Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

20180116 studiedag faro-conventie_sessie_beleidsparticipatie

201 views

Published on

Sessie 3: Beleidsparticipatie. Hoe kan je burgers actief betrekken bij de beleidsvorming- en uitvoering? Wat zijn de randvoorwaarden en succesfactoren? Wat zijn de valkuilen? (Brigitte Myle – Departement Cultuur, Jeugd en Media, Gregory Vercauteren – FARO)
Charter 700 in Kortenberg. Burgerparticipatie met een erfgoedtwist.
Erfgoed Noorderkempen: een adviesraad op intergemeentelijk niveau.
COMEET wint de Vlaamse Cultuurprijs Lokaal Cultuurbeleid … en laat burgers en verenigingen meebeslissen over de besteding van het prijzengeld.

Published in: Government & Nonprofit
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

20180116 studiedag faro-conventie_sessie_beleidsparticipatie

  1. 1. 1 Inleiding: Resultaten uit EU-rapport ‘Participatief beheer van erfgoed’ 1. EU-context Op het vlak van cultuur (en incl. erfgoed) ziet de EU haar rol vooral in het aanmoedigen van de samenwerking tussen de lidstaten en waar nodig het ondersteunen en bijdragen aan hun activiteiten. Op deze manier wordt de diversiteit van de culturen van haar lidstaten en regio’s gewaarborgd. De Europese Agenda voor Cultuur (2007) biedt het overkoepelend beleidskader voor de initiatieven van de Europese Commissie. Deze agenda formuleert drie prioriteiten: • culturele diversiteit en interculturele dialoog • bevordering van de creativiteit ten behoeve van de groei en van de werkgelegenheid • cultuur als cruciaal aspect van de internationale betrekkingen. Op basis van de agenda werd een Werkplan voor Cultuur opgesteld met doelstellingen en acties. Momenteel loopt het Werkplan 2014 - 2018. In dit werkplan zijn er een aantal OMC werkgroepen ingeschreven over specifieke erfgoedthema’s zoals de OMC werkgroep participatief beheer van erfgoed of de OMC werkgroep over traditionele vaardigheden, training en overdracht van kennis1 . 2. OMC werkgroep ‘Participatief beheer van erfgoed’ De aanleiding van deze specifieke OMC werkgroep waren de Raadsconclusies onder Italiaans voorzitterschap over ‘Participatief beheer van erfgoed’ in 2015. De werkzaamheden van deze OMC specifieke werkgroep liepen in 2015 en 2016. In totaal kwam de groep een zestal keer samen. De deelnemers (uit 25 EU-lidstaten en Noorwegen) waren experten verbonden aan administraties (agentschappen bevoegd voor erfgoed, ministeries, …) uit alle EU landen. De meerderheid van de deelnemers hadden een achtergrond in onroerend erfgoed. De werking verliep moeizaam en er werd erg lang gezocht naar een gemeenschappelijk begrip van het concept van ‘Participatief beheer van erfgoed’. Er is weinig wetenschappelijk onderzoek naar het onderwerp voorhanden. De groep startte met het in kaart brengen van de situatie in de deelnemende lidstaten op basis van een vragenlijst. Op basis van deze resultaten was het duidelijk dat de meeste lidstaten een of andere vorm van participatie in haar regelgeving hebben ingeschreven en dat er doorgaans praktijken bestaan waarbij het middenveld, vrijwilligers en private actoren geconsulteerd worden en informatie uitgewisseld wordt. Daarom focuste ze zich op de analyse van goede praktijken om te kijken welke lessen er uit te leren zijn. De meeste voorbeelden waren ‘nationale’ voorbeelden en top-down. Het ging vooral om beheersprojecten en minder over beleidsparticipatie. Dit weerspiegelt zich in de aanbevelingen (onder de vorm van voorwaarden) maar ze bieden toch aanknopingspunten voor lokale besturen. 1 De Open Methode van Coördinatie (OMC) werkgroepen zijn werkgroepen waar experten uit de verschillende lidstaten goede praktijken kunnen uitwisselen en beleidsaanbevelingen kunnen opstellen voor zowel het nationale als het voor het Europese niveau.
  2. 2. 2
  3. 3. 3 3. Enkele essentiële vragen Vooraleer te starten met een participatief proces is het belangrijk om volgende vragen te stellen: 1. Is de organisatie en zijn de betrokken professionals bereid en klaar om in dialoog te gaan? 2. Hebben alle betrokken partijen, inclusief de erfgoedgemeenschappen, hun belangen en interesses over het onderwerp kenbaar gemaakt? 3. Vertonen alle betrokken partijen een positieve attitude t.a.v. samenwerking? 4. Is er een gemeenschappelijk begrip over de scope en het proces voor alle betrokkenen? 5. Hebben de professionelen een open attitude zodat ze de input van andere deelnemers naar waarde schatten en is het aanvaard bij de andere betrokkenen dat professionele expertise en kennis ook essentieel is? 6. Zijn alle betrokken deelnemers het eens over de hoofddoelstelling van het proces? 4. Algemene voorwaarden 4.1. Basisvoorwaarden 1. Zorg ervoor dat de informatie over de wettelijke mogelijkheden voor participatief beheer beschikbaar is voor alle mogelijke betrokken partijen of geïnteresseerden. Uit het onderzoek van de OMC werkgroep blijkt dat er in alle EU-lidstaten een wettelijk kader of wettelijke mogelijkheden zijn om aan participatief beheer van erfgoed te doen. De uitdaging is om organisaties, vrijwilligers, burgers, gemeenschappen, … te sensibiliseren voor de mogelijkheden van een participatief proces en om een positieve attitude en bereidheid bij professionals en hun organisaties te stimuleren. 2. Identificeer de betrokken partijen Het is belangrijk om alle betrokken partijen te identificeren en om op een toegewijd middenveld te kunnen rekenen. Dit zijn sleutelfactoren bij een proces van participatief beheer van erfgoed. Het zal wellicht nodig zijn om andere groepen en stemmen te betrekken dan “the usual” suspects of de meerderheid. Dergelijke groepen zijn misschien minder gekend of zichtbaar voor lokale besturen of erfgoedorganisaties die een dergelijk proces willen opstarten. Het is toch belangrijk om dit uit te zoeken en deze groepen te betrekken. Deze andere groepen, gemeenschappen of stemmen kunnen via media, politici, intermediairen … opgespoord en bereikt worden. Het kan ook noodzakelijk zijn om de verschillende types deelnemers en hun rol in het proces te verduidelijken. Sommige betrokken partijen verwachten dat ze een stem zullen hebben in het beslissingsproces terwijl dit voor andere niet het geval is. 3. Ontwikkel een gemeenschappelijke visie Het is belangrijk om voldoende tijd te voorzien om in discussie te kunnen gaan over de noden, doelstellingen en verwachtingen van alle betrokken partijen zodat er een gedeelde visie over het project en het proces is. Alle deelnemers zouden de mogelijkheid moeten krijgen om hun noden en verwachtingen in het beginstadium te kunnen uiten, ook ten aanzien van andere deelnemers (als een manier van het delen van verantwoordelijkheid). 4. Voorzie middelen
  4. 4. 4 Het is essentieel om voldoende financiële middelen (voor communicatie, raising awareness, vergaderingen, logistiek, …) en personele middelen (facilitatoren, professionele medewerkers, …) te voorzien. 5. Zorg voor een omgeving waar informatie en kennis gedeeld kunnen worden en waar deelnemers van elkaar kunnen leren. Dit kan ook gecreëerd worden door tijdens het proces gezamenlijk zaken te doen. Samenwerken en samen reflecteren zal een omgeving creëren waar de deelnemers en professionele medewerkers hun verschillende visies, waarden en percepties op erfgoed kunnen delen. Erfgoedorganisaties en hun medewerkers moeten openstaan om eigen kennis en expertise te delen en te leren van anderen. 5.2. Zorg voor ondersteuning en back-up 1. Communicatie en transparantie Een handleiding of richtlijnen over het participatief beheer van erfgoed in een organisatie of tijdens een project kan helpen om het proces voor te bereiden, bij te sturen en te evalueren. Dit document wordt best gedeeld met andere deelnemers om bewustzijn over het project, de doelstellingen en het proces te creëren. Het verduidelijken van de geldende wetgeving en de verschillende verantwoordelijkheden van de partijen is de sleutel voor een succesvol participatief proces. Het versterken van het vertrouwen tussen de verschillende partijen kan via het opzetten van communicatieplatformen die open staan voor alle betrokkenen (online of klassiek, via sociale netwerken, werkgroepen en publieke discussies). Taalbarrières mogen niet onderschat worden, zeker bij een project dat top- down wordt geïnitieerd. Het gebruikte jargon en communicatiestijl moet aangepast worden aan alle betrokken partijen die zich willen engageren in het project 2. Betrek en hou betrokken: Het kan een uitdaging zijn om alle deelnemers actief en betrokken te houden gedurende het hele proces. Een constante betrokkenheid voor het project kan gestimuleerd worden via interessante en innovatieve presentaties (boeiende presentaties, tentoonstellingen, excursies, …). De linken tussen roerend, immaterieel en onroerend erfgoed kunnen belicht worden of concepten als storytelling kunnen gebruikt worden. 3. Onthoud en onderstreep dat “common goods” ook een gedeelde verantwoordelijkheid zijn. Het is belangrijk om de betrokken partijen te informeren dat participatie in een project of proces niet alleen gaat om het recht om deel te nemen maar ook over een gedeelde verantwoordelijkheid voor de zorg en het beheer van het erfgoed. U kan uitdrukkingen zoals “ons gedeeld erfgoed”, “ons erfgoed”, “onze kerken”, “ons kasteel” gebruiken om dit emotioneel gevoel te versterken. Hou er wel rekening mee dat deze gevoelens van er bij horen voor anderen een gevoel van uitsluiting kunnen inhouden. Onthoud ook dat er conflicten rond erfgoed kunnen zijn. “Gedeelde” verantwoordelijkheid wil ook zeggen rekening
  5. 5. 5 houden met de belangen en interesses van anderen. 4. Vertrouw erfgoedinstellingen en - administraties en de rol van professionals in een dergelijk proces Het is essentieel om het vertrouwen van de burgers in het beslissingsproces (politiek of van de organisatie of project) te hebben, behouden en te versterken. Erfgoedprofessionals kunnen kennis en expertise inzetten in het dagelijks beheer van erfgoed (site, monument, landschap, museum, …), in het beleid ervan (subsidies, beleid, …) of in de restauratie en conservatie. Erfgoedinstellingen moeten ook de noden en bekommernissen van de burgers en erfgoedgemeenschappen erkennen en hun diensten hierop aanpassen. Bij een participatief proces is het erg belangrijk om de verschillende belangen, mogelijke conflicten, … goed te managen. 5. Hou rekening met agenda’s en de noodzaak van compromissen te sluiten Professionals moeten open-minded zijn en oplossings-gericht denken om zo de verschillende belangen te kunnen managen. De doelstellingen van het project behalen vereist ook competenties in het managen van een project en in de verschillende vormen van communicatie (tentoonstellingen, publicaties, seminars, workshops, conferenties, over het erfgoed, het behoud ervan, …). In dergelijke gevallen zijn vergaderingen met alle betrokkenen om de situatie te bestuderen, het zoeken naar de beste oplossing als team, … een mogelijke oplossing. 5.3. Zorg voor een duurzaam proces 1. Monitor en evalueer het proces Het is warm aanbevolen om regelmatig het proces te monitoren en om een helder rapport over de resultaten te maken (kwalitatief en kwantitatief, facts and figures). Ontwikkel onderzoeksintrumenten om gegevens en resultaten over de impact van het project te kunnen meten, verzamelen en analyseren. Dergelijke resultaten kunnen gebruikt worden om het proces bij te sturen. 2. Versterk motivatie Burgers en gemeenschappen kunnen zich meer betrokken voelen bij het erfgoed door te participeren aan het beheer ervan. Het is belangrijk dat de betrokken partijen en het middenveld bewust zijn van het belang van het erfgoed en haar uitdagingen. Het behalen van een label of award (Europees Erfgoedlabel, UNESCO Werelderfgoed, …) kan het gevoel van trots in het erfgoed versterken en zorgen voor meer erkenning ervan (ook bv. voor traditionele ambachten en tradities). 3. Zorg voor promotie over de meerwaarde van erfgoed voor gemeenschappen en samenleving Het verspreiden van de resultaten van het participatief proces is essentieel, alsook het stimuleren van verdere deelname aan het participatief proces (continue betrokkenheid). Zorg voor promotie en zichtbaarheid van de resultaten van het project of proces (via publicaties, lezingen, activiteiten, …) om zo de verschillende waarden van het erfgoed, haar uitdagingen, … beter kenbaar te maken. Goede praktijkvoorbeelden werken stimulerend.
  6. 6. 6 Hou wel rekening met de digitale uitdagingen: wie kan effectief deelnemen als het project vooral digitaal wordt uitgevoerd? Heeft iedereen toegang tot een computer en internet? Case 1: Een adviesraad voor zeven gemeenten. De intergemeentelijke onroerenderfgoedadviesraad van Erfgoed Noorderkempen 1. Erfgoed Noorderkempen? Erfgoed Noorderkempen is een samenwerkingsverband van elf gemeenten met twee deelwerkingen: de IOED en de erfgoedcel. De IOED werkt voor zeven gemeenten, de erfgoedcel voor de elf gemeenten. De zeven aangesloten gemeenten bij de IOED hebben zich ook laten erkennen tot onroerenderfgoedgemeente. Op deze manier wordt de zorg voor lokaal onroerend erfgoed een belangrijke pijler en blijvend aandachtspunt in het gemeentelijk beleid van deze zeven gemeenten. 2. Regelgeving - Om erkend te worden (en te blijven) als onroerenderfgoedgemeente moet het lokaal bestuur aan een aantal voorwaarden voldoen. Een ervan luidt dat de gemeente moet voorzien in de oprichting van een “consultatienetwerk met de diensten en organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor het onroerend erfgoed”. De gemeente moet ook een erkende adviesraad – waarin de aanwezige onroerenderfgoedactoren zijn vertegenwoordigd – betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijke onroerenderfgoedbeleid. - Een IOED wordt eveneens verondersteld om een consultatienetwerk uit te bouwen. Omdat de zeven onroerenderfgoedgemeenten samenvallen met het werkingsgebied van de IOED, is besloten om begin 2017 een intergemeentelijke onroerenderfgoedadviesraad (IOE-A) op te richten. De raad fungeert als officieel adviesorgaan voor zowel het intergemeentelijke als het gemeentelijke onroerenderfgoedbeleid. 3. Intergemeentelijke onroerenderfgoedadviesraad De intergemeentelijke onroerenderfgoedadviesraad werkt als formeel adviesorgaan voor zowel de zeven gemeentebesturen apart als voor het intergemeentelijk samenwerkingsverband/de werking van de IOED. Krachtens zijn statuten kan deze raad advies uitbrengen over alle aspecten van het gemeentelijke en intergemeentelijke erfgoedbeleid. De gemeenten en de IOED zijn ook verplicht om deze raad om advies te vragen voor volgende zaken: - bij de opmaak van de gemeentelijke beleidsprioriteiten met betrekking tot onroerend erfgoed; - bij het opstellen van het beleidsplan van de IOED Erfgoed Noorderkempen; naar aanleiding van beheerprocedures (beheersplannen, erfgoedrichtplannen ...) binnen de wetgeving Onroerend Erfgoed;
  7. 7. 7 - tijdens het openbaar onderzoek voor de vaststelling van nieuwe items op de inventarissen onroerend erfgoed; - tijdens het openbaar onderzoek voor de voorlopige en definitieve bescherming van onroerend erfgoed; - bij voorstellen van schrapping van items van de inventarissen onroerend erfgoed. 4. Samenstelling De IOE-A bestaat uit drie groepen: - vertegenwoordigers van lokale erfgoedactoren; - deskundigen: zij kunnen gezocht worden in de erfgoedsector, maar ook in sectoren die in aanraking komen met onroerend erfgoed (bouwsector, architecten, projectontwikkelaars, etc.) zodat hier ook een breder draagvlak en expertise ontstaat; - vertegenwoordigers van regionale erfgoedactoren. De vertegenwoordigers van regionale erfgoedactoren en de deskundigen hoeven niet binnen de aangesloten gemeenten te wonen. 5. Wisselwerking tussen IOE-A en IOED De IOED moet de gemeentebesturen adviseren over onroerend erfgoed. In de praktijk is de kans groot dat de IOED de 'hub' is waar alle adviesvragen toekomen of vertrekken naar de gemeentebesturen. De rol van de IOE-A bestaat er vooral in om erop toe te zien dat dit op een goede manier gebeurt voor alle gemeentebesturen. Daarnaast ondersteunt de IOED deze adviesraad door: - een jaarlijkse werkingstoelage toe te kennen; - gratis een vergaderlokaal ter beschikking te stellen, de briefwisseling en de verslagen te kopiëren en te verzenden; - het jaarverslag van de werking van de IOE-A op te maken; - Erfgoed Noorderkempen zorgt via de gemeentebesturen voor informatie- en inzagerecht voor de IOE-A om zijn taak naar behoren te kunnen vervullen; - Erfgoed Noorderkempen overlegt bij de opmaak van een nieuw beleidsplan de voorgestelde doelstellingen en acties met de IOE-A en verwerkt de goedgekeurde voorstellen van de IOE-A in haar beleid en werking.
  8. 8. 8 Case 2: Rechtstreekse beleidsparticipatie. Kortenberg 700 Almaar meer lokale besturen gaan de rechtstreekse dialoog aan met de burger bij het uitdenken van hun beleid. Deze beleidsparticipatie is doorgaans integraal – over de beleidsdomeinen heen – en verloopt vaak buiten de klassieke adviesraden. Voor lokale erfgoedorganisaties is het soms zoeken welke rol zij kunnen spelen in zo’n participatief proces. In de gemeente Kortenberg treffen we een voorbeeld aan van een volgehouden participatief beleid, met een opvallende rol voor een lokale erfgoedorganisatie: het Erfgoedhuis. Dit huis overkoepelt liefst vier heemkundige kringen en één archeologische werkgroep. 1. Een streepje geschiedenis: het Charter van Kortenberg In 1312 bezegelde Hertog Jan II van Brabant een Charter dat vele vrijheden aan de burgers garandeerde. Deze tekst introduceerde een verre voorloper van de democratie op het Europese vasteland. Het Charter werd plechtig ondertekend in de toenmalige Abdij van Kortenberg, centraal gelegen tussen Leuven en Brussel. Met het oog op de 700ste verjaardag van dit Charter in 2012 sprak het voor zich dat het Erfgoedhuis Kortenberg dit niet onopgemerkt voorbij kon laten. Maar ook het gemeentebestuur sprong mee op de kar. Beide partijen sloegen de handen in elkaar voor een ambitieus programma. Hoogtepunt waren de Charterfeesten op 27 september 2012, exact zevenhonderd jaar na de ondertekening van het Charter. Er opende toen een tijdelijke tentoonstelling, met een academische zitting, een monument werd ingehuldigd en in de straten waren er talloze feestelijke activiteiten, waaraan nagenoeg het hele lokale verenigingsleven meewerkte. 2. Een intensief inspraakproces Parallel met het herdenkingsprogramma zette het gemeentebestuur in 2012 – het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen – een uitgebreid inspraakproces op touw. Overtuigd van de relevantie van het Charter gebruikte het bestuur deze tekst als uitgangpunt. Het doel? Een geactualiseerde Chartertekst schrijven, met en voor de burgers van Kortenberg. Na een inspraakproces van zeven maanden verwerkte een stuurgroep alle input tot nieuw “Charter voor de toekomst van Kortenberg”. Dit Charter werd eind 2012 ondertekend door het nieuwe college, de voltallige gemeenteraad (zowel meerderheid als oppositie) en de burgers die bij het inspraakproces betrokken waren geweest. De tekst bevat zes grondbeginselen waarop bestuur en burgers het toekomstig gemeentelijk beleid baseren (zie kader). Zoals in 1302 is ook nu een weerstandsrecht ingeschreven. Burgers kunnen zich op dat recht beroepen als de gemeente in haar handelingen het Charter niet naleeft. Essentieel aan de Charterwerking is dat de gemeente verder is gegaan dan enkel input vragen voor het meerjarenplan. Het Charter vormde een rode draad doorheen de hele gemeentelijke werking. De gemeente gebruikt het Charter als toetssteen voor het beleid, maar wil de bevolking engageren om zelf werk te maken van een mooiere gemeente. Zo heeft de gemeente een CitizensLab geïnstalleerd. Dat is een online platform waarop inwoners ideeën kunnen posten om het leven in de gemeente aangenamer te maken. Het gemeentebestuur stuurt suggesties soms door naar de adviesraden en verbindt mensen met gelijkaardige ideeën.
  9. 9. 9 Charter voor de toekomst van Kortenberg In het Charter verklaren de burgers en bestuurders van Kortenberg zich akkoord om de gemeente en lokale gemeenschap te baseren op zes grondbeginselen: - een solidaire samenleving; - een kruispunt van alle generaties en culturen; - een open gemeenschap met plaats voor ontmoeting met de ander; - een lokale ruimte om in te leven en te beleven; - een plaats met goede verbindingen tussen het centrum en de dorpskernen. 3. Burgerparticipatie versus adviesraden? Het is een tendens binnen de lokale besturen: de rechtstreekse dialoog aangaan met de burger, niet enkel in de beleidsplanning, maar ook doorheen de legislatuur. Deze inspraakprocessen verlopen meestal buiten de formele adviesraden om. Soms is dit een bewuste keuze van het gemeentebestuur. Cultuurraden en andere adviesraden krijgen al langer het verwijt dat ze te gesloten zijn en niet representatief voor een lokale gemeenschap. Bij vele gemeentebesturen hebben ze eerder een oubollig dan een vernieuwend imago. De gemeente Kortenberg ziet wel potentieel in de adviesraden. Zo wil de gemeente de adviesraden in de toekomst actief betrekken bij het Charter. Zo heeft zij in 2016 een grootschalige bevolkingsenqûete georganiseerd. Op het vlak van vrije tijd bijvoorbeeld bleek dat de bevolking tevreden is over activiteiten die de gemeente organiseert om te feesten en te informeren, al is er ook vraag naar meer ontmoetingsruimte. Deze resultaten wil de gemeente voorleggen aan de adviesraden, met de bedoeling dat die daarover adviezen formuleren voor de nieuwe bestuursploeg. Op deze manier wil de gemeente deze inspraakorganen versterken en stimuleren om zelf met adviezen naar buiten te komen. 4. Ieder zijn verhaal Wat was de rol van het Erfgoedhuis in dit verhaal? Het Erfgoedhuis heeft de gemeente vooral geholpen bij het bekendmaken van het Charter en de achterliggende principes. Er was voordien al een goede samenwerking en verstandhouding tussen het Erfgoedhuis en de gemeente. Maar het Charter heeft de onderlinge band en het vertrouwen nog versterkt. Niet overal vind je zo’n indrukwekkend verleden als in Kortenberg. Maar elke gemeente heeft wel een eigen geschiedenis en identiteit. De Kortenbergse case illustreert hoe je als lokale erfgoedorganisatie dit verhaal naar buiten kunt brengen en verbinden met actuele thema’s. Ook dit is een manier om een lokale erfgoedwerking relevant te houden, zowel voor de lokale gemeenschap als voor je lokaal bestuur.
  10. 10. 10 Case: 3 COMEET wint de Vlaamse Cultuurprijs Lokaal Cultuurbeleid … en laat burgers en verenigingen meebeslissen over de besteding van het prijzengeld. De meest vergaande participatievorm is dat je de burger mee beslissingsmacht geeft. Een voorbeeld hiervan zijn de zogenaamde burgerbegrotingen: burgers krijgen de kans om van het begin tot het einde te beslissen over een percentage van de totale begroting. In 2017 lanceerde minister van Cultuur Sven Gatz nog een oproep aan de cultuurhuizen om een deel van hun overheidssubsidie open te stellen voor hun publiek, dat daarmee zelf theaterstukken of expo’s zou mogen aanbesteden. “Op deze manier kunnen deze cultuurhuizen een nieuw publiek aanspreken of het huidige publiek dichter bij de werking betrekken”, zo luidde de argumentatie. Veel navolging heeft deze oproep nog niet gekregen, maar het intergemeentelijk samenwerkingsverband COMEET heeft wel een werking uitgebouwd die nauw aansluit bij het idee. 1. Waar het begon: COMEET wint de Vlaams Cultuurprijs In september 2016 won COMEET de Vlaamse Cultuurprijs voor Lokaal Cultuurbeleid, goed voor 10.000 euro. Volgens de jury won COMEET deze prijs “omdat ze de regionale samenwerkingsverbanden als model voor lokaal cultuurbeleid onder de aandacht brengt. Vooral kleinere entiteiten hebben baat bij een inspirerende regionale samenwerking. Een goed samenwerkingsverband toont waar lokaal cultuurbeleid in kleinere gemeenten kan voor staan”. COMEET lanceerde meteen een oproep om het prijzengeld te laten terugvloeien naar het culturele veld. Dit kon van alles zijn: een gezamenlijk project in de Meetjeslandse gemeenten, een teamdag met alle vrijwilligers en cultuurprofessionals, de aankoop van innovatief materiaal voor in de uitleendienst,… of een ander extraatje in de algemene werking van COMEET. Aan deze oproep koppelde COMEET wel enkele voorwaarden: - De besteding moest bij voorkeur voortvloeien naar alle 14 Meetjeslandse gemeenten en resulteren in een project met regionale uitstraling. - de besteding moest idealiter te maken hebben met een (of meerdere) van de sectoren waar COMEET rond werkt: bibliotheken, erfgoed, lokaal cultuurbeleid en podia. - Het idee moest haalbaar zijn, zowel financieel als organisatorisch. COMEET moest de mogelijkheid hebben dit binnen de huidige personeelsbezetting uit te voeren. Ook voor de gemeenten en andere mogelijke partners, mocht het idee geen te hoge extra tijdsinvestering vragen. 2. Een oproep met respons De oproep leverde een lijst op van 23 voorstellen. Het ging o.m. een memorandum voor de Cultuurraden, een artistiek project met kinderen, een theatervoorstelling rond lokaal erfgoed, … Een jury, bestaande uit vier pioniers die van bij het begin bij de werking van COMEET betrokken waren, stelde elk voor zich een top vijf samen van de beste ideeën. Dit leverde een top vijftien op. Op basis van deze shortlist, vroeg COMEET aan elk jurylid om één project uit zijn/haar shortlist voor te stellen op de Cultuurhappening, het jaarlijkse
  11. 11. 11 netwerkmoment voor de Meetjeslandse cultuursector. Uiteindelijk ging het om deze vier projecten: 1) UiTPAS Meetjesland 2) Digicoach Regiobib Meetjesland 3) Regionaal kunstenparcours 4) het Meetjesland als reuzenregio. Het publiek kreeg vervolgens de beslissende stem. De 130 aanwezigen konden hun stem uitbrengen door een jeton in één van de vier glazen bokalen te steken. De jetons werden meteen geteld door de jury en Marleen Platteau (kabinet Gatz) maakte het reuzenproject als winnende idee bekend. “Dit is een project rond de herwaardering en registratie van de nog bestaande én eventueel nieuwe reuzen in de regio. Het samenbrengen van alle lokale reuzen kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat dit kwetsbaar stuk immaterieel erfgoed extra aandacht krijgt.”, aldus de jury. COMEET voegde de daad bij het woord en lanceerde in 2017 het project “Meetjesland Reuzenland”. Dit project wordt voor ongeveer 75 procent gefinancierd met het geld van de Vlaamse Cultuurprijs, COMEET heeft nog 25 procent zelf opgelegd. Maar ook de andere ideeën werden niet losgelaten: “zij kunnen opgenomen worden in de reguliere werking en eventueel op langere termijn nog uitgevoerd worden”, zo klonk het. Info over Meetjesland Reuzenland, het traject en het project: https://www.comeet.be/projecten-erfgoed/meetjesland-reuzenland/
  12. 12. 12 Discussie 1. Welke case kies je ? 2. Wat maakt deze case zo interessant? • • • • • 3. Wat zijn de succesfactoren? • • • • • • • 4. Wat zijn de valkuilen? • • • • • 5. Welke tip of welk aandachtspunt kan je – op basis van deze case – meegeven, ter aanvulling van de Europese onderzoeksrapporten?

×