Kingdom of Nirvoas - afl. 3.8

367 views

Published on

Published in: Travel
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
367
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
20
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Kingdom of Nirvoas - afl. 3.8

  1. 1. Kingdom of Nirvoas
  2. 2. O O Armen – familie Brands Generaties: (1.) / (2.) / (3.) David x Grietje
  3. 3. Uitgeput en vernederd kwam Grietje ’s morgens vroeg weer thuis. Met tegenzin beklom ze de ladder naar het koude zoldertje, waar haar man lag te slapen. Ze voelde zich vies door alle opmerkingen van de mannen in de kroeg. Sommigen waren zelfs zo brutaal dat ze haar bij zich op schoot trokken, en haar lichaam betastten.
  4. 4. Rillend van de kou en de afschuw warmde Grietje een paar emmers water op boven een vuurtje. Toen kiepte ze ze in de houten tobbe en liet zich met een zucht in het water zakken. Dat voelde goed! Het werken in de kroeg was vreselijk, maar ze moest wel. Van haar man.
  5. 5. Nooit durfde ze in opstand te komen tegen David. Ach, ze was met hem getrouwd, ze moest hem gehoorzamen. Het lag ook niet in haar karakter om kwaad te worden of om voor zichzelf op te komen. Meestal zweeg ze. ‘ Griet, ik ben ontslagen.’ zei David op een middag. Met een verwilderde blik in zijn ogen kwam hij de kamer in.
  6. 6. ‘ En dat is allemaal jouw schuld!’ brulde hij ineens. Hij trok haar hardhandig naar zich toe. ‘Waar moeten we nou het geld vandaan halen? Als jij niet zo verdomd lelijk was, verdiende je wel meer in die kroeg! Maar nee, mevrouw luistert nooit naar de wensen van de klanten. Laat ze toch hun gang gaan, mens! Dan krijg je fooi!’
  7. 7. Grietje sloeg haar ogen neer. Wilde David nou dat ze niet protesteerde als één of andere vieze boer haar op schoot trok? Dat ze het toe liet als hij in haar borsten of billen kneep? Dat ze… méér toe liet? ‘ Doe toch niet altijd zo moeilijk. Je gaat ook met mij naar bed. En in die kroeg verdien je er nog geld mee ook!’ brulde David verder in haar gezicht.
  8. 8. Grietje had het er moeilijk mee, maar ze gehoorzaamde zoals altijd. Op een koude wintermorgen kreeg ze echter de schrik van haar leven: David kwam binnen, zijn kleding gescheurd en zijn gezicht vol met bloed. Hij keek nog woester dan anders. Toch riep hij vrij opgewekt: ‘ Ha, lekkere Griet van me!’
  9. 9. Stomverbaasd keek Grietje naar haar man. Wat had hij de afgelopen nacht uitgespookt? ‘ Zo, kom eens hier jij…’ hijgde David in haar oor toen hij haar tegen zich aan drukte. ‘ D-David!’ stamelde Grietje. Voor het eerst durfde ze zich los te rukken uit zijn omhelzing.
  10. 10. ‘ Wat is er gebeurd?’ vroeg Grietje met haar toonloze stem. Een haast dierlijke grom klonk uit Davids keel en hij balde zijn vuisten. ‘ Waarom…’ begon hij met opeengeklemde kaken. ‘Waarom moet jij altijd alles weten! Godverdomme Griet, hou toch eens een keer je bek!’
  11. 11. Grietje opende haar mond om iets te zeggen, maar sloot hem weer. Zwijgend stond ze tegenover hem, uiterlijk zonder enige emotie. ‘ Luister, ik werk me hier de pleuris om nog wat te kunnen vreten, en jij zeikt alleen maar! Weet je wel hoe moeilijk het is om wat werk te vinden, elke dag weer?’ schreeuwde David. Ineens haalde hij een leren buideltje uit de zak van zijn broek. Zonder nog iets te zeggen smeet hij het op tafel.
  12. 12. ‘ En voor je weer gaat zeiken over hoe ik aan dat geld kom…’ zei hij dreigend. ‘Dat gaat jou…helemaal…niks aan!’ Bij de laatste woorden was Davids gezicht zo dicht bij dat van Grietje, dat ze de scherpe geur van bloed kon ruiken. Ook kon ze zien dat David niet gewond was aan zijn gezicht – het waren bloedspetters, afkomstig van…iemand anders, waarschijnlijk.
  13. 13. Voorzichtig pakte ze het buideltje op. Het was zwaar, en toen ze de touwtjes lostrok en de inhoud op tafel gooide, stokte haar adem in haar keel. Tientallen goudstukken rinkelden op het houten tafelblad. Hoe was David daar in godsnaam aan gekomen? Had het iets te maken met het bloed op zijn gezicht en zijn gescheurde kleren? Had hij gevochten, en het geld gestolen van zijn slachtoffer? Of was er meer gebeurd?
  14. 14. Ze vroeg er niets meer over, en de weken gingen weer voorbij in honger en ruzie. Grietje vertrok iedere nacht naar de kroeg waar ze van David moest werken – en het wende. Langzaam begon ze te leren om de dubbelzinnige opmerkingen te negeren. Ook leerde ze om haar verstand op nul te zetten als een klant haar een flinke fooi aanbood, in ruil voor haar lichaam. Grietjes harde leven maakte haar nog zwijgzamer dan ze altijd al was.
  15. 15. ‘ Griet! Wat lig je nou godverdomme te slapen!’ De harde woorden van David wekten Grietje uit haar slaap. Ze had nauwelijks een paar uurtjes gelegen – dat wist hij, maar hij hield nooit rekening met haar. ‘ Ik heb honger, mens. Maak eens wat te vreten voor me.’ Duizelig van de slaap kwam Grietje overeind. Ze balde haar vuisten, maar gehoorzaamde.
  16. 16. ‘ En dan nog wat!’ zei David luid toen hij met veel gesmak en geslobber zijn havermoutpap op had. ‘Ik wil een zoon, Griet. Het duurt me nou al veel te lang. Ik moet kinderen hebben, Griet, die geld kunnen verdienen. Een zoon, een erfgenaam! Wat mankeert jou, waarom krijg je geen kind?’ Grietje wilde iets antwoorden, maar alles was leeg in haar hoofd. Ze kon geen woorden verzinnen om te zeggen. Daarom zei ze maar niks.
  17. 17. Steeds vaker voelde Grietje zich moe en zwak. Als ze na een lange nacht thuis kwam, moest ze nog aan het werk in het huishouden. Meubels poetsen, vloeren schrobben, kleding wassen, eten maken. ’s Ochtends was ze vaak misselijk, zo erg zelfs dat ze niets kon eten zonder het er weer uit te gooien. David vloekte op haar, en schold haar uit als ze stopte met boenen door de pijn in haar lichaam.
  18. 18. ‘ Dat gedoe met jou.’ bromde David. Hij zat aan tafel op zijn eten te wachten. Om de tien tellen vroeg hij of het al klaar was, maar Grietje voelde zich zo slecht dat ze alles liet aanbranden. ‘ Wat mankeert jou?’ riep David uit, een wanhopige blik in zijn ogen. ‘Ben je ziek of zo? Of ben je gewoon lui? Ha, ja, dat zal het zijn. Jezus Christus, schiet eens op!’
  19. 19. Na het eten kroop Grietje even in bed, om nog wat te rusten voor ze weer naar de kroeg moest. David dacht daar blijkbaar anders over. ‘ Zo, lekker ding. Ik ga weer eens lekker aan de slag. Waar blijft mijn zoon?’ Zijn ruwe handen gleden over haar lichaam. Grietje staarde emotieloos in het donker. ‘ Je hoeft niet meer aan de slag. Ik ben al zwanger.’ Even bleef het stil. ‘ O. Eindelijk. Als het maar een zoon is.’

×