Resilience zelfredzaamheid magazine nationale-veiligheid-en-crisisbeheersing-april-2012 tcm91-418527

1,158 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,158
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
7
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Resilience zelfredzaamheid magazine nationale-veiligheid-en-crisisbeheersing-april-2012 tcm91-418527

  1. 1. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing jaargang 10 | nummer 2 | april 2012 Thema: Conferentie ‘Resilient citizens in a resilient society’ Naar meer ‘resilience’ in strijd tegen terrorisme Lessen trekken na onderzoeken ‘Moerdijk’ Omgaan met onzekerheden: monitoren, paradox en praktijk
  2. 2. Inhoud Het Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing is een tweemaandelijkse uitgave van de Nationaal Coördinator Terrorisme- bestrijding en Veiligheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Het blad informeert, signaleert en biedt een platform aan bestuurders en professionals over beleidsontwikkeling, innovatie, uitvoering en evaluatie ten aanzien van nationale veiligheid en crisisbeheersing. De uitgever is het niet noodzakelijkerwijs eens met de inhoud van gepubliceerde bijdragen. De verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de inhoud van de artikelen berust bij de auteurs. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 20122 Overige onderwerpen 34 | Naar meer ‘resilience’ in de strijd tegen terrorisme 37 | Strategie tegen explosieven- misbruik 40 | Jihadistisch internet belangrijke motor achter internationale jihad 42 | Dreiging jihadistisch internet is vooral internationaal 43 | NL-Alert in 2012 44 | Rapport Onderzoeksraad Brand Chemie-Pack Moerdijk 46 | De burger centraal in crisiscommunicatie 47 | Kwaliteitscriteria voor crisiscommunicatie 48 | “In het verleden ligt het heden” 50 | Na Verkennen komt Monitoren 52 | De onzekerheidsparadox 54 | Omgaan met onzekerheid: lessen voor de praktijk 56 | Virale pandemieën tussen vrees en fobie 58 | Risico’s relativeren 60 | Op weg naar de meldkamer van de toekomst 62 | Praktijkervaringen Meldkamer Noord-Nederland 64 | Spoedeisende zorg euregio Maas-Rijn kent geen grenzen 67 | ICT-Response Board nieuwe schakel in crisisbeheersing 68 | De diepe ellende van publiek private samenwerking 69 | Nucleaire table-top oefening 2012 70 | Elfstedentocht: voorbereidingen gean oan! 72 | Netwerkkaarten en rijksheren: een update 73 | Handreiking betere beveiliging burgemeesters en wethouders 74 | Crisismanagement training op strategisch niveau Thema: CONFERENTIE ‘RESILIENT CITIZENS IN A RESILIENT SOCIETY’ 3 | Woord vooraf (Yann Jounot en Erik Akerboom) 4 |De Franse optiek (Francis Delon) 7 | Weerbare burgers in een weerbare samenleving (Ivo Opstelten) 10 | UNISDR: Bouwen aan een cultuur van preventie (Margaretha Wahlström) 12 | De Amerikaanse benadering (Richard A. Reed) 14 | Naties en gemeenschappen weerbaar maken tegen risico’s (Marcus Oxley) 16 | Risicobeheersing per land (Reto Schnarwiler) 18 | Workshop I Weerbaarheid in de praktijk 18 | Whole Community Resiliency 20 | Weerbaarheid in Londen 22 | De grote aardbeving en tsunami in Oost-Japan 24 | Workshop II Hoe bereiden we ons voor op het onverwachte? 24 | Meten, weten en ingrijpen ten behoeve van gemeenschappelijke weerbaarheid 26 | Bedrijfscontinuïteit en weerbaarheid 28 | Workshop III Hoe mobi- liseren we de samenleving? 28 | Weerbaarheid en betrokkenheid van jongeren 30 | Hoe mobiliseer je de maatschappij? 32 | Weerbaarheid opbouwen via scholen 76 | Vier vragen aan: Yann Jounot, directeur SGDSN Omslagfot0: Arenda Oomen
  3. 3. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 3 Bij de eerste conferentie in 2008 met het thema “National Safety and Security: Responding to Risks to Citizens, Communities and the Nation” bleek dat het belangrijk was de banden tussen de stakeholders van de internationale gemeenschap aan te halen. In 2010 stond bij de tweede conferentie met het thema “Climate Change and Scarcities: a challenge for Civil Protection” de noodzaak centraal van een holistische benadering van de problemen die het gevolg waren van schaarste en klimaatverandering. Sindsdien hebben we diverse grote crises meegemaakt. En steeds bleken twee boodschappen de boventoon te voeren. Ten eerste is het belangrijk dat alle partijen, zowel nationaal als internationaal, de banden aanhalen voor efficiënte samenwer- king en informatie uitwisseling. Ook wanneer alles voor de wind gaat, is die samenwerking en informatiedeling van groot belang om onze (inter)nationale veiligheidsplannen te verbeteren. Dat wordt cruciaal in tijden van crises voor het coördineren van de (inter)nationale respons daarop. Het is een echte uitdaging voor onze landen en organisaties, maar bovenal een regelrechte uitdaging voor Europa en de rest van de internationale gemeenschap. Ten tweede: crises trekken zich vanwege de interdependentie tussen onze landen, maar ook die binnen onze landen, niets aan van geografische èn bestuurlijke grenzen. Zo kon het gebeuren dat onze samenlevingen, sectoren en burgers direct en indirect geconfronteerd werden met de gevolgen van de vulkaanuitbarsting in IJsland. En hetzelfde gold voor de gevolgen van de aardbeving en tsunami in Japan, maar het geldt ook voor sectoroverschrijdende consequenties van de verslechterde internationale economische situatie. Omdat we allemaal op ons eigen niveau betrokken zijn bij het terugdringen van de kans op rampen en bij de crisisbeheersing in onze landen, hebben we dezelfde opdracht. Het is onze taak onze samenlevin- gen zodanig in staat te stellen de schokken en sectoroverschrijdende gevolgen van crises op te vangen dat de draad zo snel mogelijk weer kan worden opgepakt. Het vergroten van een dergelijke veerkracht brengt allerlei ingewikkelde werkzaamhe- den met zich mee, want er bestaat nog geen kant-en-klaar receptenboek voor het vergroten/verhogen van weerbaarheid (‘resilience’). Het vergroten/verhogen van de weerbaarheid (‘resilience’) slaagt alleen wanneer we er onze burgers, ondernemers en lokale autoriteiten bij betrekken en wel vanaf de voorbereiding tot en met de feitelijke implementatie. Doel van de internationale conferentie “Resilient citizens in a resilient society” was dan ook deze kwesties op te pakken. In dit Magazine wordt u door de bijdragen van de sprekers deelgenoot gemaakt van de wijze waarop daar over wordt gedacht en gehandeld, vanuit de optiek van NGO’s /’civil society’, het bedrijfsleven, de wetenschap en de overheid. Het is ons een groot genoegen dit themakatern in te leiden, gewijd aan de derde editie van de internationale conferentie over nationale veiligheid op 6 en 7 februari, waarbij Frankrijk en Nederland als gastheer optraden. Het thema dit keer was “Resilient citizens in a resilient society”. Een thema dat aansluit bij onze activiteiten om een bijdrage te leveren aan een weerbare en veerkrachtige samenleving en een logisch vervolg op de eerdere conferenties. Resilient citizens in a resilient society Yann Jounot, Directeur Beveiliging en Veiligheid, Secretariat Général de la Défense et de la Sécurité Nationale, Frankrijk Erik Akerboom, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, Ministerie van Veiligheid en Justitie Woord vooraf
  4. 4. De 21e eeuw wordt vaak gekenschetst als een tijdperk van onzekerheid en verandering en van toenemende complexiteit, waarin situaties hoe langer hoe minder voorspelbaar blijken. De eerste tien jaren hebben dat wel bewezen. Niet alleen is de aard van de gevaren veranderd, we leven ook in een wereld die in economisch, politiek en sociaal opzicht steeds sterker onderling verweven is geraakt. De transnationale aard van de huidige risico’s en bedreigingen draagt bij aan steeds weer andere soorten incidenten waaraan een maatschappij ten prooi kan vallen. De gevolgen van een crisis in een regio van een land kunnen overslaan naar een ander land, een heel continent of zelfs uitmonden in een mondiale crisis. Francis Delon, Secretaire Générale de la Défense et de la Sécurité in een weerbare maatschappij – de Franse optiek Weerbare burgers Resilient citizens in a resilient society Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 20124
  5. 5. Al deze factoren maken onze samenlevingen kwetsbaar- der en stellen regeringen voor nieuwe problemen. Enerzijds bestaat de belangrijkste verantwoordelijkheid van een overheid uit het bieden van veiligheid aan haar burgers. Anderzijds moeten we accepteren dat we nooit volledige veiligheid zullen kunnen bewerkstelligen en dat we evenmin elk gevaar kunnen voorspellen, zoals extreme weersomstandigheden, epidemieën, industri- ële ongevallen of de daden van kwaadwillende enkelingen. Verandering en uitdaging gaan hand in hand. Wanneer we weerbaarheid beschouwen als een allesomvattend concept waarin flexibiliteit en aanpassingsvermogen worden gecombineerd, kan weerbaarheid worden gezien als het strategische antwoord op verandering. Weerbaarheid in de Franse optiek In het Franse Witboek van defensie en nationale veiligheid dat in 2008 onder de regie van president Sarkozy uitkwam, wordt weerbaarheid omschreven als “de bereidheid en het vermogen van een land, een maatschappij en de publieke autoriteiten de gevolgen van een aanval of een grote ramp te weerstaan en het normale leven op een maatschappelijk aanvaardbare wijze zo snel mogelijk weer te hervatten. Weerbaarheid betreft niet alleen de staat en de lokale overheden, maar ook de private sector en de maatschappij als geheel”. In de Franse doctrine van defensie en nationale veiligheid wordt onderkend dat de bovengenoemde partijen niet alleen belang hebben bij maar tegelijker- tijd ook verantwoordelijk zijn voor het functioneren van onze samenleving. Het is echter de staat die de kaders schept om de capaciteiten te ontwikkelen waarmee een crisis zo goed mogelijk het hoofd geboden kan worden. Deze belangrijkste capaciteiten betreffen de manier waarop bekende gevaren beperkt kunnen worden en hoe er geanticipeerd kan worden op en voorbereidingen kunnen worden getroffen voor het “ondenkbare”. Daarvoor moeten we ons situaties “out of the box” voorstellen die vitale infrastructuren kunnen plat- leggen en die tot maatschappelijke ontwrichting en uiteindelijk tot ondermijning van de veiligheid van een heel land kunnen leiden. In de private sector wordt van ondernemers verwacht dat ze vitale diensten draaiende kunnen houden, desnoods op een lager pitje. De bevolking moet in staat worden gesteld haar eigen middelen en kennis aan te wenden om zich in noodgevallen zelf te redden: dit alles in aanvulling op het optreden van de lokale nooddiensten. Welke robuuste maatregelen heeft Frankrijk al getroffen? 1. Responscapaciteit van de regering bij grote crises Begin dit jaar heeft de premier het belang bevestigd van de interagency crisis management cell, waarin alle betrokken ministeries bijeenkomen bij een grote crisis. Dankzij de combinatie van politiek en strategisch leiderschap onder de gezamenlijke regie van de premier en de Franse president en de interdepartementale opzet van deze cel wordt gezamenlijk crisismanagement gestimuleerd. Hier zijn namelijk de middelen voorhanden om gedetail- leerde informatie van de feitelijke situatie te verzamelen, deze te analyseren en te anticiperen op het verloop ervan. Deze interdepartementale cel neemt besluiten op zijn eigen niveau en kan ook strategische besluiten voorstellen aan de premier, waarmee gewaarborgd wordt dat alle aspecten worden meegenomen bij een sectoroverschrijdende crisis. Dankzij deze nieuwe opzet van de overheid is veel vooruitgang geboekt met het versterken van de capaciteiten onder de vertegenwoordigers van de lokale overheid zodat ze zich kunnen voorbereiden op crisismanagement. De structuren van de zoge- naamde “verdedigings- en veiligheidszones” zijn versterkt. Hiermee beschikt de centrale overheid nu op het hele Franse grondgebied over efficiënte intermediairs. 2. Het vermogen van de private sector zijn infrastructuren te beschermen De terroristische aanslagen in New York in 2001 en de bomaanslagen in Madrid (2004) en Londen (2005) waren voor ons aanleiding de bescherming van de vitale Franse infrastructuren te moderniseren. Overeenkomstig de Europese richtlijn uit 2008 inzake de inventarisatie van de Europese vitale infrastructuur en de aanmerking als zodanig hebben we de vitale sectoren in kaart gebracht die essentieel zijn voor het handhaven van essentiële maatschappelijke functies Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 5
  6. 6. op het gebied van communicatie, gezondheidszorg, veiligheid en beveiliging, economie, energie en transport. Na een grondige risicoanalyse van terroristische dreigingen hebben we voor elke sector een document met richtlijnen vastgesteld met veiligheidsdoelstellingen die relevant zijn vanuit overheidsperspectief. In dat kader zijn er 230 operators aangewezen die cruciaal zijn om Frankrijk draaiende te houden. Zij inventariseren en bescher- men de belangrijkste elementen onder hun hoede, die deel uitmaken van onze vitale infrastructuren. Zij voeren hun eigen risicoanalyses uit ten behoeve van een “operator security plan”. We willen deze preven- tieve en beschermende aanpak in de nabije toekomst uitbreiden naar allerlei risico’s teneinde de samen- hang met bedrijfscontinuïteit te waarborgen. 3. Cybersecurity In 2009 hebben we voor de beveiliging van informa- tienetwerken het Agence Nationale de la Sécurité des Systèmes d’information in het leven geroepen. Dit agentschap legt zich toe op het opsporen en afslaan van cyberaanvallen die overheidsinstellingen en de private sector kunnen bedreigen en daarmee de essentiële behoeften van het land. Nu zijn we bezig met de volgende stap om de bestaande instrumenten aan te scherpen. Drie actiedomeinen - Business continuity Recente gebeurtenissen zoals de grieppandemie of de problemen met de gasleveranties lieten de proble- men zien voor een effectief management van de bedrijfscontinuïteit. Continuïteit is belangrijk voor de publieke en private sector, evenals voor de lokale overheid. Belangrijk bij deze aanpak is dat we onze huidige nationale risicoanalyses verfijnen met behulp van een te ontwikkelen programma voor all-hazards risk assessment. Hierbij worden de waarschijnlijkheid en gevolgen van een gevaarlijk incident beoordeeld, teneinde voorbereidingen en respons op sectorover- schrijdende crises te verbeteren. - Verbetering van de communicatie tussen de staat en de lokale autoriteiten bij crisismanagement en planning Het waarborgen van effectieve risicobeperking behoorde van oudsher tot de verantwoordelijkheden van de nationale overheid. Dat bleek echter moeilijk vol te houden. Grootschalige rampen kunnen de nationale middelen snel te boven gaan. Wij willen daarom zoeken naar mogelijkheden om de lokale overheden te betrekken bij de voorbereidingen op crises en hun middelen daar beter op afstemmen. De lokale autoriteiten beschikken ook over de deskun- digheid om de inzet van middelen die de staat mobiliseert bij grote crises aan te vullen. - Verbeteren van de informatievoorziening aan alle betrokkenen bij de nationale weerbaarheid Een bijzondere uitdaging is het versterken van het vermogen van eenieder zich te beschermen en bij te dragen aan collectieve en gecoördineerde maatrege- len. Er is een duidelijke en betrouwbare informatie- voorziening op maat nodig, met inbegrip van aanbevelingen voor bevolking, bedrijfsleven en de lokale overheid voor en tijdens een crisis om de burgers te helpen zichzelf te beschermen en zich beter voor te bereiden op grote incidenten. We zetten nu een callcenter op dat moet fungeren als contactpunt bij noodhulp. Ook maken we gebruik van nieuwe mediatechnieken om overal en te allen tijde de grootst mogelijke bereikbaarheid van mensen te waarborgen. Het zijn echter vooral de burgers die onze grootste bron vormen waarvan tot dusver nauwelijks gebruik is gemaakt. Het mobiliseren en motiveren van de bevolking tot weerbaarheid blijft de grootste prioriteit. Conclusie. Het is een gezamenlijke ambitie aan een weerbare samenleving te bouwen. Er zijn reeds belangrijke stappen gezet, maar er is natuurlijk nog ruimte voor verbetering. De wereld is te complex voor eenvoudige antwoorden. Er is geen eenduidige oplossing in de trant van “weerbaar worden voor dummies”. Aangezien elk land aan andere risico’s blootstaat, moet elk land zijn eigen gereedschapskist voor weerbaarheid inrichten. Desondanks moeten we ons parallel inzetten voor grensoverschrijdende paraatheid en onze opvattingen delen. Indien we onze kwetsbaarheid willen beperken en willen bijdragen aan innovatie en weerbaarheid in de toekomst, hebben we krachtige en betrouwbare netwerken nodig op lokaal, nationaal en internationaal niveau. Resilient citizens in a resilient society Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 20126
  7. 7. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 7 Ik zie hier een treffende parallel met deze conferentie. Ook u vormt een gerenommeerd internationaal gezelschap: de top van publieke en private organisaties, afkomstig uit tal van landen, gespecialiseerd in vraag- stukken op het terrein van de nationale veiligheid. En ook u komt hier om weerstand op te bouwen – al betreft het niet die van uzelf, maar die van de samenleving. Samen gaan we deze twee dagen werken aan het weer- baarder maken van onze samenlevingen tegen crises en rampen! Dat doen we dan weliswaar hier, aan de “heil- zame Nederlandse kust”. Maar we doen het samen met Frankrijk, dat als mede-gastheer van deze conferentie fungeert. We zijn hier vertegenwoordigd met een groot aantal landen, maar we staan voor een gemeenschappelijke uitdaging: onze samenlevingen te beschermen tegen dreigingen en crises. Daarbij gaat het lang niet meer alleen om “klassieke dreigingen”, zoals overstromingen en aardbevingen. Zeker, ook die zullen zich blijven voordoen, met soms zeer grote schade tot gevolg. En ook daartegen zullen we ons blijvend weerbaar moeten maken. Daarnaast zijn er echter relatief nieuwe dreigingen bijgekomen. Het feit dat onze samenlevin- gen voor het goed functioneren in toenemende mate afhankelijk zijn geworden van technische systemen, betekent ook dat we kwetsbaarder zijn geworden voor het falen van die systemen. Uitval van de elektriciteit, of een storing in vitale ICT-systemen kunnen enorme maatschappelijke gevolgen hebben. En door de toenemende internationale samenwerking en onder- linge verbondenheid, blijven dit soort dreigingen ook niet altijd beperkt tot één land. Ook andersoortige dreigingen houden zich doorgaans niet aan landsgren- in een weerbare samenleving Resilient citizens in a resilient society Ivo Opstelten, Minister van Veiligheid en Justitie Welkom allemaal in het Kurhaus, dit prachtige hotel uit 1885, dat nog steeds de grandeur uitademt van Scheveningen als mondaine badplaats van het fin du siècle. Leden van vrijwel alle Europese vorstenhuizen en tal van andere gerenommeerde internationale gasten maakten hun opwachting in dit eerste Nederlandse zeekuuroord. Ze kwamen naar de kust vanwege de weldadige invloed die zeebaden zouden hebben “tot behoud van de welstand en gezondheid”, maar ook vanwege “de heilzame gevolgen tot wegneming van vele ziekten”.
  8. 8. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 20128 zen. En dan denk ik niet alleen aan ziektes of pande- mieën. Maar ook aan dreigingen veroorzaakt door geopolitieke factoren. Die kunnen bijvoorbeeld grote impact hebben op de aanlevering van energie, grond- stoffen of voedsel. Ook kunnen ze een voedingsbodem vormen voor terroristische aanslagen. Ook daartegen moeten we ons effectief kunnen wapenen. Elementen voor een effectieve aanpak De heer Delon en ik zijn dan ook uitermate verheugd dat wij er in geslaagd zijn zo’n uitgelezen internationaal gezelschap van deskundigen op het gebied van crisisbeheersing bij elkaar te krijgen. Het centrale thema van deze derde ICNSS- conferentie is “Resilient citizens in a resilient society”. Oftewel: hoe maken we onze samenle- vingen weerbaarder tegen crises en rampen? Het is mijn vaste overtuiging dat voor een effectieve aanpak op dit punt drie elementen nodig zijn: - allereerst moet je goed weten wat je precies wilt beschermen: wat zijn de vitale belangen die in het geding zijn; - vervolgens: wat zijn concreet de dreigingen die deze belangen – en daarmee de samenleving - kunnen schaden; - en ten derde: welke maatregelen moeten we nemen om onze weerbaarheid tegen die dreigingen te vergroten. Die drie elementen vormen samen een driehoek. Voor het voorkomen, dan wel beheersen van een crisis is het noodzakelijk dat alle drie de elementen van deze driehoek in gelijke mate aandacht krijgen. En dat we op alle drie deze terreinen concreet actie ondernemen. Alleen dan is in mijn ogen een kwalitatief goede crisisbeheersing en een effectieve internationale samenwerking mogelijk. Het zou dan ook een grote stap vooruit zijn, als we er op deze conferentie in slagen om acties te benoemen op alle drie de zijden van de driehoek die gemeenschappelijk bruikbaar zijn. De afgelopen periode is – terecht - veel geïnvesteerd in het ontwikkelen van risicoanalyse instrumenten. Een goed beeld hebben van mogelijke dreigingen, is noodzakelijk. Maar ik ben een man van actie: als we weten wat ons bedreigt, zijn we er nog niet. We moeten ook concreet aan de slag, om te voorkomen dat bekende èn onbekende dreigingen kunnen leiden tot een crisis die de maatschappij kan ontwrichten. De weerbaarheid vergroten dus. Hoe doe je dat? Mijn opvatting is dat je dat als overheid niet alleen moet doen – maar in nauwe samenwerking met private partijen. Zij kunnen vanuit hun eigen verantwoordelijk- heden een cruciale bijdrage leveren aan het voorkomen van crises en het beperken van de gevolgen ervan. Een mooi voorbeeld van die samenwerking tussen het publieke en private domein is, hier in Nederland, het onlangs geopende Nationaal Cyber Security Center. Het NCSC kent een solide basis, gevormd door overheids- organisaties, waarbij de private sector, en in het bijzonder een ’kopgroep’ van vitale sectoren - waar- onder energie, transport en ICT/telecom - zich aansluit. In deze samenwerking kunnen we veel van elkaar leren om zo beter voorbereid te zijn op ICT-crises en er daadkrachtig op te reageren. Ook op andere terreinen – zoals het vergroten van de weerbaarheid tegen spionage, of tegen mogelijke terroristische acties – werken publieke en private partijen in Nederland al goed samen. Ook hier weer zo veel mogelijk volgens de gouden trits: weet welke belangen je wilt beschermen, weet welke dreigingen deze belangen kunnen schaden en weet welke maat- regelen je kunt nemen om die dreigingen te voorkomen, dan wel om snel en adequaat te kunnen reageren. Dames en heren, samenwerking moet, want samen- werking loont. Daar zijn we het, denk ik, wel over eens. Maar hoe zet je een goede samenwerking op? Hoe krijg je iedereen mee? Samenwerking kost immers tijd, geld en energie? Cruciaal is, denk ik, dat alle partijen goed inzien dat we allemaal hetzelfde, gedeelde belang dienen: voorkomen dat het dagelijks leven langdurig ontwricht raakt. Iedere partij heeft ook een eigen verantwoordelijkheid om dit te voorkomen: - de overheid wil niet dat er doden of gewonden vallen. En al evenmin dat de burgers als gevolg van een crisis hun vertrouwen in de overheid kwijtraken; - bedrijven hebben belang bij de continuïteit van hun dienstverlening. Op die manier kunnen ze aan hun contractuele verplichtingen blijven voldoen en behouden klanten en investeerders hun vertrouwen; - en burgers - die willen niets liever dan dat ze ongehinderd hun leven kunnen leiden, hun loon ontvangen, hun dagelijkse boodschappen kunnen doen en gewoon met de pinpas kunnen afrekenen. Maar ook zij kunnen zich voorbereiden op een crisis, waardoor zij niet direct hulp van professionals nodig hebben. Ieder mag dan zijn eigen motieven hebben, het belang is in alle gevallen gelijk. En ieder kan, vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid, bijdragen aan dit belang. Door dit gedeelde, grote belang èn de eigen rol daarin bij voortduring bij alle betrokken partijen onder de aandacht te brengen, neemt de bereidheid om samen te werken toe. Ik heb daar zojuist – voor de Nederlandse situatie – al een aantal voorbeelden van gegeven. Internationale samenwerking cruciaal De laatste jaren beginnen we echter steeds beter in te zien dat ook internationale samenwerking van cruciaal Resilient citizens in a resilient society
  9. 9. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 9 belang is. Niet alleen worden we in toenemende mate geconfronteerd met dreigingen met een grensover- schrijdend karakter, waarin gezamenlijk optreden onvermijdelijk is. Er zijn ook andere voordelen aan internationale samenwerking. Door samen op te trekken en bij elkaar in de keuken te kijken, kunnen we immers veel van elkaar leren: hoe hebben jullie dat probleem aangepakt? Welke maatregelen bleken echt effectief? Kunnen wij dat op een vergelijkbare manier doen? Wat is daarvoor nodig? Enzovoort. Ik denk dat conferenties als deze, waarbij u ook zelf concreet aan de slag gaat in de workshops, helpen om sneller de goede acties te nemen om maatschappelijke ontwrichting te voorkomen. U weet dat Nederland deze conferentie organiseert samen met onze gewaardeerde Franse collega’s. Met hen hebben we de afgelopen maanden dan ook veel contact gehad over het in kaart brengen van risico’s, de maatregelen die we nemen om dreigingen te voorkomen, maar ook over de daadwerkelijke crisisbeheersing. Ik moet u zeggen: dat smaakt naar méér… Maar – en het kan geen kwaad om dat nog eens te benadrukken - samenwerken is geen doel op zich. De samenwerking moet altijd gericht zijn, met een concreet doel voor ogen: het voorkomen, wegnemen of beheersen van een reële dreiging. Dat brengt ook bijna als vanzelf met zich mee dat we niet altijd alles met z’n allen moeten doen. Elke situatie brengt z’n eigen vorm – of vormen – van samenwerking met zich mee. Kies dus telkens de partners die daar het beste bij passen: samenwerking op maat. - Gaat het om een aswolk die het luchtverkeer verstoort, of een virus dat dreigt uit te groeien tot een wereldwijde pandemie, dan is het logisch dat er een brede, internationale samenwerking tot stand komt. - Gaat het om een acuut lokaal/regionaal probleem, zoals een aardbeving of een overstroming, dan heb je vaak het meeste aan samenwerking met landen en organisaties in de directe omgeving van het rampgebied. - Samenwerking op maat betekent echter ook: een beroep doen op de juiste deskundigheid en expertise. Het voorkomen of tegengaan van een cyberaanval, is een zaak voor ICT-experts. Zorg dat je goed weet welke organisaties je concreet moet inschakelen in welke situaties, zodat de juiste deskundigheid snel op de juiste plaats is. En samenwerking is niet alleen van belang bij het voor- komen van rampen en crises of de reactie erop, maar ook bij het trekken van lessen uit het gebeurde. Dat ‘lessons learned’ een belangrijk agendapunt is onder het huidige EU-voorzitterschap juich ik dan ook toe. Afsluiting Als u dit alles zo hoort, dan zult u begrijpen dat ik hooggespannen verwachtingen heb van deze conferentie. Ik hoop dat we vandaag en morgen een solide basis kunnen leggen voor een goede, gerichte samenwerking, die onze landen weerbaarder kan maken tegen maatschappelijke ontwrichting door rampen of crises. Vooruitkijkend naar de volgende conferentie, over twee jaar, spreek ik de hoop uit dat we tegen die tijd flinke stappen hebben gezet om die weerbaarheid daadwerke- lijk te vergroten. Het mooiste zou natuurlijk zijn als we dan kunnen zeggen dat die toegenomen weerbaarheid te danken is aan de gezonde lucht en het zeewater hier in Scheveningen: dat we hier veel van elkaar geleerd hebben en dat we op basis daarvan actie hebben ondernomen. Dat we goed weten welke belangen we willen beschermen, welke dreigingen deze belangen kunnen schaden en welke maatregelen we kunnen nemen om die dreigingen het hoofd te bieden – zowel via preventie, als in de responsfase. Verder hoop ik dat we een heel stuk verder zijn waar het gaat om de samenwerking tussen publieke en private partners – vooral ook door goed te kijken hoe die samenwerking verloopt in landen die op dit terrein al mooie successen hebben behaald. Tot slot spreek ik de hoop, maar ook het vaste vertrouwen uit dat over twee jaar onomstotelijk vaststaat dat de nationale én internationale netwerken op het gebied van crisis- beheersing die we momenteel aan het opbouwen zijn, ons ook in tijden van daadwerkelijke crisis van nut zijn. Zweden medegastheer ICNSS 2014 Helena Lindberg, Directeur Generaal van het Zweedse “Civil Contingency Agency” kondigde aan samen met Nederland de volgende twee- jaarlijkse conferentie te organiseren in 2014. De International Conference on National Safety and Security (ICNSS) is van praktisch nut voor de nationale en internationale netwerken crisisbe- heersing en rampenreductie. De ICNSS komt tegemoet aan de blijvende behoefte aan uit- wisseling van ‘good practices’ en het verkennen van de verschillende risico’s, dreigingen en veerkrachtcapaciteiten, alsmede de belangen en verantwoordelijkheden van burgergroeperingen, de wetenschap, de publieke sector en vooral ook de sterke betrokkenheid van het bedrijfsleven.
  10. 10. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 201210 De wereldbevolking is de afgelopen veertig jaar bijna verdubbeld tot zeven miljard. In dezelfde periode is het aantal bewoners in rivierdelta’s met overstromingsgevaar met 114% toegenomen en langs kusten waar veel cyclonen voorkomen met 195%. Vanwege de economische ontwikkeling vestigen steeds meer mensen (en kostbare middelen) zich in gevarenzones. Zich opstapelende gevaren De rijkste landen mogen dan de grootste financiële verliezen lijden, ze beschikken ook over het grootste herstelvermogen. De armste landen ter wereld lopen echter de grootste blijvende schade op aan hun ontwikke- ling. En in landen met een middeninkomen en een onstuimige economische groei, maar met een capaciteit voor risicobeheersing die daarmee geen gelijke tred houdt, stapelen de gevaren van verliezen in de toekomst zich pijlsnel op. De risico’s van rampen, klimaatverandering en ons onvermogen de absolute armoede in bijvoorbeeld immense sloppenwijken aan te pakken kunnen veel menselijk lijden, economische verliezen en ontwikke- lingsachterstanden teweegbrengen. Ook kunnen ze leiden tot maatschappelijke instabiliteit en politieke gevolgen. Onder druk wordt alles vloeibaar. Deze ontwikkelingen hebben dan ook geleid tot het “Hyogo Framework for Action 2005-2015: Building the resilience of nations and communities to disasters” dat kort na de tsunami in Azië van 2004 door 168 regeringen in Kobe, Japan, werd aangeno- men als internationale blauwdruk voor het terugdringen van de kans op rampen. Het Hyogo Framework for Action biedt een flexibel actiegericht kader voor samenwerking dat niet bindend is voor regeringen en niemand de wet voorschrijft. Het bevat o.a. een lijst met dingen die gedaan kunnen worden om gevaren terug te dringen en door verschillende sectoren van een maatschappij geïmplemen- teerd kunnen worden. 37 Europese landen - waaronder Nederland - hebben inmiddels een Focal Point voor de implementatie van het Hyogo Framework for Action vastgesteld. Hiermee wordt een cultuur van preventie bevorderd die deels wordt weerspiegeld door het feit dat inmiddels ruim 100 landen vrijwillig verslag uitbrengen van de implemen- tatie ervan. Overal ter wereld heeft het geleid tot verbeteringen op het gebied van rampenbeheersing en wetgeving omtrent klimaatverandering. Weerbare maatschappijen Nergens is de cultuur van preventie dieper geworteld dan in Nederland, waar zoals wel wordt gezegd, de dijken de fundamenten vormen van de Nederlandse democratie. Dat is een fundamenteel gegeven voor het belang van risicobeperking bij het waarborgen van economische veiligheid, welzijn en sociale rust. Er gaat, terecht, veel aandacht uit naar engineering, technologie, bodemgebruik en bouwnormen op overheidsniveau, maar het opbouwen van werkelijk weerbare samenlevingen staat of valt met het betrekken en betrokken houden van burgers bij risicobeperking op gemeenschapsniveau. Rampen kunnen wezenlijk beperkt worden wanneer mensen goed geïnformeerd zijn en er Margareta Wahlström, United Nations Special Representative International Strategy for Disaster Reduction (UNISDR) aan een cultuur van preventie De gevaren stapelen zich op en de schade na rampen neemt overal ter wereld snel toe, ook in Europa. De kans op economische verliezen neemt in de OESO-landen sneller toe dan de gemiddelde groei van hun BNP. Vorig jaar werd een nieuw record ($ 360 miljard) gevestigd wat betreft de verzekerde economische schade ten gevolge van rampen. Ieder jaar weer zetten rampen de levens van ruim 200 miljoen mensen op hun kop. Zoals men in Nederland maar al te goed beseft, zijn het overstromingen die de meeste schade veroorzaken en de meeste mensen treffen. Resilient citizens in a resilient society
  11. 11. 1 Zie: http://www.unisdr.org/files/19690_hfareportwebfinal.pdf gecoördineerde inspanningen worden geleverd om relevante kennis en informatie over gevaren, kwetsbaar- heden en capaciteiten te verzamelen, te combineren en te verspreiden. Met deze whole-of-society approach moedigt het Hyogo Framework for Action de oprichting aan van Nationale Platforms Rampenreductie voor het terugdringen van risico’s. Dit zijn organisaties met allerlei stakeholders gericht op verbetering van de nationale coördinatie van risicobeheersing en -beperking. Hun werk betreft de kennis van de onderzoeksgemeenschap, coördinatie door de overheden, de benadering van het maatschappelijk middenveld en betrokkenheid van de private sector, alsmede belangrijke lobbywerkzaamheden via de media. Nationale platforms Wereldwijd zijn er 79 Nationale Platforms, en ik wil Nederland feliciteren met het recente besluit de Stuurgroep Nationale Veiligheid ook te belasten met de functie van “National Platform for Disaster Risk Reduction” en zich daarmee aan te sluiten bij de 20 andere Europese landen met Nationale Platforms. Onder auspiciën van het Ministerie van Veiligheid en Justitie faciliteert het Nederlandse Nationale Platform de coördinatie tussen de verschillende geledingen van de maatschappij. Deze coördinatie draagt bij aan de planning en implementatie van kosteneffectieve interventies, de uitwisseling van ervaringen tussen organisaties en stakeholders en efficiënte vertaling van opgedane ervaringen in beleid en programma’s voor de toekomst. Ook samenwerking op regionaal niveau is van belang. Het European Forum for Disaster Risk Reduction (EFDRR) werd gelanceerd in 2009. Het EFDRR fungeert als forum voor de uitwisseling van informatie en kennis tussen de Europese Focal Points voor het Hyogo Framework for Action, Nationale Platforms Rampenreductie en regionale/ subregionale partners. Tijdens het laatste EFDRR, vorig jaar in Skopje, werd de toegevoegde waarde van Nationale Platforms nogmaals benadrukt door weerbaarheid vanuit een multisectorale invalshoek te benaderen. Sectoroverstijgende kwestie In de publicatie “Implementing Hyogo Framework for Action in Europe: Advances and Challenges”1 werd uiteengezet dat landen met Nationale Platforms aanzienlijk meer succes boeken wanneer ze risiciobeperking benaderen als een sectorover- schrijdende aangelegenheid dan landen zonder een dergelijk platform. Dit toont dus duidelijk aan dat Nationale Platforms van invloed zijn op het mainstreamen van de aanpak van risicobeperking. De EU heeft beleid aangenomen ter beperking van de gevolgen van rampen binnen de gemeenschap. De door de lidstaten verrichte nationale risico-inventarisaties worden verwerkt in een EU-overzicht en volledig afgestemd op de prioriteiten van het Hyogokader, waarbij de risico’s en kwetsbaarheden per gemeenschap, provincie en land worden aangegeven en het uitgangspunt vormen voor kosteneffectieve strategieën voor preventie en mitigatie. Investeringen in beperking van de kans op rampen kunnen tevens aangewend worden voor aanpassingen aan de klimaatverandering en het uitgangspunt vormen voor handhaving van duurzame economische groei en ontwikkeling. Partnerschappen tussen de publieke en private sector zijn van vitaal belang. Op dit moment is gemiddeld slechts 15% van alle investeringen in een gegeven land afkomstig uit de publieke sector. Daarom is het onmogelijk risico’s te beperken en de weerbaarheid te versterken zonder de private sector en het bedrijfsleven erbij te betrekken. Intensievere samenwerking tussen de private en publieke sector biedt krachtige impulsen voor de mondiale pogingen tot het terugdringen van risico’s, opbouwen van weerbaarheid en veiligstellen van belangrijke economi- sche belangen. Snelle verstedelijking Dit blijkt eens te meer in een snel verstedelijkende wereld. De bevordering van publiek-private partnerschappen wordt een steeds belangrijkere factor voor de gerichte betrokkenheid van UNISDR bij steden en gemeenten. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 11
  12. 12. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 201212 Vorig jaar ondertekende president Obama een nieuwe presidentiële beleidsrichtlijn ten behoeve van nationale paraatheid (PPD #8). In deze richtlijn wordt de visie van de president weergegeven op het versterken van de Verenigde Staten door systematische voorbereiding op bedreigingen voor de veiligheid van het land, zoals terrorisme, pandemieën, grote ongevallen en catastro- fes in de vorm van natuurrampen. Onze benadering van paraatheid en maatschappelijke weerbaarheid, zoals vervat in de presidentiële richtlijn, is gebaseerd op drie kernbeginselen: 1. ten eerste hanteren we de all-of-Nation approach om de inspanningen van de overheden op federaal, statelijk, lokaal, tribaal en territoriaal niveau beter te bunde- len, de samenwerking met de private en non-profit- sectoren te intensiveren en personen, families en gemeenschappen nauwer te betrekken. Bij allerlei gebeurtenissen, variërend van de H1N1-pandemie in 2009 tot en met de aardbeving op Haïti in 2011, van de respons bij de olieramp van BP Deepwater Horizon in 2010 tot en met de ongekende tornado’s, overstro- De timing van deze conferentie met het thema weerbare burgers in een weerbare maatschappij kon niet beter. 2011 brak namelijk alle records wat betreft natuurrampen in de Verenigde Staten. Veertien ervan resulteerden elk in een schade van ruim een miljard dollar. Ook andere landen waren vorig jaar het toneel van historische rampen, zoals de aardbeving, tsunami en kernramp in Japan. Verder waren er de immense overstromingen in Thailand en de grote droogte in de Hoorn van Afrika. Deze catastrofes maar ook talloze andere regionale en lokale incidenten herinneren ons eraan hoe belangrijk weerbare burgers in een weerbare maatschappij zijn. Richard A. Reed, Special Assistant to the President for National Security en Senior Director Resilience, Verenigde Staten van Amerika in een weerbare maatschappij – de Amerikaanse benadering Weerbare burgers Resilient citizens in a resilient society Steden bieden thans de belangrijkste economische perspectieven en met goed beheer vormen ze de veiligste omgeving voor mensen die op zoek zijn naar onderwijs, werk en aansluiting bij het gemeenschapsleven. In 2010 hebben we de campagne “Making Cities Resilient - My City is Getting Ready!” gelanceerd. Het doel was burgemees- ters en vertegenwoordigers van lokale overheden spilfuncties te geven bij het bevorderen en opbouwen van weerbare stadsgemeenschappen. Met deze campagne worden burgers bewust gemaakt van het belang van overheidsinvesteringen in het terugdrin- gen van risico’s en gestimuleerd ervaringen te delen en lering te trekken uit steden overal ter wereld. Tot dusver hebben zich alleen al in Europa 376 steden en gemeenten aangesloten bij de campagne. Ik hoop van harte dat ook Nederlandse burgemeesters en gemeenteraden zich zullen aansluiten bij onze campagne en de tien essentiële actiepunten ter versterking van een cultuur van veiligheid en preventie. De veiligheid van burgers behoort weliswaar in de eerste plaats tot de verantwoordelijkheid van de nationale overheden en instellingen, maar zij is net zo goed een zaak van iedereen. Ieder van ons heeft een rol bij preventie en risicobeperking, of hij nu werkzaam is bij de overheid, een maatschappelijke organisatie of in het bedrijfsleven. Het Hyogo Framework en de Nationale Platforms kunnen in wezen beschouwd worden als een hedendaagse poging dezelfde collectieve geest en hetzelfde gevoel van individuele verantwoordelijkheid te bewerkstelligen die Nederland kenmerkten bij de aanleg van dijken en poldergemalen waarmee het eeuwenoude gevaar van overstromingen maximaal kon worden teruggedrongen. (Zie ook www.unisdr.com).
  13. 13. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 13 mingen en bosbranden overal in de Verenigde Staten in 2011 hebben we kunnen vaststellen dat onze nationale respons wordt verbeterd wanneer we de expertise en middelen (capaciteiten) in onze gemeenschappen weten te benutten; 2. ten tweede trachten we de belangrijkste capaciteiten op te bouwen die we nodig hebben om elke uitdaging het hoofd te bieden. Capaciteiten, omschreven met behulp van specifieke en meetbare doelstellingen, vormen de hoeksteen van paraatheid en weerbaar- heid. In plaats van een rigide benadering die slechts op bepaalde scenario’s toepasbaar is waarbij bovendien aan specifieke aannames moet worden voldaan, is het beter te focussen op (generieke) capaciteiten die bijdragen aan integralere, flexibelere en alertere inspanningen en kunnen worden toegesneden op de unieke omstandigheden van een bedreiging, risico of feitelijk incident; 3. ten derde zijn we actief op zoek naar rigoureuzere resultaatgeoriënteerde inventarisatiesystemen waarmee we de voortgang kunnen meten en volgen. We moeten ons huidige paraatheidsniveau meten, innovaties vinden die werken en verstandig investe- ren in toekomstige initiatieven. We hebben de investeringen van de Amerikaanse federale overheid van ruim 2,2 miljard in binnenlandse veiligheid, paraatheid van de medische nooddiensten en ziekenhuizen omgezet in subsidies voor partners op staats- en lokaal niveau en daarbij de nadruk gelegd op risico’s, concurrentie en de ontwikkeling van nationale en inzetbare capaciteiten. Behalve door aanpassing van ons beleid willen we ook slimmer omgaan met rampen- en crisismanagement en wel door: - geldbesparende maatregelen te inventariseren en plannen daarop toe te snijden; - het aantal punten van voorbereidende besluit- vorming te beperken; - faalomstandigheden te beperken door vereen- voudiging; - draaiboeken voor hulpdiensten uit te werken, zodat levensreddende activiteiten zo snel mogelijk op touw gezet kunnen worden; - van meet af aan te focussen op de uitkomsten; - communicatie- en coördinatieprotocollen vast te stellen die voor iedereen begrijpelijk zijn; - al deze maatregelen aan zware praktijktests te onderwerpen. Iedere ramp is natuurlijk weer anders, maar toch zijn er dingen die we kunnen doen en iedere dag doen om allerlei catastrofes beter het hoofd te kunnen bieden. Deze basisbeginselen gelden van de kleinste gemeen- schap tot en met de grootste bureaucratische kolos en zijn haalbaar voor iedere portemonnee. Als overheden en organisaties hebben we belang bij een veilige maatschappij en die kunnen we het best verwezenlijken door gebruik te maken van de capaciteiten en middelen die inherent zijn aan onze gemeenschappen en de weerbaarheid van onze burgers.
  14. 14. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 201214 Om deze opwaartse trend het hoofd te bieden en transformationele veranderingen te bewerkstelligen, moeten we in ‘systemen’ gaan denken in plaats van in ‘projecten’. Deze aanpak wordt bijvoorbeeld gebruikt bij het verminderen van de kans op rampen: de internationale gemeenschap reageert op het toenemen- de aantal rampen door internationale afspraken over rampenpreventie te maken conform het “Hyogo Framework for Action (HFA)”. De nationale overheid ontwikkelt vervolgens beleid en wetgeving voor het verminderen van de kans op rampen, die, in theorie althans, uiteindelijk worden omgezet in lokale maatregelen op gemeenschapsniveau. Vijf jaar na de implementatie van het HFA blijkt uit gegevens van 69 landen die deelnamen aan Views from the Frontline - het grootste onderzoek ooit naar lokale vooruitgang bij het verminderen van de kans op rampen - duidelijk dat er een hardnekkige kloof blijft bestaan tussen nationaal beleid en lokale maatregelen. Bij de voorbereiding op en bestrijding van rampen wordt weliswaar vooruitgang geboekt, maar het aanpakken van de onderliggende risicofactoren blijft achter. Wat voor het verminderen van de kans op rampen geldt, geldt ook voor een waaier van andere risico’s. Het internationale systeem reageert op sociale, economische en/of milieu ‘symptomen’ van verkeerd uitgepakte ontwikkelingen door specifieke kennisgebieden of specialismen te ontwikkelen. Deze specialismen worden vertaald in een reeks afzonderlijke beleids- kaders en programmatische interventies met elk hun eigen financieringsbron. Dit leidt tot fragmentatie en dubbel werk, met geringe synergie en samenwerking, en uiteindelijk weinig impact op lokaal niveau. Nationale en internationale investeringen zijn daarmee weinig rendabel. In werkelijkheid hebben crises op economisch, sociaal en milieugebied vaak gemeen- schappelijke oorzaken en oplossingen, met name op lokaal niveau waar programmatische interventies veel overlappingen en overeenkomsten vertonen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het verminderen van rampen, klimaatverandering en armoedebestrijding. Een alternatieve aanpak is het creëren van een stimule- rende omgeving en facilitair leiderschap die het opbouwen van weerbaarheid vanaf de basis (bottom- up) ondersteunen. De gedachte hierbij is dat weerbare Naties en gemeenschappen weerbaar maken tegen risico’s Resilient citizens in a resilient society Marcus Oxley, voorzitter Global Network of Civil Society Organisations for Disaster Reduction Er ontstaan steeds vaker meervoudige risico’s door allerlei mondiale factoren: een toenemend aantal rampen, aantasting van het milieu, bevolkingsgroei/demografische veranderingen, ongeplande migratie en urbanisatie, grote economische ongelijkheid/ financiële crisis, wereldwijd tekortschieten van goed bestuur. Deze meervoudige risico’s op sociaal, economisch en milieugebied en de “synergie” ertussen bedreigen de nationale veiligheid en dragen bij aan wereldwijde instabiliteit.
  15. 15. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 15 gemeenschappen het fundament van weerbare naties vormen. De mensen die risico’s lopen spelen dan een centrale rol bij het ontwikkelingsproces. Kwetsbare mensen zijn de belangrijkste stakeholders en nemen het voortouw bij veiligheid en bescherming - externe partijen spelen een secundaire rol. Onderkend wordt dat mensen in een omgeving wonen waar allerlei risico’s bestaan en dat de route naar weerbaarheid tegen verschillende risico’s (klimaat, ramp, hiv etc.) in essentie hetzelfde is. Uitgangspunt is het inzicht van kwetsbare mensen in risico’s: het identificeren van gemeenschappelijke elementen, uitgangspunten en waarden die de kern vormen van alle maatregelen waarmee weerbaarheid tegen diverse soorten risico’s moet worden bewerkstelligd. Kwetsbare burgers beschouwen goed lokaal bestuur als de allerbelangrijkste factor voor het verminderen van risico’s. Dit blijkt niet alleen uit verhalen uit de praktijk (Chili versus Haïti), maar wordt ook ondersteund door de bevindingen van Nobelprijslaureaat Elinor Olstrom, die de centrale rol van het bestuur bij het opbouwen van houdbare sociaalecologische systemen onder de aandacht bracht. Bestuur verbindt economie, maat- schappij en het milieu en schept de voorwaarden voor de onderlinge verhoudingen. Daarnaast zijn volgens het World Development Report 2011 van de Wereldbank “instellingen voor goed bestuur” cruciaal voor het doorbreken van cycli van geweld en instabiliteit. Governance maakt deel uit van het DNA van het immuunsysteem van de maatschappij. Het Global Network for Disaster Reduction voert een matrix-analyse uit van gezamenlijke beginselen van lokaal bestuur die zijn ontleend aan interventies bij conflicten, rampen, milieuproblemen en ontwikkeling. Deze ontwikkelingen vormen de kern van een effec- tieve, holistische, toekomstgerichte aanpak waarmee weerbaarheid tegen diverse risico’s wordt bereikt. Het in de praktijk brengen van deze beginselen draagt bij aan de opbouw van een ondersteunende omgeving voor de autonome groei van weerbaarheidsactiviteiten op schaal. Het doorvoeren van politieke en beleidsmatige hervormingen vereist samenwerking tussen diverse actoren: regeringen kunnen de benodigde veranderingen alleen met hulp van burgers, maatschappelijke organisaties en de particuliere sector voor elkaar krijgen. Je kunt gemeenschappen geen weerbaarheid opleggen via een top-down richtlijn. Anderzijds heb je meer nodig dan alleen programma’s op gemeenschaps- niveau om voor brede sociaaleconomische en politieke hervormingen op macroniveau te zorgen. Het aanpakken van gevestigde belangen die de status quo bevorderen vereist gezamenlijke actie. De oplossing ligt bij statelijke en niet-statelijke actoren die maatregelen aan de vraag- en aanbodzijde ontwikkelen die elkaar versterken: de gulden middenweg tussen top-down en bottom-up. Momenteel domineren top-down maat- regelen de aanpak en toewijzing van middelen. Een interessant verschijnsel is dat rampen vaak zorgen voor druk op de ketel waardoor politieke hervormingen die onder “normale omstandigheden” wellicht niet mogelijk waren, toch doorgevoerd kunnen worden. Bij rampen komen tekortkomingen en afhankelijkheden nogal eens scherp voor het voetlicht en burgers gaan daarna vaak anders denken over wat nog aanvaardbaar is op het gebied van openbare veiligheid en risico’s. De omgang met “extreem” weer of plotselinge weers- veranderingen biedt vaak waardevolle inzichten in de omgang met geleidelijker klimaatveranderingen. Om de inzichten die een crisis kan opleveren te kunnen toepassen is het essentieel dat bij de evaluatie na een ramp onderzoek wordt gedaan naar de systeemfouten die tot de crisis hebben geleid in plaats van louter te kijken naar de verliezen en schade zoals nu vaak het geval is (Post Disaster Needs Assessments bijvoorbeeld). Samengevat staat het verminderen van de kwetsbaar- heid van maatschappijen voor meervoudige risico’s centraal bij nationale veiligheid. Het opbouwen van weerbare gemeenschappen vormt het fundament voor nationale weerbaarheid. Goed lokaal bestuur is de allerbelangrijkste factor bij het opbouwen van weerbare gemeenschappen. Om deze doelen te verwezenlijken is er een top-down/bottom-up aanpak nodig door meerdere stakeholders, met gecontroleerde communi- catie en facultatief leiderschap.
  16. 16. De verwoestingen door aardbevingen, overstromingen, voedseltekorten, economische schokgolven en epidemieën nopen tot systematische identificatie, beoordeling en mitigatie van en aanpassing aan dergelijke risico’s. Herverzekeraars en verzekeraars gaan al decennialang systematisch te werk bij risicobeheer. Wordt het geen tijd dat overheden een dergelijke aanpak gaan overnemen? Voor natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen betalen we ieder jaar weer een hoge prijs in termen van het aantal levens dat ze eisen. Daarnaast drukken ze economisch en financieel zwaar op overheden en uiteindelijk de belastingbetaler. Overheden zijn steeds minder in staat de stijgende kosten van deze rampen op te brengen. Volgens voorlopige schattingen bedragen de totale economische verliezen voor de maatschappij (zowel verzekerd als onverzekerd) als gevolg van rampen naar schatting US$ 350 miljard in 2011, ten opzichte van US$ 226 miljard in 2010 - een nieuw record. Van deze US$ 350 miljard was slechts US$ 108 miljard verzekerd. De rest Overal ter wereld neemt de kwetsbaarheid van maatschappijen toe naarmate risico’s complexer worden en hun onderlinge samenhang toeneemt. Swiss Re pleit voor een nationale aanpak om deze risico’s te beheersen. Reto Schnarwiler, Head of Americas EMEA, Global Partnerships, Swiss Re per land Risicobeheersing Resilient citizens in a resilient society van de rekening kwam op het bordje van individuele burgers, ondernemingen en de publieke sector. Door een geïntegreerde benadering bij het inschatten van grote risico’s, zoals natuurrampen, en preventief optreden door de bijbehorende kosten naar de particuliere sector over te hevelen zijn kwetsbare landen beter in staat dergelijke gebeurtenissen op te vangen. “Risicobeheer per land” door organisaties uit de publieke sector betekent dat gekeken moet worden naar het volledige spectrum van risico’s die een maatschappij zou kunnen lopen, met inbegrip van hun onderlinge samenhang. Er moet rekening worden gehouden met economische, natuurlijke, maatschappelijke en technische risico’s. Een Country Risk Officer of minister - vergelijkbaar met een Chief Risk Officer in de particu- liere sector - kan als centrale coördinator een sleutelrol spelen in de publieke sector voor de identificatie van, aanpassing aan en omgang met risico’s. Zo iemand zou de gevaren die een land bedreigen en de vermoedelijke gevolgen ervan voor de maatschappij vanuit een breed perspectief kunnen bezien. Een geïntegreerde aanpak Geïntegreerde risicobeheersing bestaat uit vier fases. Als eerste worden risico’s en mogelijke risicoscenario’s vroegtijdig bij alle categorieën geïdentificeerd en wordt bewustwording gekweekt. Dit houdt ook in dat het veranderende risicolandschap voortdurend in de gaten moet worden gehouden. Ten tweede worden de risico’s beoordeeld, met inbegrip van de kwantificering van risico’s aan de hand van de waarschijnlijkheid dat ze optreden, de ernst van de gevolgen indien ze daadwer- kelijk optreden en de samenhang met andere risico’s. De derde fase bestaat uit risicomitigatie, waaronder het verminderen of vermijden van risico’s door bijvoorbeeld bouwkundige of wettelijke vereisten. Tot slot is er de aanpassing aan risico’s, met maatregelen om economische Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 201216
  17. 17. verliezen te financieren, bijvoorbeeld mechanismen voor de overdracht van risico’s. Een sleutelrol voor particuliere oplossingen Hoewel de eerste prioriteit bij het verminderen van de risico’s moet liggen, blijven er altijd gebeurtenissen die niet of alleen tegen extreem hoge kosten te voorkomen zijn. Om op deze gebeurtenissen in te spelen moeten er rampenplannen opgesteld worden en fondsen voor het herstel worden zeker gesteld. Dit vraagt om een paradigmaverschuiving. In plaats van pas na een ramp geld voor herstelplannen te zoeken, zou dit al voor het optreden ervan geregeld moeten zijn. Dit kan via (her) verzekeraars en/of kapitaalmarktoplossingen, waarmee niet alleen meer financiële zekerheid verkregen wordt maar ook de mogelijkheid bij rampen snel aan geld te komen. Daarnaast vormen ze ook een stimulans voor risicomitigatie. De afgelopen jaren hebben particuliere verzekeraars en herverzekeraars innovatieve oplossingen helpen bedenken voor de publieke sector en non-profitorgani- saties. Ze zijn bedoeld om overheden en organisaties te helpen de schade te betalen en de gevolgen van natuurrampen zoals aardbevingen of droogte op te vangen. Deze oplossingen vormen een betaalbaar en praktisch alternatief voor traditionele methoden bij de nasleep van rampen, zoals noodhulp, en zorgen ervoor dat kwetsbare naties beter in staat zijn zich op risico’s voor te bereiden en met rampen om te gaan zodra ze zich voordoen. Aangezien natuurrampen vaak recht- streeks van invloed zijn op de regionale en nationale economieën van de getroffen landen is het belangrijk dat de fondsen zo snel mogelijk beschikbaar komen voor de zwaarst getroffenen. Voor de dekking voor aardbevingen van het Fonds voor Natuurrampen van Mexico (FONDEN) van de Mexicaanse regering wordt gebruikgemaakt van herverzekering en kapitaalmarktoplossingen en de uitkering is gebaseerd op parametrische ‘triggers’. Bij aardbevingen van een bepaalde kracht is er dankzij dit instrument onmiddel- lijk kapitaal beschikbaar voor reddingsoperaties en wederopbouw. De Caribbean Catastrophe Risk Insurance Facility (CCRIF) is een ander voorbeeld van een nieuwe vorm van een publiek-privaat stelsel voor risico-overdracht dat maatschappijen weerbaarder maakt. Deze para- metrische verzekeringsfaciliteit werd in 2007 namens de Caribische Gemeenschap onder begeleiding van de Wereldbank opgericht en verzekert overheidsrisico’s. Het is bedoeld om de financiële gevolgen van orkanen en aardbevingen te beperken door 16 Caribische overheden snel van kortlopende liquiditeitssteun te voorzien na een catastrofe. Een solide systeem Publieke autoriteiten hebben zich lange tijd gericht op het beperken van de gevolgen van rampen. Systematisch risicobeheer zal in de toekomst steeds belangrijker worden en ook door de belastingbetaler worden gevraagd. Vooruitkijken en intensieve risico-identificatie en -informatie zijn essentieel om beperkte publieke middelen zo goed mogelijk toe te wijzen. De rol van een Country Risk Officer kan het proces van systematisch risicomanagement kracht bijzetten en een publiek gezicht geven. Een Country Risk Officer zou, geholpen door een scala van mogelijkheden tot risicobeperking, een uitstekende uitgangspositie hebben om voort te bouwen op het werk dat al door de overheid gedaan is en kunnen bijdragen aan een betere samenwerking tussen de publieke sector, particuliere ondernemingen en de academische wereld. Deze rol zou ook een belangrijke bijdrage leveren aan het ontwikkelen van nieuwe partnerschappen om risico’s naar de particuliere sector over te hevelen en economi- sche verliezen te financieren. Tot slot zouden Country Risk Officers bij uitstek in de positie verkeren om wereldwijde inspanningen te coördineren als antwoord op de diverse risicoscenario’s waar de wereld nu mee wordt geconfronteerd. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 17
  18. 18. Resilient citizens in a resilient society Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 201218 Er zijn allerlei soorten gemeenschappen die met elkaar verbonden zijn, bijvoorbeeld op grond van een gemeenschappelijke locatie, interesse, geloofsovertui- ging of omstandigheden en ze kunnen zowel geogra- fisch als virtueel bepaald zijn. Denk voor het laatste bijvoorbeeld aan online fora. Via Whole Community wordt getracht de volledige capaciteit van particuliere en non-profit sectoren, ondernemingen, geloofsge- meenschappen of gehandicaptenorganisaties en het algemene publiek te mobiliseren met betrokkenheid van lokale, tribale en territoriale partners en partners van de staat en federale overheid. Deze betrokkenheid heeft voor iedere groep weer een andere betekenis. Individuen nemen andere beslissingen bij de voorberei- ding en reactie op dreigingen en gevaren dan instanties. De mate van voorbereiding zal dan ook per gemeen- schap verschillen. De uitdaging is dus te doorgronden hoe je met allerlei verschillende groepen en organisa- ties te werk kunt gaan en hoe je om moet gaan met alle uiteenlopende beleidslijnen en praktijken om burgers beter in staat te stellen allerlei soorten gevaren te voorkomen, zich ertegen te beschermen, erop te reageren, de gevolgen ervan te beperken en die weer te boven te komen. Workshop I: Weerbaarheid in de praktijk Whole Community Robert Fenton, Assistant Administrator for Response in the Office of Response and Recovery, Federal Emergency Management Agency (FEMA), Department for Homeland Security, USA Whole Community is een begrip dat burgers, managers van nooddiensten, leidinggevenden uit organisaties en gemeenschappen en overheidsdienaren allemaal begrijpen en in staat stelt de behoeften van hun gemeenschap in kaart te brengen en de beste manier vast te stellen om hun middelen, capaciteiten en belangen te organiseren en te versterken. Op deze manier wordt de weg geplaveid naar maatschappelijke veiligheid en weerbaarheid. Whole Community staat voor een filosofische benadering van crisismanagement en de wijze waarop over de uitvoering wordt gedacht.
  19. 19. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 19 Whole Community leidt tot een beter algemeen begrip van de risico’s, behoeften en capaciteiten van een gemeenschap, meer middelen door versterking van de leden ervan en daarmee tot grotere weerbaarheid. Een beter inzicht in de behoeften en capaciteiten van een gemeenschap leidt tot een efficiëntere inzet van de bestaande middelen, ongeacht de omvang van het incident of beperkende omstandigheden. In tijden van schaarste helpt het de inzet en middelen binnen de gehele gemeenschap te bundelen om budgettaire beperkingen te compenseren en dat niet alleen voor de overheid, maar ook voor particuliere en non profit organisaties. Het cultiveren en onderhouden van relaties om de hele gemeenschap te betrekken kan een uitdaging zijn, maar levert uiteindelijk veel op. Het proces is bovendien even zinvol als het resultaat. Bij het leggen van contacten kom je meer te weten over de samenstelling van een gemeenschap en ontdek je onderlinge afhankelijkheden die zwakke punten kunnen blijken. Toepassing van het Whole Community- gedachtengoed voordat er een incident plaatsvindt, blijkt waardevol bij de respons en het herstel, aangezien er partners mee worden geïdentificeerd die toegang hebben tot processen en middelen en kunnen toetre- den tot het crisismanagementteam. Whole Community levert effectievere resultaten op voor de meest uiteenlo- pende gevaren en risico’s en draagt daarmee bij aan de nationale veiligheid en weerbaarheid. Om de weerbaarheid daadwerkelijk te bevorderen moeten degenen die belast zijn met crisismanagement op een andere manier gaan denken over, plannen voor en reageren op incidenten. Alle aspecten van een gemeenschap moeten in aanmerking worden genomen om risico’s en gevaren daadwerkelijk te voorkomen, haar ertegen te beschermen, erop te reageren, de gevolgen ervan te beperken en er nadien van te herstellen. Het is van groot belang dat individuen zelf de verantwoordelijkheid nemen voor de voorbereiding en samenwerken om de benodigde capaciteit te ontwikkelen ten einde de veiligheid en weerbaarheid van hun gemeenschap te vergroten. Om op deze manier te kunnen werken aan de opbouw van weerbare gemeenschappen moeten managers van nooddiensten zich actief verdiepen in de behoeften van de hele gemeenschap en holistisch te werk gaan. Hiervoor zijn dienstbare mensen nodig die meer talen spreken dan alleen het Engels, uiteenlopende economi- sche achtergronden hebben, een handicap of andere beperkingen hebben, en afkomstig zijn uit allerlei culturen, alle leeftijdsgroepen (dus ook kinderen, jongeren en senioren) en uit bevolkingsgroepen die van oudsher ondervertegenwoordigd zijn in het civiele bestuur. Daarnaast moet de praktijk van het crisisma- nagement worden aangepast aan de lokale behoeften en moeten de instanties, voorzieningen en netwerken die goed functioneren binnen de dagelijkse praktijk van een gemeenschap worden versterkt.
  20. 20. Resilient citizens in a resilient society Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 201220 Van groot belang voor alle activiteiten op het gebied van civiele bescherming in het Verenigd Koninkrijk is de Civil Contingencies Act 2004. In deze wet worden de verantwoordelijkheden verdeeld over allerlei organisa- ties, waaronder de nooddiensten, de gezondheidszorg, lokale autoriteiten en ondernemingen belast met de infrastructuur. Sommige diensten hebben vaster omlijnde taken dan andere. Diensten van de eerste categorie, zoals de politie, vormen de kern van de civiele beschermingsactiviteiten en zijn onder meer verplicht noodplannen uit te werken, te beschikken over continuïteitsplannen, informatie te delen met andere diensten en de voorlichting aan het publiek bij noodsituaties te regelen. Tot de tweede categorie behoren onder andere de vervoerders die moeten samenwerken en informatie moeten uitwisselen met de andere diensten. In Londen zijn er ongeveer 170 afzonderlijke organisa- ties uit hoofde van bovengenoemde wet belast met taken. Samen met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, vrijwilligersorganisaties en het leger vormen deze organisaties het London Resilience Partnership. Tot dit partnerschap behoren verder 33 verschillende lokale autoriteiten en drie politiekorpsen. De lokale autoriteiten zijn politiek zelfstandig, maar in nood- gevallen opereren ze onder de regie van één Chief Executive. Dit is geregeld in de Gold Resolution die tussen alle autoriteiten is overeengekomen. Op deze manier wordt gewaarborgd dat de lokale autoriteiten in Londen gecoördineerd optreden. Op veel organisaties is daarnaast afzonderlijke wet- geving van toepassing waarin specifieke taken op het gebied van crisismanagement verdeeld worden. Zo moeten waterbedrijven voldoen aan de Security and Emergency Measures Direction waarin de taken zijn vastgelegd voor het geval de watervoorziening onder- broken wordt. De Civil Contingencies Act verschaft de structuren waarin de diensten opereren. De geografische werkterreinen van het Local Resilience Forum komen overeen met die van de politiekorpsen en in Londen zijn ze gelijk aan die van de Metropolitan Police Service. Het London Local Resilience Forum opereert onder het voorzitterschap van de loco-burge- meester van Londen en bestaat uit vertegenwoordigers van elke sector in het partnerschap. Het forum bepaalt de algemene richting van de activiteiten op het gebied van civiele bescherming en fungeert tevens als platform Weerbaarheid inLonden Hamish Cameron, Manager London Resilience Team, Greater London Authority, Verenigd Koninkrijk Londen is een centrum voor de nationale overheid en het mondiale bedrijfsleven. De economische output bedraagt circa £250 miljard per jaar, is daarmee groter dan die van Zweden of Oostenrijk, en is goed voor ongeveer 17% van het Britse BNP. Verder is het een mondiaal centrum voor toerisme, onderwijs en onderzoek. Calamiteitenplannen, weerbaarheid en effectief management van de klimaatverandering zijn dan ook van vitaal belang om dat zo te houden.
  21. 21. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 21 structuren van de Olympische Spelen. Uit de inventari- satie van de risico’s blijkt dat er geen nieuwe bedreigin- gen zijn voor Londen, maar wel dat hun gevolgen anders zullen zijn vanwege de samenstelling van het Olympisch publiek. De meeste forenzen in de stad kennen alternatieve routes wanneer het openbaar vervoer onder druk komt te staan, maar dat geldt niet voor het Olympisch publiek. Er wordt hard aan gewerkt om de gevolgen van de Olympische Spelen voor het vervoer in goede banen te leiden, maar het zal deson- danks onder druk komen te staan. Deskundigen als de London Ambassadors zullen paraat zijn om te adviseren bij noodgevallen en ook wordt gekeken naar de mogelijkheden van sociale media. De politie maakt bij demonstraties reeds gebruik van de sociale media om rechtstreeks met het publiek te communiceren en zal dat opschalen tijdens de Olympische Spelen. Ook worden er systemen onderzocht voor het uitwerken van een gemeenschappelijk operationeel beeld ten behoeve van de herziene commando- en controle- structuren. Het partnerschap gaat het bedrijfsleven betrekken bij zijn dagelijkse operaties en informatieuit- wisseling, en zal gebruikmaken van bedrijfssystemen voor de communicatie met het bedrijfsleven. London 2012 is een mooie aanleiding voor het uitwerken van maatregelen ten behoeve van de weerbaarheid waar Londen ook na deze Olympische zomer profijt van zal hebben. voor het uitwisselen van informatie op hoog niveau. De organisaties binnen het partnerschap zijn verant- woordelijk voor het beoordelen en ontwikkelen van hun eigen capaciteiten, maar ze moeten organisatie overstijgende plannen uitwerken wanneer uit de gezamenlijke inventarisaties blijkt dat daar behoefte aan is. De risico’s in Londen worden bepaald door de omge- ving, de bevolkingsdichtheid en de infrastructuur. De London Risk Advisory Group is formeel belast met de risico-inventarisaties. Deze groep komt regelmatig bijeen om de risico’s te analyseren en hanteert als uitgangspunt het National Risk Register. Het gevaar dat de Thames overstroomt is via diverse plannen zoals de Thames Barrier teruggedrongen. Er zijn 17 zijrivieren die een groter overstromingsgevaar opleveren. De stedelijke omgeving en de geologische samenstelling van de bodem leiden ertoe dat sommige van die rivieren snel kunnen overstromen na zware regenval. Het Drain London-project heeft betere inzichten opgeleverd in de risico’s van overstromingen. Ongeveer 800.000 percelen in de stad lopen gevaar bij overstromingen van oppervlaktewater. Andere risico’s zijn bijvoorbeeld griepepidemieën en hittegolven zoals blijkt uit het Community Risk Register. Bij de ongeregeldheden in Londen in 2011 kwam het partnerschap bijeen om een zeer ernstige situatie aan te pakken. Elke organisatie leerde haar eigen lessen uit de rellen. De gevolgen voor Londen waren echter minder ernstig dan de berichten in de media deden voorkomen. Het betrof ten hoogste twee à drie dagen van onrust waarbij ongeveer 2000 ondernemingen werden getroffen. De meeste van die ondernemingen waren binnen 24 uur weer open en zelfs op het dieptepunt van de ongeregeldheden reden ongeveer 85% van de bussen en bijna alle treinen normaal. Ongeveer 16.000 politiemensen uit Londen zelf en daarbuiten zijn ingezet en werden snel geïntegreerd in de Londense commando- en controlestructuren. Het partnerschap heeft de situatie achteraf geëvalueerd en daarbij vastgesteld dat de uitwisseling van informatie goed verlopen was, maar dat er nog wel punten van verbete- ring waren, met name wat betreft een gezamenlijke visie op het opereren en de informatievoorziening aan het publiek. Hoewel sommige direct betrokkenen bij de rellen gebruikmaakten van de sociale media, werden ze in de meeste gevallen op een positieve manier ingezet voor het organiseren van schoonmaakteams en ter ondersteuning van de gemeenschap. Het London Resilience Partnership is volledig betrokken bij de voorbereidingen voor de Olympische Spelen in Londen van 2012. Commando- en controlestructuren worden momenteel doorgelicht en aangepast aan de
  22. 22. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 201222 Hoewel we al veel tsunami’s hadden meegemaakt, zoals Meiji-Sanriku in 1896, Sanriku in 1933 en Valdivia (Chili) in 1960, en er ook op waren voorbereid, ging de kracht van deze aardbeving en tsunami ons voorstellingsvermogen te boven. De beving, 9 op de schaal van Richter, en de tsunami waren de grootste die zich ooit in Japan hebben voorgedaan. De prefectuur Iwate werd zowel door de aardbeving als de daaropvolgende tsunami zwaar getroffen. Op sommige plaatsen bereikten de golven een hoogte van 16 en soms wel 40 meter. Het was een ramp van ongekende omvang. Alleen al in Iwate waren er ruim 6.000 doden en vermisten en werden meer dan 24.000 huizen weggespoeld. Ook raakten door de ramp veel mensen ontheemd. Op het dieptepunt, op 13 maart 2011, waren maar liefst 54.429 mensen de rampgebieden ontvlucht. Op 7 oktober 2011 kon de eerste noodopvang in Iwate weer worden gesloten en op 7 februari 2012 vertrokken de laatste ontheemden uit hun tijdelijke onderkomen. Van de drie zwaarst getroffen prefecturen, Iwate, Miyagi en Fukushima, waren wij de eerste die dit voor elkaar hadden gekregen. Door de omvang van de ramp was het uiterst problema- tisch de rampenbestrijding op poten te zetten en Shuzo Koshino, Iwate Prefectural Government, Japan De grote in Oost-Japan van 2011 en Dankzij de vele blijken van medeleven en alle hulp die we uit de hele wereld mochten ontvangen, hebben we na de enorme aardbeving en tsunami die Oost-Japan in 2011 troffen geleidelijk de weg naar herstel kunnen inslaan. Resilient citizens in a resilient society
  23. 23. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 23 slachtoffers te helpen, zeker de eerste dagen na 11 maart. Door de aardbeving waren alle communicatiemiddelen uitgeschakeld en konden we alleen gebruikmaken van satelliettelefonie. Normaliter is het vergaren van informatie de belangrijkste taak na een ramp. Dat leverde dus heel wat hoofdbrekens op. Overal in Iwate viel de stroom uit. In ons overheids- gebouw en in enkele kantoren stonden elektrische generatoren, maar de meeste mensen hebben dergelijke systemen niet. Een aantal gebouwen van de gemeenten waren door de tsunami beschadigd of verwoest en konden dus niet meer voor publieke diensten worden gebruikt. Gemeenten moeten hun burgers meteen hulp bieden wanneer er zich een ramp voordoet, maar dat bleek problematisch. Het duurde enkele dagen voordat onze hulp enig effect begon te sorteren. Onmiddellijk na de aardbeving richtte de prefectuur van Iwate een crisiscentrum voor rampenbestrijding in en begon met de reddingsoperaties. We stuurden ook hulpgoederen zoals voedsel, water, dekens, kleding en andere benodigdheden naar de zwaar getroffen gebieden. Het centrum was gedurende anderhalve maand 24 uur per dag in touw. Ontheemden zijn gedurende vijf maanden intensief begeleid waarna het centrum op 11 augustus 2011 zijn deuren kon sluiten. De meeste slachtoffers waren senioren of woonden in de gebieden buiten de zone met een tsunami-risico. Veel inwoners kwamen om het leven omdat ze te traag reageerden. Ze gingen er ten onrechte van uit dat golfbrekers en andere voorzieningen de tsunami wel zouden tegenhouden. Aan de andere kant waren er onder leerlingen van het basis- en voortgezet onderwijs juist geen doden te betreuren. Dit is te danken aan de vele rampenoefeningen, waar kinderen bijvoorbeeld leren “Denk niet dat je veilig bent bij een ramp!” en “Doe je best!” of “Neem het voortouw bij de evacuatie tijdens een tsunami!” We zouden deze ramp niet te boven zijn gekomen zonder de hulp van organisaties als de gezamenlijke strijdkrach- ten voor zelfverdediging, het Japanse JSDF, de politie, de brandweer, medische instellingen en vrijwilligersteams. Het is van groot belang met hen contacten te onderhou- den, ook onder normale omstandigheden. Een van de maatregelen die we bij deze ramp namen was het opzetten van een commandocentrum in het prefec- tuurgebouw voor de 12.000 man sterke JSDF-macht. We konden het JSDF dus snel en precies vertellen waar wij als overheid behoefte aan hadden waardoor de coördinatie een stuk eenvoudiger verliep. Deze ramp deed ons opnieuw beseffen hoe belangrijk het is voorbereidingen te treffen en nauw samen te werken met het JSDF, dat in Japan over de grootste organisatie en meeste menskracht beschikt. Er is nu bijna een jaar verstreken sinds de ramp, en er is nog heel wat werk te verzetten voordat we er weer helemaal bovenop zijn. Er liggen nog vele uitdagingen bij het ontwikkelen van bedrijven en het verbeteren van de leefomstandigheden. Uiteraard willen we daarbij ook de vrede en veiligheid van de inwoners van Iwate waarborgen. We zijn vastbesloten de wederopbouw op basis van harmonie tussen mens en natuur te laten verlopen. In de geest van Hiraizumi, dat vorig jaar op de Werelderfgoed- lijst is geplaatst, en ons motto “Het leven beschermen, leven in harmonie met de zee en het land en van Iwate en Sanriku een veilige thuishaven maken”.
  24. 24. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 201224 Onze regio is de afgelopen jaren herhaaldelijk getroffen door catastrofale gebeurtenissen van een ongekende schaal. Zo waren er de langdurige droogte (2003-2010), de aardbevingen en tsunami’s in de Stille Oceaan (2004 en 2007), de bomaanslagen op Bali (2002 en 2005), de bosbranden van Black Saturday (2009), de overstromingen in Queensland (2010/2011), cycloon Yasi (2011), de hittegolven (2009 en 2010) en de aardbevingen in Christchurch (2011). Door deze rampen plus de lessen uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is er meer belangstelling voor weerbaarheid als een kader voor het opbouwen van de capaciteit binnen de Australische gemeenschappen om ingrijpende incidenten als rampen of economische calamiteiten beter te kunnen doorstaan. In februari 2011 heeft de Council of Australian Govern- ments haar National Strategy for Disaster Resilience gepubliceerd als leidraad voor de opbouw van weerbaar- heid onder regeringen, ngo’s, commerciële organisaties en burgers. Het instituut hanteert de volgende definitie van gemeen- schappelijke weerbaarheid bij zijn werkzaamheden op het gebied van onderwijs, onderzoek en ontwikkeling: “Weerbaarheid wordt omschreven op diverse niveaus: dat van het individu, de familie, organisatie, onderneming en dat van de gemeenschap. Geopolitieke gemeenschappen (bijv. dorpen, wijken, voorsteden, steden) zijn weerbaar wanneer hun leden met elkaar in verbinding staan en samenwerken zodat ze: - ook onder moeilijke omstandigheden kunnen blijven functioneren (de kritische systemen in stand houden); - zich kunnen aanpassen aan veranderingen in de fysieke, sociale of economische omgeving; - zich kunnen redden wanneer externe bronnen beperkt of niet langer toegankelijk zijn; - hun ervaringen kunnen aanwenden voor verbeteringen”. Voor de beste strategieën voor preventie, beperking van de gevolgen, aanpak, herstel en ontwikkeling in het geval van ontwrichtende incidenten is het belangrijk te weten wat de invloed van een aantal sleutelfactoren is. Zo moeten de gevaren worden begrepen, moet bekend zijn welke vitale maatschappelijke functies beschermd moeten worden en moeten we leren hoe we de klappen kunnen opvangen, welke buffers er zijn en responscapaciteit opbouwen. In Australië lag het accent tot dusver vooral op het herkennen van risico’s, het inventariseren van de bijkomende gevaren van incidenten en op risicomanage- ment en rampenbestrijding. Dit ging echter ten koste van strategieën om de gemeenschappen zelf te versterken. Om te kunnen vaststellen welke belangen moeten worden beschermd en wat essentieel is voor het handhaven van de veiligheid en het functioneren van een gemeenschap, moeten essentiële sociale functies worden getoetst. De belangrijkste opties van een maatschappij om haar belangen en functioneren te beschermen kunnen op diverse manieren worden geïnventariseerd. Volgens de richtlijnen van de World Association for Disaster and Emergency Medicine zijn essentiële sociale functies onder andere: volksgezondheid, gezondheidszorg, economie, communicatie, openbare veiligheid, logistiek en transport, energievoorziening, voeding, kleding en onderdak, water en sanitatie. Welke formulering we ook hanteren, onderzocht moet worden hoe deze functies en systemen het best versterkt en beschermd kunnen worden in onze gemeenschap en in elk geval hoe ze het best vervangen of hersteld kunnen worden als ze beschadigd zijn bij rampen of andere incidenten. Risicomanagement is natuurlijk de eerste stap. Daar zijn we behoorlijk goed in: gevaren identificeren, mogelijke Professor Paul Arbon, Director, Torrens Resilience Institute, Adelaide, Australië ten behoeve van gemeenschappelijke weerbaarheid Meten, weten en ingrijpen De regering van Zuid-Australië heeft het Torrens Resilience Institute opgericht om gemeenschappen te helpen adequater te reageren op incidentendiedecapaciteitenenplannenophetgebiedvanrampen- management te boven gaan. Het betreft een samenwerkings- verband tussen de universiteit van Adelaide, Cranfield University, Flinders University en de University of South Australia. Resilient citizens in a resilient society Workshop II: Hoe bereiden we ons voor op het onverwachte?
  25. 25. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 25 gebeurtenissen in kaart brengen evenals de gevolgen daarvan en het treffen van maatregelen voor herstel en bescherming. Het creëren van absorptievermogen is de eerste stap voor een weerbaardere maatschappij. In hoeverre een calamiteit tot schade leidt wordt bepaald door de hoeveelheid energie die daarbij is vrijgekomen en het vermogen van de getroffen gemeenschap (omgeving, levende wezens, structuren en infrastructuren) die energie te absorberen. We kunnen dit incasseringsvermogen bijvoorbeeld verbeteren door dijken aan te leggen of de bouwwetgeving aan te scherpen in gebieden die kwetsbaar zijn voor overstromingen of aardbevingen. Dit is het vermogen de gevolgen van een calamiteit op te vangen zodat er minder schade aan essentiële functies ontstaat dan anders het geval zou zijn geweest. Maar hoe hard we ook ons best doen, bepaalde calamitei- ten zullen onze maatregelen te boven gaan en toch de functies aantasten waarmee we het welzijn van onze gemeenschap veilig willen stellen. Daarom moeten we ook aan onze buffercapaciteit werken: het vermogen beschadigde systemen te vervangen of te herstellen. Dit stelt ons in staat veranderingen in het functioneren op te vangen, bijvoorbeeld met maatregelen ten behoeve van reservesystemen. Voorbeelden zijn extra systemen voor de energievoorziening (vaak systemen ter plaatse, bij voorbeeld in ziekenhuizen) en back-up systemen voor communicatie. Voor gevallen met heel veel schade die de lokale respons- capaciteit ver te boven gaat, dient de weerbaarheid te worden bevorderd door deze responscapaciteit te verbeteren. Dit is mogelijk door de capaciteit ter plaatse te verbeteren, maar meestal richt men zich op het ontwikke- len van plannen en overeenkomsten om te waarborgen dat externe hulp beschikbaar is voor redding en noodhulp en de snel inzetbare capaciteit te mobiliseren die in de eerste fase nodig is. Bij het Torrens Resilience Institute zijn we momenteel bezig met het ontwikkelen van een instrument om de weerbaarheid van gemeenschappen te meten op basis waarvan beleidsmakers prioriteiten kunnen stellen, middelen kunnen toewijzen en programma’s voor risicomanagement op maat voor gemeenschappen kunnen ontwikkelen. In het kader van dit project zijn de bestaande weerbaarheidsmodellen doorgelicht en zijn er maatregelen en indicatoren uitgewerkt voor een meetinstrument compleet met richtlijnen en algemeen bruikbare voorbeelden. Deze community resilience toolkit wordt gepresenteerd aan de hand van een balanced scorecard approach om te waarborgen dat de uitkomsten eenvoudig kunnen worden geïnterpreteerd, waardoor ze sneller zullen worden opgepikt door de gemeenschappen en zo daadwerkelijk tot actie zullen leiden. De toolkit zal waarschijnlijk onderdelen bevatten voor het toetsen van: 1. verbondenheid: betrokkenheid, toegang, betrekkingen met de overheid, communicatie; 2. procedures: rampen- en herstelplannen, paraatheid, voorlichting aan gemeenschappen; 3. middelen: ngo’s, ondernemingen, verzekeringen, financiën, vrijwilligers, reservesystemen; 4. risico’s en kwetsbaarheid: bekende risico’s, bedrijvig- heid/werkgelegenheid, duurzaamheid, kwetsbare groepen. We verwachten dat we gemeenschappen via dit proces kunnen voorzien van een toetsingsmiddel en een proces om hun weerbaarheid te onderzoeken en maatregelen te treffen om de kwetsbaarheden die daarbij aan het licht komen aan te pakken. Alle vragen of opmerkingen over de concepten en projecten van het instituut zijn welkom op onze website: www.torrensresilience.org
  26. 26. Resilient citizens in a resilient society Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 201226 Of het nu gaat om een afzonderlijk bedrijfsincident of een nationale natuurramp, er is een aantal programma’s waarvan we allemaal vinden dat ze er moeten zijn. Het gaat dan met name om: 1. het vermogen te anticiperen op een verstoring en deze te vermijden of te voorkomen; 2. het vermogen adequaat te reageren op een verstoring en deze te beheersen zodat de gevolgen ervan binnen de perken blijven; 3. het vermogen na een verstoring een nieuwe “normale” toestand te bereiken. Bedrijfscontinuïteitsmanagement gaat veel verder dan het opstellen van plannen om de bedrijfsactiviteiten te hervatten; ook de fases van anticiperen en reageren maken er deel van uit. Hoewel de definitie wijdverbreid is, komt de praktische uitvoering ervan vreemd genoeg vaak minder goed uit de verf. “Een holistisch managementproces waarin potentiële bedreigingen voor een organisatie en de gevolgen daarvan indien ze werkelijkheid worden, worden geïdentificeerd. Het biedt een kader voor het bewerk- stelligen van organisatorische weerbaarheid waarbij de middelen voorhanden zijn om effectief te kunnen reageren en zo de belangen van de belangrijkste stakeholders, de reputatie, het merk en de waardecreë- rende activiteiten te waarborgen.” De Internationale Organisatie voor Standaardisatie (ISO) heeft bovenstaande door het Business Continuity Institute geëxploreerde Engelse definitie inmiddels overgenomen en gebruikt in haar nieuwe ISO-norm 22301. Het feit dat nationale en internationale instanties momenteel normen voor bedrijfscontinuïteit ontwik- kelen is in niet geringe mate te danken aan de invloed van het Business Continuity Institute (BCI). Het BCI is een in 1994 opgerichte non-profitorganisatie in handen van de leden, waarbij zich inmiddels ruim 7000 gekwalificeerde en gecertificeerde BCM-professionals in meer dan 110 landen hebben aangesloten. Professionals kunnen lid worden via een formeel opleidings- en Bedrijfscontinuïteit en weerbaarheid Lyndon Bird, Technical Development Director, Business Continuity Institute, Verenigd Koninkrijk Bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM) wordt vaak gescheiden behandeld van de andere disciplines van veiligheids- en risico- management en daardoor soms over het hoofd gezien bij het inventariseren van grootschalige rampen en de maatregelen om ze te voor- komen, de gevolgen ervan te beperken en te bestrijden. Dat is in mijn ogen een gemiste kans aangezien de overeenkomsten tussen de verschillende gebieden veel groter zijn dan de verschillen. De terminologie is misschien anders, maar de basisprincipes zijn gelijk.
  27. 27. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 27 toetsingsproces, waarbij men moet aantonen over ervaring te beschikken, de beroepsethiek te respecteren en zich voortdurend op zijn vakgebied te ontwikkelen. BCI is niet alleen een ledenorganisatie, maar fungeert tevens als denktank en werkt samen met het UK Cabinet Office, lokale autoriteiten, UNESCO, liefdadigheidsorga- nisaties, CNI-ondernemingen, regelgevende instanties en gespecialiseerde consultants via het BCI Partnerschapsprogramma. Dit programma steunt belangrijke BCM-evenementen, zoals het jaarlijks in Londen georganiseerde BCM World en andere BCI- programma’s in China, Australië, Duitsland, de Noordse Regio, India, Singapore en de Verenigde Staten. Ook wordt ieder jaar in maart de wereldwijde en vrij toegankelijke Business Continuity Awareness Week georganiseerd en in juni het European BCM Executive Forum (in Brussel). Daarnaast wordt er een jaarlijkse BCM-lezing georganiseerd, die dit jaar in Sydney zal plaatsvinden. Deel van de opdracht van BCI Partnership is meer onderzoek te doen naar de elementen van weerbaar- heid, iets waarvoor in de hele wereld belangstelling bestaat. Aangezien BCI-leden in alle geledingen van het bedrijfsleven en de particuliere sector werkzaam zijn, is er veel input voor dit onderzoek. Hoewel de meeste leden uit de particuliere sector werkzaam zijn in de financiële dienstverlening, werkt ook een groot aantal van hen bij de overheid of semi-overheid. Dit geldt met name in het Verenigd Koninkrijk, waar BCM- verantwoordelijkheden uit hoofde van de Civil Contingencies Act bij de lokale autoriteiten zijn neergelegd. Ik denk dat iedereen het er inmiddels wel over eens is dat een entiteit (ook al is ze nog zo groot en zelfred- zaam) pas volledige organisatorische weerbaarheid kan bewerkstelligen als ook de maatschappij of de gemeen- schap voldoende weerbaar is. Aan de andere kant is het zo dat alleen individuele ondernemingen (groot, middelgroot of klein) en publieke lichamen die hun eigen interne weerbaarheid op orde hebben, deel kunnen uitmaken van de essentiële coherentie binnen de maatschappij die nodig is voor adequate weerbaar- heid. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer individuele organisaties geen verantwoordelijkheid nemen voor hun bedrijfscontinuïteit het onmogelijk is in een crisissituatie de zaken te regelen die een maatschappij weerbaar maken, zoals een gemeenschappelijk doel en de mate waarin voedsel, energie, vervoer en veiligheid minimaal beschikbaar moeten zijn. Weerbaarheid is momenteel een abstracte term die aan inflatie onderhevig is omdat er geen vastomlijnde definitie van bestaat. Ik vergelijk het vaak met ’geluk’ in de zin dat iedereen gelukkig wil zijn, maar niet per se op exact dezelfde wijze. Het begrip wordt binnen veel vakgebieden gebruikt, zoals psychologie, sociologie, economie, ecologie en techniek, maar betekent telkens net iets anders. In een algemene menselijke context betekent weerbaarheid eigenlijk niets meer dan “het vermogen te herstellen van of zich gemakkelijk aan te passen aan ongeluk of verandering”. Deze definities ondersteunen weliswaar het denkproces, maar bij BCM betekent weerbaarheid in mijn optiek het vermogen van een organisatie onverwachte gebeurte- nissen op te vangen en te blijven werken aan de verwezenlijking van haar doelen en verplichtingen. De BCM-gemeenschap realiseert zich terdege dat ze deel moet gaan uitmaken van weerbaarheidsprogramma’s in de maatschappij of gemeenschap, maar beschikt vaak niet over de juiste contacten om een grotere bijdrage te leveren. Men concentreert zich dus meestal op de factoren die individuele organisaties ondersteunen. Hoewel traditionele risicoanalyse uitstekend voldoet bij “known known” situaties, werkt deze benadering toch minder goed bij gebeurtenissen die weinig waarschijn- lijk zijn maar wel een grote impact hebben, en nog minder bij zogeheten “black swans”. De BCM- benadering, waarbij naar de gevolgen van een versto- ring wordt gekeken in plaats van naar de mogelijke oorzaken, blijkt vaak succesvoller omdat niet meer bewezen hoeft te worden dat een onwaarschijnlijke gebeurtenis toch waarschijnlijk is of anderen daarvan te overtuigen. Een goed voorbeeld is vulkaanas: het is niet nodig iets over vulkanische activiteiten te weten om te beseffen dat het stilleggen van het vliegverkeer ook jouw organisatie zal treffen. Bedrijfscontinuïteit is wellicht niet zo strikt geregeld als een gedetailleerde risicoanalyse, maar de belangrijkste bevindingen worden meteen duidelijk zodat het management snel praktische maatregelen kan nemen.
  28. 28. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 201228 Weerbaarheid Wat verstaan we precies onder weerbaarheid? Hoewel de term weerbaarheid de laatste jaren vaak gebruikt wordt, blijft het een nogal vaag begrip. In de International Strategy for Disaster Reduction van de Verenigde Naties wordt weerbaarheid als volgt omschreven: “het vermogen van een systeem, gemeenschap of maat- schappij om - blootgesteld aan een ramp - de gevolgen ervan te weerstaan, te absorberen, zich eraan aan te passen en te boven te komen en dat alles tijdig en efficiënt, waarbij bovendien de vitale basisstructuren en -functies worden behouden en hersteld”. Weerbaarheid is dus het herstelvermogen na een shock. Vermindering van het risico op rampen Bevorderen van de weerbaarheid en het opbouwen van veiliger gemeenschappen behoren tot de doelstellingen van de Nationale Rode Kruis- en de Halvemaanvereni- gingen (RCRC) en van de IFRC (de Internationale Federatie van de Rode Kruis- en Halvemaanvereni- gingen). Bewustwording van en voorbereid zijn op rampen zijn nauw verbonden met het concept van weerbaarheid. Een gemeenschap die zich bewust is van de gevaren kan zich voorbereiden op een potentiële ramp en de daarmee gepaard gaande ontberingen beter het hoofd bieden. Het Framework for community safety and resilience dat het IFRC aannam in 2008 heeft betrekking op de bijdragen die het Rode Kruis en de Rode Halve Maan kunnen leveren aan het bevorderen van de veiligheid en weerbaarheid van een gemeenschap, waarbij het accent ligt op de kans op rampen en de beperking ervan. Internationale voorbeelden van projecten ter beperking van de kans op rampen en bevordering van de weerbaar- heid zijn de verbeterde systemen voor voorspelling en vroegtijdige waarschuwing, herbebossing, de bouw van schuilplaatsen en de aanleg van dijken. Voordat projecten gepland worden vindt er een Vulnerability and Capacity Assessment (VCA) plaats om een beeld te krijgen van de gevaren waarmee een gemeenschap geconfron- teerd wordt en van de sociale en omgevingsfactoren die bepalend zijn voor de kwetsbaarheid, en de capaciteiten die de leden van die gemeenschap kunnen mobiliseren en versterken om deze gevaren het hoofd te bieden. Een belangrijke factor voor deze benadering is het grote vrijwilligersnetwerk waarop de RCRC kan terugvallen. De RCRC werkt met gemeenschappen en onze vrijwil- ligers maken tegelijkertijd deel uit van die gemeen- schappen. Focus op Nederland Ook in een land als Nederland kan op elk moment een ramp toeslaan. In Nederland ligt het accent vooral op zelfredzaamheid tijdens rampen. De uitdaging hier is het publiek en de lokale gemeenschappen bewust te maken van de gezamenlijke behoeften en capaciteiten. Het blijkt steeds moeilijker mensen bewust te maken en hen te motiveren zich voor te bereiden op rampen. Informatieverstrekking is een taak van de overheid en het Nederlandse Rode Kruis (NLRC) richt zich op het bevorderen van de weerbaarheid onder de kwetsbaar- sten. Onze projecten zijn vooral gericht op individuen en bestaan uit activiteiten zoals het opbouwen van een netwerk, eerste hulp cursussen, telefooncirkels, buddyprojecten en huisbezoeken. Belangrijk bij Johanneke Tummers, bestuurslid van het Nederlandse Rode Kruis Weerbaarheid en betrokkenheid van jongeren Rampen lijken wereldwijd qua frequentie en intensiteit toe te nemen vanwege factoren als verstedelijking, bevolkingsgroei, aantasting van het milieu en de klimaatverandering. Ieder jaar weer eisen orkanen, overstromingen, aardbevingen en tsunami’s vele slachtoffers en vernietigen ze nog meer bronnen van levens- onderhoud. Maar rampen kunnen zich ook altijd op kleinere schaal voltrekken. Denk aan langdurige stroomuitval, een terroristische aanslag, een hittegolf, een pandemie of watertekorten. Hoe kun je mensen voorbereiden op het onverwachte? Hoe kun je ze bewust maken van de risico’s en ervoor zorgen dat ze zo nodig actie ondernemen? Resilient citizens in a resilient society Workshop III: Hoe mobiliseren we de samenleving?
  29. 29. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 2012 29 weerbaarheidsprojecten is dat ze praktisch toepasbaar moeten zijn. De focus moet liggen op de kwetsbaarsten en mensen in nood en het bieden van tijdelijke hulp om personen en groepen sterker en weerbaarder te maken. Doel van het NLRC is de zelfstandigheid van gemeen- schappen zodanig te bevorderen dat de leden ervan zich kunnen redden. Aansluiting op de volgende generatie Het bevorderen van het bewustzijn van het grote publiek mag dan gecompliceerd zijn, de jeugd is nog veel moeilijker te bereiken. Aangezien ze in hun land met relatief weinig rampen worden geconfronteerd, voelen jongeren zich niet bedreigd en zijn dan ook zelden geïnteresseerd in de voorbereiding daarop. De meeste jongeren zijn zich niet bewust van de mogelijke gevaren en zoeken dan ook niet actief naar informatie. Hier ligt een uitdaging voor alle organisaties die betrokken zijn bij de voorbereiding op rampen. Je moet behoorlijk innovatief zijn om de jeugd te bereiken. Belangrijk is dat er meer en effectiever gebruik wordt gemaakt van technologie. Het publiek en vooral de hyper-connected jongere kan zich vaak veel sneller een volledig en betrouwbaar beeld vormen van een situatie dan hulporganisaties (bijvoorbeeld met behulp van social media, sms etc.). De vraag is dus hoe hulporgani- saties of de overheid gebruik kunnen maken van deze bronnen om sneller te reageren. Een tweede vereiste om jongeren te betrekken is dat de informatie en boodschap dichtbij hun eigen realiteit liggen. Stel vragen als “Weet jij wat je moet doen als je vriend of vriendin plotseling flauwvalt?” of “Hoe zou jij je voorbereiden op twee dagen zonder stroom?”. Een belangrijke manier om de bewustwording onder jongeren te stimuleren en ze meteen te betrekken blijven de eerste hulp cursussen. Idealiter worden deze cursussen ingebed in de onderwijsprogramma’s, waardoor het helpen van anderen en je voorbereiden een vanzelfsprekend onderdeel van het leven worden. Conclusie Grotere weerbaarheid van individuen en gemeenschap- pen is buitengewoon belangrijk en nodig om de gevolgen van toekomstige rampen te beperken. Om de nationale veiligheid te bevorderen moeten zowel de overheid als de ngo’s nieuwe wegen vinden om jongeren te bereiken en te betrekken bij bewustwor- dings- en voorbereidingscampagnes. Weerbare gemeenschappen vertonen de volgende kenmerken: • ze begrijpen de rampen waarmee ze mogelijk geconfronteerd worden, ze kunnen deze risico’s inschatten en volgen en zichzelf zodanig bescher- men dat verliezen en schade bij een ramp tot een minimum beperkt worden; • ze kunnen veel zelf doen en de elementaire functies en structuren van hun gemeenschap ondanks de gevolgen van een ramp handhaven; • ze zijn in staat tot wederopbouw na een ramp en kunnen daarbij waarborgen dat hun kwetsbaarheid in toekomst zoveel mogelijk beperkt wordt; • ze begrijpen dat het bewerkstelligen van veiligheid en weerbaarheid een voortdurend proces voor de lange termijn is dat doorlopend betrokkenheid vergt; • ze beseffen dat veilig en weerbaar zijn betekent dat er meer kans is op het bereiken van ontwikkelings- doelstellingen die op hun beurt weer veel bijdragen aan veiligheid en weerbaarheid.
  30. 30. Arie van Bellen, directeur ECP, Platform voor de Informatiesamenleving1 de maatschappij Hoe mobiliseer je Resilient citizens in a resilient society Deze problemen zijn lastig aan te pakken. Ten eerste ontbreekt het ons aan een adequate inventarisatie van de werkelijke of potentiële schade, dus er zijn blinde vlekken. Ten tweede wordt er geen echt politiek debat over het systeem gevoerd, maar laaien er wel allerlei discussies op bij incidenten. En ten derde ligt de verantwoordelijkheid voor het verhelpen van deze problemen in veel verschillende handen. Die proble- men moeten echter wel worden aangepakt om het vertrouwen van het publiek in de digitale wereld te herstellen en mensen te beschermen. Maar omdat we ze nu eenmaal niet tegen alles kunnen beschermen, is empowerment van consumenten van internetdiensten en IT-gebruikers van groot belang: we moeten hen leren zichzelf te beschermen. De uiteenlopende verantwoordelijkheden en blinde vlekken nopen overheid, overheidsorganen, weten- schappers en producenten van IT en de zakelijke afnemers ervan met elkaar samen te werken en informatie uit te wisselen. Op strategisch niveau gebeurt dit in de Cyber Security Raad. In praktisch Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing april 201230 1 ECP is een onafhankelijke platformorganisatie zonder winstoogmerk bestaande uit topmensen uit overheid, bedrijfsleven (zowel leveranciers als gebruikers van IT), maatschappelijke organisaties en de wetenschap. De missie van ECP is bij te dragen aan een veilig, open en innovatief digitaal Nederland. ECP richt zich daarbij met name op e-Safety, e-Skills en e-Connection. De activiteiten van ECP zijn gericht op de agendering van deze thema’s, op het met elkaar in contact brengen van organisaties, projecten en mensen en op de implementatie (facilitatie van programma’s). 2 Dit is een samenwerkingsverband van overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Een krachtig netwerk van nationale stakeholders staat het centrum bij met kennis, ervaring en contacten. IBM, UPC, NVB, KPN, SIDN, Ziggo en ministerie van Economische Zaken ondersteunen het programma. ?De lawine aan IT-veiligheidsincidenten van de afgelopen jaren toont aan dat de cybersecurity steeds vaker bedreigd wordt. Er zijn gevallen geweest van digitale spionage, cybercriminaliteit in de vorm van digitale identiteitsfraude, maar ook de publicatie van vertrouwelijke documenten en persoonlijke informatie en uitval van energiecentrales en fabrieken door malware etc. Ook de potentiële impact van incidenten wordt groter vanwege de toenemende interconnectiviteit van IT-systemen en -infrastructuur en het feit dat we sociaal en economisch steeds afhankelijker worden van IT.

×