Leisure Policy Making - Oriëntatie week 1

663 views

Published on

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Leisure Policy Making - Oriëntatie week 1

  1. 1. VRIJETIJDSBELEID Hoorcollege Vrijetijdsbeleid week 1 Project 2.3 VTM
  2. 2. Even voorstellen Docenten: Marie-Ange de Kort (Els Reijnen, Martijn Mesman) Kamer A1.32 E-mail: marieange.dekort@inholland.nl Aanwezig: maandag, dinsdag, donderdag
  3. 3. Inhoudelijk Programma Week 1: Oriëntatie op Vrijetijdsbeleid Week 2: Geschiedenis van Vrijetijdsbeleid/Sectoraal Beleid Week 3: Integraal Vrijetijdsbeleid Week 4 : Symposium Vrijetijdsbeleid & Citymarketing Week 5: Beleidscyclus Week 6: Dance Valley-Hoek van Holland – Vierdaagse Week 7: Vergelijk beleid twee steden
  4. 4. Toetsing Casustoets
  5. 5. Zonder beleid geen kwaliteit
  6. 6. Wat is beleid?Overheid is: Def 1: het politieke systeem Def 2: het geheel van personen en instellingen die samen een stad en of land besturen. Zowel politiek (vb gemeenteraad of regering) als ambtenaren.Beleid duidt op: een plan van de overheid, of op de uitgevoerde activiteiten of op de resultaten ervan.
  7. 7. Doel van beleidEconomisch: Mogelijk maken economische groei Monopolievorming tegengaanSociaal: Sociale cohesie in wijken bevorderenMilieu: Duurzaamheid van de samenleving bevorderen
  8. 8. Beleidsniveaus overheidInternationaal (Brussel): Vb. Europese samenwerking op het gebied van veiligheid, infrastructuurNationaal (Rijksoverheid): Vb. Onderwijs Vb. (vrijetijd) : Sport (gehandicaptensport)Provinciaal (Provinciale Staten): Vb. regionale infrastructuur Vb. (vrijetijd) natuurgebieden, kuststreekLokaal (Gemeentes): Vb. (vrijetijd) citymarketing, etc.
  9. 9. Vrijetijdsbeleid:interventie van de overheid Ingrijpen in de samenleving
  10. 10. Wat is vrijetijdsbeleid? Wat is vrijetijdsbeleid  Vrijetijdsbeleid?  Doelstellingen vrijetijdsbeleid  Vrijetijdsbeleid en andere raakvlakken  Onderscheid integraal en sectoraal beleid Waarom integraal Vrijetijdsbeleid  Maatschappelijke transformatie  Reactie (lokale) overheid
  11. 11. Vrijetijdsbeleid: bestaat dat? (I) Er is bijna geen vrijetijdsbeleid: vrije tijd en tijd in het algemeen gelden niet als structurerend principe om beleid op te ontwikkelen. Anders dan geld en ruimte is (vrije) tijd geen aangrijpingspunt voor beleid.
  12. 12. Vrijetijdsbeleid bestaat dat? (II) Geen ministerie voor Vrije Tijd Geen visie of beleid t.a.v. van vrije tijd als geheel Vrije tijd is multisectoraal en transsectoraal Vrijetijdsbeleid kan grote gevolgen hebben
  13. 13. Waarom ingrijpen in vrije tijd?
  14. 14. Waarom ingrijpen in vrije tijd?
  15. 15. Waarom ingrijpen in vrije tijd?
  16. 16. Waarom ingrijpen in vrije tijd?
  17. 17. Waarom ingrijpen in vrije tijd?
  18. 18. Waarom ingrijpen in vrije tijd?
  19. 19. Drie dimensiesIngrijpen in de vrije tijd
  20. 20. Maatschappelijke Dimensie VrijetijdsbeleidBijvoorbeeld: Quality of life: door een gevarieerd vrijetijds- aanbod de kwaliteit van een leefomgeving verhogen Gezondheid. Door middel van sport en recreatie de gezondheid willen bevorderen Sociale cohesie: Door publieksevenementen de saamhorigheid in een wijk bevorderen
  21. 21. Economische Dimensie VrijetijdsbeleidBijvoorbeeld: Groei van werkgelegenheid in de leisure/ toerisme sector bevorderen Toename omzet in de sector Scheppen van een gunstig investeringsklimaat Imago: vrijetijdsbeleid als instrument voor citymarketing
  22. 22. Ruimtelijke Dimensie VrijetijdsbeleidBijvoorbeeld: Leisure ontwikkelingen om een bepaald gebied of stad of wijk te profileren.
  23. 23. Geschiedenis en ontwikkeling Vrijetijdsindustrie
  24. 24. Geschiedenis en ontwikkeling (I) Vroeger sport, cultuur en recreatie bedoeld voor het “beschaven” van burgers en arbeiders Tegenwoordig veelal hoogopgeleide, mobiele en koopkrachtige consument die zelf bepaalt
  25. 25. Geschiedenis en ontwikkeling (II)Consequenties: Toename koopkracht  expansie commerciële aanbieders Vroeger monopolie voor semipublieke aanbieders Nu meer commercieel aanbod Het semipublieke aanbod in het defensief. (vb. publieke televisie en sportparken)
  26. 26. Nu: Van aanbod- naar een vraaggestuurde markt Toenemende concurrentie aandacht consument > Toenemende invloed consument op aanbod. Vrijetijdsaanbieders gedwongen beter aan te sluiten bij de kwaliteitseisen consument. License to Operate
  27. 27. De Vrijetijdsindustrie als beleidsopgave Er heeft een omslag plaatsgevonden van een aanbodgestuurde vrijetijdssector naar een vraaggestuurde vrijetijdsmarkt Probleem: Het samenhangende belang van de vrijetijdsindustrie wordt in het algemeen onvoldoende erkend door politici en bestuurders. Daardoor: De overheid is geen proactieve ontwikkelingspartner
  28. 28. Vraag… Overleg nu kort met buurman of buurvrouw“Het samenhangende belang van de vrijetijdsindustrie wordt in het algemeenonvoldoende erkend door politici en bestuurders.“ De overheid is geen proactieve ontwikkelingspartner Probeer de redenering te doogronden.  Wat is het samenhangende belang?  Wat is een proactieve ontwikkelingspartner?  Hoe komt het dat de overheid het belang onvoldoende erkent?
  29. 29. Probleemsituatie vrijetijdsbeleid:Van sectoraal naar integraalVan verticaal naar horizontaal
  30. 30. Nu: Sectoraal vrijetijdsbeleid Er is wel sectoraal vrijetijdsbeleid. Bijvoorbeeld:  Sportbeleid door de afdeling Sport van een gemeente  Openluchtlucht recreatie: er wordt landelijk beleid gemaakt door het ministerie van LNV  Toerisme: valt onder het ministerie van EZ Het vrijetijdsbeleid is dus gefragmenteerd
  31. 31. Gefragmenteerd Vrijetijdsbeleid (Rijksoverheid) EZ: Economische zaken Exportbevordering toerisme LNV: Landbouw, natuur en voedselkwaliteit Openluchtrecreatie OCW: Onderwijs, cultuur en wetenschap Cultuur, media VROM: Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu Omgevingskwaliteit VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport Sport en recreatie
  32. 32. Naar een Integraal Vrijetijdsbeleid Het overheidsbeleid ten aanzien van vrije tijd en toerisme is sectoraal verkokerd Uitzonderingen op lokaal (gemeentelijk) niveau:Rotterdam streeft naarde opstelling van eengoed integraal vrijetijdsbeleidvoor 2020
  33. 33. Overheid nu: Verticale sectorale logica Verticale geleding van vrijetijdsbeleid: cultuur van beschaving en verheffing. Vrijetijdsbeleid is gefragmenteerd. Stapeling van beleid (Rijk, provincie, gemeente). Ministerie Ministerie VWS OCW Gemeentelijke Gemeentelijke Sport afdeling cultuur Voetbalclub Theater AFC Consument: Consument: Theaterliefhebber voetballer
  34. 34. Oplossing: Horizontale Logica De horizontale logica van netwerken, clusters en ketens
  35. 35. Verkeerd geproportioneerde aandacht Niet alleen gefragmenteerd - Maar ook verkeerd geproportioneerd. Aandachtsvelden die ‘een onsje meer’ zouden willen hebben Anderen die je kan missen als kiespijn.
  36. 36. Te bescheiden ambities in het beleid Sinds de jaren ’80 trekt de overheid zich terug uit een aantal vormen van vrijetijdsbesteding. Wie is er verantwoordelijk dan? Dit leidt bijvoorbeeld tot problemen zoals privatisering van voorheen openbare recreatieruimten (zoals Sportparken).
  37. 37. Teveel aan beleid Soms hinderlijke regelgeving of bizarre effecten als gevolg van administratieve grenzen. Jungle van vergunningaanvragen
  38. 38. Transsectoraal en clustervorming Scheidslijnen recreatie, cultuur, sport en evenementen vervagen, o.a. door combinatiebezoeken:1. “Dagje Amsterdam” waarbij museumbezoek met winkelen en een lunch wordt gecombineerd.2. Commerciële en niet commerciële aanbieders integreren brancheverbredende elementen (horeca, entertainment) in hun aanbod.
  39. 39. Transsectoraal en clustervorming
  40. 40. Transsectoraal en clustervorming
  41. 41. Invoeren van (vrijetijds)beleid Beleidscyclus
  42. 42. De beleidscyclus Verloop:  Agendering  Beleidsvoorbereiding  Besluitvorming  Beleidsuitvoering  Evaluatie
  43. 43. Stap 1: Agendering Stap 2:Stap 5: Evaluatie Beleidsvoorbereiding Stap 4: Stap 3: Beleidsuitvoering Besluitvorming
  44. 44. Agendering Vaststellen van het probleem waarvoor een oplossing moet worden gevonden (relschoppers) In de praktijk is er sprake van een agendavormingsproces.
  45. 45. Beleidsvoorbereiding (I) Externe Analyse:  Verkenning van de omgeving (betrokkenen)  Of veld waar beleid betrekking op heeft
  46. 46. Beleidsvoorbereiding (II) Interne analyse  Sterkte/zwakte onderzoek (wat gaat goed/fout?)  Analyse bestaand beleid
  47. 47. Beleidsvoorbereiding (III) Confrontatie uitkomsten interne en externe analsye (heeft het huidige beleid effect?) Formuleren van alternatieve beleidsoptie(s) ?
  48. 48. Besluitvorming Resultaat: opstellen plan waarmee aan de slag kan worden gegaan
  49. 49. Beleidsuitvoering Resultaat: omzetting van plan of voorgenomen beleid in concrete acties
  50. 50. Evaluatie Resultaat: zijn de gewenste doelstellingen bereikt?
  51. 51. De Beleidscyclus De beleidscyclus neemt een centrale positie in in het programma van Vrijetijdsbeleid Week 5: Uitgebreide toelichting op de beleidscyclus Week 6 en 7: Ontwerpatelier. Doorlopen van de beleidscyclus aan de hand van concrete casussen. Tevens casestudy voorbereiding.

×