Successfully reported this slideshow.

(OBN) Hout + Heterogeniteit + Hinterland - Marieke de Lange

532 views

Published on

Talk of Marieke de Lange for OBN on the Landelijek Dag of Sovon

  • Be the first to comment

(OBN) Hout + Heterogeniteit + Hinterland - Marieke de Lange

  1. 1. Hout + Heterogeniteit + Hinterland = Kansen voor rivierfauna 30 november 2013, Marieke de Lange
  2. 2. De drie H’s ???
  3. 3. Synopsis uitkomsten studie  Onvoldoende oppervlak geschikt habitat  Onvoldoende kwaliteit  Onvoldoende heterogeniteit  Onvoldoende samenhang tussen gebieden
  4. 4. Kansen voor fauna  Hout  Heterogeniteit  Hinterland
  5. 5. Kansenkaart Waal
  6. 6. Aanleiding studie  Behoefte vanuit beheer aan adviezen voor inrichting  Rivierverruiming zo uitvoeren dat fauna meer kansen krijgt  Meerwaarde resultaten voor hele rivierengebied  Opdracht OBN: vrije rol spelen (out of the box)
  7. 7. Rivier ecosysteem hinterland Veluwe beekmonding uiterwaard nevengeul stroombed
  8. 8. Zelfde uiterwaard bij hoog water
  9. 9. Karakteristieke rivier fauna  Veel soorten maken gebruik van de uiterwaarden  Onvoorspelbare inundatie werkt op 2 manieren: ● het aanwezige habitat ● een soort moet (als populatie) inundatie overleven  120 soorten benoemd als karakteristiek voor Nederland
  10. 10. Knelpunten en kansen fauna  Via 2 routes ● abiotische condities en processen ● eigenschappen van soorten
  11. 11. Gevolgde aanpak  Soorten matchen met landschap (abiotiek)  Groeperen soorten op basis van eigenschappen en vereisten  identificeren belangrijke eigenschappen voor falen/succes
  12. 12. Voorbeeld matchen met landschap
  13. 13. Voorbeeld habitat behoefte per soort
  14. 14. Groeperen 120 soorten PCA2, eigenvalue 0.209 1.5 ordinatie zonder habitat en voedsel voorkeuren rood = minder dan verwacht kalkdrn Ancipari Psenpall Trichelv Symmbifa Trypatte groen = beter dan verwacht loofslak Balebipl Baleperv Claudubi zwart = neutraal Hyloripa Lithcurt knlkpad Nysstrim Anopconc Clepsemi Croselon boomkik Ancioviv Dolisylv Trogtric kamsalm rugstrpa Eisetetr Octotyrt Dendrubi zeggedrn bever Bembgilv -1.0 Andrrosa Melinigr Hylesign Andrsemi Andrprox Andrpili Andrnive Andrmiti Andrlath Andrlaba Andrlabi Andrhatt Andrgrav Melitric steenuil zwstern ooievaar kwak visdief dwstern knzwaan fuut oevloper zwooi zarend meervlm ruigvlm rossvlm watervlm otter -1.0 grgans ruigwolf grwolfsp rslang wspitsm pimperbl dopimper wespvli Platlive brblauw ijsvogel kwkoning oevzwal patrijs porshoen waterral blborst bmees grklauw kemphaan kuifeend roerdomp cetti grutto gkwik grgors grgkwik Tachmicr Bembarge Bembatro Bembfasc Bembmode Bembtest stmier brombout gaflibel Platpelt Pipivari Melaumbe Cheiprox Cheicyno Astrlaev sikkelsp Cheigros Cheisemi Epismela Melalasi Xantpedi grepspr bkrekel braamspr goudspri Neoainte Anascont Anasinte Anastran Melaaero Neoageni kltangbe rrombout pijlstr PCA1, eigenvalue 0.484 1.5 cursief = geen goede gegevens.
  15. 15. Onderscheidende eigenschappen  Overstromingstolerantie  Dispersie afstand  Reproductie capaciteit  Oppervlak behoefte  Maar geen relatie met knelpunten!
  16. 16. Aangepaste aanpak (zie OBN rapport)  17 soorten in detail onderzocht ● selectie soorten op basis van soorteigenschappen  Voor 2 studiegebieden ● IJssel ● Waal  Ecofysiotoopkaarten ontwikkeld  Per soort en gebied omgezet in habitatgeschiktheidskaart  Knelpunten per soort  Opschalen
  17. 17. 17 soorten  Knotwilgslak  Gaffellibel  Rivierrombout  Grindwolfspin  Bruin blauwtje  Roodrandzandbij  Zomers doflijfje  Knoflookpad  Rugstreeppad  Ringslang  Bever  Waterspitsmuis  Oeverzwaluw  Roerdomp  Grauwe gors  Blauwborst  Zwarte ooievaar
  18. 18. Ecofysiotoopkaarten
  19. 19. Grindwolfspin habitatgeschiktheidskaarten met werkelijke verspreiding zomer, grindstrandjes winter, oeverwal
  20. 20. Blauwborst habitatgeschiktheidskaart met werkelijke verspreiding
  21. 21. Knelpunten onvoldoende habitat Geselecteerde soorten bever ringslang waterspitsmuis zomers doflijfje grindwolfspin roodrandzandbij knotwilgslak bruin blauwtje roerdomp grauwe gors blauwborst oeverzwaluw zwarte ooievaar gaffellibel rugstreeppad knoflookpad Te weinig hydrologisch laagdynamische milieus moeras - rivier oever Te weinig sedimentafzettingen Grind, oeverwal, zand Te weinig ooibos / ruigte Onvoldoende kwaliteit
  22. 22. Knelpunten heterogeniteit Hydrodynamiek hoog hoog hoog Ecofysiotopen hoog laag geen geen Morfodynamiek hoog hoog hoog laag laag geen actieve oever wal vaak weinig overstroomde overstroomde uiterwaard uiterwaard gaffellibel grindwolfspin roodrandzandbij knoflookpad rugstreeppad ringslang waterspitsmuis zwarte ooievaar stromend vaak water overstroomde oever laag binnendijks hoogwatervrije plekken
  23. 23. Opschalen knelpunten (zie OBN rapport)  Onvoldoende oppervlak en samenhang ● Laagdynamische natte zones ● Schrale, zandige plekken (veel morfodynamiek) ● Moerasbos  Onvoldoende kwaliteit ● Vermesting ● Waterkwaliteit  Onvoldoende variatie in habitats ● Specifieke combinaties ● Hoogwatervrije vluchtplekken ● Verbinding met binnendijks
  24. 24. Gebruik van voorbeeldsoorten  Grindwolfspin  Bever  Roerdomp  Knoflookpad  Gaffellibel
  25. 25. Belangrijkste knelpunten: de 3 H’s  Te weinig geschikt habitat  HOUT  Te weinig variatie in dynamiek  HETEROGENITEIT  Verbinding met  HINTERLAND
  26. 26. Met dank aan Project team: • Gilbert Maas • Bart Makaske • Marijn Nijssen • Jinze Noordijk • Sabine van Rooij • Claire Vos Begeleidingscie OBN: • Harrie Hekhuis • Johan Bekhuis • Jaap Bouwman • Frank Saris Foto’s: • Marieke de Lange • Jasja Dekker: www.jasjavliegt.nl
  27. 27. Tijd voor vragen E-mail: marieke.delange@wur.nl Tel: 0317-485784
  28. 28. Soorten op verschillende ruimtelijke schaal 1 2 3 4 Inundatie vrij (incl. hinterland) Laagdynamische zone Hoogdynamische zone Stroombed
  29. 29. Inrichting: benodigd oppervlak en afstand Maximale afstand tussen 2 Sleutelgebieden = dispersieafstand SG SG Tussen de sleutelgebieden: stapstenen. Bij max. afstand: 3 stapstenen SG Sleutelpopulatie Stapsteen SG Dit patroon herhaalt zich... Aanname: het tussenliggende landschap tussen de stapstenen en sleutelgebieden is voor soorten te overbruggen. Binnen natuurlijk ingerichte uitwaarden zullen hier vaak voldoende mogelijkheden voor zijn. Bij uiterwaarden of binnendijks gebied met een agrarische functie is dit een aandachtspunt.
  30. 30. Aanwezige habitat  Gevormd door de rivier  Aanwezige vegetatie  Oppervlakte en samenhang  Variatie aan habitattypen
  31. 31. Onderzoek gericht op  Inventariseren huidige knelpunten fauna  Gebruik maken van binding soort aan landschap  Adviezen om knelpunten op te heffen

×