Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
The Nervous System and the Senses<br />Hoofdstuk 38<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />1<br />
Neuronen – Structuur<br />Dendriet = uitloper naar cellichaam toe<br />Cellichaam<br />Axon (neuriet) = uitloper van celli...
Neuronen – Functie (1)<br />Neuron = zenuwcel<br />Informatie ontvangen<br />Informatie verwerken<br />Impuls geleiden<br ...
Neuronen – Functie (2)<br />Sensorische zenuwcellen: <br />1 dendriet (+ myelineschede)<br />Signaal: buiten  cellichaam ...
Benoem de zenuwcellen<br /><ul><li>Sensorisch
Motorisch
Schakelcel</li></ul>Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />5<br />
Impulsgeleiding<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />6<br />
Elektrische lading van de celmembraan<br />Het ladingsverschil tussen de binnenzijde en buitenzijde van de celmembraan wor...
Buiten de cel bevinden zich veel Na+-ionen.</li></ul>Onder normale omstandigheden (in rust) is de binnenzijde van de celme...
Impulsgeleiding stap voor stap<br />In de volgende dia’s kijken we wat er in dit gedeelte van een zenuwcel gebeurt tijdens...
Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />Impulsgeleiding (1)<br />Zenuwcel in ...
impuls<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />Impulsgeleiding (2)<br />...
Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />Impulsgeleiding (3)<br />Porie voor N...
Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />Impulsgeleiding (4)<br />Oude situati...
Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />Impulsgeleiding (5)<br />Een natrium-...
Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />Impulsgeleiding (6)<br />De impuls ga...
30<br />membraanspanning (mV)<br />0<br />-70<br />Impulsen in beeld (actiepotentialen)<br />Rustpotentiaal<br />Depolaris...
Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />16<br />
Onthoud de volgende dingen:<br />Een impuls wordt alleen opgewekt als de prikkel sterk genoeg is: <br />	Voor het opwekken...
Impulsoverdracht<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />18<br />
= calcium-ion (Ca2+ )<br />+ + +<br />-  -  -<br />= natriumporie (open)<br />= blaasje met neurotransmitters<br />= natri...
= calcium-ion (Ca2+ )<br />+ + +<br />-  -  -<br />impuls<br />= natriumporie (open)<br />= blaasje met neurotransmitters<...
= calcium-ion (Ca2+ )<br />+ + +<br />-  -  -<br />= natriumporie (open)<br />= blaasje met neurotransmitters<br />= natri...
= calcium-ion (Ca2+ )<br />+ + +<br />-  -  -<br />= natriumporie (open)<br />= blaasje met neurotransmitters<br />= natri...
= calcium-ion (Ca2+ )<br />-  -  -<br />+ + +<br />impuls<br />= natriumporie (open)<br />= blaasje met neurotransmitters<...
= calcium-ion (Ca2+ )<br />+ + +<br />-  -  -<br />= afgebroken n.tr.<br />= blaasje met neurotransmitters<br />= natrium-...
Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />25<br />
Onthoud de volgende dingen:<br /><ul><li>Een impuls kan maar in 1 richting worden doorgegeven aan de de volgende zenuwcel ...
Er bestaan veel verschillende neurotransmitters, maar elke zenuwcel kan maar 1 type maken.
Exciterende neurotransmitters hebben een stimulerend effect op de impulsoverdracht.
Inhiberende neurotransmitters hebben een remmend effect op de impulsoverdracht.</li></ul>Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010...
Het zenuwstelsel<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />27<br />
Zenuwstelsel<br />Waaruit bestaat het Centrale zenuwstelsel?<br /> hersenen en ruggenmerg<br />Hoe heet het andere deel?<...
Ruggenmerg<br />29<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />
Reflexboog<br />30<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />
Het zenuwstelsel<br />Sint-Oelbert Gymnasium - 2009 - Klas 6<br />31<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />
Indeling naar functie:<br />Animale zenuwstelsel: <br />interactie met de omgeving <br />bestuurt skeletspieren<br />Auton...
Autonome zenuwstel<br />Orthosympatische zenuwstelsel  activiteit <br />hart <br />ademhaling <br />bloedsuikerspiegel ...
34<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />
Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />35<br />
Grote hersenen<br />Functies<br />Bewustzijn, geheugen, concentratie, wil en denken <br />Waarneming <br />Opwekken van im...
Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />37<br />
Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />38<br />
Hersenstam<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />Functies<br />Ademhaling<br />Reflexen, gevoel en bewegingen van ho...
Kleine hersenen<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />Functies<br />Coördinatie van spierbewegingen<br />Fijne motor...
Einde<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />41<br />
Hoofdstuk 38 - Audesirk
Hoofdstuk 38 - Audesirk
Hoofdstuk 38 - Audesirk
Hoofdstuk 38 - Audesirk
Hoofdstuk 38 - Audesirk
Hoofdstuk 38 - Audesirk
Hoofdstuk 38 - Audesirk
Hoofdstuk 38 - Audesirk
Hoofdstuk 38 - Audesirk
Hoofdstuk 38 - Audesirk
Hoofdstuk 38 - Audesirk
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Hoofdstuk 38 - Audesirk

2,519 views

Published on

Published in: Education, Technology
  • Be the first to comment

Hoofdstuk 38 - Audesirk

  1. 1. The Nervous System and the Senses<br />Hoofdstuk 38<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />1<br />
  2. 2. Neuronen – Structuur<br />Dendriet = uitloper naar cellichaam toe<br />Cellichaam<br />Axon (neuriet) = uitloper van cellichaam af<br />Synaps = overdragen van impuls naar volgend neuron<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />2<br />
  3. 3. Neuronen – Functie (1)<br />Neuron = zenuwcel<br />Informatie ontvangen<br />Informatie verwerken<br />Impuls geleiden<br />Communiceren met andere cellen<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />3<br />
  4. 4. Neuronen – Functie (2)<br />Sensorische zenuwcellen: <br />1 dendriet (+ myelineschede)<br />Signaal: buiten  cellichaam  Centraal Zenuwstelsel<br />Motorische zenuwcellen: <br />Meerdere dendrieten<br />Signaal: Centraal Zenuwstelsel  spieren / klieren<br />Schakelcellen: <br />zenuwcel  zenuwcel<br />Meeste zenuwcellen in ruggenmerg zijn schakelcellen<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />4<br />
  5. 5. Benoem de zenuwcellen<br /><ul><li>Sensorisch
  6. 6. Motorisch
  7. 7. Schakelcel</li></ul>Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />5<br />
  8. 8. Impulsgeleiding<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />6<br />
  9. 9. Elektrische lading van de celmembraan<br />Het ladingsverschil tussen de binnenzijde en buitenzijde van de celmembraan wordt veroorzaakt door Na+-ionen en K+-ionen:<br /><ul><li>In het cytoplasma van de cel bevinden zich veel K+-ionen én negatief geladen ionen.
  10. 10. Buiten de cel bevinden zich veel Na+-ionen.</li></ul>Onder normale omstandigheden (in rust) is de binnenzijde van de celmembraan daarom negatief (-) geladen t.o.v. de buitenzijde van de celmembraan (+). <br />Dit verschil bedraagt 70mV.<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />7<br />
  11. 11. Impulsgeleiding stap voor stap<br />In de volgende dia’s kijken we wat er in dit gedeelte van een zenuwcel gebeurt tijdens de impulsgeleiding.<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />8<br />
  12. 12. Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />Impulsgeleiding (1)<br />Zenuwcel in rust, er is geen impuls.<br />De binnenzijde is negatief geladen t.o.v. de buitenzijde.<br />De Na/K-pomp handhaaft deze gradiënt (actief transport).<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />9<br />
  13. 13. impuls<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />Impulsgeleiding (2)<br />+<br />+<br />+<br />Impuls komt aan -> porie voor Na+-ionen gaat open-> Na+-ionen stromen de cel in -> meer positieve lading in de cel -> binnenzijde celmembraan positief geladen t.o.v. de buitenzijde.<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />10<br />
  14. 14. Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />Impulsgeleiding (3)<br />Porie voor Na+-ionen sluit -> Porie voor K+-ionen gaat open-> K+-ionen stromen de cel uit -> meer positieve lading buiten de cel -> binnenzijde celmembraan weer negatief geladen t.o.v. de buitenzijde.<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />11<br />
  15. 15. Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />Impulsgeleiding (4)<br />Oude situatie lijkt hersteld want binnenzijde is weer negatief geladen t.o.v. buitenzijde van de membraan.<br />Er is één belangrijk verschil: De Na+-ionen en de K+-ionen zitten aan de ‘verkeerde’ kant van de celmembraan. Dit moet nog worden hersteld.<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />12<br />
  16. 16. Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />Impulsgeleiding (5)<br />Een natrium-kalium-pomp wisselt de Na+-ionen en de K+-ionen om waardoor de oude situatie wordt hersteld:<br />De binnenzijde van de membraan is negatief geladen t.o.v. buitenzijde van de membraan en de Na+-ionen en de K+-ionen zitten weer aan de goede zijde van de celmembraan.<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />13<br />
  17. 17. Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />Na+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />K+<br />Impulsgeleiding (6)<br />De impuls gaat nu verder in het volgende gedeelte van de celmembraan.<br />De vorige stappen worden nu herhaald.<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />14<br />
  18. 18. 30<br />membraanspanning (mV)<br />0<br />-70<br />Impulsen in beeld (actiepotentialen)<br />Rustpotentiaal<br />Depolarisatie (instroom Na+)<br />Repolarisatie (uitstroom K+)<br />Hyperpolarisatie (uitstroom K+)<br />Herstel Na+/K+ gradiënt (Na+/K+-pomp)<br />Rustpotentiaal<br />tijd (ms)<br />3<br />2<br />1<br />6<br />5<br />4<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />15<br />
  19. 19. Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />16<br />
  20. 20. Onthoud de volgende dingen:<br />Een impuls wordt alleen opgewekt als de prikkel sterk genoeg is: <br /> Voor het opwekken moet een bepaalde drempelwaarde worden overschreden.<br /> Deze drempelwaarde wordt de prikkeldrempel genoemd.<br />We zeggen dan ook wel dat het omzetten van een prikkel in een impuls gebeurt volgens de alles-of-niets-wet.<br />Bij kunstmatige prikkeling kan een impuls in twee richtingen door een zenuwcel worden geleid.<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />17<br />
  21. 21. Impulsoverdracht<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />18<br />
  22. 22. = calcium-ion (Ca2+ )<br />+ + +<br />- - -<br />= natriumporie (open)<br />= blaasje met neurotransmitters<br />= natrium-ion<br />= natriumporie (dicht)<br />Zenuwuiteinde in rust<br />Synaps<br />axon<br />dendriet<br />Post-synaptisch membraan<br />Pre-synaptisch membraan<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />19<br />
  23. 23. = calcium-ion (Ca2+ )<br />+ + +<br />- - -<br />impuls<br />= natriumporie (open)<br />= blaasje met neurotransmitters<br />= natrium-ion<br />= natriumporie (dicht)<br />Impuls ->Calcium-ionen opgenomen in cel<br />Synaps<br />axon<br />dendriet<br />Pre-synaptische membraan<br />Post-synaptische membraan<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />20<br />
  24. 24. = calcium-ion (Ca2+ )<br />+ + +<br />- - -<br />= natriumporie (open)<br />= blaasje met neurotransmitters<br />= natrium-ion<br />= natriumporie (dicht)<br />Neurotransmitters afgegeven aan synaps<br />Synaps<br />axon<br />dendriet<br />Pre-synaptische membraan<br />Post-synaptische membraan<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />21<br />
  25. 25. = calcium-ion (Ca2+ )<br />+ + +<br />- - -<br />= natriumporie (open)<br />= blaasje met neurotransmitters<br />= natrium-ion<br />= natriumporie (dicht)<br />Neurotransmitters binden aan Na+-porie in post-synaptische membraan<br />Synaps<br />axon<br />dendriet<br />Pre-synaptische membraan<br />Post-synaptische membraan<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />22<br />
  26. 26. = calcium-ion (Ca2+ )<br />- - -<br />+ + +<br />impuls<br />= natriumporie (open)<br />= blaasje met neurotransmitters<br />= natrium-ion<br />= natriumporie (dicht)<br />Instroom Na+-ionen leidt tot een nieuwe impuls<br />Synaps<br />axon<br />dendriet<br />Pre-synaptische membraan<br />Post-synaptische membraan<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />23<br />
  27. 27. = calcium-ion (Ca2+ )<br />+ + +<br />- - -<br />= afgebroken n.tr.<br />= blaasje met neurotransmitters<br />= natrium-ion<br />Neurotransmitters afgebroken<br />Synaps<br />axon<br />dendriet<br />Pre-synaptische membraan<br />Post-synaptische membraan<br />= natriumporie (open)<br />= natriumporie (dicht)<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />24<br />
  28. 28. Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />25<br />
  29. 29. Onthoud de volgende dingen:<br /><ul><li>Een impuls kan maar in 1 richting worden doorgegeven aan de de volgende zenuwcel (alleen van presynaptisch membraan naar postsynaptisch membraan).
  30. 30. Er bestaan veel verschillende neurotransmitters, maar elke zenuwcel kan maar 1 type maken.
  31. 31. Exciterende neurotransmitters hebben een stimulerend effect op de impulsoverdracht.
  32. 32. Inhiberende neurotransmitters hebben een remmend effect op de impulsoverdracht.</li></ul>Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />26<br />
  33. 33. Het zenuwstelsel<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />27<br />
  34. 34. Zenuwstelsel<br />Waaruit bestaat het Centrale zenuwstelsel?<br /> hersenen en ruggenmerg<br />Hoe heet het andere deel?<br />Wat doet het Perifere zenuwstelsel?<br /> verbind organen met centrale zenuwstelsel<br /> Hersenzenuwen??<br />28<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />
  35. 35. Ruggenmerg<br />29<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />
  36. 36. Reflexboog<br />30<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />
  37. 37. Het zenuwstelsel<br />Sint-Oelbert Gymnasium - 2009 - Klas 6<br />31<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />
  38. 38. Indeling naar functie:<br />Animale zenuwstelsel: <br />interactie met de omgeving <br />bestuurt skeletspieren<br />Autonome zenuwstelsel: <br />reguleert organen<br />32<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />
  39. 39. Autonome zenuwstel<br />Orthosympatische zenuwstelsel  activiteit <br />hart <br />ademhaling <br />bloedsuikerspiegel <br />spant skeletspieren<br />Parasympatische zenuwstelsel  rust<br />spijsvertering <br />bloedsuikerspiegel <br />hart <br /> ademhaling <br />33<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />
  40. 40. 34<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />
  41. 41. Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />35<br />
  42. 42. Grote hersenen<br />Functies<br />Bewustzijn, geheugen, concentratie, wil en denken <br />Waarneming <br />Opwekken van impulsen<br />Hersencentra<br />Zintuigcentra<br />Bewegingscentra<br />Bouw<br />Schors (grijze stof) – cellichamen van schakelcellen<br />Merg (witte stof) – uitlopers van schakelcellen<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />36<br />
  43. 43. Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />37<br />
  44. 44. Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />38<br />
  45. 45. Hersenstam<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />Functies<br />Ademhaling<br />Reflexen, gevoel en bewegingen van hoofden hals<br />Geleiding van impulsen tussen ruggenmerg en hersenen <br />Bouw<br />Middenhersenen<br />Pons<br />Verlengde merg<br />39<br />
  46. 46. Kleine hersenen<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />Functies<br />Coördinatie van spierbewegingen<br />Fijne motoriek<br />40<br />
  47. 47. Einde<br />Sint Oelbertgymnasium - 2009/2010<br />41<br />

×