Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

SGS INTRON Bulletin 24

1,131 views

Published on

Het SGS INTRON Bulletin verschijnt 3x per jaar. Het bulletin toont spraakmakende projecten waaraan SGS INTRON een belangrijke bijdrage geleverd heeft en het presenteert nieuwe ontwikkelingen in onze dienstverlening. Van rekentools tot analysetechnieken. Experts van SGS INTRON geven informatie over nationale en internationale ontwikkelingen, die voor onze klanten relevant zijn, en geven hun deskundige mening in opiniërende artikelen.

Published in: Business
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

SGS INTRON Bulletin 24

  1. 1. SGSINTRON BULLETIN  1 24 jaargang 17 | september 2016 | nummer SGSINTRON BULLETIN GEOPOLYMEERBETON EEN STAP DICHTER BIJ DE PRAKTIJK AMBITIEUZE STAPPEN RICHTING EEN DUURZAME BOUWKETEN SGS INTRON ASSISTEERT OPENIJ BIJ KWALITEITSCONTROLE IN ZUID-KOREA
  2. 2. Het huidige beton is al lang niet meer het robuuste 1-2-3 beton uit het verleden. Tegenwoordig worden hoge prestaties geëist aan en geleverd door het beton, hetgeen een nauwe samenwerking vereist van alle betrokken partijen bij de bouw. De eigenschappen en prestaties van beton worden steeds veelzijdiger. Zelf- verdichtend beton vermindert geluids- overlast, personele kosten en lichamelijke klachten bij de bouwvakkers en levert zelfs een mooi strak betonoppervlak op. We kunnen fijne structuren (zelfs afbeel- dingen) in het betonoppervlak aanbrengen. Indien nodig kunnen we beton met (zeer) hoge sterkte maken: een druksterkte van 150 MPa is geen probleem. Wanneer we speciale productiemethoden en warmte- behandeling inzetten zijn zelfs druksterk- ten van 800 MPa, vergelijkbaar met staal, haalbaar. Beton kan ook een belangrijke rol spelen in de energiehuishouding van gebouwen. Denk hierbij aan de isolerende werking van lichtbeton, de betonkernactivering en de rol van zogenaamde ‘phase change materials’ toegepast in beton. Lichtdoor- latend beton behoort ook tot de mogelijk- heden. Met 3D printen van beton komen nog andere perspectieven binnen bereik. Door inbouw van nanosensoren kan het beton zelf aangeven wanneer het onder- houd behoeft (zelfdiagnose) en kan het zelfs waardevolle informatie opslaan zoals zijn samenstelling (‘birthcertificate’). Door TU Delft is een methode ontwik- keld waarbij bacteriën ontstane scheuren in beton kunnen repareren (selfhealing). De grondstoffen waarmee we beton vervaardigen worden ook steeds diverser, waarbij steeds meer rekening wordt gehouden met het effect op het milieu (duurzaamheid). We maken steeds slim- mer gebruik van onze reststoffen (circu- laire economie). Met plasmatechnologie kunnen we al een hoogwaardige slak voor cement of geopolymeer maken uit materiaal van oude stortplaatsen. Voor mij is en blijft beton een high-tech bouwmateriaal! GERT VAN DER WEGEN BETONISHIGH-TECH BOUWMATERIAAL Het imago van beton is enerzijds goed: een sterk bouwmateriaal dat met weinig onderhoud een zeer lange tijd meegaat. Maar ander- zijds vindt men beton in het algemeen een saai (‘grijs’) en zeker geen high-tech materiaal zoals bijvoorbeeld kunststoffen. Als het over duurzaam hout gaat, kent vrijwel iedereen het FSC-keur- merk. Stefan van Uffelen, coördina- tor van het Concrete Sustainability Council (CSC), werkt sinds begin 2014 aan een minstens zo sterk verantwoord herkomstkeurmerk voor de betonsector. “Nu is er wereldwijd een aantal van dit soort herkomstkeurmerken voor beton. Onze ambitie is om vanuit die ver- schillende keurmerken naar elkaar toe te werken en te komen tot één wereldwijde standaard en keurmerk voor verantwoord beton: het CSC- keurmerk.” HOE GROOT ACHT HIJ DE KANS DAT DAT LUKT? “Het ziet er heel goed uit”, vindt Stefan van Uffelen. “Harmonisatie van de bestaande keurmerken lijkt haalbaar. Ook omdat we houders van die keurmer- ken, zoals Beton Bewust in Nederland, BES 6001 in Engeland en het Noord- Amerikaanse Sustainable Plant Guide- lines al in een vroeg stadium hebben betrokken. In de afgelopen twintig jaar zijn er veel standaarden ontwikkeld. Onder andere door de World Business Council for Sustainable Development, de organisatie die het CSC-project ge- ïnitieerd heeft. We kunnen dus in grote mate gebruik maken van normen die er al zijn. Dat maakt het keurmerk op dit moment heel kansrijk.” Bovendien zijn vrijwel alle grote cement- en betonfa- brikanten met ambities op het gebied van het verduurzamen van beton, uit de hele wereld, actief in het Concrete Sus- tainability Council. “Door de brede steun die we internationaal al hebben, ook van brancheorganisaties, zijn we eigenlijk al de standaard. De volgende stap, die we nu moeten zetten, is een succesvolle standaard worden.”
  3. 3. SGSINTRON BULLETIN  3 merken. Toeleveranciers krijgen daardoor vragen over de duurzaamheid van hun producten. Als betonsector wil je daarop een goed antwoord kunnen geven. Ook om verduurzaming vanuit de materialen- kant een impuls te geven. Dat zet zoden aan de dijk want de massa van een ge- bouw bestaat vaak voor een groot deel uit beton. Je kunt je voorstellen dat als BREEAM en LEED het CSC-keurmerk accepteren, en CSC-gecertificeerd beton dus extra punten oplevert voor deze keurmerken, ons marktaandeel snel groeit in de landen waar BREEAM en LEED groot zijn. Dan heb je het over Nederland, België, Engeland en de kust- gebieden van Noord-Amerika. In landen die veel ervaring hebben met herkomst- keurmerken denk ik dat CSC binnen vijf jaar tot een marktaandeel van zo’n tachtig procent kan komen. We hebben al de steun van betonassociaties in Europa, Noord- en Zuid-Amerika en zijn bezig het keurmerk te testen in pilots in vijfentwintig verschillende landen.” SGS DENKT MEE EN HELPT BETONFABRIKANTEN NAAR CERTIFICATIE Zo draait SGS pilots met gerenom- meerde betonproducenten in Panama en Argentinië: “Wij bereiden deze bedrijven voor op certificatie en kijken of het haal- baar is wat we vragen”, legt Erik Hoven van SGS INTRON Certificatie uit. De eer- ste ervaringen zijn positief. Als het CSC- keurmerk eenmaal een feit is, kunnen deze bedrijven relatief snel het certificaat krijgen. Voor SGS kan het keurmerk dan veel business op gaan leveren. “We zien dit project als heel kansrijk en kunnen voor onze betonklanten ook een uitste- kende partner zijn als het gaat om het internationaal oppakken van de CSC-cer- tificering. SGS heeft immers vestigingen AANSLUITEN BIJ GEBOUWKEURMERKEN Een van de manieren om het CSC-keur­ merk een vliegende start te geven, is aansluiting zoeken bij veelgebruikte tools en certificatiesystemen voor gebouwen zoals BREEAM en LEED. Als voormalig directeur van de Dutch Green Building Council ontwikkelde Stefan van Uffelen zelf het keurmerk BREEAM-NL. LEED is het Amerikaanse equivalent ervan. “Ik heb ervaring in die wereld, daardoor weet ik wat we allemaal moeten doen om ons keurmerk geaccepteerd te krijgen. Het optuigen van het certificatiesysteem voor een internationaal keurmerk is inge- wikkeld. We hebben niet alleen rekening te houden met Europese regels, maar ook met die van Noord- en Zuid-Amerika, Azië, Afrika, etc. SGS INTRON, één van de founding partners van CSC en lid van zowel onze stuur- als onze technische commissie, is met ons mee geweest naar BRE (beheerder van BREEAM) om te overleggen hoe we de aansluiting zo goed mogelijk kunnen regelen. Ook steken we veel energie in pilots met producenten en het creëren van draag- vlak onder externe stakeholders. Vinden maatschappelijke organisaties ook dat het een goed keurmerk is? Alle feedback die we krijgen, vanuit de andere keurmerken, producenten en externe stakeholders, gebruiken we om het keurmerk verder te verbeteren en de puntjes op de ‘i’ te zet- ten. Pas als het keurmerk goed is, willen we het lanceren. Ik verwacht dat dit eind 2016 al het geval is.” VAN STANDAARD NAAR SUCCESVOLLE STANDAARD En dan kan het in een aantal regio’s snel gaan, vermoedt Stefan van Uffelen. “Gebouweigenaren en beleggers vragen steeds vaker om dit soort gebouwkeur- over de hele wereld. Overal waar beton- centrales zijn, zitten wij ook.” AMBASSADEURS EN FOUNDING PARTNERS GEVRAAGD! “We hebben heel veel van dit soort ambassadeurs nodig”, benadrukt Stefan van Uffelen. “Om lokale acceptatie voor elkaar te krijgen, zijn wereldwijd lokale partners nodig. Daarom ben ik heel blij met de steun die van in een groot aantal landen van brancheorganisaties hebben. Maar we zoeken ook nog naar (meer) founding partners: bedrijven uit de keten, vooral betonfabrikanten maar ook aan- nemers en toeleveranciers, die dit on- derwerp belangrijk vinden en ons willen steunen (zowel financieel als inhoudelijk). Ik roep ze op om plaats te nemen in onze steering committee, technical committee en/of communication committee, zodat CSC een nog bredere basis krijgt.” LAAGDREMPELIG KEURMERK Tot slot wat meer informatie over het keurmerk zelf. Er zijn punten te behalen binnen vier categorieën: Management (beleid en organisatie gericht op duur- zaamheid en verantwoorde herkomst), Environmental (milieu-informatie beton- producten en milieuaspecten betonpro- ductie), Social (maatschappelijke omgang en betrokkenheid, algemene veiligheid en gezondheid) en Economic (effecten lokale economie, ethische aspecten en innovatie). Op basis van de behaalde punten in deze categorieën is certificatie op vier niveaus mogelijk: brons (25% van de punten), zilver (45%), goud (60%) en platina (75%). “Certificatie is belangrijk. Daarmee laat je de maatschappij zien dat beton een verantwoord product is en steeds verantwoorder wordt. Maar bedrij- ven kunnen de tools ook (eerst) gebruiken als managementinstrument: om te kijken hoe ze scoren. Ons doel is dat zo veel mogelijk bedrijven ermee gaan werken en het op alle punten beter gaan doen. Van- daar dat we de tools gratis aanbieden. Op www.concretesustainabilitycouncil.com is de toolbox te vinden, met instrumenten als een quickscan, een ambitie- en een assessmenttool waarvan betonprodu­ centen gebruik van kunnen maken. Alle documenten en discussies rond het keurmerk zijn te vinden in onze Wikispace: onder ‘Sources’ op www.concretesustainabilitycouncil.org. COÖRDINATOR CONCRETE SUSTAINABILITY COUNCIL STEFAN VAN UFFELEN: “CSC KAN WERELDWIJD HÉT VERANTWOORDE HERKOMST- KEURMERK BETON WORDEN”
  4. 4. 4 DUIDELIJK EN DESKUNDIG SGS INTRON heeft voor dit soort onder­ zoek een protocol geschreven: CUR Publicatie 248. Dit protocol schrijft voor dat de werkzaamheden stapsgewijs worden uitgevoerd, waardoor vervolg- onderzoek alleen plaatsvindt als dat op basis van eerdere bevindingen nodig is. “Een prettige en duidelijke manier van werken”, vindt Marjan Appelhof. “Ze dwingen je niet te betalen voor allerlei werkzaamheden die misschien niet noodzakelijk zijn. In de offerte van SGS INTRON stond heel duidelijk omschreven wat iedere stap inhield en welke kosten eraan verbonden waren. Wij hebben aan onze jaarvergadering toestemming gevraagd voor het onderzoek en eigenlijk zei iedereen meteen: ‘Doe maar. We beginnen gewoon bij stap één en als er vervolgonderzoek nodig is, doen we ver- volgonderzoek.’ Want veiligheid vinden we allemaal belangrijk.” VEILIGHEID VOOROP Om een uitspraak te kunnen doen over de veiligheid van de galerijvloeren voerde SGS INTRON in opdracht van de VVE eerst stap één tot en met drie van het protocol uit. Dat waren een verkennend dossieronderzoek en visuele inspectie, aanvullend onderzoek naar de wapening en een (rekenkundige) constructieve beoordeling. “Projectleider en adviseur Mursel Sahin van SGS INTRON legde ons steeds duidelijk uit wat ze gingen doen. En ook hoe en waar ze dat gingen doen. Ze hielden zich heel goed aan de afspraken. Mede daardoor hebben we vrijwel geen hinder ondervonden van het onderzoek en ons geen moment zorgen gemaakt over de veiligheid. Ook niet toen bij stap drie, uit de rekenkundige toets, bleek dat de galerijplaten alleen aan de constructieve eisen zouden vol- VOLSTE VERTROUWEN Marian Appelhof heeft steeds het volste vertrouwen gehad in de deskun- digheid van SGS INTRON: “Ook omdat ze ons zijn aanbevolen door het blad VVE-belang, nadat we enkele kleinere aannemers benaderd hadden die niet met ons probleem uit de voeten konden. We wilden de onderkant van de galerij- vloeren opnieuw laten schilderen, omdat we op verschillende locaties last hadden van blaasvorming en afbladderen van het schilderwerk. Dat was voor ons reden om een gespecialiseerd bedrijf onderzoek te laten doen naar de oorzaak van het afbladderen van het schilder- werk en de constructieve veiligheid van de uitkragende galerijvloeren. Het appartementencomplex Middachtensingel 100-178 te Arnhem is gebouwd in 1965. Vanaf 1 januari 2016 geldt voor dit soort galerijflats (gebouwd vóór 1975) een onderzoeksplicht: eigenaren moeten vóór 1 juli 2017 een bouwkundig onderzoek laten uitvoeren naar de con­ structieve veiligheid van uitkragende betonnen galerij- en balkonvloeren. Marjan Appelhof, voorzitter van de vereniging van eigenaren (VVE) van het complex aan de Middachtensingel, is blij dat ze de ‘hausse’ aan onder­zoeken net voor is geweest. “SGS INTRON heeft ons complex in 2014 al onderzocht. Dat is van A tot Z heel goed bevallen. Ook de nazorg was super. Ze hebben in korte tijd veel werk verricht en een mooi rapport geschreven met duidelijke adviezen waarmee we nu aan de slag gaan.” SGVVE-VOORZITTER MARJAN APPELHOF LIET ONDERZOEK UITVOEREN AAN UITKRAGENDE GALERIJVLOEREN “SGS INTRON HEEFT ONS HEEL GOED GEHOLPEN EN GEADVISEERD” MEER INFORMATIE: MURSEL SAHIN  MURSEL.SAHIN@SGS.COM
  5. 5. SGSINTRON BULLETIN  5 Waar de BRL 2307 het traject certificeert waar de bodemassen worden opge- werkt tot een IBC bouwstof (Isoleren, Beheren & Controleren), gaat de BRL 2507 een stap verder. Hierbij wordt de AEC-bodemas opgewerkt tot AEC-granulaat voor toepassing in beton. Dit heeft als gevolg dat de AEC-bodemas met een negatieve financiële waarde wordt opgewerkt tot een granulaat met een positieve waarde. Het certificeren hiervan begint geleidelijk aan toe te nemen en het is aannemelijk dat de meeste AEC-bodemas verwerkers met deze trend mee willen liften, zeker met de eerste deadline van de Green Deal in het vooruitzicht op 1 januari 2017. Hierin is opgenomen: “De AEC’s verplichten zich de kwaliteit van het toe te passen product zodanig te verbeteren dat op uiterlijk 1 januari 2017 minimaal 50 procent van de AEC-bodemas nuttig wordt toegepast buiten de huidige IBC-toepassingen en stellen zich voorts ten doel om in 2020 geen AEC-bodemas meer toe te passen als IBC-bouwstof.” De verwachting is dat de meeste AEC-bodemas verwerkers op deze toepassing over zullen gaan om aan de Green Deal te voldoen en uiteindelijk alle AEC-bodemas nuttig toe te passen. MET CERTIFICATIE VOLGENS BRL 2507 VOLDOEN AAN DE GREEN DEAL VOOR AEC-BODEMAS MEER INFORMATIE: REMY ZWERUS REMY.ZWERUS@SGS.COM De beoordelingsrichtlijn BRL 2507 AEC Granulaat als toeslagmateriaal voor beton is een voortzetting op de beoordelingsrichtlijn van BRL 2307 die gaat over het opwerken van AEC-bodemas. doen als er geen sprake was van wape- ningscorrosie. Om dit uit te sluiten was nader (destructief) onderzoek en een aanvullende constructieve beoordeling (stap 4 en 5) nodig. Mursel Sahin stelde ons direct gerust door te zeggen dat hij kon zien dat we ons op korte termijn geen zorgen hoefden te maken. Maar ze wilden natuurlijk wel weten wat er in de galerijvloeren gaande was.” HONDERD PROCENT TEVREDEN Uit het aanvullende onderzoek bleek dat de hoofdwapeningsstaven niet waren aangetast door (put)corrosie. Marjan Appelhof: “Op basis van die conclusie kon SGS INTRON het complex volledig goedkeuren. Maar we moeten natuurlijk wel aan de slag met het schilderwerk. De oorzaak van het afbladderen van het schilderwerk was namelijk een gevolg van het niet goed functioneren van de vloercoating en de bestaande vloerte- gels. Op verschillende locaties lagen de vloertegels los en in de vloercoating op deze tegels zijn ook scheuren vastge- steld. Door vochttransport (van boven naar beneden) is het beton lokaal vochtig geworden waardoor het schilderwerk is gaan afbladderen. Binnenkort gaat een betonreparatiebedrijf de oude tegels en het verouderde vloercoating verwijderen en de galerijvloeren voorzien van een nieuwe afwerklaag. Pas als er geen vocht meer in het beton zit, zal ook het schilderwerk aan de onderzijde worden aangepakt.” UITSTEKENDE NAZORG “Daarmee volgen we volledig het advies van SGS INTRON. Ik heb geen enkele reden om hun deskundigheid in twijfel te trekken. Integendeel: gedurende het hele traject merkte je dat ze veel ervaring hebben op dit gebied. Ze hebben ons zelfs geholpen in de offertefase, door drie aannemers/betonreparateurs aan te bevelen die dit werk doen. Ook hebben ze, op mijn verzoek, de offertes bekeken en mij keurig via de mail geattendeerd op aandachtspunten daarin. Met als gevolg dat er nu drie perfect uitgewerkte offer- tes liggen, waarmee we op een goede manier van start kunnen. Daar zijn we echt heel blij mee. Ja, ik zou de volgende keer zeker weer voor SGS INTRON kiezen. Ik ben een heel tevreden klant!” © Heros, Granova
  6. 6. SGS INTRON ASSISTEERT OPENIJ BIJ KWALITEITSCONTROLE IN ZUID KOREA MEER INFORMATIE: BOB ROIJEN BOB.ROIJEN@SGS.COM SGS INTRON assisteert OpenIJ bij kwaliteitscontrole in Zuid Korea. OpenIJ is het consortium dat in opdracht van Rijkswaterstaat de nieuwe zeesluis in IJmuiden bouwt. Het consortium bestaat uit BAM-PGGM, VolkerWessels en DIF. Rijkswaterstaat heeft de opdracht in de markt gezet als een zogenaamd DBFM contract. OpenIJ ontwerpt, bouwt en financiert de zeesluis en onderhoudt de zeesluis gedurende 26 jaar. De nieuwe zeesluis in IJmuiden wordt de grootste in zijn soort, wereldwijd. Belangrijk onderdeel van de sluis zijn de stalen sluisdeuren. Deze zullen in Zuid Korea worden gebouwd. SGS INTRON ondersteunt OpenIJ bij het opzetten van het kwaliteitssysteem voor de bouw van deze zeesluis en assisteert bij de uitvoering van de kwaliteitscontrole ter plaatse. Twee medewerkers van SGS INTRON zijn hiervoor aan het kwaliteitsteam van OpenIJ toegevoegd. Zij maken voor ruim een jaar deel uit van het team van OpenIJ, eerst in Nederland daarna in Zuid Korea. Onze collega’s van SGS Zuid Korea kunnen inspringen wanneer dit nodig is. De zeesluis in IJmuiden is de derde in een rij van illustere zeesluis projecten waarbij SGS betrokken is. Naast de zeesluis in IJmuiden is SGS ingeschakeld bij de bouw van de derde sluis in het Panama Kanaal. Een internationaal team van SGS heeft geassisteerd bij de kwaliteitscontroles op de bouw van de sluizen zelf en de sluisdeuren. Bij de Deurganckdoksluis heeft SGS een internationaal team ingezet voor QA/QC op de bouw van de sluisdeuren in China. Voor het Panama kanaal en het Deurganckdoksluis heeft SGS gewerkt voor de opdrachtgever (overheid), voor OPENIJ werken we nu aan aannemerskant. Een rol waar SGS INTRON goed mee uit de voeten kan. 6
  7. 7. SGSINTRON BULLETIN  7 Op 26 januari 2016 is de aange­ paste versie van de ‘Milieucriteria voor het maatschappelijk verant- woord inkopen (MVI) van Kantoor­ gebouwen Sloop’ van kracht gewor- den. Hierin is het sloopcertificaat BRL SVMS-007 opgenomen als selectie – en gunningcriterium voor publieke opdrachtgevers bij de uit- voering van sloopwerkzaamheden. De Rijksoverheid geeft hiermee aan dat het sloopcertificaat voldoet aan de eisen van duurzaam slopen. MILIEUCRITERIA In de Milieucriteria zijn de belangrijkste milieueffecten opgenomen bij het slopen van kantoorgebouwen, alsook de selectiecriteria, de minimumeisen en de gunningcriteria. Al jarenlang heeft de Rijksoverheid een beleid waarmee zij nastreeft om producten en diensten duurzaam in te kopen. De toevoeging van het sloopcertificaat aan de Milieucriteria zorgt voor een stimulans voor het slopen op een veilige en milieukundige wijze. VOORDELEN VOOR OPDRACHTGEVERS EN SLOOPAANNEMERS Gemeenten en woningcorporaties kunnen als opdrachtgevers bij aanbeste­ dingen en tenders met het certificaat aantonen dat ze gebruik maken van maatschappelijk verantwoord inkopen. Op deze wijze voldoen ze aan het duur- zaam inkoopbeleid van de overheid. De aanpassing in de Milieucriteria biedt ook kansen voor sloopaannemers. Door certificering van het sloopcertificaat wor- den de kansen binnen de markt vergroot. Opdrachtgevers zullen bij gebruik van duurzaam inkopen op zoek gaan naar aan- nemers met de betreffende certificering. Hiermee wordt het opwarmen van gevelbekleding als gevolg van zonne­ straling en plotselinge afkoeling door regen gesimuleerd. Het betreft een modulair systeem met een grootte van 2,5 x 2,5m met de mogelijkheid tot uitbreiding van de oppervlakte. De test­opstelling is beschikbaar voor een diversiteit aan producten voor gevel- bekleding, waaronder: • NEN-EN 12467 - Vlakke vezelcement platen; • NEN-EN 13687-2 - Producten en systemen voor de bescherming en reparatie van betonconstructies; • ETAG 034 – Gevelbekledingssystemen en bijbehorende onderdelen. Voordelen van de nat/droogopstelling: • Oppervlakte temperatuur variabel instelbaar tot 80 °C, blackbody gestuurd; • Verbeterde temperatuurverdeling door nieuwe infrarood panelen, voor minimale temperatuurverschillen over het totale testoppervlak; • Variabel instelbaar watersproei­ systeem met een capaciteit van wel 3l/m2 /min; • Mogelijkheid tot het testen op wer- kelijke schaal van gevelbekleding in gebruikstoestand inclusief bevesti- gingsmaterialen en ophangsystemen; • Modulair systeem om moeiteloos iedere gewenste situatie na te bootsen. BRL SVMS-007 ‘VEILIG EN MILIEUKUNDIG SLOPEN’ ONDERDEEL VAN DUURZAAM INKOOPBELEID OVERHEID MEER INFORMATIE: MARTIN WEERSTAND MARTIN.WEERSTAND@SGS.COM MODULAIRE NAT/DROOG­OPSTELLING BESCHIKBAAR VOOR PRODUCTTESTEN MEER INFORMATIE: BERT CREEMERS  BERT.CREEMERS@SGS.COM Het SGS INTRON laboratorium beschikt sinds kort over een nieuwe nat/droogopstelling, ook wel bekend als “heat/rain” of “thunder shower”.
  8. 8. 8 TEER IN BOUWMATERIALEN CROW-210: ‘RICHTLIJN OMGAAN MET VRIJGEKOMEN ASFALT’ In 2014 en 2015 heeft SGS INTRON aan de werkgroep ‘Herziening CROW- publicatie 210’ deelgenomen. Deze werkgroep is opgericht om de ‘Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt’ te verbeteren. De procedure – kortweg CROW-210 – levert betrokken partijen handvatten voor het verantwoord omgaan met teerhoudend asfalt. Voor SGS INTRON lag het zwaartepunt bij het gebruik van de PAK-marker en de analyse van PAK met instrumentele technieken. Hiermee is een belangrijke bijdrage geleverd aan de verdere verbetering van de analysemethoden. De voorschriften zijn in 2015 opgenomen in de RAW-uitgave. Hierdoor is het voor iedereen toegankelijk gemaakt. Het laboratorium van SGS INTRON is voor elk van die verrichtingen door de RvA geaccrediteerd. Door de nieuwe richtlijn is de drempel verder verlaagd om teerhoudend asfalt op een verantwoorde wijze te scheiden van herbruikbaar teer- vrij asfalt. Maar hier blijft het niet bij. TOEPASSING VAN BITUMENPRODUCTEN IN ASFALT SGS INTRON is zeer ervaren met onder- zoek naar de toepasbaarheid van afval- stromen die in waardevolle grondstoffen kunnen worden omgezet. Rijkswater- staat heeft in 2016 een aanzet gemaakt voor onderzoek naar de toepassing van gerecycleerde bitumen dakbedekking in asfalt. Bitumen dakbanen bestaan vaak uit hoogwaardig polymeer gemodificeer- de bitumenproducten (PMB). Hergebruik van deze producten in de wegenbouw biedt de mogelijkheid om van bitumineus dakafval een hoogwaardige grondstof te produceren. Het positieve effect van PMB op de kwaliteit van asfaltver­ har­dingen is al jaren bekend. De hoge kosten van PMB staan toepassing echter vaak in de weg. Een ander positief punt is dat wordt voorkomen dat herbruikbare grondstoffen worden verbrand. Op deze wijze wordt de inrichting van een cycli- sche economie ondersteund. ONDERZOEK RIJKSWATERSTAAT NAAR TEERHOUDENDHEID BITUMENDAKEN Zijn er dus geen problemen? Helaas. De kwaliteit van bitumen dakbedekking kan nogal variëren. Ook kan er nog teer aanwezig zijn . Dit geldt vooral voor daken die vóór 1995 zijn aangelegd. Om het inzicht in de teerhoudendheid van de Nederlandse bitumendaken te vergroten, heeft Rijkswaterstaat een onderzoek gestart. De kennis die SGS INTRON heeft op het gebied van bouw- materialen kan ook bij deze vraagstelling worden ingezet. Onze ervaring met dakbe- dekking en de analyse van PAK in bitumen komt hierbij goed van pas. De onderzoeks- resultaten worden na de zomer verwacht. U zult er vast meer van horen. SGS INTRON is nauw betrokken bij de ontwikkelingen op het gebied van teerhoudende materialen. Dit geldt zowel qua analyses aan asfalt als voor het hergebruik van bitumineuze dakbedekkingen. Zoals bekend is het gebruik van teer in bouwmaterialen verboden en moeten er alternatieven worden gevonden. Wij informeren u graag over de stand van zaken. MEER INFORMATIE: WIL KLARENAAR WIL.KLARENAAR@SGS.COM
  9. 9. SGSINTRON BULLETIN  9 WORKSHOP METSEL- EN VOEGWERK BIJ DE CWGC Op maandag 29 februari vond het theo­ retisch programma plaats, waarna op dinsdag 1 maart de training werd afge- rond met een praktijkdag op de “Ypres Reservoir Cemetery”. De deelnemers bestonden hoofdzakelijk uit supervisors. Zij sturen dagelijks ploegen aan van on- geveer vier personen. De medewerkers verrichten vooral restauratiewerkzaam­ heden aan monumenten, begraafplaat- sen, muren en andere onderdelen. Dag 1 startte met een korte introductie van de manager Works Western Europe Area met een algemene beschouwing over conservatie in de praktijk. Hierna volgden diverse presentaties over mortel- en baksteensoorten, schades, behoud en herstel van monumenten en begraafplaatsen. Tijdens de presentaties werd uitvoerig stilgestaan bij de relatie tussen theorie en praktijk, waarbij ook een aantal praktijksituaties werd bespro- ken. De veelvoud aan voorbeelden in praktijksituaties sloot naadloos aan op de verwachtingen van de enthousiaste deelnemers. Gezien het feit dat er volop gebruik werd gemaakt van de ruimte om vragen te stellen, bleek dat het zowel voor bezoekers als sprekers een meer dan boeiende middag is geweest. De tweede dag stond volledig in het teken van de praktijk op de Ypres Reser- voir Cemetery. Hier werden allereerst de testzones voorbereid door de super- visors. Per deelnemer werd ca. 1 m² metselwerk van het voegwerk machinaal en/of manueel verwijderd. Vervolgens werden, waar nodig, de bakstenen hersteld. Per groep werd een speciaal voor de CWGC ontwikkelde kalkmortel aangemaakt en op kleur gebracht. Hierna werden de testzones afgevoegd en na enige verharding bekeken en beoordeeld door de deelnemers. Deze als zeer nuttig ervaren dagen, waarbij de combinatie van theorie en praktijk op de juiste manier samen wer- den gebracht, zijn voor herhaling vatbaar. Op 29 april jl. heeft SGS INTRON een workshop “Metselwerk- en voeg- werk” gegeven in het hoofdkantoor Northern Europe Area te Ieper België. De workshop maakte deel uit van de training “Historical Brickwork” en werd gegeven voor de afdeling Works Western Europe Area. In totaal namen 31 personen deel. MEER INFORMATIE: JOHN SPEERSTRA JOHN.SPEERSTRA@SGS.COM De Commonwealth War Graves Commission (CWGC) zorgt ervoor dat 1,7 miljoen mensen die stierven in de twee wereldoorlogen nooit zullen worden vergeten. De CWGC verzorgt en beheert begraafplaatsen en gedenktekens op 23.000 locaties in 154 landen. Hierbij hanteren ze dezelfde normen en waarden, zoals vast­ gelegd in 1917.
  10. 10. 10 DE AFSLUITDIJK: EEN DIJK MET SLUIZEN, BRUGGEN, SPUICOMPLEXEN EN VIADUCTEN De Afsluitdijk is meer dan alleen de dijk tussen Friesland en Noord-Holland. Tot deze opdracht horen ook de twee schutsluizen en draaibrug aan de Friese zijde (Kornwerderzand), de schutsluis, de draaibrug aan de Noord-Hollandzijde (Den Oever) en natuurlijk de vijf spuicom- plexen in de dijk zelf. Daarnaast betreft het ook nog een paar voetgangersbrug- gen, fietsbruggen, verkeersbruggen en viaducten. Al met al een zeer omvang- rijke opdracht. DROOG ZETTEN SPUIKOKERS EEN UNIEKE SITUATIE Die spuicomplexen bestaan uit vijf spui- kokers. Deze kokers gebruikt RWS om het peil in het IJsselmeer constant te houden. Wanneer nodig spuit er water vanaf het IJsselmeer de Waddenzee in tijdens laag water. In totaal zijn er 25 kokers. Het deel van deze kokers boven water inspecteren we met boten en pontons. Maar natuur- lijk willen we ook weten wat de toestand is van het beton onder water. Daarvoor zijn 10 van de 25 spuikokers droog gezet in samenwerking met RWS en Spie. Dit is een vrij unieke gebeurtenis die al de nodige publiciteit heeft gehaald in het noorden van ons land, maar ook het NOS journaal heeft gehaald. Een spuikoker is eigenlijk een tunnel van 36 meter lang, 12 meter breed en een meter of zes hoog. De voor- en de achter­ kant worden afgesloten met schuiven. Tijdens de bouw van de Afsluitdijk is al voorzien dat deze kokers incidenteel moesten worden droog gezet. Hiervoor zijn destijds speciale schotten gemaakt die aan de beide uiteinden geplaatst kunnen worden, zodat de koker droog gepompt kan worden. 80 jaar na fabri- cage worden deze schotten nu gebruikt voor het droogzetten. Uiteraard met alle veiligheidsmaatregelen van nu. De inspectiewerkzaamheden zijn gestart in juli 2016, de oplevering van de rapporten en adviezen is gepland voor 1 december 2016. GRONDIGE OPKNAPBEURT AFSLUITDIJK: ONDERZOEK EN ADVIES DOOR TNO EN SGS INTRON MEER INFORMATIE: ROBERT HAVERKORT ROBERT.HAVERKORT@SGS.COM EN MAARTEN SWINKELS MAARTEN.SWINKELS@SGS.COM De Afsluitdijk, begin jaren dertig gebouwd voor de eeuwigheid. Maar tijden veranderen en constructies verouderen. Tijd voor een grondige opknapbeurt dus. De vraag is dan natuurlijk wat er gedaan moet worden, waar dat gedaan moet worden, hoe dat gedaan moet worden en natuurlijk welk budget daarvoor nodig is. Het beantwoorden van die vragen is de kern van de opdracht die TNO en SGS INTRON in nauwe samenwerking momenteel uitvoeren. Opdrachtgever is uiteraard Rijkswater­ staat (RWS), de eigenaar van de Afsluitdijk. TNO en SGS INTRON hebben al eerder samengewerkt aan de Afsluitdijk. Op basis hiervan is de stellige overtuiging dat deze opdracht het best uitgevoerd kan worden in een nauw samenwerkingsverband. De resultaten van het onderzoek zal Rijkswaterstaat gebruiken om de markt te benaderen voor twee contracten: het “DBFM-contract Afsluitdijk” en het PPO-contract “Herstel- werkzaamheden betonconstructies voor beweegbare bruggen en schutsluizen”. AANPAK VAN DE INSPECTIES DOOR TNO EN SGS INTRON Om de gestelde vragen te beantwoorden inspecteren we alle betonnen onderdelen van de Afsluitdijk in detail en boren we circa 400 kernen uit de betonnen constructies. Deze kernen worden in het SGS INTRON laboratorium en het TNO laboratorium verder onderzocht. Maar dat is nog lang niet alles. Met sonar onderzoeken we alle delen onder water en de verdachte plekken inspecteren we met duikers. Waar nodig boren de duikers ook kernen onder water uit de constructies. Daarnaast worden verschillende onderdelen droog gezet voor inspectie. Foto: Rijkswaterstaat
  11. 11. SGSINTRON BULLETIN  11 MATERIAALTESTEN MET HULP VAN SEM BIEDT VELE MOGELIJKHEDEN MEER INFORMATIE: WIL KLARENAAR WIL.KLARENAAR@SGS.COM Bij dit soort vragen bieden materiaal- testen uitkomst. Zo achterhaalt u de oorzaak van schade aan een materiaal of een specifiek product en kunt u de schade verhalen of uw probleem oplos- sen. Doordat SGS INTRON in het bezit is van een scanning electron microscope (SEM) zijn de mogelijkheden voor scha- deanalyse enorm groot. Deze techniek wordt ingezet bij onder meer corrosie, productontwikkeling, productvervuiling, materiaalschade of vervuiling in panden zoals stofoverlast. AANPAK BIJ SCHADEANALYSES De aanpak bij de meeste schadegevallen is veelal gelijk. Er wordt vaak gestart met een visuele inspectie van het object of het materiaal. • Door gebruik te maken van gewoon wit licht of uv-licht wordt vaak zicht- baar waar de problemen zich bevinden. • Stereomicroscopisch onderzoek is de volgende fase om letterlijk in te zoo- men op het probleemgebied. Hiermee bekijken we het object vanaf enkele centimeters tot millimeters grootte. • De volgende stap is de mogelijkheid tot het inzetten van de SEM op een preparaat van het materiaal of product. Deze unieke microscoop beschikt over een elektronenbundel om in detail tot minder dan een micron in te zoomen. Daarnaast kan via de opgewekte rönt- genstraling de elementaire samenstel- ling van het monster zeer plaatselijk worden vastgesteld. Via element mapping brengen we de verdeling van deze elementen in het monster letterlijk in beeld. Kent u dat ook? U ondervindt kleurverschil bij uw product of uw product verliest onverwacht aan sterkte? Of u ontdekt als gebouweigenaar schade aan gevel, plafond of vloer en wilt graag weten wat de mogelijke oorzaak is? • Via infrarood spectometrie kunnen we het beeld van het materiaal com- pleteren. Dit instrument zorgt voor een vingerafdruk van de moleculen in het monster waarna we de samen- stelling identificeren. Samen met de SEM is dit een krachtige combinatie om bijvoorbeeld de oorzaak van een schade op te sporen. SPECIFIEKE OPLOSSINGEN VOOR VERSCHILLENDE PROBLEMEN Het is mogelijk dat de benoemde stappen niet voldoende zijn of dat deze middelen niet toegepast hoeven te worden. Daar- om beschikken we in ons laboratorium ook over klassieke chemische testen, verouderingsapparatuur om de belasting van materialen te simuleren en trek- en drukbanken om bijvoorbeeld de sterkte van het materiaal te onderzoeken. Afhan- kelijk van de probleemomvang en de be- treffende investering bepalen we welke technieken toegepast dienen te worden. Door onze kennis van materialen, beschik- bare apparatuur en ons netwerk binnen en buiten SGS bieden we voor ieder probleem een geschikte oplossing.
  12. 12. 12 VERSLAG LCA-CONGRES: AMBITIEUZE STAPPEN RICHTING EEN DUURZAME BOUWKETEN Verslag LCA-congres: ambitieuze stap- pen richting een duurzame bouwketen ‘Een levenscyclusanalyse is de meest betrouwbare vorm om de impact van materialen en producten te achterhalen en te toetsen. En daarmee absolute must om te kunnen blijven concurreren. De focus lag tot nu toe altijd op energie, maar verschuift op een goede manier naar materialen en recyclebaarheid.’ Zo vatte gastspreker Stefan van Uffelen de vraagstukken samen die werden behandeld tijdens het congres LCA: startpunt voor een duurzame bouwketen. Op dinsdag 14 juni kwamen zo’n 150 GWW- en bouwgerelateerde producen- ten, aannemers en opdrachtgevers samen in Het Oude Magazijn in Amersfoort voor een interactieve en leerzame middag. Op uitnodiging van SGS INTRON en SGS Search betraden toonaangevende sprekers het podium: Patrick Buck (Pro- Rail), Stefan van Uffelen (MVO Netwerk Beton), Harry Nieman (Nationale Milieu- database), Ulbert Hofstra (SGS INTRON), Klaas-Jan Visser (BAM Infra) en Agnes Schuurmans (Rockwool). Zij vertelden uit eigen ervaring of vanuit wet- en regel- geving over de kansen die de productie of inkoop van duurzame materialen met zich meebrengt. Alle feiten en mogelijk- heden die een LCA biedt passeerden de revue. Het interactieve karakter van het congres nodigde bezoekers uit om vragen te stellen en om met elkaar de dialoog aan te gaan. GRENSWAARDE Na een korte introductiefilm en een welkomstwoord van dagvoorzitter en directeur van SGS Search Udo Waltman, trapte Harry Nieman meteen stevig af. De Manager van de Nationale Milieu- database (NMD) zette de toon met een oproep om zo snel mogelijk een grens- waarde voor milieuprestatie in de bouw in te voeren: ‘Door tegengestelde belangen laat de grenswaarde in het Bouwbesluit nog altijd op zich wachten. We moeten méér gaan kijken naar gebruik van duur- zame materialen. Het is de hoogste tijd.’ Op de vraag van Waltman om zijn toekomstvisie uit te spreken antwoordde Nieman: ‘Een grenswaarde van 1.0 is prima haalbaar, zeker als we energiezuinig gaan bouwen. Bij verdere aanscherping zullen er echter keuzes moeten worden gemaakt. Op den duur moet de aandacht naar recyclen en de Cradle to Cradle- gedachte. Want onze bronnen zijn niet onuitputtelijk.’ SNELGROEIENDE TREND Stefan van Uffelen, Programmamana- ger MVO Netwerk Beton Ook Stefan van Uffelen, Programmamanager MVO Netwerk Beton blikte vooruit. Maar niet voordat hij de aanwezigen meenam naar het ontstaan van de LCA en het belang van ambitieuze stappen maken richting een duurzame bouwketen. ‘Jarenlang was “materialen” de slechtst scorende en minst populaire categorie. Maar de aandacht voor materialen neemt toe, de scores worden beter en haken aan bij andere categorieën. Er is duidelijk sprake van een transitie.’ Van Uffelen noemde zichzelf “een LCA-promotor van het eerste uur”: ‘Wereldwijd zie je vraag ontstaan naar betrouwbare herkomst van materialen. Toetsing door middel van een LCA is dan het meest objectief en voor ons een logisch onderdeel in het ‘Een levenscyclusanalyse is de meest betrouwbare vorm om de impact van materialen en producten te achterhalen en te toetsen. En daarmee absolute must om te kunnen blijven concurreren. De focus lag tot nu toe altijd op energie, maar verschuift op een goede manier naar materialen en recyclebaarheid.’ Zo vatte gastspreker Stefan van Uffelen de vraagstukken samen die werden behandeld tijdens het congres LCA: startpunt voor een duurzame bouwketen. Op dinsdag 14 juni kwamen zo’n 150 GWW- en bouwgerelateerde producenten, aannemers en opdrachtgevers samen in Het Oude Magazijn in Amersfoort voor een interactieve, leerzame middag. MEER INFORMATIE: ULBERT HOFSTRA ULBERT.HOFSTRA@SGS.COM
  13. 13. SGSINTRON BULLETIN  13 verduurzamen van de betonketen in Nederland. Wij stimuleren het gebruik ervan door middel van een puntensys- teem. De focus die -in mijn ogen- altijd onterecht op energie lag, verschuift van- zelf naar materialen en recyclebaarheid. Op een gezonde manier. Kortom: de LCA is een snelgroeiende trend en mijn advies aan producenten is dan ook: bereid je voor, het is een absoluut cru­ ciaal instrument om in de toekomst te kunnen blijven concurreren.’ GEEN DOEL MAAR EEN MIDDEL Ulbert Hofstra, Senior Consultant bij SGS INTRON, ging back to the basics: wat is een LCA? Hoe werkt het? Waarom zou je het doen? En wat zijn de nieuwe ont- wikkelingen? ‘Duurzaamheid is méér dan CO2.’, aldus Hofstra. ‘Het is kijken naar verschillende facetten, in diverse levens- cycli. Cruciale vragen zijn: welke stappen doorloop ik? Wat is de impact van mijn keuzes? Goede, realistische gegevens- verzameling én -borging is essentieel.’ Een veelgehoorde uitspraak tijdens het congres was: “de LCA is geen doel, maar een middel”. Hofstra lichtte dit toe: ‘Het is een middel om te komen tot pro- duct- en procesverbetering, door bijvoor- beeld een product te vervangen door een milieuvriendelijkere variant. Daarnaast geeft het inzicht in de duurzaamheid van een product en dient het als middel in het economisch verkeer omdat het in aanbestedingen vaak als grote pré wordt beschouwd. PRODUCTINNOVATIE IS KEY Na de pauze haakte Patrick Buck, Directeur Projecten bij ProRail, daarop aan: hij sprak over de kansen van LCA’s in aanbestedingen. Zeker als de resul­ taten van de LCA zijn opgenomen in de Nationale Milieudatabase, verstevigt een organisatie haar positie in de markt. Grote opdrachtgevers zoals Rijkswater- staat en ProRail bieden steeds vaker gunningsvoordeel aan aannemers die aantonen dat ze werk met een lage MKI (milieukostenindicator)-waarde opleveren. ‘ProRail is zich bewust van haar maat- schappelijke positie en verantwoordelijk- heid, ook op het gebied van duurzaam- heid’, begint Buck zijn presentatie. ‘Ik zou graag zien dat dáár de komende jaren meer aandacht voor komt.’ Ook ProRail zélf wil hierin de komende jaren forse stappen zetten. Buck: ‘Onze ambi- tie? Een spoor écht duurzaam aanleggen en beheren. En in 2050 een geheel CO2- neutraal spoor. Om die ambitie te realise- ren is productinnovatie key. Dat betekent nú al voorsorteren, verduurzamen en dat vervolgens verankeren in onze eigen werkprocessen. Daar richten we ook ons inkoopbeleid op in.’ DEZELFDE TAAL SPREKEN Na de nodige theoretische beschou- wingen was het tijd voor de praktijk: een producent aan het woord. Agnes Schuurmans, Sustainable Building Public Affairs bij Rockwool, vertelde hoe belangrijk eerlijk meten en rekenen in de industrie is. ‘De LCA als eenduidig instrument werd in onze branche direct van harte omarmd en ondersteund. Rockwool had eerst een online rekentool waarmee je als gebruiker kon toetsen wat het milieuprofiel van een bepaald product was. Onze huidige Ecolink, ontwikkeld door SGS INTRON, is daar een uitvloeisel van. Het productieproces wordt gemodel- leerd en gekoppeld aan data waarmee je eenvoudig LCA’s berekent. Inmiddels is de LCA ook internationaal dusdanig belangrijk dat we onze eigen LCA-soft- ware hebben gekozen. Dat blijft overigens nog een lastig punt: de uiteenlopende gedetailleerde regeltjes in verschillende landen. Het is een uitdaging om LCA’s in álle landen exact hetzelfde vorm te geven.’ Schuurmans pleitte voor één gemeenschappelijke tool: ‘Met z’n allen dezelfde taal spreken en dezelfde metho­ des hanteren is nodig om zo flexibel mogelijk ook internationaal aan de slag te gaan met verduurzaming van materialen.’ GEREEDSCHAPSKIST Klaas-Jan Visser, Manager Business Development BAM Infra Als laatste was het de beurt aan Klaas-Jan Visser, Manager Business Development bij BAM Infra. Hij sprak over de LCA vanuit het perspectief van de aannemer. ‘Voor ons is de LCA een gereedschapskist om onze eigen doelstellingen van de grond te krijgen. Meten is weten, maar wat doe je vervolgens met die gegevens? Wij nodigden verschillende partijen uit om hierover te brainstormen.’ Bij BAM Infra is duurzaamheid geen paragraafje in het jaarverslag, maar compleet geïn- tegreerd in de bedrijfsvoering. Visser: ‘Het zit in het DNA van ons bedrijf. Iedereen en alles krijgt er mee te maken. We kijken actief naar onze leveranciers in de keten en streven naar minder materiaalverlies. Dat betekent niet louter rapporteren, maar ook (laten) verifiëren. Deze aanpak wordt positief ontvangen.’ Op de vraag uit de zaal hoe het met de kostenkant zit antwoordt Visser: ‘In het begin was er wat koudwatervrees, ook om al onze leverancies mee te nemen. We zijn écht buiten onze comfortzone getreden. Opdrachtgevers en producen- ten durven het nu ook collectief te waar- deren en maken vaak dezelfde keuze. Open kaart spelen en ze állemaal op tafel leggen is echter wel een must. Precies dáár ligt de grote uitdaging: met elkaar maximale transparantie krijgen.’ HET VERSCHIL MAKEN Gedurende de middag werd duidelijk dat alle aanwezigen de waarde van de LCA inzien. Vanuit verschillende invalshoeken kwamen de voordelen maar ook de nog te nemen hobbels ter sprake. Na afloop waren de bezoekers helemaal op de hoogte van de belangrijkste ontwikke- lingen en verwachte veranderingen op gebied van wet- en regelgeving. Patrick Buck vatte de middag mooi samen: ‘Het stimuleren van duurzaam materiaal­ gebruik is van groot belang, niet alleen in aanbestedingen. Het is onderscheidend, en soms zelfs bepalend. Ik ben ervan overtuigd dat er nog veel winst te behalen is. De héle keten moet duurzame alter- natieven (blijven) bedenken. Want alleen dan valt er daadwerkelijk iets te kiezen en kunnen we het verschil maken.’
  14. 14. 1414 LOKISA SMART ENERGY GMBH EN SGS INTRON ONTWIKKELEN UNIEK INSTRUMENT VOOR ENERGIEMONITORING MEER INFORMATIE: JÖRN BREMBACH JOERN.BREMBACH@SGS.COM rapportage. Ook worden de besparingen van de kosten voor vloeistoffen, zoals water, diesel en olie evenals elektriciteit en gas inzichtelijk gemaakt. KEUZE UIT TWEE SOORTEN MEETSTATIONS Het meetstation wordt aangeboden in twee verschillende vormen: als stand- alone voor langdurig gebruik en als koffer­ model voor een tijdelijke oplossing of een specifieke onderzoeksvraag. Hierdoor wordt rekening gehouden met de inves- teringskosten en de terugverdientijd die opdrachtgevers belangrijk vinden. HARDWARE EN SOFTWARE VOOR MAATWERK Het unieke aan het meetstation is de multifunctionaliteit van de hardware en de software. Beide onderdelen kunnen namelijk naar wens worden ingericht. De techniek verschilt hiermee van veel andere beschikbare systemen in de markt waarmee veelal algemene gege- vens worden verzameld. Hierdoor is voor iedere organisatie maatwerk mogelijk: wat de vraag ook is! BUSINESS SMART MEETSTATION ZORGT VOOR INZICHT IN HET ENERGIEVERBRUIK Het Business Smart Monitoring station meet de energiehuishouding van een organisatie tot op detailniveau. Uitzon- derlijk is dat een veelvoud aan meet­ apparatuur aan het station kan worden gekoppeld. Door deze apparatuur op belangrijke posities te koppelen, wordt data verzameld voordat de reguliere totaalmeters worden bereikt. Denk hierbij aan reguliere gas-, water- of elek- triciteitsmeters. Met dit meetstation wordt inzichtelijk wat het verbruik is van bijvoorbeeld gebouwonderdelen, instal- laties of machines. Het biedt organisaties de mogelijkheid om het energieverbruik, en de daarmee samenhangende kosten en CO2-uitstoot efficiënt terug te dringen. Het sluit ook aan bij de verplichtingen SGS INTRON RELATIEDAG De relatiedag van SGS INTRON vond in juni naar goede traditie plaats op een klassiek zeilschip vanuit de Bataviahaven te Lelystad. Aanvankelijk nog in de regen verzamelden de gasten zich rond het middaguur op het schip. De middag begon daarna met een aantal korte pitches door SGS INTRON-medewerkers over een aantal actuele thema’s: mogelijkheden inzet reststoffen, duurzaamheid, CPR, labontwikkelingen. Met goede wind en doorbrekende zon werd vervolgens onder zeil het IJsselmeer opgevaren, waarbij tevens de werkzaamheden rond de nieuwe Markerwadden zijn bezocht. Binnen en op het dek voerden de gasten en de SGS INTRONners levendige discussies over de thema’s en over andere onderwerpen. De dag werd afgesloten met een smakelijk buffet op het schip. benoemd in de Europese Energie-Effici- ency Richtlijn (EED) die sinds 2015 geldt. Een van de verplichtingen is de uitvoering van een energie-audit. Deze kan SGS met behulp van het Business Smart Meet­ station uitvoeren. KOSTENBESPARING VIA INZICHT IN DATA De verzamelde data brengen de ge­ gevens van de energiehuishouding van een organisatie in kaart. Dit verloopt via een website met gebruiksvriendelijke interface. Op basis van de interpretatie van data is het alleen nog een kwestie van de verbeteringen doorvoeren in de organisatie. Nieuwe metingen zullen bevestigen of de besparingen ook daad­werkelijk zijn bereikt. Organisaties kunnen deze besparingen bijvoorbeeld gebruiken voor hun duurzaamheids­ SGS INTRON is een samenwerking aangegaan met LOKISA Smart Energy GmbH, ontwikkelaar van innovatieve producten voor onder andere energie- management. De samenwerking levert een unieke oplossing op: het Busi- ness Smart Monitoring station. Het meetstation onderscheidt zich in het monitoren van veel soorten van data. In dit geval zeer specifieke energie- data. Hiermee wordt een nieuw niveau van energiemonitoring aangeboden.
  15. 15. SGSINTRON BULLETIN  15 Op donderdag 12 mei en vrijdag 20 mei vond in respectievelijk Sittard en Antwerpen (BE) een seminar plaats over niet-destruc- tief onderzoek (NDO) aan beton. In samenwerking met SGS-collega’s uit België werd in het SGS House in Antwer- pen ook aandacht besteed aan NDO aan staal. Adviseur Michel Boutz opende beide UITBREIDING VAN CERTIFICATIE­ DIENSTEN: ARCHEOLOGIE MEER INFORMATIE: ERIK HOVEN ERIK.HOVEN@SGS.COM ERFGOEDWET ZORGT VOOR WIJZIGING VAN VERGUNNING NAAR CERTIFICERING Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking gesteld als vervanging van de Monumentenwet. De Erfgoedwet geldt als basis voor de Nederlandse omgang Sinds 1 juli 2016 biedt SGS certificering aan voor procescertificaat BRL SIKB 4000 – Archeologie. Organisaties die archeologisch veld- en graaf- onderzoek verrichten, zijn vanaf 1 juli 2017 verplicht in het bezit te zijn van het certificaat. Daarnaast bieden we KNA-actoren, personen die archeo- logisch onderzoek uitvoeren, de mogelijkheid zich in te schrijven in het Actorregister Archeologie. met archeologie. De belangrijkste wijzi- ging voor archeologen is de vervanging van de opgravingsvergunning door een certificaat voor archeologisch onderzoek. Met het certificaat tonen organisaties aan dat ze voldoen aan de kwaliteitsei- sen voor archeologisch onderzoek. WERKZAAMHEDEN ONDER CERTIFICAAT Certificatie op basis van BRL SIKB 4000 is mogelijk voor één of meer protocollen. Er bestaat een onderscheid tussen verplichte en vrijwillige protocollen: Verplichte certificering • Protocol 4003 - Inventariserend Veldonderzoek IVO (landbodems) • Protocol 4103 - Inventariserend Veldonderzoek IVO (waterbodems) • Protocol 4004 - Opgraven (landbodems) • Protocol 4104 - Opgraven (waterbodems) Vrijwillige certificering • Protocol 4002 - Bureauonderzoek • Protocol 4001 - Programma van Eisen • Protocol 4006 - Specialistisch onderzoek • Protocol 4107 - Archeologische begeleiding (waterbodems) • Protocol 4010 - Depotbeheer REGISTRATIE VAN KNA-ACTOREN KNA-actoren kunnen zich via SGS INTRON ook inschrijven in het Actorregister Archeologie. De registratie is verplicht gesteld door het CCvD Archeologie en geldt voor zowel de verplichte als de vrijwillige protocollen. Vanaf 1 juli 2017 is registratie verplicht. dagen het programma. Samen met colle- ga’s Theodoor Gijsbers en Maarten Swin- kels werden in Sittard de mogelijkheden van NDO aan beton besproken. Vragen zoals wat is NDO nu daadwerkelijk, wat wordt er gemeten met NDO, wanneer en waarvoor wordt deze techniek toegepast en wat zijn de voordelen, werden tijdens de seminars beantwoord. In Antwerpen was NDO aan staal een toevoeging aan het seminar, waarbij Michael Vermerckt en Luk Persoons uitleg gaven over de toepassing op staal. De aanwezigen, werkzaam bij ingenieursbureaus, archi- tectenbureaus, constructiebureaus, aan- nemers en gemeentes, kregen daarnaast veel middelen en technieken te zien die bij NDO-werkzaamheden worden gebruikt, zoals ultrasoon, ferroscan, radar, halfcel­ potentiaal, terugslaghamer en magneti- sche technieken. Beide dagen werden afgesloten met een informele borrel, waarbij de adviseurs vragen beantwoord- den. Twee interessante dagen die in de toekomst zeker een vervolg zullen krijgen. NDO SEMINARS ENTHOUSIAST ONTVANGEN
  16. 16. 16 DUIDELIJKHEID IN KEURMERKEN VOOR RECYCLINGGRANULATEN MEER INFORMATIE: ERIK HOVEN ERIK.HOVEN@SGS.COM De volgende merken zijn in gebruik en spelen naast elkaar een rol: • Het NL BSB-merk. Dit merk mag gebruikt worden door bedrijven die gecertificeerd zijn op basis van een productcertificatieregeling zoals op- genomen in bijlage C van de Regeling bodemkwaliteit (Rbk), bijvoorbeeld de BRL 2506 voor recyclinggranulaten in de wegenbouw. Het keurmerk geeft aan dat de producten voldoen aan het Besluit bodemkwaliteit, waardoor ze op of in de bodem mogen worden toegepast. • Het CE-merk. Dit merk wordt door de producent aangebracht om aan te ge- ven dat zijn product volgens Europese Normen (zoals EN13242 en EN12620) is onderzocht. De producent is ver- antwoordelijk voor de overeenstem- ming van productkwaliteit met de, op de norm gebaseerde, gedeclareerde eigenschappen. Op gebruik van het CE-merk vindt controle plaats door IL&T en niet door Certificatie Instellin- gen. In de markt is er discussie over de vraag of het CE-merk daadwerke- lijk iets zegt over productkwaliteit van een niveau waaraan de afnemer ver- trouwen kan ontlenen, omdat aan in- houdelijke controle door ILT totnogtoe weinig vorm is gegeven. Afnemers willen graag meer houvast dan alleen een verklaring van de producent. Wij zien een ontwikkeling dat naast het CE-merk, het oordeel van deskundi- gen gevraagd worden over gebruik van producten in specifieke proces- sen en toepassingen. Ook zien we dat er steeds meer gevraagd wordt naar FPC-certificering, waarbij een Door de inwerkingtreding van de Europese Bouwproducten verordening (CPR) is er onduidelijkheid ontstaan over toegestaan gebruik van certificatie­ merken. SGS INTRON wil u graag helpen om het overzicht te behouden. Notified Body het kwaliteitssysteem van de producent controleert. Daarbij wordt onder andere gekeken naar toepassing van de juiste controles en frequenties. FPC-certificatie heeft daarmee een toegevoegde waarde voor afnemers die extra zekerheden vragen. • Het KOMO-merk. Dit merk wordt gebruikt voor civieltechnische kwaliteit van granulaat en heeft geen betrekking op Europese eisen of het Besluit bodemkwaliteit. Van oudsher heeft het KOMO-merk een bewezen waarde in de markt. Het KOMO-merk is onder andere verbonden aan de BRL 2506, waarop controle plaats- vindt door Certificatie Instellingen. Het KOMO-merk kan dan gelden voor recyclinggranulaten in de wegenbouw en in de betonbouw. Vanwege het grote aantal keurmerken en het aantal verschillende producten is het niet eenvoudig om overzicht te houden. In het bijgaande overzicht (of op sgs.com/intron-certificatie, nog te regelen!) zijn daarom enkele voorbeelden uitgewerkt voor recyclinggranulaten. Met vragen over certificeringen en controles op recyclinggranulaten kunt u het beste contact opnemen met SGS INTRON Certificatie BV. OVERZICHT VAN HET GEBRUIK VAN LOGO’S VOOR RECYCLINGMATERIALEN Versie 28-1-2016 Product (CPR)*) Construction Products Regulation Regeling bodemkwaliteit KOMO (alleen certificaten afgegeven na 1-1-2015) Meng-, Beton- en Asfaltgranulaat 0/31,5 en 0/16 voor toepassing in GWW werken  CE-merk op afleverbon  CE-verklaring bij elke levering (niet per vracht) met verwijzing naar EN-13242, de DoP en minimaal 1 essentiële eigenschap  DoP op de website NL BSB-woord- of -beeldmerk vermelden op de afleverbon met verwijzing naar het juiste certificaatnummer (NL BSB- certificaat) op de afleverbon. Certificaat meegeven per levering (niet per vracht) of vermelden op de website KOMO-woord- of -beeldmerk met verwijzing naar het juiste certificaatnummer (KOMO- certificaat) op de afleverbon. Certificaat meegeven per levering (niet per vracht) of vermelden op de website Hydraulisch meng- en betongranulaat 0/22 en 0/45 voor toepassing in GWW werken N.v.t. (mengsel) NL BSB-woord- of -beeldmerk vermelden op de afleverbon met verwijzing naar het juiste certificaatnummer (NL BSB- certificaat) op de afleverbon. Certificaat meegeven per levering (niet per vracht) of vermelden op de website KOMO-woord- of -beeldmerk met verwijzing naar het juiste certificaatnummer (KOMO- certificaat) op de afleverbon. Certificaat meegeven per levering (niet per vracht) of vermelden op de website Menggranulaat 4/32, fijn granulaat, grof granulaat voor toepassing in GWW werken  CE-merk op afleverbon  CE-verklaring bij elke levering (niet per vracht) met verwijzing naar EN-13242, de DoP en minimaal 1 essentiële eigenschap  DoP op de website NL BSB-woord- of -beeldmerk vermelden op de afleverbon met verwijzing naar het juiste certificaatnummer (NL BSB- certificaat) op de afleverbon. Certificaat meegeven per levering (niet per vracht) of vermelden op de website N.v.t. Betongranulaat als toeslagmateriaal voor beton (alle fracties)  CE-merk op afleverbon  CE-verklaring bij elke levering (niet per vracht) met verwijzing naar EN-12620, de DoP en minimaal 1 essentiële eigenschap  DoP op de website N.v.t. KOMO-woord- of -beeldmerk met verwijzing naar het juiste certificaatnummer (KOMO- certificaat) op de afleverbon. Certificaat meegeven per levering (niet per vracht) of vermelden op de website. *) Voldoen aan de CPR is uitsluitend de verantwoordelijkheid van de producent. Er is geen certificaat van toepassing. Een aantal afnemers vraagt wel een zogenaamd FPC- certificaat (AVCP 2+) waaruit blijkt dat het kwaliteitssysteem van de producent voldoet aan de EN 13242 of 12620. SGS INTRON Certificatie kan deze certificering voor u verzorgen. Hiervoor kunt u contact opnemen met Marco de Kok (06-51 00 59 73) of Erik Hoven (06-53 78 25 58). Daarnaast mag voor alle producten die onder een SGS-productcertificaat vallen het SGS merk voor productcertificatie worden gebruikt. Voor een volledig overzicht, zie het SGS INTRON Reglement en richtlijnen certificatiemerken.
  17. 17. SGSINTRON BULLETIN  17 NIEUWE VERSIE BRL 2506: SPLITSING IN PUBLIEK EN PRIVAAT MEER INFORMATIE: ULBERT HOFSTRA ULBERT.HOFSTRA@SGS.COM Vanwege de bouwproductenverordening (CPR) moeten publieke en private eisen aan bouwproducten gesplitst worden. In opdracht van de Stichting BRL 2506 heeft SGS INTRON opgetreden als penvoerder voor de twee nieuwe BRL’s: BRL 2506 deel 1 het private deel en BRL 2506 deel 2 het publieke deel. Deze twee delen zullen de oude BRL 2506 met wijzigingsblad vervangen per 1 januari 2017. BRL 9311 voor gerecycled grind en gerecyclede steenslag wordt opgeheven en deze producten zijn nu geïntegreerd in de BRL 2506 deel 2. BRL 2506 deel 2 geeft de eisen voor het NL-BSB productcertificaat. Met deze erkende kwaliteitsverklaring toont de producent aan, dat het recyclinggranulaat voldoet aan het Besluit bodemkwaliteit. Het was een ingewikkeld traject om ervoor te zorgen dat het goede uit de lopende versie van de BRL 2506 behouden blijft en dat het voor producenten en voor certificatie-instellingen goed werkbaar blijft. De prestatieverklaring van de producent van zijn producten is belangrijk, want die definieert het product waarvoor het certificaat geldt. De brancheverenigingen hebben uiteraard intensief bijgedragen aan het nieuwe document. Door een strakke planning van de werkgroep en van het College van Deskundigen is de BRL 2506 deel 2 tijdig gereed gekomen per 15 mei 2016. Dit was nodig om per 1 januari 2017 opgenomen te worden in de Regeling bodemkwaliteit. BRL 2506 deel 1, het private deel, omvat een uitgebreidere acceptatie regeling. Hierdoor is het ook mogelijk om als producent te profiteren van de productgroepenregeling en van een gunstiger splitsingsfactor. BRL 2506 deel 1 bevat ook de eisen voor de toepassingen van recycling granulaat als toeslagmateriaal voor beton en van asfaltgranulaat voor toepassing in warm asfalt. BRL 2506 deel 1 zal ook gereedkomen voor 1 januari 2017, zodat beide delen tegelijk in werking zullen treden.
  18. 18. HET LAB KOMT NAAR JE TOE! MEER INFORMATIE: WIL KLARENAAR WIL.KLARENAAR@SGS.COM Sinds februari van dit jaar heeft SGS INTRON de beschikking over een draagbaar XRF analyse-instrument. Met deze XRF meter zijn wij in staat om op locatie de samenstelling van uiteenlopende materialen te bepalen. Deze apparatuur is vooral geschikt voor metingen op metalen en metaal- legeringen. Voorbeelden van de onderzoeken waarvoor de XRF meter kan worden ingezet, zijn onder meer: • Bepalen van de aanwezigheid van (zware) metalen in coatings. • Controleren op locatie of een gewenste / geëiste legering inderdaad is toegepast (bijvoorbeeld bouten, leidingen, etc). In het verleden moesten we voor dergelijke onderzoeken monsters verwijderen, en deze meenemen naar het laboratorium voor analyse. Niet altijd is dit gewenst of praktisch mogelijk. Voor sommige vraagstukken zal onder- steunend labonderzoek nodig blijven. De XRF-meter kan geen onderscheid maken tussen diverse verschijnings­ vormen van een element. De XRF-meter kan bijvoorbeeld wel vaststellen of er chroom aanwezig is in een verf, maar niet of er sprake is van de schadelijke variant chroom 6 (de giftige en carcino- gene verven waar in het verleden veel mee is gewerkt). De XRF meter is een waardevolle aan- vulling in ons arsenaal van Niet Destruc- tieve Technieken, waarbij we met zo min mogelijk verstoring en schade door monstername onderzoek op locatie kun- nen uitvoeren. Meten op locatie heeft bovendien als belangrijk voordeel dat de meetresultaten meteen beschikbaar zijn. © Thermo Fisher Scientific 18
  19. 19. GEOPOLYMEERBETON EEN STAP DICHTER BIJ DE PRAKTIJK MEER INFORMATIE: GERT VAN DER WEGEN GERT.VANDERWEGEN@SGS.COM De Green Deal ‘Verduurzaming beton- keten’, die eind 2012 is gesloten tussen overheid en MVO Netwerk Beton, heeft als doel om op korte termijn concrete verbeteringen in gang te zetten, met als einddoel om in 2050 een 100% duurza- me betonketen te realiseren. Hiertoe zijn 7 handelingsperspectieven geselecteerd die op middellange termijn een wezen- lijke bijdrage aan deze doelstelling moet opleveren. Eén van deze handelingsper- spectieven is het toepassen van geopo- lymeren (alkalisch-geactiveerde bindmid- delen) als een mogelijk alternatief voor Portlandklinker gebaseerde cementen. Hoewel alkalisch-geactiveerde bindmid- delen al een historie van meer dan 100 jaar kennen, is het in vele landen, waar- onder Nederland, pas in de afgelopen jaren in de belangstelling komen te staan. Middels demonstratieprojecten wordt in Nederland praktijkervaring opgedaan met in het laboratorium ontwikkelde beton- Bij de productie van Portlandklinker, de basisgrondstof voor de traditionele cementen, wordt veel energie verbruikt en ontstaat veel emissie van CO2. De klinkerproductie draagt wereldwijd voor meer dan 5% bij aan de totale CO2-emissie. Hoewel Nederlandse cement het laagste klinkergehalte en dus de laagste CO2-emissie ter wereld heeft, blijft het streven van de cement- en betonsector om dit nog verder te verbeteren. mengsels. Een andere belangrijke rand- voorwaarde om tot grootschalige toepas- singen te komen, is betonregelgeving. Omdat deze voor geopolymeerbeton nog niet aanwezig is, heeft SBRCURnet Werkgroep ‘Geopolymeren’ de taak gekregen om een CUR-Aanbeveling hiervoor op te stellen. SGS INTRON treedt hierbij op als rapporteur. De werkgroep heeft geconstateerd dat er momenteel te veel kennis en ervaring ontbreekt om op korte termijn te komen tot regelgeving voor de generieke toepas- sing van geopolymeerbeton in de bouw. Daarom is als eerste stap nagegaan in hoeverre het mogelijk is om een CUR- Aanbeveling op te stellen voor bepaalde niet-constructieve en ongewapende betonwaren. Dergelijke betonproducten kunnen worden beoordeeld op product- niveau en er zijn geen beperkende eisen gesteld aan de toe te passen grond- stoffen. Dit heeft geresulteerd in de betonproducten: straatstenen, tegels en banden. Hiervoor zijn geharmoniseerde europese normen beschikbaar (respec- tievelijk NEN-EN 1338, NEN-EN 1339 en NEN-EN 1340). Een korte inventarisatie van de beschik- bare literatuur en ervaringen aanwezig bij de werkgroepleden heeft geleid tot het identificeren van de relevante beton- technologische aspecten die nadere aan- dacht behoeven indien voorgenoemde betonproducten worden vervaardigd met geopolymeer als bindmiddel in plaats van cement. Dit heeft geresulteerd in aanpassingen van de beoordelingsmetho- diek. Om de invloed van carbonatatie op de splijt- en buigtreksterkte en de vorstdooizoutbestandheid na te gaan, is de conditionering van de proefstukken gewijzigd. Daarnaast is een aanvullende beproevingsmethode opgenomen om de mate van uitbloei te bepalen. Hiermee is de CUR-Aanbeveling voor bovengenoemde drie betonwaren ver- vaardigd met geopolymeer als bindmiddel in principe op hoofdlijnen gereed. Echter, alvorens deze ter kritiek te publiceren, dient de aangepaste beoordelingsmetho­ diek eerst op geschiktheid te worden getoetst. Dit zal de komende maanden gaan gebeuren. Indien deze toets positief uitvalt, zal de CUR-Aanbeveling naar verwachting begin 2017 beschikbaar zijn. Op basis van de hiermee opgedane er- varing en aanvullend ontwikkelde kennis kan deze regelgeving worden uitgebreid naar andere betonproducten waarbij een constructieve functie en/of wapening een beperkte rol kan spelen. Hierbij kan worden gedacht aan betonnen bouw- blokken, buizen, dakpannen, grastegels, e.d. Vervolgens kan de regelgeving worden uitgebreid naar constructief en gewapend/voorgespannen beton, zowel voor ter plaatse gestort beton als beton- producten. Nog een hele route te gaan, maar telkens wel een stap dichter bij het beoogde doel. SGSINTRON BULLETIN  19
  20. 20. 2020 VERANDERINGEN IN DE REGELGEVING Het bestaande F-gassenbedrijfscertificaat blijft tot 1 december 2017 geldig. Vóór die datum moet er een BRL 100-audit plaatsvinden om het F-gassencertificaat ook onder de nieuwe regelgeving geldig te laten vallen. Bij nieuwe klanten moe- ten sinds 1 juni 2016 al BRL 100-audits worden uitgevoerd. De BRL 100 gaat op termijn onder accreditatie vallen. Dat betekent dat er extern toezicht is op de manier waarop de audits uitgevoerd worden. Ook is er veelal sprake van scherpe normen en meer controle. Accreditatienormen zorgen ervoor dat de kwaliteit van een branche hoog gehouden wordt. DE BELANGRIJKSTE VERANDERINGEN ALS GEVOLG VAN DE BRL 100 Het kwaliteitsbeleid moet door het bedrijf beschreven worden. Daarbij In samenwerking met STEK geven wij het nieuwe STEK-certificaat en het F-gassencertificaat uit op basis van BRL 100. STEK is een erkende naam in de markt. STEK-gecertificeerde bedrijven voldoen al voor een belangrijk deel aan alle eisen uit de BRL 100. Het STEK- bureau ondersteunt bedrijven op diverse wijze met onder andere actuele informa- tie, voorbeelddocumenten, workshops en bijeenkomsten. Inmiddels hebben de eerste audits plaatsgevonden onder de nieuwe wet- geving. Het betrof hier allemaal combi- audits: combinatie van de STEK en BRL 100-audits. SGS INTRON Certificatie is er daarmee in geslaagd om in samen- werking met STEK op tijd klaar te zijn voor de nieuwe regelgeving en is daar- mee dé certificatie-instelling die de klant kan bedienen conform het nu geldende regime. PER 1 JUNI 2016 NIEUWE STEK SYSTEMATIEK EN DE BRL 100-AUDITS GESTART MEER INFORMATIE: MARTIN WEERSTAND MARTIN.WEERSTAND@SGS.COM Per 1 juni jongstleden is de wetgeving rondom F-gassen veranderd. Vanaf die datum vinden er F-gassenaudits plaats op basis van de BRL 100. In januari en in mei hebben wij alle klanten aangeschreven over deze veranderingen. Het STEK-bureau heeft op vijf regiobijeenkomsten ook informatie gegeven over de veranderingen in het STEK-certificaat (modulaire vorm) en de overgang van F-gassenverordening naar BRL 100 en 200. BRL 100 is de beoordelingsrichtlijn voor bedrijven. De BRL 200 is de beoordelingsrichtlijn voor personen. Beide BRL’en zijn opgesteld door Rijkswaterstaat.
  21. 21. SGSINTRON BULLETIN  21 speelt de betrokkenheid van de directie een grote rol. Dit uit zich doordat de directie moet aantonen dat er interne controles plaatsvinden en door het op- stellen van een beleidsverklaring en een directie­beoordeling (bij meer dan drie monteurs). Er moet sprake zijn van een aantoonbare verbetering, bijvoorbeeld minder lekkage van een koudemiddel ten opzichte van het voorafgaande jaar. Er moet sprake zijn van een aantoonbare klachtenafhan- deling, o.a. afhandeling van de klacht die geëvalueerd is met de klant. Van elk soort meetapparatuur moet minimaal één exemplaar officieel gekalibreerd worden. Op de F-gassenbalans, de kenplaten en in de logboeken (werkregistratie) moeten de CO2-equivalenten worden vermeld. Een F-gassenbalans is meer dan alleen een verbruiksstaat. Deze bevat ook de inkoop, de terugnames en de afgevoerde gassen met vermelding van begin- en eindvoorraad per gas per jaar, zowel berekend als gewogen. DE BELANGRIJKSTE VERANDERINGEN BIJ DE AUDITS Bij de audits wordt strenger gelet op de werkinstructies. Op deze werk­ instructies mogen geen handgeschreven aantekeningen meer staan. De laatste versie is de enige geldige versie. Er vindt een interview met één of meer- dere monteurs plaats, afhankelijk van de bedrijfsgrootte. Dit is een belangrijk onderdeel van de nieuwe opzet. Het karakter van de audit verandert. Het kan zijn dat er afwijkingen geschre- ven worden, ook wel non-conformiteiten (NC’s) genoemd. Deze NC’s moeten bin- nen een bepaalde termijn worden opge- lost. Aangezien aan de afhandeling van NC’s meerkosten verbonden zijn, is het dus raadzaam u goed voor te bereiden om NC’s te voorkomen. Desgewenst kunnen klanten de vragenlijsten al opvra- gen bij martin.weerstand@sgs.com en als interne checklist gaan gebruiken. SEMINAR VAN RESTSTOF NAAR BOUWSTOF Op 23 maart jl. is onder leiding van Noortje Schrauwen het seminar ‘Van reststof naar bouwstof’ gehouden, waarin immobilisatie van reststoffen met cement vanuit diverse invalshoeken is belicht. Gert van der Wegen (SGS INTRON) toonde met een overzicht van de meest relevante activiteiten in de afgelopen 25 jaar aan dat alle ingredienten aanwezig zijn om cementgebonden reststoffen als een betrouwbare en duurzame bouwstof te kunnen toepassen. Chris Schuurbiers (IL&M) schetste het wettelijk kader en de van toepassing zijnde regelgeving. Hoewel sommige regels niet altijd praktisch zijn geformuleerd, blijkt dat bij een goede communicatie deze in de praktijk toch goed kunnen worden toegepast. Jan Slenders (BAG) illustreerde enkele voorbeelden van andere toepassingen van immobilisaten dan funderingsmateriaal voor wegen en terreinen. Het betrof onderdelen van: een ‘loading dock’ in een haven, landhoofden van een ecoduct en een funderingsconstructie van een geluidsscherm. Hoe je certificatie van cementgebonden immobilisaten op een doeltreffende en praktische wijze inricht, werd door Jurgen Lutterman (SGS INTRON Certificatie) helder neer- gezet. Jan Sijtsma (B-CIS) betoogde dat de regelgeving rondom immobilisatie zeer omvangrijk en soms ook complex is. Dit vergt veel inspanningen van een bedrijf dat immobilisaten vervaardigt, maar resulteert uiteindelijk ook in een sterke markt- positie. Door hem werden eveneens enkele bijzondere toepassingen van cement- gebonden reststoffen gepresenteerd. Tenslotte leidde Klaas Koers (KKS Beheer) de toehoorders door de nieuwe website (www.immobilisatie.nl ), waarop veel praktische informatie is aangegeven. Als afsluiting vond onder leiding van Noortje Schrauwen een levendige paneldiscussie met veel praktische vragen vanuit het gehoor plaats. Dit werd uiteraard gevolgd door verdere discussies en netwerk­ gesprekken onder het genot van een drankje en een hapje.
  22. 22. SGSINTRONNERUITGELICHT BUSINESS UNIT MANAGER CERTIFICATIE JAN WILLEM GROOT: “IK BEN EEN VERBINDER DIE GRAAG VAN BUITEN NAAR BINNEN WERKT” MEER INFORMATIE: JAN WILLEM GROOT JANWILLEM.GROOT@SGS.COM JE BEDOELT DAT JE OOG EN OOR HEBT VOOR WAT DE KLANT VRAAGT? “Precies. Ik vind het belangrijk om dat scherp te krijgen en naar ‘binnen’ te brengen: daar de organisatie op (in) te richten. Toen ik in september 2015 de functie Business Unit Manager van Ron Leppers overnam, was SGS INTRON Certificatie daar al versterkt mee bezig. In 2015 hebben wij aan veel klanten - de respons was vijftig procent - gevraagd hoe zij onze dienstverlening ervaren. Mede op basis hiervan hebben wij onze organisatie op onderdelen aangepast, zijn we meer klantgericht gaan werken en klanten vaker gaan bezoeken. Niet alleen onze auditoren doen dat, maar ook onze salesmanagers. Ik ga regelmatig met ze mee. Erg leuk en het werkt ook goed. Zo krijgen we duidelijk of de dienstverlening naar wens verloopt en wat we eventueel nog meer voor elkaar kunnen betekenen. Van daaruit sneller opereren en offreren, klachten eerder behandelen en onze klanten meer mogelijkheden bieden, dat is mijn doel.” NIET ALLEEN SGS INTRON CERTIFICATIE IS VOLOP IN BEWEGING, HET CERTIFICATIELANDSCHAP IS DAT OOK. “Ja, In het tweede kwartaal van dit jaar gaat een uitspraak van de Raad van State waarschijnlijk meer duidelijkheid geven met betrekking tot de ontwikkelingen rond CPR en private keurmerken. Die betekenen veel voor certificatieland. We bereiden ons voor op verschillende scenario’s, zodat we onze klanten ook alternatieven kunnen bieden. Bijvoorbeeld via internationale producten/keurmer- ken en samenwerking binnen het internationale netwerk van SGS. Ik vind het prettig om in een organisatie te stappen waaraan ik, samen met de mensen, nog verder vorm en richting kan geven. Tegelijkertijd letten we erop dat we de goede zaken intact en de kwaliteit van onze dienstverlening hoog houden. Onder andere door in goed gesprek te blijven met de Raad van Accreditatie.” WAT VOOR SOORT MANAGER BEN JE? “Ik ben een people manager. Ik probeer mensen in hun kracht te zetten, zodat ze zo goed mogelijk kunnen functioneren en zichzelf - en daarmee de sector - kunnen verbeteren. Tegelijkertijd ben ik een verbinder. Als ik kansen zie, vind ik het leuk om mensen en dingen aan elkaar te koppelen. En dan snel dóór te schakelen. Resultaatgericht, waarbij ik de grotere doelen die ik samen met collega’s nastreef altijd in de gaten houd.” HIERVOOR WAS JE ACHT JAAR WET­ HOUDER, WAAROM DE OVERSTAP NAAR DE PRIVATE SECTOR? “Ik werk graag op het snijvlak van publie- ke en private sector, met een lichte voor- keur voor de private sector. Vanwege de dynamiek in het bedrijfsleven en omdat ik het leuk vind om te verkopen en als organisatie met z’n allen voor één doel te gaan: winst en continuïteit.” WERKTE JE EERDER OOK AL IN HET BEDRIJFSLEVEN? “Jazeker! Ik ben als econoom begonnen in een leidinggevende functie bij AXA Verzekeringen en had ook enkele jaren een commerciële functie bij Fortis Bank. Na zeven jaar in het bank- en verzekerings­ wezen stapte ik over naar de publieke sector: het Ministerie van Economische zaken. Ik had er een leuke combinatie van functies. Naast parlementair coördinator was ik projectleider duurzame energie. Dat leverde een eerste kennismaking op met de waarde die certificatie in de markt kan hebben. Wij stimuleerden duurzame energie, vooral door het verhandelbaar maken van certificaten (garanties van oorsprong red.) binnen Europa. Vier jaar later besloot ik in de lokale politiek te gaan. Als wethouder Economische Zaken in Amstelveen heb ik samen met anderen en soms tegen de stroom in vorm weten te geven aan diverse zaken die wij maat- schappelijk belangrijk achtten.”
  23. 23. SGSINTRON BULLETIN  23 SGS INTRON Bulletin is een uitgave van SGS INTRON BV nl.intron@sgs.com  www.sgs.com/intron SGS INTRON BV is een onderdeel van SGS © 2010 SGS Société Générale de Surveillance SA – All rights reserved Dr. Nolenslaan 126  6136 GV Sittard Postbus 5187  6130 PD Sittard T 088 214 52 04 / F 088 214 46 09 Venusstraat 2  4105 JH Culemborg Postbus 267  4100 AG Culemborg T 088 214 51 00 / F 088 214 46 09 EINDREDACTIE  Ulbert Hofstra en Gert van der Wegen REDACTIE  Martine Boutz (Piek tekst & PR), Paul Cartigny, Saskia Kerckhoffs, Suzanne Sideris VORMGEVING  Basement Graphics FOTOGRAFIE  Bert Creemers ZOALS? WAAR KIJK JE MET TROTS OP TERUG? “Een goed voorbeeld is de kantoortrans- formatie (van kantoren naar woningen) in Amstelveen en omgeving. Ondanks de crisis en gebrek aan gemeentelijk budget lukte het om samen met aannemers, beleggers, architecten en installateurs consortia te bouwen, investeerders te vinden en deze transformatie op gang te brengen. Dat heeft veel overtuigings- kracht, creatief rekenen en tijd gekost, maar daar plukt de regio nu de vruchten van: in plaats van verpauperde kantoor­ gebouwen zijn er bijna tweeduizend nieuwe woningen bij gekomen. Ook ben ik trots op de regionale samenwerking met de wethouders van Amsterdam (toen Lode­wijk Asscher), Haarlemmer- meer en Almere die we geformaliseerd hebben om het vestigingsklimaat voor buitenlandse bedrijven te verbeteren. Daaruit is de met diverse prijzen bekroon- de campagne ‘I Amsterdam’ voortge­ komen. Het programma, waarbij we ook veel bedrijven betrekken, is nog altijd een succes. Ik geloof heilig in dergelijke pu- bliek-private samenwerking. Als je in staat bent elkaars kracht te promoten, wordt het geheel groter en leuker. Zo werkt het trouwens ook binnen de SGS-familie.” JE ZOEKT DE SAMENWERKING BINNEN SGS MET HET OOG OP GROEI? “Wij, SGS INTRON, zijn sterk in product- en procescertificatie. SGS Spijkenisse en SGS Antwerpen doen veel op het gebied van systeemcertificatie. Veel van onze klanten hebben beide vormen van certificatie. Dan komt het toch veel professioneler over als je daar samen naartoe gaat en één offerte uitbrengt? Daar zijn we nu mee bezig en daar liggen veel mogelijkheden. We gaan bijvoor- beeld gezamenlijke meetings voor onze salesteams organiseren zodat ze elkaar In maart 2016 heeft Rico van Selst zijn rol als directeur van SGS INTRON B.V. neergelegd en besloten zijn carriere vanuit eigen praktijk voort te zetten. Rico is meer dan 30 jaar bij SGS INTRON werkzaam geweest waarvan meer dan 20 jaar in het Management Team. Hij is verantwoordelijk geweest voor diverse belangrijke ontwikkelingen binnen ons bedrijf en mede dankzij hem zijn we uitgegroeid tot een toon- aangevend bureau. Zijn visie, ontwikkelingskracht en commerciele vermogen zijn daarbij doorslaggevend geweest. Hij is aanjager, projectmanager en/of directievertegenwoordiger geweest van aansprekende ontwikkelingen als vliegassen in beton, verschillende Euro- pese projecten, purificatie van fosfogips (ProGips), zwavelbeton, afrolbaar asfalt (Rollpave) en recent nog S-BuilT, een open innovatie intermediair op het vlak van gebouwgebonden innovatieve toepassingen die zullen bijdragen aan het verminderen van de CO2 footprint (mogelijk gemaakt door de Stadsregio Parkstad Limburg en de provincie Limburg). Rico heeft besloten zijn carriere vanuit eigen praktijk voort te zetten. Zoals we hem kennen zal hij betrokken blijven bij allerlei ontwikkelingen op het gebied van materialen, duurzaam- heid en nieuwe energien en zullen wij de samenwerking opzoeken daar waar mogelijk. VERTREK RICO VAN SELST Op 31 maart hebben wij op passende wijze een afscheid georganiseerd in de Plaza bij SGS INTRON te Sittard. Oud-collega’s Jan Bijen, Chris Zevenbergen, Agnes Schuurmans, Kees van der Plas en Thies Geenen hebben daarbij teruggeblikt naar vroegere tijden met Rico in de hoofdrol. en elkaars producten goed leren kennen. Ik ben ervan overtuigd dat ons dat op de lange termijn allemaal méér oplevert. Met stip bovenaan mijn prioriteitenlijstje staat groei voor Certificatie: meer omzet en winst in Nederland en Europa. Dit is een voor de hand liggende manier om die groei te realiseren.” WAT VIND JE MOOI AAN JE HUIDIGE WERKVELD? “Als ik SGS INTRON kort moet typeren, zeg ik: innovatief, deskundig en dicht bij de klant. Of we nu een keurmerk verlenen, testen in het lab of advies geven over procesverbetering of pro- ductvernieuwing: we zijn onderdeel van het totaal (de bouwsector) en helpen er mede voor te zorgen dat de economie goed draait en de consument een goed product/kwaliteit krijgt. Dat vind ik mooi. Ik heb er heel veel zin in om daar mijn persoonlijke steentje aan bij te dragen.”
  24. 24. WWW.SGS.COM WHEN YOU NEED TO BE SURE ©SGSINTRON–2016–Allrightsreserved–SGSisaregisteredtrademarkofSGSGroupManagementSA

×