Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
1
BAATZUCHTIGE BINNENSTEDELIJKE KADEMUREN?
Binnenstedelijke kademuren in de openbare ruimte: kostenpost of meerwaarde? Dez...
2
Door hun functies te vervullendragen binnenstedelijke kunstwerkenbij aande kwaliteit van de openbare
ruimte engenererenb...
3
direct aanspreekpunt. Als asset manager vertaalt de afdeling ‘Stadsbeheer’ deze kwaliteitsambitiesin
een tactischniveauv...
4
batenen risico,doorslaggevend. Wat wordt het: de situatie laten zoals die nu is, het gebruik beperken,
herstellen of zel...
5
Resultaten simulatie
De binnenstedelijke kademuren in Delft stammen uit de 16de en 17de eeuw en zijn onderdeel van
besch...
6
De gevoeligheidvande NCW-functies vande verschillende beheerstrategieënis sterk afhankelijk vanhet
gehanteerde kosten- e...
7
Referenties
A. Roubos, & D. Grotegoed. (2014). Binnenstedelijke kademuren. Rotterdam: SBRCURnet.
Berkenbosch, & Koetsenr...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

0

Share

Download to read offline

Waardevol Beheren van Binnenstedelijke Kademuren NL

Download to read offline

Related Audiobooks

Free with a 30 day trial from Scribd

See all
  • Be the first to like this

Waardevol Beheren van Binnenstedelijke Kademuren NL

  1. 1. 1 BAATZUCHTIGE BINNENSTEDELIJKE KADEMUREN? Binnenstedelijke kademuren in de openbare ruimte: kostenpost of meerwaarde? Deze civiele kunstwerken naderen, bereiken of overschrijden zelfs het einde van hun ontwerplevensduur. Dit zet de kwaliteit vande openbare ruimte onder druk. Ondanks de kostenzijnveelgemeentennog steeds bereid te investerenin het beheer enonderhoudvan de kademuren. Deze genererenkennelijk meer baten dan hun basisfuncties, het keren van grond en water en het dragen van belasting, doen geloven. Gemeentenzijner tot nutoe niet ingeslaagdom deze meerwaarde vanbinnenstedelijke kademuren te bepalen. Theoretischenpraktischonderzoek stelt dat adequaat asset management hierbij onmisbaar is. Toch focust geenenkel onderzoek zichop waardevolbeheer van binnenstedelijk kademuren, in termen van prestatie,kosten,batenenrisico.Op welke manier kiest de gemeente voor de beheerstrategie die de meeste waarde toevoegt aan de openbare ruimte? Een nieuw framework moet de waarde van binnenstedelijke kademuren in beeld brengen en in het beheerproces integreren. Inleiding Decennialange veranderingen in de stedelijke omgeving hebben voor veel historische kademuren functionele wijzigingenmeegebracht.Traditionele functies, zoals goederen op- en overslag, zijn meer en meer ingewisseld voor recreatieve en esthetische functies. Kades worden gebruikt als wandelpromenades,terrassen, parkeerplaatsen en als bergplaats voor allerlei infrastructurele functies. Ook bomen zijn niet meer weg te denken uit het historisch grachtenbeeld dat op veel plaatsen onderdeel is vanbeschermdstadsgezicht.Vroegerwerdde economische waarde vankademureninhet algemeengroter geacht dan nu. Tientallen jaren is relatief weinig aan periodiek beheer en onderhoud gedaan. Hier begint verandering inte komen. Gemeenten worden zich steeds meer bewust van hun rol als beheerder van kunstwerken in de openbare ruimte. Naast constructieve kwesties, zoals belastingtoename en degradatie, spelen ook economische vraagstukken een rol. Kademuren zijn kapitaalgoederen. Wanneer ze niet goed aangepakt worden, vormen ze voor gemeenten een financiële tijdbom. Deze aanpak moet optimaal zijnafgestemdop de omgeving. Verwacht wordt dat de aanpassings- en vervangingsopgave 3 tot 4 miljard euro aan investeringen vereist in de komende vijftien tot twintig jaar (J.G. de Gijt, A.A. Roubos, & D. Grotegoed, 2015, p. 35). Bovenstaande is vangrote invloed op het kiezen van een beheerstrategie. Uiteindelijk wordt de keuze bepaald door de bijdrage in waarde aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Deze waarde is naast een technische definiëring ook afhankelijk van menselijke voorkeuren. De prestatie, kosten, baten en risico’s vande kademuur moetenwordenafgewogen en geoptimaliseerd.Hier komt de discipline ‘asset management’om de hoek kijken: de verzameling vangecoordineerde levenscyclusactiviteiten van een organisatie omwaarde te genererenuit activa (assets)inhet bereiken van haar doelstellingen (van der Velde, Klatter, & Bakker, 2013). Waarde Waarde is eensubjectief begrip,onder meer afhankelijk van menselijke voorkeuren. Het geeft inzicht in de onderlinge verhouding tussenprestatie,kosten, baten en risico. Als beheerder van kunstwerken in de openbare ruimte heeft de gemeente invloed op de prestatie ervan. Ze kan dus worden gezien als waardemaker die faciliteert in de behoeften van de waardezoeker, de gebruiker van de openbare ruimte (H.A. J. De Ridder, 2013).Deze behoeften zijnvertegenwoordigd met de kwaliteitsambities van de gemeente: veiligheid en gezondheid, functionaliteit, imago en maatschappelijk belang. Ook de betaalbaarheid is als een behoefte vastgelegd (A. Roubos & D. Grotegoed, 2014; Berkenbosch & Koetsenruijter, 2012; van der Velde et al., 2013). Bomen Monumentale panden Brug Gracht Stalling Kademuur Parkeervak Recreatie- promenade Verkeer Kabels + Leidingen
  2. 2. 2 Door hun functies te vervullendragen binnenstedelijke kunstwerkenbij aande kwaliteit van de openbare ruimte engenererenbaten (FIGUUR 1).Kademuren vervullen verschillende locatieafhankelijke functies. De levenscyclus vanelk kunstwerk omvat activiteitendie de kwaliteit beinvloeden. Deze kwaliteit is door het CROW (2013)vastgelegd in verschillende niveaus: A+ (zeer goed), A, B, C en D (zeer slecht). Om de prestatie vankunstwerken door goedbeheer enonderhoud op het vereiste of gewenste kwaliteitsniveau te houden, wordenkostengemaakt.Veranderingen inomstandighedenzorgenvooreennieuwe situatie met onzekerheidseffecten op de prestatie: risico’s. Het op een juiste manier benaderen van deze onzekerheden biedt daarentegen kansen om toegevoegde waarde te creëren en te integreren. Behoeften Functies Prestatie Beheer Baten Kosten Onzekerheid Risico’s Waarde Gebruiker Eigenaar FIGUUR 1: Relatie tussen behoeften en waarde. De technische en functionele waarden van een binnenstedelijke kademuur ontwikkelen zich over zijn levenscyclus (FIGUUR2).De technische waarde vertegenwoordigt, mede door de wet- en regelgeving, de technische eisen en geeft daarmee invulling aan de behoeften van de gebruikers. De functionele waarde geeft deze behoeften weer. Tijdens de beheer- en onderhoudsfase zal de technische waarde door degradatie afnemen. De functionele waarde zal door een verandering in behoeften en vereiste functies echter toenemen. Het verschil beide waarden kan worden gezien als de combinatie van flexibiliteit en duurzaamheid van de kademuur. De capaciteit om in te spelen op interne en externe risico’s die effect hebben op zowel degradatie als behoefteverandering. Waarde Tijd Functionele waarde Degradatie Duurzaamheid & Flexibiliteit Technische waarde Ontwerp Bouw Beheer & Onderhoud Functionele levensduur Virtuele waarde Minimum waarde Potentiële waarde Functioneel verouderd object Technisch verouderd object Verandering in behoeften Sloop Technische levensduur Optimaal tijdstip van vervanging: technische waarde = functionele waarde FIGUUR 2: Ontwikkeling v an technische en functionele waarde in de tijd. Grofweg onderscheidt men vier beheerstrategieën die de technische en functionele waarde beïnvloeden: niets veranderen aan de huidige situatie; het gebruik van de constructie beperken (constructief afwaarderen); grote delen van de constructie herstellen; de constructie slopen en vervangen.Het meest optimale tijdstip voor de vervanging vaneenbinnenstedelijke kademuur doet zich voor wanneer de technische waarde gelijk is aande functionele waarde. Inpraktijk komt dit zeldenvoor. De technische levensduur is dan gelijk aan de functionele levensduur. De kademuur is door degradatie niet langer in staat om te voldoen aan de functionele eisen en verwachtingen. Beheerproces Als beheerder is de gemeente functioneelgeorienteerd:ze moet het strategischniveauvanhaar kwaliteitsambities met betrekking tot de openbare ruimte bepalenen met de asset manager hierover communiceren. Bovendien vertegenwoordigt ze de belangenvanhaar burgers enis ze voor heneen
  3. 3. 3 direct aanspreekpunt. Als asset manager vertaalt de afdeling ‘Stadsbeheer’ deze kwaliteitsambitiesin een tactischniveauvan technische enfunctionele prestatie-eisen.Hij stelt vast welke kwaliteitsambities waar en wanneer wordennagestreefdenwelke werkenhiertoe wordengecontracteerdmet de aannemer(s).Als dienstverleners bepalende aannemers eningenieurbureaus het operationeleniveau vande technische uitvoering vande afsprakenmet de asset manager (FIGUUR 3). Kwaliteit openbare ruimte Kwaliteit binnenstedelijke kademuur Functionaliteit Verander niets Beperk gebruik Herstel Veiligheid Imago Maatschappelijk belang Vervang Doel (strategisch): prestatie systeem Sub-doel (strategisch): prestatie asset Criteria (tactisch) Strategieën (operationeel) Hierarchie-Analyse Betaalbaarheid FIGUUR 3: Asset management niveaus: strategisch, tactischen operationeel. De technische levensduur alleen is niet genoeg om tot een waarde-indicatie van de kademuur te komen. De functionele eneconomische restlevensduur is hierbij ook essentieel, maar lastig te bepalen doordat hij afhankelijk is vande behoeften,kosten enbatentijdens de levenscyclus.Vooral de baten zijn in veel gevallenniet of nauwelijks monetair gedefinieerd (Bruchner,2015;PlatformBIKA,2015).Tochheerst er bij beheerders eenniet helder omschrevengevoeldat binnenstedelijke kademurenook bijdragen aan de baten van de openbare ruimte. Waarom zouden ze anders bestaan? Ontwikkeling asset management framework Het concept voor het asset management framework voor het beheer van binnenstedelijke kademuren als onderdeel van de openbare ruimte is afgebeeld in FIGUUR 4. Het integreert vaak impliciete voorkeuren, gebaseerd op kennis en ervaring, van de gemeente, het stadsbeheer en mogelijk andere actoren in relatie tot de kwaliteit van de openbare ruimte. Het framework faciliteert niet alleen in de prioritering vande beheeralternatievendoor definiëring van kennis enervaring,maar ook van de kosten, baten en risico’s. Budget Veiligheid en gezondheid Functionaliteit Imago Maatschappelijk belang Kwaliteit openbare ruimte Water (grachten) Groen (flora) Verhardingen Faciliteiten Civil assets/objects: Quay walls Civil assets/objects: Quay walls Kunstwerken: Kademuren Nul-alternatief A: Verander niets Alternatief B: Beperk gebruik Alternatief C: Herstel Alternatief D: Vervang Risico-analyse MKBA AHP Prioriteren o.b.v.: · Kennis en ervaring · Kosten · Baten · Risico’s Openbare verlichting en VRI’s Optie D.1 Optie D.2 Optie D.3 Optie D.4 Waardering o.b.v. kennis en ervaring Wet-enregelgeving Betaalbaarheid FIGUUR 4: Concept asset management framework binnenstedelijke kademuren in de openbare ruimte. Besluitvorming Besluitvormers worden vaak geconfronteerd met een veel informatie en weinig tijd om de situatie te analyseren. Ze hebben behoefte aan een ‘quick-response’ analyse die hun kennis, intuïtie, oordeel en ervaring integreert. Met het hiervoor beschreven proces, wordt de benodigde informatie over de kademuur inrelatie tot zijnomgeving verkregen. Die informatie wordt gebruikt voor een van de laatste stappen:het maken vande definitieve beslissing. Daartoe is de waarde, uitgedrukt in prestatie, kosten,
  4. 4. 4 batenen risico,doorslaggevend. Wat wordt het: de situatie laten zoals die nu is, het gebruik beperken, herstellen of zelfs vervangen? De meeste asset management benaderingen proberen elk waarde-aspect te kwantificeren en monetariseren.Dit resulteert ineentotaalwaarde uitgedrukt in een monetair getal. De beste keuze is de beheerstrategiedie de meeste waarde toevoegt.Het nulalternatief,de strategie omniets te veranderen en de risico’s te accepteren, dient als referentie met betrekking tot de andere alternatieven. Het kwantificerenis subjectief.Zowelde waarschijnlijkheidals de impact vande risico’s zijn schattingen. Ook het toekennen van de gewicht aan de kwaliteitsambities gebeurt op basis van kennis, ervaring en vaardigheden. Een verandering in deze schattingen leidt tot andere resultaten. Dit beïnvloedt de betrouwbaarheid van deze benadering. Op welke manier kan de beheerder, in samenwerking met de asset manager en dienstverleners, subjectiviteit in de besluitvorming integreren? Door de voorkeurenvanstakeholders mee te nemeninhet vaststellenenwegenvankwaliteitsambities of prestatiecriteria, kunnen besluiten met redelijk vertrouwen worden genomen. Het gepresenteerde framework faciliteert hierin. Het organiseert en structureert technische en functionele informatie over civiele kunstwerken in de openbare ruimte. Ook de menselijke beoordeling wordt als factor meegenomenom samen met de kosten,batenenrisico’s de beheerstrategieënte prioriteren. Daarbij is het niet de verantwoordelijkheid van de asset manager, maar van de beheerder om deze stakeholderbelangen te vangen (Y. Wijnia & J. de Croon, 2013). De definitie en waardering van de kwaliteitsambities vormen niet de enige waarheid, ze zijn eerder een startpunt voor een (politieke) discussie. De module ‘kennis en ervaring’ biedt, met behulp van de Analytical Hierarchy Process-methode (AHP- methode),de gemeente de mogelijkheidomhaar voorkeuren toe te kennen aan de kwaliteitsambities onderling ènin relatie tot de beheerstrategieën.Vervolgens kunnende verschillende voorkeuren kunnen worden samengevoegd tot een sociaal maatschappelijke prioritering. De module ‘kostenenbaten’maakt het mogelijk voor Stadsbeheer om de kosten en baten te bepalen, die samenhangen met de prestatie van de kademuur. De Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA)monetariseert de positieve ennegatieve maatschappelijke effecten.De relatie tussen de kosten en baten over de levenscyclus bepaalt de Netto Contante Waarde (NCW) en daarmee de haalbaarheid van een beheerstrategie. Stadsbeheer kan verschillende variabelen aanpassen om het effect op de NCW te analyseren.Deze module resulteert infinancieelgeprioriteerde beheerstrategieën. De module ‘risico’s’gebruikt de ineen eerdere module vastgestelde voorkeuren als gewichten voor de risicocategorieën van de risicomatrix. Deze matrix geeft de invloeden van onzekerheden in tijd op de kwaliteitsambities weer.Stadsbeheervertaalt deze gemeentelijkekwaliteitsambities in prestatie-eisen en definieert bijbehorende acceptatieniveaus.Hiervoorcommuniceert hij met de gemeente. Met hulp van ingenieurbureaus enaannemers inspecteert enbeoordeelt Stadsbeheer het huidige risicoprofiel van de kademuur . Als dit profiel niet aansluit op de minimum eisen behorend bij de acceptatieniveaus, gaat Stadsbeheer over tot uitvoering van een van de beheerstrategieën. Binnen de risicomodule doet de afdeling dit op basis van het reduceren van risico. Hoe effectiever de strategie, hoe groter de risicoreductie. Deze module levert een economische (sociaal èn financieel) prioritering. Al deze prioriteiten, sociaal, financieel en economisch, vormen de input voor een definitief overzicht. Stadsbeheer kan op basis daarvan de gemeente adviseren in haar keuze voor de meest waardevolle beheerstrategie.Inde meeste gevallendoet Stadsbeheer zelf eenaanbeveling envraagt de gemeente om financiële goedkeuring aan de hand van een kredietaanvraag. Om de bruikbaarheidte testenop binnenstedelijke kademuren als onderdeel van de openbare ruimte, wordt het asset management framework gebruikt voor één casus: de historische kademuren in de binnenstad van Delft. De ontwikkelde theorie wordt in praktijk toegepast. De toegevoegde waarde wordt bepaald en gebruikt voor de afweging van beheerstrategieën, als onderdeel van het beheerproces. Door de beperkt beschikbare data is beslotenomde Delft-casus fictief uit te werken, met inbegrip van de beschikbare data.
  5. 5. 5 Resultaten simulatie De binnenstedelijke kademuren in Delft stammen uit de 16de en 17de eeuw en zijn onderdeel van beschermdstadsgezicht (PlatformBIKA,2015).Het behoudvan deze kademuren, net als ander cultureel erfgoed,vereist grote investeringen. Volgens verschillende vertegenwoordigers gebruikt de Gemeente Delft tot op heden,helaas, enkel de vervangingswaarde als waardering vandeze civiele kunstwerken en onderbouwing van hun investeringbeslissing. Ze beschouwt de ontwikkeling van een model, dat ook andere (meer emotionele) waarden ‘vangt’, als een tijdrovend proces. De gemeente pleit voor besluitvorming rondombinnenstedelijke kademuren door te waarderen op basis van functies (Platform BIKA, 2015). Kennis en ervaring De prioritering op basis van kennis enervaring (prestatieverwachting),afgeleid vangemeentelijke visie en beheerplannen, wijst op een voorkeur voor respectievelijk de kwaliteitsambities: ‘veiligheid en gezondheid’ , ‘functionaliteit’, ‘maatschappelijk belang’, ‘betaalbaarheid’ en ‘imago’. ‘Vervanging’ is het meest gewaardeerde beheeralternatief, gevolgd door ‘herstel’ en ‘beperkt gebruik’. ‘Niets veranderen’ is het minst gewaardeerd. Kosten èn baten De levenscycluskosten van de binnenstedelijke kademuren in Delft bestaan uit de investeringskosten, jaarlijkse beheer- enonderhoudkosten,sloopkosten,onvoorziene kosten en (voorspelde) schadekosten. Om deze kosten te bepalen is een gemiddelde hoogte van 2 meter aangenomen. De jaarlijkse baten komen het meest tot uitdrukking in de haven- en kadengelden, parkeergelden en de omzet van de recreatie-, toerisme- en horecasectoren. De baten zijn afhankelijk van het aandeel binnenstedelijke kademuur in de totale binnenstedelijke openbare ruimte (oppervlakratio) en dus specifiek voor elke gemeente.De grootste opbrengsten zijnde voorkomen schadekosten, ongeacht het feit dat ze niet als ‘harde’ inkomende geldstromen gezien worden. Ze geven een indicatie van de gemonetariseerde welvaartseffecten die relateren aan de veiligheid en gezondheid. De aannames met betrekking tot de vier beheerstrategieën resulteren in verschillende NCW (TABEL 1 en FIGUUR 5). Hierbij komt altenatief D, vervanging, als beste uit de bus. TABEL 1: Beheerstrategieën, technische restlev ensduur en NCW. Beheerstrategie Technische restlevensduur [jaar] NCW +/- 20% [miljoen €/m] AlternatiefA – Verander niets 10 -0.4 AlternatiefB – Beperkgebruik 50 0.2 AlternatiefC - Herstel 30 0.1 AternatiefD - Vervang 80 0.3 FIGUUR 5: NCW behorende bij de v erschillende beheerstrategieën. -500000.00 -400000.00 -300000.00 -200000.00 -100000.00 0.00 100000.00 200000.00 300000.00 400000.00 500000.00 0 3 6 9 12 15 18 21 24 27 30 33 36 39 42 45 48 51 54 57 60 63 66 69 72 75 78 NCW[€/m] Jaar t Netto Contante Waarde (NCW) [€/m] Alternatief D Alternatief C Alternatief B Alternatief A
  6. 6. 6 De gevoeligheidvande NCW-functies vande verschillende beheerstrategieënis sterk afhankelijk vanhet gehanteerde kosten- enbatenniveau. De NCW van vervanging vertoont een grote gevoeligheid voor verandering inkostenenbaten.Dit is te verklaren doordat de investeringkosten van deze strategie het hoogst zijn en bepaald zijn als functie van de kerende hoogte. Het variëren van achtereenvolgens de discontovoet en de kerende hoogte laat zien dat de NCW van beperkt gebruik en herstel het minst gevoelig is.Hoe groterde onzekerheidseffecten(risico’s) zijn, hoe hoger de gehanteerde discontovoet. De welvaartseffecten en baten komen ten goede aan verschillende actoren binnen Delft, zoals: de gemeente (belastingen, haven- en kadegelden en parkeergelden); ondernemers (omzet); en huiseigenaren en -gebruikers van de omliggende panden (WOZ). De voorkomen schadekosten komen (uiteindelijk)tengunste aanieder van de bovenstaande actoren in de openbare ruimte. De gemeente ervaren baten in de vorm van voorkomen schadeclaims; de ondernemers, omwonenden en andere gebruikers in de vorm van voorkomen (im)materiële schade. Risico’s De risico’s worden beoordeeld door gebruik te maken van de monitoring-data en inspectieresultaten, aangeleverd door ingenieurbureaus en aannemers. De gewichten van de risicocategorieën, de voorkeurenvoorde kwaliteitsambities,zijnreeds bepaaldmet behulp vande AHP-methode. Vervanging heeft het grootsterisicoreducerendeffect,zowel op basis van de gewogen als ongewogen risicoscores en risicosom,enis daardoor de meest effectieve beheerstrategie. Risico’s zijnniet los te zienvanprestatie, kostenenbaten. Sterker nog, risico’s komen vaak tot uiting in positieve (baten) en negatieve (kosten) effecten.Omrisico’s te reduceren en gebruik te maken van kansen, moet de kosten-batenverhouding niet opvallend veel afwijken van die van alternatieven. Een vervolgstap kan zijn om voor elke beheerstrategie de risicoreductie af te zetten tegen de kosten en/of baten (NCW). Dit resulteert in de effectiviteit en integreert risico’s, kosten en baten. Conclusies en aanbevelingen Het gepresenteerde asset management framework biedt gemeenten, als beheerders van de kwaliteit van de openbare ruimte, een instrument dat faciliteert in de keuze voor een juiste beheerstrategie in relatie tot een civiel kunstwerk. Het framework geeft inzicht in de toegevoegde waarde van elke gevoerde beheerstrategie. Over de kwaliteit vandie openbare ruimte moet gediscussieerdworden. Vaststellen en beoordelen van ambities met betrekking tot de waarden moet in consensus plaatsvinden. Binnenstedelijke kademuren dragen bij aan de leefbaarheid,bereikbaarheid,recreatie, veiligheid en gezondheid van de openbare ruimte. Dit brengt de nodige kosten met zich mee. Deze levenscycluskosten worden uitgedrukt in een percentage vande constructiekosten,die wordenbepaald door de kerende hoogte van de kademuur. Bovendien spelen nogal eens niet uitgesproken voorkeuren van belanghebbenden mee om de technische en functionele waarden van een civiel werk als een kademuur op peil te houden c.q. te verbeteren. Ook deze subjectieve kant wordt in het framework geïntegreerd. Naast de prestatieverwachting op basis van kennis en ervaring en de kosten worden ook de baten en risico’s in beeldgebracht.Dit resulteert inrangordes van de beheerstrategieën: niets veranderen aan de huidige situatie; het gebruik van de constructie beperken; ingrijpend herstellen; overgaan tot vervanging. Het verdient de aanbeveling dat beheerders naast het bepalenvanprestatieverwachting,beheerkosten en risico’s ook de baten identificeren die herleid kunnen worden tot de aanwezigheid van kademuren, zoals haven- en kadegelden, recreatie- en horecaomzet, WOZ-waarden, parkeergelden en andere belastingopbrengsten. Het gepresenteerde framework kan dan aan de hand van die gecalculeerde locatie-afhankelijke gegevens worden ingevuld en de besluitvorming faciliteren. De problematiek rondombinnenstedelijke kademurenvalt niet langer te ontkennen. De kwaliteit van de openbare ruimte staat op het spel. Veel gemeenten nemen binnenstedelijke kademuren niet als apart onderdeel mee in hun areaalbegroting. Door bij herwaardering van civiele kunstwerken enkel naar de kosten te kijken, raken deze beheerders ontmoedigd om in hun beheer en onderhoud te investeren. Daarom is het zichtbaar maken van de baten minstens zo belangrijk!
  7. 7. 7 Referenties A. Roubos, & D. Grotegoed. (2014). Binnenstedelijke kademuren. Rotterdam: SBRCURnet. Berkenbosch, & Koetsenruijter. (2012). Baten van de openbare ruimte. Maatschappelijke kosten-batenanalyse van inrichting en beheer. Ede: CROW. Bruchner, M. (2015). Blog: Zijn kademuren nog wel te vervangen in de historische binnenstad? Retrieved from http://www.platformbika.nl/blogs/blog-zijn-kademuren-nog-wel-te- vervangen-in-de-historische-binnenstad/ CROW. (2013). Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2013. Standaardkwaliteitsniveaus voor onderhoud. In CROW (Ed.): CROW. H. A. J. De Ridder. (2013). Dynamic Control of Projects: Developing Complex Systems in a fast changing environment. Civil Engineering. TU Delft. Delft. J.G. de Gijt, A.A. Roubos, & D. Grotegoed. (2015). Herziening van kademuren noodzakelijk. Land+Water. Platform BIKA. (2015). Enquete BIKA bij kademuren beheerders en belanghebbenden. Interview. SBRCURnet. Delft. van der Velde, J., Klatter, L., & Bakker, J. (2013). A holistic approach to asset management in the Netherlands. Structure and Infrastructure Engineering, 9(4), 340-348. Y. Wijnia, & J. de Croon. (2013). Subjectiviteit in asset management. http://www.vanoord.com/nl/werken-bij/planner-scheepsnieuwbouw-en-modificaties

Views

Total views

371

On Slideshare

0

From embeds

0

Number of embeds

19

Actions

Downloads

4

Shares

0

Comments

0

Likes

0

×