Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

2013-10-02, uitbreiding_van_het_amsterdamse_stadswarmtenet_naar_de_bestaande_bouw

  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

2013-10-02, uitbreiding_van_het_amsterdamse_stadswarmtenet_naar_de_bestaande_bouw

  1. 1. Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 1 Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Publicatiedatum 4 september 2013 Agendapunt 9 Datum besluit B&W 2 juli 2013 Onderwerp Kennisnemen van de voorgenomen uitbreiding van het Amsterdamse stadswarmtenet naar de bestaande bouw Met deze voordracht stellen wij u voor het volgende besluit te nemen: De gemeenteraad van Amsterdam Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders, besluit Tekst van openbare besluiten wordt gepubliceerd 1. kennis te nemen van: a. de belangen van de Amsterdammer die centraal staan bij de uitrol van het stadwarmtenet:  betaalbaarheid (consumentenbescherming door Warmtewet);  betrouwbaarheid (hoge leveringszekerheid en klanttevredenheid);  duurzaamheid (CO2-uitstootreductie van 50-80%, en de mogelijkheid om nieuwe bronnen aan te sluiten, bijvoorbeeld geothermie); b. de bijgevoegde Potentiestudie van West Poort Warmte bv (WPW) “De realistische potentie van een stad zonder gas” d.d. 6 december 2012. Hierin is opgenomen:  het realistisch aantal mogelijke Amsterdamse aansluitingen op stadswarmte tot 2040;  een beoordeling van de geschiktheid van een stadswarmteaansluiting per individueel pand op basis van verschillende criteria: eigenaar (corporatie, particulier, VVE); typologie (laagbouw; hoogbouw); utiliteit (woning, industrie, kantoor, publieke voorziening, winkels) en ligging (binnen/buiten het warmtegebied); 2. kennis te nemen van het in de samenwerking met de partners op het gebied van de uitrol stadswarmte in Amsterdam, op basis van de Potentiestudie, voortaan uitgaan van een ambitie van 230.000 aangesloten woningequivalenten (weq) in 2040. Dit aantal is als volgt opgebouwd:  100.000 reeds door NUON en WPW gezamenlijk gecontracteerde aansluitingen tot en met 2025 (60.000 reeds bestaand, en 40.000 gecontracteerd);  een uitbreiding met 130.000 weq tot 2040 volgens de Potentiestudie, voornamelijk in de bestaande bouw.
  2. 2. Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Datum 4 september 2013 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 2 Deze nieuwe ambitie is een herijking van de schattingen in de “Energiestrategie 2040” en de “Structuurvisie 2040”; 3. kennis te nemen van de nieuwe aanpak bij de uitrol van stadswarmte, namelijk:  het accent wordt verlegd van nieuwbouw naar de bestaande bouw;  eigenaren en gebruikers zullen door verleiding moeten worden overtuigd;  stadswarmte zal stap voor stap, per gebied uitgerold worden op basis van een voor dat gebied geschikte aanpak. Elk nieuw gebied zal voorzien worden van een uitgewerkte business case. Elke business case zal vervolgens inclusief bijhorend dekkingsvoorstel ter besluitvorming worden voorgelegd, alvorens overgegaan kan worden tot een investering in stadswarmte in het betreffende gebied;  de gemeente zal niet rechtstreeks investeren in de groei van het warmtenet. De investeringen zullen worden gedaan vanuit de gemeentelijke deelneming AEB nv via 50% dochter Westpoort Warmte bv; 4. kennis te nemen van de vanuit de onder beslispunt 2 genoemde ambitie en de onder beslispunt 3 genoemde aanpak gegeven opdracht aan de Dienst Ruimtelijke Ordening (dRO) en het Afvalenergiebedrijf (AEB) om de volgende acties te ondernemen: a. gesprekken aan te gaan met warmte-aanbieders (NUON, WPW en mogelijke andere aanbieders), warmte-afnemers (eindgebruikers, gebouweigenaren, corporaties, ziekenhuizen etc.) en de gemeente (zowel als publieke partner en als klant en leverancier) over de wijze van inrichting (per gebied) van de stadswarmteketen met de volgende onderwerpen:  van het huidige gesloten netwerk naar meer openheid;  een verdere verduurzaming van de bronnen;  het aansluiten van de bestaande bouw;  meer (financieel) maatwerk voor de eindgebruiker;  meer transparantie in de business case;  gezamenlijke aanleg met andere infrastructuuraanbieders en wegbeheerders. b. daarbij de resultaten en ervaringen uit stadsdeel Noord en de wijk Amerbos in het bijzonder mee te nemen in de aanpak in andere gebieden in de stad; c. de resultaten en voortgang van deze acties eind 2013 te agenderen in het college van burgemeester en wethouders; 5. kennis te nemen van de taakverdeling binnen de gemeente: a. de verschuiving van taken van Waternet naar dRO en AEB. Waternet heeft de afgelopen twee jaar het beleid én de regie op het gebied van de uitrol van warmte- en koudetechnieken voor de stad uitgevoerd, en met incidenteel geld bekostigd. Deze publieke taken zullen voortaan worden gesplitst in een strategisch/beleidsmatig en een (beleids)uitvoerende deel. De aanleg en exploitatie van warmte was en blijft bij de private aanbieders. Bestuurlijk blijven de verantwoordelijkheden zoals deze nu zijn; b. de strategische, beleidsmatige taken op warmte en koude worden belegd bij dRO. Deze taken zijn: ontwikkeling beleid en strategie gericht op transitie naar duurzame warmte en koude: het maken van gebiedsgerichte warmte- en koudeplannen, bepaling en bewaking publieke uitgangspunten voor
  3. 3. Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Datum 4 september 2013 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 3 stadswarmte, lobby richting het Rijk en EU. Bij beleid voor het aansluiten van woningen (via bijvoorbeeld tarieven, subsidies en leningen) zal de dienst Wonen, Zorg en Samenleven (dWZS) worden betrokken; d. AEB krijgt als taak de regie op de uitrol van stadswarmte en mogelijke koude. Het gaat hierbij om het versnellen van het aansluiten op warmte van verschillende gebieden en doelgroepen (“organiseren stad”). Bijvoorbeeld: Noord en Nieuw-West, ziekenhuizen/universiteiten en gemeentelijke panden. Het verzelfstandigde AEB is de beoogde aandeelhouder van WPW. De business cases van WPW zullen ook aan de aandeelhouder van AEB nv (het college) worden voorgelegd. Wettelijke grondslag Artikel 169 Gemeentewet Bestuurlijke achtergrond De gemeente Amsterdam kent stadswarmte sinds begin jaren negentig ter verhoging van het energetische en financiële rendement van de Diemercentrale, op dat moment gebouwd door het toenmalige Gemeentelijke Energie Bedrijf. Uw Vergadering heeft op 22 december 2005 in een drietal moties gekozen voor een “stadswarmte, tenzij” beleid. Hiermee gaf uw Vergadering aan uit te gaan van stadswarmte in alle nieuwbouwprojecten, tenzij dat om locatie specifieke redenen niet mogelijk is. Uw Vergadering heeft voorts op 21 januari 2008 de aansluitplicht op stadswarmte in de bouwverordening opgenomen. Ons College heeft op 4 november 2008 de “schaalsprong stadswarmte” goedgekeurd en deze op 3 december 2008 aan de toenmalige commissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken en Waterbeheer (ROW) voorgelegd. De “Energiestrategie 2040” uit 2010 noemt een doelstelling van 200.000 woningequivalenten (weq) aangesloten op warmte, de “Structuurvisie 2040” uit 2011 gaat uit van een gezamenlijke doelstelling van stadswarmte en warmte-/koude-opslag (WKO) van 300 kton CO2 reductie, omgerekend circa 200.000 weq. Deze doelstellingen zijn op basis van extrapolatie vastgesteld. De nu voorliggende Potentiestudie van WPW uitgevoerd in samenwerking met NUON Warmte is de eerste studie die het groeipad en doelgroepen analyseert en bestaande bouw toevoegt. Uw Vergadering heeft de afgelopen jaren investeringsvoorstellen goedgekeurd voor de start van stadswarmtelevering door WPW in de volgende individuele gebieden: Parkstad (2006), stadsdeel Noord (juni 2007), Zeeburgereiland (januari 2010, herzien in 2012), en Houthavens (september 2012). Hiermee zijn in Amsterdam samen met de contracten van NUON Warmte in totaal 100.000 weq tot en met 2025 gecontracteerd. Uw Vergadering heeft tevens op 16 februari 2011 een motie aangenomen om stadsbreed warmte-/koudekaarten op te stellen. Dit zijn gebiedsgerichte plannen, waarbij de warmte- en koudevraag in beeld wordt gebracht, en de meest duurzame optie wordt gekozen. Gebiedsgerichte warmteplannen zullen hieraan vorm geven.
  4. 4. Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Datum 4 september 2013 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 4 De commissie voor Bouwen, Wonen en Klimaat c.a. (BWK) heeft deze voordracht op 28 augustus 2013 besproken. Onderbouwing besluit Inleiding: huidige situatie Stadswarmte bestaat uit een keten: bron, netwerk, consument. Verschillende bronnen leveren warmte aan het primaire net. Via een secundair net komt de warmte bij de klant. Deze gebruikt de warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater. De warmte kan op verschillende temperaturen worden aangeleverd afhankelijk van de binnen installatie. Het maken van warm water stelt eisen aan de hoogte van de geleverde temperatuur om problemen met volksgezondheid (legionella) te voorkomen. De stad Amsterdam heeft een warmtebehoefte van 600.000 woningequivalenten (één weq is de hoeveelheid warmte die één woning gebruikt). Deze zijn opgebouwd uit circa 400.000 woningen, en 200.000 weq overig (utiliteit/bedrijfspanden). Op dit moment is 60.000 weq aangesloten op stadswarmte, dat is dus 10% van de stad. Het aansluittempo bedraagt circa 3.000 weq per jaar. Amsterdam kent op dit moment twee stadswarmte-aanbieders:  NUON-Vattenfall in het oosten en zuiden van de stad. NUON bezit de bron (de gasgestookte Diemercentrale), het netwerk, en levert aan de consument. NUON heeft ongeveer 45.000 weq aangesloten.  West Poort Warmte (WPW) in het noorden en westen van de stad. WPW is de joint venture tussen de gemeente en NUON. De bron is AEB, het gemeentelijk Afval Energiebedrijf. WPW bezit het netwerk, en levert aan de consument. WPW heeft ongeveer 15.000 weq aangesloten. In de huidige constellatie bezit NUON iets minder dan 90% van het aantal aansluitingen, namelijk alle aansluitingen in Zuidoost, en de helft in West/Noord. De gemeente heeft iets meer dan 10% van het aantal aansluitingen (namelijk de helft van 15.000). Het gemeentelijk aandeel zal toenemen, omdat de huidige groei vooral plaats vindt in het WPW gebied. De rol van de gemeente met betrekking tot de uitrol van stadswarmte is op dit moment:  Behartiger van het publieke belang, onder andere via haar publiekrechtelijke instrumenten (beleid, regie en regelgeving).  Eigenaar van de duurzame bron (AEB) en deelnemer in de joint-venture in WPW. De gemeente investeert 50% risicodragend mee.  Eigenaar van cruciale kennis van de stad, onder andere op het gebied van planning, ruimtelijke ordening en besluitvorming. De CO2 reductie ten opzichte van een HR ketel op basis van warmte uit het AEB bedraagt ca. 80%, die van warmte uit de Diemercentrale 50%. De CO2 reductie per woning bedraagt daarmee gemiddeld ruwweg 1 ton per jaar. Amsterdam kent ongeveer 120 WKO (Warmte Koude Opslag) systemen (zie bijlage met kaart). WKO slaat in de zomer warmte op om dat in de winter te gebruiken, en vice versa voor koude. WKO’s zijn geconcentreerd in gebieden met grootschalige
  5. 5. Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Datum 4 september 2013 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 5 utiliteit, Amsterdam Zuidoost, Zuidas, Teleport en stadsdeel Centrum. WKO is de afgelopen jaren toegepast in de utiliteit. WKO is minder geschikt voor toepassing in de bestaande woningbouw. De benodigde temperaturen zijn te hoog en de warmtevraag in huishoudens is dominant. Cijfers zijn moeilijk te vergelijken, maar de gezamenlijke capaciteit van alle 120 WKO’s bedraagt ongeveer 5 à 10% van stadswarmte (ca. 4.000 weq). Plaatje1. Stadswarmte Amsterdam. Huidig aantal aansluitingen: 60.000 weq. Ad besluit 1a: Kennis nemen van de belangen van de Amsterdammer bij de uitrol van het stadwarmtenet Waarom stadswarmte? Uw Vergadering heeft in 2010 de Energiestrategie 2040 vastgesteld, met als doelstelling 40% minder CO2 uitstoot in 2025 ten opzichte van 1990. Warmte is een belangrijk onderdeel van de transitie, want het beslaat één derde van het totale energiegebruik in de stad. De doelstelling voor 2025 is op dit moment 100.000 weq en voor 2040 is een doelstelling van 200.000 weq genoemd op basis van de nieuwbouw. Verduurzaming van de warmte in Amsterdam bestaat uit twee componenten:  Isolatie: minder energieverbruik per gebouw door kierdichting, dubbelglas en spouwmuurisolatie enz. Verkrijgen van alle gewenste labelstappen via isolatie is kostbaar en er zal altijd toevoer van energie naar de individuele woning nodig zijn.  Duurzame opwekking en distributie. Het gaat daarbij om het vervangen van gas als warmtebron. Het uitfaseren van gas kan op verschillende manieren: het gebruik van restwarmte via warmtenetten en elektrische oplossingen. Het gebruik van restwarmte heeft daarbij in de bestaande bouw als duurzame techniek een grote voorsprong op elektrische oplossingen. Bestaande bouw kent een hoge warmtevraag. De techniek van restwarmte kan voorzien in deze vraag, elektrische oplossingen (de komende jaren nog) niet. In het geval van nieuwbouw, zal de keuze tussen een all-electric scenario of een
  6. 6. Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Datum 4 september 2013 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 6 combinatie warmten én elektriciteitnetten per nieuwbouwgebied moeten plaatsvinden. Bestaande contracten moeten hierbij worden gerespecteerd. Stadswarmte voldoet aan de drie basiscriteria van een warmtevoorziening in stedelijke gebieden:  Betaalbaar: De Tweede Kamer heeft begin 2013 de Warmtewet aangenomen, waarin het NMDA-principe (‘niet meer dan anders’) is vastgelegd. In het kort: een warmtewoning mag voor warmte niet duurder zijn dan een gaswoning. Bovendien is bepaald dat warmtebedrijven een maximaal rendement mogen halen. Het rendement wordt door een onafhankelijke toezichthouder vastgesteld. Hiermee is de bescherming van de consument tegen monopolies en hoge tarieven in de wet geregeld.  Betrouwbaar: Stadswarmte kent een hoge leveringszekerheid en de klanttevredenheid is hoog. Consumenten en corporaties benadrukken in klanttevredenheidsonderzoeken de leveringszekerheid, het ontbreken van het risico van koolmonoxidevergiftiging en de ontzorging als belangrijke voordelen van stadswarmte.  Duurzaam: De huidige stadswarmte leidt tot een CO2-uitstoot reductie van 50 tot 80% ten opzichte van de conventionele cv-ketel. Warmte is flexibel en toekomstvast. Alle mogelijke bronnen (restwarmte, geothermie, biogas, waterstofgas, zonne-energie) kunnen op het net worden aangesloten. Stadswarmte vervangt gas als dominante warmtevoorziening, want:  Het is zeer geschikt voor grootschalige uitrol in de bestaande bouw, omdat het in staat is de gevraagde hoge temperatuur te leveren. De binneninstallatie (radiatoren) hoeft over het algemeen slechts beperkt te worden aangepast.  Stadswarmte is in staat alle andere nieuwe duurzame bronnen te integreren. Voorbeelden hiervan zijn zonneboilers, geothermie, WKO (warmte koude opslag). Deze technieken zullen afzonderlijk niet de gewenste transitie van gas naar warmte kunnen realiseren, maar kunnen wel als (aanvullende) bronnen voor een stedelijk warmtenetwerk fungeren.  De aanleg van warmtenetten maakt Amsterdam minder afhankelijk van buitenlandse fossiele bronnen en geeft lokale invloed op de inzet van duurzame en lokale energiebronnen van en voor de stad.  Stedelijke bebouwing zal altijd verbonden zijn door netwerken. Daarnaast leveren collectieve oplossingen schaalvoordelen op, waardoor kostenbesparingen kunnen worden gerealiseerd. De vaak genoemde nadelen van warmte zijn:  Het monopolie van de aanbieder leidt tot hoge prijzen. Ter bescherming van de consument is de Warmtewet vastgesteld.  De verplichting om aan te sluiten bij nieuwbouw. Deze geldt alleen voor de nieuwbouw. Bij bestaande bouw geldt vrijwilligheid via verleiding. Dit zal ook de insteek zijn voor de acties ten behoeve van de bestaande bouw.  De collectiviteit beperkt de keuze voor een individuele oplossing. Echter: de collectieve oplossing leidt tot een betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam systeem voor iedereen. Bovendien is de keuzevrijheid bij alternatieve infrastructuur (bijv. gas-infra) ook afwezig.
  7. 7. Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Datum 4 september 2013 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 7 Ad besluit 1b: Kennis nemen van de bijgevoegde Potentiestudie van West Poort Warmte “De realistische potentie van een stad zonder gas” d.d. 6 december 2012 Uitkomsten potentiestudie Kopenhagen is voorbeeld van een “stad zonder gas”. De afgelopen 40 jaar is geheel Kopenhagen volledig op stadswarmte aangesloten en is het gas uitgefaseerd. Andere West Europese steden met een succesvol warmtebeleid zijn Hamburg, München, Berlijn, Stockholm en Milaan. Met deze voorbeelden in het achterhoofd hebben de gemeente en NUON gezamenlijk vanuit WPW in 2012 nieuw onderzoek gedaan naar het mogelijke aantal aansluitingen op warmte in de gehele stad. In deze potentiestudie “De realistische potentie van een stad zonder gas” (zie bijlage) is het mogelijke aantal aansluitingen berekend op 230.000 weq. Dit is ongeveer 40% van de bebouwing in gehele de stad (600.000 weq). Dit houdt dus in dat de komende 30 jaar 170.000 weq potentieel kunnen worden aangesloten. Dit betekent een verdubbeling van het aansluittempo tot circa 6.000 weq per jaar. Dit is nieuwbouw én bestaande bouw. Tot dusver lag de focus vooral op de nieuwbouw. De potentie is sterk gekoppeld aan kenmerken van gebieden. De toegankelijkheid voor het primaire net bepaalt in grote mate de haalbaarheid. In gebieden na 1950 gebouwd, is er meer ruimte in de openbare ondergrond. De straten zijn breder en de hoeveelheid aanwezige infrastructuur per m2 is lager. Een tracé voor stadwarmte is hier gemakkelijker te realiseren. Momenteel ligt stadswarmte in Amsterdam alleen in wijken van na 1950. In deze gebieden kan van de aanwezige 350.000 weq 230.000 weq aangesloten worden. Naast de gebiedskeuze wordt de potentie verder bepaald door de technische mogelijkheden om warmteaansluitingen in een pand te realiseren (bijv. grondgebonden laagbouw en galerijflats), en de organisatiegraad van de gebouweigenaren (bijv. corporaties of VVE’s). Portiekwoningen of rijtjeswoningen met individuele eigenaren zijn technisch of organisatorisch moeilijk aan te sluiten. Plaatje 2: warmtepotentie Amsterdam 2040
  8. 8. Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Datum 4 september 2013 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 8 Ad besluit 2: Kennis nemen van het in de samenwerking met de partners op het gebied van de uitrol stadswarmte in Amsterdam, op basis van de Potentiestudie, voortaan uitgaan van een ambitie van 230.000 aangesloten woningequivalenten (weq) in 2040 De potentie van ruim 230.000 is als volgt verdeeld: aangesloten (60.000), utiliteit (66.000) en nieuwbouw (49.000) en in bepaalde gedeelten van de bestaande woningvoorraad op natuurlijke momenten van renovatie/ketelvervanging (42.000). De overige 17.000 zullen in nieuwe warmtegebieden in de nabijheid van het stadsdelen met een bestaand netwerk of door hun omvang als nieuwe kralen moeten worden ontwikkeld. Het gaat hierbij onder andere om de kantoren van de Wibautas tot aan het Waterlooplein. Derhalve wordt ook de bestaande bouw nadrukkelijk betrokken bij de invulling van de ambitie. Het gebied van het stadsdeel Centrum en net daarbuiten zijn interessant. De aanwezige historische panden hebben een hoge warmtevraag. Het is echter (nog) niet realistisch om in de ondergrond van die gebieden rendabel warmteleidingen te leggen. Er wordt gewerkt aan technische innovaties om portiekwoningen (ruim 100.000 weq) toch mogelijk te maken. Als dat mogelijk wordt, dan kunnen nieuwe gebieden worden ontsloten. De potentie wordt dan groter dan 300.000 weq. In de gebieden waar de aanleg van warmtenetten nog niet realistisch is, zal de nadruk komen te liggen op energiebesparing en op individuele of kleinschalige oplossingen. Verdubbeling aansluittempo van 3.000 naar 6.000 weq, Met een ambitie van 230.000 weq in 2040 zal het aansluittempo de komende jaren moeten verdubbelen van 3.000 naar 6.000 weq. Als dat lukt, dan zal de doelstelling voor 2025 worden overtroffen. Het maximaal te investeren bedrag over de gehele keten per weq is volgens opgave van NUON/WPW ruwweg € 5.000. De opbrengsten en dus het investeringsbedrag worden begrensd door de eisen van de Warmtewet. Verlagen van de (aanleg)kosten is dus erg belangrijk voor het verhogen van het aansluittempo en het potentieel. De verdubbeling van het aansluittempo naar 6.000 weq verhoogt de investeringen door de warmteaanbieders met ca. 15 miljoen euro per jaar. Deze investeringen moeten vervolgens worden terugverdiend met de eenmalige aansluitbijdrage, de jaarlijkse inkomsten uit vastrecht en de geleverde GJ’s. De hoogte van de eventuele benodigde financiering voor projecten is nu nog niet vast te stellen. De wijze waarop eventuele gemeentelijke financiering van WPW wordt geregeld is ook nog niet vastgesteld. Bij de verzelfstandiging van het AEB is afgesproken dat nieuwe projecten in principe extern gefinancierd worden. Dit onderwerp wordt momenteel met de partners zoals NUON besproken. Ad besluit 3: Kennis nemen van de nieuwe aanpak bij de uitrol van stadswarmte Op basis van kengetallen is het mogelijk geweest een theoretische potentiestudie te doen. Het werken met een ambitie, zoals geformuleerd in besluit 2, zet daarbij een duidelijk stip op de horizon.
  9. 9. Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Datum 4 september 2013 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 9 Het berekenen van een business case voor de gehele stad is echter niet mogelijk. Er zijn teveel onbekende, afwijkende variabelen per gebied, zoals de (on)zekerheid van aansluiting, het tijdstip van aansluiting, en de aard van het inpandige leidingwerk enz.. Daarom zullen investeringen per project, stap voor stap, worden verkend en in geval van een goede businesscase als investeringsvoorstel worden voorgelegd ter besluitvorming. De huidige voorstellen hebben nog geen directe financiële consequenties. Het uitvoeren van de ambitie zal echter leiden tot omvangrijke investeringen in de stad. Met de ruwe opgave van NUON/WPW zoals hierboven genoemd, kom je op een totale investering van circa € 5.000 x 170.000 weq = € 850 miljoen tot 2040. Deze investeringen zullen financiering vergen. De hoogte van de financiering hangt af van de omvang en de snelheid van aansluiten en zal per project vastgesteld worden. De gemeente investeert niet rechtstreeks in de groei van het warmtenet. Bij de verzelfstandiging van het AEB is afgesproken dat aanvullende investeringen in warmte door Westpoort Warmte BV in principe extern gefinancierd worden. Voor de ambitie betekent dit dat NUON 100% in het eigen gebied financiert en in het WPW- gebied de financiering door AEB NV en NUON gedeeld wordt. Ad besluit 4: Kennis nemen van de vanuit de onder beslispunt 2 genoemde ambitie en de onder beslispunt 3 genoemde aanpak aan dRO en AEB gegeven opdracht om de volgende acties te ondernemen Ad besluit 4a: Gesprekken (per gebied) aan te gaan met warmte-aanbieders (NUON, WPW en mogelijke andere aanbieders), warmte-afnemers (eindgebruikers, gebouweigenaren, corporaties, ziekenhuizen etc.) en de gemeente (zowel als publieke partner en als klant en leverancier) over de wijze van inrichting van de stadswarmteketen Rol gemeente Het aanleggen van warmtenetten vergt per stap, per gebied, tussen de verschillende partijen overeenstemming vooraf over het doel en de bereidheid tot samenwerking om het doel te bereiken. De eigenaren en gebruikers zullen uiteindelijk de afweging maken in de keuzes voor gas of warmte in de bestaande bouw. De gemeente zal de keuzes proberen te beïnvloeden om de CO2-uitstootreductie over de gehele stad in de afweging van euro per ton CO2 zo gunstig mogelijk te laten zijn. De gemeente gaat met alle partijen gesprekken aan om de ambitie te realiseren en dit per gebied nader te vertalen. Onderstaand volgt een korte beschrijving van de partners en onderwerpen: Warmte-afnemer: verleiden per doelgroep Momenteel zijn er 60.000 weq aangesloten, gelijk verdeeld tussen klein- en grootverbruikers, en gericht op nieuwbouw. Het beeld in de toekomst zal veel meer divers worden, omdat de bestaande bouw veel verschillende soorten gebruikers en eigenaren heeft. De warmte-aanbieder zal iedere doelgroep een op maat gesneden aanbieding moeten doen. De basis van de netten is gelegd met behulp van publiekrechtelijke instrumenten in de nieuwbouw. Voor bestaande bouw zijn de
  10. 10. Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Datum 4 september 2013 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 10 publiekrechtelijke instrumenten minder direct en is verleiding noodzakelijk. Hiervoor is nauwe samenwerking met gebouweigenaren en eindgebruikers noodzakelijk. Huurders hebben instemmingsrecht bij beslissingen over hun gehuurde woningen. Maatschappelijke kostenvoordelen over de hele keten moeten in beeld worden gebracht, en aan partijen worden toegedeeld. Zodat een win-win-win situatie ontstaat. Deze aanpak zal per gebied in gezamenlijkheid met de aanbieder en afnemers door de gemeente worden georganiseerd en ondersteund door publiekrechtelijke maatregelen. In het begin zal dat veel tijd kosten om alle zaken uit te zoeken en af te spreken, bij succes zal de aanpak sneller kunnen verlopen. Warmte-aanbieder: gesprekken over samenwerking NUON-Vattenfall is de samenwerkingspartner van de gemeente in de joint venture WPW. De samenwerking tussen de gemeente en NUON werkt goed sinds 1999. Er is op korte termijn geen reden de samenwerking te veranderen. Wel zal de gemeente tactische (financieel, technisch) kennis versterken, zodat de ambitie met meer inzicht concrete business cases kan worden doorgezet. De gemeente maakt met het voorliggende besluit haar inhoudelijke ambitie voor de toekomst duidelijk. NUON en WPW hebben deze ambitie nog niet formeel vastgesteld en/of vertaald in organisatorische veranderingen. Het is een gegeven dat NUON een heel belangrijke partner is door de huidige eigendomsverhoudingen van het net. Er is in mei 2013 de Memorandum of Understanding met NUON ondertekend om te komen tot een partnership: niet alleen op warmte, maar op meerdere gebieden van duurzame energie en energiebesparing. De samenwerking zal dus in de toekomst niet per se hetzelfde blijven. De strategische positie van partijen kan veranderen. Het AEB verzelfstandigt in 2013, waardoor de positie van 50%-dochter WPW zal veranderen. De gemeente draagt haar aandeelhouderschap over aan de NV AEB. Via het aandeelhouderschap van de gemeente van 100% aandelen NV AEB blijft de gemeente indirect invloed hebben op WPW. De business cases zullen ook aan ons College worden voorgelegd. In het verleden zijn ook alternatieve modellen onderzocht naast de partner NUON. De gemeente blijft met NUON in gesprek over het realiseren van de ambitie, en staat open voor gesprekken met andere partijen over alternatieve modellen. Huidige keten is gesloten In Amsterdam is de huidige keten gesloten en in één hand. NUON en WPW zijn eigenaar van de bron en het netwerk en leveren aan de consument. In de nieuwbouw is de binnenhuis installatie in eigendom van NUON/WPW. Tevens verzorgt NUON/WPW de facturering. In stadswarmtegebieden sluiten de drie partijen tripartite contracten met elkaar:  De warmte-aanbieder, WPW en/of NUON.  De consument: vastgoed eigenaar, de corporaties of ontwikkelaar.  De gemeente. WPW/NUON maakt een aantal commerciële afspraken met de consument (vastgoedeigenaar, corporatie) over de aansluitbijdrage, warmte-prijs, en het vastrecht. De Warmtewet beschermt hierbij de consument. De gemeente legt zich
  11. 11. Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Datum 4 september 2013 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 11 vast richting beide partijen om een aantal publiekrechtelijke taken uit te voeren, zoals de aansluitplicht, erfpachtvoorwaarden, precario enz. De contracten tussen twee partijen vormen de bijlagen voor de derde partij. De huidige werkwijze is geschikt voor het aansluiten van nieuwbouw. Voor het grootschalig aansluiten van de bestaande bouw blijkt deze werkwijze minder geschikt. De bestaande bouw is complexer want er zijn meer betrokkenen en belangen. Bovendien is de fasering/planning minder dwingend dan bij nieuwbouw. De wijze waarop de tripartite afspraken moeten worden opgesteld, zal dus worden herzien. Toekomst bronnen: toevoeging decentraal en duurzaam Momenteel zijn er twee dominante bronnen: het AEB en de Diemercentrale. Daarnaast zijn er ook nog twee kleinere bronnen, de Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) West en Orgaworld, een verwerkingsbedrijf van organische reststromen. In de toekomst zal het net opener worden, omdat er nieuwe, decentrale bronnen van derden op het systeem zullen worden aangesloten. Dit betekent dat er afspraken moeten komen tussen de netwerkbeheerder en de broneigenaren. Voorbeelden van potentiële bronnen zijn:  Ziekenhuizen. Ziekenhuizen hebben veelal eigen energievoorzieningen, die aan het netwerk kunnen worden gekoppeld. De eigen ketel of WKK (warmtekrachtkoppeling) kan worden vervangen door een warmtewisselaar van het stedelijk net. Het is mogelijk van het net af te nemen, én aan het net te leveren. Een aantal ziekenhuizen is al op het net aangesloten, bij anderen zijn gesprekken gaande. De kans op realisering is groot: ziekenhuizen hebben een grote warmtevraag en -aanbod; de meesten liggen in de buurt van het stedelijk warmtenet, en de binnen installaties hoeven niet te worden aangepast;  Geothermie. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar de mogelijkheden om geothermie bronnen aan te sluiten. Hieruit blijkt dat geothermie momenteel nog te duur en niet rendabel is. Als partijen desondanks geïnteresseerd zijn om te investeren en warmte te leveren tegen een concurrerende prijs (bijvoorbeeld met behulp van SDE-subsidies), dan moet het net op basis van duurzaamheidscriteria worden opengesteld. Geothermie komt ook in beeld als één van de centrales (AEB, Diemercentrale) uit bedrijf wordt genomen en/of te weinig capaciteit heeft.  Biomassacentrale. Er zijn verschillende initiatieven om biomassacentrales in de regio te vestigen. De combinatie van warmte- en elektriciteitslevering maakt de business case aantrekkelijker.  WKO, warmte koude opslag. Het is mogelijk WKO’s aan het warmte- (en koude-) net te koppelen, waardoor warmte kan worden geleverd of afgenomen. Dit is in Amsterdam nog niet gebruikelijk, maar zal in de toekomst meer gebeuren.  Het aansluiten van nieuwe bronnen is belangrijk voor de toekomst, maar heeft op korte termijn minder prioriteit dan de groei van het netwerk. Er is de komende jaren nog voldoende warmte beschikbaar bij het AEB en de elektriciteitscentrales. Bovendien is de extra CO2 reductie beperkt, omdat het AEB al een erg duurzame bron is. Wel moeten de verschillende opties en consequenties op en voor de langere termijn worden verkend. Toekomst netwerk: groei en nieuwe modellen Momenteel ligt het netwerk in Oost, Zuid, en Nieuw West. De koppeling tussen stadsdeel Noord en het AEB is gepland in 2015. De kosten per aansluiting dalen als:
  12. 12. Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Datum 4 september 2013 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 12  Het aantal aansluitingen groeit. Hiervoor is het van belang dat de overheid partijen bij elkaar brengt, en schaalgrootte organiseert. Per gebied moet een inventarisatie worden gemaakt van de mogelijkheden om de bestaande bouw op warmte aan te sluiten. De overheid is verantwoordelijk voor goede informatievoorziening tussen alle partijen en moet ook de belangen van de gebruikers in de gaten houden. Er is geen standaard voor de minimale schaalgrootte van een warmtegebied. Gedacht moet worden aan een omvang van 2.000 tot 3.000 weq. In een gebied moeten bij voorkeur de gehele bestaande bouw op warmte worden aangesloten, ook de moeilijke panden. Er mag geen sprake van ‘cherry picking’ zijn. Anders moet het gasnet in stand blijven voor een enkele warmteaansluiting. Dat verhoogt de maatschappelijke kosten. Hierbij zal ook het wel of niet koken op aardgas betrokken worden.  Vooraf zekerheid gegeven kan worden over het aantal aansluitingen. Hoe zekerder het aantal aansluitingen voor de aanleg is, hoe optimaler het net kan worden vormgegeven. Het gaat dan om: capaciteit en ligging van de leidingen, aantal piek- en back up voorzieningen enz. Bovendien wordt het investeringsrisico lager, en kan er goedkoper worden aangeboden. Nieuwe netwerkmodellen De aanleg van een primaire leiding is in de huidige eigendomsverhouding van de netten een exclusieve zaak van NUON of WPW, omdat er in een gebied maar ruimte voor één leiding is. Maar de gemeente zal wel de vrijheid moeten behouden om in de toekomst andere keuzes te maken. Bij het primaire net kan gedacht worden aan de koppeling tussen de verschillende warmtegebieden. Bij het secundaire net worden modellen ontwikkeld, waarin NUON/WPW tot aan de gevel levert, en de binnenhuisinstallatie door de eigenaar of een derde partij wordt beheerd. De facturering kan de verantwoordelijkheid worden van een derde partij, maar kan ook door NUON/WPW worden gedaan. De verschillende taken in de warmteketen kunnen dan door verschillende partijen worden uitgevoerd. Nieuwe partijen zorgen voor meer openheid op het net en wellicht tot efficiency en kostprijsverlaging. Ad besluit 4b: De resultaten en ervaringen uit stadsdeel Noord en de wijk Amerbos in stadsdeel Noord mee te nemen in andere gebieden in de stad; Partijen in stadsdeel Noord (stadsdeel, corporaties, WPW) hebben in januari 2008 een contract getekend voor de aanleg van stadswarmte op basis van nieuwbouw. Er is een aansluitplicht voor nieuwbouw, maar er is een vrije ruimte van circa 15% van het bouwvolume voor andere technieken. Deze “vrijheidsgraden” konden worden toegevoegd, vanwege het grote bouwvolume en de mogelijkheid om bestaande bouw aan te sluiten. Er wordt door de bouwers overigens weinig gebruik gemaakt van de “vrijheidsgraden”. De primaire leiding moet worden aangelegd bij de aansluiting van 4.000 weq. De planning is hiervoor is aanleg in 2014, en warmtelevering in oktober 2015. Het aantal benodigde aansluitingen zal volgens planning zeker worden gehaald en bestaan uit 4.000 weq nieuwbouwwoningen, 2.000 weq zorginstellingen en WKK (warmtekrachtkoppeling), en een nog onbekend aantal aansluitingen in de bestaande bouw.
  13. 13. Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Datum 4 september 2013 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 13 De bestaande bouw in stadsdeel Noord biedt grote mogelijkheden. Het stadsdeel heeft daarom besloten tot een systematische aanpak. Er is een bestuurlijke kopgroep ingesteld met directieleden van alle betrokken partijen. Dat zijn: het stadsdeel, de corporaties, WPW, de huurdersvereniging. De kopgroep heeft twee opdrachten uitgezet:  Een theoretisch onderzoek naar de aansluiting van geheel stadsdeel Noord op stadswarmte, en volledige uitfasering van het gasnet. WPW maakt een berekening van de kosten die moeten worden gemaakt om bij al het vastgoed met een ‘leiding voor de deur te liggen’. Vastgoed eigenaren brengen zoveel mogelijk vastgoed in. Het centrale idee is dat schaalgrootte en zekerheid kosten drukt, en voor alle partijen gunstig is. Onderzoek geeft beeld van mogelijke volgorde van aansluiting van gebieden.  Een business case voor Amerbos. Amerbos is een wijk van circa 3.000 woningen in st in stadsdeel Noord, met veel hoogbouw, enig laagbouw, en wat utiliteit. Er is klein warmtenet en een gasnet. In de business case wordt onderzocht wat kosten en opbrengsten zijn bij volledige aansluiting op het warmtenet, en uitfasering van het gasnet. Als alle partijen mee doen kunnen de kosten worden gedrukt. WPW wil deze zomer een eerste inzicht in de aanbieding kunnen geven. Daarnaast wordt gesproken over concrete invulling van de aanpassing van warmteketen. Zo is het mogelijk dat WPW niet, zoals nu gebruikelijk, verantwoordelijk is voor het netwerk van bron tot en met de individuele meter van de consument. In de toekomst is het denkbaar dat WPW tot aan de gevel levert, en dat de gebouweigenaar verantwoordelijk is voor de warmtelevering binnen het gebouw, van de collectieve warmtewisselaar tot de individuele meter bij de consument. De theoretische en praktische onderzoeken in stadsdeel Noord zullen verder inzicht geven in de uitrol van stadswarmte in Amsterdam. Hierbij zullen ook waar mogelijk combinaties met andere aanleg van infrastructuur zoals riolering, elektra en de aanpak openbare ruimte in een transformatieagenda worden meegenomen. Deze combinaties zouden voor de verschillende partijen tot kostenvoordelen moeten leiden. Ad besluit 5: Kennis nemen van de taakverdeling binnen de gemeente Geen verdere toelichting. Financiële paragraaf Toelichting In dit stadium niet van toepassing. Er wordt op dit moment aan de voorbereidingen voor de acties gewerkt. Hierin zullen de kosten worden geraamd voor:  De ambtelijke inzet voor het realiseren van de ambitie.  Investeringen in extra aansluitingen voortvloeiend uit de op te stellen business cases per project. Onderdeel van de nog op te stellen business case is de uitwerking van de dekkings- en financieringsaspecten. Besluitvorming hierover zal worden voorbereid.  Aangaande besluit 5 geldt dat voor de invulling van de publieke taken door DRO voor het realiseren van warmte. er nog geen dekking beschikbaar is. Derhalve zal ons College bij de begrotingsbehandeling 2014 hiervoor een aanvraag doen.
  14. 14. Jaar 2013 Afdeling 1 Nummer 663 Datum 4 september 2013 Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Voordracht voor de raadsvergadering van 2 oktober 2013 R 14 Geheimhouding n.v.t. Stukken Meegestuurd 1. Potentiestudie ‘De realistische potentie van een stad zonder gas’ (WPW) d.d. 6 december 2012 2. Kaart warmtenetten en WKO d.d. 22 mei 2012 Ter inzage gelegd n.v.t. Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres) Waternet, R. Kemmeren, tel. 06-52574181, rob.kemmeren@waternet.nl en Waternet/WPW, J. van Zanten, tel. 06-52581095, jannis.van.zanten@waternet.nl Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam A.H.P. van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester

×