Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Papua vlechttechnieken miekee kijne

316 views

Published on

Miekee Kijne heeft de opleiding textiele werkvormen gedaan en heeft zich verdiept in de textiele technieken van Papua. Ze hoopt met dit document de textiele weeftechnieken bij een groter publiek onder de aandact te brengen.

Published in: Art & Photos
  • Be the first to comment

Papua vlechttechnieken miekee kijne

  1. 1. EERSTEHULP bij hetbekijkenvan PAPUATEXTIELTECHNIEKEN in hetwesteltjkdeet,van NieuwGuinea m.c.kijne, voorlopigewerkuitgave,3"versie,2008
  2. 2. INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2. Vilt'werk 3. PreparerenvanhetmateÁaal 4. Bindwerk 5. Luswerk 6. Knoopwerk 7. Vlecht'werk thalfulechten *bandvlechten *echtvlechten *vlechtenop eenraam 8. Weefiverk 9. Kralenwerk 10.NaaiwerkenVersiering 1l. OveruichtenLiteratuurlijst Met medewerkingvan Loisa Mirino JohannaHewelenga EsméHofman Annekevan Baal Corrie Kamma
  3. 3. l.Inleiding
  4. 4. Ë LÀ t$ i{ r$tt-"{ s{ {s
  5. 5. EERSTEHULP BIJ HET BEKIJKEN VAN PAPUATEXTIELTECHNIEKEN De begrippen textiel en textieltechnieken lijken in eersteinstantie problemen op te leveren bij de beschrijving van voorwerpen uit papuaculturen. De meestevoorwerpendie we tegenkomenassociërenwe niet met wat wij gewend zijnte verstaanondertextiel, namelijk lappen of kledingstukken, die gewevenzijn, gebreid of gehaakten daama eventueelversierd met borduurwerk. Vooral het weven zien we als de textieltechniek bij uitstek. Maar als we in eencollectie uit WestelijkNieuw Guineaeengewevendoek tegenkomen,die ouderis daneenjaar of veertig,kunnenwe er vnjwel zekervan zijn,dat die ooit daargei'mporteerdis, want op Nieuw Guinea werd van oudsherniet geweven. Op eenpaar,tamelijk plaatselijke, uitzonderingen n4 waar ik later op terugkom. Dat wil overigensniet zeggen,datgewevenstoffen er niet van belang zijn. In het uitwisselingsstelselvan waardegoederen,dat eenvan de algemene kenmerken is van papuagemeenschappen,nemen gei'mporteerdeobjecten juist eenbelangrijkeplaatsin. En in deVogelkop zijn dat bijvoorbeeld de Kain Timur,gewevendoekenvan de oostelijke Indonesischeeilanden. Het zijn oorspronkelijkkettingweefsels(dat zijn weefsel,waarbijje alleen de ketting, de gespannendraden ziet, de inslag is onzichtbaar), met motievenin smallebanenover de lengtevan de stof, zoalsje ze hiemaast op de foto's ziet. Sommigemotievenzijn ingeweven,maÍlr veel ook gemaaktin ikat, eenverftechniek, waarbij gebruik wordt gemaaktvan afbinden van die kettingdraden.
  6. 6. Y J ( I Ur (I vt - {J t ? IL ec4 I u) s I Ít € È (rt a b
  7. 7. Verder werden rode, blauwe en geruite katoenenstoffen populair in het kustgebiedvoor gebruik als lendendoeken,omslagdoekenen verpakkingen van waardegoederen.Ze verdrongen gedeeltelijk het geklopte bastdoelgwat daarvóór voor die doeleinden gebruikt werd. Deze laatstegroepkatoenenstoffen werd, als ze afgedragenwaren, tot de laatstereepjesen rafels gebruikt als versiering en bindmateriaal in andere voorwerpen. Jeziet ze bijvoorbeeld als franje aande kralen schoÍen. In tassenin het Bergland is zelfs dik rood draadte vinden dat gerold is van expresuitgerafelde stof, die via via het binnenland bereikte.
  8. 8. Z Q) {( |.rJ ? t U ,tUh-. $ ï t l{J l.- l r t l - F. tlo V? K E q $ t ta r
  9. 9. HOE IS IETS GEMAAKT Nu gaanwe kijken naarde groepvoorwerpendie in westelijkNieuw Guinea zelf gemaaktzijn. Op het beschrijvingsformuliervan eenvoorwerp is eenapartveld gereserveerdvoor materiaalverwerking,dwz. de manierwaarophet gemaakÍis. Dat veld zou inzicht moeten gevenin de werkwijzqmaaÍ het is meestal gevuld met eenpaarvastetermen. Bij eenhouten beeld staat bijvoorbeeld "snijwerk " en daama"motieven uitgesnedenin ajour ". Dat zljnvaakcatalogusteÍmen gewordenom iets onder te brengen,in plaats van dat zercchtdoen aanalle manierenwaaropin de loop van detijden, of in verschillende culturen hout is bewerkt. Daarbrj komt het probleem ofje uit moet gaanvan het materiaal en de mogelijkheden daarvan,of van algemeneretechnischemogelijkheden die op groepenmateriaal toegepastkunnen worden : been,bambu en speksteenkunnenàèk ajour gesnedenworden Bovendien weetje meestalniet hoe iets van het begin tot het eind gemaaktis, tenzij je erbij was, enje kunt het alleen maar afleiden uit dingendieje zelf al kunt of weet,of door vergelijking met voorwerpen die al beschrevenzijn, ofdoor analyseen sporenonderzoek. Bij de voorwe{pen die we hiemaast zien wordt het nog lastiger. Het is duidelijlq dat mensendaarvan alles met verschillende soortenmateriaal gedaanhebben,maarwat preciesen hoe? Mensenmakennamelijk voorwerpenen denkenniet : nu ga ik eensdie of die techniek beoefenen. Het gaatom voorwerpen die samengesteldzijn uit lange stukken dun en buigzaammateriaal,zoalsstengels,twijgen of bladeren,en/of uit lange gesnedenrepen,en/ofuit gescheurdevezels en daaruit gedraaidedraden. Die lange elementenzijn door of om elkaar heengewerkt tot een samenhangendgeheel.Dat door elkaar heenwerken kan op ontzettend veel manierenenhoe leerje al die verschillendemanierenvan elkaar onderscheidenen op dejuiste manier benoemen? Troost je erÍnee,dat dat tot nu toe nog niemand helemaal is gelukt, al wordt er al anderhalveeeuw gezochtnÍutr eengoedeclassificatie en een juiste, daaruitvolgende,terminologie.
  10. 10. De huidige gedachtegangis, dat men al het werk met lange stukken dun en buigzaammateriaal bij elkaar brengt onder de term Textieltechnieken. Daarmeeschakeltmen over van het principe van specifieke materiaalverwerking naarde algemenewerkwijzen met eengroep materialenmet bepaaldegemeenschappelijkeeigenschappen.En dat levert altijd thesaurusproblemenop. PRIMAIRE TEXTIELTECHNIEKEN Eenvolgendestapin de gebruikelijke denlavijze,en eenniet erg logische,is eeneerstesorteringnaarde gebruiktehulpmiddelen. Namelijk of de elementenop eenspeciaaldaarvoor gemaakt appaÍaat door elkaar zijn gewerkÍ, of dat er alleen met de handenis gewerkÍ of hoogstensmet eenvoudigehulpmiddelenalseenstokjeof haakjeof een sippel raamwerk. Die laatstegroep heetprimaire textieltechnieken. Over de benaming van de eerstegoep is de discussienog gaande,omdat men liever geenhiërarchischetermen gebruikt die zouden suggereren, dathet om "lagere"en "hogere"vormen gaat. De primaire textieltechnieken zijn namelijk allerminst primitief. Ze zljn vaak ongelofelijk ingewikkeld en vragen veel oefening en vaardigheid. Het lastigebij het onderbrengenin dezegroepen is, datje in veel gevallen niet kunt zeggen, wat er gebruikt is, alsje het voorwerp niet hebt zien maken. Maar je mag ervan uitgaan dat alle traditionele textieltechnieken van Nieuw Guinea vallen onder de primaire textieltechnieken, ook twee van de drie weefuoorbeeldendie ik noemde.Alleen bij éénvan die drie is sprakevan en echt weefgetouw, maarhet is heel onwaarschijnlijk dat vvij daareendoek van tegenkomen. Jezou dus hier kunnen stoppen,en in het veld materiaalverwerking van eenvoorwe{p,dat er verdacht veel uitziet als iets samengesteldsuit lange dunneelementen, zetten: uitgevoerd in primaire textieltechnieken.
  11. 11. VERDERE INDELING Nu omvat die groepprimaire textieltechnieken nog alles wat geenecht revenbetreft, dus veel schietenwe er niet meeop. Als je zelf wel eensmet eentouwtje in je handengespeeldhebt,kun je je voorstellen,datje daarachterelkaarknopenin kunt leggenen datje daarbij links- of reclrtsomkunt werken, onder of over iets heenkunt gaan en halve of hele bochten kunt maken. Er zijn eenpuurpogingengedaanom op die manier alle werkwijzen in formuleste ordenen.Dat blijkt te ingewikkeldeformules op te leveren, zelfs al worden in de praktijk niet eensalle mogelijkheden gebruikÍ. Zo'n systeemgeeftwel inzicht,maat ik vermoed,dat de meeste tgxtielmensenvisueelzijn ingestelden liever met beeldenwerken dan met letter- en cijfercombinaties. Een bruikbaarder indeling is gebleken,te kijken, wat er allemaal mogelijk is met ééndoorgaandedraadof element. Daarnahoeje een groepdradenof elementendoor elkaar heenkunt werken. En daamahoe dat gaatmet twee of meer groependraden. Daarin kan heel belangrijk zijn of al die elementenactief bewogen worden, of dat er eengroep is die stijf is, of alleen gespannengehouden wordt, en duspassiefis, terwijl eenanderelementer om heenwordt gewerkÍ. Overigensblijkt er nog eengroepte zijn,waarin helemaal niet met dradengewerkÍ wordt, maarmet materiaalvezelsdie door eenbepaalde bewerking met kloppen of wrijven in elkaar gewerkt worden tot eenstof, zoalsbijvoorbeeldvilt. In het meestgebruikteboek over textieltechnieken, Systematik der Textilen Techniken, van Annemarie Seiler- Baldinger, wordt dezegroepbuiten beschouwing gelaten. Op Nieuw Guinea wordt deze,daattoch belangrijke, groep vertegenwoordigddoor gekloptbastvezeldoek( geklopteboombast, zoals het meestalgenoemdwordt), en grasvilt, spinragvilt, maar ook door coconvlies ( van eengrote vlindersoort).
  12. 12. 5 s P€ ? r$ { $d I I) { { R i r$ s 4s4 H)L. 5 t- 5(D J { Ë ? d
  13. 13. KUNNEN WE PRAKTISCH IETS MET DEZE INDELING ? Principieel is het eengoedeindeling, omdat het werken binnen die sectiesieder eigen consequentiesheeft. En alsje iemand aanhet werk ziet, of goedefoto's van datmakenhebt,is het verschil meestalgoedte zien. Praktisch is het uitermate lastig om bij eenvoorwerp,dat je in een collectie in handenkÍijgt buiten de plaatsvan herkomst en wat je niet uit elkaar mag halen, te zien of er sprakeis van werken met éénelement of eengroepof meergroepen.Datzie je bijvoorbeeld bij de foto's van het armbandjevan twee draden.In eersteinstantie lijkt dat eeningewikkeld vlechtwerk van eengroep draden. Het enige, datje kunt doen, is, proberende elementente volgen in het voorwerp en dat in eentekening te noteren. Of veel documentatiemateriaalte verzamelenen af te gaanop de karakteristieke kenmerkenvan goed gedocumenteerdetechnieken. Het is namelijk gelukkig zo, daleenbepaaldewerkwijze met bepaalde handelingenen steken,meestaldoor heelzo'n voorwerp heenherhaald wordt, of in ieder geval in stukken van dat voorwerp. En dat levert een herkenbaarpatroon ofeen herkenbarestructuur op. Op grond daarvanzallkproberen je met de volgendefoto's en tekeningen te leren eenaantalvoor papuaculturenbelangrijke werkwijzen te onderscheiden.
  14. 14. 2.Viltwerk
  15. 15. d s ÍI d u .{ t F (p ( s ïr g "%-. t+Et V*llu; Vat/ zea) l1,,/'",ubi fu€n g* tówtak*-*- Vëu^, lr- ba-4/^. ;-." í I ..'--'..4 .,*....., à ua àw*, e;f/e." *tsola';lfeaíc /n?u, t 7 .toLa-zz( tcr"tu- ral ) 2 áa-tf (npsfra*z"r) 3 C*"r"h'un (aAax4U , vorn-f 6araf- nar^ h,àfe*,4íU O^ Á"t"+ u*, óinnt", >Vah) 1 Sfi+írt "t (.fr."***t""rnr.-t L'nt , íta.q.t pdít et-+ hta"tr ) 5 ktrnhm^tf Q,4<ttuzzí /u^,kt/auot*.+"aL h--t_1 (
  16. 16. GEKLOPT BASTVEZELDOEK Geklopt bastvezeldoekwordt gemaaktvan de bastlaagvan eenboom of struik. In die laag, tussenhet cambium en de schors,bevinden zich de bastvaten,waardoor de sapstroomvdn de bladerennaar de wortel of de groeiendedelen van de plant gevoerdwordt. De bastvezelcellen,die de vaten verstevigen en open houdentegen de druk van de dikker wordende stam,kunnen bij sommigeplantensoortenlang en taai zijn. Vooral bij jonge bomenen takkenis debastlaagtamelijk makkelijk vrij te makenen te gebruiken om er doekenvan te kloppen en touw of bastvezeldraadvan te maken In de tropen komen naar verhouding veel plantenfamilies voor die bruikbare bastvezelsopleverenen deplaatselijkebevolking weetprecieswelke soortende sterksteof fijnste of zachtstevezels opleveren. Maar daarvoor zijn wel verschillende bewerkingen nodig. Die bewerkingen hangenweer af van de soort: er zijn bomen waarvan de bastlaagna het schillen en afschrappenvan de schorsdirekt verder bewerkt kan worden. Bij anderesoortenmoet, na het verwijderen van de schorsdoor verhitten en afkrabben, het bastvezelmateriaaleersteentrjd drogen.En dan zijn er nog waarvan de afgeschildebastin z'n geheeleerstmoetweken,waamahet verwijdefen van de schorsvolgt en dannog eenfermentatievan de bastlaag.
  17. 17. Aqp &7jo fr4pA* dz íu* ftía,s C*.tr- (a-,4na-
  18. 18. DIREKTE BEWERKING De meestdirekle behandelinggaatalsvolgt: Na volle mÍu[1,als de sapstroomin de stamsterkis en debastlaagdaarom makkelijker.loslaat,wordengeschiktedunneof dikkere stammsnuitgezochtvan een uitgestoeldeKumbiboom. Jemoet datvergelijkenmet hakhoutbij onzeoude boerderijen,wzur gebruikshoutvan werd gekapten wat dan steedsweer uitliep en uitstoelde. Dunne stammetjesworden gekapten in hun geheelgeschild, van bredere stammen wordt, voor grotedoekeneenstukbastuitgezochtzonderzijtakken of beschadigingen.Dat stukwordt afgetekendmet tweehorizontalemessneden.Daama wordt eenverticale snedegemaaktdie die twee verbindt. Met houten wiggen wordt door tweepersonenvanuit die snededebastvoorzichtig losgemaakt. De bastwordt meenÍur huis genomenen in de schaduwvan eenboom wordt de schorsafgeschrapt. De bastlaagwordt op eensteengelegden met de achterkantvan eenkapmes in diagonalerichting geklopt; eerstnaarde enezijde ,dannaarde andere,zo, datde vezelsin eenruitvorm uit elkaar gaan,maaÍwel verbandhouden. Daarnavolgt het kloppen met eenbredehoutenklopper,waardoorde vezels platgeslagenworden en naarweerszfden in elkaar komen. Nu wordt de bast in vieren gevouwenen op dezelfdewijze nog eensbewerkÍ. Dat herhaaltzich eenpaarkeertot de gewenstebreedteis bereikÍ : vier maal de oorspronkelijke bastbree&e. Daarnawordt de lap gewassen,opgespamenen gedroogden dankan de decoratie beginnen.
  19. 19. t o o , o - "a.*' *:
  20. 20. { { 4 Í[ (à L 1- I c( tf { a ï o { € ' i' ' ' I t.t ) } v ) { cb F.l s Nq) : l* a4S lils-ï;
  21. 21. GEBRUIK De doeken,of maro's werdenin het Sentani-en Humboldtbaaigebiedoorspronkelijk gebruikÍ als omslagdoekenvoor getrouwdevrouwen, zowel met als zonder decoraties. Later hebbenze eeÍLmeerrituele firnktie gekregenbij begrafenisceremoniesvan jonge wouwen, en nog later werden het zelfstandige decoratievekunstwerken. Maar vïoeger werd het materiaal in heelNieuwGuinea voor veel meer doeleinden gebruikt.Er werden rouwcapesvan gemaakten dodenwerden erin gewilJceld en begraven. Smallere repenwerden als lendendoekgebruikt door mannenpf als ondergtond voor eenhoofdtooi, gordel of kruisbanden.Of, in nog smallererepengetrolken, Íumeen heupkoord gebondenvoor eenrokje. K. Heyne zegf.rnzijn boek over de nuttige plantenvan indonesië,dat gekloptbastvezeldoekveel betertegende zon beschermt dankatoenenstof. ï $ $ Iï $ i $" .t tt q ,l { d- t s .$ Y ï $ { -, À ,
  22. 22. ^P:* vrLrAcHrrGEsroFFEN Inhet Berglandwordensonrsregencapesgemaaktvanlagengras,dieonderinvloed vanvochtenwanntein elkaarwordengêleÍ€vert. Verderwordthetr"agvangrotespinnensoortenin lagengebruikgendecoconsvan vlinders. Datlaatsteleverteenbruinvliesopwaterenigszinskmstuatig uitziet.Hetwordt gebruiktalsverpakkingsmateriaalvoorHeinekostbarevoonilelpenenook in sieraden,bv. omrandenaf tewerkenof deuiteindenvanveerschachtette beschermen Gtt>l ta-l cëh^. YfiilaasOatf
  23. 23. 3. Preparerenvanhetmateriaal
  24. 24. $"Tn t-{ ï: r{ ii [$ dt t-"l rï.ï{{ .ll$ {?: r $ï! 9 $:ï *$s ïlI $$t
  25. 25. HET PREPAREREN VAN MATERIAAL WanneerEuropeanenvoor het eerstlus- of vlechtwerk van de Papua'szien, zijnze verbaasdover de ftjnheid van het werk. Ze verwachteneerderiets alshet visfuikje op de foto hiernaast,en dat is natuurlijk het begin van alle textielwerk. Maar wil je zulk fijn werk maken,alsje niltzien in de volgendehoofdstukken,dan moetje beschikkenover gelijke, smalleelementen,en die zijnzelden zo in de natuur te vinden. Zelfs alsje bruikbaredunnegrasstengelsvindt van eenbehoorlijke lengte,zijnze niet overal evendik. Voor sommigewerkstukkenis datniet erg,je kunt er zelfs bij de constructie gebruik van maken. Maar meestalmoet er veel gebeurenvoor het ruwe materiaalgeschiktis voor verwerking. Dat begint al met het verzamelenen oogsten.Een aantalmaterialenwordt in het bos verzameld, andere zijninhet dorp of op de tuinen aangeplanten verzorgd. Alle materialen,twijgen,stengels,wortels,bladeren,nervenof vezelshebbenhun specialeeigenschappen.Ze verschillenin taaiheid,treksterkÍe,spanning;ze ziin grof of fijn, kort of lang. Eigenlijk kun je alleenbegrijpenhoeveelervaringenkennisopgeslagenis in de voorbereidingvan eenvlechtwerk, wanneerje zelf eensin je omgeving diverse materialentesten vergelijkt. Sommigegrasstengelszijn bijvoorbeeld soepelen taai, en blijven dat ook alsje ze net vóór de bloei afplukt en droogl. Pluk je zelater, alsze op het veld gedroogdzijn, dan knn je ze zo in stukjesbreken. - Dat betekentdus,datje van iedermateriaalmoet weten,wannerhet te oogstenis: na hoeveeljaar,inwelke tijd van hetjaar, en vaak nog wanneerin demaand,ofop de dag. Daamamoet allesworden schoongemaakt,doornsmoetenverwijderd, dik materiaal wordt gespleten,geschild,geplet,en alleswordt gedroogdom verderbewerkt te kunnen worden. Dat kan direct daaropvolgendgebeurenof het materiaal wordt een tijdje opgeslagen. De volgendefaseis het op de goedelengteen dikte snijdenof schurentot repen,of het verwerkentot koord en gaÍen.Daamavolgt somsnog het verven. Op de foto's zieje mensenmet eenmetalenmeswerken.Vroeger werd eenmesvan bambugebruikt, of eenscherpgeslepenschelp.Bladerenof stengelswerdenin smalle reepjesgesnedenmet eengepunt,plat latje uit debastvan eengedroogdehooftlnerf van de sagopalm.
  26. 26. ui* ale g1V1& vd'r' *ry ry l<nr*, l^t* arw*42+t--2.t vd'&- rdryo. o.w0utr*b^.^414e4 ,;"- -ísrí- Cii*^*t 4/a,^-(
  27. 27. n $ t ï .J sd o. $-È j €.- c I'2 ,lals* t*u y'-cq^a-.t$!à êta-rQ4/ t ..- E i-5 , t j { €- I r ï /--fs< tu?iaf e- $e,k.h ra-" aL ó/.ara^ac-J á *. *rtlaL{u,ttcrf ,
  28. 28. - l { .ï ïï i{ s$ Jt J{"à r$ .{* ï$$. rF * È ix1'f *T $i t-{ lirts {{ J5.l rËï $ï
  29. 29. '"! , ,-'9-, 1rt. ,t rU ,3 L 0 È {|a,t*b,- ,rr"^ 6i l,/* aí-t1u,iÁP./ ,và-* 6 fC.zt^l
  30. 30. Ja ha.-r'.o- .fYc'&r "yg*11a"+4 6a,otrtttl+h v*r/ s(tui{rt*<tui1-<t ,r"1r1<lSortt. r l*v b< rtUZ,*,tovOrdul 14 tr^ C*.^, 9ífe7 , cat wid[eaozl*f ep .f!,^[e.':t e.{, b-A*- *cArb*-, +na'7g'.'- u;alc:ZnA'í<. tw,*aQt*icc un+*{t ít+
  31. 31. HET MAKEN YAN TOUW, KOORD EN GAREN Natuurlijk materiaalheeft eenbeperktelengte.Zelfs eenhele langerotanstengel houdt ergensop. Meestalhebje ook maarstukkennodig van eenbepaaldelengte. En hebje meernodig, danknoopje er eenstuk aan' Waarom zijn mensendantouw gaanmaken? In eersteinstantie zullen dat korte stukken zijn geweestvan in elkaar gedraaid materiaal, waarbij men merkte, dat het ineendraaiende sterktevermeerderde. Daarnamerk je dat twee of meervan die gedraaidestukken, rweersamengedraaid, ietsnog sterkers,en ook gelijkmatigersoplevert,en datje nieuw materiaalniet aan hoeft te knopen,maarin kunt voegen.En danontstaatietsvan, in principe, onbeperktelengte. Het draaienvan reepjesmateriaalof uitgeplozenvezelsgebeurtin Papuamet de hand. Het materiaal wordt gerold op de dij of de voetzool en er wordt geengebruik gemaaktvan gereedschap,dat het draaienkan vergemakkelijken, zoals eenspinstok, spintol of spinnewiel.Vandaardat we het ook geenspinnennoemen,maat rollen. Het in elkaar draaien van het lossemateriaal noemenwe twisten, of twist geven.Dat kan naar links of naar rechtsen er ontstaateenenkele drad. Het inlom elkaar draaienvan twee of meer enkele dradenheettwijnen; dan ontstaateentwee- of meerdraadsgetwijnd koord of garen.(NB. niel gevlochten,zoalsik wel eensleesin beschrijvingen) In onze (spin)cultuur z1nwe gewend eersthoeveelhedenenkel draadte maken en daarnapasenkele dradente gaantwijnen. Op Nieuw Guineagebeurthet twisten en twijnen in éénproces,weliswaarin tijd telkens evenna elkaar. Er wordt daaromsteedsgewerkt mettweebundeltjesreepjesof vezelstegelijk, die met de linkerhandworden vastgehouden,gescheidendoor de wijsvinger.
  32. 32. Z ï d * Y f $- S "* I 1offinaft- 4"aab't à 4e' ,rt*è"- r^L e* óoaf&t'ct*'"a AF t t^t+ t//rr-okCrfrta.n í?éfez( . ï 5 $ N J $St t$.' .l x ( t -rl Y. . sè- t? .) $
  33. 33. Die bundeltjeswordenmet enigeafstandertussenop de dij gelegden allebeimet de vlakke hand gerold,van depersoonaf..Ze krijgen daarmeeeenflinke hoeveelheid twist, wat op het punt waaÍ ze samenkomen,eenspanninggeeft. Die spanningontlaadt zich in eentegenbeweging,wanneerje de wijsvinger weghaalt en de bundeltjesiets loslaat,detwee draadjestwijnen danin detegengestelde richting in elkaar. De twijning wordt vastgezetdoor met de duim het getwijnde stukje naar de persoontoe te rollen. Nu is eenpÍur centimeter garenklaar en het proceswordt herhaalddoor de linkerhand op te schuiven tot waar de bundeltjes ongetwist liggen. Wanneerhet materiaal goed is uitgezocht en eenbehoorlijke lengte heeft, kan men redelijk snel doorwerken. Nieuwe reepjesof vezels worden over het laatstestukje van de vorige bundelheengelegdenmeegerold.Ze blijven goedzitten, omdatze direct meegenomenworden in detwijning. Losseuitsteekseltjeswordenlater weggestokenin de draadof afgesneden. Dit soort koord of garen kan gemaakt worden met willekeurig welk taai en soepelmateriaal: biezen, reepjes schil of bast, blad of geprepareerdevezels. Het is altijd eentweedraadsgaren,met eensterketwijning, daarmeeis het goedte onderscheidenvan machinaal katoenengaren,dat meestaldrie- of vierdraads is en minder sterkgetwijnd. De werkwijze is niet alleet te vinden bij de papua's, maar ook bv. bij de indianen en steentijd-europeanen.Het is nog steedseenhandige manier om vlug eentouw te maken van materiaal uit de omgeving.
  34. 34. I$. t3 rcr J n * lrI l F t/l ï O. tJ I rr I $
  35. 35. 1 5 { l b d tc J s) ït i{ Èi{È $Ji tt I Irs-b. $ fÍN:v
  36. 36. a)e? a?t Ta)E .yzut ftzv ^-àktb -$*2lr ygto-/
  37. 37. 4.Bindwerk
  38. 38. q *s Iv Ë ) t, q) { t 3 t v( KJp ? $a N $ $ ï t Ër{l rcl T's È I à
  39. 39. BINDWERK De groeptextiele technieken,die we in dit hoofdstuk bekijken, komt ook niet voor als zelfstandige eenheidin het boek Systematik der Textilen Technikenvan Seiler-Baldinger. Zij gnt er namelijk van uit, datmet eentextiele techniekeen"stof' wordt gevormd, dat wil zeggen,dat eenredelijk oppervlak, plat of ruimtelijk, op eenzelfdemanier wordt opgebouwd- Maar bij eengroot deelvan de textiele voorwerpen komt het niet zover. Er wordt met eenpaar stukkenbuigzaam materiaal gewerkt, vaak ook met verschillend materiaal: eencombinatie van rotan en gaÍen of garen en bladrepen. Het lijkt meer op wat wij de opzet van eenwerkstuk zoudennoemenof juist de afiverking.De mogelijkhedendaarvanbespreektSeiler- -euldit g". overigenswel in eenvan de laatstehoofdstukken van haar boek. Het zijn bevestigingenin gebruiksvoorwerpen;samenvoegingenvan blad, biezenenverentot kleding en sieraden'allerlei soortenbandjesen gmallegordels. Daardooris het eenhele goedegroepom de aandachtvoor de vervaardigingte oefenen.Er zijnniet zoveelelementenom te volgen en alle mogeiijkh"d"n van buigzame elementen,die we later in grotere stukken tegenkomenzijner in te zien. Ik heb de groep Bindwerk genoemd,omdat eenvan de eerstedingen die je met eenlouwtje doet,is er ietsmeevastbindenof samenbinden.Het Lenvoudigste is èentouwtje strak om eenbosje veren heente wikkelen over een6epaaldeafstanden danhet touwtje op de eenof anderemanier vast te zetíen. Wanneerje kruislings wikkelt, zoalsje kunt zien bij debijl, wordt de wikkeling sterker,want je legt hem over de vorige heen' Zo kun je in eenlater stadium tot heel fraaie wikkelingen komen. Als je eenheleboellos materiaal,bijvoorbeeld voor eenrokje, vastwil maken Íurneenheupkoord, kun je dat met combinaties van wikkelen en knopen doen.Ik laat alle knopen hieronder vallen ,die niet, zoals de vissersknoopeenheel voorwe{p' eenvisnet , vofinen' Al dit werk is ook bijzonder decoratief,omdatde knopenritmisch herhaaldworden.
  40. 40. Er zijn ook specifieke sierknopenen afiverkingen van knopen. Sierknopen,zoals turkse knopen, die gebruikt worden als klemringen, zijn in zíchzeïf al eenovergangnÍÉr vlechtwerk. Het is eenvorm van vlechten met ééndÍaad. Daarnakun je twee of meerturkse knopen door elkaar heenmaken en als var:v:elfgaatdat over in het vlechten met twee dradenof en groep draden. Totdat je bij de gecompliceerdebredearmbandenvan het Bergland komt van eengroep dradendie in vier werkgangen in het rond worden gevlochten. Bekijk de tekeningen goeden probeer de elementente volgen: Let op veranderingen in richting, zowel in het platte vlak als in de ruimte, op kruisingen, en vooral ook op het actief of passiefzijn van een element ( dat kan ook binnen het werkstuk in elkaar overgaan).
  41. 41. ?as
  42. 42. $ tt l,; d È ,) I I ; I,l l +fii Ilg 3 I ( v_ p ? e0
  43. 43. r. d. ssn d .( a $a ? ac qff&'l rtSma.f Itó r-n tt d{
  44. 44. lasr vu-rs;"+;,7- thd<- W v È $ 4 ? 0o
  45. 45. Brr{D[ffi.K s ï N IJ d _a .* 1 È $ i, .S t d t { P1 s{ 0(1 t qJ 5i sá,tï l . a a {1 >t1.{(l $1 R'( tf 7 e l s
  46. 46. Y $ ? ea k |^tD€RScuoerJe frJqquRuK vt'?Í als koord il, tl t( B st*jcs opdrwqlc lu IifrtAHwrW#rffittu daX,rvta, heÍ talee hah< gte*ur ulafizl*tëapt. t l t l t l tl I! it :l rl
  47. 47. íï * Í v $J- U r/
  48. 48. €- (> * # Figíre 40.The biril pattem of arrow fem:Ie Vtn-ifi=^ tff éé^ p"B.r,A) a E|NO hf€f,"K FIRSTCIRCUIT c t urned turn€d I Y t- - (' Èt ï ï $f ,.{! I t .:{ sI^ ë N sd s) -È ,'t t SUBSEOUENTCIRCUITS U igure 41.Tlnepoftportpattem of arrow fermle
  49. 49. i l * r - l * á r * ,aFc.ï;' *, {tr .!l' vK I4 a { { ï $ e ï l 3t t t $ "$ tSl s ï I
  50. 50. -r i ï' 5s./ c$ rL g a ?F cA so- ,.lF=* í, ', Íi il ii.. /*t*r-'ro' Zo'tnerw. Vel t C4^ n/I/rq lFá^' ín^daXaJ-^ 4?/tw alfUnnerf U .ff
  51. 51. - I 1st CIRCUIT SUBSEOUENTCIRCUITS 2nd +Figure188.Woman's armbands I L€CfiTF^.J METgEN $ RAftS,, 3rd 4th Figure 187.The pattern Ío, u., "r,t*L,"d urmbld btr,fUl,fA(K q,! Ê Ë ae {{.) ^ :J Í+- a I 5 P, J/ J 's -o, q : *'.{ N t - r í D ósE Ë ( J o3 c o C.l:' "M
  52. 52. fir Yíuligwolr^* ht (sÍ e'le-^'- r./-qï g It) 3 A 2 d tr6 { lU ) vb v 5È) +r Vledrrl(l^ .n^,aÍ<t d;íu^ed" .-' kle-^à"1* W(
  53. 53. t,t1 $*'[ l$$ 'il t 4 .{, 'Í ) ï r J &Jl ) r, N-à rI>-o 1g $r,{ 5t rï:s fr
  54. 54. 5.Luswerk *inhangen rechtlussen
  55. 55. LUSWERK Het luswerk is eigenlijk de meestinteressantetextieltechniek van Papua. We komen het in principe overal op de wereld tegen in archeologische vondstenuit het Mesolithicum enNeolithicum en bij nog bestaande steentijdculturen; vooral bij de combinatie vanjagen en verzamelen met eenvofln van landbouw. Dan wordt er kennelijk veel door mensenheenen weer getrokken tussen huis, tuinen enjachtgebied en moet er veel gedragenworden. De draagnettenin dezetechniek zijn daareenperfecte oplossing voor. Maar alleen inZardAmerika en Papuais de techniek volledig r;itgewerkt: bepaaldevorÍnen ervan worden ook daaralleen gevonden. Het heeft enigetijd gekostvoordat de beslissing genomenwerd het luswerk als eenapartewerkwijze te benoemen.Blj diverse oudereen jongere schrijvers wordt het ondergebrachtbij andere technieken als nettenboeten,vlechten, knopen of breien. Hoewel iedereen erbii zet,dat het dat eigenlijk toch niet is. Le Roux wijdt daareenleuk stukje aan( De Bergpapoea'senhunwoongebied-deelI, p.376) Behalve in de draagnettenwordt het luswerk voor het maken van allerlei voorwerpen gebruikt: hoofdnetten, schorten,aÍm- en beenbanden,sieraden,schelpenbanden,borsthamassenen maskerkostuums.
  56. 56. . : : - r - - :'!T .#: *sÊ r{ *" Ë# j1 .i ry.- 1 ï : I t ! itu *.'sÉ '{ -- .-:_' ê:t1 -ï#:: ' a.., ' i '- .iil'+ - - : = s -l-s4o t t /4e D,*L&./L^"
  57. 57. ï ? { !S' -6 I I iè r 5 s {.ï 3[ ,${ rjdL *j 3Ë Í'sdï $-ï È{ d( t$-{'S
  58. 58. DE VORMING VAN DE STOF De vergelijking met breien is niet zo gek,want op het eerste gezicht lijken de voorwerpen gebreid. De stof wordt ook gevormd door éénlange doorlopende draad,waarmee op eenzich herhalendemanier lussenworden gevormd om elkaar heen Maar bij elke steekwordt de draa<lhelemaal doorgetrokken, vandaardat er dus niet met eenbol of kluwen gewerkt kan worden , mÍulr alleen met sfukken van beperkÍelengte. Als die lengte verwerkÍ is, wordt eennieuw stuk aangerold .je ziet dus meestalgeenknopen of aan-en aÍhechtingen ( alsje die wel ziet is er waarschijnlijk sprakevan eennieuw voorwe{p gemaaktmet modern materiaal). Toch werken de mensenmet eenveel langeredraaddanwij geleerd hebbente doen : wij mochten geenluie-naaistersdraadnemen,daar kwamen toch problemen van omdat eente lange draadin de knoop raakte. Maar dat probleem lossenze bij hun draarllengtevan2 tot 5 meter op door iederekeer bij het doortrekken de hele draadin eenvlindertje op hun duim en pink te wikkelen. Dat vlindertje wordt dan na iedere steek losgelatenen het doortrekken van de nieuwe steekbegint weer. Voor heel fijn werk wordt eennaald gebruikÍ, somsook voor het grovere, maar vaak wordt alleen met de vingers gewerkt. Het draadeinde is daarsterkgenoegvoor. Om gtotere lusstekengelijk van grootte te houden worden ze om een reeppalmblad heengemaakt,die er later weer uit wordt getrokken.
  59. 59. jir,,i::;:' li.i}iffi i#A l:l' lri ftffi4BtntDfr"lvtrt,l N rf*NíE-ï/ tN t+€TRazr/O
  60. 60. GROEPEN LUSWERK ln het luswerk zijn in Papuatweehoofdgroepente onderscheiden: - een zigzagachtigverband, zoals kippengaas(in het engelsheetdat linking, in het duits einh?ingenen in het nederlandsis het duitse woord vertaaldmet "inhangen",hoevreleinhiingeneigenlijk inhaken betekent,zoalsje arm in arm inhaakt,en dat geefthet verbandgoed weer). - Een echt lussenverband( in het engelslooping, in het duits verschlingen,in het nederlandsvertaaldalsechtlussen). Op allebeizijn verschillendevariatiesin stekenmogelijk, die in verschillende werkstukken ook nog gecombineerdworden. IN}IANGEN De eenvoudigevorm van inhangen(simple linking, einfachesEinh?ingen ) komen we somsin eenschelpenbanduit het Bergland tegen,maar vaker in voorwerpen van rotan, zoals armbandenen bevestigingsringen om pijlen. Als er rotanschilreepwordt gebruikÍ, dus dun plat materiaal, ontstaaner op de inhangpuntenkaralÍeristieke uitstekendepuntjes. In dezeeenvoudigeinhangwijzeis het elementvaaknog wel te volgen, wanneerje de stof of het v€onuerp iets uit elkaar trekt. De meestvoorkomendevorm is echterinhangenmet overslaanvan toeren( linking with skipping of rows, Einhiingen mit Uberspringen von Reihen). Daar wordt de nieuwe toer stekenniet in de vorige gehangen, maar in de toer dà,à,rvoor. Dat levert eenstof op met heelduidelijke ribbels met een visgraatstructuur , die iets op de patentsteekbij het breien lijken. In het Berglandgebruikt men eenn€ulm,die'ovleermuissteek"betekent. De techniek wordt voor alles gebruikt wat heel sterk en dicht rnoet zijn, maartoch wat rekbaar.En hij werd alleen door mannen gebruikt.
  61. 61. Èa{" óurl^"* r+a-er U ^fp. tN+t^N?^ à At* ravtÁ,, fu(s&*1*-r*t Marvà.(
  62. 62. +{,',$ ' . , $ t', f[ .,,ë ï$ '.'v ', $ $ $ rt ,,rí)n vv H) 3.-l 4.&*t o t/vc, eí-á o>'áe'r ?azt aa*t|d? kL*rrL^ 4t't++1zauabr Á.Í l/v<,ít ow,:k (€_/ut . /tt r-t*Nq^l 's dl $' ,$.. N -È ${r ss vl"l
  63. 63. :::,,.,:,.a:al:, i ::r .'-.i .: . I J (l ^ t 5J f r $I À - v È à -{ wl.! g 0 rJ) N à J y è s ? 't- 1 , ' í É v) 3 -l
  64. 64. È I t i i ï È $_.s's -l o" A- {
  65. 65. In het Asmatgebiedwordt detechniekheelruimtelijk gebruikt in de maskerkostuums.Jekunt er namelijk makkelijk meemeerderenen minderen enje kunt ook op de zijlussen nieuwe stukken dwars inhangen. Er wordt voor dezevoorwerpen ook veel grover draad gebruikt, dan in het Bergland.
  66. 66. I $ É { $d Y rè rlq* s,s (ft- :!,
  67. 67. I + + T +i ï + l l l l l l lIï + l lI ll
  68. 68. À; i' t's.,,it ..-r' :a{ - $ ' + ' ,.*{-l
  69. 69. i_ I14 $ $ l il gto aN { o { { v r t .I c Tt {i $t È { J{ Í t ls" l-( s *
  70. 70. n { Fa $ t 3 F$) { ,s $h r$ s JN vM U D f,
  71. 71. ECHT LUSSEN De meestvoorkomende en meestkarakteristieke steekis de achwormige zandloperlussteek( hourglasslooping, Sanduhrverschlingen), die voor alle grote draagnettenwordt gebruikt en in veel van de kleinere nettassen voor persoonlijkebezittingen. Hij wordt zelden zo stijf aangetrokken,datje hem niet kunt herkennen. In de randenen draagbandenvan de netten vindtje eenvariatie van dezelfde steek,de doorgestokenzandloperlussteek,die eendichter en dikker effect geeft en sterker is. Bij de zandloperlussenkun je niet aande steekzien of het net benedenof bovenaanbegonnenis. Door de draaiing die er in de steekzit, heeft hij in eenrij de neiging om als bij lamellen in en achterelkaar te schuiven,zodathet net ongevuld weinig ruimte inneemt. Maar bij gebruik kan het enorrnuitrekken en vrachten van allerlei vorÍn bevatten,van hout en knollen tot baby's en varkentjes. Somskomt in fijnere netten of randende dubbele zandloperlussteek voor. Die lijkÍ meerop smallebandjesinhangenboven elkaar. De randenen draagbandenworden apart van het taslichaam gemaakten op het eind aanelkaar gezet.De manier waarop dat gebeurtis kenmerkendvoor bepaaldegebieden. De draagnetten,en daarmeeook de zandloperlussteek,worden in de meestegevallen door wouwen gemaalí.
  72. 72. &{au"dt" &'#s hryí*rd
  73. 73. .A/yt &TrLí tq Oh'clí/íe- 'hlfráu Q"uf fd-íTar,ea1 . ( * Ev) =I .J $I tï a I i $
  74. 74. 7qa4z{èf-t/r//tsla-n. rta/,"c,àv<--loar @t Cnutntalà af Qaoíte.^t à elAtg.C, _ us--l
  75. 75. { tsí 'rJ R 3 { it 1.-.$" Ès {$ $ï$.1 tq" zetf - H*t^bala+6*;
  76. 76. lt5 À .{ $ N $ 'ï +{ $R v I 3d Na $ I*, J $ t$> s { t Ë t4 5 -J IIr tr. $d
  77. 77. Mk s--{ L F N, $w ï N
  78. 78. ( ( a $t { i J È t ? ï { , to / ( .r{ -' V iÍ --t R ï) $( Pq € R F 6 6 K I
  79. 79. È tn r, s}J 't $.4 3d ï .l{ $ Ë 3-1, l._ ïxss $N" $F lij{ $ È $s- { I% Ë r ï
  80. 80. Dan zijn er ook nettassenenkleine tasjesvoor tabak,geld,kleine spulletjesen amuletten,waÍr-voorde enkelelussteek( simple looping, einfachesVerschlingen)wordt gebruikt. Die steekwordt meestalstevigaangetrokken,zodater eendichte stof ontstaat,waarweinig doorheenkan giippen. Op die steekis een variatie,deomgeslagenlussteek( encircledloopiog, umfassendesVerschlingen), die bij devolgendetoer niet in het boogje van de vorige toer gemaaktwordt, maÍr om de vorige lus heen. En daaropnog eenvariatie,de omgeslagenlussteekmet overslaanvan toeren,die datzelfdedoet,maardanom de lus van detoer daarweervoor. Ik hoop,dat d€tekeainghetduidelijk kan maken. Ondankshet feit,dat allesstrakwordt aangetrokkenktrnje met een dikke, stompenaaldAesteke-nzouít elkaarduwen, datze herkenbaar zijn. De variaties*rrsrdenrneestddoof, mannengebruikt. De kleine nettassenentasjeshebben meervariatie in randenen draagbandjes.Vaak.arerdenerspeiale randstekengebruikt,of er wordt eenrandjevan inhangwerkgemaakt) waarhet tasjeaanwordt gelust. Er zljn in hetwestelijk Berglandook beursjesin gebruik,waarvanhet opberggedeeltein de enelrJussleekis en de langeoverslaggernaaktis in inhansen.
  81. 81. +, T"-+-- I'1- Ï-f- t_I -]- i_I
  82. 82. *) $- UÈ Y) .. { J 5 È $ { 'l- è -o ffiffifJtl, $r1i.{ ffi .4u.1<dobaskcL à" áffna"orf
  83. 83. .$ ï Q Rss) q t,st}o t v $s { s $s v d -s r) ?q) ) .} / Ë s-*{ 6 g-^e,* +tLeÍ d=/.r-cob .--- /àfuLie'un
  84. 84. _ I LUSSEN OM VOORWERPEN HEEN De enkeleen de omgeslagenlussteek zqn etggeschiktom om voorwerpenheengewerktte worden.Dat kunnenzelfs heei onregeimatigevoo-rwerpenzijn, zoalsstenenof botgewrichten. Dat biedt demogelijkheid om zo'n voorwe{p om de halste hangenals amulet, of hetbetervastte houden,of erjuist weer allerlei versieringen aanvastte maken,zoalsveren,varkensstaartjes,vatkensslagtanden, zadenendergelijke. Ook aandenettassenvoor persoonlijkebezittingen,wordt ter versiering en in verbandmet uitgevoerderituelen allerlei waardevol materiaal vastgemaakÍ. Er bestaanook grote heilige draagnetten,die met eenbijzondere inhoud en aangehangenversiering in demannenhuizenbewaard werden. Luswerk is door de sterkteen voÍn van de stekeniiberhaupt erg geschikt voor al'lemanierenvan versiering. De enkelelussteekwordt door mannenenvrouwen gebruikÍ. de variaties alleen door mannen.
  85. 85. ( K r) k al l$,) qe ) È d J t T ,sÈ
  86. 86. I .&(eÁ24, - - l I hàp.,er^*eLíU I
  87. 87. 6. I(noopwerk
  88. 88. KNOOPWERK Ik hebtot nutoebrj detextielevoorweq)enuit WesteldkNieuw Guinea eÍ geengevonden,dievoor eengrootoppervlakgeknooptwaÍeÍ!'behalve devisnettenaandeNoordkustendekustvandeVogelkop. Dezoetwatemettenuit hetBerglandenaÍmdeZuidkustzijn in luswerk gemaakt,maardegrotenettenvoorhetvisseninzeeenin het Éentanimeerzijn geknooPt,oPdezelftlewrjzealswï vroegerhier onze nettenknoopten,metbehulpvaneenspoeltje. Hetwasleukom in eendepoteengeknooptvisnettegentekomenin een heelgroo! gelusl draagnet.Daarwerdendevisnettenkennelijkin bewaardenvervoerd. íIet garenvandevisnettenwerdgemaaktuit devezelsvanluchtwortels n* ""o pandanussoort,dieaandekustgroeit.Devezelszijn goed bestandtegenzeewatet.
  89. 89. tt laye,,t<<*-' { $.O $ Ë vï9>te;f. 'c*,t apae-L?ie-h,'* 1tu KNoPe-r/
  90. 90. T.Vlechtwerk o halfulechten o bandvlechten . echtvlechten o vlechtenop eenraam
  91. 91. VLECHTWERK Deprimairetechniekendiegebruikmakenvantweeof meergroepen dradenvallenuiteenin tweesubgroepen. Bij deeersteis ééngroepdraden( somsooktweeof drie)passief.Dat kanstijf materinlztJn, maarookbuigZaarnmateriaal,datgespannen wordt gehouden. Hetdoetaandehandelingnietmeeenfungeertmeestalalsversteviging of vulling. Deactievedradenwordeneromheengewilkeld of geknooptof slingeren eropallerleiverschillendemanierendoorheen. SomsgÍumerookactievedradendóórdepassieveheen- Dezesubgroepwordthalfutechten(plaitingwith apassiveandanactive gystem,Halbflechten)genoemd. óit i" tegenstellingtot eghtiggbten ( plaitingwith activesystems,Echt Flechten),waarbijdegroependradenallemaalaktiefzijn"
  92. 92. HALFVLECHTEN De groep, waarbij zowel passieveals actieve elementenworden gebruikÍ, is eenhele verzameling technieken, ieder met verschillende variaties. Veel van de basismogelijkhedenlavamenwe al tegenbij het Bindwerk. De hoofdindeling is: Doorsteken (splitting, durchstechen)- Hierbij worden bundels materiaal of getwijnde dradenaanelkaar gemaaktdoor eenactief elementdwars door de bundel of draadte steken.Jezou het ook rijgen kunnen noemen.Die handeling wordt over dehele lengtevan depassieveelementenherhaald. Wikkelen (wrapping, wickeln)- Hierbij worden, meestalstijve passieveelementen,zoals bladnerven, stokjes,tanden,samengevoegdmet eensierwikkel. Meestal dwars op de richting van de passieveelementen. Omslingeren (coiling, wulsthalbflechten)- Hierbij worden de passieveelementensÍrmengevoegddoor eenactief element,dat in dezelftlerichting beweeglals depassieve. Binden (binding, binden)- Hierbij is sprakevan twee of meer groepenpassieveelementendie kruislings over elkaar liggen en op de kruispunten gebondenworden door actieveelementen. Fitsen ( twining, zwirnbinden)- Hierbij wordt eengroep passieveelementensamengevoegddoor telkens twee actieveelementen,eenloopt voor het passieveelementlangseen erachter,en ze kruisen elkaar telkens tussende passieveelementen.
  93. 93. t n a ï f e) J è o K s I $p È * J$ *r È.e N, s r) .v $- * t 5 ) N t sI v M N) st|- tss $È 'l- ë q -f È s s
  94. 94. { ,J ï _5 t'$ J r J IL
  95. 95. t I $ J'I- { ï I I t Ë J'l*. { rs j 1 ë I { .ï V è I È) sJ ) q : !- q -S Ë t-- t $ J
  96. 96. ) $) { -t { N a " N .s t k M , :t .- f-+-+* ,U qJ ) .qJ o) s $ d s sè { hs . s - =:È Érè t l *t [+ :'r$ cS(è è eAtt í*S d*ranz P"l,rr'êl^ár<P+,+ WÈ-d* dnwïkíg":(a'nt eern. fteÁerc..et Stle,íc.retP, @3i rdn*, LÉzJ"bí.urslÀ.qÁ- uo-iedo-Sth^ W;ktt*u^ t$6."df- áo*q</az(*vnet t& sbq<J' n ./ lI;lJ ràt f 4a-.4ázvarf,:z'raule-
  97. 97. '$ q N EJ eà .$ q f a ) F', s s I $ $ È$ "$ $ a >$Àe "ï* i$d$ b-È $rs{ ï8 .$r s a,'1. I(r u_.' h NI - $$ .Y - È l t YK $ R i-- { Iru s
  98. 98. 444a.ÁKe-r rtS rna.f ï 's - g rts T YItJ , r- È$ h$ss ha-na-a W,hlL Cer,rto..t 8?ry/a^o( Aa-r,na,'t fa/;
  99. 99. V M $ R J-- J tD ---l re h a1f r/eol,,Pu ryaa.t-f h-r-*e-c--r-,
  100. 100. * t b s I 1'" s $ t { t d sc) d I s J f, è s- * ï t $I r s NsS" l t ï 19 I ] $ esd I V M hI) 3 - t O q *
  101. 101. r r ! l * k 3 rltï-fl-ll'l I ril II I
  102. 102. ,sÈ È tr .J .{eqL I {' $ *] q J , $ d ï l ï Y rQ $ ^rI I r{ (r ,t ?t $Qr & 4 F( ftr.--> * ï- {* p /$ --{ t F ï ^ s { I ( tp t aJ '$o .$ ( l F s'a q o a- N
  103. 103. Y { l s- À i ) d y d 5 b ï st ..t to 5 {. l $t.g d $* ,í Í/ 6h-. t() tu { ?{ ea
  104. 104. - l BANDVLECHTEN We komen de bandvlechten(of staartvlechten)tegenbij veel kledingstukken en sieradenals onderdeelvan de sluiting. De uiteinden van het bindwerk worden danverwerkÍ tot eenvlecht. Heel fraaievoorbeeldendaarvanzien we bij derokjes en gordelsvan de Asmat. Verder zien we ze alsdraagbandaantassenenkabila's. Enzekomen zelfstandig voor, aftrangendof in grote strengenals rokjes, gordels of borstversieringen,waarbij orchideebastwordt mee gewerkÍ. Die vlechtjes verschillen in breedtenaar gelanghet aantalelementen.Er zijn er tot 11 elementen. Een apartebandvlecht vormt de lijn van touw, /aaflneevarkens in het Bergland van de hutten naarde omheinderuimten worden gebracht,waar ge overdagzrjn. In dezegroephebbenwe te makenmet eengroep actieve elementen, waarbij het verband wordt verkregen door afivisselendekruisingen over/onder. Aan de zijkanten wordt gekeerden dan ontstaateenplatte vlecht, of er wordt in het rond gewerkt en dan ontstaateenronde vlecht' De bandvlecht kan ook overgaanin eenandersoort ronde vlecht, namelijk eendeel van eencilinder, door eenplat stuk band te vlechten, dat rond te leggen om de pols en verder te vlechten door het eerstestuk heen.wanneer dat esn pÍutrmaal herhaa]dwordt, ontstaateen ingewikkeld vlechtwerk, dat alleen van eenbredeturkse knoop te oritlerscheidenis door het groter aantal elementen,waarvanje de begin- en eindstukjeskunt terugvindenaandebinnenzijde,meestalop éénrij.
  105. 105. "--.-_+---.I a { N $tÈ-{ Èê- ) $ { d t È t- bF.N s{ N $ È t s N r-. $ b $ $ e ,rl $.r) È $ I f
  106. 106. furnÁ,rlretvt*t - 4t"*4 r. . W ---r- (t,I a *---------- ! I $ { r{ , $! ë È $ s I.+ -* l v s s ri 1_-.+'__-__: L____-- *.- --
  107. 107. V {( FJN :$ È '9 s--l È >.'e
  108. 108. l 5 F{ $s È tË Hë {-$: fc'fí/"f,àía^,à,f ooa{, 7M& rtgnqt t1r(-ia z{t na*- qh-h/o/ -,4Sruaf-
  109. 109. ''i r. ï 'r,:"i r:,1 è "l;d ).1 .r* 'l:' r "-: .l: f '1.e' s. l i r ; i " a . -**;". l"i "i -l. ;*: 1 . i .! :" ':t * .. rr J, , tjt 'n / !i "'i: ! i|,+ ,iJ # Jt. . ! ' r i t,; , Q.l '1 :' ,.ï' s , r* ,cÉ ,B{ '.t'. -. dl*l í .,i "rÈ.rÏï' ';., L t',..;t ï "ri '3J . ' r " È L " l * r " . , 4 . - ! : ' j À ' - * ' ï , a:, i t {" il-*: ' y : ' - * - ' i " ":, *- t'i ï '-ÉrÍ * '':: N l ! $ - r * t' "/- rià '"; É ' ',,' 1 il :i .. ,'à' -.-í t 'rr J :' É- èÉ '] ,+^- ,.,, lf . lil--t . "r r l, .Y ').' '"i ' fl, ffi *ïi1. , r , * r t i }J .,,';i i, t:., .,. . i'! r.1 E} *.i ' " !;'-:I d t:i .,,.ti s. ,r.gi "M,&t' I li ffi; ffi .". ,' ;:,.Li.-, ,"" *_* - i "n"-,. '"sr t " l :tr ,& v t tat i
  110. 110. { Is $ J T Jt l) r 3t'-. I x.è s$ { Ë -a v+ É t B{ q z ( ca
  111. 111. vL€crrT-en rA^ r7l,t ^na"gm3 tt*( .' 4 itr..v6v1$oF t^.t+A qA^DNéT./ft€tDF1 u P { Ë -.I A z{ A1
  112. 112. lsl ciÍcut1t aend nenày qt A a v s, d' íh 1 Figure 195.The pattem for woven armbands 3rd ciÍcuit :,loàà^aenay hdul weave) VL&++Tt^rz-eK 3rd circuit' tobahaenay(baerot weav€) 2nd ciÍcuir, koààe b 4ít" vL€WT€rJ
  113. 113. Io, -l t.r ! I $ dI- s ,tÍ n ? ) t h i r J- ï -o I *l z. 5 .:t ) J l Ë s- d 7 P t d-I t-t U /$ I V P e F<+ + SJ lJ_l J d $ ï L $$ ï ..1 t $S $ ït5 $ÈÈ,#il , a , ' 4, ^-'2-,{-'i'"' :">4, I >?,4- '-l w tffi W6:4? frj l..''
  114. 114. ECHT VLECHTEN Het echt vlechten is minder moeilijk te herkennen' Het is eenregelmatig verbandvantwee groepondradendie elkaar mestal onder eenhoek van negentig gradenkruisen : vaak éénover ,é(inonder, of twee over 'twee orrá"r. lvfeestalis het schuin( of diagonaal) vlechtwerk, dwz- dat in het voorwerp de elementenschuin naarboven en hneden lopen' Het wor& het meestgebruikt voor tassen, mandenen matten. Het kan ook in kleuren uitgevoerd worden en er kunnen patronen gemaaktworden door variátie in de hoeveelheid elementendie gekruist worden. Dat hetenkeperbindingen of kepers.Bij een3/3 keper kruisen de elementenelkaar met drie over en drie onder' En somskunnen twee vlechtwerken door elkaar heen gevlochten worden, ieder met eeneigen kleur en eigen materiaal, zoals bij de armbandenuit de Geelvinkbaai. Dat heet eendubbelvlechnverk' Bij echtvlechtenlijkt devoorkantopdeachterkant,alleenkrijg je die *ét aHja tezten,alsereenvoeringin detassenzit' tn de kabila's, de dozenvan pandanusbladuit de Geelvinkbaai, worden panelenverwerkt van vlechtwerk in patonen' Hier lopen de àrrd"og*"p"o recht. Het zijn lossematjes, die apart gemaaktworden en later op de doosworden genaaid- Erisooknogeenmogelijkheidomzotevlechten,datereen gaatjespatroonontstaattOatis openvlechtwerk of "trawang"' Het kwam woeger veel voor inàe Vogelkop, vaak als sierbandaan tassenof sierrand om ceremoniëlematten'
  115. 115. .rt '.I * $ I { è ï { ï s È t $ ï t $ ) T * 0 $ Ë t- ts s
  116. 116. r.l( ï èY r$ i{ È$ ) ( ' À $$'.$r $X iN rhts -t- {tr SY rir
  117. 117. 'tr 0.a ii {ï Jr {$ / g $ $I Ë F- h H
  118. 118. - n.! +r - F -rtr È_ ! t t t r - ' JrfDlru Ë- {$. q) F- * ( $ N sq { t È )b r$ '$x"$R g $s * $$ ^.- Ë-à v s! ït Er- I { .,. $q ,$K1 ry- v $ , * ht* I 1t- ï-. $$=il .È.esS "à "= J . ' o*ro$p;{ ft',,,-,*{,y,,,"r{ , { { { , í n , , , { À* iltw. .. L.c :e4
  119. 119. f Í..-'< - t f wti-iwffi { ,I I t JT A í+cï È* J'{ + itÉ T0 zI .d t È ï S. ffin l> Ir [{ l$, Ë d u $ $I { Ë t s-*J fTS{ TJ $b-3 Í3$ $[$
  120. 120. VLECHTWERK OP EEN RAAM Vrijwel alleswat ik tot nu toe behandeldhebwordt los op dehand gemaakt.Als er ietsgespannengehoudenmoet worden,zoalshet f,eupkoordvan eenrokje, of eengordelin eenhalfulechttechniek,dan ge bruikt men de groteteen alstijdelijk spanpunt. Van éénsoortgordelis in iedergevalbekenddat die op eenraamwerk van stukkengabba-gabba( de hoofdnerfvan sagobladeren)werd gemaakt. Ér werd stevig draadin de lengte om dat raam gespannenen daarwerd met eenanderedraad,ofhet verlengdevan de spandraadregelmatig doorheengevlochten. De gespannendradennoemenwe bij het weven de ketting, en hier wordt die ierm ook wel gebruikt. De techniek wordt dankettingvlechten genoemd. Het is ggenweven , omdater geenmanieris bedachtom bv. alle evenof onevendradeq tngel$kap te tillen.
  121. 121. 8. Weefwerk
  122. 122. .d p * S*. $ $ -b l ,ï .d È IÈ t t.5 o l _s ï- s #b IL Itt t$ 3
  123. 123. WEEFWERK Nu komenwe bij tweeinteressanteconstrukties,eenuit het Sterrengebergte,en eenuit het noordelijk Baliemgebied,Bokondini, waat zo'nmanier wèlis bedacht. Het getouwtjeuit het Sterrengebergteis eenraÍrmwerk,datuit Bokondini is eensoortweefboog. Er wordt weereenketting op gespaÍmen,op het eerste in het rond, om het getouwtje,op het tweedeom de dwarslatjesdie aande uiteinden van deboogzijn bevestigd. Er worden stokjesof eenbotje gebruikt om de evendradentegelijk op te tiilen. Bij deonevendradenwordt de inslagdraadmet eennaalddoor deketting gewerkt. Dit heethafiveven,omdater nog geenmanier is bedachtom zowel de evendradenalsde onevendraden om beurtentegelijk op te tillen. De deskundigenhebbenoverigensernstigetwijfels aande originaliteit van de getouwtjes.Dwz zegelovenniet datze door dePapua'szelf bedachtzijn, maardatze geintroduceerdzljn door europeanen, zendelingenof miiitairen, in de dertigerjaren van detwintigste eeuw. Dat is nauwlijks meeÍna te gaan,je zou hoogstensin de oudstecollecties kunnenzoekennÍutrvoorwerpen,die eventueelop zo'n getouwtje gemaaktzoudenkunnenzijn.
  124. 124. c.l Sr $ 'TE ïd-8,*.. ê-Ë K itsgr ï ")> € y${ ÈiË
  125. 125. s v8 I Is.{a $ 3 { ï Iu, t€ $-t) J { {* $' I $t) I utr r) g
  126. 126. ECTTTWErEN AandeNoordkustbij Sarmien.opdeeilandendaarvoor,in de bevolkingsgfoepvandeSobei,is wèl eengetouwgebruikt watï'roeen echtweefgetouwkunnennoemen. Hetwaseenheupgetouw,datmetdevoetenwerdgespannenener werdenlappenop gewevenvaneenongesponnenvezel uit de nibrmgpalm. Detechniekis eenlinnenbinding,eenop,eenneer. Als zowelin dekettingals,indeinslaggekleurdedradenworden gebruiktontstaansóijnpatronenenruiten. É6 ".tt schijnpatroonljkt hetnetalsofer eeningewiftÍ<eldertechniek wordt gebruiktdaalinnenbinding. De gewevendoeken,terfo genaarndwerdenalsceremoniële omslagdoekengebruikt. Het getouwlijkt opeenweefgetouwvandeFilippdnenenhetis waaischijnlijkvia eenomweglangseilandenin dePacificbij de oostelijkeNoordkustgekomen- Hetheeftzichniet't,."id"tnaarhetwestenverspreid,misschienomdatin deVogelkopendeGeelvinkbaaitoenal katosnenstoffenwerden rqsgggI!@ handelarenuit Ternate' aeSarni - qd? . í-'r$,Oo&,2€-e
  127. 127. J tÈ .) /{ s .I & { Ë "q t t,T :J Ë, { tt { * 5 I .{ - s fi1( I È { TJ rà È Ë Í tR LD I $ V
  128. 128. KRALENWERK Er werd en wordt op Nieuw Guineaveel met kralen gedaan,zowel met gïazenkralen als met natuurlijke kralen zoals de giize zadenvan de iob's Tranen en de rode Abruspitten en ook kleine, doorboorde of afgeslepenschelpen. Pr worden kettingen van geregen,en bandenvan geknoopt. Die kettinkjes of bandenkunnen weer op eenondergrond worden vastgenaaid. of er word eensamenhangendegordel, band of schort van gemaakt, door de kralen als bindmiddel voor de dradente gebruiken' De mooiste voorbeelden daarvanzijn de dansschortenuit de Geelvinkbaai. Maar ook arm- en beenbandenvan nassaschelpjesen zwarte pitten zijn interessant,omdat de dubbele gaatjesin de afgeslepenschelpjesgebruikt worden om de geregenrijen pitten tot eenband te verbinden'
  129. 129. $-rl,,f - 2 $ $ t { g 6J <V v
  130. 130. I --1-- I - + I _ i I I! * -r- I l II--r I I- -r- I I I I Ij - -j- I_=- II_-]- j -t* I I I I'-r- I - t I ' -t- I '-i-- I- - t I f- I . i - l -1- { * ! - I Ii I--1"-
  131. 131. ,d. Ë ív,ï TSF.l -sl { .Ex s6 s* 4* .s r Jj J r-ftl i { T+i s{ trs. R s< )( L_ rS ** {r d -q t v ,r Ë'Í1. qt. t- ï K ti) -)^ É ru -_J { È4 rl ){$ $t*sIi t J'.tr $TÈ- È$s+ s$$a
  132. 132. ' i-"***- ;' * )l t- d Ë13 e c ,N r- ( { x t t! t $ t q) { I I ( n i {- a (w -&.,,l $s Et' (' r- J irta Y í, ,U .iu d f, * $.1 S* t € ti at r{ a i * $) ft''- u, 'tr/
  133. 133. NAAIWERK In allerlei voorwe{penwordenwel onderdelenaanelkaargenaaid'maar het duidelijkste voorbeeld van naaiwerk vinden we in dpregencapesvan pandanusbladen de dozenvan pandanusblad' Pandanusbladerenzijn natuurlijike ,vlakke enbrede stukk9ntpateriaal' waarÍneeje ietsanderskunt samenstellen' Waarschijnlijk is dat samenstellenvroegerook gebeurd.in de geremoniêl. .up., van bastdoek,die bij rouw en initiatie werden guatug"n om demensente verhutrl'envoor de geestenof voor de [ro"pig.rroten voor wie mentijdelijk'oonzichtbaar'omoestzijn. Er wordenop de capesook wel sierstekengenaaid'
  134. 134. v ï vs sFï,- t l l*t ï È tr , ,$ { {, Q { xr ts> z q{ sC{, K s Rru q K t t { à
  135. 135. VERDERE VERSIERING Meestal wordt bij alle technieken de versiering meegelustof meegevlochtentot patronen. Het werk wordt niet in werkgangenverdeeld, maar het werkstuk wordt met alle materiaal tegelijk van begin tot eind afgemaakt. Dat kan er bijzonder ingewikkeld uitzien en de maker moet al dat materiaal vasthouden,somsook nog met tandenen tenen. In het Bergland wordt orchideebastsomsmeegewerkÍ, en somslater doorgeregen. Maar af en toe kun je ziendat eenvoorwerp eersthelemaal is gevlochten en daarnapasis versierd met extra, kleurig, materiaal. Dan hebbende patronen ook geenverband met de onderliggende .techniek. Dat is het geval met de rouwmantels van de JeAnim aande Zuidkust en de gordels van de rokken van hun buren, de Marind Anim. Ook de tassenuit dat gebied zijn rijk versierd. Bij het werken met pandanusbladin matten en kabila's zien we eenvofin van applicatie: stukjes geverfd blad worden in figuren op eenondergrond genaaid. Vaak worden mooie zaden,schelpen,kralen of veren meegewerkt of op genaaid.
  136. 136. .J È dI T t $È 1arQ I À s)- 5 a T {, ra .{ $ { 's J q ï v à (.r È è,í É J 5 N * ?
  137. 137. sg J s d { J/ t,{ x 3 té U .'d s s,j ! q) q.J J( .o { i ï I j ï ! d G6 .U : o_ L 6 I I (J- : 01. i VJ - hF4 Q) a X,q ( z
  138. 138. t€ vl { p 1* { $ { È I t t, vI $ 0* rï { t) ,ï J 6 Ë t - s(.) { ( s 1 rÈ UJt vq s< (U 't vM E { { ?
  139. 139. VERVEN Kleurstoffenwordemeestalvooraftoegepastbij hetpreparerenvanhet materiaal,maaraandeZuidkgstenin deVogelkopwordentassenen mattenooknahetvlechtenbeschilderd. Eenaparteverftechniekzienwebij hetwerkenmetpandanusblad: Debladrepenwordenvóórdeverwerkingin mattenenkabila'sin een soortmuizentappetjesgevouwenenmettouw omwondenendaarÍIain eenverfbadgeverftl.Bij hetlosmakenwordendepatronenzichtbaar: sommigedelenzijnwel geverfd,bij anderekondeverf niet komen. Hetis eensoortplangi,eenreserveringstechniekdoorafbinden.

×