia Muncii opgezet, een werkgelegenheids- programma voor jongeren. “Het is een springplank voor werkzoekende jongeren. Onze trainingen zijn kort, hooguit een paar maanden. We werken nauw samen met het lokale bedrijfsleven en andere werkgevers. Zij zoeken mensen, wij maken de match. Training CNV Internationaal steunt niet alleen via financiële bijdragen. Ook bestuurders van CNV bonden delen kennis en ervaring met hun buitenlandse collega’s. Siward Swart van CNV Vakmensen en Arie Kasper van CNV Diensten- bond trainden Moldavische vakbondscollega’s "We hebben hen laten zien hoe belangrijk het is om leden mee te nemen in het onderhandelingsproces”.
  37. 37. CNV Internationaal Postbus 2475 3500 GL Utrecht T 31 30 751 1260 E internationaal@cnv.nl I www.cnvinternationaal.nl twitter.com/cnv_internat Facebook: facebook.com/cnv.internationaal Rekeningnummer voor donaties: IBAN NL16INGB0001255300 Deze tekst is geschreven in opdracht van CNV Internationaal Interviews: Frank van Lierde Foto’s: Bas de Meijer Redactie: Corita Johannes, Eugène Litamahuputty Vormgeving: Rick van Westerop, WAT ontwerpers Druk: Sauterelle Bronvermelding statistische gegevens: UNDP Copyright CNV Internationaal Februari 2014
  38. 38. A World that works Als vakbondsorganisatie zet CNV zet zich in voor haar leden en voor werkenden in Nederland. Die inzet voor werkenden houdt voor het CNV niet op bij de grens. Via CNV Internationaal zet het CNV zich ook in voor fatsoenlijk werk in landen waar de omstandigheden veel moeilijker zijn en waar de eigen middelen van de meeste werkenden zeer beperkt zijn. Ook daar zijn lokale vakbondsorganisaties actief. CNV Internationaal steunt hun inzet voor decent work (fatsoenlijk werk) niet alleen in financieel opzicht, maar ook via lobby- en campagneactiviteiten. Daarnaast worden, in samenwerking met CNV bonden, ook kennis en expertise gedeeld. In A World that works maken journalist Frank van Lierde en fotograaf Bas de Meijer zichtbaar wat de resultaten van dat werk van CNV Internationaal concreet betekenen in het leven van mensen. Lees de verhalen van Sokhna en Seynabou uit Senegal, van Srun en Athit uit Cambodja, van Niver en Elsa uit Colombia, en van Angela en Ion uit Moldavië. Wat bezielt hen, waar worstelen zij mee? Wat betekent het om in zo’n fabriek te werken. Wat betekent het vakbondswerk voor hen? Wat is er overgebleven van de dromen die zij als kind hadden? Waar vinden zij de inspiratie om door te gaan? facebook.com/cnv.internationaal twitter.com/CNV_Internat Internationaal www.cnvinternationaal.nl

×