Kingdom of Nirvoas - afl. 1.6

681 views

Published on

Published in: News & Politics, Business
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
681
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
22
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Kingdom of Nirvoas - afl. 1.6

  1. 1. Kingdom of Nirvoas Armen – familie Brands <ul><li>Generaties: </li></ul><ul><li>/ </li></ul><ul><li>Pieter x Anna-Sophia </li></ul><ul><li>Cornelia </li></ul>
  2. 2. Cornelia opende slaperig haar ogen. Terwijl ze haar versleten jurk over haar hoofd trok, viel haar blik op het werk wat op de ezel stond. Haar moeder was bezig met een zelfportret. Cornelia was jaloers – zij wilde ook schilderen!
  3. 3. Die ochtend speelde Cornelia met haar neefje Jacob in de dorpskerk, tot het tijd was om naar school te gaan. Jacobs grote broer David kwam de twee halen, met een kortaf knikje. Allemaal hadden ze honger, en was er armoede. Sommigen werden daar ongelukkig van, maar Cornelia bleef altijd vrolijk.
  4. 4. Cornelia’s vader, Pieter, zat op een krukje voor de haard. Zijn blik gleed over de blauw-witte tegeltjes met engeltjes, ridders en schepen erop. Pieter dacht aan zijn familie. Ooit hadden zijn ouders zes kinderen gehad; drie meisjes en drie jongens. Nu waren alleen de drie jongens nog over.
  5. 5. Als eerste was zijn zusje Mariken gestorven. Ze woonden toen nog in de boerderij. Op een avond brak er een vreselijke brand uit. Pieter had er alles aan gedaan om iedereen in veiligheid te brengen… Maar voor Mariken was het te laat.
  6. 6. Pieter was zelf ook door de vlammen gegrepen, maar hij overleefde het wonder boven wonder. Een paar oude brandwonden op zijn benen herinnerden nog steeds aan die ramp.
  7. 7. Even moet Pieter iets wegslikken. Hij bijt zijn kaken op elkaar en staart in de vlammen van de haard. Buiten raast een sneeuwstorm om het huis. Pieter denkt aan zijn andere zusjes.
  8. 8. Lisbeth werd vaak Vlinder genoemd, een bijnaam die ze in haar kinderjaren gekregen had. Als jong meisje ging ze in dienst bij de koning. Ze was erg nerveus, maar het ging goed. Tot ze ineens van de aardbodem verdween – niemand van haar familie wist wat er met haar gebeurd was…
  9. 9. Tot diep in de nacht was Pieter met zijn kleine broertje Thomas op zoek gegaan. Ze hadden de hele omgeving uitgekamd, maar nergens was een spoor van hun zus te vinden. Aan de koning konden ze geen uitleg vragen, want ze werden al voor de deur weggejaagd door bewakers. Ze zouden nooit te weten komen dat Vlinder in een kerker was gegooid, en daar uiteindelijk stierf…
  10. 10. Tenslotte stierf ook de laatste zus; Johanna. Zij was nog niet zo lang geleden gestorven, en haar dood kwam voor iedereen als een schok. Niemand had het zien aankomen. Waarschijnlijk was haar tijd gewoon gekomen.
  11. 11. ‘ Schat? Zit je ergens mee?’ klonk de verlegen stem van Anna-Sophia. Pieter glimlachte zwakjes en trok haar in zijn armen. ‘ Ik dacht aan mijn zusjes.’ Anna-Sophia kuste hem zachtjes. Zonder woorden troostte ze haar man.
  12. 12. ‘ s Middags begon Anna-Sophia aan een nieuw doek. Haar dochtertje kwam opgewekt uit school. Ze had een vriendje mee naar huis genomen, en nu renden ze samen luid giechelend om Anna-Sophia heen. Eigenlijk zou ze hen weg moeten sturen, maar Anna-Sophia durfde niet. Ach, ze gingen vast zo wel weg.
  13. 13. Inderdaad vertrokken de twee kinderen na vijf minuten naar de woonkamer. Cornelia had sindskort haar eigen schildersezel, met alles erop en eraan. Trots liet ze alles aan haar vriendje Alex zien, die vol bewondering toe keek.
  14. 14. ‘ Weet je?’ riep het jongetje opeens. ‘Jij zou later kunstschilder moeten worden! Net als je moeder!’ Hij praatte luid en met wilde gebaren, waarbij zijn warrige felrode haar in zijn gezicht viel. ‘ Kunstschilder,’ herhaalde Cornelia dromerig.
  15. 15. ‘ Ja, maar Alex…’ begon Cornelia aarzelend. Toen zag ze zijn twinkelende ogen en zijn grappige lach. ‘Je hebt gelijk. Ik ga mijn best doen!’ ‘ Je krijgt vast allemaal opdrachten van rijke mensen, je weet wel, van de koning enzo!’ riep Alex meteen enthousiast. De twee lachten.
  16. 16. Anna-Sophia had hun enthousiasme gehoord, maar ze had er niets over laten merken tegen haar dochtertje. Die avond at ze een salade van oude restjes. Het vuur in de haard was gedoofd, om hout te sparen. Anna-Sophia hoopte maar dat Cornelia niet al te hoopvol zou zijn, anders zou ze nog wel pijnlijk teleurgesteld worden.
  17. 17. Het schildersbestaan was moeilijk, voor een man – maar zeker voor een vrouw. Zelf had ze zo nu en dan een opdracht, maar dat kwam omdat ze al haar hele leven moeite deed. Bovendien was ze opgegroeid bij Karel Hielkema, een schilder die ook aardig bekend was in Nirvoas. Zou Cornelia zelf een carrière op kunnen bouwen?
  18. 18. Anna-Sophia hielp haar dochter zoveel ze maar kon. Cornelia groeide op tot een mooie jonge vrouw, met nog steeds hetzelfde enthousiasme en vrolijkheid. Haar schilderijen waren aardig, maar niet bijzonder.
  19. 19. Iemand die haar nog steeds aanmoedigde was haar schoolvriend Alex Bokdam. Hij was volwassener geworden, maar zijn haar was nog altijd zo oranje als een bos wortelen en zijn lach was nog altijd even grappig. Cornelia vertelde hem over haar eerste poging bij een rijke dame. Ze was vol goede moed naar het huis gestapt, en had de dame gevraagd of zij een schilderij wilde kopen.
  20. 20. ‘ Een schilderij?’ imiteerde Cornelia de rijke dame. ‘Dit is geen kunst! Ik kan prima onderscheid maken tussen het werk van een waar kunstenaar, en het prutswerk van een boerenmeid.’ Alex schaterde van het lachen om Cornelia’s imitatie. Hij lachte zelfs zo erg, dat hij zijn armen om zijn buik sloeg en moeite moest doen om niet op de grond te vallen.
  21. 21. Alex veegde de lachtranen uit zijn ogen en kalmeerde weer wat. ‘ Nou ja, en toen sloeg ze de deur dicht.’ besloot Cornelia haar verhaal. De twee waren zo druk in gesprek, dat ze niet hoorden dat Pieter binnen kwam.
  22. 22. ‘ Cornelia, ik wil even iets met je bespreken.’ klonk Pieters stem. Cornelia schrok. Haar vader gebruikte die toon alleen als hij heel serieus en streng was. ‘ Je bent een eerlijke, fatsoenlijke vrouw, en bovendien ben je mijn dochter. Deze jongen komt hier vaak – té vaak, naar mijn mening.’
  23. 23. ‘ Jongen?’ herhaalde Cornelia. ‘O, Alex! Maar pa, hij…’ ‘ Ik heb liever dat je niet meer met hem omgaat. Ik wil hem hier niet meer zien, niet in mijn huis. Straks komen er praatjes over je, en ik wil niet dat er over jou gekletst wordt.’ Cornelia keek haar vader met grote ogen aan.
  24. 24. Toen Cornelia van haar verbazing was bekomen, draaide ze zich om. Ze zag Alex nergens meer, en ging naar buiten. Uiteindelijk vond ze hem in het kleine kerkje aan het eind van de straat. ‘ Het spijt me van daarnet.’ begon ze onzeker. ‘Mijn vader, hij…’ Ze zuchtte en keek naar de grond.
  25. 25. ‘ Je vader is bezorgd, en dat begrijp ik heel goed, Cornelia. Hij wil niet dat je iets overkomt. Jongens zijn niet altijd te vertrouwen.’ Zelfs nu hij serieus was, gebaarde Alex hartstochtelijk met zijn handen. ‘ Maar ik vertrouw jou wel, ik ken je al zo lang.’ zei Cornelia zacht.
  26. 26. ‘ Dat weet ik. Maar ik moet je vader gehoorzamen. Ik wil geen problemen maken.’ zei Alex. ‘ En we zijn gewoon vrienden, toch?’ voegde hij eraan toe. Even beet Cornelia op haar lip. Waarom voelde ze zich ineens zo verward? ‘ J-ja,’ stamelde ze toen. ‘Gewoon vrienden, natuurlijk!’
  27. 27. Ze namen afscheid en Cornelia bleef nog lang stil zitten toen Alex weg was. Toen stond ze op en rende naar het huis van haar nichtje en hartsvriendin, Nelleke. ‘ Noodgeval!’ riep ze, en even later waren ze druk in gesprek. ‘ Dus…als ik het goed begrijp twijfel je over Alex?’ vroeg Nelleke.
  28. 28. Cornelia keek nadenkend om zich heen. Het huis moest nodig schoongemaakt worden, maar haar moeder was er nu niet en zelf had er geen zin in. Nelleke had haar broertje Jacob meegenomen, die nu vrolijk op het bed sprong. ‘ Hij is mijn beste vriend…’ bracht Cornelia moeizaam uit.
  29. 29. ‘ Maar ik voel toch ook…méér voor hem, Nel. Hij lacht zo leuk, dan gaan zijn ogen glinsteren. Ik kijk zo graag naar hem. Misschien ben ik wel verliefd.’ Nelleke keek Cornelia even aan. ‘Laten we het gewoon maar afwachten, dan zien we vanzelf wat er gebeurt!’
  30. 30. Ze namen afscheid. Cornelia trok grijnzend haar neefje van het bed af. ‘ Ga jij maar lekker op het bed van je éigen ouders springen, klein monster! Tot ziens, Jacob.’ Ze omhelsden elkaar.
  31. 31. Het schilderen leidde Cornelia’s gedachten af. Zo hoefde ze even helemaal niet te denken aan Alex. Haar vader kwam achter haar staan, maar ze reageerde niet. ‘ Cornelia, hopelijk begrijp je me. Ik moest die jongen wel wegsturen. Je bent nog zo jong.’ sprak hij aarzelend. Cornelia draaide zich niet om en negeerde haar vader net zo lang tot hij wegging.
  32. 32. In het met klimop begroeide kamertje was haar moeder druk aan het werk. Cornelia stapte voorzichtig dichterbij. ‘ Mam,’ begon ze. ‘Ik ben zo bang dat ik misluk, later. Jij bent zo goed, je schildert prachtig. En je bent getrouwd, en je hebt een dochter. Ik denk dat ik dat nooit kan.’
  33. 33. Een beetje geschrokken van haar dochters angst trok Anna-Sophia het meisje tegen zich aan. ‘ Niet bang zijn, het komt allemaal wel op zijn pootjes terecht. Je hebt je hele leven voor je! Je bent alleen een beetje onzeker, maar dat ben ik ook – en je vader ook! Het komt wel goed.’
  34. 34. Cornelia voelde zich gerustgesteld, maar ze bleef een beetje onzeker. De volgende dag was haar vader Pieter jarig. Toen hij zichzelf die avond in de spiegel zag, begon hij te bulderen van het lachen. ‘ Moet je mij toch zien! Een oude man!’
  35. 35. ‘ Een oude man, maar wel mijn oude man!’ giechelde Anna-Sophia die avond. ‘ Ik ben trots op je, Anna.’ zei Pieter. ‘En ik ben trots op onze dochter. Twee prima schilders! Ik ben trots op ons leven.’ ‘ Ik ook.’ zei Anna-Sophia zacht en even later vielen de twee tevreden in slaap.

×