Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Presentatie Synthesteksten leren schrijven

94 views

Published on

Deze presentatie is getoond op de Levende Talen Ontwikkel- en inspiratiedag Nederlands van 6 juni 2019 op het Stedelijk Gymnasium Den Bosch.

Published in: Education
  • Be the first to comment

Presentatie Synthesteksten leren schrijven

  1. 1. Lezen en schrijven verbonden: syntheseteksten Deze presentatie is getoond op de Levende Talen Ontwikkel- en inspiratiedag Nederlands van 6 juni 2019 op het Stedelijk Gymnasium Den Bosch. Voor vragen en/of opmerkingen kunt u contact opnemen met: Liselore van Ockenburg L.vanOckenburg@uva.nl
  2. 2. Hoe ontmasker je nepnieuws? Om te weten te komen of een nieuwsbericht 'echt' of 'nep' is, kun je uitzoeken wat de bron van het bericht is: op welke site is het gepubliceerd? Door wie en waarom? En op welke bronnen heeft de schrijver van het nieuwsbericht zich gebaseerd? Maar juist jongeren hebben moeite met het beoordelen van bronnen, dat blijkt uit onderzoek van de NOS. Ze namen de proef op de som: hoe onderscheiden jongeren echt of nepnieuws, en hoe doe je dat zelf?
  3. 3. Lees- en schrijfvaardigheid verbonden Synthesetekst Info opnieuw organiseren en verbinden Relevante informatie selecteren Bronnen lezen
  4. 4. Opdracht Vergelijk de vier voorbeeldteksten en bepaal wat de volgorde is van minst goede naar beste tekst. Let daarbij op 1 van de 4 punten Leerling A: Informatie Leerling B: Integratie Leerling C: Structuur Leerling D: Stijl Schrijf zo duidelijk mogelijk op waarom je voor jouw volgorde hebt gekozen. Noteer dit in je werkboek.
  5. 5. Informatie: is alle belangrijke informatie uit de verschillende bronnen in de synthesetekst verwerkt? Maar staan er geen overbodige dingen in? Integratie: is de informatie uit de verschillende bronnen goed in verband gebracht (geïntegreerd) of lijkt de tekst meer op drie losse samenvattingen? Heb je het idee dat de schrijver het onderwerp volledig begrijpt? Structuur: is de tekst logisch opgebouwd en wordt aan de lezer duidelijk gemaakt hoe de tekst in elkaar zit, bijvoorbeeld door middel van alinea’s, structurerende zinnen en signaalwoorden? Stijl: is de tekst prettig leesbaar, bijvoorbeeld door het gebruik van begrijpelijke woorden en weinig fouten?
  6. 6. Maak groepen die bestaan uit een A, B, C en D-leerling. Bespreek met elkaar: 1. Wat was voor jouw kenmerk de volgorde van minst goede tekst naar beste tekst? 2. Kwamen jullie op dezelfde volgorde uit? En zo nee, waarom niet? 3. Wat is de volgorde van beste naar minst goede tekst als je kijkt naar alle kenmerken samen? Je hebt hiervoor 5 minuten de tijd.
  7. 7. Opdracht Noteer vijf kenmerken van goede syntheseteksten. Nummer de kenmerken en noteer ze onder elkaar. Je hebt hiervoor 3 minuten de tijd.
  8. 8. Les 1 Introductie Vergelijken en rangschikken van voorbeeldsyntheseteksten • Eerst individueel, iedere leerling let op een ander kwaliteitsaspect van de tekst • Dan in groepjes, leerlingen proberen het eens te worden over een definitieve rangschikking Gezamenlijk bepalen aan welke criteria een goede synthesetekst voldoet
  9. 9. Les 2 Filmclip bekijken van twee peers met een aandere aanpak voor het uitvoeren van een synthesetaak Aantekeningen maken, in kleine groepjes bespreken en dan klassikaal Individueel oefenen met een nieuwe synthesetaak Groepsopdracht: Proberen overeenstemming te bereiken over de 5 belangrijkste informatie-elementen uit de drie bronnen.
  10. 10. Les 3 Filmclip bekijken (zie opdracht): Aantekeningen maken, in kleine groepjes bespreken en dan klassikaal Keuze maken: zoals Puck of zoals Renske? Individueel oefenen: de geselecteerde informatie-elementen (les 2) groeperen en organiseren Individueel oefenen: de kern van je tekst formuleren in één zin, waarbij gebruik gemaakt moet worden van signaalwoorden die het verband tussen de verschillende informatie-elementen duidelijk aangeven.
  11. 11. Opdracht: Filmclip kijken De geselecteerde informatie groeperen, ordenen en verbinden. Hoe kun je dit aanpakken? Kijk naar het volgende filmpje waarin twee leerlingen de opdracht krijgen om een synthesetekst te schrijven over de opwarming van de Noordpool. Ze hebben de opdracht en de bronnen al gelezen. Wat is hun volgende stap?
  12. 12. Schrijfprocesvoorkeuren Ordent zijn gedachten juist door te schrijven. Produceert verschillende versies, edit, reviseeert, herschrijft. Plant de tekst voordat hij begint met schrijven: notities, schema’s, etc. Reviseert relatief weinig tijdens het schrijven. Planner/Architect Revisor/Beeldhouwer
  13. 13. Maar de schalen zijn niet één- of tweedimensionaal Er zijn vier dimensies en alle combinaties van dimensies zijn mogelijk En natuurlijk zijn er veel meer verschillen: self efficacy, aanleg, motivatie, etc.
  14. 14. Les 4 Filmclip bekijken: Aantekeningen maken, in kleine groepjes bespreken en dan klassikaal Individueel oefenen Tweetallen: peer feedback – single point rubric
  15. 15. Niet aanwezig / niet te beoordelen Zwakke tekst Gemiddelde tekst Sterke tekst Score 0 1 2 3 1. Informatie: in hoeverre komt de informatie uit de bronnen terug in de tekst? De tekst bevat bijna alle belangrijke informatie uit alle bronnen, maar er mist ook nog belangrijke informatie. Daarnaast bevat de tekst misschien wat onbelangrijke informatie. 2. Integratie: in hoeverre wordt de informatie uit de verschillende bronnen met elkaar in verband gebracht? De tekst probeert informatie uit minstens twee verschillende bronnen te verbinden. Maar niet alle informatie uit alle bronnen is op een logische manier verbonden in de tekst. 3. Structuur: in hoeverre wordt de informatie uit de verschillende bronnen verbonden tot een nieuwe, goed gestructureerde tekst? De tekst is goed te volgen, maar de indeling in alinea's en het gebruik van signaalwoorden kunnen op sommige punten verbeterd worden. De tekst heeft een passende titel. 4. Stijl: in hoeverre is het taalgebruik juist/gepast/prettig leesbaar? De tekst bevat een paar spellingsfouten en/of grammaticale fouten. Het interpunctiegebruik in de tekst is hier en daar onjuist. Het kost soms wat moeite om door te blijven lezen. De stijl van de tekst is niet eentonig en past bij het doel en het lezerspubliek.
  16. 16. 1. Informatie: in hoeverre komt de informatie uit de bronnen terug in de tekst? De tekst bevat bijna alle belangrijke informatie uit alle bronnen, maar er mist ook nog belangrijke informatie. Daarnaast bevat de tekst misschien wat onbelangrijke informatie. 2. Integratie: in hoeverre wordt de informatie uit de verschillende bronnen met elkaar in verband gebracht? De tekst probeert informatie uit minstens twee verschillende bronnen te verbinden. Maar niet alle informatie uit alle bronnen is op een logische manier verbonden in de tekst. 3. Structuur: in hoeverre wordt de informatie uit de verschillende bronnen verbonden tot een nieuwe, goed gestructureerde tekst? De tekst is goed te volgen, maar de indeling in alinea's en het gebruik van signaalwoorden kunnen op sommige punten verbeterd worden. De tekst heeft een passende titel. 4. Stijl: in hoeverre is het taalgebruik juist/gepast/prettig leesbaar? De tekst bevat een paar spellingsfouten en/of grammaticale fouten. Het interpunctiegebruik in de tekst is hier en daar onjuist. Het kost soms wat moeite om door te blijven lezen. De stijl van de tekst is niet eentonig en past bij het doel en het lezerspubliek.
  17. 17. Les 5 Stap 1: Een onderwerp kiezen (dialect, dierentaal) Stap 2: Opdracht lezen Stap 3: Bronnen lezen, informatie selecteren Stap 4: Een keuze maken: aanpak. Daarna de informatie groeperen en ordenen. Stap 5: Volledige tekst schrijven Stap 6: terugkijken: edit/reviseren Zelfstandig een nieuwe synthesetaak uitvoeren, stap-voor-stap:
  18. 18. Les 6 Eigen tekst evalueren met tekstschaal Peer feedback – single point rubric – 3 rondes feedback Individueel feedback evalueren: • Waarover zijn je klasgenoten het eens? • Waarover verschillen ze van mening? • Hebben ze je tekst een vergelijkbare plaats gegeven op de tekstschaal? • Hoe komt deze plaats overeen met je eigen inschatting? • Verschillen je klasgenoten erg van mening?
  19. 19. En verder… • Vragen? • Beoordelen? • Leeractiviteiten in de lees- en schrijfles? • Komend schooljaar?
  20. 20. Beoordelen
  21. 21. Gemiddelde tekst Informatie De tekst bevat weinig of geen belangrijke informatie. Dat het aantal dialectsprekersafneemt en hoe dat komt wordt niet verteld. De tekst gaat vooral in op streektalen en maakt geen onderscheid tussen streektaal en dialect. Daarnaast bevat de tekst onbelangrijke informatie, zoals voorbeelden van Brabantse dialectwoorden en hoe de schrijver zelf graag dialect gebruikt. Integratie De bronnen worden niet in de tekst geïntegreerd. De tekst heeft geen overkoepelend thema. De inhoud uit de verschillende bronnen wordt los van elkaar gepresenteerd; er worden geen duidelijke verbanden tussen de bronnen gelegd. De tekst is moeilijk te volgen, want er is geen logische opbouw. De tekst lijkt op een opsomming van samengevatte bronnen. De tekst geeft de indruk dat de schrijver de het onderwerp niet (volledig) begrijpt: hij/zij heeft moeite er een 'eigen' tekst van te maken. Hierdoor is het niet duidelijk wat het onderwerp van de tekst is Structuur De alinea’s in de tekst staan los van elkaar. De schrijver heeft geen poging gedaan ze te verbinden, bijvoorbeeld door passende signaalwoordente gebruiken. De schrijver probeert wel signaalwoordente gebruiken, maar twee keer ‘ook’ als start van de laatste twee alinea’shelpt een lezer niet bij het begrijpen van de opbouw van de tekst. Er is geen heldere inleidingen geen slot. Stijl Er staan taalfouten in de tekst (bv. beschaaft, dt-fouten). Ook verkeerd geformuleerde zinnen (bv. dat hij geen dialect spreekt in Tilburg).De tekst bevat zinnen die letterlijk uit de bronnen zijn overgenomen. Rust zacht lief dialect? Nederland kent naast standaard Nederlandsdrie officiële streektalen: het Fries, het Limburgs en Nedersaksisch.Maar de streektalen en dialecten van Nederland worden steeds minder gesproken. Is dit het einde van de dialecten? Scheiden de talen zich van de volwassenen? Bij veel streektalen neemt het aantal sprekers ervan extreem af. In 1995 sprak 60% van de ouders in FrieslandFries, acht jaar later nog maar 41%. Alleen bij het Limburgs blijft het aantal sprekers stabiel in de tijd. En hoe zit het met de kinderen? Ook het aantal sprekers van onder de 18 neemt drastisch af. In 2003 sprak 28% van de ouders Nedersaksisch,alleen bij de kinderen was het maar 4%. In negen van de tien gevallen zegt een jongere dat hij geen dialect spreekt in Tilburg.Maar dat betekent niet dat er geen verschillen zijn in taal tussen jongeren in het noorden en in het zuiden, de bekende discussieover friet of patat is een goed voorbeeld. Ook kun je bij jongeren niet spreken van ABN (algemeen beschaaft Nederlands).Het komt vaak voor dat er woorden van het dialect in de taal van de jongeren zit. Woorden als ‘bekant’ en ‘zat’, en zelf gebruik ik ook het woord ‘bakske’ (een soort pauze met drinken en een koekje), worden veel gebruikt in Brabant. Informatie Er ontbreekt kerninformatie uit de bronnen in deze tekst. De kernideeën komen niet duidelijk naar voren of worden verward (bv. Het verschil tussen streektalen en dialect). De kernideeën worden niet voldoende duidelijk omschreven (bv. nieuwe dingen, alinea 4). De tekst bevat irrelevante of foutieve informatie. Integratie Integratie van de bronnen is zwak. De tekst heeft geen duidelijk overkoepelend thema. Er is een poging gedaan om informatie uit de bronnen samen te brengen (bv. Laatste alinea).Verder wordt de informatie grotendeels bron per bron gepresenteerd. Er worden weinig verbanden gelegd tussen de verschillende bronnen. Structuur Omdat er geen duidelijk overkoepeld thema is, bestaat er weinig samenhang tussen de alinea’s: ze staan los van elkaar. De schrijver heeft geen poging gedaan ze te verbinden, bijvoorbeeld door passende signaalwoordente gebruiken. De schrijver probeert binnen de alinea’s wel signaalwoordente gebruiken, zoals twee keer ‘daardoor’ achter elkaar in de tweede alinea. Dit helpt een lezer bij het begrijpen van de opbouw van de tekst, maar zorgt ervoor dat de tekst niet prettig leest. Er is een poging gedaan om een inleidingen slot te schrijven. De titel is nietszeggend. Taal Enkele taalfouten (zowel spellingals grammatica). De tekst bevat veel gekopieerde zinnen uit de bronnen. De zelf geschreven zinnen lezen stroef. Dialecten worden steeds minder gesproken Het Nederlandsverandert door moderne woorden (denk aan: app) tegenwoordig een beetje, maar nog veel meer verandert het dialect. Ook wordt het dialect veel minder gesproken. Hoe komt dat? Je hebt in Nederland drie officiële streektalen: het Fries, het Limburgs en het Nedersaksisch (bijvoorbeeld in Groningen en Drenthe). Daarnaast zijn er ook nog dialecten: het Brabants of het Zeeuws. Beiden worden steeds minder gesproken. Dat komt vooral doordat steeds minder kinderen van huis uit deze dialecten of streektalen meekrijgen. Weinig ouders spreken nog dialect of streektaal met hun kinderen en nog minder kinderen spreken tegenwoordig dialect. Dit betekent niet dat er geen dialect meer wordt gesproken. Jongeren spreken vaak Standaardnederlands met veel dialectwoorden. Ook is het zo dat veel dialecten steeds meer op het Standaardnederlandsgaan lijken. Dit zorgt voor een vorm tussen Nederlands en dialect, het regionale dialect. Dit is verschillend van het dialect en wordt vaker gesproken door jongeren. In tegenstelling tot het regionale dialect wordt het lokale dialect amper gesproken door jongeren. Dus, dialect bestaat nog steeds maar neemt wat andere vormen aan, zoals het regionale dialect of het Standaardnederlands met dialect woorden. Het wordt nog gesproken, maar wel veel minder dan eerst. Wat sterker Informatie Veel kerninformatie uit de bronnen is aanwezig in de tekst. De kernideeën worden bovendien volledig en duidelijk omschreven (bv. Onderscheid streektalen en dialecten, verschuiving naar regiolecten in plaats van volledig verdwijnen). De informatie is relevant en correct. Integratie De tekst heeft een overkoepelend thema en een eigen structuur waarin de bronnen redelijk goed met elkaar in verband worden gebracht. Er wordt informatie uit elke bron gebruikt. De inhoudelijke samenhang is helder, er is een duidelijke verhaallijn. Structuur De tekst heeft een mooie opbouw. Alinea’s volgen elkaar logisch op en de structuur wordt goed ondersteund door signaalwoorden (bv. Daarnaast, dit komt door, ook, in tegenstelling tot, dus). De tekst heeft een goede inleidingdie het thema introduceert. Het slot is een conclusie met een korte uitwerking. Titel is in orde, maar zou misschien beter iets over de verschuiving van dialect naar regiolect of dialectwoordenkunnen aangeven. Taal Weinig taalfouten; de taalfouten die er zijn, zijn niet storend. Vlot geschreven tekst, goede woordkeuze,goede stijl. Geschreven in eigen bewoordingen.Interpunctie is overwegend correct. Dialecten Nederland kent veel dialecten, de belangrijkste zijn het Fries, Limburgs, Zeeuws, Nedersaksischen Brabants. Maar het dialect is aan het verdwijnen, dat word al lange tijd gezegd en is uit onderzoek gebleken. Tussen 1995 en 2003 is het aantal ouders en kinderen dat dialect sprak in Nederland flink gedaald. Vaak spreken alleen nog ouderen een dialect. Zo verdwijnen ook ouderwetse woorden uit de Nederlandse taal om plaats te maken voor Engelse leenwoorden.Maar het is niet zo dat heel Nederland nu al hetzelfde Algemeen Nederlandsspreekt. Dialecten die typerend zijn voor een dorp of stad gaan steeds meer op het Algemeen Nederlands lijken. Daardoor krijg je in plaats van dorps gebonden dialecten regionaledialecten. Daardoor krijg je een soort tussenvormen tussen dialect en algemeen Nederlands.Mensen uit een bepaalde regio zijn dus vaak te herkennen aan een bepaalde woordenschat of accent. Jongeren uit grote steden zeggen bijna altijd geen dialect te spreken. Maar toch gebruiken ook jongeren woorden of zinsopbouw die typerend is voor de stad waar ze vandaan komen of hun achtergrond. Het dialect is dus aan het verdwijnen. Maar waarschijnlijkkomen er nieuwe dingen voor terug waaraan je kunt herkennen waar iemand vandaan komt. En zal je nog lang het verschil blijven horen tussen een Fries en een Limburger. Wat zwakker Nog zwakker Nog sterker Tekstschaaldialect Voorbeeldtekst Uitle g Voorbeeldtekst Voorbeeldtekst Uitle g Uitle g
  22. 22. Rust zacht lief dialect? Nederland kent naast standaard Nederlands drie officiële streektalen: het Fries, het Limburgs en Nedersaksisch. Maar de streektalen en dialecten van Nederland worden steeds minder gesproken. Is dit het einde van de dialecten? Scheiden de talen zich van de volwassenen? Bij veel streektalen neemt het aantal sprekers ervan extreem af. In 1995 sprak 60% van de ouders in Friesland Fries, acht jaar later nog maar 41%. Alleen bij het Limburgs blijft het aantal sprekers stabiel in de tijd. En hoe zit het met de kinderen? Ook het aantal sprekers van onder de 18 neemt drastisch af. In 2003 sprak 28% van de ouders Nedersaksisch, alleen bij de kinderen was het maar 4%. In negen van de tien gevallen zegt een jongere dat hij geen dialect spreekt in Tilburg. Maar dat betekent niet dat er geen verschillen zijn in taal tussen jongeren in het noorden en in het zuiden, de bekende discussie over friet of patat is een goed voorbeeld. Ook kun je bij jongeren niet spreken van ABN (algemeen beschaaft Nederlands). Het komt vaak voor dat er woorden van het dialect in de taal van de jongeren zit. Woorden als ‘bekant’ en ‘zat’, en zelf gebruik ik ook het woord ‘bakske’ (een soort pauze met drinken en een koekje), worden veel gebruikt in Brabant.
  23. 23. Leeractiviteiten
  24. 24. Komend schooljaar
  25. 25. Onderzoek lessen syntheseteksten leren schrijven Doelgroep: 3-havo/vwo Duur: 7 lessen + voor- en natest Periode: tussen de herfst- en kerstvakantie

×