Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Erik Rombaut - Naar een klimaatbestendige ecopolis: Pleidooi voor de lobbenstad

2,177 views

Published on

Erik Rombaut neemt in het boek "Mensen maken de stad", duurzame architectuur, ecologische stedenbouw en biodiversiteit onder de loep. In de presentatie naar aanleiding van zijn bijdrage aan het boek, analyseert hij hoe de macro-organisatie van een stad een enorm effect heeft op haar ecologische voetafdruk. Niet de concentrische of suburbane stad, maar de lobbenstad is volgens hem 'best practice' .

Deze presentatie werd voorgesteld door Erik Rombaut op het auteursgesprek van het boek "Mensen maken de stad", op 23 oktober 2014 in boekhandel De Zondvloed in Mechelen. Sociaal-ecologische denktank Oikos was co-organisator van dit evenement.

Published in: Design
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Erik Rombaut - Naar een klimaatbestendige ecopolis: Pleidooi voor de lobbenstad

  1. 1. Duurzame Architectuur, Ecologische Stedenbouw en Biodiversiteit. Naar een klimaatbestendige ecopolis. Pleidooi voor de Lobbenstad. Erik P.C. ROMBAUT,Master in Biology , Asst. Prof. , LUCA. Hoger Architectuurinstituut Sint-Lucas (LUCA, school of Arts), Hoogstraat 51, B-9000 Gent / Paleizenstraat 65-67, B-1030 Brussels. KaHo Sint-Lieven, Hospitaalstraat 23, B-9100 Sint-Niklaas. + 32 (0)3 7707147. erik.rombaut@scarlet.be LezingMechelen , boekhandel Zondvloed 23 oktober 2014
  2. 2. Duurzame stedenbouw.
  3. 3. Probleemstelling.  Wat is klimaatbestendige stedenbouw ?  Wat is het beste stedenbouwkundige patroon om de ecologische voetafdruk van steden te verminderen ?  Wat is het beste stedenbouwkundige patroon om aantrekkelijke condities te creëren voor mensen en voor het herstel van urbane biodiversiteit
  4. 4. Het steeds meer verzegelen van de stad (beton, asfalt, daken, ....) veroorzaakt steeds grotere volumes hemelwater die niet langer kunnen infiltreren naar het grondwater toe en die afgevoerd worden via een gemengd riolerings systeem (RUN-OFF). ruraal urbaan
  5. 5. Brussel (1.100.000 inw.) Jonge families met kinderen verlaten het centrum en zoeken de groene stedelijke rand en het platteland op. • (Verkeer)onleefbaarheid • Gebrek aan avontuurlijk openbaar groen Uit De Corte, 2005
  6. 6. Concentrische uitbreiding van steden heeft vele nadelen: Gebrek aan ventilatie met koele en vochtige lucht (zomersmog). Toenemende afstanden voor stedelingen naar het platteland. De compacte stad: Athene (5.000.000 inw. ; Griekenland. )
  7. 7. Het stedelijk hitte-eiland effect (The urban heat island effect) http://www.epa.gov/heatislands/resources/pd f/HIRIbrochure.pdf
  8. 8. Gartland, Lisa. 2008 . Heat Islands. London, Earthscan, ISBN 978-1-84407-250-7 Stedelijk hitte-eiland effect in Karlsruhe (290.000 inw. ; Duitsland). Hermy, 2005
  9. 9. City size The amount of the urban heat island effect is depending on the number of citizens, on the size of the city. Attention: This has little to do with temperature averages but deals with increasing extremes. Grafik: Anita Bokwa, Pawel Jezioro (From S. Lippke, 2010) Increasing maximum temperature difference between urban and rural areas
  10. 10. Lippke, 2010
  11. 11. Bron: Aertsens Joris, et al. (2012). “Daarom groen! Waarom u wint bij groen in uw stad of gemeente”; Studie uitgevoerd in opdracht van: ANB – Afdeling Natuur en Bos; 128 p.
  12. 12. New-towns ; garden-cities (tuinsteden) ; broad-acres cities zijn synoniemen als het gaat over gebrek aan densiteit: mensen wonen er ver uit elkaar in een huis met een tuin er omheen. . HOWARD, E. (1898) Tomorrow: A Peaceful Path to Real Reform HOWARD, E. (1902)
  13. 13. SUBURBIA = the broad acre city (sensu Frank Lloyd Wright) http://abcdunlimited.com/ideas/suburbia.html http://www.boublog.nl/category/zoek-documentaires/ grondstoffen/page/5 http://tvtropes.org/pmwiki/pmwiki.php/Main/Suburbia
  14. 14. Stedelijke densiteit versus energie consumptie.  Canadese, Australische en Noord-Amerikaanse steden zijn vaak uitgestrekte tuinsteden met zeer lage densiteiten.  Europese en Aziatische steden zijn Middeleeuws en hebben vaak veel hogere densiteiten.  Er is een verbazende (exponentiële) correlatie tussen densiteit en energie consumptie.  Ideaal lijkt densiteit rond knik: 75 -150 inwoners/ ha.
  15. 15. Tuinstedelijke verkavelingen leiden tot ‘urban sprawl’, met onbetaalbare openbare nutsvoorzieningen (O.V., post, rioleren,…) 11 km
  16. 16. Vlaanderen: huisje, tuintje, … Lage densiteiten: Onbetaalbare openbare nutsvoorzieningen (riolering, huisvuil ophalen, …) en alleen bereikbaar met de auto.
  17. 17. De mobiliteits- en congestieproblematiek als afgeleide van de ruimtelijke chaos in ‘suburban Vlaanderen’ en van de scheiding wonen/werken/recreatie. http://www.posadlabs.com/flemish-metropolitan-dream/
  18. 18. Gevolgen: Vlaanderen bij nacht. +/- 300 km Als iedereen, overal chaotisch woont en iedereen wil daarbij ook verlichting…. earth observatory belgium
  19. 19. 1976 2000
  20. 20. Prognose 2050 (KUL, Poelmans, 2010) In 1976 was 7,2% van de Vlaamse oppervlakte bebouwd. Eind jaren tachtig nam dat toe tot 12% en begin 2000 zaten we al aan 18%. Als de bebouwing tegen het huidige tempo doorgaat, dan zal in 2050 maar liefst 41,5% van Vlaanderen bebouwd zijn (KUL, Poelmans, 2010), … … een groot deel daarvan alleen met de auto bereikbaar, met de stedelijke leefbaarheid als eerste slachtoffer.
  21. 21. Fijn stof. Annual mean fine dust concentration (PM 2.5, μg/m3) for 2002 in Europe (www.uhasselt.be ) Fijn stof metingen medio 2006 (www.vito.be)
  22. 22. NOx : verontreiniging in Europa
  23. 23. Dus beide modellen voor stadsuitbreiding, de tuinstad en de concentrisch uitbreidende compacte stad, hebben talrijke ecologische nadelen.  Hoe kunnen stedelijkheid (urbane kenmerken) en landelijkheid (rurale kenmerken) anders met elkaar worden gecombineerd dan in tuinsteden?  Hoe kan voldoende compactheid en densiteit worden ontworpen, anders dan in de compacte, concentrische stad?  Met andere woorden, is er een derde weg ?
  24. 24. De derde weg: oplossing: Het Lobbenstad model. Compact bebouwde stadslobben Van elkaar gescheiden door Blauwgroene vingers Uit Tjallingii, 1996
  25. 25. In lobbensteden dringen de blauwgroene vingers diep door tot bij het centrum. Amsterdam (750.000 inw.) uit Gieling, 2006
  26. 26. De lobbenstad (vingerstad, sterrenstad) Het lobbenstadmodel is ontwikkeld in de eerste helft van de 20ste eeuw. In verschillende mate is dit model gebruikt ondermeer in Denemarken voor het ‘vingerplan’ in Kopenhagen (1948), het algemeen uitbreidingsplan van Amsterdam (AUP 1935) en in steden als Hamburg, Köln (1927), Berlin (Duitsland) en Stockholm (Zweden). Bron: De Morgen, 7 sep. 2012
  27. 27. Blauwgroene vingers temperen het stedelijk hitte-eiland effect in Berlin (3.400.000 inw. ; Duitsland) Infrarood opname van de warme stadslobben en de koelere blauwgroene vingers van Berlin. (Cloos, 2006)
  28. 28. Dwars doorsnede Bebouwde stadslob - blauwgroene vinger http://www10.aeccafe.com/blogs/arch-showcase/2011/06/18/masterplan-%E2%80%9Cjuzne-centrum%E2%80%9D-in-brno-czech-republic-by- chybikkristof-associated-architects/ Dwarse doorsnede door een lobbenstad Voordelen van stadsuitbreiding volgens het lobbenstad model.
  29. 29.  Berekend voor de stad Valencia (Spanje):  Temperatuur verminderen met 1°C: nood aan 10 ha groen  2°C: 50 ha groen  3°C: 200 ha groen
  30. 30. Tiergartenpark (Berlin), oppervlakte van 210 ha. http://www.stadtentwicklung.berlin.de/umwelt/stadtgruen
  31. 31. Invloed van het Tiergartenpark (Berlin) op de temperatuur. Uit De Blust, 2006.
  32. 32. Invloed van het Tiergartenpark (Berlin) op de relatieve luchtvochtigheid. Uit De Blust, 2006.
  33. 33. Invloedssfeer Tiergartenpark (Berlin) op het stadsklimaat. Uit De Blust, 2006.
  34. 34. Dicht bebouwde, compacte stadslobben, gescheiden van elkaar door blauwgroene vingers (Tübingen ; 85.000 inw. Duitsland) In de stadslob Französisches Viertel wonen 240 inw./ha en werden 50 à 60 arbeidsplaatsen/ha gecreëerd.
  35. 35. De lobben-gemeente Houten (NL)  Deze gemeente is wereldbekend omwille van de fietsvriendelijke stedenbouw (bike-based city building) in een lobbenstad context.  Elke wijk is via een lus toegankelijk met de auto vanaf de rondweg. Wil je met de auto naar een andere wijk, dan moet je terug naar de rondweg.  Voor fietsers en stappers zijn alle wijken zeer intens met elkaar verbonden.
  36. 36. De woonwijken van Houten (NL) zijn voor fietsers en stappers goed met elkaar verbonden
  37. 37. In de blauwgroene vingers kunnen heel wat laagdynamische stedelijke functies een plaats krijgen: stads- en kinderboerderijen, kerkhoven, sportvelden, fit-o-meter, historische fortificaties, parken, volkstuintjes,…
  38. 38. Het vingerplan van Kopenhagen (DK) bron: UCD, 2008. Finger Plan (Local Plan Office for Greater Copenhagen, 1947) http://www.pashmina-project. eu/doc/PASHMINA_D2.3.pdf The Finger Plan includes not only the relatively small Municipality of Copenhagen covering the centre part of the city with app. 0.5 mill citizens but in addition take in the Greater Copenhagen Area, and thus also covers 34 adjacent municipalities.
  39. 39. Het vingerplan van Kopenhagen (DK)  Kopenhagen vertoont een goed voorbeeld van groene stedelijke planning. Deze stad evolueerde van een kleine kern tot een grote regionaal uitgebreide stedelijke zone gedurende de laatste 60 jaar. Het masterplan voor de ontwikkeling van Groot-Kopenhagen, gepubliceerd in 1947, werd bekend als het ‘vingerplan’.  De vijf vingers waren bedoeld om nieuwe nederzettingen en de benodigde nieuwe wegen en spoorwegen te bevatten en te bufferen. Het landschap tussen de stedelijke vingers in zou open en landelijk blijven, een ondersteuning voor urbane landbouw, natuur en recreatie.  Sedert de publicatie van het plan, heeft de stad zich radiaal uitgebreid doorheen een aantal regionale plannen. Voorsteden en wijken werden verbonden met transport infrastructuur. Verstedelijking wordt strikt beperkt tot de lineaire corridors. Blauwgroene zones ertussen worden beschermd tegen bebouwing. Hierdoor blijft het openbaar vervoer heel efficiënt en is het landschap voor heel wat mensen dichtbij en heel toegankelijk gebleven.  Jammer genoeg zijn er weinig steden die zo een vooruitziende planning hadden. Zij worden dan ook geconfronteerd met heel grote problemen .(UCD, 2008. Green city Guidelines by the urban insitute Ireland)
  40. 40. Er is voldoende hoge woondensiteit nodig in de stedelijke lobben voor rendabel bovengronds openbaar (light)rail vervoer. De ecowijk ‘Quartier Vauban’ in Freiburg (D.) wordt door een frequente tramverbinding met het centrum verbonden.
  41. 41. Sleutel tot het bereiken van hoge densiteiten Zorg voor een goed doordachte public-private gradiënt in de groene buitenruimten. Culemborg (NL). De ecowijk EVA-Lanxmeer
  42. 42. Groene zones public-private gradiënt 4 Zone 1: Privé tuinen met beschutte terrassen Zone 2: geleidelijke overgang privé naar gemeenschappelijk (mandelig) gebied, zitjes, speelplekken Zone 3: intensief gebruikte openbare ruimte, parkachtig, eetbaar landschap Zone 4: Stadsboerderij met educatieve en sociale functies Zone 5: waterwingebied, natuurlijke oevers
  43. 43. Detaillering public-private gradiënt Zones in EVA-Lanxmeer: 1. Private tuinen 2. Semipublieke ‘hof’ is ‘mandelig’ terrein 3. Publiek park 4. Publieke stadsboerderij 5. Publieke natuur langs en in rivierarm 1 3 2 5
  44. 44. Overgang van de privé tuinen naar de publieke zones Langzame overgang tussen de private tuinen en de publieke blauwgroene omgeving.
  45. 45. Zicht vanuit de living door de private tuin naar de publieke groenzone. Of hoe een kleine tuin (voor de kinderen) reusachtig groot wordt
  46. 46. Is een doordachte public-private gradiënt ook in de binnenstad mogelijk ? Casestudy Kolding (DK).
  47. 47. Casestudy Kolding (DK).
  48. 48. Wadi voor infiltratie van wit water Zwart en grijs water worden gezuiverd in een plantenzuivering
  49. 49. Planten-waterzuiverings-station (PWZ) in Kolding (DK), in een glazen piramide, midden van de semi-publieke tuin.
  50. 50. De gemeente beheert de semipublieke binnentuin, in ruil voor selectieve toegankelijkheid voor het publiek Utrecht (NL) Kolding (DK)
  51. 51. Semipublieke tuinen in de ecowijken Loretto-areal en Französisches Viertel (Tübingen, D)
  52. 52. Zorg voor een goed doordachte public-private gradiënt tussen functies van de gebouwen op wijkniveau . Roskilde (DK). Ecowijk Munksøgård.
  53. 53. Groepeer parkeren net even verderop buiten de ecowijk. Freiburg (D). Ecowijk Quartier Vauban
  54. 54. Beperk de verzegelde oppervlakte van bestrating en parkeerterreinen: groepeer en hou water-doorlaatbaar. Ecowijk Dyssekilde (Torup, DK).
  55. 55. Geef autodelen wél een prominente plaats in de ecowijk
  56. 56. Zorg voor een goed doordachte public – private gradiënt binnen in de gebouwen. Sociale huisvesting in Zürich (CH) (Werdwies) met op het gelijkvloers een gemeenschappelijke wasserette (laundry): sociale cohesie gegarandeerd
  57. 57. Fietsvriendelijk ontwerp van gebouwen in de autovrije woonwijk Stellwerk 60 (Keulen,D.). Gemeenschappelijke ingang en fietsstelplaatsen.
  58. 58. Zorg voor een goed doordachte public – private gradiënt binnen in de gebouwen. (Culemborg, NL). Seniorenhuis ‘Het Kwarteel’ in de ecowijk EVALanxmeer met een aantal gemeenschappelijke voorzieningen in het donker getinte ronde bouwdeel
  59. 59. Ecodorp Sieben Linden. (gemeente Poppau, D). Centraal gebouw met keuken, bibliotheek, gastenkamers en seminarie ruimten. Op de voorgrond een gemeenschappelijke ecologische zwemvijver. Gemeenschappelijke houtvoorraad met een collectieve PV-installatie
  60. 60. Dicht bewoonde stadslobben kunnen worden verwarmd met afvalwarmte van elektriciteitsproductie in decentrale kleinere Warmte Kracht centrales (WKK) aangesloten op een stadsverwarmingnet. Daardoor neemt het rendement van de centrales aanzienlijk toe en daalt de CO2 uitstoot. In Tübingen (D) wordt de stadslob verwarmd met afvalwarmte uit de lokale WKK-centrale.
  61. 61. Stadsverwarming (District heating) gebaseerd op warmte kracht koppeling (WKK). Gemeente Ry (DK)
  62. 62. Een stadswarmtenet (District heating) is goed te combineren met Warmte Kracht Koppeling. Een ondergronds goed geïsoleerd leiding netwerk zorgt voor het transport van het warme water naar de stad en van het afgekoelde water opnieuw naar de WKK centrale. http://commons.wikimedia.org/wiki/File:2005-08-30-district-heating-pipeline.jpg Riga, Letland
  63. 63. …maar …  dan moet de WKK centrale niet te ver van de afnemers worden gebouwd, bij voorkeur midden in de wijken.  moet er een voldoende densiteit en compactheid zijn van woningen in de wijk.  En er moet ook een voldoende warmtevraag zijn in de zomer, wat pleit voor het mengen van woonfuncties met andere functies (horeca, kleinschalige bedrijvigheid, sauna, zwembad, ….) Principe van een stadswarmtenet, gekoppeld aan een WKK centrale http://www.gaiaenergies.com/District%20Energy%20Systems.html
  64. 64. In Freiburg (D., 220.000 inw.) wordt de ecowijk ‘Quartier Vauban’ verwarmd, via stadsverwarming met een WKK installatie op biomassa (hout).
  65. 65. De zonnewijk ‘Am Schlierberg’ in Freiburg (D.) is een plusenergiewijk die meer energie produceert dan ze zelf nodig heeft.
  66. 66. Am Schlierberg (Freiburg, D.) www.rolfdisch.de
  67. 67. 50 demonstratie zonne-wijken in Nordrhein-Westfalen (D.) www.oekosiedlungen.de Wijk Bismarck in gemeente Gelsenkirchen (D), laagenergie sociale huisvesting.
  68. 68. Sint-Antoniusplein (B. gem. Westerlo kern Zoerle-Parwijs):een duurzaam demonstratieproject met 13 sociale laagenergiewoningen, rond een semi-publiek pleintje, geïntegreerd in het dorpscentrum (sociale huisvesting door ‘De Zonnige Kempen’)
  69. 69. Conclusie (1)  In ecodorpen is heel wat ervaring opgedaan met de public-private gradiënt zowel in de groene buitenruimten, als tussen de gebouwen, als in de gebouwen: http://www.gen-europe.org http://www.oekosiedlungen.de  Ook in Vlaanderen beweegt er intussen veel http://www.woneninmeervoud.be http://www.cohousingplatform.be
  70. 70. CONCLUSIE (2): Naar klimaatbestendige stedenbouw. Lobbensteden kunnen de aangekondigde klimaatswijzigingen (van temperatuur en neerslagverdeling) beter opvangen, want ze:  Vertonen aaneengesloten blauwgroene vingers waarin overtollig regenwater kan infiltreren, zodat afwaarts de stad overstromingen worden vermeden. Ecologisch groenbeheer kan er bovendien de urbane biodiversiteit sterk vergroten.  Milderen het stedelijk hitte-eiland effect, want blauwgroene vingers zorgen voor ventilatie van de centra.
  71. 71. CONCLUSIE (3): Naar klimaatbestendige stedenbouw. Lobbensteden kunnen ernstiger klimaatswijzigingen helpen voorkomen, want ze:  Vertonen grote compactheid en densiteit in de stadslobben en kunnen daardoor worden gedragen door rendabele bovengrondse openbaar (light)railvervoer assen.  Hebben een aanzienlijk lagere CO2 uitstoot door kansen op collectieve warmtelevering (WKK aangesloten op stadsverwarmingsnet) en kansen op rendabel openbaar vervoer in de stadslobben.
  72. 72. Duurzame stedenbouw in Vlaanderen. www.ecopolisvlaanderen.be ROMBAUT, E. & E. HEUTS. 2010. ‘Duurzame Stedenbouw’ in woord en beeld. Gids met praktijkvoorbeelden voor de transitie naar een ecopolis. Boek samengesteld voor VIBE vzw en ABLLO vzw (i.s.m. KaHo Sint-Lieven dep. Sint-Niklaas en het departement voor architectuur en stedenbouw Sint-Lucas Gent/Brussel). Uitgeverij Die Keure 164 pp. ill. D/2010/0147/260 ; ISBN 978 90 4860 734 1.
  73. 73. Verder lezen ?

×