Sessie 9 - ppt een antropologische kijk op spelen

654 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
654
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
6
Actions
Shares
0
Downloads
7
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Hoe ben je als mens verbonden met wereld waarin je leeft (andere mensen, dingen, plaatsen, tijd, goden en geesten). “Cultuur” Van binnen uit: veldwerk, etnografisch Historisch vooral bij ‘primitieve volkeren’, lange tijd weinig aandacht voor het moderne. “ Anthropology is the science which tells us that people are the same the whole world over - except when they are different.”
  • Veldwerk: etnografische methode: niet zomaar opzij blijven staan en kijken, maar je (ten dele) integreren in de leefwereld van wie je bestudeert: dus participerende of min of meer participerende observatie. Zelf op vakantiespeelpleinen en een buitenschoolse kinderopvang: halfparticiperende observatie, met een “reactieve methode”: daar rondhangen, zelf niet het initiatief nemen maar wachten tot kinderen me betrekken en dan daarop reageren. Zo ben je minder een indringer en ken je jezelf geen duidelijke rol toe die al meteen vastligt. Dan uitleg geven (bezoeker). - - meer kant van de kinderen dan van de animatoren/begeleiders (vb verboden dingen tonen, mee in kamp), zonder dat je natuurlijk een van hen wordt. Dat is vrij makkelijk in jeugdwerkomgevingen: valt niet zo op, niet zo raar, veel kinderen bijeen. Zeker in speelpleinwerk: lossere groep.
  • Spel en het enthousiasme ervoor is iets wat alle kinderen delen en wat kinderen van volwassenen onderscheidt. Is deel van hun culturele wereld (samen met bvb vriendschap, consumptie, media), maar het meest typisch voor kinderen. In de wereld staan: relaties leggen met omgeving, met anderen – ook machtsrelaties.
  • Tegelijk subversief en onschuldig. Incorporeren van thema’s uit media/volwassenen en er een eigen draai aan geven. Gedeeld door kinderen (niet door volwassenen aangeleerd), tegelijk verandert dat en blijft dat gelijk. Eerste versie gezongen door jongens, tweede door meisje.
  • Tegelijk subversief en onschuldig. Incorporeren van thema’s uit media/volwassenen en er een eigen draai aan geven. Gedeeld door kinderen (niet door volwassenen aangeleerd), tegelijk verandert dat en blijft dat gelijk. Eerste versie gezongen door jongens (die natuurlijk nooooit naar K3 luisteren - die het zoals zo vaak over seks hebben en zich afzetten tegen meisjes), tweede door meisje (dat dus niet over meisjes zingt, maar over kleuters – en eigenlijk nog subversiever is, want omkering van de schone boodschap van het liedje van K3, “wij zijn zoveel mooier als we samen zijn” – seks & geweld ook bij kinderen zelf basisthema’s).
  • Peer cultuur: peers is gelijken, dus leeftijdsgenoten. Wat je deelt met je peers, wat je aan elkaar doorgeeft, van elkaar leert, en steeds weer verandert. >Maar niet los van volwassenen, altijd incorporeren van volwassen thema’s en dingen. Cf. zelfs spel zoals knikkeren of hinkelen: via romeinse soldaten bij ons gekomen, maar dus door volwassenen, die dat lang hebben gespeeld. Geven die cultuur aan elkaar door. Dus ‘ontstaat” en groeit als kinderen met veel andere kinderen in contact komen, met name als ze naar school beginnen gaan. Ze leren dan bvb liedjes, rijmpjes, klapspelletjes van elkaar. Zonder dat daar volwassenen in tussenkomen. En dan kan je bvb tien jaar later naar dezelfde school gaan, en dan ga je zien dat veel van die liedjes nog altijd bestaan, waarschijnlijk wat veranderd. En je leert er ook iets mee over culturele normen en verwachtingen, bvb When Susie was a baby. Stadia van meisjesleven: baby (weent), kleuter (krabbelt/schrijft), kind, tiener (When Susie was a teenager, she went oh I lost my bra, I left my knickers in my boyfriend’s car), moeder, grootmoeder (breien), dode en geest. Dat kan ook braver worden, ik vond ook een versie uit 2008 waar de tiener alleen nog maar haar gsm kwijt is en over haar mooie haar bezig is… Cf. meisjes zijn daar veel meer mee bezig dan jongens (cf. “jongen, meisje, tweeling, dood”). Je ziet ook veranderingen, bvb meisjes lang gemarginaliseerd geweest op schoolspeelplaats: alle plek voor de jongens en voetbal; maar is met heel de girl-power-beweging (Spice Girls) deels veranderd in de jaren 1990.
  • Deze jongens van een school in Sheffield gebruikten het liedje ‘Onika Bonika’ als een manier om te kiezen wie ‘hem’ zou zijn in tikkertje of verstoppertje, zeker al een jaar lang toen dit filmpje werd gemaakt. Als je voet aangewezen wordt mag je je andere voet zetten. Wie uiteindelijk overblijft, is de tikker (de jongen links). Het liedje werd ook al in de jaren zestig zo opgetekend, maar dan met vuisten of vingers ipv voeten. Het rijmpje bestaat alleszins al sinds de negentiende eeuw in Vlaanderen en Nederland, als ‘Olleke Bolleke’. Je ziet dus hoe zelfs in de taal die kindercultuur internationaal kan zijn. Soortgelijke manieren om te bepalen wie ‘hem’ zal zijn, zijn soms heel oud en een beetje overal op de wereld terug te vinden. Bijvoorbeeld twee spelers met hun vuist tgo elkaar en dan elk een aantal vingers tonen, beiden roepen tegelijk hoeveel vingers (0 tot 10) er getoond worden: bestaat bij ons, bestond 1000 geleden al in Egypte, en nu bvb in Italië en in China veel gebruikt.
  • Vgl schunnige liedjes van kinderen & June Factor, een van de meest gecensureerde ‘jeugdauteurs’ in australië, gewoon omdat ze verzamelingen van liedjes/rijmpjes van kinderen publiceert – terwijl diezelfde kinderen eigenlijk de auteurs van de gecensureerde teksten zijn
  • Spelen Zelfgekozen en zelf gestuurd (inclusief vrij om te stoppen) – en dat is vaak wat spel ruïneert als volwassenen erin tussenkomen Proces is meer van belang van doel (bouwen van het zandkasteel, niet dat er een zandkasteel staat) – voortzetten spel primeert op winnen -Alert maar zonder stress: actief omgaan met de wereld, maar zonder echte angst om te mislukken, want proces is belangrijker dan doel. -Er zijn regels (vooral vanuit de spelers zelf, zelfgekozen, onderhandeld, gedeelde scripts) Verschil spel en reële wereld: tegelijk echt en niet echt, serieus en niet serieus. Time in/time out: Zelfs een tweejarige weet dat de beer niet echt drinkt.
  • Spelen Zelfgekozen en zelf gestuurd (inclusief vrij om te stoppen) – en dat is vaak wat spel ruïneert als volwassenen erin tussenkomen Proces is meer van belang van doel (bouwen van het zandkasteel, niet dat er een zandkasteel staat) – voortzetten spel primeert op winnen -Alert maar zonder stress: actief omgaan met de wereld, maar zonder echte angst om te mislukken, want proces is belangrijker dan doel. -Er zijn regels (vooral vanuit de spelers zelf, zelfgekozen, onderhandeld, gedeelde scripts) Verschil spel en reële wereld: tegelijk echt en niet echt, serieus en niet serieus. Time in/time out: Zelfs een tweejarige weet dat de beer niet echt drinkt.
  • Spelen Zelfgekozen en zelf gestuurd (inclusief vrij om te stoppen) – en dat is vaak wat spel ruïneert als volwassenen erin tussenkomen Proces is meer van belang van doel (bouwen van het zandkasteel, niet dat er een zandkasteel staat) – voortzetten spel primeert op winnen -Alert maar zonder stress: actief omgaan met de wereld, maar zonder echte angst om te mislukken, want proces is belangrijker dan doel. -Er zijn regels (vooral vanuit de spelers zelf, zelfgekozen, onderhandeld, gedeelde scripts) Verschil spel en reële wereld: tegelijk echt en niet echt, serieus en niet serieus. Time in/time out: Zelfs een tweejarige weet dat de beer niet echt drinkt.
  • Spelen Zelfgekozen en zelf gestuurd (inclusief vrij om te stoppen) – en dat is vaak wat spel ruïneert als volwassenen erin tussenkomen Proces is meer van belang van doel (bouwen van het zandkasteel, niet dat er een zandkasteel staat) – voortzetten spel primeert op winnen -Alert maar zonder stress: actief omgaan met de wereld, maar zonder echte angst om te mislukken, want proces is belangrijker dan doel. -Er zijn regels (vooral vanuit de spelers zelf, zelfgekozen, onderhandeld, gedeelde scripts) Verschil spel en reële wereld: tegelijk echt en niet echt, serieus en niet serieus. Time in/time out: Zelfs een tweejarige weet dat de beer niet echt drinkt.
  • Spelen Zelfgekozen en zelf gestuurd (inclusief vrij om te stoppen) – en dat is vaak wat spel ruïneert als volwassenen erin tussenkomen Proces is meer van belang van doel (bouwen van het zandkasteel, niet dat er een zandkasteel staat) – voortzetten spel primeert op winnen -Alert maar zonder stress: actief omgaan met de wereld, maar zonder echte angst om te mislukken, want proces is belangrijker dan doel. -Er zijn regels (vooral vanuit de spelers zelf, zelfgekozen, onderhandeld, gedeelde scripts) Verschil spel en reële wereld: tegelijk echt en niet echt, serieus en niet serieus. Time in/time out: Zelfs een tweejarige weet dat de beer niet echt drinkt.
  • Spelen Zelfgekozen en zelf gestuurd (inclusief vrij om te stoppen) – en dat is vaak wat spel ruïneert als volwassenen erin tussenkomen Proces is meer van belang van doel (bouwen van het zandkasteel, niet dat er een zandkasteel staat) – voortzetten spel primeert op winnen -Alert maar zonder stress: actief omgaan met de wereld, maar zonder echte angst om te mislukken, want proces is belangrijker dan doel. -Er zijn regels (vooral vanuit de spelers zelf, zelfgekozen, onderhandeld, gedeelde scripts) Verschil spel en reële wereld: tegelijk echt en niet echt, serieus en niet serieus. Time in/time out: Zelfs een tweejarige weet dat de beer niet echt drinkt. Huizinga: ‘magic circle of play’ (cf. voortdurend in Calvin & Hobbes)
  • Verschil spel en reële wereld: tegelijk echt en niet echt, serieus en niet serieus. Time in/time out: Zelfs een tweejarige weet dat de beer niet echt drinkt. (voortdurend in Calvin&Hobbes, cf tijger echt/knuffelbeest) (het leuke is hier dat het speelse juist niet zit in de ‘activiteit spelen’ (glijbaan) )
  • Dat kan ook slaan op heel weinig intens spel – vb strijkpareltjes prikken in de kinderopvang – lijkt bezigheidstherapie maar is niet zonder reden populair bij veel kinderen: individueel bezig (proces primeert, ook al is er een doel), rustig, maar tegelijk sociaal: babbelen met de andere kinderen over dingen die buiten het spel zelf liggen (itt tot intens fantasiespel of voetbal: conversaties daar over spel zelf). Maar verbindt je ook met de wereld omdat je op zoek bent naar geborgenheid, veiligheid, ‘delen’ (en tegelijk stukje controle ivm wat je met de pareltjes maakt).
  • Het onverwachte of risicovolle ook opzoeken; jezelf voor uitdagingen stellen die er helemaal niet hoeven te zijn. (ook bij dieren, cf. plezier van ‘opgejaagd worden’) Risico’s nemen is ook risico’s leren beheersen – via spel: is vaak ook relationeel: elkaar duwen: hoe ver ga je daarin? Meisjes even hard duwen als jongens? Altijd een notie van ‘voorzichtig zijn’ (want anders vernietig je het spel).
  • Traditie (vb geleerde en gedeelde scripts), het nu (cf. improvisatie), de mogelijke toekomst.
  • Sessie 9 - ppt een antropologische kijk op spelen

    1. 1. Een antropologische kijk op spelen Johan Meire Onderzoekscentrum Kind & Samenleving VVJ vormingsdriedaagse, Oostmalle, 7 maart 2012
    2. 2. Antropologie? Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    3. 3. Antropologie? Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    4. 4. Antropologische kijk op spelen Spelen als manier om je te verbinden met je leefwereld ◦ meer dan alleen ‘plezier’ ◦ meer dan alleen ‘leren’ en ‘ontwikkelen’ ◦ ‘iets wat je doet’ (een spel, een activiteit) maar vooral spelen/speelsheid:  een vorm van betekenisgeving (cultuur)  een manier om ‘in de wereld te staan’ Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    5. 5. En we zingen op de wijs vanK3...Van Afrika tot in de cinemalopen meisjes rond in hun blote kontkont op kont, mond op mondalle meisjes zijn gemaakt van stront Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    6. 6. En we zingen op de wijs vanK3... Van Afrika tot in de cinema daar lopen kleuters rond in hun blote kont Schiet ze neer, bombardeer Formidabel doe dat nog een keer Alle kleuters vliegen op en neer Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    7. 7. Peer cultures Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    8. 8. Het Lot ‘Onika Bonika’, Sheffield, 2010 Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    9. 9. Het Lot Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    10. 10. ‘Dirty play’ Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    11. 11. ‘Dirty play’ Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    12. 12. Jongens & meisjes Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    13. 13. Jongens & meisjes Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    14. 14. Jongens & meisjesLagere schoolleeftijd: Speelrepertoires verschillen Speelstijlen verschillen Grotere aanwezigheid jongens in de publieke sfeerLeidt tot apart spelen jongens//meisjesSpel verandert bij gemengde deelnemers Gendergrenzen bevestigen/afzwakken Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    15. 15. Spelen• Zelfgekozen en zelf gestuurd • Inclusief vrijheid om te stoppen Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    16. 16. Spelen• Zelfgekozen en zelf gestuurd • Inclusief vrijheid om te stoppen• Proces is meer van belang van doel • Voortzetten spel primeert op winnen Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    17. 17. Spelen• Zelfgekozen en zelf gestuurd • Inclusief vrijheid om te stoppen• Proces is meer van belang van doel • Voortzetten spel primeert op winnen• Alert maar zonder stress of echte angst Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    18. 18. Spelen• Zelfgekozen en zelf gestuurd • Inclusief vrijheid om te stoppen• Proces is meer van belang van doel • Voortzetten spel primeert op winnen• Alert maar zonder stress of echte angst• Er zijn regels en grenzen • Vooral zelfgekozen, onderhandeld, gedeeld Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    19. 19. Spelen Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    20. 20. Spelen• Zelfgekozen en zelf gestuurd • Inclusief vrijheid om te stoppen• Proces is meer van belang van doel • Voortzetten spel primeert op winnen• Alert maar zonder stress of echte angst• Er zijn regels en grenzen • Vooral zelfgekozen, onderhandeld, gedeeld• Onderscheid spelcontext en reële wereld • Time in/time out Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    21. 21. Spelen Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    22. 22. Spelen• Zelfgekozen en zelf gestuurd • Inclusief vrijheid om te stoppen• Proces is meer van belang van doel • Voortzetten spel primeert op winnen• Alert maar zonder stress of echte angst• Er zijn regels en grenzen • Vooral zelfgekozen, onderhandeld, gedeeld• Onderscheid spelcontext en reële wereld • Time in/time out Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    23. 23. Controle Gezinstijd ‘ ‘ Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    24. 24. Delen Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    25. 25. Lichamelijkheid Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    26. 26. Controle & delen – inclusie &exclusie Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    27. 27. Controle & delen – inclusie &exclusie Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    28. 28. Controle & delen – inclusie &exclusie Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    29. 29. Bouwen van en spelen in kampen Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    30. 30. Bouwen van en spelen in kampenHet georganiseerde speelplein Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    31. 31. Bouwen van en spelen in kampenHet georganiseerde speelplein Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    32. 32. Bouwen van en spelen in kampenHet georganiseerde speelplein Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    33. 33. Bouwen van en spelen in kampenHet georganiseerde speelplein Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    34. 34. Bouwen van en spelen in kampenHet georganiseerde speelplein Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    35. 35. Een speelplek maken Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    36. 36. Het kamp beschermen Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    37. 37. Militaire inspiratie Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    38. 38. Spelen in kampen als geritualiseerde inclusie en exclusie Bij een kamp horen Exclusie Interne rivaliteit Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    39. 39. Spelen in kampen als geritualiseerde inclusie en exclusie Bij een kamp horen Exclusie Interne rivaliteit Rivaliteit tussen kampen K am p e n b o u we n  Bewaken  Stelen, sabotage  Gevoel voor proportie  Een echte aanval? Geritualiseerd - gedeeld, gestileerd, ingeperkt Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    40. 40. Spelen in kampen als geritualiseerde inclusie en exclusie Rivaliteit tussen kampen Externe vijand  B.v. tieners Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    41. 41. Spelen in kampen als geritualiseerde inclusie en exclusie Rivaliteit tussen kampen Externe vijand  B.v. tieners Wapens  Symbolisch belang Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    42. 42. Spelen Spelen helpt om wat ‘gegeven’ is, te herdefiniëren. ◦ Kunnen improviseren, omgaan met het onverwachte ◦ Risico’s nemen zonder desastreuze gevolgen Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    43. 43. Omgaan met onzekerheid en risico Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    44. 44. Omgaan met onzekerheid en risico Avontuur:Een roekelozeonderneming,ingegeven dooronderzoeksdrangof overmoed,met levensbedreigendeaspecten,onberekenbare gevarenen een vaak fatale afloop.(Walter Moers, De stad van de dromende boeken) Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    45. 45. Spelen en actorschap ‘In de wereld zijn’ Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    46. 46. Spelen en actorschap ‘In de wereld zijn’ ‘Alsof’-karaktervan spel Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012
    47. 47. Game overJohan Meire jmeire@k-s.be – Kind & Samenlevingwww.k-s.be Een antropologische kijk op spelen – 7 maart 2012

    ×