Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Niets is wat het lijkt

238 views

Published on

presentatie nascholingsdag leraren maatschappijleer

  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Niets is wat het lijkt

  1. 1. “Niets is wat het lijkt” Achtergronden van affiniteit met complotdenken in Nederland Peter Achterberg
  2. 2. JFK: wie is verantwoordelijk voor zijn dood?
  3. 3. Bepaalt de media wat we zien?
  4. 4. Bepaalt de media wie we zijn?
  5. 5. 9/11: Wie zit er werkelijk achter de aanslagen?
  6. 6. Wat zat er in de vaccinaties tegen de Mexicaanse griep?
  7. 7. Zijn Rutte en Samson onderdeel van de Bilderberg groep?
  8. 8. En Trump?
  9. 9. Complottheorieën in het Westen Uitgangspunten • Definitie: geloof dat achter de maatschappelijke coulissen een geheime, kwaadwillende groep tracht om de samenleving te beïnvloeden en/of het individu te indoctrineren. • “Agency panic” (Melley, 2000) • Drie elementen: “niets is wat het lijkt”, “toeval bestaat niet” en de “truth is out there’” (Barkun, 2003)
  10. 10. Complottheorieën in het Westen Ontwikkelingen sinds 1960s…. • Popularisering: van subcultuur naar hoofdstroom (Knight, 2000; Kellner 2002) • Normalisering: van irrationele pathologie (i.e., Popper, 1948) naar hyper-rationaliteit (Melley, 2000) • Transformatie: van exotische ‘ander’ (Joden, communisten) naar moderne instituties (Knight, 2000)
  11. 11. Complottheorieën in het Westen Twee vragen: Sociologische achtergronden affiniteit met complot theorieën? Politieke achtergronden affiniteit met complot theorieën?
  12. 12. Modernisering en cultureel onbehagen in het Westen • Emile Durkheim: erosie gemeenschap en anomie • Max Weber: rationalisering moderne instituties en vervreemding • Globalisering • Complottheorieën: betekenis geven aan anonieme (mondiale) systemen
  13. 13. Theorie Cultureel onbehagen in Nederland • Institutioneel wantrouwen en anomie • Vooral onder laag opgeleiden (i.e., Elchardus etc) • Vooral onder mensen die onthecht zijn van traditie (i.e., Christelijke kerk).
  14. 14. Hypothesen • Lager opgeleiden en kerkelijk ongebonden mensen hebben meer affiniteit met complottheorieën – Dit kan verklaard worden door anomie – En wantrouwen ten aanzien van instituties
  15. 15. Gegevens • CROCUS Survey on Worldviews in the Netherlands III: Religion, Politics, and Anti-Institutionalism. Rotterdam/Tilburg: CentERData. (Achterberg, P., Manevska, K., De Koster, W., Aupers, S., Mascini, P., & Van der Waal, J. ;2012) – N=1,302 – Respons: 76.1% – Vergelijking CBS statistieken: Meer mannen, ouderen en hogere inkomensgroepen in sample – data gewogen!
  16. 16. Meting Affiniteit met complottheorieën • Niet direct bevraagd – – schijn van partijdigheid – Kans op weinig variatie – Dus – bevraagd over mensen die allerlei dingen vinden van een vijftal complotten • 9/11 • Mexicaanse griep • Maanlanding • Dood prinses Diana • Machtige elites
  17. 17. Factoranalyse
  18. 18. Andere metingen: • Opleiding – gemeten in aantal jaar dat iemand nodig heeft voor hoogst behaalde niveau • Religie – Religieuze participatie (hoe vaak gaat men naar de kerk – 1 (vrijwel nooit) – 7 (meer dan eens per week) – Religieuze denominatie (RK, Protestants, Evangelisch, Atheist – anders zijn als missing gecodeerd) • Anomie (schaal 4 items – Alpha 0,77, eerder gebruikt Achterberg & Houtman, 2009) • Institutioneel wantrouwen (schaal 6 items – Alpha 0,80, eerder gebruikt Achterberg & Mascini 2013) • Controlevars: Inkomen, Geslacht, Leeftijd
  19. 19. Is affiniteit met complottheorieën eigenlijk wel zo anders dan anomie en institutioneel wantrouwen?
  20. 20. Resultaten Education Religious participation Affinity with conspiracy theories -0.24*** (N=1,150) -0.12*** (N=1,153) Affinity with conspiracy theories Atheists 2.11 Roman Catholics 2.21 Protestants 1.82 Evangelicals 2.15 F 6.25*** N 1,125
  21. 21. Resultaten
  22. 22. Kortom • Minder affiniteit met complot denken onder… – Hoger opgeleiden – Mensen die vaak naar de kerk gaan – Protestanten • Anomie en institutioneel wantrouwen verklaren dit weg • Modernisering en cultureel onbehagen
  23. 23. Kortom • Echter ook: – Jongeren hebben meer affiniteit met complot- denken • Valt op geen enkele wijze weg te verklaren door cultureel onbehagen (anomie en institutioneel wantrouwen) – Rooms Katholieken hebben veel meer affiniteit met complot-denken • Wordt wel verklaard door cultureel onbehagen…
  24. 24. Affiniteiten met politieke achtergrond • Drie bevindingen: 1. ‘Non-voters’ steunen vaker complottheorieen (Olliver & Wood, 2014 ) • Experimenteel bewijs (Jolley and Douglas 2014)
  25. 25. Affiniteiten met politieke achtergrond • Drie bevindingen 2. Rechtse stemmers! • Republikeinen vaker dan Democraten (Olliver & Wood, 2014)
  26. 26. Affiniteiten met politieke achtergrond • Drie bevindingen: 3. Rechtse én linkse populisten! • Van Prooijen et al. (2014) extremistische ideologie • Krouwel & Van Prooijen (2014) PVV & SP
  27. 27. Mogelijke verklaringen • Uit voorgaande / de literatuur: – ‘The need to make sense of a world which is perceived as threatening’ (Van Prooijen et al. 2015) – Institutioneel wantrouwen? (Sunstein and Vermeule, 2008) – Anders?
  28. 28. Onbehagen • Cultureel onbehagen: – Anomie (Srole, 1956) – ‘feeling threatened by the complexities of the contemporary social and cultural order’ – Politiek: • Lagere opkomst onder anomische mensen (McDill, 1962; Erbe, 1964; Hövermann et al., 2014) • Stemmen vaker voor Republicans (Templeton, 1966) en populistisch rechts (Arzheimer, 2011; Houtman and Achterberg, 2010). – Complot theoriëen: • Culturele rationalisering (Weber, 1963 [1922]) • Sterke relatie (zie ook: Abalakina‐Paap et al., 1999, Van Prooijen et al, 2015)
  29. 29. Instituties • Institutioneel wantrouwen: – Politiek: • Minder opkomst (Karp & Banducci, 2008) • off-centre politiek (Mair, 1999, Lau, 1985; Achterberg & Mascini, 2013) – Complotten: • Institutionele orde wordt bekritiseerd (Knight, 2000, Melley, 2000) • Institutionele kennis: – Politiek: • Minder betrokken, minder stemmen (Galston 2001; Larcinese, 2007) – Complotten: • Stempel et al. (2007): ‘Those with less knowledge, believe more’.
  30. 30. Egalitarisme • Egalitarisme: – Politiek: • Democraten (Houtman et al. 2008), Linkse (SP, PvdA, GL) partijen (Achterberg & Houtman, 2006). – Complotten: • Gefocused op kwade elites, ook binnen politiek en bedrijfsleven • Historisch bewijs: communisme is verbonden met sterke angst voor complotten (Van Prooijen et al, 2015)
  31. 31. Data en meting • Survey U.S. (2014) – GfK panel – Representatief voor volwassenen in de V.S. – 2,062 respondenten (response rate 52 %) • 2,006 respondenten geselecteerd
  32. 32. Steun voor conspiracy theories US NL Some say that the American government is responsible for the 9/11 attacks 0.84 0.74 Some say that viruses like Swine flu have been made by the government to control the people 0.89 0.81 Some say that the landing on the moon in 1969 did not really happen but was staged 0.80 0.72 Some say that princes Diana’s death wasn’t an accident but was murder 0.75 0.75 Some say that a small elite of powerful people is secretly pursuing the establishment of a new world order 0.66 0.74 Eigenvalue 3.13 2.84 Rsq 0.63 0.57 Cronbach’s alpha 0.84 0.80 N 1,567 1,006
  33. 33. Andere metingen • Electoraat: – U.S.: 4 categorieën (Republicans, Democrats, Other, Non-voting) – NL: 4 categorieën (PVV, SP, mainstream, Non- Voting)
  34. 34. Resultaten US
  35. 35. Resultaten U.S.
  36. 36. Resultaten NL
  37. 37. Results NL
  38. 38. Kortom • Republikeinen (U.S.), niet stemmers (U.S. & NL), linkse populisten en rechtse populisten (NL) steunen complotten meer • Anomie verklaart alle verschillen • Anti-institutionalisme ook…
  39. 39. Kortom • In de VS – kennis verklaart waarom non-voters voor complotten zijn – Waarom in Nederland niet?? • In NL: egalitarianism verklaart SP aanhangers’ voorkeur voor complotten – Niet in de VS? – Verschillen politieke cultuur?
  40. 40. Resumé • Behoorlijke populariteit complottheorieen • Vooral onder lager opgeleiden, jongeren, onkerkelijken en katholieken • Verbinding met politieke stromingen: Extreem links en rechtse kiezersgroepen • Rol: onbehagen, institutioneel wantrouwen, egalitarisme

×