Het west europese weer

1,376 views

Published on


Deze presentatie is gebaseerd op volgend handboek:
Van Berendoncks, A., Van Broeck, C., Van Mol, R., Paternoster, E., Vanhamel, C. en Zwartjes, L., Geogenie ASO-wetenschappen, Uitgeverij De Boeck NV, Antwerpen, 2004, 232 pagina's.
De presentatie is bedoelt voor leerlingen van het 6e middelbaar ASO.

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,376
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
7
Actions
Shares
0
Downloads
16
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Het west europese weer

  1. 1. Het West-Europese weer 1
  2. 2. Overzicht1. Weerberichten, satellietfoto’s en weerkaarten 1.1. Het belang van de kennis van het weer 1.2. De hedendaagse meteorologie 1.3. Satellietfoto’s en weerkaarten2. Fronten als gevolg van botsingen tussen luchtsoorten 2.1. Verschillende luchtsoorten 2.2. Frontale depressies veroorzaken slecht weer3. Kenmerken van het West-Europese weer bij hoge en lage druk 3.1. Doortrekkende depressie of lagedrukgebied 3.2. Hogedrukgebied 2
  3. 3. Overzicht1. Weerberichten, satellietfoto’s en weerkaarten 1.1. Het belang van de kennis van het weer 1.2. De hedendaagse meteorologie 1.3. Satellietfoto’s en weerkaarten2. Fronten als gevolg van botsingen tussen luchtsoorten 2.1. Verschillende luchtsoorten 2.2. Frontale depressies veroorzaken slecht weer3. Kenmerken van het West-Europese weer bij hoge en lage druk 3.1. Doortrekkende depressie of lagedrukgebied 3.2. Hogedrukgebied 3
  4. 4. 1.1. Het belang van de kennis van het weer• Kennis over het weer = onontbeerlijk voor - meteoroloog, piloot, zweefsporter - zonnige vakantie, buitensport - verkoop en keuze kledij, ijsjesverkoper - bouwsector, verkeer Heel veel aspecten dagelijks leven 4
  5. 5. • Mens altijd afhankelijk geweest van weer• Zeker vroeger  Nu: aangepast zaad + serres,…• Weerspreuken  meeste niet betrouwbaar  toch 25% correct, vnl op korte termijn 5
  6. 6. Overzicht1. Weerberichten, satellietfoto’s en weerkaarten 1.1. Het belang van de kennis van het weer 1.2. De hedendaagse meteorologie 1.3. Satellietfoto’s en weerkaarten2. Fronten als gevolg van botsingen tussen luchtsoorten 2.1. Verschillende luchtsoorten 2.2. Frontale depressies veroorzaken slecht weer3. Kenmerken van het West-Europese weer bij hoge en lage druk 3.1. Doortrekkende depressie of lagedrukgebied 3.2. Hogedrukgebied 6
  7. 7. 1.2. De hedendaagse meteorologie • Enorm gestandaardiseerd waarnemingsnet weerstations • Metingen niet enkel grond, ook lucht en zee • Weersatellieten  Continue waarnemingen hele wereld Fig 2b Handboek blz 128 • Media  actuele weerinformatie 7
  8. 8. Het weerpark1. Pluviograaf2. Thermometerhut3. Pluviometer4. Anemometer5. Grondthermometers6. Heliograaf7. Verdampingsmeter8. Bliksemteller  Fig 2b Handboek blz 128 8
  9. 9. • Hoge voorspelbaarheid komende 24 uur (80%)• Betrouwbaarheid ↓ verder in toekomst• Klimatologen zoeken modellen voor langere termijn 9
  10. 10. Overzicht1. Weerberichten, satellietfotos en weerkaarten 1.1. Het belang van de kennis van het weer 1.2. De hedendaagse meteorologie 1.3. Satellietfoto’s en weerkaarten2. Fronten als gevolg van botsingen tussen luchtsoorten 2.1. Verschillende luchtsoorten 2.2. Frontale depressies veroorzaken slecht weer3. Kenmerken van het West-Europese weer bij hoge en lage druk 3.1. Doortrekkende depressie of lagedrukgebied 3.2. Hogedrukgebied 10
  11. 11. 1.3. Satellietfoto’s en weerkaarten• Satellietfoto  Beeld ligging storingen en hogedrukgebieden• Opeenvolgende foto’s  Trekrichting wolken, ligging ITC-zone evolutie tropische cyclonen• Combinatie van kaarten  Voorspelling komende uren + dagen Fig 2c, 3a-c Handboek blz 128, 129 11
  12. 12. Satellietfotos• Visuele Info over warmtespreiding• Infrarood  Fig 3.1a en 3.1b, blz 130 Situering weersystemen boven oceanen• Belangrijkste = Meteosat en NOAA 12
  13. 13. Meteosat NOAA (National Oceanic Atmospheric Administration) 13
  14. 14. Weerkaarten• Zeer concrete gegevens voor elk station1. Metingen: luchtdruk, - temperatuur, vochtigheid, windrichting en –snelheid, zonneschijnduur en neerslaghoeveelheid2. Schattingen: bewolkingsgraad, zichtbaarheid3. Wolkensoorten4. Vaststellingen: - regen, sneeuw of hagel - onweer of ijzel 14
  15. 15. 1. Metingen2. Schattingen Computer Geografische basiskaart3. Wolkensoorten -----> plot4. Vaststellingen  Fig 3.2a,blz 131 15
  16. 16. • Na plotten,tekenen van isobaren en situering depressies en fronten  voorspellingen• Ook rekening houden met hoogtegegevens• Richting straalstroom  toekomstige ligging drukgebieden Weerpraatje op tv of weerbericht in krant 16
  17. 17. Overzicht1. Weerberichten, satellietfoto’s en weerkaarten 1.1. Het belang van de kennis van het weer 1.2. De hedendaagse meteorologie 1.3. Satellietfoto’s en weerkaarten2. Fronten als gevolg van botsingen tussen luchtsoorten 2.1. Verschillende luchtsoorten 2.2. Frontale depressies veroorzaken slecht weer3. Kenmerken van het West-Europese weer bij hoge en lage druk 3.1. Doortrekkende depressie of lagedrukgebied 3.2. Hogedrukgebied 17
  18. 18. Overzicht1. Weerberichten, satellietfoto’s en weerkaarten 1.1. Het belang van de kennis van het weer 1.2. De hedendaagse meteorologie 1.3. Satellietfoto’s en weerkaarten2. Fronten als gevolg van botsingen tussen luchtsoorten 2.1. Verschillende luchtsoorten 2.2. Frontale depressies veroorzaken slecht weer3. Kenmerken van het West-Europese weer bij hoge en lage druk 3.1. Doortrekkende depressie of lagedrukgebied 3.2. Hogedrukgebied 18
  19. 19. 2.1. Verschillende luchtsoorten• Luchtsoorten: Arctisch (A) Polair (P) Tropisch (T)• Over zee: Maritiem (m)• Over land: Continentaal (c)  Fig1, blz 132 19
  20. 20. Arctische luchtsoorten• Rechtstreeks uit de poolgebieden• Enkel in koude maanden• Zeer lage temperaturen• Arctisch maritiem  Zee van Noorwegen  hevige sneeuwbuien• Arctisch continentaal  Finland en Polen  ijzig koud, droog Eerder uitzonderlijk!! 20
  21. 21. Polaire luchtsoortenMaritiem• Koel in zomer, koud in winter• Via IJsland over Britse Eilanden• Sneeuwbuien in winter, regen in rest jaarContinentaal• Strenge vorst en droog weer in winter• Hoge temperaturen in zomer 21
  22. 22. Tropische luchtsoorten• Oorsprong bij 30e breedtegraadMaritiem• Altijd vochtig• In winter: vaak mist; In zomer: warm• Z tot ZWContinentaal• Zeldzaam, enkel in zomer• Over Middellandse Zee uit Sahara of Balkan• Heel heet en droog 22
  23. 23. Overzicht1. Weerberichten, satellietfoto’s en weerkaarten 1.1. Het belang van de kennis van het weer 1.2. De hedendaagse meteorologie 1.3. Satellietfoto’s en weerkaarten2. Fronten als gevolg van botsingen tussen luchtsoorten 2.1. Verschillende luchtsoorten 2.2. Frontale depressies veroorzaken slecht weer3. Kenmerken van het West-Europese weer bij hoge en lage druk 3.1. Doortrekkende depressie of lagedrukgebied 3.2. Hogedrukgebied 23
  24. 24. 2.2. Frontale depressies veroorzaken slecht weer• Koude en warme lucht ontmoeten elkaar  Gescheiden door stationair front  Geen vermenging lucht • Luchtsoorten weerskanten front verschillende snelheid ---> golven • Golven  frontale depressies • koufront heft warme sector achter warmtefront op ---> samenvoeging fronten ---> occlusiefront (neerslag)  Fig2a, blz 133 24
  25. 25. Overzicht1. Weerberichten, satellietfoto’s en weerkaarten 1.1. Het belang van de kennis van het weer 1.2. De hedendaagse meteorologie 1.3. Satellietfoto’s en weerkaarten2. Fronten als gevolg van botsingen tussen luchtsoorten 2.1. Verschillende luchtsoorten 2.2. Frontale depressies veroorzaken slecht weer3. Kenmerken van het West-Europese weer bij hoge en lage druk 3.1. Doortrekkende depressie of lagedrukgebied 3.2. Hogedrukgebied 25
  26. 26. Overzicht1. Weerberichten, satellietfoto’s en weerkaarten 1.1. Het belang van de kennis van het weer 1.2. De hedendaagse meteorologie 1.3. Satellietfoto’s en weerkaarten2. Fronten als gevolg van botsingen tussen luchtsoorten 2.1. Verschillende luchtsoorten 2.2. Frontale depressies veroorzaken slecht weer3. Kenmerken van het West-Europese weer bij hoge en lage druk 3.1. Doortrekkende depressie of lagedrukgebied 3.2. Hogedrukgebied 26
  27. 27. 3.1. Doortrekkende depressie of lagedrukgebiedKenmerken laag drukgebied:• Bewolkt• Regen (in winter: sneeuw)• Wind tegenwijzerzinWindsnelheid Luchtdrukverschil m.a.w. waar isobaren dichts op elkaar liggen = sterke windDepressies steeds W --> Ogestuurd door straalstromen  Fig 1d blz 135 27
  28. 28. Overzicht1. Weerberichten, satellietfoto’s en weerkaarten 1.1. Het belang van de kennis van het weer 1.2. De hedendaagse meteorologie 1.3. Satellietfoto’s en weerkaarten2. Fronten als gevolg van botsingen tussen luchtsoorten 2.1. Verschillende luchtsoorten 2.2. Frontale depressies veroorzaken slecht weer3. Kenmerken van het West-Europese weer bij hoge en lage druk 3.1. Doortrekkende depressie of lagedrukgebied 3.2. Hogedrukgebied 28
  29. 29. 3.2. HogedrukgebiedKenmerken hoog druk gebied:• Rustig en mooi weer• Dalende lucht ---> T ↑ ---> bewolking verdampt• Dichte mist, temperatuurinversie en luchtvervuiling in winter Rook , uitlaatgassen en stof stijgen niet Koude zware lucht onder lichtere warme lucht  Fig 2a, 2e blz 136, 137 29
  30. 30. 3.2. HogedrukgebiedKenmerken hoog druk gebied:• Rustig en mooi weer• Dalende lucht ---> T ↑ ---> bewolking verdampt• Dichte mist, temperatuurinversie en luchtvervuiling in winter• Wind in wijzerzin• 2 hoge drukgebieden belangrijk 1. Azoren 2. Oost-Europa Invloed duurt redelijk lang 30
  31. 31. Meer info Handboek blz 128 -139 • http://www.meteo.be/meteo/view/nl/65239-Home.html • http://www.meteovista.be/ • http://www.weeronline.nl/ • BUCKLEY, B., HOPKINS, E. J.; WHITAKER, R., Het weer, Tirion Natuur, Baarn, 2004, 303 pagina’s. • DEBOOSERE, F., Meer weer, een heldere kijk op het weer, Roularta Books/Eén, 2009, 245 pagina’s. • FLOOR, K, Weerkunde, meteorologie voor iedereen, Elmar B. V., Rijswijk, 2004, 160 pagina’s. 31
  32. 32. Meer info• KEIDEL, C., Het weer, observeren, interpreteren en voorspellen, Zuidnederlandse Uitgeverij N.V., Aartselaar, 2009, 63 pagina’s.• TIMOFEEFF, P., Het weer, 2000 begrippen van A tot Z, 2e druk, Het Spectrum B.V., Utrecht, 1999, 258 pagina’s. 32

×