De Zaaier (Vijftiende zondag door het jaar A)

485 views

Published on

Teksten en liederen die geprojecteerd werden op Ten Bos tijdens op de vijftiende zondag door het jaar (A): de zaaier (Sint Amanduskerk Erembodegem). De teksten van onze vieringen zijn te vinden op de website: http://www.kerkembodegem.be/tenbos/liturgie/vieringen.html

Published in: Spiritual
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
485
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
139
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

De Zaaier (Vijftiende zondag door het jaar A)

  1. 1. Wij komen als geroepen en aan het licht gebracht. Het leven te begroeten heeft God ons toebedacht. Wij komen als geroepen, getekend met een naam, van ongeweten toekomst de mede- erfgenaam.
  2. 2. Getekend voor ons leven als kinderen van het licht, gezaaid op hoop van zegen, de dag als vergezicht. God, breng ons zelf op adem en treed in ons bestaan. Bezegel onze vreugde hier met uw eigen Naam! (deVriesSytze/Strategier Herman)
  3. 3. Heer God, wij willen vragen, leer ons je Woord te dragen, leer ons het slechte laten. Heer God vergeef het ons.
  4. 4. Diep in ons hart weerklinkt er een stem die zingt: 'Eer aan God de Vader. Gloria!' Zoon van de mensen, door Uw groot lijden zijn wij dichter bij U. Gloria! Geest van hoop en liefde, Geest van licht en leven, Geest van echte vrede. Gloria! Wyllin José
  5. 5. Nu gaat de zaaier uit, de dag is aangebroken, hij heeft de tijd geduid, gehoopt, gewikt, gewogen. Hij loopt met vaste tred, gebaren wijd en zijd, hij zegent links en rechts, hij maakt geen onderscheid.
  6. 6. Wat drijft de zaaier voort, hij valt in slechte aarde, zijn woord blijft onverhoord, weersproken wordt zijn adem. Onvruchtbaar is de grond, gesloten en verhard, de zaaier gaat maar rond, wie heeft hem in zijn macht.
  7. 7. Groot is de God die spreekt, zijn Woord is onweerstaanbaar, niet ledig keert het weer, niet onverrichterzake. Voortvarend is zijn baan, de aarde wordt vervuld, het laat zijn sporen na, verbazend komt de vrucht. (BoumaHans/MartinRinckart1636/JohannCrüger.) Bouma Hans
  8. 8. [Voorganger] Ik geloof in God die Zijn woord zaait in deze wereld, opdat Zijn waarheid er zou kunnen ontkiemen. Hij is de bron van alle leven en houdt van alles wat bestaat. Geloofsbelevenis
  9. 9. [Allen] Ik geloof in Jezus Christus, zijn Zoon. Hij was mens zoals wij. In Hem was God midden de mensen. Hij was goed tot het uiterste.
  10. 10. [Vg] Daarom verrees Hij tot nieuw leven en blijft Hij voor alle mensen een licht en een voorbeeld.
  11. 11. [Al] Ik geloof dat het evangelie van Jezus een Blijde Boodschap brengt voor alle mensen van alle tijden. Ik geloof dat wij zijn spoor moeten volgen en vrede en eenheid bewerken tussen alle mensen.
  12. 12. [Vg] Ik geloof in de heilige Geest die stuwt tot leven en die in volheid aanwezig was in Jezus Christus.
  13. 13. [Al] Die Geest blijft ook werken in de Kerk en overal waar leven groeit en liefde bloeit. Ik geloof dat God zijn mensen nooit loslaat en dat het goede het eens zal halen op het kwade. Ik geloof dat doorheen Jezus het leven sterker wordt dan de dood. Amen.
  14. 14. Luister Heer, verhoor ons bidden. Plant uw vrede in ons hart. Weemaes Marcel
  15. 15. Als het zaaigoed in de akker, als een welbevriende hand, zo komt Jij de mens te binnen, zo weeft Jij Jouw liefdesband.
  16. 16. Zo zijn wij als mens geboren, levend uit de breekbaarheid. Laat Jouw zegen ons omstromen. Deel met ons Jouw kostbaarheid. ((naarBronswijkAlfredC./MartinRinckart1636/JohannCrüger.)/“AlsGijnaardewoorde
  17. 17. [Voorganger] God en Vader, wij danken Jou om het geschenk van het leven, om het geschenk dat wij mensen voor elkaar mogen zijn. Gebed rond de tafel
  18. 18. [allen] Wij danken Jou om hen die als vruchtbaar zaad in hun omgeving worden uitgezaaid, mensen in wie wij Jouw liefde aan het werk mogen zien. Wij danken Jou om de kiemkracht waarmee zij volhouden het goede te doen. Dagelijks en ook in de nachten van ons broze bestaan, groeit er leven overal waar Jouw menslievendheid mag gedijen, waar mensen openstaan voor Jouw liefdevolle nabijheid.
  19. 19. [Vg] Gezegend ben Je om het licht van onze ogen en om de lucht die wij ademen. Wij danken Jou voor heel de schepping, voor alles wat Je gedaan hebt in ons midden door Jezus, Jouw zoon.
  20. 20. [Al] Want waar hij was, die mens Jezus, gingen doven de oren open en vielen blinden de schellen van de ogen.
  21. 21. [Vg] Waar hij was werd de besmette melaatse in de kring opgenomen en werden zieken de straffende vinger van God uit het hoofd gepraat.
  22. 22. [Al] Waar hij was werd brood en vis van harte gedeeld en groeide uit ‘amper iets voor één’ : ‘overvloed voor allen’.
  23. 23. [Vg] Hij vertelde over het dagelijkse leven: over een zaadje zo klein en de boom zo groot, over een man met schuren vol en zo arm als wat, over een kind dat wegliep en terugkwam. Duidelijke taal voor wie horen kan.
  24. 24. [Al] Onvergetelijk wat hij zei over vrije vogels die zaaien noch maaien en niet opslaan in schuren maar geen gebrek lijden. Over bloemen in ‘t wild: ze zetten geen stap, ze spinnen geen draad en er is geen mens die gekleed gaat als zij.
  25. 25. [Vg] Vanaf de berg zag Hij de wereld op zijn kop.
  26. 26. [Al] Zalig de armen, want je bent niet gelukkig om wat je bezit en je wordt niet rijk van wat je hebt; - zalig die van wapens niet willen weten, ze winnen de wereld zonder geweld; - zalig die hun zinnen zuiveren, ze vinden God in het diepst van hun hart; - zalig die deemoedig zijn, als een kind bij hun moeder zijn zij geborgen bij God. [rechtstaan]
  27. 27. [Vg] In dit vertrouwen heeft Hij van het leven afscheid genomen op die laatste avond… ... [consecratie] … Zo heeft Hij de hoop op het volle leven in ons hart gezaaid…
  28. 28. [Al] Zo kiemt in ons het geloof dat alles zich uiteindelijk ten goede keert. En wat Hij heeft gezegd en gedaan, die mens Jezus, het zit diep in ons verworteld en kan ons niet meer worden ontvreemd, in geen graf voorgoed begraven worden.
  29. 29. [Vg] Steeds weer zal het tot leven komen, en sterft de graankorrel om het wonder van de verrijzenis mogelijk te maken.
  30. 30. [Al] Zo zal God zijn rijk doen komen op aarde, als wij bidden om steeds weer hetzelfde: vrede en gerechtigheid, op aarde als in de hemel, Uw naam geheiligd, Uw wil gedaan.
  31. 31. Zolang wij ademhalen schept Gij in ons de kracht om zingend te vertalen waartoe wij zijn gedacht: elkaar zijn wij gegeven tot kleur en samenklank. De lofzang om het leven geeft stem aan onze dank.
  32. 32. Zolang wij ademhalen schept Gij in ons de kracht om zingend te vertalen waartoe wij zijn gedacht: elkaar zijn wij gegeven tot kleur en samenklank. De lofzang om het leven geeft stem aan onze dank.
  33. 33. Zolang wij ademhalen schept Gij in ons de kracht om zingend te vertalen waartoe wij zijn gedacht: elkaar zijn wij gegeven tot kleur en samenklank. De lofzang om het leven geeft stem aan onze dank.
  34. 34. Zolang wij ademhalen schept Gij in ons de kracht om zingend te vertalen waartoe wij zijn gedacht: elkaar zijn wij gegeven tot kleur en samenklank. De lofzang om het leven geeft stem aan onze dank.
  35. 35. Zolang wij ademhalen schept Gij in ons de kracht om zingend te vertalen waartoe wij zijn gedacht: elkaar zijn wij gegeven tot kleur en samenklank. De lofzang om het leven geeft stem aan onze dank.
  36. 36. Zolang wij ademhalen schept Gij in ons de kracht om zingend te vertalen waartoe wij zijn gedacht: elkaar zijn wij gegeven tot kleur en samenklank. De lofzang om het leven geeft stem aan onze dank. (van der Velden Mar / Joods-poolse

×