Versie 2.0             Heroriëntatie Radicaliserings- en             polarisatiebeleid             Mei 2012             Di...
Inhoud1     AANLEIDING & OPDRACHT ...........................................................................................
1 Aanleiding & opdracht1.1    Doelstelling & contextHet College heeft op 15 februari 2011 besloten tot een heroriëntatie o...
mensen en grenzen. Binnen dat programma heeft in 2007 een nadere uitwerkingplaatsgevonden in het actieplan Amsterdam tegen...
2 SleutelbegrippenIn de aanpak Amsterdam tegen Radicalisering worden zowel de termen radicalisering alspolarisatie gebruik...
Figuur 1Het grensvlak van activisme en extremisme is een grijs gebied waarbij een probleemontstaat als activisme leidt naa...
toename van) spanningen tussen deze groepen en segregatie langs etnische enreligieuze lijnen. Daarnaast kan polarisatie on...
vernedering, rechtsongelijkheid, ervaren en gepercipieerde onrechtvaardigheid,achterstand of achterstelling. Anders gezegd...
In reactie op actuele situaties moet het onderscheid tussen polarisatie, radicalisering eneventueel andere vraagstukken sc...
3 Actuele probleemdiagnoseIn opdracht van de driehoek heeft een interne evaluatie van de aanpak terrorismeplaatsgevonden. ...
betrokkenheid in islamitische landen draagt bij aan het hoge Nederlandse profiel in    (jihadistische) kringen in het buit...
-      Het lage aantal meldingen over extreem rechts schept een beeld dat wordt bevestigd       in een onderzoek van de An...
worden naar verbeteringen in de signaleringsmethoden, bijvoorbeeld door het betrekkenvan psychologen en gedragsdeskundigen...
-   De rol van internet en (sociale) media speelt op verschillende niveaus een rol. Zo is    het een belangrijk distributi...
-3.3        Internationale ontwikkelingenAmsterdam is bij uitstek een gemeente met veel nationaliteiten onder haar bewoner...
van een internationale gebeurtenis, vooral als deze niet strookt met de gevoelens van eendeel van de Amsterdamse bevolking...
4 Ervaringen aanpak4.1      Hoofdlijnen aanpak tot nu toeNieuwe inzichten en ervaringen hebben door de jaren heen steeds g...
worden. Deze groep (moslims en niet-moslims) worstelt met hun identiteit en kan      moeite hebben met hun plaats in de sa...
lag de nadruk op het ontvangen van zoveel mogelijk signalen en het trainen van zoveelmogelijk professionals om zicht te kr...
Amsterdam heeft in de afgelopen jaren veel positieve aandacht gekregen van gemeenten,van de Rijksoverheid en internationaa...
-   De gemeente heeft een helder standpunt ten aanzien van scheiding van kerk en staat    waarbij het draait om een gelijk...
5 Heroriëntatie van het beleidDe opdracht van deze heroriëntatie was om op basis van de geactualiseerdeprobleemdiagnose kr...
-     De eerdere analyse van de aard van radicaliseringsprocessen en de      aangrijpingspunten voor de aanpak zijn nog st...
De aanpak richt zich op een mogelijke gemeentelijke rol bij het voorkomen van allevormen van extremisme: inzet is proporti...
5.3    Onderliggende uitgangspunten voor de aanpakDe heroriëntatie van de aanpak radicalisering en polarisatie is gebaseer...
Polarisatie12. Er wordt uitgegaan van een meer enge definitie van polarisatie zoals gedefinieerd    door het COT (2006) da...
Lijn Radicalisering1. Signalering en de-radicalisering. Het doel is om risicosituaties in een vroegtijdig   stadium te sig...
o   Daarnaast is kennisdeling een doel. Dit kan bijvoorbeeld zijn naar aanleiding van          bovengenoemde onderzoeken. ...
in 2012. De (financiële) planning de activiteiten is ingewikkeld omdat zij onderhevig is aaneen aantal onzekerheden. Om te...
Begroting 2012                                                            2012Activiteiten Radicalisering1. Signalering en...
Bijlage 1 Uitwerking activiteitenActiviteit 1. Signalering en de-radicaliseringHet doel is om risicosituaties in een vroeg...
Ontwikkeling en training specialistenpool voor de inzet bij de-radicaliseringstrajecten. Hetgaat om professionals die door...
Activiteit 2. Monitoren van spanningen en ontwikkelen vaninterventiesOm spanningen in de stad vroegtijdig in beeld te krij...
discussies op verschillende sites en fora, dus niet alleen wanneer er nationaal ofinternationaal concreet iets speelt. Doo...
Activiteit 3. Specifieke projecten in aanvulling op de reguliereaanpak van de voedingsbodem van radicalisering en polarisa...
Activiteit 4. Onderzoek en activiteiten gericht op risicodomeinenOnderzoek: Het doel is om kennis en nieuwe inzichten op t...
Activiteit 5. NetwerkactiviteitenDoel is om het netwerk van de gemeente met betrekking tot het signaleren, tegengaan envoo...
Activiteit 6. Draaiboek vredeHet Draaiboek Vrede is in situaties van (dreigende) maatschappelijke onrust eenbelangrijk ins...
Activiteit 7. Ondersteuning en samenwerking stadsdelenDe stadsdelen zijn een belangrijke partner in de aanpak van radicali...
Onderzoek Radicalisering en Polarisatie in Amsterdam (Mei 2012)
Onderzoek Radicalisering en Polarisatie in Amsterdam (Mei 2012)
Onderzoek Radicalisering en Polarisatie in Amsterdam (Mei 2012)
Onderzoek Radicalisering en Polarisatie in Amsterdam (Mei 2012)
Onderzoek Radicalisering en Polarisatie in Amsterdam (Mei 2012)
Onderzoek Radicalisering en Polarisatie in Amsterdam (Mei 2012)
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Onderzoek Radicalisering en Polarisatie in Amsterdam (Mei 2012)

1,152 views

Published on

Onderzoek Radicalisering en Polarisatie in Amsterdam (Mei 2012)

Published in: News & Politics
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,152
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
4
Actions
Shares
0
Downloads
8
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Onderzoek Radicalisering en Polarisatie in Amsterdam (Mei 2012)

  1. 1. Versie 2.0 Heroriëntatie Radicaliserings- en polarisatiebeleid Mei 2012 Directie Openbare Orde en Veiligheid (OOV) Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO)
  2. 2. Inhoud1 AANLEIDING & OPDRACHT ................................................................................................4 1.1 DOELSTELLING & CONTEXT ..................................................................................................4 1.2 OPBOUW NOTITIE ...................................................................................................................52 SLEUTELBEGRIPPEN.............................................................................................................6 2.1 RADICALISERING ...................................................................................................................6 2.2 POLARISATIE..........................................................................................................................7 2.3 RELATIE POLARISATIE & RADICALISERING ...........................................................................83 ACTUELE PROBLEEMDIAGNOSE....................................................................................11 3.1 RADICALISERING .................................................................................................................11 3.2 POLARISATIE........................................................................................................................14 3.3 INTERNATIONALE ONTWIKKELINGEN ..................................................................................164 ERVARINGEN AANPAK .......................................................................................................18 4.1 HOOFDLIJNEN AANPAK TOT NU TOE ....................................................................................18 4.2 REFLECTIE OP DE AANPAK: LEERPUNTEN ............................................................................195 HERORIËNTATIE VAN HET BELEID...............................................................................23 5.1 INPUT VANUIT ACTUELE PROBLEEMDIAGNOSE EN ERVARINGEN AANPAK ..........................23 5.2 ESSENTIE VAN DE HERORIËNTATIE ......................................................................................24 5.3 ONDERLIGGENDE UITGANGSPUNTEN VOOR DE AANPAK .....................................................26 5.4 ACTIVITEITENOVERZICHT....................................................................................................27 5.5 IMPLICATIES VOOR TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN................................................29 5.6 FINANCIËLE PARAGRAAF .....................................................................................................29BIJLAGE 1 UITWERKING ACTIVITEITEN ......................................................................32BIJLAGE 2 AANSCHERPINGEN PROBLEEMANALYSE 2004 – 2009 .........................41BIJLAGE 3 ACTIVITEITEN AMSTERDAM TEGEN RADICALISERING ..................45 3
  3. 3. 1 Aanleiding & opdracht1.1 Doelstelling & contextHet College heeft op 15 februari 2011 besloten tot een heroriëntatie op het gemeentelijkeanti-radicaliseringsbeleid, met de volgende doelstellingen: ! Uitgangspunten van staande beleid worden kritisch beschouwd en zonodig aangepast ! Dit gebeurt aan de hand van een geactualiseerde probleemanalyse ! Een kritische beschouwing van de uitvoeringspraktijk. Vinden de juiste activiteiten plaats met de juiste doelgroep(en)? Welke procesmatige aspecten kunnen beter?Amsterdam voert sinds 2004 een anti-terorrismebeleid onder de verantwoordelijkheid vande driehoek, onderdeel van dat brede beleid is de anti-radicaliseringsaanpak onder deverantwoordelijkheid van de burgemeester. Deze brede aanpak is kort voor de moord opTheo van Gogh vastgesteld. Het beleid is na de moord met kracht verder uitgewerkt enuitgevoerd.Het beleid is tussentijds aangescherpt en geëvalueerd. Echter, de analyse uit 2004 vormtnog steeds een belangrijke basis. Verschillende internationale maar ook nationaleontwikkelingen zorgen voor dynamiek in het radicaliseringsdossier. Het college van B&Wheeft dan ook besloten tot heroriëntatie van het radicaliseringsbeleid. De hoofdvraaghierbij is of het beleid nog past bij de aard en omvang van deradicaliseringsproblematiek. Ook is de vraag of de vorm en de uitvoering van het beleidtoereikend zijn.Deze heroriëntatie op het radicaliseringsbeleid is een nadere uitwerking van de bredereevaluatie van de aanpak van terrorisme en radicalisering die in 2011 in opdracht van dedriehoek is opgesteld. Het concept van driehoeksevaluatie is als “Rapportage aanpakterrorisme en radicalisering” vertrouwelijk behandeld in de driehoek. Naast een interneevaluatie van de gehanteerde instrumenten bevat de driehoeksrapportage ook eengeactualiseerde probleem- en dreigingsanalyse. De analyse uit deze vertrouwelijkerapportage is gebruikt als basis voor deze heroriëntatie en aangevuld met elementen diespecifiek zijn voor de risico’s van radicalisering en polarisatie.In de notitie die nu voorligt staat de heroriëntatie van de bestuurlijke aanpak vanradicalisering centraal. Deze heroriëntatie is uitgevoerd door een ambtelijke werkgroepvan DMO en OOV met betrokkenheid van het COT, Instituut voor Veiligheids- enCrisismanagement. In juli van dit jaar is een ambtswoninggesprek georganiseerd ombekende en nieuwe deskundigen met een frisse blik naar de problematiek te laten kijkenen om de mogelijkheden voor veranderingen in het beleid te verkennen. Eerdereconcepten zijn voorgelegd aan politie en Openbaar Ministerie. Het is de bedoeling omtegelijkertijd in de driehoek de Rapportage aanpak terrorisme en radicalisering en deheroriëntatie radicalisering vast te stellen, zodat beide stukken één geïntegreerd geheelvormen.Deze heroriëntatie is een volgende stap is een continu proces van reflectie enaanscherping sinds het oorspronkelijke programma Wij Amsterdammers uit 2004. Ditresulteerde in 2006 in het aangescherpte programma Wij Amsterdammers II: investeren in 4
  4. 4. mensen en grenzen. Binnen dat programma heeft in 2007 een nadere uitwerkingplaatsgevonden in het actieplan Amsterdam tegen radicalisering. In 2009 heeft eenprocesevaluatie plaatsgevonden van Wij Amsterdammers.In deze heroriëntatie wordt waar nodig verwezen naar eerdere analyses en activiteiten.Doel van deze notitie is om de bouwstenen aan te reiken om bestuurlijke keuzes temaken over de nieuwe richting van het radicaliseringsbeleid. De eerste bouwsteen is dekritische beschouwing van de uitvoeringspraktijk en de daaruit geleerde lessen en detweede bouwsteen is de geactualiseerde probleemanalyse en het analysekader van hetproces van radicalisering.1.2 Opbouw notitieHoofdstuk 2 bevat een toelichting op de sleutelbegrippen radicalisering, extremisme enpolarisatie. De geactualiseerde probleemanalyse wordt weergegeven in hoofdstuk 3. In debijlage is beschreven hoe de probleemanalyse zich in de periode 2004 tot 2011 heeftontwikkeld. Vervolgens vindt in hoofdstuk 4 kritische reflectie plaats op de aanpak enuitgangspunten. Wat is er gedaan? Wat is hiervan geleerd?Op basis van de analyse van de problematiek en de geleerde lessen uit de aanpak is inhoofdstuk 5 een aantal nieuwe uitgangspunten geformuleerd op basis waarvan het beleidvoor de komende jaren wordt gebaseerd. Vervolgens zijn de beleidslijnen vertaald in eenactiviteitenoverzicht met bijbehorende begroting. 5
  5. 5. 2 SleutelbegrippenIn de aanpak Amsterdam tegen Radicalisering worden zowel de termen radicalisering alspolarisatie gebruikt. In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de sleutelbegrippen. Doel isom duidelijkheid te creëren over de gebruikte terminologie en de ontwikkelingen rondomdeze begrippen.2.1 RadicaliseringVanaf de start van de aanpak is uitgegaan van een proces van radicalisering en de ideedat je in dit proces kunt interveniëren en de negatieve ontwikkeling kunt ombuigen: eenpersoon die radicaliseert weer terughalen naar de samenleving. Uitgangspunten in deanalyse waren:- Radicalisering is de groeiende bereidheid tot het nastreven en/of ondersteunen van diep ingrijpende veranderingen in de samenleving die op gespannen voet staan met de democratische rechtsorde en/of waarbij ondemocratische middelen worden ingezet;- Cruciaal is de politieke ideologie, het doel dat men nastreeft. Radicalisering vindt plaats daar waar vraag (zingeving, identiteit) en aanbod (radicaal gedachtegoed) samenkomen.- Er zijn vele sturende factoren van invloed op het radicaliseringsproces. Er zijn verscheidene persoonlijke motivaties en oorzaken waaronder ervaren onrechtvaardigheid.- Mede onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en de eigen beleving daarvan door bepaalde doelgroepen kan vatbaarheid voor radicaal gedachtegoed vergroot worden- Radicalisering is een proces. Dit betekent dat gedrag en uitingen in de tijd kunnen veranderen onder invloed van persoonlijke ontwikkelingen, interpersoonlijke processen, veranderingen in aanbod van radicaal gedachtegoed en veranderingen in (internationale) omstandigheden. De mate waarin het gedachtegoed wordt beleefd en de bereidheid tot acties verandert ook.De AIVD heeft kort geleden binnen het vraagstuk onderscheid aangebracht tussenactivisme en extremisme. Dit zijn begrippen met elk een verschillende betekenis. Desamenhang kan worden gevonden wanneer wordt uitgegaan van wet- en regelgeving &democratische kernwaarden als basis. Dit wordt geïllustreerd in figuur 1 van het COT.Het begrippenschema creëert samenhang tussen de definities, markeert de grenzentussen legale en illegale acties en tussen de ideologische varianten. De democratie alsuitgangspunt is in de kern van het diagram (figuur 1) terug te vinden. Alle idealen die opparlementaire en democratische wijze worden nagestreefd vallen binnen deze kern.Daaromheen bevindt zich een gebied waarin verschillende mensen hun idealen willenverwezenlijken op buitenparlementaire, maar legale wijze: activisme. De buitenste strookvan het diagram bestaat uit mensen die in het verwezenlijken van hun idealen de grenzenvan de democratische rechtsstaat overschrijden en daarbij bereid zijn geweld te plegen:extremisme. Het proces van radicalisering kan door alle lagen heen lopen en wordt pasecht een probleem als de grenzen van de wet worden bereikt of overschreden. 6
  6. 6. Figuur 1Het grensvlak van activisme en extremisme is een grijs gebied waarbij een probleemontstaat als activisme leidt naar ongewenste en problematische radicalisering.Naast radicalisering kan er ook een proces in tegenovergestelde richting plaatsvinden,van extremisme terug naar de democratische kern. In dat geval is er sprake vanderadicalisering. Onderzoek door de AIVD heeft nieuwe inzichten opgeleverd in hetverschil tussen deradicalisering en disengagement. Het verschil is dat in het geval van‘disengagement’ weliswaar wordt afgezien van radicaal gedrag, maar men nog steedsradicaal blijft denken.2.2 PolarisatieBij de duiding van het begrip polarisatie dient een onderscheid te worden gemaakt tussengewenste en ongewenste vormen van polarisatie. Polarisatie wordt door de meestemensen als iets negatiefs gezien. In de aanpak Amsterdam tegen Radicalisering is ookgesproken over polarisatie. Dit was echter niet de focus. In Amsterdam tegenRadicalisering is aangesloten bij de Rijksdefinitie van polarisatie: ‘de verscherping vantegenstellingen tussen groepen in de samenleving die resulteert of kan resulteren in (een 7
  7. 7. toename van) spanningen tussen deze groepen en segregatie langs etnische enreligieuze lijnen. Daarnaast kan polarisatie ontstaan uit verschillende maatschappelijkelagen en uit diverse groepen binnen een partij of organisatie. Echter het verschijnsel heeftniet altijd en in elk geval niet uitsluitend negatieve gevolgen.Polarisatie is een gevolg van tegenstellingen en tegenstellingen zijn voor eendemocratische samenleving belangrijk om zich verder te ontwikkelen. Het is een middelom groepen en identiteiten te vormen of om belangen te behartigen. De energie dievrijkomt door het botsen van tegenstellingen kan op verschillende manieren wordenbenut, ook op een manier die de kwaliteit van de samenleving vergroot.Bij ongewenste polarisatie kunnen de volgende ‘lagen’ worden geïdentificeerd:- een negatieve houding: bevolkingsgroepen hebben negatieve ideeën over elkaar, deels als vooroordeel door gebrek aan kennis en contact, deels op grond van ervaringen.- Dit kan gepaard gaan met negatieve emoties ten opzichte van (leden van) andere bevolkingsgroepen. Men ervaart ‘spanningen’ of voelt zich bedreigd.- Tenslotte kan polarisatie zichtbaar worden door gedrag. Denk aan bekladding en bedreigingen. Maar ook subtieler gedrag zoals vermijden, stigmatiseren, beledigen en pesten.Ongewenste polarisatie kan dus gepaard gaan met risico’s die voortkomen uit verscherpteverhoudingen tussen groepen, zoals pesterijen, discriminatie, vandalisme, intimidatie,racisme en geweld. Provocaties kunnen leiden tot een escalatiespiraal, waarbij deincidenten steeds zwaardere vormen aannemen. De daders van het ene incident zijn deslachtoffers van het volgende. Naarmate de polarisatie ernstige vormen aanneemt,bestaat het risico dat een groep wordt afgerekend op het gedrag van individuen uit diegroep en dat zich brede wraakacties voordoen. Wanneer polarisatie plaatsvindt,resulteren kleine incidenten vaker en sneller in grootschaligere confrontaties. Onderinvloed van een – mogelijk kleinschalig – incident komen de sluimerende spanningentussen bevolkingsgroepen tot uiting.2.3 Relatie polarisatie & radicaliseringRadicalisering gaat gepaard met afzijdigheid van en/of onverdraagzaamheid tegen anderebevolkingsgroepen of andersdenkenden, andere geaardheid of levensovertuiging. Dit kanpolarisatie in de hand werken. Tegelijkertijd kunnen zorgen over radicalisering negatievebeeldvorming over ‘andere’ bevolkingsgroepen veroorzaken. Ook dit kan polarisatie in dehand werken. Ten slotte kan ook een extremistische daad resulteren in toenemendepolarisatie, omdat een hele bevolkingsgroep verantwoordelijk wordt gehouden voor dezedaad en/of er incidenten volgen van en tegen andere bevolkingsgroepen. Omgekeerd kanpolarisatie de frustratie en zoektocht van jongeren negatief beïnvloeden en devatbaarheid voor radicalisering vergroten. De aanpak van polarisatie overlapt met deaanpak van radicalisering omdat de voedingsbodemcomponent deels dezelfdevraagstukken betreft.In een studie van J.A. Moors naar voedingsbodem voor radicalisering wordt ondervoedingsbodem verstaan de ontwikkeling en het samenkomen binnen gemeenschappenvan gevoelens van frustratie, isolement, kansarmoede, ervaren discriminatie, vijandigheid, 8
  8. 8. vernedering, rechtsongelijkheid, ervaren en gepercipieerde onrechtvaardigheid,achterstand of achterstelling. Anders gezegd bestaat de voedingsbodem uit eenaccumulatie van gerationaliseerde en geobjectiveerde gevoelens en ervaringen,voortkomend uit werkelijke dan wel gepercipieerde misstanden met betrekking tot deeigen groep of het eigen individuele leven, die vanuit een onmachtspositie vertaaldworden naar een handelingsperspectief. Kortom: groeiende frustraties kunnen, inwisselende gradaties, een voedingsbodem gaan vormen op het collectieve niveau vangemeenschappen of specifieke fracties binnen die gemeenschappen. Dit kan bijdragenaan het responsief maken van individuen - al dan niet in groepsverband - met prangendevragen over hun positie, status, trots, voortbestaan van hun eigenheid (culturele, etnischeen/of religieuze identiteit en de ontwikkeling daarvan) en ontwikkeling in de Nederlandsesamenleving.Andersom ook: individuen en groepen kunnen zich bedreigd voelen in de manier waaropzij zich behandeld en bejegend voelen door de buitenwereld. Als binnen degroep/gemeenschap het gevoel heerst dat het niet volledig en onvoorwaardelijkgeaccepteerd wordt dan kan dat leiden tot het ontstaan van een ‘tegenwereld’: eenmanier van leven met eigen codes, normen en waarden die beschermt tegen debuitenwereld, de vijandige samenleving die tekort doet en uitsluit. De organisatie van een‘tegenwereld’ is een cruciale factor in het ontstaan van een voedingsbodem voorradicalisering en polarisatie op gemeenschapsniveau1.In de trendrapportage van het Rijk over polarisatie en radicalisering in 2009 is demogelijke samenhang als volgt geïllustreerd.1 J.A. Moors: Voedingsbodem voor radicalisering bij kleine etnische groepen in Nederland, 2009. 9
  9. 9. In reactie op actuele situaties moet het onderscheid tussen polarisatie, radicalisering eneventueel andere vraagstukken scherp worden gemaakt. Een verkeerde duiding kanresulteren in een niet passende inzet. Dit kan zorgen voor onnodige escalatie of eenprobleem kan worden onderschat. Het maakt ook uit welke partners worden betrokken.Duiding is cruciaal. Informatie over een (dreigend) incident zou kunnen duiden opmogelijke radicalisering. Ook zou er sprake kunnen zijn van polarisatie of van een geheelander probleem. 10
  10. 10. 3 Actuele probleemdiagnoseIn opdracht van de driehoek heeft een interne evaluatie van de aanpak terrorismeplaatsgevonden. Hierover is vertrouwelijk gerapporteerd aan de driehoek met de‘Rapportage aanpak terrorisme en radicalisering’. De rapportage bevat een actueleprobleemdiagnose en dreigingsbeeld. In dit hoofdstuk vormt het driehoeksdreigingsbeeldde basis waarin de actuele probleemdiagnose wordt toegespitst op radicalisering enpolarisatie. In deze paragraaf zijn die elementen uit het dreigingsbeeld gelicht die directrelevant zijn voor de heroriëntatie. Het begint met een samenvatting van de hoofdlijnenvan het dreigingsbeeld van de driehoek. Vervolgens wordt ingegaan op de ontwikkelingenbinnen de diverse ideologische varianten. Aanvullingen betreffen ontwikkelingen als hetgaat om polarisatie breed en daarbinnen specifieker over antisemitisme, hetcriminaliteitsbeeld, discriminatie en internationale ontwikkelingen als de Arabische Lente,het Palestijns-Israelische conflict en de ontwikkelingen in Turkije.Samengevat is het dreigingsbeeld van de driehoek:- Er is in Amsterdam nog steeds sprake van dreiging van terrorisme, overigens wel minder dan een aantal jaar geleden.- De dreiging van incidenten met een grote maatschappelijke impact komt momenteel vooral uit jihadistische hoek.- De dreiging van geweld vanuit links-extreme hoek is aanwezig, maar gezien de gebruikte modus operandi tot nu toe is de dreiging niet direct levensbedreigend.- De dreiging vanuit traditioneel extreem rechts is laag in Amsterdam.- De weerstand van de Nederlandse bevolking tegen gewelddadig extremisme en terrorisme is onverminderd aanwezig.3.1 RadicaliseringZoals hierboven is beschreven is er sprake van problematische radicalisering als hetactivisme leidt tot extremisme. Hieronder wordt een aantal ontwikkelingen op het gebiedvan problematische radicalisering c.q. extremisme toegelicht.3.1.1 MoslimextremismeHet extremisme onder moslims op nationaal en internationaal niveau heeft verschillendemotieven, achtergronden en kent een aantal ontwikkelingen dat hieronder beknopt wordtweergegeven:- De afgelopen vijf jaren heeft de gemeente meer dan 180 meldingen over mogelijke radicalisering ontvangen. Ongeveer 90% daarvan had betrekking op mogelijke islamistische radicalisering. In iets meer dan een derde van de gevallen waren er amper risico’s met betrekking tot radicalisering, vaak werd dit (ten onrechte) verward met orthodoxie. Maar bij bijna 25% was er sprake van radicalisering omdat (islamistische) ideologie werd gecombineerd met risicovol gedrag.- Volgens de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) wordt Nederland in sommige kringen gezien als bondgenoot in de ‘coalitie van kruisvaarders’ tegen de islam, en als land waar moslims zouden worden gediscrimineerd en de islam frequent wordt beledigd. Ook de Nederlandse militaire 11
  11. 11. betrokkenheid in islamitische landen draagt bij aan het hoge Nederlandse profiel in (jihadistische) kringen in het buitenland maar ook in Amsterdam.- Hoewel er in 2011 wel meer signalen zijn over jihadreizigers uit Nederland (waaronder ook Amsterdam), is het lastig vast te stellen of het aantal jihadreizigers daadwerkelijk stijgt. In vergelijking met landen als het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, gaat het om een beperkt aantal personen. Wel lijken zij, door te leren van mislukte pogingen en zich beter voor te bereiden, vaker dan vroeger in staat hun reisdoel te bereiken. Onder deze reisdoelen scharen zich, sinds de opstanden aldaar, ook Noord- Afrikaanse landen en landen in het Midden-Oosten.- Moslims hebben in de loop der jaren steeds nadrukkelijker publiekelijk afstand genomen van extremisme en geweld. Organisaties die zich nog wel radicaal uiten in de publieke ruimte krijgen nauwelijks een voet aan de grond.- Eerder (2009) concludeerde de AIVD dat de vier grote salafitische centra niet langer fungeren als voedingsbodem voor jihadistisch terrorisme en dat leidende salafisten zelfs openlijk stelling nemen tegen het jihadistisch gedachtegoed. Een deel van de Nederlandse moslimgemeenschappen spreekt zich op lokaal en nationaal niveau steeds vaker uit tegen de anti-integratieve en onverdraagzaam isolationistische boodschap maar ook tegen boodschappen die tot geweld leiden. De toegenomen weerstand heeft tot gevolg dat de groei van de jihadistische bewegingen is gestagneerd.- Er zijn doelgroepen die aandacht behoeven daar waar op dit moment de contacten beperkter zijn, bijvoorbeeld: de Syrische, Egyptische en Somalische gemeenschappen. De zorgen over radicalisering onder islamitische vrouwen behoeft nog steeds aandacht. Dit geldt ook voor hoger opgeleiden.- De rol van internet is nog ongewijzigd groot, zoals ook eerder werd geconstateerd. Hiermee moet in de signalering actief rekening worden gehouden.- In het grijze gebied tussen activisme en extremisme kan Amsterdam geconfronteerd worden met bewegingen die (vooralsnog) binnen de kaders van de wet opereren, maar door het extreme doel dat zij nastreven en/of door hun provocerende en intimiderende methodes toch bepaalde risico’s met zich meebrengen. Bijvoorbeeld Shariah4Holland, Hizb ut Tahrir en verkettergroepen zoals de nieuwe veroveraars (Al Muhajirouna Al Judud). Dit vraagt om een alerte houding van de overheid. Deze houding kenmerkt zich door tijdig trends waar te nemen en deze om te zetten in handelingsstrategieën. Hiermee wordt de verrassingsimpact van incidenten beperkt.3.1.2 Extreem rechtsHierbij spelen de volgende landelijke ontwikkelingen:- De dreiging die uitgaat van extreemrechts en rechtsextremisme tegen de democratische rechtsorde in Nederland is gering. De AIVD schat in dat, indien de dynamiek die heeft geleid tot het huidige dreigingsbeeld in de komende jaren doorzet, de geringe dreiging van rechts-extremisme tegen de democratische rechtsorde in de toekomst niet wezenlijk zal veranderen of zelfs zal dalen.- Wel is zichtbaar dat sommige Europese landen worden geconfronteerd met geweldsdaden die worden toegeschreven aan extreemrechts. In Nederland zijn voor dergelijke dreigingen nog geen aanwijzingen, maar die zijn daarmee niet op voorhand uit te sluiten. 12
  12. 12. - Het lage aantal meldingen over extreem rechts schept een beeld dat wordt bevestigd in een onderzoek van de Anne Frankstichting2 uit 2010. Hieruit blijkt dat slechts een klein aantal georganiseerde extreemrechtse groepen in Amsterdam in beperkte mate actief is geweest in de onderzochte periode 2004 -2010. Het betreft vooral de formaties Nationale Alliantie, NVB, Nieuw Rechts en Voorpost, met in totaal hooguit tien actieve personen. Binnen deze periode is sprake van een dalende trend.- In de brede regio rond Amsterdam (Zaanstreek, Purmerend, Almere, Aalsmeer) staan verhoudingsgewijs meer groepen jongeren bekend als extreemrechts. Deels gaat het hier om een ongeorganiseerde jeugdstijl maar er zijn ook enkele actieve formaties. Deze formaties vertonen enige wisselwerking met Amsterdamse groepen, hoewel Amsterdam bij hen niet populair is als locatie om activiteiten te ontplooien. Mogelijk uit vrees voor hun eigen veiligheid.3.1.3 Single issues (bv dierenrechten en asielrecht)Er wordt een verharding geconstateerd binnen single-issue bewegingen. Dit betreft vooraldiegenen die bereid zijn de wet te overtreden, onder andere binnen kringen van krakersen het anti-asielprotest.Acties gericht tegen het Nederlandse asielbeleid zijn al langere tijd het meest prominent.Het betreft hier vooral bijeenkomsten en openbare uitingen zoals (lawaai-)demonstraties.Echter, er zijn ook incidenten met een extremistisch karakter zoals (kleinschalige)brandstichtingen. Asielextremisten kiezen daarbij al langere tijd voor afgeleide doelwitten,zoals bouwers van asiel- en uitzetcentra. De bouw van een nieuw justitieel complex opSchiphol heeft in 2011 geleid tot acties in Amsterdam waaronder brandstichtingen inbouwketen.Monitoring van de mogelijke impact van de economische crisis is een aandachtspunt. Inenkele andere landen zoekt men de schuld hiervan bij (delen van) het bedrijfsleven en deoverheid en gaat dit gepaard met geweld. In Nederland speelt dit (vooralsnog) niet.3.1.4 EenlingenDwars door alle ideologische varianten op het gebied van radicalisering speelt deproblematiek van de geradicaliseerde eenlingen of zogenaamde ‘lone wolves’. Dit kangaan om eenlingen die handelen vanuit een extreemrechtse ideologie, vanuitmoslimsextremisme of vanuit een andere of zelf verzonnen ideologie. Als zij overgaan totextremistisch geweld dan kan dat eenzelfde maatschappelijke impact hebben als bijgeorganiseerd terrorisme. Soms gaat het om echte geïsoleerde personen, en soms ommensen die functioneren in een niet-extremistische groep en doorslaan. Dan delen zij dedoelen van de groep maar gaan zij verder in hun acceptatie van middelen om het doel tebereiken, zoals geweld. Soms kunnen gedragsstoornissen of psychische problemen eenrol spelen.Kern van het probleem is dat deze personen en hun radicaliseringsprocessen heel lang‘onder de radar’ kunnen blijven. Dat bemoeilijkt het signaleren van eventuele problemen,maar beperkt ook de handelingsperpectieven om problemen op te lossen die wel in beeldkomen. Om het risico van eenlingen aan te pakken zal onder andere gekeken moeten2 !Anne!Frankstichting!2010,!Extreem!rechtse!radicalisering!in!Amsterdam,!aard!en!omvang.! 13
  13. 13. worden naar verbeteringen in de signaleringsmethoden, bijvoorbeeld door het betrekkenvan psychologen en gedragsdeskundigen.3.2 PolarisatieWaar het gaat om ongewenste polarisatie kunnen de volgende ontwikkelingen wordenbenoemd. Geconstateerd is in hoofdstuk 2.2. dat het bij ongewenste polarisatie belangrijkis om de vinger aan de pols te houden om na te kunnen gaan waar negatievedenkbeelden verharden en over (dreigen te) gaan in daadwerkelijke negatievehandelingen en uiteindelijk incidenten. Hierbij spelen onder meer de volgendeontwikkelingen:- Er zijn zorgen over anti-islam sentimenten, tegelijkertijd neigen de geregistreerde cijfers naar een daling van het aantal incidenten. Een volledig beeld ontbreekt. Er zijn enkele landelijke cijfers, maar deze zijn niet dekkend. In een recent onderzoek is aangegeven dat er in Nederland in de periode 2005 – 2010 ruim 100 incidenten tegen moskeeën hebben plaatsgevonden. Uit onderzoek van landelijke politiecijfers blijkt dat het aantal bij de politie bekende incidenten bij moskeen is afgenomen van 32 in 2008 tot 14 in 2010.3 Niet bekend is wat hiervoor de verklaring is (wel of geen relatie met meldingsbereidheid bijvoorbeeld). Omdat opsporing moeilijk blijkt kan ook weinig worden gezegd over de achtergrond van de daders en over hun motivatie. Dat deze negatief is is duidelijk, maar of dit vanuit ideologische achtergrond (radicalisering) of vanuit een anti-moslimhouding (polarisatie) of sec vandalisme volgt is niet bekend. Geweld tegen moskeeën komt verhoudingsgewijs weinig voor in grote steden, hoewel daar relatief veel moslims wonen, aldus de onderzoekster.- Discriminatie op grond van ‘Marokkaans zijn’ lijkt op basis van politieregistraties iets toe te nemen terwijl discriminatie op grond van ‘Turks zijn’ iets afneemt. Breder geldt dat discriminatoire incidenten op grond van religie en levensovertuiging het meest voorkomen in Rotterdam Rijnmond en Amsterdam-Amstelland. Amsterdam- Amstelland is wat betreft het aantal incidenten in 2010 (22) weer op het niveau van 2008 (25). In 2009 was dit 11.4- De incidenten op grond van antisemitisme nemen in de registratie over de gehele periode toe. Dit in tegenstelling tot de incidenten op grond van religie. Hier is een absolute daling zichtbaar van 184 naar 108 geregistreerde incidenten. Het aantal geregistreerde incidenten van antisemitisme in Amsterdam- Amstelland: van 35 in 2008, naar 49 in 2009 en 44 in 2010. De CIDI-Monitor Antisemitische incidenten in Nederland registreerde in 2010 124 antisemitische incidenten, een substantiële daling (25,7%) ten opzichte van 2009, toen de Israëlische operatie in Gaza voor een piek zorgde. Volgens het CIDI heeft het ontbreken van een lange crisis rond Israël in 2010 een rol gespeeld bij deze daling5- Discriminatoire incidenten op grond van religie en levensovertuiging zijn in Amsterdam- Amstelland gestegen na een afname in 2009, zo geven landelijke cijfers in het Poldis-onderzoek aan.- De afgelopen jaren is het Draaiboek Vrede een aantal keer geactiveerd om concrete gevallen van mogelijke (dreigende) polarisatie te beteugelen, maar ook risico’s van escalatie die de sociale veiligheid in de stad bedreigen. Bijvoorbeeld bij het uitkomen van de film Fitna en bij de Amsterdamse zedenzaak.3 Poldis, p. 104 Poldis, p. 205 Jaarrapport 2010, Centrum Informatie en Documentatie Israel. http://www.cidi.nl/Monitor-incidenten.html 14
  14. 14. - De rol van internet en (sociale) media speelt op verschillende niveaus een rol. Zo is het een belangrijk distributiekanaal voor polariserende en soms extremistische denkbeelden. Ook wordt het internet gebruikt voor netwerkvorming en rekrutering. Hierbij gaat het nog om gerichte acties van kwaadwillenden, maar het internet en sociale media kunnen ook een enorme aanjagende functie vervullen bij polarisatie. Bijvoorbeeld de reacties van internetters onder mediaberichten kunnen heftig zijn, of zelfs opruiend en racistisch. Ook het feit dat altijd het nieuws direct de hele wereld over gaat, maakt dat invloeden van buiten direct in Amsterdam aankomen. Een goed voorbeeld was de berichtgeving over de aanslagen van de PKK in Turkije waardoor uiteindelijk in Amsterdam ongeregeldheden ontstonden.- Uit het onderzoek “Samenleven met verschillen” van Bureau Onderzoek en Statistiek van de Gemeente Amsterdam en het Verwey Jonker Instituut uit maart 2012, blijkt dat in sommige buurten meer dan 30% van de bevolking redelijk veel spanningen ervaart. Het doel van het onderzoek was inzicht te verkrijgen in de aanwezigheid, achtergronden, risico- en beschermingsfactoren van polarisatie en sociaal vertrouwen in de stadsdelen Zuid, Zuid Oost, Oost, Nieuw West, en West, zodat ongewenste polarisatie kan worden tegengegaan en vertrouwen tussen bevolkingsgroepen kan worden bevorderd. Vooral het gedrag van bewoners van verschillende bevolkingsgroepen, zoals overlast van jongeren of het niet schoonhouden van de buurt, zorgt voor spanningen in de buurt, niet bijvoorbeeld de verschillen in religieuze achtergrond. Bewoners hebben over het algemeen meer vertrouwen in buurtgenoten van de eigen dan van een andere herkomst. Spanningen tussen de oudere generaties (autochtone) Amsterdammers en jongere generaties (allochtone) Amsterdammers zijn hierbij soms aanwezig. Maatschappelijk onbehagen speelt hierbij een rol.- Bij de socialisatie van een deel van de islamitische kinderen komt het probleem voor dat de thuissituatie niet altijd één op één aansluit op de buitenwereld. Daardoor wordt gewenst gedrag getoond terwijl men iets anders voelt en denkt. Dit kan een bron van frustratie zijn. Daarnaast is de behoefte aan religie bij moslims en hoe de beleving daarvan tot uiting komt in een seculiere samenleving een aandachtspunt. Dit is een leefdomein dat op dit moment onvoldoende aandacht krijgt binnen bestaande instituties terwijl het een wezenlijk aspect is voor de persoonlijkheidsontwikkeling van (tweede generatie) moslims. Uit verschillende rapporten en onderzoeken blijkt dat religie onder jonge moslims een belangrijke factor is in de socialisatie en in de persoonlijkheidsvorming. De beleving en het uiten daarvan krijgen nieuwe vormen: van zeer vrijzinnig tot zeer orthodox. Door gebrek aan weerbaarheid en de zwakke religieuze infrastructuur kunnen groepen en individuen die een simplistische boodschap verkondigen gemakkelijk een podium krijgen. Soms kunnen deze boodschappen getypeerd worden als ondemocratisch of onwenselijk voor de sociale samenhang in de stad. Veelal gaat het om tweede generatie-jongeren die op zoek zijn naar antwoorden op het gebied van identiteit en persoonlijke ontwikkeling. Doordat deze ontvangende groep eerbied heeft voor bepaalde geleerden hebben zij soms een weinig kritische houding ten opzichte van de boodschap. Dit kan leiden tot vervreemding.- Het huidige maatschappelijke en politieke klimaat maakt dat het gevoel van erbij horen door moslimjongeren onder druk komt te staan. Dit speelt bij kwetsbare groepen maar ook bij hoog opgeleiden die zich in de samenleving onvoldoende geaccepteerd voelen. Het gevoel een tweederangs burger te zijn kan een voedingsbodem zijn voor proces van een polarisatie en radicalisering. 15
  15. 15. -3.3 Internationale ontwikkelingenAmsterdam is bij uitstek een gemeente met veel nationaliteiten onder haar bewoners.Tegenstellingen of conflicten die elders in de wereld spelen kunnen daardoor snel hunweerslag vinden op de openbare orde in Amsterdam en op de samenhang tussen debevolkingsgroepen. In een aantal gevallen leidt een strijd elders tot incidenten inAmsterdam tussen de daarbij betrokken bevolkingsgroepen. De afgelopen jaren is deinvloed van buitenlandse conflicten op Nederland steeds duidelijker geworden. Aangeziende wereld continue verandert, zullen er zich waarschijnlijk nieuwe thema´s aandienen.Ook kunnen bestaande ontwikkelingen in de loop der tijd een andere invalshoek krijgen.Het Palestijns/ Arabisch - Israëlische conflict heeft zn weerslag in Amsterdam. Dit wordtversterkt bij de opleving van het conflict zoals tijdens de Gaza-oorlog6. Veel van wat debetrokken partijen in die regio’s aan activiteiten ondernemen heeft afhankelijk van deernst en de impact van de daden directe invloed op bepaalde bevolkingsgroepen inAmsterdam die met deze regio’s direct en/of indirect verbonden zijn. Gebleken is dat debetrokkenheid van bepaalde groepen in de samenleving met bijvoorbeeld deontwikkelingen in Palestina op een negatieve en/of provocerende manier geuit wordt enspanningen kunnen ontstaan. Het is een onderwerp dat de polarisatie voedt en mogelijkvan invloed is op antisemitisme èn op antimoslim sentimenten en de beleving hiervan.De Arabische Lente kan van invloed zijn op zowel radicalisering als polarisatie. Hoe hetzich precies ontwikkelt moet nog blijken. De Arabische Lente lijkt vooral een proces vandemocratisering. In een positief scenario draagt verdere democratisering bij aan minderruimte en vooral minder draagvlak voor radicale en extremistische groepen. Het biedtidealiter kansen om in Nederland nog nadrukkelijker vanuit democratische waardenaansluiting te zoeken bij bevolkingsgroepen met een achtergrond uit die regios waar dedemocratisering plaatsvindt. Daadwerkelijke matiging van radicale boodschappen kanleiden tot minder actief aanbod van dergelijke boodschappen, ook voor jongeren inNederland. In een meer negatief scenario is het gestarte proces juist input voor een groeivan ondergronds verzet door extremistische groepen en voedt dit intenties tot rekrutering.In een negatief scenario zouden ontwikkelingen daar kunnen resulteren in een toenamevan antisemitisme en spanningen tussen (minderheids)groepen in Amsterdam.Zichtbare democratisering kan ook de beeldvorming in Nederland over die landenversterken. Op deze wijze kan het bijdragen aan het terugdringen van negatievebeeldvorming over moslims. Zo wordt bijgedragen aan het tegengaan van polarisatie.Ook de spanningen tussen Turken en Koerden zijn merkbaar in Amsterdam. Dit kwam inoktober 2011 tot uiting door gewelddadige incidententen rondom het Koerdisch centrum(KNCCA) in Amsterdam. Directe aanleiding was een opleving van het conflict tussenKoerden en Turken in Turkije.De wijze waarop de overheid omgaat met internationale issues kan ook van invloed zijn.De stellingname van de regering over een bepaald thema kan zorgen voor gevoelens vanantipathie of zelfs voor escalatie onder bevolkingsgroepen hier in Nederland. De stad kangeconfronteerd worden met de gevolgen van de stellingname van de regering ten aanzien6 In 2008-2009 16
  16. 16. van een internationale gebeurtenis, vooral als deze niet strookt met de gevoelens van eendeel van de Amsterdamse bevolking dat zich verbonden voelt met het betreffendevraagstuk. Bijvoorbeeld met het Palestijns- Israëlisch conflict.Conclusie: De snelheid (oa door de social media) waarmee internationale conflictendoordringen en zorgen voor onrust in Amsterdam, is relatief nieuw. Deze ontwikkelingenvragen structurele aandacht van het gemeentelijke beleid. Hiervoor is een goedekennispositie over internationale conflicten nodig, een neutrale houding en inzicht in debelevingswereld van Amsterdammers ten aanzien van een conflict. Verder is hetbelangrijk om goede formele en informele netwerken te hebben die in samenwerking metde gemeente de verantwoordelijkheid willen nemen om de gevolgen van internationalekwesties op de Amsterdamse samenleving te beperken. 17
  17. 17. 4 Ervaringen aanpak4.1 Hoofdlijnen aanpak tot nu toeNieuwe inzichten en ervaringen hebben door de jaren heen steeds gevolgen gehad voorde aanpak. Met het actieprogramma Wij Amsterdammers II kwam de focus te liggen opbinden en op het stellen van grenzen en eisen. Het toenmalige college van B&Wbenadrukte dat een effectief en bestendig beleid op de klassieke integratiethema’s zoalswerk en onderwijs uiteindelijk het meest doeltreffende Amsterdamse antwoord is oppolarisatie en processen van radicalisering. De aanpak gericht op het vergroten van desociale cohesie is met Wij Amsterdammers II ondergebracht bij het Platform AmsterdamSamen (PAS). Vervolgens betekende de aanpak uit Amsterdam tegen radicalisering eenaanscherping en aanvulling van toenmalige projecten en activiteiten. Dit is ook de basisvan de huidige aanpak. De procesevaluatie uit 2009 heeft vooral tot organisatorischeveranderingen geleid. ActielijnenWij Amsterdammers I - bestrijden van terreur, voorkomen van nieuwe aanslagen,(2004) - tegengaan van radicalisering, - voorkomen van polarisatie, mobiliseren van positieve krachten.Wij Amsterdammers II - investeren in sociaal kapitaal(2006) - stellen van grenzen en eisenAmsterdam tegen - vroegtijdig signaleren/de-radicaliserenradicalisering (2007) - weerbaarheid vergroten - voedingsbodem aanpakkenHieronder wordt nader ingegaan op de aanpak Amsterdam tegen Radicalisering. Dekeuzes in 2007 waren de volgende:- Er werd scherper gekozen voor een doelgroepenbenadering, onderverdeeld in de radicaal, de zoeker en de omgeving.- Daarnaast werden de aangrijpingspunten aangescherpt. Er kwamen drie hoofdlijnen: deradicalisering, het vergroten van de weerbaarheid en het verkleinen van de voedingsbodem.- Verdere aanscherping werd mogelijk door intensievere samenwerking met maatschappelijke organisaties, zoals de hulpverlening, onderwijs, jongerenwerk, zelforganisaties en sleutelfiguren uit de (moslim)gemeenschappen.Er werden drie doelgroepen en drie aangrijpingspunten onderscheiden. Deze zijn metelkaar verbonden.1. Zo zijn er degenen die radicaliseren of die een radicaal gedachtegoed actief verspreiden, deze groep moet de-radicaliseren. De curatieve aanpak is op hen van toepassing. Deze aanpak moet iemand die radicaliseert ombuigen naar de- radicalisering. De essentie van de aanpak is het weer positief verbinden van deze personen aan de samenleving.2. Dan zijn er de ‘zoekenden’ die weerbaarder moeten worden. Deze groep is enigszins gevoelig voor radicalisering en kan ten goede of ten kwade beïnvloed 18
  18. 18. worden. Deze groep (moslims en niet-moslims) worstelt met hun identiteit en kan moeite hebben met hun plaats in de samenleving of juist met de plaats van anderen daarin. Op hen is de specifieke preventieve aanpak gericht waardoor zij weerbaarder worden tegen negatieve invloeden en radicale gedachten.3. En een derde doelgroep bestaat uit al degenen die geraakt worden door negatieve ontwikkelingen die hun binding met de samenleving aan kunnen tasten. Voor deze groep moeten de voedingsbodem voor onvrede verkleind worden. De algemene preventieve aanpak is op deze groep van toepassing en richt zich in principe op alle Amsterdammers en benadrukt wederzijdse tolerantie en acceptatie.In de toenmalige aanpak werd aangegeven dat dierenrechtenactivisme geen bijzondereaandacht krijgt, maar extreemrechts werd nadrukkelijk wel meegenomen in de aanpak.4.2 Reflectie op de aanpak: leerpuntenZoals de vorige paragraaf laat zien, is in de afgelopen jaren met de toename van kennisen inzichten in de problematiek ook meer focus aangebracht in de aanpak. In deafgelopen jaren zijn vele projecten en initiatieven gestart. Toen de aanpak in 2004 begonwas dit pionierswerk: landelijk maar ook internationaal gezien was de aanpak uniek. Hetwas niet of beperkt bekend wat radicalisering of polarisatie was en zeker wat dit specifiekin Amsterdam was. De aard van de problematiek maar ook de duiding door deskundigenheeft een ontwikkeling doorgemaakt. Het is steeds beter bekend welke groepen en/ofontwikkelingen wel of geen veiligheidsrisico vormen. Met de aandacht voor radicaliseringkwamen ook andere, onderliggende vraagstukken meer prominent in beeld. Bijvoorbeeldde versterking van de aanpak van discriminatie. Een aantal van de acties dat in 2004 isopgestart is onderdeel van regulier beleid geworden.Een belangrijke les uit de uitvoeringspraktijk is dat hoe beter de risicodoelgroep van eenactiviteit kan worden gedefinieerd en vervolgens bereikt, des te effectiever het beleid is.Aanvankelijk was de aanpak hiervoor breed en generalistisch. Het bereiken van heelspecifieke doelgroep is ingewikkeld. Soms leven zij geïsoleerd en zijn zij vervreemd vande samenleving en van reguliere organisaties. Eén van de manieren om hen toch tebereiken is door te investeren in netwerken en in sleutelfiguren. Een project specifiekgericht op sterke geïsoleerde moslimas is een voorbeeld waarin dit goed is gelukt.Goede netwerken zijn van belang voor het signaleren van mogelijke spanningen in desamenleving en het betrekken van mensen op het moment dat dit uit de hand (dreigt) telopen. Daarnaast draagt dit bij aan de informatiepositie van de gemeente binnen diversegemeenschappen, waardoor de gemeente meer zicht krijgt op (onzichtbare)ontwikkelingen en bijtijds kan interveniëren. Ten slotte kunnen deze sleutelfiguren eenbrugfunctie vervullen tijdens crisissituaties en bij casus van mogelijke radicalisering.Leerpunt is dat er structureel geïnvesteerd moet worden in netwerkvorming enonderhoud.Er heeft verdere professionalisering plaatsgevonden, zowel bij het trainen van(honderden) professionals als bij het afhandelen van signalen van mogelijkeradicalisering. De signalen die het Meld- en adviespunt ontvangt worden steedsprofessioneler opgepakt. Na een piek in 2005 gaat het om ongeveer 30 meldingen perjaar. Het aantal meldingen zegt maar in beperkte mate iets over aard en omvang. In 2005 19
  19. 19. lag de nadruk op het ontvangen van zoveel mogelijk signalen en het trainen van zoveelmogelijk professionals om zicht te krijgen op en inzicht te krijgen in de aard en omvangvan eventuele zorgen. Inmiddels is veel duidelijker welke signalen worden gezocht.Alle meldingen zijn in het casusoverleg beoordeeld op basis van een dynamischbeoordelingskader, waarbij de aanwezigheid van (radicale) ideologie wordt afgezet tegenalle andere risicofactoren, zoals psychische problemen, crimineel verleden, nabijheid van(ex)terrorismeverdachten, werkloosheid, etc. Als blijkt dat er sprake is van (enige mate)van radicalisering kan het nodig zijn om een interventie te plegen. De interventies zijnzorg-georiënteerd en bedoeld om de persoon in kwestie te helpen en weer op eenpositieve manier aan de samenleving te binden. De interventies zijn gericht op tweezorgdomeinen: materiële en immateriële zorgen. Bij de materiële hulp en begeleidingwordt ingezet op zaken als werk, opleiding, woning en schulden. Bij immateriële hulpwordt met name ingezet op het verzwakken van het radicale gedachtegoed. Betrokkenenworden dan uitgedaagd om na te denken over hun opvattingen, zelfstandig te denken,zelfreflectie toe te passen, zwart-wit denken en complottheorieën te herzien en open testaan voor andere opvattingen en andersdenkenden. De manier waarop dit gebeurtverschilt van geval tot geval. Er zijn nog geen uitontwikkelde ‘standaard’-methodenbeschikbaar. Elk nieuw traject is een innovatief proces.Een geleerde les bij het trainen van professionals is dat de nadruk meer moet liggen opde kwaliteit dan kwantiteit, dat betekent gerichter trainen en maatwerk leveren. Daarnaastzou de training meer oog moeten hebben voor de behoefte van de professionals om meerte weten over de (religieuze) achtergronden van de doelgroepen en hoe daar mee om tegaan.Vroegsignalering is één van de speerpunten van het beleid. Door zorgwekkende signalentijdig op te pikken en actie te ondernemen kunnen ernstigere situaties mogelijk wordenvoorkomen. Professionals kunnen daarin een cruciale rol spelen. Om die reden worden zijgetraind zodat ze zich bewust worden van de risico’s en weten wat ze moeten doen. Eenaandachtspunt is dat het niet mogelijk is om alle professionals in Amsterdam te trainen.Om toch een groot en duurzaam bereik onder professionals te bewerkstelligen is vanbelang dat de deskundigheid in de opleidingsinstituten wordt geborgd en ook in deorganisaties van degenen die aan de trainingen deelnemen. Daarnaast wordt voorgesteldom de kring van getrainde professionals met een gericht traject uit te breiden. Met namede signalering van - niet in netwerken of groepsverband werkende - ‘eenlingen’ waarvaneen dreiging uitgaan, is een nieuw fenomeen waarop de kennis versterkt moet worden.Met Wij Amsterdammers II en vervolgens met Amsterdam tegen radicalisering zijnstadsdelen steviger aangehaakt. In navolging van het voormalige stadsdeel Slotervaartheeft een aantal stadelen actieplannen tegen radicalisering gemaakt. De nadruk ligt oppreventieve activiteiten binnen de verantwoordelijkheden en mogelijkheden van destadsdelen. Bij een aantal stadsdelen zijn speciale radicaliseringsdeskundigen aangesteldom de aanpak uit te voeren en de activiteiten te verbinden of te integreren met anderebeleidsterreinen van het stadsdeel. Daarnaast hebben zij een belangrijke functie binnenhet netwerk in de stad en met de lokale (zelf)organisaties. Niet alle stadsdelen hebbeneen eigen aanpak. Dit komt deels doordat de omvang en ernst van de risico’s perstadsdeel verschillen, maar het hangt ook samen met de prioriteit die hetstadsdeelbestuur er aan heeft gegeven. 20
  20. 20. Amsterdam heeft in de afgelopen jaren veel positieve aandacht gekregen van gemeenten,van de Rijksoverheid en internationaal. Er is actief meegewerkt aan landelijke initiatievenwaarbij steeds Amsterdamse kennis en ervaringen zijn ingebracht. In het bijzonder in deafstemming met Groot-Brittannië en de stad Birmingham zijn waardevolle inzichtenopgedaan.Er is veelvuldig en intensief samengewerkt tussen politie en gemeente. Binnen degemeente hebben verscheidene diensten een bijdrage geleverd. Belangrijk was vooral desamenwerking tussen DMO en OOV.Tegelijkertijd is in de praktijk gebleken hoe complex de materie is:- Ondanks concrete casussen en meldingen blijft het de vraag of de omvang van het probleem volledig in beeld is. Dit leidt mede tot terugkerende vragen over proportionaliteit: hoeveel inspanning is acceptabel als het gaat om het verminderen van de risico’s en de gevolgen van de problematiek?- Het is bij preventief beleid vaak moeilijk om aan te tonen dat de inspanningen daadwerkelijk effecten hebben. Dat geldt voor de aanpak van radicalisering in versterkte mate, omdat het te voorkomen probleem - aanslagen en de maatschappelijke weerslag – zelden voorkomt. Het feit dat er geen ernstige incidenten zijn geweest kan als succes van het beleid worden gepresenteerd, maar kan evenzeer door andere oorzaken komen. Bij sommige activiteiten kan het effect wel worden aangetoond, zoals bij de interventies in individuele gevallen en bij het trainen van professionals. Maar vooral bij de activiteiten die proberen de voedingsbodem te verminderen blijft het meestal ongewis wat het resultaat is geweest. Wel duidelijk is dat de schaal van de effecten vaak (te) klein is, bijvoorbeeld omdat een te kleine groep burgers wordt bereikt.- Het is en blijft moeilijk om de juiste doelgroepen en personen daadwerkelijk te bereiken. Alles staat of valt bij vertrouwen. Momenteel beschikt de gemeente over drie à vier personen die in staat zijn in het kader van deradicalisering vertrouwensbanden met risicogroepen op te bouwen. Mocht de vraag naar dit soort trajecten toenemen, dan kan er een tekort ontstaan. Daarom is het belangrijk om continu te werken aan het zoeken en opleiden van die professionals die door hun combinatie van vaardigheden, kennis en achtergrond daadwerkelijk in staat zijn om te interveniëren.- Trajecten gericht op deradicalisering zijn intensief en vergen een lange adem. Daarnaast is belangrijke voorwaarde voor een de-radicaliseringstraject dat de geradicaliseerde er voor openstaat. Deelname is immers geheel vrijwillig.- De reguliere hulpverlening heeft nog weinig expertise op dit terrein. Veel organisaties zijn nog niet toegerust om problemen aan te pakken waarvoor veel specialistische expertise en netwerk nodig is.- Eén van de belangrijkste, terugkerende kritiekpunten is de te eenzijdige focus op het islamitische extremisme. De focus is verklaarbaar door de moord op van Gogh en doordat het voor iedereen nog onbekend terrein was. Maar in de uitvoering kwam telkens naar voren dat er meer evenwicht nodig is in de aanpak, waarbij er ook aandacht is voor andere vormen van extremisme zoals links- en rechtsextremisme. Alhoewel eerder is aangeven dat de aanpak van radicalisering zich richt op zowel islamitisch als rechtsradicalisering, heeft dit laatste in de praktijk maar zeer beperkt aandacht gekregen. Dit mede omdat het risico als veel kleiner wordt ingeschat. Tegelijkertijd geldt hierbij de vraag of dit niet mede komt doordat er ook minder naar wordt gekeken: is het er niet of zien we het niet? 21
  21. 21. - De gemeente heeft een helder standpunt ten aanzien van scheiding van kerk en staat waarbij het draait om een gelijke en proportionele behandeling van verschillende religies, die het recht hebben om zich in het publieke domein te manifesteren. In de gemeenteraad is daarbij benoemd dat compensatie van specifieke religies niet past in dit beleid.- Het is in de praktijk moeilijk gebleken om de aanpak van radicalisering zoveel mogelijk te integreren in aanpalende beleidsterreinen zoals onderwijs, jeugdbeleid, en diversiteitbeleid. Dit mede omdat het geen prioriteit kreeg of onduidelijk was hoe dat uitgewerkt zou kunnen worden.- Er is in de afgelopen jaren ingezet op het vergroten van sociale cohesie. Echter, de praktijk liet zien dat het begrip sociale cohesie zeer breed is. De laatste twee jaar is de praktijk steeds meer in richting van specifiekere problematiek gegaan en dus ook gekozen voor de term polarisatie. Hiermee is duidelijker onderscheiden dat de inzet niet zozeer op de sociale cohesie algemeen gepleegd wordt (dit betreffen veelal de reguliere activiteiten van DMO en de stadsdelen) maar het juist specifieker om de invalshoek van sociale veiligheid gaat.In 2009 heeft een procesevaluatie plaatsgevonden. Een deel van de conclusies enaanbevelingen had vooral betrekking op de organisatorische borging van WijAmsterdammers na 2010. In de procesevaluatie werd op een aantal type projecten eninspanningen in het kader van Wij Amsterdammers geconcludeerd dat dit weliswaar devoedingsbodem voor polarisatie en radicalisering kan verminderen, maar dat die eigenlijkbreder speelt. Door het opheffen van het Platform Amsterdam Samen zijn activiteitenverder in de lijn van DMO gebracht. "Sociale cohesie verdient samenhangendeinvesteringen in maatschappelijke achterstanden, in sociale verbindingen en hettegengaan van sociale isolatie en polarisatie vanuit een kansenperspectief." 22
  22. 22. 5 Heroriëntatie van het beleidDe opdracht van deze heroriëntatie was om op basis van de geactualiseerdeprobleemdiagnose kritisch te kijken naar de bestaande uitgangspunten voor de aanpak.Op basis van de probleemdiagnose en de geleerde lessen wordt een aantalaanpassingen in het beleid gepresenteerd zodat de aanpak beter aansluit op deproblemen en effectiever en efficiënter zal zijn.5.1 Input vanuit actuele probleemdiagnose en ervaringen aanpakBij de actuele probleemdiagnose vallen de volgende zaken op: - Het risico van moslimextremisme als gevolg van een proces van radicalisering is er nog steeds, maar het is kleiner en deels anders geworden in vergelijking met 2004. Er is meer kennis, meer alertheid, meer tegenwicht en jihadistische netwerken zijn verzwakt. Tegelijkertijd blijft de dreiging, vooral van buiten. Dit mede door het hoge Nederlandse profiel. - De dreiging vanuit eenlingen speelt prominenter dan in het verleden. - Het beeld is dat de dreiging vanuit extreem rechts gering is. Extreem links gaat incidenteel gepaard met incidenten en specifieke – single issue – groepen verharden (anti-asielextremisme). - Er zijn zorgen over polarisatie, islamofobie en maatschappelijk onbehagen, maar een goed inzicht hierin ontbreekt. Ook blijven er zorgen over antisemitisme. Incidenten en ontwikkelingen in het buitenland hebben effect in Amsterdam als het gaat om spanningen tussen groepen. - Internationale ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op Amsterdam. Het Palestina-conflict maar ook de ontwikkelingen rond de Arabische lente zijn hier voorbeelden van. Dit kan in positieve of in negatieve zin gelden. - In het grijze gebied tussen activisme en extremisme zijn bewegingen (bijvoorbeeld Sharia4Holland of Hizb ut Tahrir) zichtbaar die vooralsnog binnen de kaders van de wet opereren, maar door het extreme doel dat zij nastreven en/of door hun provocerende en intimiderende methodes toch om een actief antwoord van de overheid vragen.- Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de tweede en derde generatie-jongeren in hun identiteitsontwikkeling op zoek zijn naar antwoorden over hun positie, status, trots en voortbestaan van hun eigenheid (culturele, etnische en/of religieuze identiteit) in de Nederlandse samenleving. Door de zwakke religieuze en culturele infrastructuur voor deze risicogroepen zijn zij mogelijk vatbaar voor simplistische (ondemocratische) boodschappen van individuen of organisaties afkomstig uit binnen- en buitenland.Bij de ervaringen met de Amsterdamse aanpak vallen de volgende zaken op:- De aanpak van terrorisme was breed. Daarmee wordt bedoeld dat niet alleen politie en justitie hun rol hebben, maar daarop aansluitend ook de gemeente en andere relevante maatschappelijke partners.- De oorspronkelijke bestuurlijke aanpak van radicalisering was breed en fungeerde als aanjager voor tal van (maatschappelijke) vraagstukken die rond het radicaliseringsvraagstuk speelden zoals sociale cohesie, discriminatie en dergelijke. 23
  23. 23. - De eerdere analyse van de aard van radicaliseringsprocessen en de aangrijpingspunten voor de aanpak zijn nog steeds actueel- In de loop van de jaren zijn radicalisering en polarisatie in toenemende mate als eigenstandige vraagstukken opgepakt, maar steeds met aandacht voor de overlap en samenhang. Dit past bij de analyse van de problematiek- De nadruk lag en ligt op moslimradicalisering. Dit is verklaarbaar vanuit de toenmalige risico-inschatting. Tegelijkertijd is er ook minder geïnvesteerd om inzicht te krijgen in eventuele andere vormen van radicalisering. Er is onderzoek gedaan, maar beperkt. Er is vooralsnog niet gekeken naar mogelijk handelingsperspectief voor de gemeente als het gaat om extreem links en single issue-bewegingen (dierenrechten, anti- asielprotest).- Inmiddels zijn delen van de oorspronkelijke brede aanpak ondergebracht in regulier beleid, zoals de aanpak van discriminatie.- Vooral de specifieke, gerichte projecten (specifieke groep, individu) lijken te werken.5.2 Essentie van de heroriëntatieDe essentie van de heroriëntatie is dat de aanpak risk based wordt gemaakt:De aanpak focust zich op daadwerkelijk geconstateerde risicos (groepen, individuen dieradicaliseren). De aanpak van radicalisering is een specifieke, gerichte aanpak met denadruk op deradicalisering en signalering. Netwerk- en expertiseopbouw zijn daarvoorrandvoorwaarden. Door de vroegtijdige signalering en verhoging van de ‘awareness’ blijftde aanpak van radicalisering een belangrijke schakel in de brede aanpak met politie,justitie en andere relevante partners. De praktijk heeft laten zien dat de bredesamenwerking essentieel is.De specifieke aanpak van daadwerkelijke polarisatie blijft onderdeel van de brede aanpak.Ook dit is risk based. De focus ligt op polarisatie als (sociaal) veiligheidsrisico. Specifiekeinterventies alleen daar waar regulier beleid niet volstaat.De preventie van radicalisering en polarisatie wordt primair bereikt door het regulierebeleid zoals de programmalijnen Burgerschap, aanpak Discriminatie en Emancipatie. Zijdragen in belangrijke mate bij aan het verminderen van de voedingsbodem en vergrotenvan weerbaarheid in de stad. Hiermee zijn de eerdere actielijnen uit de Amsterdam tegenRadicalisering ‘beperken voedingsbodem’ en ‘vergroten weerbaarheid’ grotendeelsonderdeel van regulier beleid geworden.Aanvullend op deze reguliere programma’s zal in de nieuwe risk based-aanpak aandachtzijn voor de weerbaarheid van risicogroepen waar specifieke problemen of kenmerkeneen rol spelen. Daarnaast is er specifieke aandacht voor witte vlekken in de reguliereaanpak van de voedingsbodem of situaties waar regulier beleid niet volstaat. Dezespecifieke preventieve maatregelen gericht op concrete risico’s van radicalisering enpolarisatie kan van twee kanten worden aangevlogen: doorredenerend vanuit hetreguliere preventiebeleid dan wel terugredenerend vanuit concrete veiligheidsproblemen.Het aanpakken van het aanbod van extremistisch gedachtegoed blijft wel onderdeel vande aanpak radicalisering. 24
  24. 24. De aanpak richt zich op een mogelijke gemeentelijke rol bij het voorkomen van allevormen van extremisme: inzet is proportioneel naar rato van het risico.De nieuwe aanpak is gevisualiseerd in het bijgaande figuur. In vergelijking met de eerdereaanpak betekent het bovenstaande dat er minder wordt gedaan onder de noemer vanaanpak radicalisering en aanpak van polarisatie, maar dat dit wel meer specifiek en meergericht wordt. Doordat de aanpak risk-based wordt worden de grootste risico’s het eerstaangepakt waardoor de inzet van instrumenten en dus middelen efficiënter wordt.Activiteiten die eerder expliciet deel uitmaakten van de aanpak zitten nu in regulier beleid. 25
  25. 25. 5.3 Onderliggende uitgangspunten voor de aanpakDe heroriëntatie van de aanpak radicalisering en polarisatie is gebaseerd op een aantaluitgangspunten en beleidskeuzes die in deze paragraaf worden uitgewerkt.Algemeen1. Er is een explicieter onderscheid tussen datgene dat onder de noemer van de aanpak van radicalisering en regulier beleid valt. Delen van de bestaande aanpak worden ondergebracht in regulier beleid.2. De bestaande rolverdeling tussen gemeente en politie (en justitie) wordt gehandhaafd conform de uitgangspunten van de brede anit-terrorismeaanpak. De gemeente blijft inzetten op die terreinen die buiten de scope en verantwoordelijkheden van politie en justitie vallen, met name door vroege signalering en awarnessverhoging.Radicalisering3. De aanpak van radicalisering is nog steeds nodig, ook al is duidelijk dat het gaat om uitzonderingen. Dit is een voorbeeld van een risico met een kleine kans, maar met een mogelijk grote (maatschappelijke) impact. Er zijn nog steeds personen die zodanig radicaliseren dat zij naar het buitenland gaan om daar te gaan strijden. Ook strafbare acties in Nederland zijn niet uit te sluiten.4. De nadruk ligt op het voorkomen van (sociale) veiligheidsrisicos. Radicale denkbeelden en/of anti-integratieve tendensen waar geen (sociale) veiligheidsrisicos gelden, vallen niet binnen de aanpak. Er wordt uitgegaan van een risk based aanpak: daadwerkelijk geconstateerde problemen en specifieke interventies in plaats van gemeentebreed, meer generiek beleid. Op basis van periodieke analyses worden keuzes gemaakt over interventies en projecten.5. De aanpak is gericht op de verschillende vormen van radicalisering en extremisme: moslim, links/single issue, rechts- en dierenrechten. Eerdere vergelijkbare keuzes hebben in de praktijk beperkt vorm en inhoud gekregen. Door de aanpak risk based te maken blijven maatregelen / projecten proportioneel.6. Activisme kan een openbare ordevraagstuk zijn maar kan ook leiden tot polarisatie en radicalisering. Op het grensvlak van activisme en extremisme zit een grijs gebied waarin gemeente en/of politie interventies kunnen plegen als er risico’s worden gezien of mogelijk aanwezig zijn.7. De aanpak wordt sterk gericht op deradicalisering als specifieke aanpak van radicalisering inclusief signalering (door gemeente en door derden) en benodigde kennis en expertise voor adequate duiding. Dit kan gaan om intensieve trajecten.8. Eén van de doelen blijft het ondermijnen van het aanbod van extremistisch gedachtegoed, onder meer in de signalering en in vervolginterventies. Dit in aanvulling op mogelijke interventies van politie en justitie.9. Eenlingen zijn onderwerp van signalering door de gemeente en partners. Inzet van gedragsdeskundigen kan een toegevoegde waarde hebben in de duiding.10. De eerdere actielijnen beperken voedingsbodem en vergroten weerbaarheid vallen primair onder het reguliere beleid. Voor risicogroepen worden specifieke interventies ingezet. Dit zijn aanvullende interventies die gericht zijn op het versterken van de weerbaarheid.11. In een volgende fase wordt samen met de stadsdelen bepaald wat de geheroriënteerde aanpak betekent voor de rol, verantwoordelijkheden en activiteiten van de stadsdelen op het terrein van radicalisering en polarisatie. 26
  26. 26. Polarisatie12. Er wordt uitgegaan van een meer enge definitie van polarisatie zoals gedefinieerd door het COT (2006) dat uitgaat van polarisatie als mogelijke spanningen tussen groepen die resulteren in een structureel verhoogd risico voor de sociale veiligheid van deze groepen. Sociale veiligheid staat voor de persoonlijke, fysieke veiligheid én de veiligheidsbeleving. Daarmee wordt de aanpak specifieker en gericht op veiligheid. Dit in afwijking van de eerdere Rijksdefinitie gericht op spanningen en segregatie.13. Er komt focus op het reageren op geconstateerde (dreigende) spanningen als specifieke aanpak van polarisatie met behulp van gerichte interventies.14. De bredere aanpak rond tegenstellingen en negatieve denkbeelden valt binnen reguliere beleidslijnen zoals de aanpak van discriminatie, de wijkaanpak en het bevorderen van burgerschap.15. Er komt focus op witte vlekken in de huidige aanpak van de voedingsbodem van polarisatie en radicalisering. Veel spanningen hangen samen met de leefbaarheid in buurten zo blijkt uit onderzoek Samenleven met Verschillen’.. Hier wordt reeds op geïnvesteerd door stad en stadsdelen. De conclusies van het onderzoek lijken daarmee aan te sluiten bij de voorgestelde focus op gerichte interventies en risicovolle witte vlekken in bestaande aanpak van stadsdelen en diensten.16. Op met name stadsdeelniveau moeten netwerken dusdanig sterk zijn, dat deze snel en betrouwbaar kunnen worden ingezet bij (dreigende) spanningen.Overkoepelend17. De aandacht gaat vooral uit naar die netwerken die daadwerkelijk toegang geven tot de gewenste doelgroep.18. Internationale ontwikkelingen (Arabische lente, Palestina-conflict) worden gevolgd en geduid voor Amsterdam. Een uitkijkpost voor het ontstaan van spanningen. Dit vergt inzet specifieke expertise van binnen- en buiten Amsterdam.5.4 ActiviteitenoverzichtOp basis van de uitgangspunten van de heroriëntatie en op basis van het geactualiseerdedreigingsbeeld is een aantal activiteiten beschreven waarmee de risk-based-aanpak wordtvorm gegeven. Deze activiteiten moeten er voor zorgen dat de grootste risico’s metbetrekking tot polarisatie en radicalisering tijdig in beeld komen en worden aangepakt danwel voorkomen.Omdat de aanpak risk based is, moet daar in de activiteiten rekening mee wordengehouden door de nodige flexibiliteit in te bouwen. Dat is gebeurd door de activiteitenzoveel mogelijk programmatisch vorm te gegeven, waarbij de doelen centraal staan en despecifieke invulling van de activiteiten in praktijk vorm zullen krijgen aan de hand van degeconstateerde risico’s. Sommige activiteiten, zoals netwerkvorming enexpertiseontwikkeling, vormen de randvoorwaarden om effectief op te kunnen treden ophet moment dat het er om spant.In het onderstaande overzicht staan de activiteiten gericht op radicalisering, op polarisatieen op de voedingsbodem. In bijlage 1 is voor een aantal activiteiten een uitgebreiderebeschrijving gemaakt met doel, resultaat, planning en kosten. Vanwege de benodigdeflexibiliteit is bij een aantal activiteiten juist geen nadere invulling gemaakt, maar is debeschrijving beperkt tot de doelen en het beschikbaar budget. 27
  27. 27. Lijn Radicalisering1. Signalering en de-radicalisering. Het doel is om risicosituaties in een vroegtijdig stadium te signaleren en daarop te interveniëren zodat het risico beheersbaar wordt. o Een centrale rol hierin speelt het Meld- en adviespunt radicalisering waar professionals zich kunnen melden voor vragen en zorgen over concrete gevallen van radicalisering. o Zonodig worden specifieke interventies ontwikkeld en uitgevoerd gericht op de- radicalisering bij individuele gevallen of groepsinterventies. o Om de interventies uit te kunnen voeren wordt een pool van externe specialisten opgezet en getraind, die indien nodig kunnen worden ingehuurd. o Er komen signaleringsprojecten waarbij het contact met moeilijk bereikbare doelgroepen wordt georganiseerd met als doel om hun weerbaarheid te versterken en eventuele probleemsituaties of risico’s te signaleren. o Er komt een pilotproject om hulpverleningsorganisaties klaar te stomen om zelf casussen te signaleren en af te handelen, zodat het onderdeel wordt van hun primaire proces en zij op termijn de taken van het meldpunt kunnen overnemen.Lijn Polarisatie2. Monitoren van spanningen en ontwikkelen van interventies. o Er komt “uitkijkpost" om de situatie in de stad, het land en het buitenland te monitoren en te beoordelen op mogelijke risicosituatie voor Amsterdam. o Er worden interventies ontwikkeld en uitgevoerd om geconstateerde risicosituaties beheersbaar te maken. Het gaat onder andere om lange termijnprojecten gericht op de afbouw of preventie van spanningen tussen groepen als gevolg van internationale ontwikkelingen (Turken Koerden, Midden Oosten Conflict, Arabische Lente etc). o Het kan ook gaan om interventies naar aanleiding van maatschappelijke- en politieke vraagstukken, bijvoorbeeld naar aanleiding van de situatie bij het verzamelgebouw "De Verbinding" in stadsdeel Oost. o Voor de ontwikkelingen van instrumenten zal onder meer worden onderzocht op welke manier social media gebruikt (kunnen) worden.Lijn Voedingsbodem3. Specifieke preventieprojecten in aanvulling op het reguliere preventiebeleid om de voedingsbodem van radicalisering en polarisatie te beperken.Algemeen4. Onderzoek en activiteiten gericht op risicodomeinen. o Het gaat om onderzoek naar radicaliserings- en polarisatierisicos, bijvoorbeeld in een specifiek gebied, een specifiek thema zoals gewelddadige eenlingen of nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast wordt verkend welke handelingsperspectieven een antwoord kunnen vormen op geconstateerde risico’s, bijvoorbeeld tav de risico’s van single issue-extremisten. Er is specifieke aandacht voor de risico’s in het domein van het hoger onderwijs. Doel is om de bewustwording van de risico’s bij zowel de instellingen als de studenten te vergroten en op die manier de vroegsignaleringsfunctie te versterken. 28
  28. 28. o Daarnaast is kennisdeling een doel. Dit kan bijvoorbeeld zijn naar aanleiding van bovengenoemde onderzoeken. Een voorbeeld hiervan is de stedelijke conferentie naar aanleiding van het onderzoek “Samenleven met verschillen” over spanning in Amsterdamse buurten. Doel is kennisdeling en stimuleren van activiteiten door alle relevante organisaties in de buurten5. Netwerkactiviteiten; ontwikkelen nieuwe netwerken, bijvoorbeeld door middel van sleutelfigurentrajecten of bij specifieke gemeenschappen. Daarnaast is onderhoud van het netwerk belangrijk, bijvoorbeeld door het organiseren van netwerkbijeenkomsten of een inhoudelijke conferentie. Het netwerk is van belang voor zowel de radicaliserings als polarisatierisico’s.6. Draaiboek Vrede: uitbouw tot totaalinstrument; in kaart brengen diverse netwerken; opzet interventiewaaier; ontwikkeling draaiboek vrede bij maatschappelijke (zelf-) organisaties.7. Ondersteuning en samenwerking stadsdelen. Het gaat om kennisdeling en om stimulering en afstemming van beleid en activiteiten. Dit gebeurt door structureel overleg, training medewerkers en risk based ondersteuning van stadsdelen.5.5 Implicaties voor taken en verantwoordelijkhedenRadicalisering en polarisatie hangen sterk met elkaar samen, zowel qua oorzaken, quavoedingsbodem als qua maatschappelijke gevolgen en risico’s voor de (sociale)veiligheid. Om die reden wordt de aanpak ervan ook zoveel mogelijk geïntegreerd en blijfthet onder verantwoordelijkheid van de burgemeester vallen.De reguliere aanpak van de voedingsbodem voor radicalisering en polarisatie isonderdeel van diversiteit, burgerschap en de aanpak discriminatie wat valt onder deverantwoordelijkheid van de wethouder Diversiteit. Om de verbinding tussen de reguliereen de voorgestelde aanpak te versterken is afgesproken dat de wethouder Diversiteitmede plannen ontwikkelt en uitvoert die een specifieke aanvulling vormen op degenerieke aanpak van de voedingsbodem.Voor deze initiatieven kan de wethouder beschikken over een budget van € 175.000 uithet totaal budget voor de aanpak van polarisatie en radicalisering welke formeel onderverantwoordelijkheid van de burgemeester blijft vallen.Op deze manier wordt de aanpak van de voedingsbodem zowel vanuit de invalshoek vandiversiteit als vanuit veiligheid ingevuld en integraal benaderd.De rolverdeling tussen de betrokken ambtelijke onderdelen wordt eenduidig vastgelegd.Door specifieker en dus efficiënter te gaan werken wordt bijgedragen aan degemeentebrede doelstellingen om te herstructureren.5.6 Financiële paragraafDe looptijd van dit nieuwe beleid is tot en met 2014. De activiteiten starten waar mogelijk 29
  29. 29. in 2012. De (financiële) planning de activiteiten is ingewikkeld omdat zij onderhevig is aaneen aantal onzekerheden. Om te beginnen is de aanpak risk based, dus zal een deel vande activiteiten pas daadwerkelijk worden uitgevoerd als zich concrete incidenten of risico’svoordoen. Daardoor is het moeilijk om heel specifiek in te schatten hoeveel inzet vanmiddelen nodig is. Schommelingen in de uitgaven zijn voorstelbaar. De meer structureleactiviteiten waaronder de signaleringssystemen en de activiteiten gericht op devoedingsbodem hebben als kenmerk dat zij zich richten op moeilijk bereikbaredoelgroepen en de activiteiten een hoog ontwikkelingsgehalte hebben. Devoorbereidingen zoals het vinden van de doelgroep en het creëren van vertrouwen zijnarbeidsintensieve handelingen met veel onzekerheden, waardoor er vertraging kanoptreden – ook in de bestedingen.Beschikbare budgetten;Ten behoeven van de aanpak van polarisatie en radicalisering is een structureel budgetvan € 971.050 beschikbaar. Dit is een uitvloeisel van de structurele middelen die indertijdvoor de aanpak Wij Amsterdammers zijn vastgesteld. Gezien de afgenomen dreiging ende toegenomen weerbaarheid onder de Amsterdamse bevolking is het structurele budgetuit de Wij Amsterdammers jaren inmiddels aanzienlijk teruggeschroefd. Ooit was hetbudget meer dan € 5.000.000 per jaar.De nu beschikbare structurele middelen zijn ondergebracht bij DMO (€ 559.050 in 2012en 339.000 vanaf 2013) en OOV.(€ 412.000 in 2012 en 268.000 vanaf 2013). Daarnaastkan de gemeente nog beschikken over een incidenteel budget dat afkomstig is van eentoekenning door het Rijk op grond van het Actieplan Aanpak radicalisering en polarisatie2007-2011. Een deel van de middelen is nog niet besteed en is beschikbaar alsincidenteel budget om in te zetten voor de voorgestelde activiteiten om radicalisering enpolarisatie tegen te gaan. Het gaat om een bedrag van € 876.000 bij DMO en € 466.000bij OOV. Het plan is om dit incidentele budget verspreid over de boekjaren 2012, 2013 en2014 in te zetten.Er is een begroting voor 2012 opgesteld voor de geplande activiteiten waarbij dekkingwordt gevonden in structurele middelen en een gedeelte van de incidentele middelen.Voor het resterende incidentele budget zullen per jaar activiteiten worden benoemd. 30
  30. 30. Begroting 2012 2012Activiteiten Radicalisering1. Signalering en de-radicalisering 438.000Activiteiten Polarisatie2. Monitoren van spanningen en ontwikkelen van interventies. 199.050Activiteiten Voedingsbodem3. Specifieke projecten in aanvulling op de reguliere aanpak van de 200.000voedingsbodem van radicalisering en polarisatie.Algemeen4. Onderzoek en activiteiten gericht op risicodomeinen 121.0005. Ontwikkelen en onderhouden netwerken 41.0006. Draaiboek Vrede 59.0007. Ondersteuning en samenwerking stadsdelen 225.000Totaal 1.283.050 31
  31. 31. Bijlage 1 Uitwerking activiteitenActiviteit 1. Signalering en de-radicaliseringHet doel is om risicosituaties in een vroegtijdig stadium te signaleren en daarop teinterveniëren zodat het risico beheersbaar wordt. In dit kader zullen de volgendeactiviteiten worden uitgevoerd:Meld- en adviespunt radicalisering: Vroegtijdig signaleren van mogelijke gevallen vanradicalisering. Het Meld- en adviespunt is bedoeld voor professionals die vragen of zorgenhebben over (individuele gevallen van) radicalisering. Het doel is om deze professionalste ondersteunen met duiding van de situatie en hen te adviseren over wat ze het bestekunnen doen. Uitgangspunt is dat primair de professional wordt ondersteund om zijneigen taken en verantwoordelijkheden goed te kunnen uitvoeren. In die gevallen waarinde professional niet zelf kan of wil interveniëren richting de persoon waarover gemeldwordt, kan het Meld- en adviespunt de regie op zich nemen en deskundigen inzitten omspecifieke maatregelen te nemen die bijdrage aan het verminderen van de risico’s van demogelijke radicalisering en de betrokken weer op een positieve manier aan desamenleving te binden.Het Meld- en adviespunt is een doorlopende activiteit en is afhankelijk van het aantalvragen/meldingen uit de stad. De kosten (personeelslasten, organisatiekosten, etc)worden geraamd op € 250.000, - . Momenteel loopt er een project om de bekendheid vanhet Meld- en adviespunt te vergroten en meldingsbereidheid te verhogen.Interventies gericht op de-radicalisering: door middel van specifieke activiteiten de risico’sals gevolg van radicalisering bij groepen of individuen verminderen. De interventies zijnaltijd maatwerk en toegesneden op de geconstateerde risico’s en op de mogelijkheden diepassen bij de persoon en de context waarin hij of zij zich bevindt.Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen interventies die zijn gericht op demateriële en immateriële aspecten van de problemen. Bij materiele problemen zoals werk,inkomen, huisvesting, schulden, etc. kunnen meestal reguliere vormen van hulpverleningeen antwoord vormen. Bij de immateriële problemen zoals het aanhangen van eenextreme ideologie, frustraties, perceptie van onrechtvaardigheid, etc, zijn specifiekeactiviteiten nodig die (vrijwel) niet door de regulieren hulpverlening worden aangeboden.Hiervoor moeten specifieke nieuwe interventies worden ontwikkeld, vaak uitgevoerd doorspecialisten, die extern worden ingehuurd.Voorbeelden van de activiteiten zijn contacten leggen, vertrouwen winnen, motiveren ommee te doen aan een de-radicaliseringstraject, leren reflecteren, discussiëren, informatieverwerken, informatie zoeken en toepassen, coaching, confronteren, sociale kringverbreden, psychologische of psychiatrische consulten, methodiekontwikkeling, evaluatie,inhuur van deskundige(n) op het gebied van radicalisme, etc.OOV en DMO voeren regie en doen zelf geen uitvoerende activiteiten. Uitgangspunt is omzoveel mogelijk gebruik te maken van het bestaande hulpverleningsaanbod en de daarbijbehorende financiering. Maar met name bij de interventies om immateriële problemen aante pakken is inhuur van specialisten nodig. Hiervoor is € 49.000 begroot. 32
  32. 32. Ontwikkeling en training specialistenpool voor de inzet bij de-radicaliseringstrajecten. Hetgaat om professionals die door hun combinatie van kennis, vaardigheden, en contact metde doelgroep in staat zijn om daadwerkelijk veranderingen te realiseren. Door hetorganiseren van deze pool wordt gewaarborgd dat er voldoende specialisten beschikbaarzijn om in te zetten bij individuele casus of groepsprojecten. De pool zorgt voor continuïteitin het kennisniveau en de wijze waarop interventie(strategieën) worden toegepast. Depool is een dynamische groep die zonodig wordt aangevuld met nieuwe specialistengericht op nieuwe doelgroepen, kennis of interventies. Voor het opzetten en werven vande pool is bedrag van € 43.000 begroot.Pilotproject zelfstandige uitvoering de-radialiseringtrajecten. Doel is omhulpverleners(organisaties) via deskundigheidsbevordering klaar te stomen om zelfradicaliseringscasussen af te handelen, zodat het onderdeel wordt van hun primaireproces en zij op termijn de taken van het Meld- en adviespunt kunnen overnemen. Om ditte realiseren zal één of meerdere organisaties worden geworven, een werkmethodeworden ontwikkeld, betrokkenen worden getraind en begeleid bij de uitvoering. De kostenworden geraamd op € 50.000.Signaleringsprojecten tav specifieke doelgroepen. Momenteel loopt het traject “Schouderaan schouder de drempel over”. Doel is om inzicht te hebben in een specifieke doelgroepvan jongeren met een orthodoxe levensstijl die zich dreigen af te keren van demaatschappij. Het signaleringproject kent twee vormen: een sporttraject als middel om hetcontact te kunnen leggen en te onderhouden. Daarnaast is er verdiependfocusprogramma waarbij de betrokkenen weerbaar tegen extremistische invloedenworden gemaakt. Onderdeel is dat bij een aantal personen een individueelbegeleidingstraject wordt uitgevoerd. Tot slot wordt het project gebruikt om in deze groepeen aantal sleutelfiguren te werven voor het netwerk. De kosten bedragen € 46.000, - 33
  33. 33. Activiteit 2. Monitoren van spanningen en ontwikkelen vaninterventiesOm spanningen in de stad vroegtijdig in beeld te krijgen en te kunnen tegengaan wordtdeze activiteit geoperationaliseerd in de volgende onderdelen:Opbouw en uitvoering Uitkijkpost om de situatie in de stad, het land en het buitenland temonitoren en te beoordelen op mogelijke risicosituatie voor Amsterdam.Geconstateerd is dat nationale en internationale ontwikkelingen impact hebben op de(sociale) veiligheid in Amsterdam. Hierbij valt te denken aan ontwikkelingen in het Midden-Oosten, het Israëlisch- Palestijns conflict. Daarnaast is het ook goed om lokale oflandelijke (politieke) ontwikkelingen te volgen die impact kunnen hebben. Dit alles terduiding van mogelijke risico’s voor de (sociale) veiligheid ten behoeve van bestuur engemeentelijke professionals.De uitkijkpost produceert in overleg met deskundigen en relevante partners analysesover ontwikkelingen die impact kunnen hebben op de stad. Partners hierbij kunnen zijn deNationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), het Ministerie vanBinnenlandse/ Buitenlandse Zaken, kennisinstituten als Clingendael, maar ook politie enOM. Voor de opbouw van deze post zal aanvullende capaciteit worden aangetrokken. Dekosten worden geraamd op € 40.000.Ontwikkelen (lange termijn) interventies gericht op spanningen tussen groepenDe verscherping van tegenstellingen tussen groepen in de samenleving kan resulteren in(een toename van) spanningen tussen deze groepen en segregatie langs etnische enreligieuze lijnen. Amsterdam is bij uitstek een gemeente met vele nationaliteiten onderhaar bewoners. Tegenstellingen of conflicten die elders in de wereld spelen kunnendaardoor snel hun weerslag vinden op de openbare orde en de samenhang tussenbevolkingsgroepen. In een aantal gevallen leidt een strijd elders tot incidenten inAmsterdam tussen de daarbij betrokken bevolkingsgroepen.Om deze problemen tegen te gaan worden interventies en (lange termijn) projectenontwikkeld. Voorbeelden zijn de bemiddelingsgesprekken die hebben plaatsgevondennaar aanleiding van de spanningen tussen Amsterdammers van Turkse en Koerdischeafkomst. Een van de uitkomsten van die gesprekken is dat er een werkgroep wordtopgericht met als doel onder meer activiteiten te ontwikkelen ter voorkoming vantoekomstige spanningen tussen beide groepen.Andere projecten zijn gericht op het tegengaan van spanningen tussen Joodse enMarokkaanse Amsterdammers. Te denken valt aan projecten als het Joods-Marokkaansnetwerk. Verder zal er aandacht komen voor het ontwikkelen van een aanpak waar hetgaat om maatschappelijk onbehagen. Dit vindt onder meer plaats naar aanleiding van hetonderzoek Samenleven met Verschillen door het Verweij Jonker Instituut en O+S, deStaat van Integratie en resultaten van eerdere onderzoeken (o.a. polarisatieonderzoek,onderzoek Extreemrechts in Amsterdam). Voor de ontwikkeling van interventies is €79.050 begroot.Interventies met gebruik van sociale media. Bij de ontwikkeling van instrumenten zalondermeer worden onderzocht op welke manier social media gebruikt (kunnen) worden.Er zal een project worden opgestart waarbij de vraag centraal staat hoe vanuit degemeente een actievere rol op het terrein van internet en sociale media gespeeld kanworden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het structureel monitoren van 34
  34. 34. discussies op verschillende sites en fora, dus niet alleen wanneer er nationaal ofinternationaal concreet iets speelt. Door structureel te monitoren krijgen we meer vat opsentimenten in de samenleving en kan daar, indien nodig, eerder op worden ingespeeld.Tevens kan gekeken worden naar de wijze waarop veel bezochte sites omgaan met hetmodereren van door hun bezoekers geplaatste berichten. Er zal gekeken worden naarhun mogelijke rol in het signaleren en/of beheersen van spanningen in de stad. De kostenzijn geraamd op €50.000, -Interventies n.a.v. maatschappelijk en politieke vraagstukken: Naar aanleiding vanactualiteiten in stad en land, komt het voor dat concrete (vervolg)acties en interventiesnodig zijn. Een voorbeeld van een dergelijke aanleiding is het onderzoek naar “DeVerbinding” in Oost en de bredere discussie over de scheiding kerk-staat. Kosten zijngeraamd op €30.000 35
  35. 35. Activiteit 3. Specifieke projecten in aanvulling op de reguliereaanpak van de voedingsbodem van radicalisering en polarisatieEr gebeurt reeds veel op het voorkomen van ongewenste polarisatie en radicalisering,met name op het terrein van de voedingbodem. Die inzet bestaat uit het stimuleren vaneen gelijke behandeling, verbinding van bevolkingsgroepen in het algemeen, creëren vanpositieve ervaring tussen bevolkingsgroepen, treffen van maatregelen om de problemenals overlast, criminaliteit, verslechtering van de leefbaarheid tegen te gaan bij allebevolkingsgroepen.Binnen de huidige aanpak Burgerschap, het Tegengaan van Discriminatie en Emancipatiewordt reeds regulier ingezet op het verminderen van de voedingsbodem en vergroten vanweerbaarheid in de stad. Hiermee zijn de eerdere actielijnen uit de Amsterdam tegenRadicalisering ‘beperken voedingsbodem’ en ‘vergroten weerbaarheid’ grotendeelsonderdeel van regulier beleid geworden.Aanvullend op deze reguliere programma’s zal in de risk based aanpak aandacht zijn voorinterventies die gericht zijn op het versterken van de weerbaarheid van risicogroepen. Hetgaat hierbij dus om voedingsbodemcomponenten waar regulier beleid nog niet volstaat,de zogenaamde ‘witte vlekken’. Door de witte vlekken in te vullen wordt een sterkeverbinding gelegd tussen het reguliere beleid en de risk based aanpak van radicaliseringen polarisatie.Geraamde kosten € 200.000 36
  36. 36. Activiteit 4. Onderzoek en activiteiten gericht op risicodomeinenOnderzoek: Het doel is om kennis en nieuwe inzichten op te doen in nieuweontwikkelingen op het dossier radicalisering en polarisatie breed, specifiek gebieden,domeinen en op thema’s zoals gewelddadige eenlingen. Het kenniscentrum maakt zoveelmogelijk gebruik van bestaande onderzoeken door derden, maar de ervaring leert dat erregelmatig behoefte is aan specifiek onderzoek dat gericht is op de nieuwe risico’s voorde Amsterdamse situatie. Het bepalen van de onderwerpen van onderzoek wordt riskbased. De activiteiten bestaan uit onderzoeksvragen formuleren,onderzoeksorganisatie(s) selecteren, begeleiden onderzoeken, vertalen uitkomstonderzoek naar beleid, verwerken onderzoek naar (bestuurlijke) adviezen of interventies.Momenteel loopt een onderzoek naar de omvang en risico’s van radicalisering onderAmsterdamse moslima’s. Daarnaast wordt onderzocht op welke manier het internet vaninvloed is op de risico’s in Amsterdam. Voor onderzoek is een budget geraamd van€ 40.000,-Er komt een onderzoek naar de handelingsperspectieven van het lokaal bestuur tenaanzien van single-issuebewegingen. (€ 25.000)Activiteiten op risicodomeinenEén van de domeinen met specifieke risico’s voor radicalisering is het hoger onderwijs. In2010 is het actieplan Aanpak radicalisering in het hoger onderwijs vastgesteld. Een aantalactiviteiten hieruit past binnen de risk-based aanpak en zal worden voortgezet. Het gaatom activiteiten om studenten, personeel en organisaties meer bewust te maken van enradicaliseringsrisico’s en de signaleringsfunctie te versterken. (€ 36.000)KennisdelingKennisdeling van lopende en nieuwe onderzoeken, bijvoorbeeld de stedelijke conferentie“ Samenleven met verschillen”. Dit betreft onderzoeken van de gemeente zelf en vanexterne partijen. (€ 20.000) 37
  37. 37. Activiteit 5. NetwerkactiviteitenDoel is om het netwerk van de gemeente met betrekking tot het signaleren, tegengaan envoorkomen van radicalisering en polarisatie verder te ontwikkelen. Er wordt onderscheidgemaakt tussen formele netwerken, d.w.z. relaties met relevante professioneleorganisaties en informele netwerken, d.w.z. relaties met relevante zelforganisaties en metindividuen. Naast het onderhouden van netwerken wat reeds geschiedt in het kader vanhet Meld- en Adviespunt is het nodig om het netwerk verder te ontwikkelen met specifiekeactiviteiten.De activiteiten bestaan uit een structuur ontwikkelen om het bestaande netwerk beter tebinden en te ontginnen. Uitbouw informele netwerk van sleutelfiguren om vroegtijdig tesignaleren of interveniëren. Daarnaast een project om nieuwe potentiële sleutelfiguren tewerven, te empoweren en te begeleiden. Tot slot wordt ingezet op netwerkontwikkelingrichting nieuwe gemeenschappen, zoals de Egyptische, Syrische, Pakistaanse,Afghaanse, Somalische, etc. De kosten zijn begroot op € 41.000 38
  38. 38. Activiteit 6. Draaiboek vredeHet Draaiboek Vrede is in situaties van (dreigende) maatschappelijke onrust eenbelangrijk instrument om informatie uit de samenleving te krijgen en om eventuelespanningen via gerichte acties te verminderen. Het draaiboek Vrede bestaat al sinds 2004en is sindsdien met enge regelmaat ingezet. De voorgestelde actie heeft als doel om dewerkwijze, het netwerk en de instrumenten verder te ontwikkelen en te borgen.De bestaande netwerken worden zullen worden doorgelicht om deze waar nodig aan tevullen en eventueel uit te breiden naar andere groepen.Activiteiten:- Het Bestuurlijke draaiboek Vrede en het netwerk van het draaiboek Vrede worden kritisch herzien en geactualiseerd, zowel op stadsdeelniveau als op het niveau van de centrale stad.- De netwerken zullen worden doorgelicht en gestructureerd en zullen verder worden ontwikkeld richting nieuwe doelgroepen en gemeenschappen.- De verbinding tussen het bestuurlijk draaiboek en het politioneel draaiboek wordt versterkt, onder andere door de netwerken op elkaar af te stemmen. Er vindt daarbij afstemming plaats met de portefeuillehouder van de politie over het politieel draaiboek Vrede.- Er zal een pilotproject starten om ook relevante maatschappelijke organisaties voor te bereiden op hun rol in tijden van draaiboek vrede.- Er wordt gewerkt aan een interventiewaaier, waarin een aantal interventies wordt beschreven en beschikbaar gemaakt om in te zetten.De kosten zijn begroot op €30.000 voor de ontwikkeling van het netwerk eninterventiewaaier en € 29.000 is bestemd voor het pilotproject. 39
  39. 39. Activiteit 7. Ondersteuning en samenwerking stadsdelenDe stadsdelen zijn een belangrijke partner in de aanpak van radicalisering en tegengaanpolarisatie. Zij zitten in de haarvaten van de stad en de buurten, vanwege contacten metjongerenwerkers, scholen, buurthuizen, buurtregisseurs et cetera, wat er speelt. Deafgelopen jaren waren de stadsdelen bij de uitvoering van het plan Amsterdam tegenRadicalisering een onmisbare schakel. Belangrijk is en blijft het stimuleren en faciliterenvan de aanpak van radicalisering en polarisatie in de stadsdelen. Dit gebeurt opverschillende manieren: - Risk based ondersteuning van stadsdelen en stimuleren van aanpak en doelen mbt aanpak Radicalisering en Polarisatie; - Maandelijks thematisch stadsdeeloverleg met de projectleiders Radicalisering en en/of Veiligheidscoördinatoren van de stadsdelen; - Organiseren van trainingen voor stadsdeelprojectleiders gebaseerd op behoeften van stadsdelen en uitkomsten van de heroriëntatieEr is een budget beschikbaar van € 225.000. 40

×