Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
Upcoming SlideShare
orr_dave_Consumer_Behavior_2007
Next
Download to read offline and view in fullscreen.

0

Share

Download to read offline

ebook_opleiding-levenscoach

Download to read offline

Related Audiobooks

Free with a 30 day trial from Scribd

See all
  • Be the first to like this

ebook_opleiding-levenscoach

  1. 1. 1 Focussen en sensen
  2. 2. 1.1 Focussen Focussen, ontwikkeld door Eugene Gendlin, is een manier om innerlijk voeling te krijgen met jezelf. Dit innerlijk gewaar zijn wordt omschreven als “ervaren gevoel”. Een ervaren gevoel is meestal niet aanwezig; het moet zich vormen. Wanneer het komt is het eerst onduidelijk, wazig. Een ervaren gevoel is geen emotie. Emoties zoals verdriet en woede herkennen we. Een ervaren gevoel is vaag en mistig. Het is geen geestelijke, maar een lijfelijke ervaring. Het is een lichamelijke ervaring van een situatie, een persoon of een gebeurtenis. Het gaat niet om een bepaald detail van die persoon of situatie, maar om de indruk van alles betreffende die situatie, een groots, afgerond onduidelijk gevoel of gewaarwording. Het is de ‘smaak’ van die persoon. Bijvoorbeeld, je voelt je bij Jan gespannen. Onder die emotie ligt iets groots en vaags schuil. Vaak proberen we zo’n rot gevoel weg te krijgen door het te kleineren (Het is niets); het te analyseren (hij doet me aan mijn vader denken, zo zelfverzekerd); je te vermannen of jezelf vermanend toe te spreken (ik zet mijn tanden op elkaar); je in het onprettige gevoel weg te laten zakken (wat voelde ik me afschuwelijk). Maar de vraag is: Wat is dat vage dat onder die gespannenheid ligt? Een ervaren gevoel zal verschuiven als je het op de juiste manier benadert. Het zal veranderen als je er contact mee maakt. Zodra een ervaren gevoel van een situatie verandert, betekent dat, dat jij – en daarmee je leven - verandert. Zo’n lichamelijke verschuiving in een ervaren gevoel gaat gepaard met opluchting.
  3. 3. 1.2 De zes fasen van het focussen 1.2.1 Ruimte scheppen. Vraag jezelf: Hoe voel ik me? Waarom voel ik me op dit moment niet kiplekker? Wat zit me vandaag dwars? Blijf stil. Luister…. Laat dat wat in je opkomt opkomen. Stapel de problemen voor je op en bewaar afstand. Die kwestie met Harry en Ellen. Dat gevoel van eenzaamheid, en dat gekke probleempje door die opmerking die ik gisteren tegen Chris maakte. “Ja, afgezien van dat alles voel ik me best.” 1.2.2 Het ervaren gevoel van het probleem. Vraag nu welk probleem je het meeste last bezorgt. Duik er niet in; neem wat afstand van het probleem en merk op hoe het je in je lichaam doet voelen als je eraan denkt als een geheel. Vraag: “Hoe voelt dit hele probleem aan?” Maar geef geen antwoord in woorden. In deze tweede fase stuit je wellicht op een hoop gesnater in je hoofd; zelfverwijt; analyses, enz. Negeer dit lawaai vriendelijk en luister naar je lichaam om te ervaren hoe deze hele kwestie aanvoelt. Het is meestal een vaag, wazig gevoel. Neem er de tijd voor. 1.2.3 Een houvast vinden. Welke omschrijving past bij dit ervaren gevoel. Is het pijnlijk, doodnerveus, hulpeloos, overbelast? Zo’n soort woord of een kort zinnetje: alsof ik op mijn tenen moet lopen. Of een combinatie van woorden: rusteloos-zenuwachtig. Of een beeld, bijv. als een zware loden bal. Probeer het ervaren gevoel geen woorden op te dringen. Laat het op je af komen, precies zoals het is. Laat woorden of beelden uit het gevoel opkomen. ‘Bang’,’een stugge plek in mijn binnenste’, ‘een zwaar gevoel hier’. Of probeer voorzichtig een woord. Als een woord of beeld klopt noemen we dat een ‘houvast’. Vaak gaat dat houvast gepaard met een lichte lichamelijke verschuiving. Het is alsof het ervaren gevoel zegt: ‘Ja, dat is het’. 1.2.4 Houvast en ervaren gevoel laten resoneren. Neem het woord of beeld en houdt het naast het ervaren gevoel. Kijk of ze precies op elkaar passen. Vraag (maar antwoord niet zelf): ‘Klopt het?’ Er zal een voelbare reactie optreden: een diepe zucht, een voelbare ontspanning. Laat je jezelf dit een minuut lang voelen. Het gevoel van overeenstemming is niet alleen een controle of het houvast klopt; er verandert ook iets in je lichaam. Zolang die verandering aan de gang is – ontspannend, verschuivend, vorderend – doe je niets. Gun je lichaam deze minuut. Als deze bevestiging niet volgt, tast dan het gevoel opnieuw af en laat het opnieuw op je inwerken en laat woorden opkomen. Als het gevoel uit zichzelf verandert terwijl je vergelijkt, is het ook goed. Laat gevoel en woorden rustig hun gang gaan tot ze bij elkaar passen.
  4. 4. 1.2.5 Vragen. Als er in de eerdere fasen al een grote verschuiving, een flinke opluchting gekomen is, ga je meteen door naar fase 6. Maar vaker is het dat er een kleine verschuiving is geweest, net genoeg om te weten dat het klopt, maar nog niet van het soort dat een probleem verandert. Nu is het tijd voor vragen aan het ervaren gevoel. Sta een tijdje (een minuut of zo) stil bij het onduidelijke gevoel, of ga er steeds weer naar terug. Het handvat kan je helpen om het ervaren gevoel steeds weer levend te doen zijn. Het is niet voldoende om het je te herinneren hoe het enkele ogenblikken terug voelde. Het moet aanwezig zijn, anders kun je er geen vragen aan stellen. Als je het kwijtraakt, haal dan het handvat terug tot het ervaren gevoel terug is en vraag dan aan het gevoel: ‘ Wat is er aan dit hele probleem dat me zo .... maakt?’ Als er iets snel komt, dat is dat de oude informatie vanuit je denken. Stel de vraag opnieuw, als je weer contact hebt met het ervaren gevoel. De tweede keer komt de vraag misschien aan bij het ervaren gevoel en geeft het gevoel antwoord. Je stelt open vragen en je wacht op antwoord. De lichamelijke verschuiving geeft altijd een goed gevoel, zelfs wanneer dat wat er naar boven komt het probleem er rationeel gezien niet beter op maakt. De verschuiving hebben we niet zelf in de hand. Het is ‘genade’: het komt of het komt niet. De tijd die je hier aan geeft is van wezenlijk belang. De volgende twee soorten vragen kunnen helpen: 1. Wat is hiervan het ergste? Waar draait dit allemaal om? Wat zit hier onder? 2. Wat heeft het ervaren gevoel nodig? Wat zou maken dat het verbetert? 1.2.6 Ontvangen. Wat er ook opkomt, verwelkom het. Je loopt er niet van weg en je springt er niet midden in. Je houdt een beetje afstand. Wees blij dat je lichaam tot je gesproken heeft, wat het ook gezegd heeft. Dit is maar een eerste verschuiving; niet het laatste woord. Je hoeft het niet eens te zijn met wat het ervaren gevoel nu zegt. Het geeft misschien een behoefte diep vanuit je binnenste weer. Je levensrichting komt tevoorschijn. Maar die eerste vorm is misschien onmogelijk voor je: het lijkt misschien of je je partner, je kinderen of je baan in de steek moet laten. Maak je nu geen zorgen over de vorm die het straks gaat krijgen. Geef ook een kleine verschuiving de volle minuut, ‘Goed, nu weet ik tenminste waar de moeilijkheid zit’. Bescherm de verschuiving tegen kritische stemmen. Wil je nog een keer focussen? Ga na of je lichaam wil stoppen of wil doorgaan met focussen. Als je ophoudt, wees er zeker van dat je de stappen die je in het probleem gemaakt hebt ook terug kunt vinden. Meestal is het niet genoeg om je het resultaat te herinneren. Het helpt om je te binnen te roepen wat er juist aan de verschuiving voorafging: het ervaren gevoel en het handvat. Dat herinneren helpt om later de echtheid weer lichamelijk te ervaren. Bij een nieuwe start vraag je het lichaam: ‘Is het helemaal opgelost?’ Of je kunt verder gaan vanaf de laatste verschuiving: ‘Wat is daar nu het hele gevoel van?’ En je begint weer met de tweede fase. Als je vastloopt in het vaststellen van je ervaren gevoel...
  5. 5. Onze taal heeft geen pasklare woorden voor een ervaren gevoel; het kent alleen de dingen die eruit voortkomen: gedachten, emoties, gewaarwordingen. Voor een ervaren gevoel zoek je in je lichaam op de plek waar geen woorden zijn, maar enkel een gevoel. In het begin is daar misschien helemaal niets te vinden tot er zich een ervaren gevoel vormt. Dit ervaren gevoel heeft een lading, een betekenis, het slaat ergens op, ook al weet je nog niet op wat. - Als een ervaren gevoel rond een probleem zich niet aandient, kan je tegen je lichaam zeggen als een soort provocatie: ‘Ik voel me hier prima over. Het probleem is helemaal opgelost.’ Als je dan met je aandacht naar je lichaam gaat zul je je niet-okay gevoel ontdekken. - Als je vast loopt op de woorden, kan je voelen wat er achter of onder de woorden zit. Of je kunt je tegen jezelf zeggen: “En hoe voelt het nu aan: iemand zijn met dit probleem? - Als je in jezelf weinig gevoelens opmerkt; als je niet gewend bent om achter de eerste reactie te kijken. Leg je innerlijk oor te luister en laat nieuwe woorden opkomen achter de eerste reactie. - Als je je leeg voelt of vastgelopen, vraag jezelf af:’ - Hoe voelt deze ‘leegte’ aan?’ - Als je boos bent op jezelf, of te ingespannen probeert of te bang bent om te focussen, richt je aandacht dan eerst op de hindernis. “ Goed, laat ik nu eerst voelen wat met dat boos zijn/ingespannen bezig zijn samenhangt. - Als je criticus je een vervelend gevoel geeft kan je hem met enig oneerbiedig commentaar afwimpelen: ‘Ga toch weg en kom weer terug als je iets nieuws te melden hebt.’ - Als je de gewoonte hebt, om te verdrinken in een rotgevoel, neem een stap terug en laat een gevoel ontstaan dat omvattender en anders is dan dat bekende ellendige gevoel. Blijf uit de put. Een ervaren gevoel is geen emotie, zoals woede of angst. Het is het gevoel van de emotionele situatie in zijn geheel, waarin een emotie kan opwellen. Richt je aandacht op het ‘kleine’ gevoel waardoor die heftige emotie werd losgemaakt. Als je geen verschuiving teweeg kunt brengen… Sommige mensen proberen hun lichaam te beheersen; anderen laten het te zeer de vrije loop. Focussen zit daar tussenin. Bij focussen probeer je iets in je binnenste te zien dat daarvoor vaag was: een proces dat je in de hand houdt om niet op dwaalwegen te komen. Je wilt iets te weten komen over dit specifieke gevoel. Zodra je daar contact mee hebt, laat je de teugels vieren, zolang alles dat opkomt maar uit dat ervaren gevoel is. - Het kan helpen om je lichaam een meer volledige verschuiving te leren door innerlijk te ontspannen: een diepe zucht, met je hoofd knikken, je lichaam ontspannen. Door heen en weer te gaan tussen het houvast en het ervaren gevoel kan het lichaam dieper reageren met ontspannen. - Je kunt ook achter in het boek naar het antwoord zoeken door jezelf te vragen: “Hoe zou het in mijn lichaam voelen als deze moeilijkheid was opgelost?” Laat daarbij ook je uiterlijke lichaamshouding veranderen, als je lijf dat wilt. Zodra je dat weldadige gevoel bereikt zeg je: ’Zo kan ik me altijd voelen.’ Daarna wacht je af. Als iets in je binnenste dat ontkent, vraag je wat dat ‘iets’ is. Of je vraagt je: ‘Wat belet me om me altijd zo te voelen?’
  6. 6. 1.3 Focussen in het kort 1. Ruimte scheppen: Neem rustig de tijd om met aandacht naar binnen te gaan. 2. Ervaren gevoel: Welk onderwerp of gevoel vraagt nu je aandacht? Ga niet op het probleem in. Wat voel je in je lichaam als je het geheel van dat probleem te binnen roept? Voel dat onduidelijke lijfelijke gevoel. 3. Houvast vinden: Je wacht op wat er komt en geeft een eerste beschrijving van hoe het voelt: een woord, een zinnetje of een beeld. 4. Resoneren: Ga heen en weer tussen het woord (of beeld) en het ervaren gevoel. Klopt het? Als ze bij elkaar passen, wees dit dan een aantal keren gewaar. Laat je dat volledig voelen. Schaaf het zo nodig bij tot: ja, zo voelt het van binnen. 5. Vragen: Stel ‘het gevoel’ vragen: - wat maakt nu precies dat het zich zo voelt? - wat is het ergste aan dit gevoel? - hoe voelt het zich verder? - hoe voelt het zich van binnen? - wat heeft het nodig? Of: wat wil het juist voorkomen? Geef zelf geen antwoorden; wacht tot het gevoel zich roert. Een extra vraag die van achteren begint kan zijn: Hoe zou het voelen als alles prima in orde was? Laat het lichaam antwoorden: Wat zit daarbij in de weg?’ Afronden: Ga na of het zo af is of dat het nog meer wil laten weten. Heeft het nog iets nodig? Wil je lichaam verder focussen? Zo niet: Bedank het gevoel. Je kunt er later bij terug komen. Bescherm het tegen kritische stemmen.
  7. 7. 1.4 Focussen in je eentje. Voorbereiding: Ga comfortabel zitten. Aandacht voor handen en voeten; en voor middengebied. Waarover wil ik focussen? ( een reactie op iets of iemand; een beslissing; een vervelende gewoonte ; een lichamelijk symptoom). Wat vraagt mijn aandacht? Of: hoe voel ik me bij dit onderwerp? Elke sensatie kan iets zijn: begroet wat er is. Het kan zijn dat iets anders dan je onderwerp sterk je aandacht vraagt. Je kan dat dan ook volgen. Hoe kan ik dit het beste omschrijven? Neem de tijd, zodat de sensatie duidelijker wordt en er een woord/beeld, zinnetje op kan komen. Neem een houding aan van zoeken en ontvangen. Ik ga na of het klopt met hoe het voelt in mijn lijf. Het klopt (lichaam reageert opgelucht); het klopt voor een deel, maar er zit meer aan vast ( vriendelijk geduldig blijven zoeken); het klopt niet ( wat zou wel kloppen?) Ik ga erbij zitten, benieuwd wat het is. Laat ‘het’ spreken. Zet het niet onder druk. Heb geen haast en doe niet alsof je het al weet. Leg steeds alles weer voor aan je lijf. Hoe voelt het zich vanuit zijn gezichtpunt? Wees je bewust van het onderscheid tussen : het voelt akelig (voor mij), en: ‘het’ voelt zich angstig Ik vraag het: - - wat is er nog meer? Soms heeft het gevoel geen behoefte aan vragen; benieuwd zijn is dan al genoeg. - zit er een emotionele kant aan? (Bijv. bij een fysieke sensatie, zoals beklemming) - wat maakt het zo.......?; wat maakt je het meest?(dat je je voelt zoals je je voelt) - wat heb je nodig? - hoe zou het zijn als dit alles helemaal in orde is? Is het goed zo dadelijk op te houden, of, is er nog meer? Afsluiting: Bedank het gevoel en beloof terug te komen. Maak een paar aantekeningen.
  8. 8. 1.5 Sensing. Hoe moedig je sensing aan? - Door de gevoelsmatige en sensorische woorden van je cliënt te resoneren, te herhalen, te spiegelen. - Door het tempo en de toon van de cliënt te gebruiken. - Door zelf sensorische woorden te gebruiken, en niet aan te sturen op reflectie. Voel het verschil tussen de twee volgende vragen: ‘Stel je voor dat je vader hier de kamer binnen komt. Hoe voelt dat in je lichaam? Of: ‘ Wat vind je van je vader?’ De ene vraag leidt je naar ervaren; de andere vraag naar denken. - Door de toon waarop en het tempo waarin je spreekt. Kan je met je stem naar het gevoel van je cliënt spreken? Bijv. “Hoe gaat het met je?” kan je zowel zeggen op een toon waarop geen echt antwoord verwacht wordt als op een toon waarop je naar de diepte vraagt. Intermezzo. Onze persoonlijkheidsstructuur is opgebouwd om te overleven. De kracht is vaak schijn, is een ophouden, terughouden of inhouden. De kracht bedekt een gevoel van zwakte; een leegte; een tekortschieten. Dus het is vanzelfsprekend dat wanneer je de structuur ontrafelt iedereen een gevoel van zwakte tegenkomt. Elke client maakt geregeld een proces door van zwakte; van collapse; van in elkaar storten of uit elkaar vallen. Vaak hebben clienten hier een verzet tegen. Voel jij je als coach op je gemak als iets van de (persoonlijkheids)structuur van iemand uit elkaar valt? Je zwak voelen is safe. Ondersteun je client als het gebeurt. In het volgend onderdeel komen de voorbeelden uit dit gebied van ‘zwak voelen’ Hoe breng je de client (terug) naar het lichaam? - Naar het lichaam brengen: voel, sens wat er nu in je lichaam is. Hoe reageert je lichaam op wat je zegt? - Appreciatie: ‘verwelkom de zwakte.’ (Varianten: is het okay om je zwak te voelen? Sta je zelf toe om je zwak te voelen. Zeg ja tegen het gevoel van zwakte. Laat de zwakte toe.) - Nieuwsgierig onderzoek: ‘Hoe voelt de zwakte?” Is het iets van de spieren, van de botten? Welke kleur is er nu in de spieren? - Lichtheid: ‘interessant, je hebt geen botten.’ - Vertragen: verwelkom de zwakte en vertraag het een beetje. Laat je hoofd wat heen en weer bewegen en kijk wat er gebeurt. - Wakker houden voor het proces in het lichaam: ‘merk op wat er vervolgens gebeurt.’ Er zijn twee valkuilen bij sensing: - Onbedoeld naar het hoofd brengen: reflectie i.p.v. sensing. Coaches vragen soms onbedoeld iets dat naar het hoofd voert. Bijv. Zo, je voelt je zwak? Deze vraag dwingt tot reflectie; dwingt naar het hoofd. Vergelijk dit met een sensorisch taalgebruik als : ‘Hoe voelt de zwakte?’ Clienten gebruiken soms het woord ‘voelen’, terwijl het om een overtuiging gaat. Bijv. ‘Ik voel dat dat niet waar is.’ - Onbedoeld het proces niet verder brengen/ stop zetten: looping i.p.v. sensing. Bij sensing voert het proces steeds verder. De zintuigen zijn gericht op de mogelijkheid van een vervolg. Bij looping vraag je naar het reeds bekende. Bijvoorbeeld: Verwelkom het gevoel van comfort. Hoe voelt de comfort? Beter is: En kijk wat er gebeurt als je dit gevoel van comfort toestaat. Cliënten zetten soms ook zelf het proces van sensen stop door na een ervaring je aan te kijken met de stille vraag aan jou: wat nu. De ogen sluiten helpt ze om naar binnen te
  9. 9. blijven kijken. Of een zin als: ‘ Blijf maar nieuwsgierig naar wat er in je lichaam gebeurt.
  10. 10. 1.6 Uitgangspunten van sensend coachen. Basishouding: - appreciatie en openheid; houding van welkom - wees bewust van je werkingsveld; zet het om jezelf en je client heen. - blijf open naar wat er ook is. Belangrijkste focus: Erkennen van wat er al aan de hand is. Wat is hier; wat is present? Je ontkent niet wat er is; je brengt de client niet naar een andere plek. Basisprincipe: De waarheid zal je vrijmaken. Vandaar uit ontwikkelt zich: - zelf-bevrijding - zelf-healing - zelf-ontwikkeling De meest voorkomende fout is: proberen een probleem op te lossen. Probleem oplossen zelf is al een idee; dan probeer je iets te fiksen. Dat is een vorm van verwerpen van wat er is of een vorm van een noodzaak tot verandering. Nodig is om echt te omhelzen wat er het geval is. Bijv. ik voel me bedroefd (We gaan vaak als coach lastige gevoelens niet erkennen, maar gaan we al te gauw het probleem oplossen) ‘Is dat okay voor je?’ Als je dat vraagt, is dat een manier om het opnieuw te erkennen. Erkennen. Dus: erken: ik voel me depressief; sterk, jaloers. En de drie elementen - ontwikkeling, bevrijding en healing – kunne een aanvang nemen. Louter en alleen door eerlijk te zijn; door open te kijken naar “Wat is het geval?”. De moeilijkheid van mensen is dat we liegen. We doen onze uiterste best om niet depressief, of zwak te zijn. En dat ontkennen stopt het proces; dan kan de transformatie niet plaats vinden. Wanneer je erkent wat het geval is, komt er een bepaalde kwaliteit op; de waarheid erkennen werkt magnetiserend. Onder alle neurosen en persoonlijkheidslagen ligt welzijn en essentie. In een sessie volgen we de intelligentie van het systeem om te komen tot welzijn. En dat gebeurt niet altijd in elke sessie. Sensen. Erkennen doe je door te orienteren naar wat iemand voelt, senst en denkt. Je ware aard reageert op het erkennen van de waarheid. Het gaat niet om de Waarheid met de hoofdletter, maar om de levende waarheid, d.w.z. wat we voelen, denken en sensen in dit moment. Onze persoonlijkheidsstructuur is op een of ander manier aan het ontkennen wat het geval is. Bijv. de persoonlijkheidsstructuur van de een maakt de dingen mooier dan ze zijn. Functie: onbewust te blijven van situaties. De persoonlijkheidsstructuur van de ander laat alles vergroot binnen komen. Functie: greep houden op de situatie en het veronderstelde gevaar. Maar dingen willen bij hun naam genoemd worden. Wat helpt is juist: Erkennen van de situatie precies zoals die is.
  11. 11. Orientatie geven. Het belangrijkste wat je als coach doet is: oriëntatie geven. Wat houdt oriëntatie geven in? a. Erkennen wat al het geval is. ‘Ik ben kwaad.’ ‘Hoe is dat nu?’ Hoe help je iemand te oriënteren? Door te spiegelen. Spiegelen verheldert, vertraagt, en erkent. b. Helpen te ervaren wat het geval is: helpen voelen/sensen + opmerken = getuige zijn. ‘Wat merk je nu op?’ ‘Ik voel me ondersteboven.’ c. Differentiëren in wat het geval is, bijvoorbeeld tussen: - zichzelf en superego - volwassene en het kind - verschillende kwaliteiten d. Helpen begrijpen van de verschillende elementen in hun innerlijk landschap, zoals oordelen; verlangens; niet-weten; verwarring; frustratie; angst; spanning; een leegte; essenties; hulpeloosheid; innerlijk kind. Bekrachtigen. Bekrachtigen is een belangrijk aspect. Je bekrachtigt de ander. Hoe doe je dat? - De draagkracht moet groter zijn dan de draaglast. - Vaak orienteer je je eerst op een plek van kracht. - Leren balanceren: bijv. als client te makkelijk naar het tragische gaat. - Leren navigeren: je gaat zowel met iemand mee alsook: je neemt iemand mee. Je leert navigeren. Orienteer je op het probleem met een bezorgde houding van: ‘O, dat is een probleem.’ Of ben je met de situatie en orienteer je je op een plek van kracht. - Jouw vertrouwen in het proces helpt. - Hulpbronnen aanboren - Kwaliteiten zien: waar gaat het wel goed? - Leg niet te snel problemen open. - Heb waardering van het triviale/het dagelijkse. Niet automatisch naar het tragische, de diepte in. - Niet oplossen: het lost zichzelf op als de waarheid gezien wordt. - Het zelf herstellend vermogen van de ander aanboren. Opbouw van een sessie: 1. oriëntatiefase 2. verdiepingsfase/onderzoeksfase 3. afrondingsfase/integratiefase: ordenen; integreren; genieten; afspreken. Voor het integreren is het vaak zinnig om de verbinding te maken naar de vraag aan het begin van de sessie. En ook: ‘Is er nog iets wat je wilt zeggen, voor we afsluiten?’

Views

Total views

153

On Slideshare

0

From embeds

0

Number of embeds

3

Actions

Downloads

2

Shares

0

Comments

0

Likes

0

×