Mgr. Javier Echevarría
Overvloed van licht
een commentaar n.a.v. Evangelii Gaudium van paus Franciscus
verschenen in het I...
Overvloed van licht
“Wij worden ten volle menselijk, wanneer wij meer dan menselijk zijn, wan-
neer wij God toestaan ons b...
uit” (EG 3, 18, 33, 108), “ik dring erop aan “(EG 3); hij spreekt van een “overstro-
mend hart” (EG 5) en nodigt uit binne...
(1,7), overvloedig licht geven, zonder de minste schaduw van dwang, zeer fijngevoe-
lig, want God wil enkel liefde en hand...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Overvloed van licht door Mgr. Javier Echevarría

302 views

Published on

Op 23 februari 2014 publiceerde Mgr. Javier Echevarría het artikel 'Overvloed van licht' in het Italiaans dagblad Avvenire. Dit was in het kader van een serie artikelen naar aanleiding van de recent verschenen apostolische exhortatie van paus Franciscus Evangelii Gaudium (24-11-2013).
Hij schrijft hierin o.a.: Franciscus nodigt ons uit “uit onze eigen gemakzucht te komen en de moed te hebben naar alle randgebieden te gaan die behoefte hebben aan het licht van het Evangelie” (EG 20). Het is inderdaad verontrustend dat “zovelen van onze broeders en zusters zonder de kracht, het licht en de troost van de vriendschap met Jezus Christus leven” (EG 49). Volgens mij kan dit als een van de grote leerstellingen van de apostolische Exhortatie voor de hedendaagse Kerk beschouwd worden.

Published in: Spiritual
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
302
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Overvloed van licht door Mgr. Javier Echevarría

  1. 1. Mgr. Javier Echevarría Overvloed van licht een commentaar n.a.v. Evangelii Gaudium van paus Franciscus verschenen in het Italiaans dagblad Avvenire op 23-2-2014
  2. 2. Overvloed van licht “Wij worden ten volle menselijk, wanneer wij meer dan menselijk zijn, wan- neer wij God toestaan ons boven onszelf uit te tillen, om ons meest ware wezen te bereiken. Daar ligt de bron van de evangeliserende activiteit. Immers, als iemand de- ze liefde die hem de zin van het leven teruggeeft, heeft aangenomen, hoe kan hij dan het verlangen bedwingen om het anderen mee te delen?” Met deze woorden van Evangelii gaudium (EG n.8) herinnert Paus Franciscus ons aan onze vergoddelijking, deze verheffing die ons als gave van God wordt gegeven. In Christus ontdekken we wie de menselijke persoon is, en de grootheid van zijn roeping (vgl. Gaudium et spes, 22). Vanuit de ontmoeting met Jezus ontstaat het verlangen deze vreugde met ande- ren te delen (vgl. EG 3). Franciscus nodigt ons uit “uit onze eigen gemakzucht te ko- men en de moed te hebben naar alle randgebieden te gaan die behoefte hebben aan het licht van het Evangelie” (EG 20). Het is inderdaad verontrustend dat “zovelen van onze broeders en zusters zonder de kracht, het licht en de troost van de vriend- schap met Jezus Christus leven” (EG 49). Volgens mij kan dit als een van de grote leerstellingen van de apostolische Exhortatie voor de hedendaagse Kerk beschouwd worden. De Paus nodigt ons dus uit “naar buiten te treden”, wat uitdrukt wat men in de Kerk oorspronkelijk met de termen “apostolaat” en “evangelisatie” heeft aangeduid: een handelwijze die o.a. gekenmerkt wordt door een absoluut respect voor de vrijheid en die niets te maken heeft met de negatieve opvatting – die vooral in de 20e eeuw is ontstaan – van het woord “proselitisme”. Dat geeft de Paus in nr. 14 aan als hij erop wijst dat “de Kerk niet groeit door proselitisme maar “door aantrekkingskracht”. In de leer van Christus wordt duidelijk elke houding uitgesloten die de vrijheid van de anderen niet respecteert en de waardigheid van de persoon ontkent. God wil écht be- mind worden en dat veronderstelt een vrije keuze. Elke roeping is een liefdesgeschie- denis en een ontmoeting van twee vrije personen: God die roept en de mens die ant- woordt. Met de menselijke waardigheid en de boodschap van het Evangelie gaat geen enkele soort dwang, of die nu fysiek of moreel is, samen. Kardinaal Bergoglio heeft altijd voor die sektes gewaarschuwd die, met geld, met materiële beloften, met ver- dachte middelen, trachten mensen die zich misschien in een ellendige situatie bevin- den, te rekruteren: zij benutten wellicht een dorst naar God die wij, christenen, niet altijd hebben weten op te merken. De sleutel die een werkelijk christelijke houding typeert ligt in de Liefde. Paus Franciscus gebruikt woorden en evangelische gebaren die dit uitdrukken: “ik nodig
  3. 3. uit” (EG 3, 18, 33, 108), “ik dring erop aan “(EG 3); hij spreekt van een “overstro- mend hart” (EG 5) en nodigt uit binnen te gaan “in deze stroom van vreugde” (EG 5) die de christelijke gemeenschap is; hij dringt erop aan geen onnodige voorwaarden te stellen om het doopsel of het sacrament van het vormsel te kunnen ontvangen. On- langs, bij het bidden van de Engel des Heren, deed Franciscus de mensen die op het St. Pietersplein naar hem luisterden overwegen dat Christus daar misschien wel mid- den tussen hen voorbij ging. “Binnengaan”. Jezus Christus wees de schriftgeleerden en farizeeën streng te- recht: “Gij gaat er zelf niet in; en hen die er in willen, laat gij niet binnengaan” (Mt. 23,13). Binnen laten gaan, toelaten dat men binnengaat, uitnodigen om binnen te gaan: deze aantrekkingskracht is – zo heeft de H. Jozefmaria gezegd – “overvloed van licht”, menselijke sympathie, gebed en persoonlijk offer, aanwezigheid van Christus in de christen: “Echte liefde betekent dat je buiten jezelf treedt, dat je je geeft” (Christus komt langs, 43). Dat is de betekenis van het christelijk apostolaat, de oorspronkelijke, uit het jodendom overgenomen, betekenis van de term proselitisme, zoals die traditioneel in de Kerk is opgevat. Lacordaire gebruikte deze kernachtige formule: “Zoals er geen christen zonder liefde bestaat, zo is er ook geen christen zon- der proselitisme”. Het apostolaat van persoon tot persoon veronderstelt dat wij tijd aan onze naas- te besteden en het bezit geen andere kracht dan die van het gebed, van het liefdevolle geduld, van het begrip, van de vriendschap, van de liefde voor de vrijheid. Het ver- onderstelt een uit zichzelf treden om zich om de anderen te bekommeren en met hen het meest ware, goede en schone te delen: onze christelijke roeping. Een “altijd res- pectvol en vriendelijk” gesprek; het eerste moment “is een persoonlijke dialoog, waarbij elke persoon zich laat kennen en zijn vreugden, zijn hoopvolle verwachtin- gen, zijn zorgen voor zijn dierbaren en zoveel dingen die zijn hart vullen, deelt” (EG 128). Het “volg Mij” van Christus, verre van te dwingen, respecteert ieders vrijheid. Dat wordt triest genoeg meer dan duidelijk in de dialoog met de rijke jongeling. En vandaag de dag? Franciscus wijst erop dat ”juist nu wij meer behoefte hebben aan missionaire actie die de wereld zout en licht brengt, veel leken vrezen dat iemand hen uitnodigt om een of andere apostolische taak uit te voeren en dan proberen ze te ont- komen aan iedere inzet die hen van hun vrije tijd kan beroven” (EG 81). Het licht van het Evangelie is “een licht dat aantrekt” (EG 100) want het is de wet van de liefde die ons uitnodigt het goede te doen (EG 100-101). Bij het zien van de goede werken van de christen wordt de naaste ertoe gebracht eer aan God te bren- gen (vgl. Mt. 5,16): de onuitsprekelijke liefde van God te ontdekken en te prijzen, die een goddelijk, niet gewoon menselijk licht is. In dit opzicht is het apostolaat – de hei- lige ijver voor de zielen – getuigenis geven van het licht, zoals de H. Johannes zegt
  4. 4. (1,7), overvloedig licht geven, zonder de minste schaduw van dwang, zeer fijngevoe- lig, want God wil enkel liefde en handelt daarom met zachtmoedigheid: met kracht en welwillendheid (vgl. Wijsheid 8,1). Johannes Paulus II heeft in zijn Boodschap voor de 20e werelddag van gebed voor roepingen (2 februari 1983) gezegd: “Er mag geen enkele vrees bestaan om een jongere of minder jongere de roeping van de Heer rechtstreeks voor te stellen. Het is een daad van achting en van vertrouwen. Het kan een moment van licht en genade zijn. “Handel niet uit partijzucht of ijdele glorie, maar acht ootmoedig een ander ho- ger dan uzelf, door niet alleen op uw eigen belang te letten, maar ook op dat van an- deren bedacht te zijn” (Fil. 2,3-4). Het is juist dit zoeken van het goed van de anderen wat ertoe brengt met hen de liefde van Jezus Christus te delen en zich de gevoelens van de Heer eigen te maken, die geprojecteerd zijn naar de toekomst van de Kerk, als zijn Lichaam waarvan wij allen ledematen zijn. We overwinnen onze mogelijke ver- legenheid, die op een gebrek aan geloof en nederigheid zou kunnen wijzen, met het licht van Christus dat elke christen doorgeeft. Welk licht? Benedictus XVI heeft zijn 1e encycliek met de volgende woorden afgesloten: “De liefde is een licht – uiteindelijk het enige – dat een duistere wereld steeds weer verlicht en ons de moed geeft om te leven en tot daden te komen. De liefde is mogelijk en wij kunnen haar beoefenen, omdat wij naar Gods beeld gescha- pen zijn. De liefde waarmaken en daardoor het Licht van God in de wereld binnenla- ten” (Deus caritas est, 39). In volmaakte overeenstemming hiermee geeft Franciscus in zijn 1e encycliek aan dat “de stroom van liefde tussen de Vader en de Zoon in de H. Geest door onze geschiedenis is getrokken; Christus trekt ons tot zich om ons te redden (vgl. Joh. 12,32)” (Het licht van het geloof/Lumen fidei, 59). Tegenover een verkeerd begrepen proselitisme, dat de persoon niet respecteert, vindt men een apostolaat, dat opgevat wordt als aantrekkingskracht, d.w.z. het trans- parante en respectvolle voorstel om zich edelmoedig aan God te geven – precies zoals de Paus ook bedoelt –, waarbij men zich volledig bewust is van de vrijheid en de waardigheid van de persoon, en wat maakt dat het hart van de christen in de goddelij- ke en menselijke liefde van Jezus deelt. Een hart dat zijn verlangens om de vreugde van het Evangelie door te geven niet kan inhouden. + Javier Echevarría Prelaat van het Opus Dei

×