Scriptie Transitiepotentieel in de varkenssector

1,979 views

Published on

Afstudeerscriptie Food Production: Human Rights versus Environmental Rights.
Een analyse van de mogelijkheden van een duurzame varkenssector.

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,979
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
6
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Scriptie Transitiepotentieel in de varkenssector

  1. 1. “If you want a subject, look to pork!” (Charles Dickens, ‘Great Expectations’)
  2. 2. Transitiepotentieel in de varkenssector Een analyse van de mogelijkheden van een duurzame varkenssector Juli 2011 Begeleider: Robin Pistorius, tweede lezer: John Grin Masterscriptie Politicologie, Bestuur en Beleid F.M. Koning, Studentnummer: 59863112
  3. 3. VOORWOOR DVARKENS WORDEN VAN alles genoemd. Intelligent, onrein, lekker, zelfs als oplossingvoor duurzaamheidskwesties en ze zijn roze. Tijdens het schrijven van deze scriptie, bezoekenaan varkensstallen en het bekijken van documentaires ben ik er in ieder geval van overtuigd datvarkens bijzondere dieren zijn. Misschien komt de haatliefde verhouding met dit dier omdathet ons mensen aan onszelf moet denken. Echter één ding is zeker: na deze scriptie als sluitstukvan mijn studie Bestuur en Beleid zou ik niets liever willen dan lang rollen in een verfrissendmodderbad. ¶Via deze mij zeer onsympathieke weg wil ik nog even stilstaan bij diegene diemij gesteund hebben tijdens het nemen van deze laatste hindernis. Deze scriptie zou niet totstand gekomen zijn zonder de onvoorwaardelijke steun van mijn vrouw Merel. Die in dezebijzondere tijd ondanks mijn veelvuldige afwezigheid aanmoedigde en motiveerde om mijnscriptie en afstuderen tot een goed eind te brengen. ¶In het bijzonder wil ik bedanken mijn meelezers Wies en Dick voor de tijd die zijstaken in het bekijken van mijn teksten en de opmerkingen die zij daarbij plaatsen. Daar-naast ben ik Schelte ontzettend dankbaar voor de mooie vormgeving van deze scriptie. ¶Verder wil ik de afstudeergroep Food Production, Environment and Development:Human and Environmental Rights en in het bijzonder Willem Berghoef bedanken voor desteun in het gezamenlijk proces van afstuderen. Daarbij bedank ik speciaal Robin Pisto-rius mijn begeleider voor zijn kritieken en inzet om het hoogst haalbare uit mij en mijnscriptie te halen. Tot slot wil ik Amarins et le gatte Negre en Supercity bedanken voor hun mooiemuziek die menigmaal gebruikt is om de lange schrijfdagen door te komen. 3
  4. 4. INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 6 INLEIDING 7 Een duurzamer voedselsysteem; transitiepotentieel in de varkenssector 7 Voedsel, eiwitten, vlees en duurzaamheid 7 Duurzaamheid als behoeften 8 Probleemstelling 8 Methode 9 Leeswijzer 10 1. VOEDSELSYSTEEM & DUURZAAMHEID 12 1.1 Systeemtheorie als analytisch kader 13 1.2 Duurzaamheid van het voedselsysteem 15 1.3 Duurzaamheid als People, Planet and Profit 16 1.4 Beschrijving van het voedselsysteem 17 1.5 Actoren in het voedselsysteem 18 1.6 Samenvatting en deelconclusie 19 2. MULTILEVELPERSPECTIEF OP DE VARKENSSECTOR 20 2.1 Multilevelperspectief als verklaringsmodel voor transities 20 2.1.1 Het socio-technisch regime   21 2.1.2 De socio-technische niches   22 2.1.3 Het socio-technische landschap   22 2.2 Het varkensregime: historie tot nu 23 2.3 De varkenssector als regime. 24 2.3 Druk vanuit het landschap 26 2.4 Samenvatting en deelconclusie 27 3 TRANSITIEPOTENTIEEL ALS MEETMETHODE 28 3.1 Kwantitatieve methoden om duurzaamheid te onderzoeken 28 3.2 Kwalitatieve methoden om duurzaamheid te onderzoeken 29 3.3 Transitie sturen 31 3.4 Samenvatting en deelconclusie 33 4 TRANSITIEPOTENTIEEL VAN DE ACTOREN 34 4.1 De ketenactoren 34 4.1.1 De voerproductie   34 4.1.2 De varkenshouder   35 4.1.3 De vleesverwerking   38 4.1.4 De retailsector  40 4.2 De niet-ketenactoren  40 4.2.1 De overheid  41 4.2.2 De kennisinstellingen  41 4.2.3 De intermediaire organisaties  43 4.3 Samenvatting en deelconclusie 45 5 CONCLUSIES, DISCUSSIE & AANBEVELINGEN 46 5.1 Discussie 48 5.2 Aanbevelingen 48 BIJLAGE 1 INTERVIEWS 50 Lijst geïnterviewde personen 50 Interviews binnen de varkenssector 50 LITERATUURLIJST 52 Artikelen 52 Boeken 52 Rapporten 53 Vakliteratuur 53 Websites 544
  5. 5. LIJST M ET AFKORTI NGENCOV Centrale Organisatie VleessectorEBIS Ecologische Boeren is SamenwerkingELI Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en InnovatieFAO Food and Agricultural OrganizationGMP+ Good Manufacturing PracticesHACCP Hazard Analysis and Critical Control PointsKDV Keten Duurzaam VarkensvleesLCA Life Cycle AssesmentLEI Landbouw Economisch InstituutLTO Land- en Tuinbouworganisatie NederlandLNV Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit (sinds 2010 ELI)MLP MultilevelperspectiefMNP Milieu en Natuur Planbureau (sinds 2008 Planbureau voor de Leefomgeving)nVWA nieuwe Voedsel en WarenautoriteitPPP People, Planet and ProfitPvE Productschappen Vee, Vlees en EierenTAG Transforum Agro en GroenTM TransitiemanagementWUR Wageningen University and Research centreLIJST VAN FIGUR ENFig. 1.1 Statisch systeemmodelFig. 1.2 Statisch voedselsysteemFig. 1.3 Productieketen als onderdeel actornetwerkFig. 2.1 Multilevelperspectief als geneste hiërarchie (uit Grin et al., 2010:19)Fig. 2.2 Multilevelperspectief op transities (uit Grin et al., 2010:25)Box 1. Kengetallen Nederlandse varkenssectorBox 1.1 Eigenschappen transitiesBox 1.2 Eigenschappen complexe systemenBox 3.1 Behoeften duurzame varkenshouderij 5
  6. 6. SAMENVATTING DE NEDERLANDSE VARKENSSECTOR maakt een moeilijke tijd door. Na de varkenspest eind vorige eeuw, maatschappelijke onrust over dierenwelzijn en kritiek op milieubelasting van de intensieve varkenshouderij is het imago van de sector slecht. Begin dit jaar daalden de opbrengsten, die al onder druk stonden, door de dioxinecrisis in Duitsland. ¶Met crises en maatschappelijke vragen over de milieueffecten van het onze voedselproductie en vleesproductie in het bijzonder staat de varkenssector voor een uitda- samenvatting ging. De varkenssector moet toekomstbestendiger: duurzamer. Wat zijn de mogelijkheden in de varkenssector om duurzamer te worden? Deze kwestie leidde tot de onderzoeksvraag: wat is het transitiepotentieel van de varkenssector? ¶Duurzaamheid is het voorzien van behoeften op een wijze die het mogelijk maakt dat toekomstige generaties ook in hun behoeften kan voorzien. Er zou daarom een systeem moeten komen dat ‘volhoudbaar’ is, een systeem waarin zoveel mogelijk behoeften worden voorzien. Deze behoeften zijn beschreven aan de hand van een viertal stakeholders in de varkenssector. De varkenshouder die zijn winst wil, het varken dat bepaalde dierenwelzijn eisen heeft, het milieu wat niet teveel beschadigd mag worden en de burger-consument die maatschappelijke en financiële eisen aan zijn varkensvlees stelt. Deze stakeholders komen overeen met wat in het maatschappelijk verantwoord ondernemen People, Planet en Profit genoemd wordt. In dit onderzoek is er een vierde stakeholder aan toegevoegd: Pigs. ¶Het onderzoek naar transitiepotentieel is theoretisch gekaderd door de systeem- theorie van Grin, Rotmans en Schot (2010). Deze theorie is gebruikt omdat het mogelijk maakt deelaspecten van hardnekkige problemen uit te lichten en een oplossingsrichting te beschrijven door middel van systeemveranderingen. Van deze theorie zijn drie concepten gebruikt om de varkenssector in kaart te brengen. Met het ‘Multifase-concept’ is onderzocht in welke fase van verandering de varkenssector als systeem zich bevindt. Met het ‘Multilevel-con- cept’ is beschreven hoe de varkenssector als socio-technisch regime eruit ziet. Het regime kan gezien worden als de normale gang van zaken, bestendigd door actoren en normen. De normen in het regime en de verschillende actoren in de sector zijn daarom onderzocht. Aan de hand van een actornetwerk, beschouwd als productieketenpartners en niet-ketenpartners, zijn deze actoren beschreven. Vervolgens is beschreven hoe dit regime onder druk staat van exogene krachten op landschapsniveau en concurrerende noviteiten op nicheniveau. De beschrijving van het ‘Multipatroon-concept’ is het eigenlijke transitiepotentieel waarin interacties tussen niche en regimespelers en veranderende normen beschreven worden. ¶Naast deze concepten uit de systeemtheorie is de daaraan gekoppelde theorie over transitiemanagement gebruikt om te beschrijven hoe de transitie naar een duurzamere varkenssector gestuurd kan worden. In het onderzoek zijn aan de hand van het actornetwerk enkele actoren uitgekozen als ‘representant’ van die actor. Een deel van deze actoren is geïnterviewd, na een oproep op netwerksite www.linkedin.com in de discussiegroep Duur- zaam Voedsel. Voor een breder beeld dan alleen interviews is gebruik gemaakt van publica- ties als beleidstukken en websites van andere actoren in de varkenssector. Daarbij is geanaly- seerd hoe de actoren omgaan met duurzaamheid in de varkenssector waarbij de ‘4P’s’ als handelingsrichting voor duurzaamheid gebruikt. ¶Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat er in de varkenssector zowel op niche- als regimeniveau veel beweging is naar duurzaamheid. Er worden verschillende technieken toegepast om het milieu te sparen, zoals het gebruik van duurzame energie. Daarnaast komt de sector deels tegemoet aan de eisen van de samenleving omtrent dierenwelzijn. De sector legt zich via keurmerken zelf regels op om dierenwelzijn te bevorderen. Ook dit gebeurd zowel op niche- en regimeniveau. Dit kan gezien worden als verandering van normen in het regime. Wat betreft de actoren zijn de veranderingen aan te wijzen in de allianties die de actoren aangaan. Deze samenwerkingsverbanden zijn dan nieuw, dit is tevens een verandering van de norm dat afspraken via de keten lopen. ¶Uit het onderzoek blijkt dat transitiepotentieel in de varkenssector voort komt als duurzaamheid als integraal handelingsdoel gezien wordt en de verschillende stakeholders niet vanuit hun eigen behoefte handelen. Potentieel zit ook in het versterken van de duur- zame niche-ontwikkelingen door combinatie met normen en actoren uit de bestaande biologische niches. Daarbij lijkt een ketenregisseur een positief effect te hebben op het succes van nieuwe allianties.6
  7. 7. INLEIDING Een duurzamer voedselsysteem; transitiepotentieel in de varkenssector. “If you want a subject, look to pork!” 1 I N G R EAT EXP ECTATI O N S legt Charles Dickens deze woorden in mond van een gast die aanzit aan een diner, waarbij ondermeer gesproken wordt over een geschikt onderwerp voor de volgende zondagse preek. In dit gesprek wordt het varken gezien als symbool van vraatzucht. Niettemin laten de gasten zich het vlees goed smaken. De discussie legt de moeilijke relatie tussen het varken en haar onreinheid, en onze cultuur waarin het dier bovenaan het menu staat, mooi bloot. Het varken eten we, maar we spreken er liever niet over. Dezelfde spanning vinden we terug in het huidige debat over het voedselsysteem waarin de grenzen van vleesconsumptie en productie worden afgetast. Het betreft dan vooral de overmatige varkenscon- sumptie en de implicaties daarvan voor dierenwelzijn en milieu. De aandacht hiervoor past in het groeiende bewustzijn van consumenten ten aanzien van deze& inleiding onderwerpen. Voedsel, eiwitten, vlees en duurzaamheid M E D E DOO R D E documentaire Meet the Truth van de Partij voor de Dieren en het burgerinitiatief ‘Stop Fout Vlees’ van Milieudefensie wordt de discussie over de varkenssector door een breed publiek gevoerd. Meer specifiek gaat de discussie enerzijds over de milieubelasting veroorzaakt door ons vleesrijke dieet, anderzijds over het dierenwelzijn van onder andere varkens. De discussie over de gevolgen van de vleesproductie past binnen de bredere thematiek van de gevolgen van de voedsel- voorziening. Zo berekent de Food and Agricultural Organization (FAO) in het rapport Livestock’s long shadow, environmental issues and options, dat de vlees- en zuivelketen verantwoordelijk is voor 18% van het broeikaseffect (FAO, 2006) en ook in het Nederlandse rapport ‘Milieueffecten van Nederlandse consumptie van eiwitrijke producten; Gevolgen van vervanging van dierlijke eiwitten anno 2008’ (Blonk Milieuadvies, 2008) wordt vleesproductie verantwoordelijk gehouden voor veel nadelige milieuef- fecten. ¶De kwestie van duurzaamheid en vleesproductie in het voedselsysteem wordt in verschillende literatuur gekoppeld aan eiwitten (zie o.a. Drift, 2008; Elferink & Roug- oor, 2010, Apaiah, 2008). Eiwit is één van de voedingsstoffen, die de mens nodig heeft als bouwstof voor cellen. Eiwitten bestaan uit aminozuren. Van de twintig aminozuren kan de mens er zelf elf produceren. Voor de overige moet de mens dus dierlijke of plantaar- dige eiwitten eten (Tansey & Worsley, 1995:241). ¶Het consumeren van dierlijke eiwitten heeft relatief grote milieueffecten. Het produceren van één kilogram vlees kan drie tot tien kilogram graan kosten (Tilman et al., 202:671). Het milieubeslag is daardoor groot. Naast de ruimte voor de dieren, bestaat het milieubeslag ook uit de ruimte voor het verbouwen van veevoer. Elferink en Rougoor (2010) stellen dat door factoren als de groei van de wereldbevolking en de welvaart de vraag naar eiwitten zal stijgen (Elferink & Rougoor, 2008:70). Om aan die vraag te voldoen zou elk beschikbaar stuk vruchtbare grond gebruikt moeten worden voor eiwitproductie (Elferink & Rougoor, 2008:69). De verklaring voor het opkomen van eiwit als duurzaam voedselissue is dat de productie en consumptie van eiwitrijk voedsel in verhouding een groot milieueffect hebben (Elferink & Rougoor, 2008:11). Deze effecten zijn net als andere voedselproducten eutrofiëring, verzuring, vervuiling en verlies van biodiversiteit (Elfe- rink & Rougoor, 2008:68). ¶In Nederland zijn de zuivel en varkensvlees de grootste eiwitbronnen (Elferink & Rougoor, 2010:15,17). Varkens zijn met 24,8% van de totale vleesconsumptie de grootste 1. The pointed remark uttered by dierlijke eiwitvoorzieners van Nederland (Drift, 2008:18). Daarbij is de Nederlandse Uncle Pumblechook was in response to complaints over dinner on an ill-chosen varkenssector een exportsector (PvE, 2009). Een verduurzaming van de varkenssector is subject for a church sermon. daarmee een belangrijke stap naar een duurzamer voedselsysteem. 7
  8. 8. Duurzaamheid als behoeften Verduurzamen van het voedselsysteem, waarom? GR I N, ROTMANS & SCHOT stellen dat er dat er tegenwoordig een normatieve roep is om een verandering naar een duurzamere samenleving. (Grin et al., 2010: 1). Een duur- zame samenleving zou dan antwoord moet bieden voor hardnekkige problemen in deze tijd. Deze problemen manifesteren zich in crises in verschillende systemen als voedsel, water, energie en klimaat (Grin et al., 2010: 1). De onduurzaamheid van het voedselsys- teem wordt in dit onderzoek als een dergelijk hardnekkig probleem aangeduid. Maar wat is een duurzame samenleving? In zijn boek Sociology and the Environment stelt Irwin dat het definiëren van duurzame ontwikkeling lastig is en beschrijft verschillende functies van duurzame ontwikkeling (Irwin, 2001:34). Het VN-rapport Our Common Future (1987), ook bekend als het Brundt- land- rapport 2 heeft in haar onderzoek naar duurzame ontwikkeling een definitie geformuleerd die later veel gebruikt is. Omdat het niet in het bereik van dit onderzoek valt om het concept duurzaamheid uitgebreid te beschrijven, wordt hier de definitie van de Brundtland-commissie als werkdefinitie gebruikt: ‘Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die de huidige behoeften vervult zonder de mogelijkheid van toekomstige generaties om hun behoeften te vervullen in gevaar te brengen’ (Brundtland, 1987) Probleemstelling I N DIT ONDERZOEK wordt aangenomen dat het voedselsysteem onduurzaam is. Vleesproductie is een belangrijk onderdeel van die onduurzaamheid. De varkenssector is de grootste sector binnen de vleesproductie in Nederland. Enkele kengetallen van de varkenssector in Nederland zijn gegeven in Box 1. Box 1 Kengetallen Nederlandse varkenssector Cijfers totaal (CBS Statline 2010) Totaal aantal varkens (hokdieren) 12.254.972 Totaal aantal varkenshouders 7.030 Aantal slachtingen per week* 280.000 Totaal aantal slachtingen p/j 13.945.000 Waarde export in €** 2.300.000.000 * PvE, cijfers 2011 ** www.overvarkens.nl Naast dat de varkenssector interessant is vanwege de onduurzaamheid in termen van milieuprofiel3 is de casus ook interessant omdat de sector zelf ook lijdt onder hardnek- kige problemen. De Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) stelt begin 2011 op haar website dat de varkenshouderij in financiële crisis is (www.ltonoord.nl). Deze crisis wordt volgens LTO veroorzaakt door de hoge voerprijzen en de dioxinecrisis4 in Duits- land van begin 2011. Ook, zo stelt LTO in hetzelfde bericht, heeft de varkenssector een 2. De Brundtland-commissie, een VN- imagoproblemen vanwege de milieu en dierenwelzijnkwesties. Daarmee kan de var- commissie, heeft in 1987 de taak gehad kenssector gezien worden als voorbeeld van het eerder genoemde groeiende bewustzijn om duurzaamheid te onderzoeken. van consumenten ten aanzien van deze onderwerpen. 3. De impact die productie heeft op ¶Met de varkenssector als uitgangspunt wil ik in deze scriptie onderzoeken hoe het milieu zoals bodemvervuiling en het voedselsysteem duurzamer gemaakt kan worden. De aanname daarbij is dat een CO2-uitstoot. duurzamere varkenssector als onderdeel van het hele voedselsysteem zal leiden tot een 4. Begin 2011 kwam aan het licht dat verduurzaming van dat hele voedselsysteem. De varkenssector is gekozen omdat de dieren op honderden veehouderijen vleesconsumptie aangewezen wordt als een belangrijke veroorzaker van de onduur- besmet waren met het kankerverwek- kende dioxine. (http://www.nrc.nl/ zaamheid van het voedselsysteem. Daarnaast is de varkenssector gekozen omdat ver- nieuws/2011/01/15/meer-duitse-boerde- schillende onderzoeken (Drift, 2008; Elferink & Rougoor, 2010; Apaiah, 2008) naar de rijen-dicht-door-dioxineschandaal/)8
  9. 9. varkenssector zijn uitgevoerd als onderdeel van de verduurzaming van de eiwitvoorzie-ning. De resultaten van die onderzoeken kunnen van belang zijn voor het onderzoekenvan de mogelijkheden van het verduurzamen van de varkenssector. ¶Om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van verduurzaming wordt indit onderzoek het concept transitiepotentieel gebruikt. Transitiepotentieel is een conceptuit de theorie van transitiemanagement (Loorbach & Rotmans, 2009). Met het transitie-potentieel wordt de mogelijkheden van een verandering van een systeem bedoelt. Hettransitiepotentieel wordt inzichtelijk als er na een beschrijving van de actoren van eensysteem ook geanalyseerd wordt waar er kansen liggen voor transitie en waar er barrièreszijn. De vraag om verduurzaming in de varkenssector en de actoranalyse om de mogelijk-heden daartoe in beeld te brengen leiden tot de volgende onderzoeksvraag:Wat is het transitiepotentieel van de Nederlandse varkenssector?MethodeDE VAR KENSSECTOR KAN op verschillende manieren bekeken worden. In ditonderzoek is gekozen om de transitietheorie zoals beschreven door Grin, Rotmans enSchot (2010) te gebruiken. Deze theorie gebruikt inzichten uit de systeemtheorie enkoppelt deze aan transities naar duurzame systemen.In Transitions to SustainableDevelopment (2010) beschrijven de auteurs de kwestie van transities naar duurzaamheidvanuit een governance perspectief (Grin et al., 2010:1). Dat houdt in dat naast de beschrij-ving van systemen en hun verandering er ook onderzocht wordt of en hoe die verande-ringen gestuurd kunnen worden. Voor het onderzoek naar transitiepotentieel is dat vanbelang omdat een transitie uiteindelijk vorm krijgt door het handelen van actoren. ¶Deze theorie is aantrekkelijk voor dit onderzoek omdat deze mogelijkhedengeeft om binnen een complex systeem een deelaspect uit te lichten. Daarbij geeft detransitietheorie een handelingsperspectief waardoor er onderzocht kan worden hoe devarkenssector daadwerkelijk duurzamer gemaakt kan worden. De systeemtheorie van Grinet al. is een jonge onderzoeksmethode (Paradis, 2009:30), daarom zullen in de conclusie ookopmerkingen gemaakt worden over de theorie als analytisch kader van dit onderzoek. ¶Om antwoord te geven op de onderzoeksvraag is het essentieel dat het systeemvan de varkenssector beschreven wordt. In dit onderzoek wordt het voedselsysteem als eencomplex systeem getypeerd. Een complex systeem is een beschrijving van de realiteit als eengeheel van componenten en subsystemen die elkaar beïnvloeden (Grin et al., 2010: 114). Indit onderzoek wordt daarmee onderzocht wat de mogelijkheden van de varkenssectorzelf zijn om te verduurzamen. Er is niet gekozen om het gedrag van de consument teonderzoeken. Een dergelijk onderzoek past niet in het bereik van deze scriptie omdat ermet de systeemtheorie als onderzoekskader van de varkenssector zelf uitgegaan wordt. ¶Met de uit de systeemtheorie komende concepten ‘Multilevel-concept’, ‘Mul-tifase-concept’ en ‘Multipatroon-concept’ wordt geprobeerd inzichtelijk te maken waarer binnen de varkenssector kansen zijn om tot een duurzamer systeem te komen. In ditonderzoek zal daarbij de nadruk liggen op het zogenaamde niche- en regimeniveau.Door op dat niche- en regimeniveau een actoranalyse uit te voeren kan het krachtenvelden daarmee het transitiepotentieel rondom een thema geanalyseerd worden. Dezemethode komt voort uit een onderzoeksaanbeveling van het Drift-rapport ‘De eiwittran-sitie, dertig jaar issue, kans op take-off’’ waar de varkenssector benoemd wordt als eiwitbrondie verduurzaamd moet worden. (Drift, 2008: 83) ¶De onderzoeksdata bestaan uit zowel wetenschappelijke bronnen als rappor-ten en andere publicaties van de verschillende actoren uit de varkenssector. Hiermeewordt geprobeerd een zo volledig beeld van het varkenssysteem te beschrijven. Onder-zoeksresultaten naar de verduurzaming van het eiwitsysteem kunnen bijdragen aan debeantwoording van de onderzoeksvraag naar het transitiepotentieel van de varkenssec-tor en zullen daarom in die hoedanigheid worden gebruikt. ¶Naast de bestaande bronnen zijn niche- en regimespelers in de varkenssectorbenaderd om inzicht te krijgen of en hoe zij bezig zijn met het verduurzamen van devarkenssector en tegen welke barrières zij aanlopen. Om aan de nodige informatie tekomen is er op de netwerksite www.linkedin.com binnen de discussiegroep DuurzaamVoedsel geen oproep naar duurzame initiatieven in de varkenssector geplaatst. Op basis 9
  10. 10. van de reacties uit deze discussiegroep zijn enkele actoren uit de varkenssector geïnter- viewd. Het voordeel van de oproep op deze manier is dat er snel reacties kunnen komen uit de kring van actoren die zich bezighouden met duurzaam voedsel en de varkenssector. Een nadeel is dat door de zelfselectie van deelnemers die zich aanmelden voor die discussie- groep er een oververtegenwoordiging te verwachten is van actoren die zich positief inzetten voor de verduurzaming van voedselsystemen. Een verantwoording van de interviewtech- niek, alsmede de interviewvragen en de lijst met geïnterviewde personen staan in bijlage 1. ¶Deze scriptie is descriptief van aard. Een gevaar bij een descriptief onderzoek is betrouwbaarheid en de validiteit moeilijker aan te geven zijn dan bij een statistische methode (Kirk & Miller, 1984:19). Er is daarom gekozen om in dit onderzoek alleen conclusies over de verduurzaming van de varkenssector als casus zelf te benoemen. Gevolgtrekkingen op basis van de onderzoeksresultaten op andere sectoren in de vleesproductie worden niet gemaakt. Leeswijzer OM DE ONDERZOEKSVRAAG te beantwoorden zal in hoofdstuk 1 de gekozen systeemtheorie worden beschreven. Daar wordt ook het voedselsysteem zelf beschreven. Om duurzaamheid als concept te verduidelijken wordt in Hoofdstuk 1 duurzaamheid en de daaraan gekoppelde behoeften verder uitgewerkt. ¶In Hoofdstuk 2 wordt het Multilevel-concept als theoretisch kader verder uitgewerkt, en toegepast op de varkenssector. In Hoofdstuk 3 worden kwantitatieve en kwalitatieve methoden om duurzaamheid te onderzoeken opgevoerd, waarna er een beschrijving wordt gegeven van hoe transitiepotentieel in de varkenssector onderzocht kan worden. In Hoofdstuk 4 worden data uit interviews en beleidsstukken uit de varkenssector gepresenteerd en geanalyseerd. ¶In het vijfde hoofdstuk wordt aan de hand van de gevonden informatie uit de voorgaande hoofdstukken het transitiepotentieel beschreven en daarmee de hoofdvraag beantwoord. Hier komen dan ook de conclusie en aanbevelingen uit voort. Daarnaast wordt ook de systeemtheorie als analytisch kader beoordeeld 10
  11. 11. 11
  12. 12. 1. VOEDSELSYSTEEM & DUURZAAMHEID IN DEZE SCRIPTIE wordt onderzocht wat het transitiepotentieel van de varkenssector is. Verondersteld wordt dat deze sector niet duurzaam is en een verandering naar een duurzamer systeem gewenst is. Deze aannames zullen in dit hoofdstuk uitgelicht worden ¶Transities zijn fundamentele veranderingen in socio-technische systemen (zie Box 1.1) (Grin et al., 2010:11). In Transitions to Sustainable Development (2010) beschrijven Grin, Rotmans & Schot de kwestie van transities naar duurzaamheid vanuit een governan- ce perspectief (Grin et al., 2010:1). Dat houdt in dat naast de beschrijving van systemen en hun verandering er ook onderzocht wordt of en hoe die veranderingen gestuurd kunnen worden. Voor het onderzoek naar transitiepotentieel is dat van belang, omdat een transitie uiteindelijk vorm krijgt door het handelen van actoren. De auteurs gebruiken de systeem- theorie om transities te beschrijven. Zij koppelen daarbij transities aan verschuivingen binnen een systeem en subsystemen in de maatschappij (Grin et al., 2010:105). Box 1.1 Transities Transities zijn veranderingen van een bepaald socio-technisch systeem naar een ander socio-technisch systeem. Voorbeelden van dit soort socio-technische systemen zijn landbouw, gezondheidszorg, voedsel of energie. Transities hebben de volgende eigenschappen: voedsel & -Het zijn processen van co-evolutie: dat wil zeggen dat er meerdere veranderingen in het systeem nodig zijn. -Er zijn meerdere actoren bij betrokken zoals sociale groepen, bedrijven en beleid smakers. -Het zijn radicale veranderingen in de zin van het bereik van de verandering. -Het zijn lange termijn processen die tien tot vijftig jaar kunnen duren. (Grin et al., 2010:11). In de systeemtheorie zoals beschreven door Grin et al. (2010) zijn systemen een geheel van componenten en subsystemen die elkaar beïnvloeden (Grin et al., 2010:114). De systeem- theorie geeft handvatten aan het onderzoek naar het transitiepotentieel in de varkenssec- tor, omdat de varkenssector in deze scriptie wordt voorgesteld als een subsysteem van het voedselsysteem. Het voedselproductiesysteem wordt dan beschouwd als een systeem waarin verschillende productieketens bestaan (Gerbens-Leenes et al., 2003:233). ¶Een eerste argument voor de keuze voor de systeemtheorie binnen het onder- zoek is het feit, dat in dit onderzoek de varkenssector in relatie tot het voedselsysteem beschreven kan worden. Het tweede argument om systeemtheorie te gebruiken om het transitiepotentieel van de varkenssector te onderzoeken is omdat de systeemtheorie, vooral in Nederland, gebruikt wordt om transities te analyseren (Paredis, 2009:1). In zijn overzichtspaper over systeeminnovaties benoemt Erik Paredis (2009) twee heuristieken die het systeemdenken gebruikt om transities te analyseren. Een transitie wordt daarin beschouwd als een lange termijn proces, dat via een viertal fases verloopt. Daarnaast maakt de systeemtheorie gebruik van het multilevelperspectief (MLP), dat de oorzaken van transities analyseert aan de hand van de wisselwerking tussen de niveaus niche, regime en landschap (Paradis, 2009:4). ¶Deze heuristieken worden ook in dit onderzoek gebruikt. Hieronder wordt eerst het systeemdenken beschreven. Vervolgens wordt er kort ingegaan op het MLP. Het MLP wordt in Hoofdstuk 2 verder uitgewerkt. In paragraaf 1.2 wordt het begrip duurzaamheid gekoppeld aan de systeemtheorie. In paragraaf 1.3 wordt duurzaamheid verder uitgewerkt met het sturingskader people, planet en profit. In paragraaf 1.4 wordt een beschrijving gegeven van het voedselsysteem. Het hoofdstuk eindigt met een korte conclusie.12
  13. 13. 1.1 Systeemtheorie als analytisch kader EEN SYSTEEM KAN gezien worden als een beschrijving van de realiteit als een geheel van componenten en subsystemen die elkaar beïnvloeden. Een subsysteem is een deel van eenduurzaamheid groter systeem dat een systeem op zichzelf is, maar ook een rol speelt in de processen van het grotere systeem. De beschrijving van een systeem is altijd een interpretatie van de onderzoeker (Grin et al., 2010:114). Dit kan gezien worden als een zwak punt van de theorie en is een kritiek van Genus en Coles (2008). Zij stellen dat deze onderzoekmethode veel berust op keuzes en interpretaties van de onderzoeker (Genus & Coles, 2008:1441). Deze zwakheid in de theorie kan niet volledig worden ontweken. Dat wil zeggen dat in dit onderzoek een beschrijving van het voedselsysteem en de varkenssector wordt gegeven en niet dé beschrijving daarvan. Door het onderzoeksproces door de gemaakte keuzes en interpretaties expliciet te benoemen wordt gepoogd dit onderzoek transparant te maken. ¶De systeemtheorie wordt door Grin et al. (2010) uitgebreid met complexe syste- men en adaptieve systemen. Deze concepten worden in deze scriptie gebruikt om het voedselsysteem en de varkenssector te duiden. Eigenschappen van complexe systemen staan hieronder beschreven in Box 2. Box 1.2: Eigenschappen complexe systemen -Complexe systemen zijn open en zijn in interactie met hun omgeving. De grenzen van complexe systemen zijn moeilijk te bepalen. -Complexe systemen evolueren door de tijd. -Complexe systemen omvatten verschillende componenten en interacties tussen componenten. -Complexe systemen bevatten zowel negatieve als positieve terugkoppelingen. -De componenten kunnen niet het geheel omvatten. -Complexe systemen hebben een historie, hierdoor ontstaat padafhankelijkheid: de huidige staat van een systeem is afhankelijk van het pad dat voorgaande staten van het systeem zijn ingegaan, dit beïnvloed de opvolgende staat van het systeem. -Complexe systemen zijn genest en omvatten verschillende organisationele niveaus. Componenten of subsystemen zijn op zichzelf ook complexe systemen. -Complexe systemen hebben verschillende ‘attractors’. Een attractor is de staat waar een stabiel systeem zich graag in bevindt. (Grin et al., 2010:116). Een voorbeeld van een complex systeem is een ecosysteem. Een ecosysteem bestaat uit verschillende individuele dieren of diersoorten. Dit zijn de componenten, die op verschillende manier met elkaar in interactie zijn (Grin et al., 2010:117). In deze scriptie wordt het voedselsysteem benaderd als een complex systeem. In paragraaf 1.3 wordt het voedselsysteem verder uiteengezet. ¶Adaptieve systemen zijn bijzondere complexe systemen. Deze systemen kunnen leren en zich aanpassen aan hun omgeving. De componenten in adaptieve systemen zijn actoren die zich aan elkaar en aan hun omgeving aanpassen en hebben daardoor een lerend vermogen. Voorbeelden van actoren zijn bedrijven, staten of individuen die samenwerken of juist met elkaar concurreren (Grin et al., 2010:117). In adaptieve systemen zijn de actoren en subsystemen zelf ook adaptief. Dit betekent dat subsystemen dezelfde vorm hebben als het hele systeem (Grin et al., 2010:117). Adaptieve systemen hebben drie sleuteleigenschappen: co-evolutie; opkomst en zelforganisatie. Bij co-evolutie wordt bedoeld dat systemen en subsystemen met elkaar evolueren. Met opkomst wordt bedoeld dat er nieuwe structuren in systemen kunnen opkomen en met het zelforganiserend vermogen van een systeem wordt aangegeven dat systemen niet afhankelijk zijn van een begeleiding van buiten het systeem (Grin et al., 2010:118-119). In deze scriptie dient de varkenssector te worden beschouwd als een adaptief systeem omdat het varkenssector bestaat uit verschillende actoren die zowel elkaar als het systeem beïnvloeden. Hierdoor heeft de varkenssector als adaptief systeem een lerend vermogen. Vanwege dat lerend vermogen is het mogelijk om de varkenssector te ver- duurzamen. 13
  14. 14. ¶Hieronder is ter verduidelijking van het bovenstaande een statische weergave van een complex systeem gegeven (fig. 1.1). Het systeem bestaat uit de subsystemen X, Y en Z. Deze subsystemen kunnen op hun beurt ook uit subsystemen bestaan: X1, Y1. De grenzen van de systemen zijn onderbroken om aan te geven dat systemen open zijn. Fig. 1.1 Statisch Systeem Subsysteem X Subsysteem X1 Subsysteem Z Subsysteem X2 Subsysteem Y Subsysteem Y2 Systeem Binnen de systeemtheorie wordt er van uitgegaan dat systemen in beweging zijn. Een systeem beweegt zich daarbij naar een attractor, dit is een voorkeursstaat van een systeem in de vorm van een dynamisch evenwicht (Grin et al., 2010:116). In dit onderzoek wordt een duurzame varkenssector gezien als een gewenste staat. ¶Systemen kunnen relatief stabiel lijken als er sprake is van een attractor. Een systeem is dan in een staat van dynamisch evenwicht (Grin et al., 2010:121). Dit evenwicht wordt verstoord door externe factoren en interne factoren: de actoren in de componenten. Deze verstoringen leiden uiteindelijk tot een nieuw evenwicht. Met de blik van systeem- theorie op veranderingen is sprake van transitie en verschuiving van het ene dynamisch evenwicht naar het andere (Grin et al., 2010:122). Voor de verandering naar een duurzame varkenssector zou het duurzame systeem het dynamische evenwicht, ofwel de attractor moeten zijn. De aanname in dit onderzoek is dat het voedselsysteem een onduurzaam systeem is, waarbij er een verandering zou moeten komen naar een duurzaam systeem. ¶Naast het beschrijven van een systeem is het belangrijk om inzicht te krijgen in hoe een systeem verandert. De systeemtheorie biedt mogelijkheden om deze zogenaamde transities te beschrijven aan de hand van drie concepten: het Multifase-concept, het Multilevel-concept en het Multipatroon-concept (Grin et al., 2010:126). Deze concepten maken een analyse van transities inzichtelijker. ¶Het Multifase-concept maakt een transitie inzichtelijk omdat het een transitie door de tijd heen beschrijft. Dit concept onderscheidt vier fases die een systeemverandering doorloopt: 1) de voorontwikkelingsfase, waarin het systeem stabiel lijkt, maar op de achter- grond al verandert; 2) de opstartfase, hier krijgen de veranderingen structuur en momen- tum; 3) de versnellingsfase, de structurele veranderingen worden zichtbaar; 4) de stabilisa- tiefase, waar het systeem in een nieuw dynamisch evenwicht komt (Grin et al., 2010:126). ¶Het Multilevel-concept maakt een transitie inzichtelijk omdat het transities beschrijft in drie functionele niveaus: micro, meso en macro. Het gaat hier niet om geografische grootheden. De drie niveaus komen overeen met landschaps-, regime- en nicheniveau (Grin et al., 2010:131). De relatie tussen deze niveaus kan gezien worden als een geneste hiërarchie: het ene niveau bevindt zich in het andere niveau (Grin et al., 2010:18). In Hoofdstuk 2 wordt dieper ingegaan op het MLP.14
  15. 15. ¶Het Multipatroon-concept is de koppeling van het Multilevel-concept met desysteemtheorie. Met dit concept wordt beschreven hoe veranderingen op verschillendemanieren in het systeem plaatsvinden. De niveaus niche, regime en landschap wordenals subsystemen beschreven (Grin et al., 2010:135). Dit leidt tot het idee dat transitiesplaatsvinden door interactie tussen de drie niveaus (Grin et al., 2010:137). Met dit laatsteconcept kan dan inzichtelijk gemaakt worden waar zich transitiepotentieel bevindt.Alsde inzichten van de systeemtheorie worden toegepast op de varkenssector ziet dat er alsvolgt uit:Fig. 1.2 Statisch Voedselsysteem Subsysteem X Subsysteem X1 Subsysteem Subsysteem X2 Varkenssector Subsysteem Y Subsysteem Y2 VoedselsysteemDe varkenssector is dan hier beschreven als een adaptief subsysteem van het voedselsys-teem. Het voedselsysteem bestaat in deze beschrijving uit meerdere subsystemen. Om detransitie in de varkenssector te analyseren moet er aan de hand van het Multifase-con-cept onderzocht worden in welke fase de transitie zich bevindt. Met behulp van hetMultilevel-concept moeten de niveaus landschap, regime en niche inzichtelijk gemaaktworden. Aan de hand van het Multipatroon-concept kan inzichtelijk gemaakt wordenwaar veranderingen in het systeem plaatsvinden en daarmee waar het transitiepotenti-eel in de varkenssector zich bevindt. ¶In het onderzoek naar het transitiepotentieel in de varkenssector wordt nage-gaan of het adaptief systeem varkenssector zich naar een duurzaam systeem beweegt. Omde beweging naar een duurzaam systeem te beschrijven moet daarom duurzaamheideerst gedefinieerd worden. Om uiteindelijk de onderzoeksvraag te kunnen beantwoor-den wordt in de volgende paragraaf eerst het begrip duurzaamheid beschreven. 1.2 Duurzaamheid van het voedselsysteemI N DE NOTA Duurzaam Voedsel (2009) zet het Ministerie van Landbouw haar visie ophet duurzaam maken van het voedselsysteem uiteen. Daarin wordt onderkend dat hetvoedselsysteem niet duurzaam is en dat Nederland in de wereld een rol kan spelen omeen bijdrage te leveren aan het verduurzamen van het voedselsysteem (Ministerie vanLandbouw, 2009:8). Verondersteld wordt hier dat het voedselsysteem duurzamer moet.In dit onderzoek wordt onderzocht hoe de varkenssector, als onderdeel van het voedsel-systeem, duurzamer kan worden. Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden moeteerst beschreven worden wat duurzaamheid is. ¶Duurzaamheid kan worden omschreven als het in de huidige behoeftenvoorzien zonder de mogelijkheid van toekomstige generaties om in hun behoeften te 15
  16. 16. voorzien in gevaar te brengen (Brundtland, 1987). In het geval van het voedselsysteem betekent dat als het voedselsysteem niet duurzaam is, in de toekomst de voedselvoorzie- ning in gevaar kan komen. De toekomstige voedselvoorziening kent twee kwesties. In de eerste plaats wordt er in de toekomst een stijging van de vraag naar voedsel verwacht door de groei van de wereldbevolking (Tilman et al,. 2002:671). In de tweede plaats loopt de voedselvoorziening in de toekomst risico omdat de voedselproductie in haar huidige vorm gevaar kan opleveren voor de voedselproductie in de toekomst door uitputting van de natuur (Tilman et al,. 2002:671). Als het voedselsysteem in de toekomst niet in bepaalde behoeften kan voorzien is het systeem in de termen van de genoemde Brundt- land-definitie niet duurzaam. ¶De hierboven in paragraaf 1.1 beschreven systeemtheorie kan gebruikt worden om duurzaamheid te onderzoeken. Duurzaamheid bestaat uit een dimensie in tijd. In de behoeften moet ook in de toekomst worden voorzien. Deze tijdsdimensie komt ook naar voren in de systeemtheorie: complexe systemen hebben een historie (Grin et al., 2010: 116). Duurzaamheid van een systeem kan gezien worden als de gewenste attractor van dat systeem: een dynamisch evenwicht waarin het systeem zich zou moeten bevinden. ¶De Brundtland-definitie geeft verschillende aspecten van duurzaamheid weer: economische behoefte, sociale behoeften en ecologische behoeften. Omdat deze aspecten elkaar beïnvloeden worden deze aspecten hier gezien als doelen die in interactie zijn met elkaar. De economische behoefte kan invloed hebben op het ecologische aspect van een systeem. Deze interactie moet onderzocht worden om de mogelijkheden van verduurzaming te kunnen beschrijven. 1.3 Duurzaamheid als People, Planet and Profit DE I N DIT onderzoek gebruikte Brundtland-definitie laat ruimte over om de genoem- de behoeften te definiëren. In dit onderzoek gebeurt dit aan de hand van de termen people, planet en profit (PPP). Deze termen komen uit het huidige discours over maat- schappelijk verantwoord ondernemen (MVO). De terminologie komt van John Elking- ton die, na zijn onderzoek bij bedrijven, met Cannibals with Forks: The Triple Bottom Line of 21st Century Business (Elkington, 1997) zijn visie op MVO gaf. Later is de term triple bottomline door Shell uitgewerkt in PPP. Marcel van Marrewijk beschrijft dat PPP staat voor bedrijven die pogen economische doelen te harmoniseren met sociale verant- woordelijkheid en oog voor het milieu (Van Marrewijk, 2003:9). De termen PPP zijn wel veelgebruikt maar vormen geen analytisch kader. In een onderzoek naar MVO op univer- siteiten vat Heidi Muijen (2004) dat samen als: “it is a pre-scientific term, less rigid than a scientific concept and more metaphorical, i.e. ethical and strategic in its nature” (Muijen, 2004:235) Zij noemt PPP dus een ethisch en strategisch kader. Ondanks dat het concept op zichzelf niet wetenschappelijk is biedt het wel een sturingskader voor het definiëren van duur- zaam handelen. Duurzaam handelen kan dan gezien worden als strategie. In dit onder- zoek wordt het concept PPP gebruikt als kader voor een handelingsrichting naar duurzaamheid in de varkenssector. ¶In dit onderzoek betekent dat dan het nagaan hoe duurzaamheid binnen de varkenssector vorm krijgt als het voorzien in de behoeften van a) de mensen of samenle- ving: people, b) de winst van varkenshouder: profit, en c) de effecten op het milieu: planet. Daarnaast wordt in de varkenssector zelf PPP gebruikt in het project ‘Varkansen’. Dit project heeft als doel de varkenshouderij te verduurzamen (WUR, 2009:4). In dat project wordt nog een vierde ‘P’ toegevoegd: pigs. Dat klinkt misschien als een triviale kwinkslag op PPP, maar daarmee is in het project Varkansen de behoefte van het varken als een apart aspect benoemd. In mijn onderzoek zal ik ook deze vierde behoefte gebruiken, omdat die vierde ‘P’ ook symbool staat voor de roep uit de samenleving aan de varkens- sector om het dierenwelzijn te bevorderen.16
  17. 17. 1.4 Beschrijving van het voedselsysteem DE VAR KENSSECTOR EN de duurzaamheid daarvan staan niet op zichzelf. De varkenssector is onderdeel van het voedselsysteem. Het voedselsysteem kan zowel functioneel als geografisch worden beschreven. In dit onderzoek gaat het weliswaar om de Nederlandse varkenssector maar de Nederlands sector is door handel verbonden met een wereldwijd voedselsysteem. Het voedselsysteem wordt hier beschreven als een complex systeem, wat een functionele, beschrijving is. Met andere woorden, het voedsel- systeem wordt niet beschreven aan de hand van een geografische afbakening. ¶In de systeemtheorie kan de varkenssector dan een subsysteem van het voed- selsysteem genoemd worden. Om uiteindelijk het transitiepotentieel van de varkenssec- tor te onderzoeken wordt in deze paragraaf een beschrijving gegeven van het voedselsys- teem. Daarbij zullen eerst een aantal ontwikkelingen in het voedselsysteem beschreven worden, daarna volgt een beschrijving van het voedselsysteem. Om het voedselsysteem met betrekking tot duurzaamheid te beschrijven worden in dit onderzoek wetenschap- pers aangehaald die deze combinatie ook beschreven hebben (Tansey & Worsley 1995; Tilman et al., 2002, Daily et al., 1998). Deze auteurs beschrijven naast de successen van het huidige voedselsysteem hun zorgen over de duurzaamheid van het voedselsysteem. Een successen zijn dat de opbrengst van graan in de afgelopen veertig jaar wereldwijd is verdubbeld (Tilman et al., 2002:671) en er worden meer monden gevoed dan ooit te voren en voedsel in de Westerse wereld is goed bereikbaar. (Tansey & Worsley, 1995:2) ¶Het succes van een voedselsysteem moet volgens Daily et al. (1998) echter gezien worden in het licht van de duurzaamheid van het voedselproductiesysteem (Tilman et al., 2002:671). Daarmee bedoelen zij dat een voedselsysteem dat weliswaar succesvol is in het voeden van de monden niet als een succesvol voedselsysteem aange- merkt zou moeten worden als tegelijkertijd het milieu te zwaar belast wordt. Een duurzame voedselproductie moet voldoen aan de huidige en toekomstige behoeften van de samenleving zonder nadelige effecten voor de ecologie (Tilman et al., 2002:671). De verwachting is dat de wereldbevolking groeit tot ruim negen miljard in 2050. (Elfe- rink & Rougoor. 2010:9; Tilman et al., 2002:671) De vraag naar voedsel zal daardoor stijgen. Tegelijkertijd hebben de huidige voedselproductietechnieken grote milieueffec- ten als eutrofiëring5 , verzuring, vervuiling en verlies van biodiversiteit waardoor de toekomstige voedselproductie in gevaar kan komen (Elferink & Rougoor, 2008:68; Tilman et al., 2002:672). ¶Om het voedselsysteem als complex systeem inzichtelijk te maken wordt hierna het voedselsysteem vanuit verschillende invalshoeken beschreven. Deze invals- hoeken zijn deels ontleend aan het perspectief van duurzaamheid. Dit kan door te kijken naar de interacties tussen ecologische en economische systemen in het voedselsys- teem (Dailey et al., 1998:1). Eerst zal het voedselsysteem vanuit een ecologische invals- hoek beschreven worden. Vervolgens wordt het voedselsysteem beschreven vanuit een sociaaleconomische invalshoek en wel aan de hand van een actornetwerk van een voedselproductiesysteem. Hierin komt de rol van de mens in het systeem naar voren. Het voedselproductiesysteem wordt hier gezien als subsysteem van het biosysteem. De mens is een belangrijke actor in dat systeem omdat de mens met zijn handelen bewust het voedselsysteem kan verduurzamen. ¶Vanuit een ecologische invalshoek kan het voedselsysteem beschreven worden als biosysteem. In dit systeem vind energie-uitwisseling plaats: planten nemen zonne- energie op om C02 om te zetten in organische elementen als koolhydraten. Een deel van de energie wordt opgeslagen en is de bron van voedsel in de vorm van zaden en bladeren. Daarnaast zorgen planten voor het omzetten van CO2 in zuurstof. Van de geproduceerde zuurstof en energie leven micro-organismen en dieren. De kringloop is compleet als deze dieren door ademhaling weer C02 uitstoten. De belangrijkste kringlopen in het biosys- teem voor het behoud van leven zijn die van stikstof, koolstof, zuurstof, water, energie en mineralen. Deze kringlopen zijn met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar (Tansey & Worsley, 1995:10). Het consumeren van voedsel is onderdeel van deze kringloop. ¶Vanuit het biosysteem gezien zijn mensen als diersoort een subsysteem van het5. Overmatige toevoer van stikstof biosysteem. Volgens de ideeën uit de systeemtheorie beïnvloeden subsystemen heten/of fosfaat naar het ecosysteem bovenliggende systeem (Grin et al., 2010:114). Hoe beïnvloedt de mens het ecosysteem?(ww.rivm.nl) Het biosysteem is voor de mens een bron van voedsel. Het raakvlak van de mens met de 17
  18. 18. voedselvoorziening is de agrarische sector (Tilman et al., 202:671). De genoemde kringlo- pen in het biosysteem verschillen van productiesystemen in de huidige landbouw. Er is geen volledige kringloop van stoffen in een industrieel proces zoals de moderne land- bouw nu is. De huidige grondstofdelving en industriële processen zijn lineair en genere- ren afval. Ook heeft het gebruik van fossiele brandstoffen en het introduceren van chemische stoffen in het milieu nog deels onbekende effecten. Ook in de agrarische sector, de basis van ons voedselsysteem, spelen deze zorgen (Tansey & Worsley, 1995:14). Eén van die zorgen is het verlies van biodiversiteit (Tilman et al., 2002: 672). Biodiversi- teit is een belangrijk aspect van het biosysteem. Biodiversiteit vermindert de kwetsbaar- heid van het biosysteem voor veranderingen (Tansey & Worsley, 1995:10; Tilman et al., 2002:672). Ook maakt biodiversiteit voedselproductie mogelijk. Vanwege de biodiversi- teit zijn er verschillende planten en dieren die wij eten (Elferink & Rougoor, 2010:69). ¶De vleesconsumptie is een belangrijke factor in de onduurzaamheid van het voedselsysteem. In de inleiding kwam naar voren dat de Food and Agricultural Organi- zation (FAO) heeft berekend dat de vlees- en zuivelketen verantwoordelijk is voor 18% van het broeikaseffect (FAO, 2006). Op basis van de ideeën van de systeemtheorie zou een verduurzaming van de vleessector dan een positief effect moeten hebben op de duur- zaamheid van het voedselsysteem. 1.5 Actoren in het voedselsysteem UIT H ET BOVENSTAANDE komt naar voren dat de mens met de landbouw het biosysteem beïnvloedt. De landbouw is de voedselvoorziening voor de mens. Om de rol van de mens in het voedselsysteem te verduidelijken wordt hieronder een actornetwerk beschreven. Bij het beschrijven van het actornetwerk is eten eerste gebruik gemaakt van de onderzoeksaanbeveling van het Drift-rapport Eiwittransitie waarin een actornetwerk beschreven wordt als het geheel van bedrijven, overheden, kennisinstellingen, maat- schappelijke organisaties, intermediaire organisaties en eindgebruikers (Drift, 2008:83). Ten tweede worden om de rol van de verschillende actoren in het actornetwerk te verdui- delijken de actoren beschreven aan de hand van een voedselproductieketen. De reden hiervoor is dat in onderzoek naar voedselsystemen de actoren vaak beschreven wordt als spelers in een ketenproces. (Gerbens-Leenes et al., 2003; Tansey & Worsley, 1995; Apaiah et al., 2006; Nijhoff-Savvaki et al., 2009) Om dezelfde reden wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen actoren die binnen en buiten de productieketen vallen. ¶Een voedselproductieketen bestaat uit boeren, arbeiders, handelaren, verwer- kers, distributeurs, retailsector en cateraars en consumenten (Tansey & Worsley, 1995:85, 111, 142). Sommige auteurs zien consumenten als eindgebruikers en zien hen los van de productieketen; ook afvalverwerkers plaatsen zij buiten de keten (Gerbens-Leenes et al., 2003:234; Apaiah et al., 2006:8). In dit onderzoek worden afvalverwerkers wel genoemd als onderdeel van het productiesysteem, omdat zij via hergebruik van reststromen ook onderdeel zijn van de productieketen. In figuur 1.3 is deze terugkoppeling aangegeven met een stippellijn. ¶Naast de productieketen is er nog een ondersteunend netwerk van banken, adviesbureaus en bijvoorbeeld stroomleveranciers (Gerbens-Leenes et al., 2003:234). De bedrijven in het actornetwerk van het voedselsysteem zijn de schakels in de voedselpro- ductieketen en het ondersteunende netwerk. De kennisinstellingen kunnen worden uitgesplitst in instellingen die zich bezighouden met technische aspecten en de sociolo- gische aspecten van het voedselsysteem. Overheden in het voedselsysteem zijn de verschillende overheden op nationaal niveau, de maatschappelijke organisaties bestaan uit verschillende actie- en belangengroepen (Drift, 2008:85). De intermediaire instellin- gen kunnen overlegorganen of samenwerkingsverbanden zijn (Drift, 2008:86) en kunnen daarmee een belangrijke rol spelen in transities. De verschillende actoren zullen op verschillende manieren omgaan met interne en externe veranderingen in de varkenssector. Vanuit de systeemtheorie is dat de dynamiek in een adaptief systeem (Grin et al., 2010:117). ¶Het globale beeld van de actoren zoals hierboven weergegeven dient als kader voor het analyseren van het transitiepotentieel van de varkenssector. In Hoofdstuk 2 wordt het actornetwerk en het regime van de varkenssector beschreven. Voordat er aan die analyse begonnen wordt zal in Hoofdstuk 2 eerst het MLP verder uitgewerkt worden.18
  19. 19. Fig. 1.3 Productieketen als onderdeel actornetwerk 6 actornetwerk voedselproductieketen ondersteunend netwerk gewasproductie varkenshouder leveranciers overig verwerking cateraars banken retailsector adviesbureaus consumenten kennisinstellingen afvalverwerking intermediaire org. = distributie maatschappelijke org. overheden 1.6 Samenvatting en deelconclusie DE SYSTEEMTH EOR I E IS geschikt voor het onderzoek naar het transitiepotentieel van de varkenssector. Het biedt mogelijkheden om de verduurzaming van de varkens- sector te bezien als onderdeel van het duurzaamheidsvraagstuk van het gehele voedsel- systeem. De inzichten en concepten Multifase, Multilevel en Multipatroon uit de systeemtheorie bieden mogelijkheden om het transitiepotentieel van de varkenssector te onderzoeken. Met de systeemtheorie wordt de werkelijkheid geanalyseerd aan de hand van de interactie binnen en tussen systemen en subsystemen. De varkenssector wordt in dit kader gezien als een adaptief systeem binnen het voedselsysteem. Een zwak- heid van de systeemtheorie is dat de onderzoeker veel ruimte heeft voor interpretaties en keuzes voor beschrijvingen, door het onderzoeksproces met de daarin gemaakte keuzes transparant te maken wordt gepoogd deze zwakheid te ondervangen. ¶In dit hoofdstuk is verder het concept duurzaamheid beschreven en is het sturingskader PPP verder uitgewerkt. Het voedselsysteem is beschreven als biosysteem en aan de hand van de voedselproductieketen. Daarbij is naar voren gekomen dat het huidige voedselsysteem nadelige effecten op het milieu voortbrengt die de voedselvoor- ziening in de toekomst in gevaar kan brengen en dat vleesproductie verantwoordelijk is van een deel van die onduurzaamheid. Daarbij komt dat door de verwachte bevolkings- groei de behoefte aan voedsel in de toekomst zal stijgen en er verwacht wordt dat er in de toekomst meer vlees geconsumeerd wordt.6. Voor dit figuur is gebruik ge-maakt van de indeling aan de handvan een productieketen van Tanseyen Worsley (1995), met daarbij hetonderscheid tussen ondersteundnetwerk en ketenspelers vanGerbens-Leenes et al. (2003) en hetactornetwerk zoals beschreven in hetrapport Eiwittransitie (2008). 19
  20. 20. 2. MULTILEVELPERSPECTIEF OP DE VARKENSSECTOR OM DE VAR KENSSECTOR te beschrijven is gekozen voor concepten uit de systeem- theorie. Met het Multilevel-concept wordt een systeem beschreven op basis van drie functionele niveaus: het socio-technisch landschap, socio-technisch regime en socio- technische niches. (Grin et al., 2010:131). Door de varkenssector te beschrijven aan de hand van deze niveaus kunnen verschillende aspecten van de varkenssector belicht worden. Daarbij kan door de interactie tussen deze niveaus duidelijk worden welke krachten er in een systeem aanwezig zijn. Hierdoor kan inzichtelijk gemaakt worden welke mogelijkheden zijn voor transitie van de varkenssector. ¶Eerst zal in paragraaf 2.1 het MLP verder uitgewerkt worden. Daarna worden multilevel & de inzichten van het MLP op de varkenssector toegepast, in paragraaf 2.2 wordt het regime van de varkenssector beschreven en in 2.3 de landschapsdruk. Tot slot is er een korte conclusie. 2.1 Multilevelperspectief als verklaringsmodel voor transities OM TRANSITI EPOTENTI EEL TE onderzoeken is in dit onderzoek gekozen voor een systeembenadering met het daaraan gekoppelde MLP als onderzoeksmodel. Deze theorie is aantrekkelijk omdat met het MLP als model een systeem wordt bekeken op drie niveaus (Grin et al., 2010:18). Daardoor kunnen verschillende processen die van invloed kunnen zijn op transitiepotentieel inzichtelijk gemaakt worden. In deze paragraaf wordt het MLP verder toegelicht. ¶In hoofdstuk één was kort aangegeven dat het MLP drie niveaus beschrijft waar veranderingen plaatsvinden. Het landschaps-, regime-, en nicheniveau zijn onderdeel van elkaar, als een geneste hiërarchie (Grin et al., 2010:18). In figuur 2.1 deze hiërarchie aangegeven. Fig. 2.1 Multilevelperspectief als geneste hiërarchie (uit Grin et al., 2010:18 ) Landscape Increasing structuration of activities in local practices Patchwork of regimes Niches (novelty)20
  21. 21. 2.1.1 Het socio-technisch regime DE BASIS VOOR het MLP is het socio-technisch regime. Dit is weergegeven als het middelste niveau in figuur 2.1. Het socio-technisch regime is een netwerk van actoren waarbinnen verschillende normen bestaan die het regime bestendigen (Grin et al., 2010:20). Dat betekent dat actoren in het regime zich op een manier gedragen die het systeem legitimiteit geeft en waardoor het systeem zichzelf versterkt. Het socio-techni- sche regime bestaat niet op zichzelf maar vormt een netwerk van actoren en groepen die door hun handelingen het systeem reproduceren (Paredis, 2009:16). Via deze gedachtevarkenssector kan het regime beschreven worden als de normale gang van zaken, de actoren en syste- men, die daarvoor zorgen, en de denkkaders die daarbij gebruikt worden (Paradis, 2009:4). Deze denkkaders vloeien voort uit de normen van het regime. In de theorie van MLP is dit een sociale beschrijving in de vorm van drie typen normen. Deze normen bestendigen het regime. Ten eerste zijn er cognitieve normen, die bestaan uit waardesys- temen, doelen, innovatie agenda’s en probleemdefinities. Ten tweede zijn er regulatieve normen waartoe standaarden en wetgeving behoren. Ten derde zijn er normatieve normen als gedragsnormen, rolpatronen en relatietypen (Grin et al., 2010:19; Paredis, 2009:16). Het MLP geeft daarmee een kader om de transities op verschillende niveaus te beschrijven (Grin et al., 2010:133). ¶De normale gang van zaken wordt in deze scriptie het staand regime genoemd. De verschillende actoren en normen bestendigen het staand regime, dit kan gezien worden als een gewenst dynamisch equilibrium van het systeem, ofwel de attractor. Om het staand regime van de varkenssector te beschrijven zal het daarom nodig zijn om de verschillende normen te beschrijven. Volgens Paredis gaan systeemverandering gepaard met opkomst van nieuwe actoren en nieuwe normen (Paredis, 2009:20). Het is daarom interessant voor het onderzoek naar transitiepotentieel om te bezien of er nieuwe actoren en normen opkomen in de varkenssector. ¶Door de normen van het regime bestaat er een bepaalde robuustheid, waar- door zogenaamde lock-in mechanismes7 ontstaan. Deze mechanismes zorgen ervoor dat oplossingen voor problemen volgen op een al eerder ingeslagen pad. Daardoor versterkt het regime zichzelf en wordt het stabiel. Door die robuustheid is innovatie is incremen- teel van aard. Als er sprake is van veranderingen of innovatie worden deze gedragen door verschillende sociale groepen. Deze groepen zijn autonoom, maar wel met elkaar verbonden. Hierdoor zijn veranderingstrajecten in het socio-technisch regime een vorm van co-evolutie tussen verschillende groepen. Deze veranderingstrajecten kunnen echter zo sterk zijn dat de co-evolutie niet meer plaatsvindt, deze spanning zorgt voor ruimte voor transitiemogelijkheden of windows of opportunities (Grin et al., 2010:21). Voor het onderzoek naar transitiepotentieel in de varkenssector is het daarom interessant om te onderzoeken hoe veranderingstrajecten lopen en of er sprake is van co-evolutie en windows of opportunities. 7. Een voorbeeld van een lock in mechanisme is het qwerty-toetsen- bord. Bij de eerste typemachines was het een probleem dat de hamertjes voor de letters elkaar konden blok- keren. Door het qwerty-model werd dit minimaal. Qwerty is echter niet het snelste model om te leren en te typen. Ondanks dat de reden voor ontstaan van het qwerty-toetsen- bord niet meer aanwezig is, wordt er wel voortgebouwd op dit model bij bijvoorbeeld pc’s. 21
  22. 22. 2.1.2 De socio-technische niches NAAST H ET R EGI M EN IVEAU is er in het MLP het nicheniveau. Dit niveau is weergeven als onderste niveau in figuur 2.1. Het nicheniveau bestaat uit opkomende socio-technische innovaties net buiten of aan de rand van het regime (Grin et al., 2010:22). Op het nicheniveau zijn de structuren en de verschillende normen zwakker. Omdat de verbindingen tussen actoren en de bestendigheid van normen zwakker is bestaat er meer ruimte is voor radicale veranderingen (Grin et al., 2010:18). Innovaties op nicheniveau moeten geconstrueerd worden tegelijkertijd met voorkeuren in de markt. Dit beschrijven Grin et al. als een actor-centraal proces: het succes van een innovatie is afhankelijk van welke actoren erbij betrokken zijn (Grin et al., 2010:22). Binnen de niche zijn er verschillende processen te onderscheiden: het creëren van netwerken om noviteiten te ontwikkelen; leerprocessen om de noviteit te verbeteren en het proces om de aandacht en fondsen voor de noviteit aan te trekken (Grin et al., 2010:23). In de varkenssector kunnen er dergelijke noviteiten aanwezig zijn. Er zal in dit onderzoek daarom gekeken worden of er noviteiten zijn en welke actoren daarbij betrokken zijn. Dergelijke noviteiten kunnen een rol spelen in de transitie naar een ander, duurzamer varkenssysteem en daarmee zijn noviteiten van belang voor het onderzoek naar transitiepotentieel. ¶De interactie tussen niche en regime kunnen verschillende uitkomsten hebben. Uiteindelijk kunnen niches uitgroeien tot de nieuwe gang van zaken en vervangen zij het staand regime. Dit betekent dat de verschillende normen vanuit de niche versterkt worden en de nieuwe gang van zaken voortbrengen. Met andere woorden, de niche wordt het nieuwe regime (Grin et al., 2010:137). Niches kunnen ook geabsorbeerd worden door het staand regime. Het staand regime neemt dan bepaalde aspecten van de niche over. Dit gebeurt bijvoorbeeld om de bedreiging van concurrentie van de niche weg te nemen (Grin et al., 2010:138). Een andere uitkomst is dat de niche de strijd met het staand regime verliest en er dus geen transitie plaatsvindt. Een onderdeel van het onderzoek naar transitiepotentieel in de varkenssector is daarmee te analyseren hoe de interactie tussen niches en het staand regime in de varkenssector nu verloopt. 2.1.3 Het socio-technische landschap H ET R EGI M ENIVEAU STAAT onder invloed van het landschapsniveau. Dat wil zeggen dat er een exogene druk bestaat buiten het socio-technisch regime. Dit is weerge- geven als het bovenste niveau in figuur 2.1. Dit niveau is een metafoor voor ontwikkelin- gen en materiële structuren (Grin et al., 2010:23). De structuren bestaan uit door de mens gebouwde infrastructuur maar ook natuurlijke structuren als landschap en klimaat. De ontwikkelingen bestaan uit maatschappelijke trends, economische ontwikkelingen en milieueffecten (Paradis, 2009:20). Het concept landschapsniveau kan gebruikt worden om de druk van het landschap op het regime te beschrijven. De druk van het landschap staat weergegeven in figuur 2.2. In het geval van de varkenssector kunnen ontwikkelin- gen in het voedselsysteem beschouwd worden als landschapsdruk op het regime. ¶Het MLP biedt inzicht in hoe de wisselwerking tussen landschapsdruk, regime en nicheontwikkelingen een transitie tot stand kan brengen. In figuur 2.2 een transitie in MLP weergeven. Een transitie wordt hier weergegeven als een ontwikkeling van een niche naar regimeniveau. Met andere woorden: een systeeminnovatie leidt tot een systeemverandering, waarbij het regime gezien wordt als een systeem.22
  23. 23. Fig. 2.2 Multilevelperspectief op transities (uit Grin et al., 2010:25) Increasing structuration of activities in local practices socio-technical landscape (exogenous context) landscape developments put pressure on existing regime, which opens up, new regime creating windows influences markets, user of opportunity for novelties landscape preferences socio- technical industry science regime policy culture technology socio-technical regime is ‘dynamically stable’ on different dimensions there are ongoing processes new configurations breaks through, taking advantage of ‘window of opportunity’ adjustments occur in socio-technical regime elements become aligned external influences on niches and stabalise in a dominant design (via expectations and networks) internal momentum increases niche- innovations small networks of actors support novelties on the basis of expectations and vision learning processes take place on multiple dimension (co-construction) efforts to link different elements in a seamless web timeIn de volgende paragraaf worden de concepten landschapsdruk en regime toegepast opde varkenssector. De varkenssector wordt daarin gezien als het regime in het varkenssec-tor.2.2 Het varkensregime: historie tot nuTRANSITI ES ZIJ N LANGE termijn processen. Bij het MLP wordt gebruik gemaaktvan historische inzichten om als heuristiek te dienen voor het beschrijven van dieprocessen (Grin et al., 2010:15). In de systeemtheorie wordt ook benoemd dat systemenniet los staan van hun geschiedenis (Grin et al., 2010:116). In dit onderzoek wordt devarkenssector als regime gezien. Omdat in de systeemtheorie regimes niet losstaan vanhun verleden wordt om het huidige regime in de varkenssector te beschrijven eerst eenkorte weergave van de historie van de Nederlandse varkenssector beschreven. Daarnavolgt een beschrijving van het huidige regime. ¶De varkenshouderij heeft in een kleine eeuw tijd een grote veranderingdoorgemaakt. Het Transforum Agro en Groen (2008), een instelling die zich bezighoudtmet duurzame ontwikkelingen in de landbouw (www.transforum.nl), heeft de geschie-denis van de Nederlandse varkenssector vanaf 1930 beschreven. In aantallen is het aantalvarkens met twee miljoen in 1930 tot veertien miljoen in 1990 gestegen (TAG, 2008:43).Nu in 2011 worden er wekelijks 280.000 varkens geslacht (Slachtcijfers PvE, 2011). Dezestijging in de productie is het gevolg van een verandering in de varkenssector van eengemengd bedrijf waar varkens een bijzaak waren tot een kernactiviteit in de bio-indus-trie (TAG, 2008:48). Deze verandering is mogelijk gemaakt door een aantal innovaties.Een belangrijke rol in de totstandkoming van deze innovaties is het voortplantingson-derzoek geweest. Door onderzoek naar de selectie van erfelijke en genetische eigen-schappen werd het mogelijk typen varkens te produceren die meer vlees gaven en een 23
  24. 24. betere voedselconversie8 hadden (TAG, 2008:47). Naast het onderzoek naar deze juiste eigenschappen van varkens heeft de techniek van kunstmatige inseminatie het mogelijk gemaakt de juiste varkens te produceren. Daarnaast is het door nieuwe stalontwerpen mogelijk om de voortplantingscyclus van het varken te beïnvloeden waardoor vers varkensvlees het hele jaar door geproduceerd kan worden. Door technologische ontwikke- lingen in het voer van varkens konden de gewichtstoename en de voedselconversie verbeterd worden. Ook de vorm van de varkens veranderde. Tot de jaren zestig was er meer vraag naar vet, na 1960 veranderde dit naar een vraag naar mager vlees. Door de selectie- technieken veranderde het varken van vorm zodat er meer van het gewenste magere vlees geproduceerd kon worden (TAG, 2008:48). Ook de eisen van de bio-industrie hadden effect op de vorm van het varken. De varkens werden uniformer van vorm waardoor zij beter pasten in de slachtmachines. De varkenssector heeft vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw een verandering doorgemaakt van een gemengd bedrijf met varkens als bijzaak tot een ‘agri-business’ met varkens als core-business nu (TAG, 2008:49). ¶Het Milieu en Natuur Planbureau (MNP) beschrijft in de publicatie ‘Duurzame ontwikkeling van de landbouw in cijfers en ambities, veranderingen tussen 2001 en 2006’ verschil- lende recente ontwikkelingen in de varkenssector’ (MNP, 2007). In die publicatie wordt gesteld dat de varkenssector door de samenleving bekritiseerd werd vanwege het mestoverschot, varkenspest en contaminanten in vlees en het dierenwelzijn (MNP, 2007:49). De Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) ziet begin 2011 ook problemen in de sector en stelt op haar website dat de varkenshouderij in crisis is (www.ltonoord.nl). Deze crisis wordt volgens LTO veroorzaakt door de hoge voerprijzen en de dioxinecrisis9 in Duitsland van begin 2011. Door de dioxinecrisis daalde de vraag naar varkensvlees en door de hogere voerprijzen zijn de kosten gestegen. ¶Financieel is het moeilijk voor de varkenshouders door de druk op de kostprijs, mede door de stijgende voerprijzen. Daarnaast heeft de varkenssector imagoproble- men vanwege milieu en dierenwelzijnkwesties. Met het oog op de bovengenoemde ontwikkelingen in de varkenssector zou gesteld kunnen worden dat de varkenssector in zwaar weer zit. Door deze druk kunnen er mogelijkheden zijn voor een transitie naar een andere varkenssector. ¶In de systeemtheorie wordt ervan uitgegaan dat systemen altijd veranderen en overgaan in andere systemen (Grin et al., 2010:126). Met het in Hoofdstuk 1 genoemde Multifase-concept is er een handvat om aan de transitie een historisch kader te geven. Aan de hand daarvan kan in beeld gebracht worden in welke fase de varkenssector als systeem zich bevindt. Om de fasering te duiden is er bestaand onderzoek naar transities in de voedselsector geraadpleegd. In het rapport Eiwittransitie, 30 jaar issue kans op take-off wordt de onduurzaamheid van het voedselsysteem beschreven als eiwitkwestie. Daarmee worden de verschillende eiwitbronnen, zoals varkensvlees, beschouwd als systemen waarvan een duurzame transitie gewenst is (Drift, 2008). De titel van het rapport doet vermoeden dat het eiwitsysteem zich in de opstartfase bevindt. Onderzocht dient te worden of dat ook voor het varkenssysteem geldt. Na dit historische deel wordt in de volgende paragraaf vanuit het MLP het regime van de varkenssector beschreven. 2.3 De varkenssector als regime OM I N TER M EN van het MLP de varkenssector inzichtelijk te maken wordt het regime in de varkenssector beschreven aan de hand van het actornetwerk en een be- schrijving van de verschillende normen in de varkenssector. 8. Voedselconversie is het benodigde ¶Een actornetwerk is het geheel van actoren binnen een bepaald systeem. In aantal kilo voer per kilo product. het Drift-rapport Eiwittransitie wordt een actornetwerk beschreven als het geheel 9. Begin 2011 kwam aan het licht dat van bedrijven, kennisinstellingen, overheden, maatschappelijke organisaties, inter- dieren op honderden veehouderijen mediaire organisaties en eindgebruikers (Drift, 2008:83). Zoals toegepast in Hoofd- besmet waren met het kankerverwek- stuk 1 wordt ook hier wordt een onderscheid gemaakt tussen de actoren in de produc- kende dioxine. (http://www.nrc.nl/ nieuws/2011/01/15/meer-duitse-boerde- tieketen en het ondersteunende netwerk. In de sector zelf worden namelijk rijen-dicht-door-dioxineschandaal/) verschillende afspraken gemaakt in ketenverband. Het beschrijven van de varkenssec- tor aan de hand van de keten biedt daarom een meerwaarde voor het beschrijven van 10. Deze site is een voorlichtingsite geïnitieerd door brancheorganisaties het actornetwerk. Om de productieketen van de varkenssector eenvoudig in kaart te LTO, Productschap Vee &Vlees, de brengen is gebruik gemaakt van informatie van de varkenssector zelf via de website vakbond voor varkenshouders en de www.overvarkens.nl10. stichting Varkens in zicht.24
  25. 25. ¶Voor het houden van varkens is voer nodig. De productie van voer gebeurt deels in Nederland, maar voer en de ingrediënten daarvan worden ook geïmporteerd. Het produceren van varkens gebeurt op de varkenshouderij. Het houden van varkens bestaat uit twee verschillende onderdelen, de kraamafdeling en het op gewicht brengen van de varkens voor de slacht: fokbedrijven en mestbedrijven. Dit hoeft niet in hetzelfde bedrijf te gebeuren. Als de varkens op gewicht zijn gaan zij naar de slacht. De slachthui- zen behoren tot de actor ‘verwerking’. Daarnaast zijn bij de verwerking ook de vleespro- ductiebedrijven betrokken. In Nederland is VION daar een belangrijke actor (Drift, 2008:33). Het varkensvlees wordt uiteindelijk verkocht via cateraars, zowel voor de consumptieve markt via de horeca, of voor professionele markt in bedrijfs- en schoolres- tauraties en keukens van vervoersmaatschappijen. Naast de cateraars kopen de eindge- bruikers varkensvlees bij de retailsector: specialistische winkels en supermarkten. Het ondersteunend netwerk word hier beschreven als het systeem van actoren die een rol spelen als leveranciers in de productieketen. Voor de varkenshouderijen zijn dit de stalbouwers, energieleveranciers, banken en adviesbureaus. ¶Het actornetwerk van de varkenssector bestaat verder uit de verschillende overheden. Op landelijk niveau is dat vooral het Ministerie van Landbouw en uitvoe- ringsinstanties als de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA). Omdat varkenshoude- rijen ook een actor zijn in grondgebruik is het Ministerie van Ruimte ook een actor (Drift, www.overvarkens.nl). Vanwege het ruimtelijke ordeningaspect zijn provincies en ge- meenten ook als overheden betrokken bij het varkensregime. Kennisinstellingen kunnen worden onderverdeeld in instellingen met expertise op (milieu)technisch vlak of gedrags- kundig vlak (Drift, 2008:86). Op het technische expertisegebied zijn er de Universiteit Wageningen, maar ook verschillende brancheorganisaties als LTO en Productschap Vee en Vlees. Op het gebied van gedrag zijn er het Instituut voor Milieuvraagstukken, het Land- bouw Economisch Instituut en ook de Universiteit Wageningen (Drift, 2008:87). ¶Het beschrijven van maatschappelijke organisaties brengt in dit kader verschil- lende belangengroepen en actiegroepen in beeld. Dit zijn in de varkenssector de Dieren- bescherming, Stichting Wakker Dier, Greenpeace, Milieudefensie, Youth Food Movement, maar ook lokale actiegroepen die protesteren tegen de komst van megastallen. ¶De intermediaire organisaties tot slot bestaan vooral uit samenwerkingsorga- nisaties. In de varkenssector worden veel zogenaamde ketenafspraken gemaakt. Dit zijn afspraken tussen varkenshouders, verwerkers en bijvoorbeeld supermarkten om bepaal- de labels of merken te voeren. Ketenafspraken zijn nodig omdat bijvoorbeeld in het geval van het label biologisch elke schakel in de keten zich aan bepaalde afspraken moet houden. Deze afspraken worden neergelegd in convenanten als het biologisch Conve- nant (www.biologischconvenant.nl) ¶Vanuit de theorie van MLP wordt het regime beschreven aan de hand van niet alleen de verschillende actoren, maar ook worden bepaalde normen die in het regime gelden beschreven (Grin et al., 2010:20). De normen binnen een regime bestaan uit regulatieve, normatieve en cognitieve normen. In het varkensregime zijn er verschil- lende regulatieve normen. Zo zijn er wetten en regels die gelden voor de varkenshouders die betrekking hebben op milieu, ruimte, dierenwelzijn en voedselveiligheid. Deze wetten en regels gelden ook voor andere actoren in het regime: zo moeten veevoerleve-11. HACCP staat voor Hazard ranciers ook aan bepaalde voedselveiligheidseisen voldoen zoals HACCP11 en GMP+ 12.Analysis Critical Control Points Ook zijn er een aantal keurmerken die door certificeringorganisaties worden gecontro-en betreft een verplicht protocol leerd. Een belangrijk keurmerk is ‘Biologisch’, dit keurmerk is belangrijk omdat hetmet betrekking tot de hygiëne vanbehandeling en bereiding van wettelijke kaders heeft en niet louter een zelfregulerende norm is zoals bij het keurmerkvoedsel. www.vwa.nl/onderwerpen/ ‘Beter Leven’13. Hier zijn nu twee keurmerken genoemd. Verder in het onderzoek wordtwerkwijze-food/dossier/haccp hier dieper op ingegaan.12. GMP+ is een certificering waarin de ¶Naaste regulatieve normen worden er vanuit het MLP normatieve en cogni-diervoederveiligheid geborgd is. www. tieve normen. Deze normen bestendigen in een regime de normale manier van doen. Ingmpplus.org/nl/ de beschrijving van niches kwam naar voren dat de normen daar zwakker zijn dan in het13. Zie voor een uitgebreid over- regime. Eventueel kunnen deze normen leiden tot een transitie in het regime. In hetzicht van keurmerken o.a. www. onderzoek naar transitiepotentieel is het daarom van belang om ook de normatieve enmilieucentraal.nl/pagina.aspx?onderwerp=Keurmerk%20 cognitieve normen te onderzoeken en of er tussen niche en regime verschillen te vindenvlees,%20vis%20en%20gevogelte zijn. Omdat het niet in het bereik van dit onderzoek ligt om diepgaand in te gaan op dewww.consuwijzer.nl/Keurmerken/ beweegredenen en daarmee de normatieve en cognitieve normen van alle actoren, zal inKeurmerk_op_categorie/Keurmer-ken_Voeding dit onderzoek de nadruk liggen op de regulatieve normen. Met regulatieve normen 25

×