Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Hoofdstuk 05 - Audesirk

2,949 views

Published on

Published in: Education
  • klopt het dat deze dia serie gemaakt is aan de hand van Raven's Biology? Jan
       Reply 
    Are you sure you want to  Yes  No
    Your message goes here

Hoofdstuk 05 - Audesirk

  1. 1. Membrane Structure and Function<br />Hoofdstuk 05<br />2010/2011<br />
  2. 2. Structuur celmembraan<br />Deel 1<br />2<br />
  3. 3. Fosfolipide<br />Fosfaatkop<br />hydrofiel<br />Vetzuurstaarten<br />hydrofoob<br />Gerangschikt in een dubbele laag<br />3<br />hydrofiel<br />hydrofoob<br />
  4. 4. Dubbele laag fosfolipiden<br />Dient als cellulaire barrière/grens<br />H2O<br />suiker<br />vetten<br />zout<br />hydrofiel<br />hydrofoob<br />nietdoorlaatbaarvoorpolairestoffen<br />hydrofiel<br />afval<br />4<br />
  5. 5. Celmembraan<br />Scheidt de levende cel van zijn omgeving<br />membraan = 8 nm dik<br />Bepaalt wat in en uit de cel gaat<br />sommige stoffen kunnen er makkelijker in en uit dan anderen<br />hydrofoob vs. hydrofiel<br />5<br />
  6. 6. Niet alleen fosfolipiden…<br />In 1972 steldenS.J. Singer & G. Nicolson de hypothese op dat het celmembraannaastfofolipidenook is opgebouwduito.a. membraaneiwitten<br />6<br />
  7. 7. Glycoproteïne<br />Membraaneiwitten<br />Cytoskelet<br />Extracellulaireruimte<br />Fosfolipide<br />Cholesterol<br />Cytoplasma<br />1972, S.J. Singer & G. Nicolson: Fluid Mosaic Model<br />7<br />
  8. 8. Niet alleen fosfolipiden…<br />Celmembraan bestaat ook uit membraaneiwitten<br />vormen semi-permeabele kanalen<br />8<br />
  9. 9. Membraaneiwitten<br />Semi-permeabelekanalen<br />specifiekekanalenlatenspecifiekestoffen door<br />suiker<br />az<br />H2O<br />in de cel<br />zout<br />NH3<br />buiten de cel<br />9<br />
  10. 10. Functies membraaneiwitten<br />10<br />Buiten<br />Cel<br />membraan<br />In de cel<br />Enzym<br />Cell surfacereceptor<br />Transporter<br />Cell surface identity marker<br />Cell adhesion<br />Attachment to thecytoskeleton<br />
  11. 11. Membraantransport<br />Deel 2<br />11<br />
  12. 12. Membraantransport<br />Passief transport<br />Diffusie<br />Vergemakkelijkt transport<br />Osmose<br />Actief transport<br />12<br />
  13. 13. Diffusie<br />2e wet van de thermodynamica<br />entropie<br />13<br />Diffusie= beweging van HOGE naar LAGE concentratie<br />
  14. 14. Diffusie<br />Van HOGE naar LAGE concentratie<br />passief transport<br />geen energie nodig<br />14<br />Diffusie<br />Osmose = diffusie van water<br />
  15. 15. Osmose is diffusie van water<br />Diffusie van water van een HOGE waterconcentratie naar een LAGE waterconcentratie<br />over een semi-permeabel membraan<br />15<br />
  16. 16. Waterconcentratie<br />Richting van osmose wordt bepaald door concentraties van opgeloste stoffen te vergelijken<br />hypertoon – meer opgeloste stof, minder water<br />hypotoon – minder opgeloste stof, meer water<br />isotoon – evenveel opgeloste stof, evenveel water<br />16<br />water<br />nettobeweging van water<br />
  17. 17. Handhaven waterbalans<br />Overleving van de cel hangt af van de balans tussen wateropname en waterafgifte<br />17<br />
  18. 18. Handhaven waterbalans<br />Hypotoon milieu<br />een cel in demiwater<br />hoge waterconcentratie rondom cel<br />Probleem: cel neemt water op en kan barsten<br />voorbeeld: Paramecium<br />neemt continu water op<br />oplossing: kloppende vacuole<br />pompt water uit cel<br />kost ATP <br />Plantencel<br />Turgescent = vol<br />celwand voorkomt barsten<br />18<br />ATP<br />
  19. 19. Kloppende vacuole<br />19<br />ATP<br />
  20. 20. Handhaven waterbalans<br />Hypertoon milieu<br />een cel in zeewater<br />lage waterconcentratie rondom cel<br />Probleem: cel verliest water en kan sterven<br />voorbeeld: schelpdier<br />verliest continu water <br />oplossing: neem water op<br />Plantencel<br />Plasmolyse = slap hangen<br />20<br />
  21. 21. Handhaven waterbalans<br />Isotoon milieu<br />een cel in milde zoutoplossing<br />geen verschil in waterconcentratie<br />Probleem: geen<br />geen netto beweging van water<br />gelijke beweging van water in beide richtingen<br />cel in equilibrium<br />celvolume constant<br />Voorbeeld<br />bloedcel in bloedplasma<br />21<br />
  22. 22. Vergemakkelijkt transport<br />Diffusie door kanaaleiwitten<br />specifieke moleculen transporteren over een membraan<br />geen energie nodig<br />22<br />HOOG<br />LAAG<br />vergemakkelijkt = met hulp<br />open kanaal= snel transport<br />
  23. 23. Actief transport<br />Transport van moleculen tegen een concentratie-gradiënt<br />vervorming van membraaneiwit transporteert een opgeloste stof over een membraan<br />‘eiwitpomp’<br />kost energie = ATP<br />23<br />LAAG<br />HOOG<br />
  24. 24. Co-transport<br />Antiport vs. symport<br />24<br />
  25. 25. Membraantransport<br />Passief transport<br />diffusie<br />diffusie van niet polaire, hydrofobe moleculen<br />vetten<br />HOOG - LAAG<br />vergemakkelijkt transport<br />diffusie van polaire, hydrofiele moleculen<br />door een kanaaleiwit<br />HOOG  LAAG<br />Actief transport<br />transport tegen de concentratiegradiënt in <br />LAAG  HOOG<br />eiwitpomp noodzakelijk<br />ATP nodig<br />25<br />ATP<br />
  26. 26. Membraantransport<br />26<br />ATP<br />
  27. 27. En grote moleculen…?<br />Membraantransport van grote moleculen<br />door middel van vacuoles en blaasjes<br />endocytose<br />fagocytose = ‘cellulair eten’<br />pinocytose = ‘cellulair drinken’<br />receptor-mediatedendocytose<br />exocytose<br />27<br />
  28. 28. Endocytose<br />28<br />fagocytose<br />pinocytose<br />receptor-mediated endocytose<br />
  29. 29. oefenvragen<br />Deel 3<br />29<br />
  30. 30. Begrepen…?<br />30<br />0.05 M<br />0.03 M<br />Cel(in vergelijking met het milieu)  hypertoon of hypotoon<br />Milieu (in vergelijking met de cel)  hypertoon of hypotoon<br />Bewegingsrichting water?  in of uit de cel<br />
  31. 31. Begrepen…?<br />Je krijgt 6 ongelabelde bekerglazen met verschillende sacharose-oplossingen. Deze bekerglazen bevatten een 0.0M, o.2M, 0.4M, 0.6M, 0.8M of 1.0M sacharose-oplossing. Bedenk een kwantitatieve methode om vast te stellen welk bekerglas welke oplossing bevat.<br />Beschrijf het experiment dat je uit wil voeren<br />Beschrijf de verwachte resultaten<br />Geef een verklaring van die resultaten op basis van je kennis van diffusie en osmose<br />31<br />10 min.<br />
  32. 32. Begrepen…?<br />Een volledig turgescente plantencel wordt in een isotone oplossing gelegd. De oplossing bevat dezelfde stoffen in dezelfde concentratie als het vacuolevocht in de planten-cel<br />Verandert het volume van de plantencel als deze in de oplossing is gelegd? Als dat zo is hoe verandert het volume dan?<br />Licht je antwoord zoals bij a. gegeven zo helder mogelijk toe.<br />32<br />5 min.<br />
  33. 33. Einde<br />

×