FACULTEIT RECHTSGELEERDHEIDDECANAATTIENSESTRAAT 413000 LEUVENAcademiejaar 2010 - 2011                            Het audio...
FACULTEIT RECHTSGELEERDHEIDDECANAATTIENSESTRAAT 413000 LEUVENAcademiejaar 2010 - 2011                            Het audio...
SAMENVATTINGDeze meesterproef handelt over de recent aangenomen Salduz-regeling. België tracht metdeze regeling de Europes...
DANKWOORDHet is een cliché te zeggen dat je een thesis niet alleen schrijft, maar toch is dit ook in mijngeval zeker van t...
INHOUDSTAFELLIJST MET AFKORTINGEN ...........................................................................................
3.4. Beoordeling EHRM ................................................................................................... ...
1.2. Grafische voorstelling .................................................................................................
2. Kwaliteit van het onderzoek ..............................................................................................
LIJST MET AFKORTINGENBUPO              Internationaal verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten                  (...
LIJST MET BIJLAGENBijlage 1: IntroductiebriefBijlage 2: Eerst herinneringsberichtBijlage 3: Tweede herinneringsberichtBijl...
INLEIDINGDe recent aangenomen Salduz-regeling wordt in de media bestempeld als de belangrijkstehervorming van het strafrec...
bestempeld.4 Met het oog op de toekomstige invoering van de Salduzregeling, is hetinteressant om ook deze denkpiste nader ...
Belgische situatie omtrent het recht op een eerlijk proces. De wijze waarop België deStraatsburgse rechtspraak interpretee...
DEEL 1: FENOMEENANALYSE1. Het recht op een eerlijk procesHet recht op een behoorlijke rechtsbedeling wordt alom verkondigd...
rechten (BUPO) vormt een tweede belangrijke informatiebron. Ten slotte voorziet deBelgische wetgeving waarborgen in de gro...
advocaat worden bijgestaan.17 Vooral met betrekking tot dit laatste recht ontstond in Belgiëeen levendige discussie, waaro...
Franchimont voorziet voor de inverdenkinggestelde.24 Ten slotte beschikt de verhoorde overeen zwijgrecht, waarover hij nie...
1.2. ToezichtHet enkel opstellen van wetgeving ter bescherming van het recht op een eerlijk proces biedtgeen voldoende waa...
handelingen die strijdig zijn met de geldende rechtsregels vervolgens schorsen envernietigen.311.2.2. Europees toezichtDe ...
Het Hof behandelt de zaak in een publieke hoorzitting met meestal negen rechters. Eén van derechters moet uit het land in ...
van State over de opvolging van dit recht. Op Europees niveau fungeren eveneens tweeinstanties als waakhond. In Straatsbur...
2. Het recht op bijstand van een advocaatBijstand tijdens het verhoor wordt in Europa niet op uniforme wijze geregeld.39 M...
een advocaat tijdens elk verhoor: Nergens wordt geëist dat de advocaat tijdens het verhoorfysiek aanwezig moet zijn, maar ...
tijdens het verhoor, moet de verdachte ook tijdens de fase van het onderzoek recht hebben opbijstand van een advocaat. Dez...
3. Het recht op bijstand in het EVRMBelgië ondertekende als lidstaat van de Raad van Europa op 4 november 1950 het EVRM.54...
voorafgaand of gedurende het verhoor.59 Hoewel het in beide arresten om een minderjarigeverdachte gaat, zijn de standpunte...
3.3. Het arrest Salduz en het arrest PanovitsSinds het arrest Salduz in 2008 en het kort daaropvolgende arrest Panovits, b...
In de veroordeling werd vooral waarde gehecht aan de verklaringen tijdens het politieverhoor,zijn latere ontkenning werd g...
De politie gaf een andere lezing van de feiten. Zij beweerden dat Panovits duidelijk op dehoogte gebracht werd van de bewi...
Deze Kamer kan beschouwd worden als een beroepsinstantie binnen het EHRM. Enkel zakendie volgens een college van vijf rech...
3.5. Bijstand volgens het Hof: Aanwezigheid of consultatie?Het Hof maakt gebruik van de termen „assistance of‟ en „access ...
4. België volgt de Salduz-rechtspraakDe lidstaten van de Raad van Europa staan onder het toezicht van het EHRM en moeten d...
tegemoet aan de kern van het Salduz-arrest: Een veroordeling kan niet worden uitgesprokenop basis van een verklaring die w...
Paragraaf vier stelt dat deze rechten voor het verhoor in een schriftelijke moeten wordenoverhandigd.93 Tot slot bepaalt p...
advocaat en zijn cliënt discreet kunnen overleggen, waardoor infrastructuurwerken zichopdringen in verscheidene zones. Daa...
4 mei 2010 spreekt echter over een nijpend tekort aan infrastructuur voor video-opnames. Hetgeeft in afwachting van een be...
noodzakelijk.104 Men baseerde zich hiervoor op het advies van de Hoge Raad: Die stelt dat ditde meest geschikte manier is ...
5. Het verhoorIn dit hoofdstuk zal in de eerste plaats het standaardverhoor beschreven worden. Vervolgenszal kort worden i...
Andere definities benadrukken dan weer het eindproduct: Decoux stelt dat men pas kanspreken over een verhoor indien een pr...
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor

3,848 views

Published on

Publiek beschikbaar met toelating van de auteur, gelieve steeds de bron te vermelden.

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
3,848
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
39
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Meesterproef van Ine Cardoen : het audio visueel verhoor

  1. 1. FACULTEIT RECHTSGELEERDHEIDDECANAATTIENSESTRAAT 413000 LEUVENAcademiejaar 2010 - 2011 Het audiovisueel verhoor: Een alternatief voor de Salduz-regeling?Promotor: Prof. F. HUTSEBAUTBegeleidster: J. STEYVERS Verhandeling, ingediend door INE CARDOEN, bij het eindexamen voor de graad van MASTER IN DE CRIMINOLOGISCHE WETENSCHAPPEN
  2. 2. FACULTEIT RECHTSGELEERDHEIDDECANAATTIENSESTRAAT 413000 LEUVENAcademiejaar 2010 - 2011 Het audiovisueel verhoor: Een alternatief voor de Salduz-regeling?Promotor: Prof. F. HUTSEBAUTBegeleidster: J. STEYVERS Verhandeling, ingediend door INE CARDOEN, bij het eindexamen voor de graad van MASTER IN DE CRIMINOLOGISCHE WETENSCHAPPEN
  3. 3. SAMENVATTINGDeze meesterproef handelt over de recent aangenomen Salduz-regeling. België tracht metdeze regeling de Europese rechtspraak te volgen en het recht op een eerlijk proces voor deverdachte te waarborgen. De Salduz-wet voorziet het recht op bijstand van een advocaattijdens het eerste politioneel verhoor. Er wordt verwacht dat de invoering van deze regelingop uiterlijk 1 januari 2012 een grote impact zal hebben op het politiewezen. Sinds de aannameklinken dan ook allerlei argumenten en kritieken vanuit het werkveld.Bovendien werd tijdens de debatten in de Senaat en de Kamer het audiovisueel verhoor alsmogelijk alternatief op deze regeling naar voren geschoven. Over de mogelijke problemen ofverbeteringen door dit alternatief is echter weinig bekend, waardoor deze optie als langetermijn oplossing van de baan werd geschoven. Kortom, er is momenteel maar weinigwetenschappelijk onderzoek uitgevoerd naar de impact die deze regeling op de lokalepolitiezones kan hebben, noch is er een duidelijk zicht op de optie van het audiovisueelverhoor als alternatief. Deze meesterproef tracht dit nader te onderzoeken en een duidelijkerbeeld te schetsen van de mogelijke problemen of verbeteringen.Deze scriptie bestaat bijgevolg uit vier delen. Ten eerste wordt de bestaande literatuur metbetrekking tot het recht op een eerlijk proces en het (audiovisueel) verhoor grondiggeanalyseerd. Ten tweede wordt een toelichting gegeven bij het kwalitatief onderzoek dat inhet kader van de meesterproef gevoerd werd bij de lokale politie in Vlaanderen. Ten derdeworden de resultaten van dit onderzoek geanalyseerd en besproken. Als laatst volgt eenalgemene conclusie en enkele aanbevelingen.
  4. 4. DANKWOORDHet is een cliché te zeggen dat je een thesis niet alleen schrijft, maar toch is dit ook in mijngeval zeker van toepassing. Ik wil daarom graag enkele mensen bedanken die me rechtstreeksof onrechtstreeks hebben bijgestaan bij het maken van deze thesis.Eerst en vooral zou ik graag mijn begeleidster, Joke Steyvers, willen bedanken voor deuistekende begeleiding tijdens het hele proces. Ik kon steeds op een snelle respons rekenen enhaar zorgvuldige aanwijzingen waren dan ook een belangrijke meerwaarde.Daarnaast verdienen mijn ouders, mijn zus en Jan hier ook een apart plekje. Dit niet enkelomdat ze mij de mogelijkheid bieden om deze studie te volgen, maar het schrijven van dezethesis was voor mij een bijzondere confrontatie met mijzelf en woog op mijn zelfvertrouwen,zenuwen maar vooral op mijn humeur. Ik ben hen daarom zeer dankbaar dat ze me tochonophoudelijk hebben gesteund, gemotiveerd en verdragen tijdens dit hele traject.Ook gaat mijn dank uit naar de verschillende politiezones. Zonder hun medewerking zou dezemeesterproef immers niet bestaan.Tenslotte wil ik ook mijn vrienden bedanken voor de vele gezellige, maar vaak late uren in debibliotheek. Samen hebben we heel wat stressmomenten en dreigende paniekaanvallenoverwonnen, maar gelukkig ook heel wat leuke momenten beleefd. Kortom het is onmogelijkom iedereen hier bij naam te noemen. De vele vragen zoals: “Hoe is het met je thesis? “ of“Lukt het een beetje?” waren steeds weer een bron van motivatie om door te blijven werken.Na een jaar van vallen en opstaan, herlezen en herschrijven, moet ik eerlijk toegeven dat iktrots ben om mijn onderzoek te mogen indienen. Het was ongetwijfeld een leerrijke ervaring.Bedankt. II
  5. 5. INHOUDSTAFELLIJST MET AFKORTINGEN ........................................................................................... VIILIJST MET BIJLAGEN ....................................................................................................VIIIINLEIDING .............................................................................................................................. 1DEEL 1: FENOMEENANALYSE ......................................................................................... 4 1. Het recht op een eerlijk proces ........................................................................................... 4 1.1. Bronnen ........................................................................................................................ 4 1.1.1. Artikel 6 EVRM ................................................................................................... 5 1.1.2. Artikel 14 BUPO .................................................................................................. 6 1.1.3. De grondwet ......................................................................................................... 6 1.1.4. Andere waarborgen .............................................................................................. 7 1.1.5. Werkingssfeer ....................................................................................................... 7 1.2. Toezicht........................................................................................................................ 8 1.2.1. Nationaal toezicht ................................................................................................. 8 1.2.2. Europees toezicht ................................................................................................. 9 1.3. Besluit ........................................................................................................................ 10 2. Het recht op bijstand van een advocaat ........................................................................... 12 2.1. De Europese Commissie ............................................................................................ 12 2.2. De Raad van Europa .................................................................................................. 13 3. Het recht op bijstand in het EVRM .................................................................................. 15 3.1. Standpunt van het Hof................................................................................................ 15 3.2. Pre-Salduz Standpunt ................................................................................................. 16 3.3. Het arrest Salduz en het arrest Panovits ..................................................................... 17 3.3.1. Salduz: Feiten en nationaal proces .................................................................... 17 3.3.2. Panovits: Feiten en nationaal proces ................................................................. 18 III
  6. 6. 3.4. Beoordeling EHRM ................................................................................................... 19 3.4.1. Salduz en EHRM ................................................................................................ 19 3.4.2. Panovits en EHRM ............................................................................................. 20 3.5. Bijstand volgens het Hof: Aanwezigheid of consultatie? .......................................... 21 4. België volgt de Salduz-rechtspraak .................................................................................. 22 4.1. De Salduz-wet ............................................................................................................ 22 4.2. Kritieken vanuit het politiewezen .............................................................................. 24 4.3. Voorgestelde alternatieven ......................................................................................... 25 5. Het verhoor ....................................................................................................................... 28 5.1. Het klassieke verdachtenverhoor ............................................................................... 28 5.2. Relevante artikels voor het vooronderzoek ................................................................ 29 5.3. Andere vormen van verhoren ..................................................................................... 31 5.4. Het Audiovisueel verhoor .......................................................................................... 31 5.4.1. Wetsbepalingen .................................................................................................. 32 5.4.2. Artikel 112ter Strafvordering ............................................................................. 32 5.5. De meerwaarde van het audiovisueel verhoor ........................................................... 34 5.5.1. Voordelen voor de politiedienst ......................................................................... 34 5.5.2. Voordelen voor de verdachte ............................................................................. 35 5.6. Mogelijke nadelen ...................................................................................................... 36 5.6.1. Nadelen uit de literatuur ..................................................................................... 36 5.6.2. Praktische bezwaren ........................................................................................... 37 5.7. Als onderhandelingsmarge ......................................................................................... 38 6. Besluit ............................................................................................................................... 39DEEL 2: METHODOLOGIE ............................................................................................... 40 1. Probleemstelling en onderzoeksvragen ............................................................................ 40 1.1. Onderzoeksvragen ...................................................................................................... 41 IV
  7. 7. 1.2. Grafische voorstelling ................................................................................................ 42 1.3. Doelstellingen ............................................................................................................ 44 2. Onderzoeksopzet .............................................................................................................. 45 2.1. Respondentenselectie ................................................................................................. 45 2.2. Dataverzameling ........................................................................................................ 46 2.3. De contactmail en vragenlijst ..................................................................................... 47 2.4. Data-analyse ............................................................................................................... 49DEEL 3: ONDERZOEKSRESULTATEN .......................................................................... 50 1. Respons ............................................................................................................................. 50 1.1. Eerste contactname en herinneringsmails .................................................................. 50 1.2. Reden van (non-)respons ........................................................................................... 51 2. Antwoordanalyse .............................................................................................................. 53 2.1. Verwachtingen Salduz ............................................................................................... 53 2.2. Personeelscapaciteit ................................................................................................... 55 2.3. Huidige middelen ....................................................................................................... 56 2.4. Aanwezigheid advocaat ............................................................................................. 56 2.5. Audiovisueel verhoor ................................................................................................. 57 2.6. Verwachtingen AVV.................................................................................................. 58 2.7. Ander alternatief ........................................................................................................ 59 2.8. Bijkomende opmerkingen .......................................................................................... 60 3. Discussie ........................................................................................................................... 61 3.1. Onderzoeksvraag 1 ..................................................................................................... 61 3.2. Onderzoeksvraag 2 ..................................................................................................... 64DEEL 4: CONCLUSIE .......................................................................................................... 67 1. Algemene conclusie .......................................................................................................... 67 V
  8. 8. 2. Kwaliteit van het onderzoek ............................................................................................. 70 3. Aanbevelingen .................................................................................................................. 71BIBLIOGRAFIE .................................................................................................................... 73BIJLAGEN ............................................................................................................................. 87 VI
  9. 9. LIJST MET AFKORTINGENBUPO Internationaal verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (Algemene Vergadering Verenigde Natie)CPT European Committee for the Prevention of Torture / Comité ter Preventie van FolteringEVRM Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (Raad van Europa)EHRM Europees Hof voor de Rechten van de Mens (Raad van Europa)Salduz-arrest European Court of Human Rights: Yusuf Salduz v. Turkey, 27 november 2008 (Application no. 36391/02)Sv. Wetboek van StrafvorderingWet Franchimont Wet van 12 maart 1998 tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoekCOL 7/2010 Omzendbrief nr. col 7/2010 van het college van procureurs-generaal bij de hoven van beroep: Voorlopige richtlijnen inzake de bijstand van een advocaat bij het eerste politionele verhoor van een verdachte gelet op de recente rechtspraak van het EHRMCOL 15/2010 Omzendbrief nr. col 15/2010 van het college van procureurs-generaal bij de hoven van beroep: Addendum bij de COL 7/2010 betreffende de bijstand van een advocaat bij het eerste politionele verhoor van een verdachte gelet op de recente rechtspraak van het EHRMOM Openbaar MinisterieOR onderzoeksrechterPDK Procureur des KoningsAVV audiovisueel verhoor VII
  10. 10. LIJST MET BIJLAGENBijlage 1: IntroductiebriefBijlage 2: Eerst herinneringsberichtBijlage 3: Tweede herinneringsberichtBijlage 4: BedankingBijlage 5: VragenlijstBijlage 6: Contactinfo lokale politiezonesBijlage 7: Reacties VIII
  11. 11. INLEIDINGDe recent aangenomen Salduz-regeling wordt in de media bestempeld als de belangrijkstehervorming van het strafrechtsklimaat van de jongste vijftig jaar. 1 De wet verwijst naar hetSalduz-arrest van het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EHRM), dat bepaalt datelke aangehouden verdachte recht heeft op bijstand van een advocaat tijdens zijn eerstepolitieverhoor. Hoewel deze interpretatie van het Hof tot verhitte discussies in de Senaat en deKamer heeft geleid, werd recentelijk ook in België beslist om de Europese rechtspraak vanaf1 januari 2012 te volgen en de nationale wetgeving aan te passen. Maar sinds de Salduz-regeling door deze beslissing een verplicht nummer is geworden, klinken ook vanuit depraktijk allerlei kritieken. Zo verwacht men dat de wet een grote impact zal hebben op hetpolitiewezen. Waarschuwingen over het tekort aan infrastructuur, geschoold personeel en hetgrote financiële plaatje zijn maar enkele voorbeelden.2 Het wettelijk vastleggen van deSalduz-regeling was slechts de eerste stap, een degelijke implementatie is cruciaal. Daarom ishet belangrijk om zicht te krijgen op de problemen of verandering die de lokale politieverwacht.Daarnaast werden tijdens de voorbereidende debatten ook enkele alternatieven naar vorengeschoven. Eén van deze alternatieven is het audiovisueel verhoor (AVV). In andereEuropese landen, zoals Engeland en Nederland, wordt al enkele jaren geëxperimenteerd metdit alternatief. Uit die ervaringen is gebleken dat het opnemen van het verhoor de verdachtevoordelen biedt.3 Momenteel is het in België echter ook hier nog tasten in het duister: De visievan de lokale politiezones en de mogelijkheden voor een degelijke uitvoering van ditalternatief zijn nog onbekend. Het AVV werd daarom als een „oplossing op lange termijn‟1 I. FAES, Geen weg terug voor Salduz-wet, 5 juli 2011, www.n-va.be/nieuws/column/geen-weg-terug-voor-salduz-wet.; J. DE WIT, “Landuyt over Salduz: Zo weinig mogelijk veranderen”, Gazet van Antwerpen, 18 maart 2011, www.gva.be/nieuws/binnenland/aid1028858/landuyt-over-salduz-zo-weinig-mogelijk-veranderen.aspx.2 X., “Van Thielen uit kritiek op salduz-wet”, Het Nieuwsblad, 30 maart 2011, www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20110330_023.; X., “Nieuwe Salduz-wet zal 16 miljoen kosten”, De Redactie, 18 juni 2011, http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.1047249.; Omzendbrief nr. COL 7/2010 van het college van procureurs-generaal bij de hoven van beroep Voorlopige richtlijnen inzake de bijstand van een advocaat bij het eerste politionele verhoor van een verdachte gelet op de recente rechtspraak van het EHRM, www.polinfo.be/secure/showfile.aspx?id=lx1338127.pdf, 2-4.3 D. VAN DAELE, “Recente ontwikkelingen inzake de wettelijke regeling van het verhoor in strafzaken” in D. VAN DAELE en I. VAN WELZENIS (eds.), Actuele thema‟s uit het strafrecht en de criminologie, Leuven, Universitaire Pers, 2004, 140-141; M. McCONVILLE, “Videotaping interrogations: police behaviour on and off camera”, Criminal Law Review, 1992, 532. 1
  12. 12. bestempeld.4 Met het oog op de toekomstige invoering van de Salduzregeling, is hetinteressant om ook deze denkpiste nader te verkennen.In deze meesterproef wordt daarom bovenstaande problematiek onderzocht en getracht eenantwoord te formuleren op twee onderzoeksvragen. Enerzijds zal de impact van de Salduz-regeling op de lokale politie worden nagegaan. De eerste onderzoeksvraag luidt bijgevolg alsvolgt: „Welke impact heeft de implementatie van Salduz-regeling volgens de lokale politie opde eigen politiezone?‟ Deze onderzoeksvraag wordt opgedeeld in twee deelvragen : „Welkeproblemen verwacht de lokale politie als gevolg van deze implementatie ?‟ en „Welkeverbeteringen verwacht de lokale politie als gevolg van deze implementatie ?‟Daarnaast wordt aan de hand van een tweede onderzoeksvraag onderzocht in welke mate delokale politie het audiovisueel verhoor als een mogelijk alternatief op de Salduz-regelingbeschouwt : „Hoe beoordeelt de lokale politie het voorstel van een verplichte audiovisueleopname van het eerste politioneel verhoor als een mogelijk alternatief voor deSalduzregeling ?‟ Ook deze vraag bestaat uit twee deelvragen, namelijk : „Welke problemenverwacht de lokale politie bij een verplichte audiovisuele registratie van het eerste politioneelverdachtenverhoor?‟ en „Welke verbeteringen verwacht de lokale politie dankzij eenverplichte audiovisuele registratie van het eerste politioneel verdachtenverhoor?‟Alvorens deze vragen te onderzoeken, werd de nodige gedragswetenschappelijke enmethodologische literatuur geraadpleegd. Deze meesterproef is bijgevolg opgedeeld in vierdelen. Het eerste deel omvat een literatuurstudie en bestaat uit zes hoofdstukken. In het eerstehoofdstuk wordt het recht op een eerlijk proces beschreven aan de hand van de beschikbareEuropese en nationale bronnen. Daarnaast wordt gekeken welke toezichtinstanties dit rechttrachten te beschermen. Vervolgens focust het tweede hoofdstuk op één specifiek recht van deverdachte, namelijk het recht op bijstand van een advocaat tijdens het vooronderzoek. Ookhier worden de visies van de belangrijkste grondleggers zoals de Europese Commissie en deRaad van Europa besproken. Het standpunt van het EHRM wordt behandeld in het derdehoofdstuk. Aan de hand van twee cruciale arresten, het arrest Salduz en het arrest Panovits,wordt de interpretatie van het Hof verduidelijkt. Het vierde hoofdstuk werpt een blik op de4 Verslag 8 juni over het wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer 2010-11, nr. 53K1279005, http://www.dekamer.be/doc/flwb/pdf/53/1279/53k1279005.pdf, 8-9. 2
  13. 13. Belgische situatie omtrent het recht op een eerlijk proces. De wijze waarop België deStraatsburgse rechtspraak interpreteert en de kritieken die hieruit voortvloeien vormen de kernvan dit hoofdstuk. Het voorlaatste hoofdstuk focust op het (audiovisueel) verhoor. Enerzijdswordt de wetgeving met betrekking tot het verhoor tijdens het vooronderzoek besproken,anderzijds wordt een overzicht gemaakt van de mogelijke voor- en nadelen van deaudiovisuele registratie. Vervolgens wordt gekeken in welke mate het AVV een waarborg kanbieden voor het recht op een eerlijk proces, alsook in hoeverre dit verhoor een alternatief kanvormen voor de Salduz-regeling. Tot slot wordt deel één afgerond met een samenvattendbesluit van de literatuurstudie.Deel twee behandelt het empirisch onderzoek. In dit deel worden enerzijds deprobleemstelling en de onderzoeksvragen besproken, anderzijds wordt het kwalitatiefonderzoeksopzet nader toegelicht.Het voorlaatste deel omvat de resultaten van het onderzoek. Dit gedeelte bevat de analyse vande vragenlijst die werd bezorgd aan de verschillende lokale politiezones, alsook een discussie.De meesterproef wordt afgesloten met een algemene conclusie waarin de belangrijksteresultaten en de kwaliteit van het onderzoek besproken worden. Tot slot worden enkeleaanbevelingen voor verder onderzoek geformuleerd. 3
  14. 14. DEEL 1: FENOMEENANALYSE1. Het recht op een eerlijk procesHet recht op een behoorlijke rechtsbedeling wordt alom verkondigd als een fundamenteelrecht, hoewel het effectief uitoefenen ervan geen sinecure blijkt te zijn. In hun theorie over„procedural justice‟ stellen Thibaut en Walker dat het oordeel van mensen over derechtvaardigheid van een uitspraak in hoge mate afhankelijk is van hun perceptie over degevolgde procedure.5 Juridische rechtsbedeling zal pas aanvaard en als legitiem bestempeldworden als het van hoogstaande kwaliteit is.6 Statistische bronnen tonen aan dat in Europa heteerlijk proces het vaakst geschonden recht is: In meer dan één op vijf zaken behandeld doorhet EHRM is er sprake van een schending van dit recht, zelfs in ruim de helft van de arrestenkomt het eerlijk proces als hoofdzaak of bijzaak aan bod.7Het recht op een eerlijk proces is de kern van de rechten van de verdediging. Er moetvoldoende ruimte zijn voor tegenspraak en de verdachte moet als volwaardige partij aan debewijsvoering kunnen deelnemen.8 Hoewel het recht op een eerlijk proces in alle processtadiageldt, zal deze uiteenzetting vooral toespitsen op het vooronderzoek. Ook beperkingen op derechten van de verdediging tijdens deze beginfase van het onderzoek tasten het eerlijkkarakter van het proces aan.9 Voor de uitoefening van deze rechten kan de verdachte steunenop tal van wetgevende initiatieven. In onderstaande paragraaf zal ingegaan worden op dezebronnen.1.1. BronnenHet Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is de bekendste invalshoekvoor het beoordelen van een eerlijk proces. Artikel zes bevat enkele minimumvoorschriften,in lid 2 en lid 3 legt het EVRM de fundamenten voor het eerlijk proces.10 Het Europees Hofvermeldt daarnaast nog enkele andere waarborgen, die niet expliciet in artikel zes werdenopgenomen.11 Artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke5 J. GREENBERG en J. COLQUITT, Handbook of organizational justice, New Jersey, Lawrence Erlbaum, 2005, 21-22.6 I. AERTSEN, Slachtoffer-daderbemiddeling: een onderzoek naar de ontwikkeling van herstelgerichte strafrechtsbedeling, Leuven, University Press, 2004, 326.7 B. DE SMET en K. RIMANQUE, Het recht op behoorlijke rechtsbedeling, Antwerpen, Maklu, 2002, 9.; M. BOND, The Council of Europe and human rights: an introduction to the European Convention on Human Rights, Strasbourg, Council of Europe Publishing, 2010, 31.8 B. DE SMET en K. RIMANQUE, Het recht op behoorlijke rechtsbedeling, Antwerpen, Maklu, 2002, 93.9 EHRM, S. v. Zwitserland, ECHR 1991, A220.10 EHRM, Artico v. Italië, ECHR 1980, A37, lid 32.11 B. DE SMET en K. RIMANQUE, Het recht op behoorlijke rechtsbedeling, Antwerpen, Maklu, 2002, 95. 4
  15. 15. rechten (BUPO) vormt een tweede belangrijke informatiebron. Ten slotte voorziet deBelgische wetgeving waarborgen in de grondwettelijke bepalingen.1.1.1. Artikel 6 EVRMAangezien artikel 14 BUPO minder bekend is en de grondwettelijke bepalingen vaak parallellopen met dit artikel, wordt in België vaak rechtstreeks beroep gedaan op artikel 6 EVRM.12Dit artikel bestempelt de eerlijke rechtsbedeling als een mensenrecht. Het artikel bestaat uitdrie paragrafen die men als één geheel moet beschouwen.13Het eerste lid geeft duidelijk het idee van het eerlijk proces weer. Het stelt dat iedere persoontegen wie een vervolging werd ingesteld het recht heeft op een eerlijke en openbarebehandeling van zijn zaak. Bovendien moet de zaak door een onpartijdig en onafhankelijkgerecht behandeld worden en dit binnen een redelijke termijn. Op de openbaarheid van deuitspraak kan een uitzondering worden gemaakt. Indien in het belang van de goede zeden, vande openbare orde of nationale veiligheid, of wanneer de belangen van minderjarigen of debescherming van het privéleven van procespartijen het eisen, kan de toegang aan de pers enhet publiek worden ontzegd. Ook als de rechter oordeelt dat de openbaarheid de belangen vaneen behoorlijke rechtspleging zou schaden kan de toegang gedurende de gehele terechtzittingof een deel daarvan ontzegd worden.14Het tweede lid bevat de onschuldpresumptie: Eenieder tegen wie een vervolging is ingesteldwordt onschuldig bevonden tot diens schuld bij wet is bewezen.15 Dit vermoeden vanonschuld moet in ieder processtadium worden nageleefd.Het derde lid omvat verschillende rechten die aan de betrokkene ter verdediging wordentoebedeeld.16 Zo moet de verdachte duidelijk op de hoogte worden gesteld van de aard enreden van de beschuldigingen en moet hij over voldoende tijd en faciliteiten beschikken voorde voorbereiding van zijn verdediging. De verdachte heeft daarnaast inspraak in hetondervragen of doen ondervragen van de getuigen en kan zich kosteloos laten bijstaan dooreen tolk. Hij heeft ook het recht zichzelf te verdedigen of bijstand te krijgen. Indien hij dit nietkan bekostigen maar het belang van de rechtspraak dit wel vereist, kan hij kosteloos door een12 B. DE SMET en K. RIMANQUE, Het recht op behoorlijke rechtsbedeling, Antwerpen, Maklu, 2002, 9.13 EHRM, Brozicek v. Italië, ECHR 1989, A167, §45.14 Art. 6, eerste lid, Verdrag 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.15 Art. 6, tweede lid, Verdrag 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.; C.P.M. CLEIREN en J.F. NIJBOER, Strafvordering, Deventer, Kluwer, 2007, 1938.16 G. CORSTENS en J. PRADEL, Het Europese strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2003, 391-407. 5
  16. 16. advocaat worden bijgestaan.17 Vooral met betrekking tot dit laatste recht ontstond in Belgiëeen levendige discussie, waarop later wordt ingegaan.Het idee van het recht op een eerlijk proces wordt dus in het tweede en derde lid van artikel 6EVRM door middel van een opsomming verduidelijkt.181.1.2. Artikel 14 BUPOArtikel 14 BUPO omvat in de eerste drie paragrafen grotendeels gelijkaardige rechten alsartikel 6 EVRM, hoewel de rechten in een andere bewoording worden omschreven. In lid vijftot en met zeven voegt het BUPO de mogelijkheid op een behandeling van de zaak in eenhoger rechtscollege, de schadeloosstelling en het „non bis in idem‟-beginsel toe.19 Dezerechten werden bij het EVRM toegevoegd door het zevende protocol van 22 november 1984.België heeft dit protocol echter nooit ondertekend.201.1.3. De grondwetHet recht op een eerlijk proces wordt ook door de grondwet beschermd. Artikels 144 en 145beschrijven welke geschillen onder de bevoegdheden van de rechtbank vallen. Hetlegaliteitsbeginsel wordt omschreven in artikel 12, de motiveringsplicht in artikel 149. Deopenbaarheid van de zitting en de onafhankelijkheid van de rechter en het OM wordenrespectievelijk in artikel 148 en artikel 151 behandeld.21De wet Franchimont voegde artikel 47 aan het wetboek van Strafvordering toe (Sv.).22 Hetartikel focust zich niet enkel op verdachten, maar op „personen ongeacht in welkehoedanigheid ze worden verhoord‟, dit met het oog op een bescherming van ieders rechtentijdens bijvoorbeeld het politieverhoor. De verhoorde heeft ondermeer recht op een letterlijkenotering, mag het proces-verbaal nalezen en eventueel verbeteren.23 Toch blijven de rechtenvan de verdachte beperkt, hij heeft geen toegang tot de vele procedures die de wet17 Artikel 6, derde lid, Verdrag 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.18 F. LOGGHE, “Over de eerlijke behandeling volgens artikel 6 van het EVRM”, Jura Falconis, 1996-97, afl. 33, 271-316.19 Artikel 14, Internationaal Verdrag 19 december 1966 inzake burgerrechten en politieke rechten.20 B. DE SMET en K. RIMANQUE, Het recht op behoorlijke rechtsbedeling, Antwerpen, Maklu, 2002, 13.21 Gecoördineerde Grondwet 17 februari 1994, B.S. 17 februari 1994.22 Wet 12 maart 1998 tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek, BS 2 april 1998.23 T. DECAIGNY, "De bijstand van een advocaat bij het verhoor", Tijdschrift voor strafrecht, 2010, 7. 6
  17. 17. Franchimont voorziet voor de inverdenkinggestelde.24 Ten slotte beschikt de verhoorde overeen zwijgrecht, waarover hij niet expliciet op de hoogte moet gesteld worden. Sinds deSalduz-rechtspraak, die verder wordt besproken, wordt dit recht op zwijgen wel vakermedegedeeld.251.1.4. Andere waarborgenHet Europees Hof heeft naast bovenstaande minimumvereisten ook andere waarborgengeformuleerd. De deelname van de verdachte aan het proces, het vermoeden van onschuld, deaanvoering van bewijsmateriaal op de zitting, het recht op een eerlijke bewijsvoering, hetzwijgrecht en de gelijke behandeling van de partijen zijn volgens het Hof cruciale waarborgenvoor een eerlijke rechtsbedeling. Hoewel niet al deze waarborgen expliciet in artikel 6 EVRMworden vermeld, kunnen delen van artikel 6 als „lex specialis‟ van deze waarborgen wordenbeschouwd. Artikel 6, lid 3d vermeldt dat de verdachte onder dezelfde voorwaarden getuigenmoet kunnen aanbrengen.261.1.5. WerkingssfeerVrij snel wordt duidelijk dat veel van deze bepalingen in elkaars vaarwater komen. Zo wordtbijvoorbeeld de onpartijdige rechter zowel in de grondwet als in de Europese verdragengewaarborgd. Het is daarom belangrijk om de verhouding tussen artikel 6 EVRM, art 14BUPO en de grondwetbepalingen te kennen. Artikel 53 EVRM en artikel 5, lid twee BUPObehandelen de maximalisatieclausule die de verhouding tussen deze verdragsbepalingenregelt. Uit deze clausule volgt de verplichting om voorrang te geven aan de bepaling die deruimste bescherming biedt aan de verdachte. Intern recht kan hierdoor voorrang krijgen opverdragsregels.2724 C. VAN DEN WYNGAERT, Strafrecht, strafprocesrecht en internationaal strafrecht, Antwerpen, Maklu, 2006, 537.25 K. VAN CAUWENBERGHE, "Bijstand advocaat vanaf eerste verhoor: één zwaluw maakt nog geen lente", De Juristenkrant, afl. 201, 10 februari 2010, 11.26 B. DE SMET en K. RIMANQUE, Het recht op behoorlijke rechtsbedeling, Antwerpen, Maklu, 2002, 95-96.27 B. DE SMET en K. RIMANQUE, Het recht op behoorlijke rechtsbedeling, Antwerpen, Maklu, 2002, 13. 7
  18. 18. 1.2. ToezichtHet enkel opstellen van wetgeving ter bescherming van het recht op een eerlijk proces biedtgeen voldoende waarborg. Er is een vorm van toezicht nodig zodat de uitvoering ook in depraktijk mogelijk is. De naleving van het recht op behoorlijke rechtsbedeling wordt verzekerddoor toezicht op zowel nationaal als Europees niveau. In onderstaande alinea worden deverschillende controlerende instanties kort besproken.1.2.1. Nationaal toezichtOp nationaal niveau wordt de toezichtsfunctie verzorgd door de hoogste Belgischerechtscolleges: het Grondwettelijk Hof, het Hof van Cassatie en de Raad van State.Het Grondwettelijk Hof behoort noch bij de wetgevende, noch de uitvoerende of gerechtelijkemacht. Het waakt als een los bijzonder orgaan over de opvolging van de grondwet door dewetgevers.28 Het rechtscollege bestaat uit twaalf rechters en is exclusief bevoegd voor hettoetsen van zowel materiële als formele bepalingen. Ze kunnen enkel uitspraak doen overwetten, decreten en ordonnanties, andere bepalingen, zoals Koninklijke besluiten, vallenbuiten hun bevoegdheid. Een zaak kan op twee manieren worden aangebracht, via een beroeptot vernietiging of via een prejudiciële vraag. De uitspraak is niet vatbaar voor beroep en dearresten zijn onmiddellijk uitvoerbaar.29Het Hof van Cassatie oordeelt daarentegen niet over de bepalingen zelf, maar over dewettelijkheid van rechterlijke beslissingen in een „in laatste aanleg gewezen‟ vonnis of arrest.Dit Hof kan dus enkel uitspraak doen nadat de gewone rechtsmiddelen zijn benut. HetCassatiehof velt evenmin oordeel over feiten, ze gaat enkel na of er een wet of rechtsregelgeschonden werd. Het Hof kan in dergelijk geval de beslissing vernietigen en de zaakdoorverwijzen. Een ander rechtscollege moet de zaak na verwijzing na cassatie opnieuwbeoordelen.30De Raad van State is de derde toezichthouder. Naast haar taak als adviesorgaan encassatierechter voor beroepen in lagere administratieve rechtscolleges, heeft ze alsbelangrijkste bevoegdheid het nagaan van de wettigheid van administratieverechtshandelingen. Alle natuurlijk en rechtspersonen kunnen hier een beroep instellenwanneer zij zich door dergelijke handelingen geschaad voelen. De Raad kan administratieve28 X, Grondwettelijk Hof: voorstelling, www.const-court.be.29 P. DE VROEDE en J. GORUS, Inleiding tot het recht, Mechelen, Kluwer, 2007, 238-240.30 X, Hof van Cassatie: Organisatie, www.cassonline.be/easycms/home. 8
  19. 19. handelingen die strijdig zijn met de geldende rechtsregels vervolgens schorsen envernietigen.311.2.2. Europees toezichtDe naleving van het EVRM en BUPO wordt op Europees niveau verzorgd door het EuropeesHof voor de Rechten van de Mens en het Comité van ministers van de Raad van Europa. Dezeinstellingen zetelen beiden in Straatsburg.32Het EHRM werd op 3 september 1953 opgericht door het EVRM. Het Hof controleert of datde aangesloten staten de rechten en waarborgen, die in dit verdrag vervat liggen, respecteren.Het Hof treedt op bij een klacht over de schending van een mensenrecht door een van delidstaten. Het Hof behandelt echter geen klachten over schendingen door natuurlijke personen.Een klacht kan bovendien slechts door een individu of een staat bij het Hof worden ingediendnadat alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput.33De beoordeling van het Hof over het al dan niet eerlijk verloop van de rechtspleging isgebaseerd op het volledige proces. Het Hof benadrukt in zijn rechtspraak deze globalebenadering.34 Hierdoor zal de schending van één aspect van artikel 6 EVRM niet noodzakelijkleiden tot het bestempelen van de zaak als een oneerlijk proces. Als de gemaakte fout echtereen zeer grote invloed uitoefent op het verdere verloop van de zaak of als de fout niet meer teherstellen is, bestaat er een uitzondering op deze in globo-appreciatie.35 Dergelijkeonvolkomenheid kan dan wel leiden tot de schending van het recht op een eerlijkebehandeling. Daarnaast past het Hof ook een in concreto-appreciatie toe. Bij een beoordelingover de eerlijkheid wordt elke zaak apart bekeken, waarbij rekening gehouden wordt met despecifieke omstandigheden. Het Hof formuleert om deze reden geen abstracte definitie vanhet concept „een eerlijke behandeling‟. Deze globale en concrete beoordeling vereist dat eenoordeel door het Hof pas plaatsvindt nadat de procedure volledig is afgerond.3631 X, Raad van State: Instelling, www.raadvst-consetat.be.32 J. PETAUX, Democracy and human rights for Europe: the Council of Europes contribution, Strasbourg, Council of Europe Publishing, 2009, 57.; Art. 11, Statuut van de Raad van Europa van 5 mei 1949.33 G. VERMEULEN, Europese en internationale instellingen en organisaties: relevant voor criminologie en strafrechtsbedeling, Antwerpen, Maklu, 2006, 143-144.34 V. TOCHILOVSKY, Jurisprudence of the international criminal courts and the European Court of Human Rights: procedure and evidence, Leiden, Martinus Nijhoff Publishers, 2008, 274.35 F. LOGGHE, “Over de eerlijke behandeling volgens artikel 6 van het EVRM”, Jura Falconis, 1996-97, afl. 33, 278.36 F. LOGGHE, “Over de eerlijke behandeling volgens artikel 6 van het EVRM”, Jura Falconis, 1996-97, afl. 33, 271-316. 9
  20. 20. Het Hof behandelt de zaak in een publieke hoorzitting met meestal negen rechters. Eén van derechters moet uit het land in kwestie afkomstig zijn. Wanneer het Hof vindt dat een staat éénof meerdere rechten heeft geschonden, is deze uitspraak bindend voor de betrokken staat.Uitzonderlijk zetelt het Hof in een Grote Kamer: Het Hof bestaat dan uit 21 rechters.Uitspraken in deze kamer zijn definitief, tegen andere uitspraken kan binnen de drie maandeneen beroep ingesteld worden. Hoewel de uitspraak enkel de betrokken staat bindt, oefenen dearresten een sterke morele invloed uit op de andere staten.37Het Comité van Ministers van de Raad van Europa houdt toezicht op de opvolging vanarresten. Het Comité bestaat uit de ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten. Zehouden toezicht op de werking van het Europees Hof en komen hiervoor twee keer per jaarsamen. Daarnaast ziet het Comité van Ministers er ook op toe dat de vereiste aanpassingen inopvolging van een uitspraak worden aangebracht en neemt ter afsluiting van de zaak hierovereen resolutie aan.381.3. BesluitUit bovenstaande tekst blijkt dat zowel Europa als België de nodige aandacht schenkt aan deprocedurele waarborgen van de verdachte. Het recht op een eerlijk proces wordt duidelijkhoog in het vaandel gedragen en men tracht dit recht dan ook vanuit verschillendeinvalshoeken veilig te stellen.Enerzijds is het recht wettelijk verankerd. In België wordt een eerlijk proces voor deverdachte gewaarborgd door de grondwet. Dankzij de wet Franchimont werden de rechtenvoor de verdachten in het opsporingsonderzoek nog versterkt. Bovendien wordt het recht opeen eerlijk proces gewaarborgd door Europese wetgeving. Het Europees Hof bestempelt heteerlijk proces als een mensenrecht en verduidelijkt het in artikel 6 EVRM. Daarnaastformuleerde het Hof bijkomende waarborgen. De Algemene Vergadering van de VerenigdeNaties sluit zich grotendeels aan bij de visie van het Hof en waarborgt met artikel 14 BUPOeveneens dit recht.Daarnaast blijkt het belang van dit mensenrecht uit de verschillende toezichtsinstanties dieworden voorzien. In België waken het Grondwettelijk Hof, het Hof van Cassatie en de Raad37 G. VERMEULEN, Europese en internationale instellingen en organisaties relevant voor criminologie en strafrechtsbedeling, Antwerpen, Maklu, 2006, 147-149.38 G. VERMEULEN, Europese en internationale instellingen en organisaties relevant voor criminologie en strafrechtsbedeling, Antwerpen, Maklu, 2006, 134-135. 10
  21. 21. van State over de opvolging van dit recht. Op Europees niveau fungeren eveneens tweeinstanties als waakhond. In Straatsburg verzorgt het Europees Hof de toezichtsfunctie encontroleert het Comité van Ministers van de Raad van Europa de uitvoering van de arrestenvan dit Hof.Tot slot wordt de waarde van het recht op een eerlijk proces benadrukt door demaximalisatieclausule die werd opgenomen in zowel het EVRM als het BUPO. Deze clausuleverplicht voorrang te geven aan de bepaling die de ruimste bescherming biedt aan deverdachte. In het volgende hoofdstuk zal worden ingezoomd op één specifieke waarborg vande eerlijke rechtsbedeling, namelijk de aanwezigheid van de advocaat tijdens hetvooronderzoek. 11
  22. 22. 2. Het recht op bijstand van een advocaatBijstand tijdens het verhoor wordt in Europa niet op uniforme wijze geregeld.39 Maar deEuropese Commissie strijdt al geruime tijd om dit recht in alle lidstaten te doen gelden. In2005 was de aanwezigheid van een advocaat bij het politieverhoor reeds in 17 van de 27 EU-landen geoorloofd.40 Recent klinken steeds meer stemmen voor de toelating van een raadsmantijdens het verhoor in het strafrechtelijk vooronderzoek.41 Zowel de Europese Commissie alsorganen van de Raad van Europa hebben getracht hun visie op dit recht te verduidelijken.2.1. De Europese CommissieDe Commissie wilde met haar Groenboek een standaardset van procedureleverdachtenwaarborgen vastleggen. Een Groenboek heeft geen expliciete wetgevende waardemaar is wel een impuls voor potentiële latere wetgeving.42 De standaardset bevat rechten diede Europese Commissie tijdens de strafprocedure als noodzakelijk voor de eerlijkerechtsbedeling beschouwt. Het recht op juridische bijstand en advies maakt hier ondermeerdeel van uit. Dit recht op een advocaat geldt volgens het Groenboek vanaf het moment vanvrijheidsberoving, dus mits rekening gehouden met de redelijke termijn, ook in de fase vanhet vooronderzoek. Indien de verdachte op de hoogte werd gesteld van dit recht maar bijstandweigerde, wordt volgens het Groenboek toch voldaan aan de minimumvereiste.43Na consultaties en vragen van verschillende actoren heeft de Commissie het Groenboekverder aangepast en omgevormd tot een voorstel voor het kaderbesluit van 28 april 2004. Hetkaderbesluit omvat procedurele rechten die binnen de hele Europese Unie gelden. 44 Het steltdat rechtsbijstand bij iedere procedurele stap verleend moet worden, dus ook tijdens het eersteverhoor. Daarnaast verplicht de Commissie de lidstaten ook tot een schriftelijke documentatievan de genomen maatregelen en voorziet ze een evaluatiemechanisme. In tegenstelling tot hetGroenboek wordt er in het kaderbesluit niet expliciet verwezen naar de „aanwezigheid‟ van39 M. S. GROENHUIJSEN en G. KNIGGE (red.), het vooronderzoek in strafzaken: tweede interimrapport onderzoeksproject strafvordering, Deventer, Gouda Quint, 2001, 687-688.40 T.N.B.M. SPRONKEN & M. ATTINGER, Freedom, security and justice. Procedural Rights in Criminal Proceedings: Existing Level of Safeguards in the European Union, Maastricht, University of Maastricht, 2005, 80.41 F. GOOSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 484.42 J. MOERS, De aanwezigheid van de advocaat bij het verhoor van de verdachte, onuitg., masterscriptie Rechten, K.U. Leuven, 2008-09, 3.43 COM(2003)75, Groenboek van de Commissie inzake procedurele waarborgen voor verdachten in strafzaken in de gehele Europese Unie, 19 februari 2003, http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/site/nl/com/2003/com2003_0075nl01.pdf.44 B. CLAES, (Audio)visuele opname van het verhoor, onuitg., masterscriptie Rechten, K.U.Leuven, 2008-09, 17-18. 12
  23. 23. een advocaat tijdens elk verhoor: Nergens wordt geëist dat de advocaat tijdens het verhoorfysiek aanwezig moet zijn, maar evenmin wordt vermeld dat dit niet zo moet zijn.45 Hetkaderbesluit vermeldt daarnaast de audiovisuele opname van het verhoor als mogelijkepassende bescherming voor kwetsbare verdachten.46 Op dit alternatief wordt later ingegaan.2.2. De Raad van EuropaOok het Comité ter preventie van foltering van de Raad van Europa (CPT) wijst op het belangvan bijstand tijdens de strafprocedure. Het CPT benadrukt dat tijdens de eerste periode na devrijheidsbeneming het risico op intimidatie en slechte fysieke behandeling het grootst is.47 HetCPT beschrijft het bijstandsrecht tweevoudig: Het omvat zowel het recht op contactopnameals het recht op aanwezigheid van de raadsman tijdens het verhoor. Dit recht kan eenwaarborg zijn tegen een slechte behandeling, de verdachte moet hierover geïnformeerdworden. Beperkt uitstel van het recht in het belang van Justitie en het onthouden van het rechtop een bepaalde raadsman duldt het CPT indien deze redenen duidelijk geformuleerd enwettelijk verankerd zijn.48 Het recht op een eigen keuze is dus niet absoluut. Een raadsman diegezien de complexiteit of aard van de zaak te tekortschiet in zijn kennis of een raadsman diehet politioneel onderzoek dwarsboomt kan volgens het CPT vervangen worden. De Europeserechtspraak sluit zich aan bij deze visie.49Het Joegoslavië Tribunaal beschouwt eveneens de aanwezigheid van de advocaat tijdens hetverdachtenverhoor in de fase van het vooronderzoek als een mensenrecht. Bij een schendingvan dit recht kan de afgelegde verklaring niet als bewijsmateriaal dienen.50Het EHRM werkt complementair met het CPT: Het preventieve werk van het CPT wordtaangevuld door het EHRM, dat vooral reactief en repressief optreedt.51 Het EVRM vereist integenstelling tot het CPT niet dat de verdachte het recht heeft op bijstand van een raadsmantijdens het verhoor. Indien het nationale recht echter gevolgen verbindt aan zijn houding45 Voorstel van Kaderbesluit Raad COM 2004/0113, 28 april 2004, houdende bepaalde procedurele rechten in strafprocedures binnen de gehele Europese Unie, http://europapoort.eerstekamer.nl/9345000/1f/j9vvgy6i0ydh7th/vgqwmcl5szu3, 10.46 Art. 11, Voorstel van Kaderbesluit Raad COM 2004/0113, 28 april 2004, houdende bepaalde procedurele rechten in strafprocedures binnen de gehele Europese Unie, http://europapoort.eerstekamer.nl/9345000/1f/j9vvgy6i0ydh7th/vgqwmcl5szu3, 30.47 D. VAN DAELE, Actuele thema‟s uit het strafrecht en de criminologie, Leuven, University Press, 171.48 F. GOOSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 284-285.49 F. GOOSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 486-487.50 M. HELMANTEL, Salduz en Panovits: nieuwe Europese toetsstenen voor het Nederlandse politieverhoor, onuitg., masterscriptie Rechten, Open Universiteit, 2009-10, http://hdl.handle.net/1820/2540, 14-15.51 R. MORGAN en M. EVANS, Combating torture in Europe: the work and standards of the European Committee for the Prevention of Torture (CPT), Strasbourg, Council of Europe Publishing, 2001, 59. 13
  24. 24. tijdens het verhoor, moet de verdachte ook tijdens de fase van het onderzoek recht hebben opbijstand van een advocaat. Deze bijstand moet niet plaatsvinden tijdens de ondervraging maarkan hieraan voorafgaan.52 Uit de Straatsburgse rechtspraak blijkt wel dat de aanwezigheid vande advocaat de beoordeling van het Hof kan beïnvloeden. Het hof stelt eveneens dat dezebijstand als een bescherming tegen politionele wanpraktijken kan fungeren.53 Gezien deimpact van de rechtspraak van het EHRM op de regeling in eigen land wordt er in volgendhoofdstuk dieper ingegaan op deze rechtspraak.52 F. GOOSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 484.53 F. GOOSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 487. 14
  25. 25. 3. Het recht op bijstand in het EVRMBelgië ondertekende als lidstaat van de Raad van Europa op 4 november 1950 het EVRM.54De Belgische regeling moet bijgevolg voldoen aan de eisen die het EVRM voor hetpolitioneel verhoor stelt. Daarnaast moet ook de rechtspraak van het Hof in acht genomenworden. Hoewel het belang van het verhoor voor het verdere verloop van het onderzoek nietonderschat wordt, blijkt dat België deze normen in het verleden soms te soepel hanteerde ofuit het zicht verloor. Schendingen van dit verdrag kunnen echter belangrijke rechtgevolgenmet zich meedragen. Vooral betreffende het recht op bijstand van een raadsman tijdens hetpolitieverhoor durft het Hof streng op te treden.55Artikel 6 lid 3c EVRM behandelt, zoals eerder aangehaald, de rechten van degene tegen wieeen strafvervolging is ingesteld. Het bevat enkele minimumgaranties in het kader van hetrecht op een eerlijk proces.56 Lid 3b en lid 3c focussen op het recht op verdediging enbijstand.Het Europees Hof benadrukt dat ze geen uitspraak doet over de nationale procedure op zich.Ze velt haar vonnis op basis van de concrete omstandigheden en het volledige verloop van deprocedure: “The Court sees it as its task to ascertain whether the proceedings considered as awhole were fair.”573.1. Standpunt van het HofDe rechtspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens verduidelijkt hoe hetEVRM uitgelegd moet worden en heeft dan ook een aanzienlijke invloed op de regeling vande rechtsbedeling in de lidstaten.58 Zo zorgden in 2008 twee arresten voor een nieuwedimensie in de discussie over de aanwezigheid van de raadsman bij het politieverhoor. Zowelhet arrest Salduz tegen Turkije als het arrest Panovits tegen Cyprus behandelen deproblematiek van een bekentenis waarbij geen toegang tot een raadsman werd verleend54 J. VANDE LANOTTE en Y. HAECK, Handboek EVRM, Antwerpen, Intersentia, 2005, 81.55 F. GOOSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 478.56 P. VAN DIJK en G.J.H. VAN HOOF, Theory and practice of the European convention on Human Rights, Den Haag, Kluwer Law International, 1998, 429-430.57 T.N.B.M. SPRONKEN, Verdediging: een onderzoek naar de normering van het optreden van advocaten in strafzaken, Gouda Quint, Deventer, 2001, 439.58 M. J. KRONENBERG en B. DE WILDE, Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht, Deventer, Kluwer, 2007, 345.; K. KORKELIA, “The status of international treaties on Human rights and their influence on national legislation and practice in Georgia”, in G. BUQUICCHIO (ed.), The status of international treaties on human rights, Strasbourg, Council of Europe Publishing, 2006, 144-15. 15
  26. 26. voorafgaand of gedurende het verhoor.59 Hoewel het in beide arresten om een minderjarigeverdachte gaat, zijn de standpunten van het Hof ook van toepassing op het eerstepolitieverhoor van meerderjarige verdachten. Het Hof heeft reeds voor het beruchte Salduz-arrest in een aantal arresten uitspraak gedaan over het bijstandsrecht tijdens het verhoor in hetvooronderzoek, maar dit standpunt is geëvolueerd. Sinds het arrest Salduz lijkt de mening vanhet Hof hieromtrent zeer uitgesproken. Over de interpretatie van deze uitspraken bestaatdaarentegen wel nog discussie. De rechtspraak van het EHRM heeft deze problematiek danook hoog op de agenda geplaatst.603.2. Pre-Salduz StandpuntHet is in deze korte uiteenzetting niet mogelijk om een volledig overzicht van alle relevantearresten met betrekking tot het bijstandsrecht te geven. Hoe dan ook blijkt uit tal van dezearresten dat het Hof dit recht op bijstand ook tijdens het vooronderzoek als belangrijkbeschouwt.61 De toepassing van art. 6 EVRM voor de beoordeling van het eerlijke karaktervan het rechtsgeding geldt dus reeds in deze fase. De eenvoudige afwezigheid van eenraadsman heeft echter in geen enkel arrest tot een schending van art. 6 EVRM geleid. Eenverhoor in afwezigheid van advocaat is volgens het Hof toelaatbaar wanneer er in de latereprocesstadia voldoende garanties op een eerlijk procedure voorzien worden.62 Hieruit blijktnogmaals dat de beoordeling van een eerlijk proces gebaseerd wordt op het gehele verloopvan de strafrechtsbedeling.63 Wel lijkt het Hof een minimale vorm van bijstand te vereisen, zomoet iedere verdachte hoe dan ook de mogelijkheid hebben om een raadsman teconsulteren.64 Hoe deze bijstand in praktijk moet worden ingevuld is nog onduidelijk. Het Hofhanteert immers verschillende begrippen in haar rechtspraak wanneer ze spreekt over debijstand.59 P.P.J. VAN DER MEIJ, Het EHRM en het recht op toegang tot een raadsman vanaf het eerste politieverhoor: Over de hooggespannen verwachtingen omtrent het aanwezigheidsrecht van de raadsman in het strafrechtelijk vooronderzoek, 2009, https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/1887/13620/2, 3-4.60 E. MEERSMAN, De aanwezigheid van een raadsman bij het politieverhoor, onuitg., masterproef Criminologische wetenschappen, U. Gent, 2009-10, http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/458/159/RUG01-001458159_2011_0001_AC.pdf, 19.61 EHRM Imbrioscia v. Zwitserland, ECHR 1993, A275.62 B. DE SMET en G. STESSENS, "Art. 6 §3 E.V.R.M." in Y. HAECK en J. VANDE LANOTTE (eds.), Handboek E.V.R.M. II, Antwerpen, Intersentia, 2005, 602.63 B. DE SMET en K. RIMANQUE, Het recht op behoorlijke rechtsbedeling: een overzicht op basis van artikel 6 EVRM, Antwerpen, Maklu, 2002, 128.64 K. VAN CAUWENBERGHE, "Bijstand advocaat vanaf eerste verhoor: één zwaluw maakt nog geen lente", De Juristenkrant, afl. 201, 10 februari 2010, 11. 16
  27. 27. 3.3. Het arrest Salduz en het arrest PanovitsSinds het arrest Salduz in 2008 en het kort daaropvolgende arrest Panovits, blijven de arrestenen veroordelingen met betrekking tot het recht op bijstand tijdens het verhoor toestromen. HetHof lijkt hiermee haar standpunt te willen bevestigen, hoewel haar visie heel wat stof deedopwaaien in de lidstaten.65 Zowel magistraten, advocaten als politieambtenaren lijken bewustvan de mogelijk grote impact van beiden arresten op het nationale rechtssysteem. Gezien hetbelang van deze arresten zal uitgebreid worden ingegaan op de feiten, de beoordeling door denationale rechter, de uitspraak van het EHRM in de gewone Kamer en de Grote Kamer.3.3.1. Salduz: Feiten en nationaal proces 66Op 29 mei 2001 wordt de zeventienjarige Yusuf Salduz tijdens een protest tegen degevangenschap van de PKK-leider Öcalan aangehouden. Meewerken met deze bewegingwordt in Turkije opgevat als een terroristisch misdrijf. Salduz wordt bijgevolg opgepakt doorde staatsveiligheidspolitie. Iedereen die onder het gezag van deze politiedienst valt, heeftgedurende de eerste twee dagen geen recht op bijstand van een raadsheer.67 Hoewel Salduzgeen contact had met een advocaat en een attest ondertekende dat wijst op zijn zwijgrecht,bekent hij te hebben deelgenomen aan de demonstratie en een spandoek te hebbenopgehangen. De politie neemt een schrijfproef af en controleert Salduz gedurende hetonderzoek twee maal op sporen van mishandelingen.68Tijdens het verhoor door de onderzoeksrechter en bij zijn verschijning voor de openbareaanklager ontkent Salduz zijn eerdere bekentenissen. Hij beweert psychisch en fysiekmishandeld te zijn en de verklaring onder druk te hebben afgelegd. Uit de medische rapportenblijken geen sporen van mishandeling. Na het verhoren, beveelt de onderzoeksrechter Salduz‟hechtenis, pas vanaf dit moment heeft hij toegang tot een raadsheer.6965 P. DE HERT en K. WEIS, “Post-Salduzrechtspraak blijft komen”, De Juristenkrant, afl. 185, 11 maart 2009, 11.66 EHRM, Salduz v. Turkije, ECHR 2008, no. 36391/02,, §12-26.67 M. HELMANTEL, Salduz en Panovits: nieuwe Europese toetsstenen voor het Nederlandse politieverhoor, onuitg., masterscriptie Rechten, Open Universiteit, 2009-10, http://hdl.handle.net/1820/2540, 30.68 P.P.J. VAN DER MEIJ, Het EHRM en het recht op toegang tot een raadsman vanaf het eerste politieverhoor: Over de hooggespannen verwachtingen omtrent het aanwezigheidsrecht van de raadsman in het strafrechtelijk vooronderzoek, 2009, https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/1887/13620/2, 3-4.69 P.P.J. VAN DER MEIJ, Het EHRM en het recht op toegang tot een raadsman vanaf het eerste politieverhoor: Over de hooggespannen verwachtingen omtrent het aanwezigheidsrecht van de raadsman in het strafrechtelijk vooronderzoek, 2009, https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/1887/13620/2, 3-4. 17
  28. 28. In de veroordeling werd vooral waarde gehecht aan de verklaringen tijdens het politieverhoor,zijn latere ontkenning werd geweerd. De rechtbank veroordeelde Salduz tot eengevangenisstraf van vier jaar en zes maanden. Later werd deze, omwille van zijn leeftijd, tottwee jaar en zes maanden ingekort.70 Ter ondersteuning van de uitspraak werd gebruikgemaakt van het proces-verbaal van zijn aanhouding, dit als bewijs van zijn aanwezigheidtijdens de demonstratie. Ook worden zijn bekentenissen als bewijs tegen hem gebruikt.Daarnaast werd er rekening gehouden met de verklaringen van zijn medeverdachten, ook alwerden deze ter zitting ingetrokken. Tenslotte wordt ook de schrijfproef als bewijsstukopgevat, hoewel het handschrift niet met zekerheid het zijne is.713.3.2. Panovits: Feiten en nationaal proces 72De zaak Panovits vertoont gelijkenissen met de zaak Salduz. Ook hier gaat het om eenzeventienjarige jongen die, vergezeld door zijn vader, op het politiebureau belandt. Hij wordtverdacht van beroving en gewelddadigheden met een dodelijk slachtoffer als gevolg. Panovitsontkent enige betrokkenheid en wordt verhoord. Zijn vader is bezorgd over de ernst van detenlastelegging en eventueel politiegeweld tegen zijn zoon. De politiechef raadt hem aan eenadvocaat in te schakelen en zijn zoon te vergezellen tijdens het verhoor. De vader weigert ditaanbod. Het relaas van de daaropvolgende feiten verschilt naar gelang deze gegeven zijn doorde verdediging of de politie.73De verdediging beweert dat misleiding, psychologische druk en intimidatie tijdens Panovits‟eerste politieverhoor tot diens bekentenis hebben geleid. Zo zou Panovits tijdens het verhoornog steeds onder de invloed van alcohol zijn geweest. De verhoorders zouden vervolgensaandrongen hebben om te helpen bij het herinneren van de feiten en een geschrevenbekentenis op te stellen. Volgens Panovits werd hij hierbij geïntimideerd door het ostentatiefgebruik van dienstwapens. Ook beweert de verdediging er geen bijstand werd verleend, nochdirect na de aanhouding, noch voorafgaand aan het verhoor en de schriftelijke verklaring.7470 EHRM, Salduz v. Turkije, ECHR 2008, no. 36391/02, §18-23.71 M. HELMANTEL, Salduz en Panovits: nieuwe Europese toetsstenen voor het Nederlandse politieverhoor, onuitg., masterscriptie Rechten, Open Universiteit, 2009-10, http://hdl.handle.net/1820/2540, 30.72 EHRM, Panovits v. Cyprus, ECHR 2008, no. 4268/04.73 M. HELMANTEL, Salduz en Panovits: nieuwe Europese toetsstenen voor het Nederlandse politieverhoor, onuitg., masterscriptie Rechten, Open Universiteit, 2009-10, http://hdl.handle.net/1820/2540, 30.74 P.P.J. VAN DER MEIJ, Het EHRM en het recht op toegang tot een raadsman vanaf het eerste politieverhoor: Over de hooggespannen verwachtingen omtrent het aanwezigheidsrecht van de raadsman in het strafrechtelijk vooronderzoek, 2009, https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/1887/13620/2, 4-5. 18
  29. 29. De politie gaf een andere lezing van de feiten. Zij beweerden dat Panovits duidelijk op dehoogte gebracht werd van de bewijzen en de in verdenkingstelling. Ook zouden zijherhaaldelijk gewezen hebben op zijn zwijgrecht. Panovits zou vrijwillig de feiten bekendhebben. Volgens hen is er geen sprake van ongeoorloofde verhoormethodes en werd demogelijkheid tot het inroepen van een raadsman herhaaldelijk aangehaald maar steedsgeweigerd.75Het Assisenhof oordeelde dat de voorafgaande rechtsbijstand geen voorwaarde is voor hetafnemen van een schriftelijke verklaring van de verdachte. Daarenboven werden Panovits enzijn vader voldoende ingelicht over dit recht. Op grond van Panovits‟ eerste bekentenis,getuigenverklaringen en een medisch rapport werd Panovits schuldig bevonden.763.4. Beoordeling EHRMDe behandeling van beide zaken voor het Europees Hof van de Rechten van de Mens verliepenigszins gelijklopend. Beide klachten handelden overwegend over een mogelijke schendingvan artikel 6 lid 3 c EVRM. De verdediging hekelde dat zij tijdens het vooronderzoek geentoegang tot een raadsman hadden verkregen. Het Hof benadrukt in beide zaken dat derechtswaarborgen van art. 6 EVRM ook gelden in deze preprocessuele fase maar dat in debeoordeling ervan rekening wordt gehouden met het gehele traject van de strafprocedure.773.4.1. Salduz en EHRMDe zaak Salduz werd in eerste instantie door de gewone Kamer behandeld. Dezeconcludeerde dat er voldoende safeguards aanwezig waren en het schuldbewijs niet enkelsteunde op de politieverhoren. De deskundigenverslagen, verklaringen van medeverdachtenen de bijstand in latere fases overtuigden het Hof dat het recht op een eerlijk proces tochgewaarborgd werd. Twee rechters van het EHRM sloten zich echter niet aan bij dezebeslissing, waarna de zaak doorverwezen werd naar de Grote Kamer.7875 EHRM, Panovits v. Cyprus, ECHR 2008, no. 4268/04, §8-9.76 X, Action report: Panovits v. Cyprus , www.coe.int/t/dghl/monitoring/execution/Source/Documents/Info_cases/Chypre/Panovits29042011.pdf, 1.77 T.N.B.M. SPRONKEN, “Rechtshulp en advocatuur: een blik van buitenaf” in W. BRUGGEMAN, E. DE WREE, J. GOETHALS, P. PONSAERS, P. VAN CALSTER, T. VANDER BEKEN en G. VERMEULEN, Van pionier naar onmisbaar: over 30 jaar Panopticon, Antwerpen, Maklu, 2009, 269.78 M. HELMANTEL, Salduz en Panovits: nieuwe Europese toetsstenen voor het Nederlandse politieverhoor, onuitg., masterscriptie Rechten, Open Universiteit, 2009-10, http://hdl.handle.net/1820/2540, 31. 19
  30. 30. Deze Kamer kan beschouwd worden als een beroepsinstantie binnen het EHRM. Enkel zakendie volgens een college van vijf rechters een kwestie van algemeen belang of een ernstigeinterpretatie- of toepassingskwestie inhouden worden hier behandeld.79 De Grote kamervolgde het eerdere oordeel niet. De rechters wezen, gelijklopend met oudere arresten, op hetbelang van het recht op verdediging. In tegenstellingen tot eerdere rechtspraak verabsoluteerthet Hof dit recht binnen het idee van een fair trial. Het Hof benadrukt de kwetsbare positievan de verdachte in het vooronderzoek en wijst daarom op de noodzaak en wenselijkheid vanvroegtijdige bijstand, als compensatie voor deze kwetsbaarheid. Ook het begrip „toegang totde advocaat‟ krijgt een praktische invulling. De verdachte heeft volgens het EHRM, tenzijgerechtvaardigde dwingende beperkingen, recht op toegang tot een advocaat vanaf het eerstepolitieverhoor. Verklaringen die als cruciaal bewijs tegen een verdachte worden gebruiktmaar afgelegd zijn zonder bijstand, leiden in principe tot een schending van het eerlijk proces.Het Hof concludeerde dat de afwezigheid van een advocaat onherroepelijk Salduz‟verdediging had aangetast.803.4.2. Panovits en EHRMPanovits hekelde bij het Hof dat hij niet persoonlijk geïnformeerd werd over zijn recht opbijstand en dit recht ook niet kon uitoefenen. Het Hof trekt gelijkaardige conclusies als in hetSalduz-arrest. Volgens het Hof rust op de overheid een positieve verplichting om elkeverdachte te informeren over diens rechten en hem toegang te verschaffen tot rechtsbijstand.Er kan enkel sprake zijn van een eerlijk proces indien de verdachte de zaak begrijpt en kandeelnemen. Zelfs tijdens het politieverhoor moet de verdachte beseffen wat er op het spel staaten wat de gevolgen van een verklaring kunnen zijn. De bijstand van een advocaat is vanuitdeze opvatting dan ook cruciaal. De Grote kamer achtte bijgevolg dat zijn recht op een eerlijkproces geschonden werd. Het arrest Panovits plaatsvond na het Arrest Salduz en er nietverwezen werd naar het eerdere arrest, wordt de uitspraak gezien als een bevestiging van hetarrest Salduz.81Opvallend is wel dat het Hof tijdens zijn uiteenzetting uiteenlopende termen voor hetbeschrijven van de rechtsbijstand hanteerde. Dit heeft tot enige onduidelijkheid en discussiesheeft geleid. Op deze problematiek wordt in volgende paragraaf ingegaan.79 C.A.J.M. KORTMANN, Constitutioneel recht, Deventer, Kluwer, 2008, 134-135.80 H.J.B. SACKERS en Y. BURUMA, De kroniek van het strafrecht, Deventer, Kluwer, 2009, 66.81 X, Action report: Panovits v. Cyprus , www.coe.int/t/dghl/monitoring/execution/Source/Documents/Info_cases/Chypre/Panovits29042011.pdf, 1-3. 20
  31. 31. 3.5. Bijstand volgens het Hof: Aanwezigheid of consultatie?Het Hof maakt gebruik van de termen „assistance of‟ en „access to‟ in beiden arresten.82 Hetbehandelt de termen door elkaar hoewel ze toch een verschillende inhoud hebben. Dit leidt totdiscussie tussen enerzijds aanhangers van een restrictieve interpretatie en anderzijdsaanhangers van een ruime interpretatie van de Straatsburgse rechtspraak. Bijstand voor deverdachte zou dan kunnen variëren van een persoonlijke of zelfs slechts telefonischeconsultatie voorafgaand aan het verhoor, tot het effectief overleggen met de advocaat tijdenshet verhoor.Daarnaast kan hierdoor de advocaat een uiteenlopende houding aannemen in hetverhoorlokaal. Het kan gaan om een louter passieve aanwezigheid tot een actievetussenkomende rol. Sinds het Salduz-arrest bestaat er binnen deze tweedeling geeneensgezindheid.83 In beide zaken is het onduidelijk hoe het Hof de termen „access‟ en„assistance‟ wilt invullen. Het Hof stelt wel dat de organisatie van de effectieve verdediging inhanden van de Staat zelf ligt. Het Hof beoordeelt enkel of de gebruikte methode voldoet aanhaar vereisten voor een eerlijk proces.84 Artikel 6 lid 3c EVRM bevestigt dit.82 ECHR, Factsheet-Police arrest: Assistance of a lawyer, februari 2011, http://www.echr.coe.int/NR/rdonlyres/1DA09157-E81D-4DAF-A378- 956F2A3BBB79/0/FICHES_Garde_%C3%A0_vue_EN.pdf, 1-3.83 V.S. HUYGEN VAN DYCK-JAGERSMA, “Het arrest Salduz en het recht op bijstand bij politieverhoor”, Nederlands Juristenblad, afl. 12, 27 maart 2009, 603-604.; P.P.J. VAN DER MEIJ, Het EHRM en het recht op toegang tot een raadsman vanaf het eerste politieverhoor: Over de hooggespannen verwachtingen omtrent het aanwezigheidsrecht van de raadsman in het strafrechtelijk vooronderzoek, 2009, https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/1887/13620/2, 10.84 Art. 6, derde lid, c, Verdrag 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.; P.P.J. VAN DER MEIJ, Het EHRM en het recht op toegang tot een raadsman vanaf het eerste politieverhoor: Over de hooggespannen verwachtingen omtrent het aanwezigheidsrecht van de raadsman in het strafrechtelijk vooronderzoek, 2009, https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/1887/13620/2, 10. 21
  32. 32. 4. België volgt de Salduz-rechtspraakDe lidstaten van de Raad van Europa staan onder het toezicht van het EHRM en moeten dushun eigen rechtssysteem conform haar rechtspraak aanpassen.85 Ook de druk op België namdankzij de arresten geleidelijk toe. België wist in 2010 in de zaak Bouglame tegen België dedans te ontspringen en werd nog nooit veroordeeld door het Hof voor een inbreuk op artikel 6EVRM.86 De bijstandsregeling die België voorziet werd door het Hof als voldoendebestempeld in deze zaak. Wel had het Hof bedenkingen bij de Belgische rechtspraak, namelijkmet betrekking tot het nadien herstellen van schade aan de rechten van de verdediging.Ondanks de vrijspraak hield dit arrest een belangrijke waarschuwing in, een gelijkaardigeregeling van de Franse wetgever werd datzelfde jaar wel veroordeeld. 87 Naast dezewaarschuwing, toonde de meer dan 70 arresten die het EHRM sinds het Salduz-arrest geveldheeft dat het Hof het recht op een eerlijk proces een belangrijke waarde toekent en hier strengop toeziet. De arresten bevestigden, verklaarden en breidden stuk voor stuk de Salduz-rechtspraak uit.88 Tijd dus voor België om de nodige stappen te ondernemen.Op 16 juni 2011 werd uiteindelijk, na veel amendementen en ondanks enkele tegenstemmenen onthoudingen, ook in België het Salduz-wetsontwerp door een meerderheid in de Kameraangenomen. De wet moet nog een laatste keer teruggestuurd worden naar de Senaat, maarzal uiterlijk op 1 januari 2012 van kracht gaan.89 De Salduz-wet zal voor verdachten eenaantal garanties inhouden.4.1. De Salduz-wetHet wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli1990, kortweg de Salduz-wet, vervangt paragraaf zes van art. 47bis Sv. De nieuwe paragraafstelt dat er geen veroordeling kan worden uitgesproken die enkel gebaseerd is opverklaringen, die werden afgelegd in strijd met de paragrafen twee, drie en vijf van dit artikel.Dankzij deze wijziging komt volgens minister van Justitie, Stefaan De Clerck, het artikel85 P.A.M. MEVIS, Capita Strafrecht: een thematische inleiding, Nijmegen, Ars aequi libri, 2009, 860.86 EHRM, Bouglame v. Belgium, ECHR 2010, 16147/08.87 J. STEVENS, Orde van de vlaamse Balie: Standpunt, 26 januari 2011, www.advocaat.be/UserFiles/file/salduz/standpunt%20Salduz.pdf, 4-5.88 J. STEVENS, Orde van de vlaamse Balie: Standpunt, 26 januari 2011, www.advocaat.be/UserFiles/file/salduz/standpunt%20Salduz.pdf, 1.89 S. DEGREEF, “Inwerkingtreding Salduz-wet uitgesteld om callcenter voor politie op te zetten”, Nieuws Polinfo, 13 juli 2011, www.polinfo.be/secure/DocumentView.aspx?id=VS201322912.; Verslag 15 juli over het wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 53K1279012, http://www.dekamer.be/FLWB/pdf/53/1279/53K1279012.pdf. 22
  33. 33. tegemoet aan de kern van het Salduz-arrest: Een veroordeling kan niet worden uitgesprokenop basis van een verklaring die werd afgelegd zonder dat de mogelijkheid werd gegeven totvoorafgaandelijk vertrouwelijk overleg en bijstand van een advocaat. Bij dergelijke strijdigeverklaringen kan een veroordeling wel mits er andere bewijselementen zijn. Wanneer demeerderjarige persoon in een schriftelijk gedateerd en ondertekend document heeftaangegeven van dit recht afstand te doen, is zijn verklaring wel rechtsgeldig.90Het gewijzigde artikel 47bis Sv. omschrijft het recht op bijstand door een advocaat voor deverdachte enerzijds uitvoerig, maar beperkt dit recht tot het eerste verhoor omwille van dekwetsbare en eventueel emotioneel onstabiele positie. In onderstaande alinea worden enkelebepalingen die relevant zijn voor het vooronderzoek besproken.Paragraaf één omschrijft de regels die gerespecteerd moeten worden genomen bij hetverhoren. Bij aanvang van ieder verhoor wordt een beknopte mededeling van de feiten,waarover de persoon zal worden verhoord, gegeven. Daarnaast moet aan de verdachtemedegedeeld worden dat hij mag vragen de gestelde vragen en antwoorden in de gebruiktebewoording te noteren en bepaalde opsporingshandelingen of verhoren te doen uitvoeren.Ook moet hij verwittigd worden dat zijn verklaring als bewijs in rechte kan worden gebruikten dat hij niet verplicht kan worden zichzelf te beschuldigen.91Paragraaf twee voorziet bovendien de verplichting mee te delen dat men de keuze heeft omeen verklaring af te leggen, vragen te beantwoorden of te zwijgen. Ook moet hij op de hoogteworden gebracht van zijn recht om vóór het eerste verhoor een vertrouwelijk overleg teplegen met een advocaat naar keuze of een toegewezen advocaat. Indien de financiëledraagkracht van de ondervraagde het vereist, kan er (gedeeltelijke) kosteloze juridischetweedelijnsbijstand worden voorzien. De elementen uit beide paragrafen dienen in het proces-verbaal te worden opgenomen.9290 Verslag 15 juli over het wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 53K1279012, http://www.dekamer.be/FLWB/pdf/53/1279/53K1279012.pdf, 3.91 Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 53K1279013, http://www.dekamer.be/FLWB/pdf/53/1279/53K1279013.pdf, 3.92 Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 53K1279013, http://www.dekamer.be/FLWB/pdf/53/1279/53K1279013.pdf, 3-4. 23
  34. 34. Paragraaf vier stelt dat deze rechten voor het verhoor in een schriftelijke moeten wordenoverhandigd.93 Tot slot bepaalt paragraaf zeven dat de advocaat verplicht is totgeheimhouding van de informatie waarvan hij kennis krijgt door het verlenen van bijstand.Indien hij de geheimhoudingsplicht schendt, wordt hij gestraft met de door artikel 458 van hetStrafwetboek bepaalde straffen.94 Gezien de bijstandsregeling moet worden ingepast in determijn van 24 uur, is deze gedetailleerd georganiseerd: De advocaat krijgt twee uur om ophet politiebureau te verschijnen, vervolgens kan hij gedurende een half uur vertrouwelijkoverleg plegen met zijn cliënt. Tijdens het verhoor zelf mag de advocaat in de verhoorruimteaanwezig zijn maar moet hij een passieve houding aannemen. Hij mag er enkel op toezien datde verdachte zichzelf niet moet beschuldigen, er geen dwang plaatsvindt en dat het verhoorwettig verloopt. De algemene regel is dat de advocaat zwijgt gedurende het verhoor: Enkel bijschendingen mag hij dit melden en indien er een nieuw feit aan het licht komt mag hetverhoor een kwartier onderbroken worden voor overleg. Slecht in uitzonderlijke gevallen kande procureur beslissen om de regels tijdelijk niet toe te passen of de aanhoudingstermijn tot 48uur te verlengen. 954.2. Kritieken vanuit het politiewezenDe goedkeuring van bovenstaande Salduzwet wordt in de media als een van de belangrijkstestrafrechtelijke hervormingen in vijftig jaar beschreven. Men verwacht dat deze hervormingdan ook voelbare gevolgen zal hebben voor het politiewezen. Momenteel is er echter weinigonderzoek naar deze impact beschikbaar. De advocatuur ijvert al jaren voor een invoering,maar vanuit het politiewezen regent het waarschuwingen sinds de goedkeuring van hetvoorstel.Commissaris-generaal van de federale politie, Paul Van Thielen, stelt dat de Salduz-wethandenvol geld zal kosten. De nieuwe wet vereist immers extra personeel en kamers waar de93 Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 53K1279013, http://www.dekamer.be/FLWB/pdf/53/1279/53K1279013.pdf, 5.94 Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 53K1279013, http://www.dekamer.be/FLWB/pdf/53/1279/53K1279013.pdf, 5.95 Verslag 8 juni over het wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 53K1279005, http://www.dekamer.be/doc/flwb/pdf/53/1279/53k1279005.pdf, 8-9. 24
  35. 35. advocaat en zijn cliënt discreet kunnen overleggen, waardoor infrastructuurwerken zichopdringen in verscheidene zones. Daarnaast waarschuwt hij voor tijdsverlies en langereminder spontane verhoren aangezien men moet wachten op de advocaat, diens voorafgaandoverleg en eventuele time-outs tijdens het verhoor. De politie vreest niet enkel voor het hoogkostenplaatje maar ook voor minder blauw op straat in de kleinere politiezones. Eén teamblijft immers belast voor de tijd dat de advocaat ter plaatse komt.96 Ook de lokale politiekampt met vragen en vreest praktische moeilijkheden zoals het waarborgen van de veiligheid,de organisatie van een verhoor met tolken, de kostprijs, enzovoort. Daarom is er volgens LeoMares, korpschef van de politiezone Beveren, en Eric Wauters, adjunct-secretaris van deVaste Commissie van de lokale politie, een absolute nood aan een duidelijk wetgevend kadermet voldoende aandacht voor heldere en praktische procedureregels.974.3. Voorgestelde alternatievenHet traject dat de Salduz-wet heeft afgelegd, bewijst eveneens dat de aanname ervan geensinecure was. Reeds in het voorjaar van 2009 vond een schriftelijke consultatieronde plaatsmet de betrokken actoren en werden wetsvoorstellen ingediend. In januari en april 2010volgden twee rapporten van een studie die de precieze draagwijdte van het Salduz-arrest engelijkaardige arresten trachtte in te schatten. Deze informatie werd ter bespreking aan deSenaat voorgelegd. Eind augustus van datzelfde jaar vond, omwille van de vele bedenkingen,een overleg plaats tussen de actoren. De standpunten bleken erg uiteenlopend, de nood naarwetgeving drong zich op maar de val van de regering dreigde roet in het eten te gooien.98Het College van procureurs-generaal nam daarom het initiatief en trachtte met tweecirculaires het rechtslandsschap te redden. Het audiovisueel verhoor (AVV) wordt hier eeneerste maal als mogelijke waarborg voor een eerlijk proces aangehaald.99 De COL 7/2010 van96 X., “Van Thielen uit kritiek op salduz-wet”, Het Nieuwsblad, 30 maart 2011, http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20110330_023; X., “Nieuwe Salduz-wet zal 16 miljoen kosten”, De Redactie, 18 juni 20011, http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.104724997 Verslag 8 juni 2011 over het wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 53K1279005, http://www.dekamer.be/doc/flwb/pdf/53/1279/53k1279005.pdf, 96-100.98 Verslag 8 juni 2011 over het wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 53K1279005, http://www.dekamer.be/doc/flwb/pdf/53/1279/53k1279005.pdf, 4-5.99 K. VAN CAUWENBERGHE, “Bijstand van een advocaat bij het eerste verhoor: Kan een COL het rechtslandschap redden?”, Vigiles, 2010, afl. 4, 157-160. 25
  36. 36. 4 mei 2010 spreekt echter over een nijpend tekort aan infrastructuur voor video-opnames. Hetgeeft in afwachting van een beslissing van de wetgever daarom de volgende richtlijn: Erwordt een video-opname met geluidsopname van het eerste verhoor gemaakt indien het gaatom ernstige misdrijven, met voorrang voor de levensbeëindigende en de niet-correctionaliseerbare misdaden. De verdachte wordt vooraf geïnformeerd dat ter controle vanhet verloop van het verhoor is.100 Op 14 juli 2010 volgde COL 15/2010, die de eersteomzendbrief verduidelijkt en wijzigt. Deze circulaire beklemtoont dat de richtlijn tot opnamebedoeld was om het eerlijk proces te waarborgen binnen de bestaande wetgeving en met demiddelen die voorhanden zijn. Hoewel het problematisch lijkt, stelt deze circulaire dat hetverhoor volledig geregistreerd moet worden.101 Het initiatief van het College van procureurs-generaal lijkt tevergeefse moeite en zorgde voor bijkomende vragen vanuit het werkveld. Hetis uiteindelijk wachten tot midden juni 2011 op verduidelijking van de wetgever. Na tal vanhoorzittingen en amendementen in de Senaat en de Kamer werd de Salduz-wet alsnogaangenomen.102Uit de voorbereidende werken blijkt dat het AVV ook door verschillende partijen in hunamendementen als aanvulling of alternatief voor de Salduzvoorschriften vooropgesteld werd.Zo vond Bert Schoofs (Vlaams Belang) de audiovisuele opname een voldoende alternatiefvoor de aanwezigheid van de advocaat tijdens het verhoor. Volgens hem heeft het EuropeesParlement die alternatieve oplossing immers al in 2003 voorgesteld en is in onze Westerse,democratische samenleving verplichte bijstand volgens hem overbodig. De N-VA toont zichook voorstander van een veralgemening van het videoverhoor maar eerder als eenaanvullende maatregel.103 Ecolo en Groen! vonden het audiovisueel verhoor vooral een nuttigalternatief bij afwezigheid van de advocaat maar achtten een volledige transcriptie100 Omzendbrief nr. COL 7/2010 van het college van procureurs-generaal bij de hoven van beroep betreffende de bijstand van een advocaat bij het eerste politionele verhoor van een verdachte gelet op de recente rechtspraak van het EHRM, 14 mei 2010.101 Omzendbrief nr. COL 15/2010 Addendum bij de COL 7/2010 betreffende de bijstand van een advocaat bij het eerste politionele verhoor van een verdachte gelet op de recente rechtspraak van het EHRM, 14 juli 2010.; K. VAN CAUWENBERGHE, “Bijstand van een advocaat bij het eerste verhoor: Kan een COL het rechtslandschap redden?”, Vigiles, 2010, afl. 4, 157-160.102 Verslag 15 juli over het wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 53K1279012, http://www.dekamer.be/FLWB/pdf/53/1279/53K1279012.pdf, 3.103 Amendementen bij het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en van het Wetboek van strafvordering, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen die van zijn vrijheid wordt beroofd rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 53K1279003 http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/53/1279/53K1279003.pdf, 32-33. 26
  37. 37. noodzakelijk.104 Men baseerde zich hiervoor op het advies van de Hoge Raad: Die stelt dat ditde meest geschikte manier is om betwistingen over het verloop van het verhoor en de invloedvan de advocaat tijdens dit verhoor uit te klaren.105Ondanks de verscheidene argumenten werden deze amendementen niet aangenomen. Deminister van Justitie verklaarde dat de opname van het verhoor momenteel irrealistisch is,vanwege budgettaire en praktische hindernissen. Wel benadrukte hij dat de audiovisueleregistratie als mogelijke oplossing voor in de toekomst kan worden overwogen. 106 In volgendhoofdstuk wordt op dit alternatief ingegaan.104 Amendementen bij het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en van het Wetboek van strafvordering, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen die van zijn vrijheid wordt beroofd rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 53K1279003, http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/53/1279/53K1279003.pdf, 33-34.105 Hoge Raad voor de Justitie, Advies over het wetsvoorstel tot wijziging van artikel 1 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, teneinde op het moment van de aanhouding nieuwe rechten toe te kennen aan de persoon die van zijn vrijheid is benomen, 24 juni 2009, http://www.csj.be/FR/acti/..%5C..%5Cdoc%5Cadvice%5CAvis240609.pdf, 11.106 Verslag 8 juni over het wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 53K1279005, http://www.dekamer.be/doc/flwb/pdf/53/1279/53k1279005.pdf, 36-37. 27
  38. 38. 5. Het verhoorIn dit hoofdstuk zal in de eerste plaats het standaardverhoor beschreven worden. Vervolgenszal kort worden ingezoomd op verschillende variaties van het klassieke verhoor, zoals deaudiovisuele en auditieve opname en het audiovisueel verhoor. Op deze laatste vom zal totslot dieper worden ingegaan5.1. Het klassieke verdachtenverhoorSinds de wet Franchimont is het begrip „verhoor‟ juridisch onduidelijk. Hoewel het verhoorbij uitstek de meeste gebruikte techniek bij het politioneel onderzoek en vaak de rode draadvan de waarheidsvinding vormt, is het verhoor tot op heden niet eenduidig gedefinieerd.107 Inde rechtsleer bestaan momenteel tal van omschrijvingen: Of een situatie al dan niet als eenverhoor mag beschouwd worden is dan ook afhankelijk van de gehanteerde definitie.108 Involgende alinea worden enkele beschrijvingen aangehaald.Het verhoor kan enerzijds ruim omschreven worden. Hutsebaut benadrukt de dwangmatigecontext. Hij beschrijft het verhoor als een vorm van dwangcommunicatie waarbij de regie inhanden ligt van de politieambtenaar en er een duidelijk machtsonderscheid geldt.109 ZowelHutsebaut als Traets definiëren het verhoor als een vraaggesprek, maar Traets eist bijkomenddat het een vraaggesprek betreft waarvan het doel is de waarheid te achterhalen door hetverzamelen van relevante informatie.110 Zowel Bockstaele als Verstraeten sluiten zich hierbijaan. Ook zij spreken over een doelgericht vraaggesprek waarbij het initiatief ligt bij deverbalisant die informatie tracht te verzamelen over het misdrijf. Verstraeten beklemtoontdaarnaast dat de verhoorde persoon wel persoonlijk instaat voor zijn verklaringen. 111Een ander uitgangspunt is de hoedanigheid van de verbalisant. Huybrechts volgtbovenstaande definities maar stelt dat er slechts sprake is van een verhoor indien deverhoorder bevoegd is om een proces-verbaal op te stellen binnen het kader van eenstrafonderzoek.112107 M. BOCKSTAELE, Handboek verhoren 1, Antwerpen, Maklu, 2008, 17.108 F. GOOSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 411.109 F. HUTSEBAUT, “Het wettelijk en jurisprudentieel kader inzake het politieverhoor” ” in S. VAN ELCHINGEN (ed.), Het politieverhoor, Kessel-Lo, Centrum voor politiestudies, 1999, 43.110 F. GOOSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 411.111 F. GOOSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 412.112 F. GOOSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 412-413. 28
  39. 39. Andere definities benadrukken dan weer het eindproduct: Decoux stelt dat men pas kanspreken over een verhoor indien een proces-verbaal geacteerde verklaring wordt opgesteld diemeestal het resultaat is van een vraaggesprek en als bewijs gebruikt kan worden.113De definities uit de rechtsleer leggen verschillende klemtonen maar vertonen duidelijkgelijkenissen. De rechtsleer is echter niet de enige bron, daarnaast kan ook de rechtspraak hetbegrip „verhoor‟ verduidelijken. Zo kan de visie van het EHRM afgeleid worden uit diensrechtspraak. Het EHRM blijft vrij beknopt in haar definiëring van het begrip verhoor: “Het verhoor bestaat uit nuttige vragen, toegespitst op de verdenkingen: een screening proforma maakt deel uit van het verhoor. Vragen naar privé- aangelegenheden lijken alleen te kunnen, mits er hiervoor een wettelijke basis voorhanden is en mits voldaan is aan de overige voorwaarden van artikel 8, lid 2 EVRM.”114Het is opvallend dat het EVRM geen verhoorverplichting oplegt. De Europese Code inzakeethiek van de politie stelt dat deze verplichting enkel geldt wanneer er een redelijk en wettigvermoeden bestaat dat er een misdrijf is gepleegd of zal gepleegd worden.115Er bestaat bijgevolg geen uniforme definitie van het verhoor, maar uit alle bestaandedefinities, zowel deze uit de rechtsleer als de rechtspraak, kunnen een aantal karakteristiekenafgeleid worden: Het verhoor moet in de eerste plaats gebeuren door middel van een gesprekwaarvan de leiding in handen is van een bevoegde ondervrager, de locatie is niet van belang.Er is ook sprake van een vorm van dwangcommunicatie. Bijkomend moet een verhoorzaakgericht zijn en de bewijsverzameling in het kader van het strafonderzoek als doel hebben.Ten slotte moet het verhoor leiden tot een proces-verbaal.1165.2. Relevante artikels voor het vooronderzoekOndanks de afwezigheid van een uniforme definitie, is het verhoor toch een belangrijkepolitionele bevoegdheid en dient dus wettelijk geregeld te zijn. Er bestaat in de wet, metuitzondering van art 16 van de Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis,113 F. GOOSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 412-413.114 F. GOOSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 478.115 Raad van Europa, The European Code of Police ethics, Com.Min., REC(2001)10, 19 september 2001, http://polis.osce.org/library/f/2687/500/CoE-FRA-RPT-2687-EN- European%20Code%20of%20Police%20Ethics.pdf.116 F. GOOSENS, Politiebevoegdheden en mensenrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 416. 29

×