Een spoor naar de hemel: de Jacobsladder (2de adventszondag A)

598 views

Published on

Teksten en liederen die geprojecteerd werden tijdens de tweede adventszondag (cyclus A)
op Ten Bos (Sint Amanduskerk Erembodegem)
De teksten van onze vieringen zijn te vinden op de website: http://www.kerkembodegem.be/tenbos/liturgie/vieringen.html

Published in: Spiritual
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
598
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
14
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Een spoor naar de hemel: de Jacobsladder (2de adventszondag A)

  1. 1. Het spoor dat ons naar kerstmis voert, het omgeploegd geweld, brengt licht op onze levensweg en toont wat werklijk telt.
  2. 2. In donkre dagen is dat spoor een helder visioen. .Zo zien we, wachtend op Jouw komst: er is nog veel te doen.
  3. 3. Het spoor dat uit de hemel komt,een ladder op de grenstoont god die ons zijn eng’len zendtop tocht met elke mens.
  4. 4. Blijf daarom bij ons, vuur ons aan nu wij hier samen zijn .en laat dit uur maar zwanger zijn (Peter Biesbrouck / „De vreugde voert ons‟ Willem Vogel) van vreugde, droom en pijn.
  5. 5. (Hofland Jan / J.W. Vandevelde)
  6. 6. Daar lag ik met mijn oorschelp op een steen begon van deze aarde weg te dromen. Een ladder voerde mij ten hemel heeneen engelschaar is met mij t’rug gekomen. Toen riep het morgenlicht mij weer ter been en werd die hemelschaar weer opgenomen.
  7. 7. Een klare stem klonk in de morgenstond: Ik wil jou, Jakob, niet in hoger sferen. Ik schiep jou met je voeten op de grond om deze aarde zorgzaam te beheren. Ik stuur jou en jouw kroost de wereld rond om leven met en voor elkaar te delen.
  8. 8. Sindsdien weet ik voor eens en voor altijd:mijn toekomst is niet torenhoog gelegen. Alleen op aarde en in deze tijdkom ik mijn God in zoveel mensen tegen. Hij wil mij aan de vrede toegewijd, (van Opbergen Jan (/ ‘Zo vriendelijk en veilig’) om recht en liefde maakt Hij mij verlegen.
  9. 9. Geloofsbelevenis Pr. Wij geloven in leven van mensen onderweg, leven in voorlopigheid hier en nu, maar voltooibaarvoorbij grenzen van dagen en jaren.
  10. 10. Al. Wij geloven in elkaar als weggenoten die in goede en kwade dagen,verwachtingen en vermoeidheid delen, die elkaars houvast willen zijn op de grens naar morgen.
  11. 11. Pr. Wij geloven dat wij leven van wat anderen ons hebben voorgeleefd. Wij houden dankbaar in ere allendie ons wegen naar toekomst banen.
  12. 12. Al.Wij geloven in verbondenheid van mensen over grenzen van dagen en jaren heen, verbondenheid, zelfs over de grens van de dood.
  13. 13. Pr. Wij geloven in het verbond dat God met ons sloot,Hij, die mensen tot leven riep.
  14. 14. Al.Wij geloven dat wij hem ter harte gaan, dat Hij blijft zoeken naar openheid in ons leven, om neer te dalen als een engel, als troost en bemoediging, inspiratie en kracht.
  15. 15. Pr. Zijn naam is – zo staat geschreven - ‘Ik zal er zijn’ en ‘God met ons’En onze namen Heeft Hij geschreven in de palm van Zijn hand.
  16. 16. Al. Wij geloven dat Hij Jezus Messias God-met-ons geworden is voorgoed,ons mensenbestaan van dichtbij delend, ons voorgegaan naar vrede en volheid van leven.
  17. 17. Pr.Wij geloven dat Hij wil voltooienwat Hij in mensen begonnen is.
  18. 18. Al.Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Gods woord bewaarheid: ‘Zie ik maak alles nieuw’.
  19. 19. ( Taizé )
  20. 20. (van Opbergen Jan / J.W. Vandevelde)(De Vries Geertje/‟Geef vrede‟)
  21. 21. Rond de tafel Pr. God, hoe zouden wij Jou danken?Mensen, door broers en zussen verraden. Mensen gevlucht voor elkaar. Mensen in de val getrapt van bekoring en bedrog.
  22. 22. Al. Toch roepen wij Jouw naam niet tevergeefs. Ben Jij die vriend, die hand? Ben Jij die troost, dat huis,die mens die op mij wacht met open handen, die ladder naar de hemel?
  23. 23. Pr. Soms, wanneer ik loop met een hoofd vol beslommeringen,een hart vol zorgen en zware benen, God, soms, wanneer ik zie hoe niets gespaard, niets ontzien wordt: mensen op de vlucht, dor en uitgeleefd, verwaaid naar nergens, God.
  24. 24. Al. Soms, wanneer ik hoor hoe het mensen vergaat, de één met alles,de ander met niets gezegend wordt; hoe wie vluchten moet, pijn moet lijden en hoe oorlogsstokers de wind mee hebben, God.
  25. 25. Pr. Soms, wanneer ik denk dat recht niet te halen, trouw niet te harden, liefde niet te doen is, God.Soms, wanneer ik geloven moet dat de dood wel, maar Jij, God, niet bestaat.
  26. 26. Al.Dan roept alles in me om die Mens, die man uit Nazareth, voor Jou een Zoon, voor ons een Broer geworden: Man van verbond.Om Hem zij Jouw naam geprezen. [ RECHTSTAAN ]
  27. 27. Pr. Hij deed wat Hij kon voor ontroostbare zieken, voor blinden en doven,voor mensen niet in tel, gemeden en overschreeuwd. Hij hoorde Jou en zag Jouw hemel in lied en kleur van vrije vogels, van lieve bloemen; in onschuldige kinderogen. Toen Hij ging sterven heeft Hij zijn brood gedeeld, … Geprezen ben Jij om Hem die trouw is, die de woestijn heeft doorleefd, trouw aan Jouw verbond.
  28. 28. Al. Geprezen ben Jij, God, Vader, Moeder, Bondgenoot. Geprezen ben Jijdoor stommen die spreken zonder stem, door mensen op de vlucht.
  29. 29. Pr. Geprezen ben Jij, God,eeuwige tent waarin wij rusten mogen.
  30. 30. Al. Geprezen ben Jij, Eeuwige, als stromend waterdat onze diepste dorst lest.
  31. 31. Pr. Geprezen ben Jij,God van doven die horen,God van blinden die zien.
  32. 32. Al. Geprezen ben Jij, die in geen dood berusten in geen kwaad tenondergaat, maar leven doet.
  33. 33. (Schollaert Paul) ( Taizé )
  34. 34. : wel - dra ge – boor – te - feest! (de Vries Sytze / Wales 1865 “Llangloffan”)

×