CONSOLIDATIEPROJECT RESTANTEN EERSTE WERELDOORLOG ontwerp TEAM CONSERVATIE EN RESTAURATIE projectarchitect : Willem Hulsta...
VLM-luik Richtplan landinrichtingsproject “De Westhoek” Oude spoorwegbedding Nieuwpoort-Diksmuide Kom van Lampernisse Diks...
Inrichtingsplan  oude spoorwegbedding Nieuwpoort-Diksmuide Herinrichting Frontzate  als groene recreatie-as (2000-2002)
Inrichtingsplan Kom van Lampernisse Inrichting beschermd landschap
Bunker Groigne Oude spoorwegbedding Nieuwpoort-Diksmuide (Frontzate)
 
 
Trajectoverzicht frontzate
objectgegevens objectnummer objecten afstand in m vanaf begin sectie D Inventarisatie
Rode Kruisbunker Evocatie schuilplaatsen
Restauratieopties 2. Consolidatie (restauratie) 3. Reconstructie (evocatie) 1. Onderhoud (herstel)
Restauratieoptie 1 onderhoud A10 D8 E19
Restauratieoptie 2 consolidatie <ul><li>Bestendigen   bestaande toestand </li></ul>herstellen vervangen aanvullen bijvoege...
Restauratieoptie 3 reconstructie
 
 
A1 - Tobruk Koolhofput
 
A25 - Tobruk Ramskapelle
 
 
A21 - mitrailleurbunker Ramskapelle
 
 
C1 - observatiepost Ramskapelle
 
 
 
D4 - Rode Kruisbunker Ramskapelle
 
 
 
E19 en E20 - schuilplaatsen evocatie
 
 
 
E19
 
 
Bunker “Groigne” Oudekapelle
 
 
 
 
 
 
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Consolidatieproject restanten Eerste Wereldoorlog (Willem Hulstaert)

1,570 views

Published on

Het consolidatieproject betreft de eindfase, en meer bepaald het erfgoedluik, van het landinrichtingsproject “De Westhoek” van de Vlaamse Landmaatschappij. Na enkele verkennende gesprekken verzocht de VLM de toenmalige Afdeling M&L om de aanstelling van onze ploeg als ontwerper. Er werd een begeleidingsgroep samengesteld, waarin verschillende partners en disciplines waren vertegenwoordigd : de provincie W-VL als opdrachtgever, de VLM, als projectcoördinator, het VIOE, Westtoer, Oorlog en Vrede in de Westhoek, en uiteraard RO-Onroerend Erfgoed, wegens Frontzate en Groigne beschermd als monument.

Published in: Education, Business
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,570
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
7
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Het consolidatieproject betreft de eindfase, en meer bepaald het erfgoedluik, van het landinrichtingsproject “De Westhoek” van de Vlaamse Landmaatschappij. Na enkele verkennende gesprekken verzocht de VLM de toenmalige Afdeling M&amp;L om de aanstelling van onze ploeg als ontwerper. Er werd een begeleidingsgroep samengesteld, waarin verschillende partners en disciplines waren vertegenwoordigd : de provincie W-VL als opdrachtgever, de VLM, als projectcoördinator, het VIOE, Westtoer, Oorlog en Vrede in de Westhoek, en uiteraard RO-Onroerend Erfgoed, wegens Frontzate en Groigne beschermd als monument.
  • Het project bestaat uit 2 geografisch en administratief opgesplitste dossiers. Het zwaartepunt, het Inrichtingsplan”OSND”, omvat de herinrichting van de frontzate als groene recreatieas. Het Inrichtingsplan “Kom van Lampernisse”, betreft grotendeels ingrepen om de landbouw met de landschappelijke waarden te verzoenen.
  • In 1995 besliste de Vlaamse Regering om de Frontzate in te richten als groene recreatie-as. Daartoe werden door de VLM werken uitgevoerd op gebied van infrastructuur, uitrusting, recreatie, natuur, landschap en uiteindelijk erfgoed.
  • Het IP Kom van Lampernisse, waarin de bunker Groigne gelegen is, gaat over inpassing van natuurwaarden in een beschermd landschap (landbouwgebied) : herstel en ontwikkeling van graslandcomplexen, aanpassen van winterpeil in grachten, aanleg boogbrugjes.
  • Wij hebben ons project eveneens opgesplitst. Het kleinste dossier, de bunker Groigne in Oudekapelle, is een alleenstaande versterking, gelegen op 3 km van de frontlijn. Het zwaartepunt van het tweede en omvangrijkste dossier ligt langsheen de noordelijke helft van de Frontzate. Door het openzetten van de sluizen te Nieuwpoort werd het stroomgebied van de IJzer, aan de oostzijde van de frontzate, onder water gezet, waardoor de Duitse opmars tot staan werd gebracht. De spoorwegberm vormde een natuurlijke dijk, waarachter de Belgen een defensieve stelling uitbouwden.
  • Nadat het front was vastgelopen, groeven de Belgen zich in. Oorspronkelijk in primitieve onderkomens, met balken en ander materiaal van stukgeschoten huizen. Later, toen duidelijk werd dat de oorlog wel een tijdje kon duren, werden de abris of schuilplaatsen voor de manschappen opgetrokken uit baksteen, afkomstig van steenbakkerijen in de omgeving.
  • Bestaande toestand. Diverse materialen, in diverse staat van bewaring.
  • Hoe begin je aan dergelijk project, in het geval van de Frontzate ? Enerzijds is er de lengte van het traject, en anderzijds het aanzienlijke aantal restanten van dewelke men niet goed wist in welke staat ze zich bevonden. Gewapend met een topografische kaart (opgemaakt door de VLM voor de aanleg van de frontzate) met aanduiding van de meeste bunkers, abri’s enz, werd het traject (13 km) verscheidene malen afgelopen. Om het geheel overzichtelijk te houden, werd het opgedeeld in secties, en de objecten per sectie genummerd. Alle constructies werden nagezien qua inplanting, afmetingen, materiaalgebruik etc. Na verloop van tijd konden we aan de hand van de bodemvegetatie en de positionering van de andere objecten vermoeden waar zich constructies onder het maaiveld bevonden. Deze werden opgemeten en ingetekend. Op deze manier werd een bouwkundige inventaris opgemaakt, in aanvulling op de reeds uitgevoerde studies. Op dit plan zijn de aangepakte objecten aangeduid.
  • Rechts bovenaan het basisplan met, met naast de infrastructuur, aanduiding van bunkers en schuilplaatsen. In het midden het bewerkte plan. Alhoewel het nooit de bedoeling is geweest alle objecten in het project te betrekken, werd de volledige frontzate nagezien en opgetekend in Autocad. Per object werd een fiche gemaakt, waarin alle eigenschappen werden ingebracht : positie, afmetingen, materiaalgebruik, bijzonderheden. Het optekenen van deze eigenschappen gaf ons een inzicht in de aangewende constructiemethodes. Deze werkwijze zou in de ontwerpfase zijn vruchten afwerpen.
  • Een gedeelte van het overzichtsplan.
  • Na de inventarisatie en de verwerking van de gegevens kwamen we, in het licht van de lengte van het traject en de hoeveelheid objecten (kleine 200), tot 3 verschillende gradaties in de mogelijke manier van ingrijpen : onderhoud : sporadisch herstel consolidatie (restauratie) : doorgedreven aanpak voor objecten met een bijzondere waarde (in de zin van restauratie) reconstructie : d.m.v. een wetenschappelijk verantwoorde evocatie een gedeelte van het traject herstellen in de oorspronkelijke staat
  • Optie 1 : herstel. Het aantal bakstenen elementen is groot, en geografisch verspreid. De meeste objecten verkeren in relatief goede staat, omdat ze grotendeels zijn bedekt met aarde, waardoor de kans op beschadiging - op klimatologisch en mechanisch gebied - klein blijft. Het enige wat moet gebeuren bij bepaalde objecten is het vastmetsen van losse bakstenen, en eventueel innaaien van scheuren. Vooral de bovenzijde van de muren heeft te lijden van vorstschade. Het is financieel gezien moeilijk haalbaar om dit soort werken te laten uitvoeren door een privé aannemer. Er bestaat evenwel een denkpiste om provinciepersoneel in te zetten, onder begeleiding. Tijdens de werken kan dan een tijdsregistratie worden bijgehouden, die extrapolaties voor gelijkaardige (onderhouds)werken mogelijk moet maken.
  • Optie 2 : consolidatie. Bij bepaalde waardevolle objecten is een ingreep noodzakelijk. Sommige onderdelen dienen hersteld of vervangen, of ontbrekende elementen dienen aangevuld. Wegens stabiliteitsredenen kan het noodzakelijk zijn om ondersteunende constructies te voorzien, om bvb. instorting te voorkomen. Het afschermen heeft tot doel sluikstorten en erger te vermijden. I.v.m. onderhoud en bezoek dienen sommige interieurs toegankelijk gemaakt.
  • Optie 3 : evocatie. N.a.v. de inventarisatie werd een eerste poging ondernomen om een typologie op te stellen van de “bedekking” van de objecten. Het is immers zo, daar waar in de meeste gevallen de muren behouden zijn, de bedekking is verdwenen. Na de oorlog werd immers alle materiaal herbruikt.
  • Toch is in sommige gevallen uit bepaalde constructiedetails, zoals in het metselwerk uitgespaarde sleuven voor balken, afdrukken van bekistinghout of wapeningsijzer, af te leiden hoe deze was samengesteld. Uiteindelijk werd voorgesteld om op een significante locatie over te gaan tot de reconstructie van een gedeelte van de linie, om te evoceren hoe de frontzate er in de Grote Oorlog heeft uit gezien
  • Hier is een combinatie van materialen te zien. Schuilplaats uit baksteen. Bedekking uit stalen golfplaten waarop soms beton werd gegoten (K) Zandzakken Knuppelpad uit hout Smalspoor
  • 5 objecten worden geconsolideerd + 3 stootblokken, 2 schuilplaatsen geëvoceerd. Aan het begin van de fietsroute, aan de Koolhofput, vinden we een betonnen mitrailleurpost. Het is een Duitse constructie, en bovendien uit de Tweede Wereldoorlog. Ze maakte deel uit van een zgn. Riegelstellung , een linie loodrecht op de kustverdediging, om geallieerde doorbraken na een landing te vermijden. Het is een mitrailleurpost van het type Bauform Vf58c voor de kenners, ook gekend als Ringstand , maar nog beter onder de naam Tobruk .
  • Op de doorsnede is de zijdelingse toegangsopening zichtbaar. Deze is langs de buitenzijde bedolven onder het puin, afkomstig van het verhogen van het brughoofd. Na herstel van betonrot werd een waterdichte cementering (2 à 3 mm) aangebracht. In de geschutsopening werd een verwijderbaar rond rooster voorzien, om de toegang voor onbevoegden te verhinderen.. De ladder dient voor het nazicht en onderhoud.
  • De uitvoeringswijze van de tweede Tobruk te Ramskapelle (nabij de militaire begraafplaats) is merkwaardig, in die zin dat de volledige onderbouw uit baksteen is, en enkel de koepel uit beton. Aan de buitenzijde was op het metselwerk een cementering aangebracht, om het uitzicht van gewapend beton te bekomen. In de binnenmuren zijn uitsparingen aangebracht, voor stockage van munitie e.d. Naar verluidt stond de Tobruk in verbinding met de geschutsopstelling (bunkers) verderop in de weide.
  • Voor de opmeting werd alle puin uit het interieur verwijderd. Daarbij kwam de toegangstrap, geflankeerd door 2 zijmuren, te voorschijn. De ingewortelde vlierstruik heeft veel schade aan het metselwerk toegebracht. Het volume vertoont een horizontale scheur op halve hoogte; het is blijkbaar getorst en verschoven.
  • Deze Tobruk werd op dezelfde wijze afgeschermd als de vorige. Ook de gemetste toegangsloopgraaf is voorzien van verzinkte roosters.
  • Deze mitrailleurbunker is gelegen ten noorden van de E40. Bij de opbouw is gebruik gemaakt van geprefabriceerde betonnen balken (K) , waarmee wanden werden gebouwd waartussen beton werd gegoten. De buitenste laag is grotendeels verdwenen. De verschillende gietnaden zijn duidelijk waarneembaar.
  • Achterzijde met toegangsopening. Links zijn de resten van een aangebouwde bakstenen constructie zichtbaar. Bemerk de speklagen in het metselwerk. (K) Nieuwe toestand.
  • Interieur. Voor de werken, en … Dergelijke projecten vragen een intense begeleiding vanwege de ontwerper, maar op een gegeven moment vond mijn echtgenote dat ik toch wat overdreef (K) …
  • Na de herovering in oktober 1914 werd het station omgebouwd tot een versterkte observatiepost. In de ondergelopen IJzervlakte bevonden zich op plaatselijke terreinverhogingen voorposten, te bereiken d.m.v. knuppelpaden. Deze posten veranderden al eens van eigenaar. Het was dus belangrijk te beschikken over een uitkijkpunt. Aan de binnenzijde werd tussen de bestaande muren en een verloren bekisting uit betonnen platen (100/50 cm) beton gestort; de bedekking is eveneens uit (rudimentair gewapend) beton. Door beschietingen is het grootste deel van de buitenschil verdwenen, terwijl de betonnen bunker stand heeft gehouden.
  • Detail 5 cm dikke betonnen platen. Sommige zijn uitgeknikt en dienden verankerd. De platte daken werden waterdicht gemaakt met een cementlaag. Het baksteen metselwerk werd waar nodig gedemonteerd en heropgebouwd, zoals de bovenzijde van de voorgevel.
  • Interieur. Ook binnen is de opbouw (K) door middel van prefab elementen goed zichtbaar. . (K) Links onderaan : observatieopening.
  • Doorsnede. Nieuw observatieplatform (K) opgebouwd uit I-profielen en verzinkte persroosters. Evenals de borstwering (K) en traptreden (K) . Toegang- en schietgaten (vogels) werden afgeschermd.
  • Verbandpost uit baksteen met betonnen bedekking. Bemerk dat het gebouw beduidend meer uitsteekt boven het talud, in tegenstelling tot de schuilplaatsen. Hierbij dient gezegd dat de meeste constructies omgeven waren met zandzakken (ook bovenaan), als bijkomende beveiliging tegen granaatinslagen.
  • De bedekking is, net als bij het station te Ramskapelle, opgebouwd uit geprefabriceerde betonbalken. Deze zijn vlak geplaatst, waarna er verschillende lagen beton zijn op gegoten. Door het ontbreken van sommige balken bestaat de kans op instorting van de gering gewapende bovenste lagen. Het beton is van minder goede kwaliteit, met zeer grote granulaten, waardoor het insijpelend regenwater aanleiding geeft tot vorstschade. Aan de achterzijde is een kruis gecementeerd. Bemerk ook de gecementeerde plint.
  • Binnenin werd een verzinkte staalconstructie voorzien, om het dak te stutten. Er werden liggers tussen de betonnen balken ingewerkt, die steunen op stalen kolommen. Aan deze kolommen zijn dan, ter afscherming, roosters bevestigd.
  • Nieuwe toestand. De roosters worden in alle objecten aangewend. Ze zijn inbraakveilig, maar men kan erdoor kijken. De kleur is grijs, wat refereert naar het beton. Het staal verwijst dan weer naar het oorlogsmateriaal bij uitstek. Het rasterpatroon benadrukt de nieuwe ingreep. ( K ) Zijgevel.
  • De rij schuilplaatsen te noorden van de Proostdijk leent zich bij uitstek tot een “poging” tot reconstructie (K) . In feite moeten we hier spreken van evocatie, aangezien we niet voor 100% weten hoe de bestaande toestand was. Uiteraard is er voldoende iconografisch materiaal aanwezig om ons een idee te geven van uitzicht en materiaalgebruik. De gefotografeerde onderwerpen zijn echter niet exact te lokaliseren.
  • Bij het opstellen van de typologie, waarvan reeds eerder gesproken, werden sporen gevonden in de bovenstaande schuilplaatsen, meer bepaald de afdrukken van stalen liggers en spoorwegrails. Gecombineerd met fotomateriaal konden verschillende constructiewijzen voor bedekking worden voorgesteld. De stap naar een evocatie is er dan gekomen om deze kennis via een blikvanger te communiceren met het publiek.
  • Toestand tijdens opbouw. Bij de linkse schuilplaats zijn spoorwegrails gebruikt, waarop dan minimum 1.00 m zandzakken werden gestapeld. Rechts werden biels aangewend. Het knuppelpad liep langsheen alle schuilplaatsen en diende om personenverkeer bij natte omstandigheden mogelijk te maken. Later kwam daar nog een smalspoor bij voor de aanvoer van zwaar materiaal : zgn. Decauvillesporen, aangewend in de mijnbouw en steenbakkerijen.
  • makette
  • Doorsnede E19. Om het gewicht te beperken, werden aan de binnenzijde kleikorrels gestort, tussen een buitenste schil van zandzakken. Dit moet eventuele verzakkingen voorkomen van de bestaande constructie. Doorgesijpeld regenwater wordt via een drainagemat naar achter afgevoerd.
  • Opbouw. Het vullen van de zandzakken gebeurde op ambachtelijke wijze… Rechtsboven de koffer voor de geëxpandeerde kleikorrels.
  • Afgewerkt. Met dank aan collega Marc Dewilde voor het opsnorren van de Decauvillespoortjes.
  • De bunker Groigne tenslotte. Deze staat in een weiland, waarvan een deel is verworven door de provincie. Deze alleenstaande versterking (gelegen tussen de eerste en tweede Belgische verdedigingslinie, 3 km verwijderd van de frontlinie) bestaat uit een voorbouw uit baksteen, en een achterliggende betonnen bunker. Vermoedelijk gebouwd of alleszins aangepast door Franse koloniale soldaten uit Noord-Afrika, getuige daarvan (K) de Moorse hoefijzerboog met inscriptie boven de toegangsopening van de bunker. De tekst luidt als volgt : &amp;quot;Er is geen grotere god dan Allah. Als je in Allah gelooft, zal je zegevieren, zoals de zege over Tadmoor en Namar&amp;quot;.
  • De bedekking van de voorbouw bestaat uit zgn.” Elefant” platen, gebogen golfplaten van Engelse makelij. Deze werden meestal aangewend (K) als verloren bekisting bij de opbouw van bunkers.
  • Op de golfplaten werden zandzakken geplaatst.. Getuige daarvan (K) de afdrukken ervan in het betondak van de achterliggende bunker. Constructief was dit niet zo&apos;n goede oplossing, want het regenwater kon op deze wijze naar binnen sijpelen .
  • Doorsnede. Er werden terug zandzakken voorzien; op deze manier (K) kon een waterdichting met drainage verdoken worden aangebracht.
  • Opbouw. Na het herstel van het metselwerk, worden de Elefantplaten geplaatst. Op deze platen worden stalen latten gelast, waarop multiplex wordt bevestigd. Zo wordt perforatie van de golfplaten vermeden. Daarop komt een waterdichte laag, met daarboven drainagematten. Tenslotte worden de zandzakken geplaatst. Ingesijpeld regenwater wordt door de drainagelaag afgevoerd, waardoor opvriezen wordt vermeden.
  • Interieur. De cementering is, waar nodig, aangevuld. Rechts het afgeschermde boogveld.
  • Afgewerkte toestand. De lokale belangstelling (K)bleef niet uit.
  • Consolidatieproject restanten Eerste Wereldoorlog (Willem Hulstaert)

    1. 1. CONSOLIDATIEPROJECT RESTANTEN EERSTE WERELDOORLOG ontwerp TEAM CONSERVATIE EN RESTAURATIE projectarchitect : Willem Hulstaert Foto’s – Kris Vandevorst en Willem Hulstaert
    2. 2. VLM-luik Richtplan landinrichtingsproject “De Westhoek” Oude spoorwegbedding Nieuwpoort-Diksmuide Kom van Lampernisse Diksmuide Nieuwpoort
    3. 3. Inrichtingsplan oude spoorwegbedding Nieuwpoort-Diksmuide Herinrichting Frontzate als groene recreatie-as (2000-2002)
    4. 4. Inrichtingsplan Kom van Lampernisse Inrichting beschermd landschap
    5. 5. Bunker Groigne Oude spoorwegbedding Nieuwpoort-Diksmuide (Frontzate)
    6. 8. Trajectoverzicht frontzate
    7. 9. objectgegevens objectnummer objecten afstand in m vanaf begin sectie D Inventarisatie
    8. 10. Rode Kruisbunker Evocatie schuilplaatsen
    9. 11. Restauratieopties 2. Consolidatie (restauratie) 3. Reconstructie (evocatie) 1. Onderhoud (herstel)
    10. 12. Restauratieoptie 1 onderhoud A10 D8 E19
    11. 13. Restauratieoptie 2 consolidatie <ul><li>Bestendigen bestaande toestand </li></ul>herstellen vervangen aanvullen bijvoegen (constructie) <ul><li>Beveiligen </li></ul>exterieur : vandalisme interieur : toegankelijkheid
    12. 14. Restauratieoptie 3 reconstructie
    13. 17. A1 - Tobruk Koolhofput
    14. 19. A25 - Tobruk Ramskapelle
    15. 22. A21 - mitrailleurbunker Ramskapelle
    16. 25. C1 - observatiepost Ramskapelle
    17. 29. D4 - Rode Kruisbunker Ramskapelle
    18. 33. E19 en E20 - schuilplaatsen evocatie
    19. 37. E19
    20. 40. Bunker “Groigne” Oudekapelle

    ×