PassieColofonEd quideribus aliquo et ra conesti umquaspid enimus molutatemquasp issunt, te pereperum quiam aut aute corpos...
Passie                               maar haalt door het rotsvaste vertrouwen                                             ...
Aras deed eerst VMBO­T op een andere school, waar hij met   Er zijn maar                                         tegenzin ...
Toen Hans Ansingh zes jaar was, wist hij al dat hij leraar   Er zijn maar                             wilde worden. Het zi...
Mavis heeft dit jaar binnen het Wibautcollege groep MCB3   Uit boeken                                                     ...
Oualid weet precies waarom Mavis zo’n geweldige juf is.   Uit boeken                                          “Nou”, zegt ...
“Ik heb 38 jaar geleden het schildersvak ingewisseld voor Maar voor                                                       ...
“Mijn mentor meneer Gunther heeft mij veel geleerd. Niet Maar voor                                 alleen kneepjes van het...
Roy Calor begon als conciërge bij het volwassenenonderwijs   Ook hij kan                                 van het ROC van A...
Jaquiel is een jongen van weinig woorden. Hij gaat zijn gang   Ook hij kan                        op school. Maar ook hij ...
Voordat Robert op het ROCvA terecht kwam, volgde hij deIk begon het zelf                                                op...
“Ik ben in 2009 als docent op deze school begonnen. Daar­Ik begon het zelf                               voor was ik Super...
“Zelf ben ik geïnspireerd om juf te worden door twee van mijn Ik heb continue                                             ...
Nearja wilde advocaat worden toen ze als 13­jarige op een Ik heb continue                                  HAVO/VWO school...
“Geef me de baan die bij mij past, dan hoef ik nooit meerHij had naar mij                                               te...
“Voor mij was het al op jonge leeftijd duidelijk dat ik naarHij had naar mij                                het IVKO zou g...
Teun is nu volop bezig met zijn eindexamenopdracht. Op de  Door hem                                               computer...
“Als docent probeer je natuurlijk met je betrokkenheid  Door hem                              kinderen bij de les te houde...
“Op het uur dat mijn vriendinnen Hannah en Louise economie    Hij krijgt                           hadden, had ik vaak een...
Kees van der Laan werd door Gossa aangewezen als leraar    Hij krijgt                       die haar geïnspireerd heeft. D...
XxXxXx     XxXxXx
XxXx     XxXxXxXx
XxXxXx     XxXxXx
XxXx     XxXxXxXx
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Passie voor de klas opmaak 1

2,400 views

Published on

Passie voor de Klas, 10 leerlingen over de docent die het verschil maakt.

Bureau Leerplicht Plus

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,400
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
12
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Passie voor de klas opmaak 1

  1. 1. PassieColofonEd quideribus aliquo et ra conesti umquaspid enimus molutatemquasp issunt, te pereperum quiam aut aute corpos elliquema volorae pelique verem rernatur si dolendae velignis mi,voluptat evelibe aruptus eveliquae aped quam fugiam, saevolore nimpore consed quo evellam laceate nulpa serciam exea vit officim agnihil igniaes ad modi consed exere ium et, nire pedit occulpa non nullestis poriberum nessint eaqui dolutas consequam con niendic torio. Et am etur maximin ulluptam,necum fugiande qui volectem quiam eume verroris erum aut eic voor detempore et eos escia que cuptati ut volorecese.Idee en ProductieBreauLeerplich PlusDMO Gemeente AmsterdamTekst en redactieAnnemieke BeureFotografieLotte Rijkers klasBeeldredactieRené Put & Lotte RijkersOntwerpPutGootinkDrukwerkDrukkerij Lecturis 10 leerlingen over de docent die het verschil maakt
  2. 2. Passie maar haalt door het rotsvaste vertrouwen van haar nieuwe docente toch haar start­ voor de kwalificatie. Gossa volgt economieles in haar vrije uur, niet omdat het in haar lespakket zit, maar omdat de docent zo geweldig lesgeeft. klas Er zijn zo’n 10.000 docenten werkzaam in het VO en het MBO in Amsterdam en min­ “Als het moet haal ik ze thuis stens zoveel inspirerende, hoopvolle en met de fiets op. Als ze hun ontroerende verhalen. Dit boek is dan ook diploma maar halen.” slechts een kleine greep uit die verhalen. De portretten staan symbool voor alle mensen in het onderwijs die in de Amster­Deze uitspraak is van een van de docenten uit damse leerlingen geloven en er alles aandit boek. Het is tekenend voor de gedreven­ doen om ze een toekomstperspectief teheid waarmee veel Amsterdamse docenten bieden. Het zijn inspirerende docenten endag in dag uit met hun vak bezig zijn. Leraar mentoren met een fonkeling in hun ogen.zijn gaat niet alleen over overdracht van ken­ Een fonkeling die leerlingen zo hard nodignis en vakbekwaamheid. Oog hebben voor hebben.de persoonlijke problemen en behoeftes vanhun leerlingen zijn van levensbelang om deze ‘Passie voor de Klas’ is een blijk van waar­leerlingen met plezier naar school te laten dering. Waardering van mij, maar ook vangaan en ze daar ook te houden. Aandacht en de mensen om wie het uiteindelijk gaat:liefde voor de leerling en het vak, dat is waar de leerlingen. Steeds meer Amsterdamsehet in het onderwijs over gaat. leerlingen verlaten de school met een start­ kwalificatie. Dat was nooit gelukt zonder‘Passie voor De Klas’ gaat over die gedreven gedreven docenten. Dat was nooit geluktleraren. Tien Amsterdamse leerlingen vertel­ zonder passie voor de klas.len over de persoon die voor hen het verschilmaakt. Nearja is door haar omgeving opge­ Lodewijk Asschergeven, ziet het helemaal niet meer zitten, Wethouder Onderwijs
  3. 3. Aras deed eerst VMBO­T op een andere school, waar hij met Er zijn maar tegenzin naar toe ging. “Docenten deden daar hun werk, maar hadden verder geen goede band met leerlingen”, vertelt hij daarover. “Het leek alsof ze me niet mochten, ik was dan ook wel heel druk in de les. Halverwege het tweede jaar ging ik naar het Calandlyceum. Daar had ik het meteen naar mijn zin, er was een goede sfeer. Er was geen kloof tussen lerarenweinig mensen die en leerlingen. Ik kreeg veel meer aandacht en dan ga je ook meteen beter scoren. Ik kon na een half jaar meteen naar de HAVO.” “Eigenlijk ontmoette ik meester Ansingh al op de basisschool, hij speelde daar toen Sinterklaas. Maar natuurlijk herkendezo in elkaar zitten ik hem niet toen ik hem op school tegen kwam. Meester Ansingh straalt uit dat hij echt om de leerlingen geeft, hij is ook altijd blij. Dat is genetisch bepaald volgens mij. Ik vind het zo leuk dat hij iedereen altijd een hand geeft. Ik liep een keer op hem af en gaf hem vier zoenen, dat is gebruikelijk in de Koerdische cultuur. Ik vertrouwde hem meteen. Ik kan met Aras Tatar mijn problemen niet altijd bij mijn ouders terecht. Natuurlijk 4e klas HAVO wel bij vrienden, maar meneer Ansingh heeft in mijn ogen Calandlyceum aanzien, er zijn maar weinig mensen die zo in elkaar zitten als hij. Ik heb geen les van hem gehad maar toch heel veel van hem geleerd.” Ik heb hem Aras weet al wat hij wil worden. Als kind keek hij vaak naar National Geographic, naar de programma’s over vliegtuig­ rampen. “Ik ben vooral geïnteresseerd in onderzoeken naar die ongelukken. Ook houd ik van reizen. Ik wil daarom piloot worden, dat kan via een HBO opleiding in Groningen, dat lijkt me heel boeiend. Het is uiteraard een grote verantwoor­geleerd rust in zijn delijkheid. Het nadeel is wel dat ik dan vaak weg ben. En als je dan een gezin hebt, is dat minder leuk. Meester Ansingh en ik zullen altijd contact blijven houden, ook al is Groningen ver weg. We zijn goede vrienden geworden.” bol te krijgen Hans Ansingh gepensioneerd docent Nederlands Calandlyceum Aras Tatar
  4. 4. Toen Hans Ansingh zes jaar was, wist hij al dat hij leraar Er zijn maar wilde worden. Het zit hem in het bloed want er zaten meer onderwijzers in de familie. “Ik vond het altijd al leuk om groepen toe te spreken en anderen iets te leren. Zelf had ik verschrikkelijke leraren. Ze schreeuwden en sloegen. Zo zou ik nooit lesgeven. ‘Ik zal een betere zijn!’ hield ik mezelf voor. Als leerlingen plezier hebben in de klas, gaan zij vanzelfweinig mensen die ook beter leren. Als je steeds maar boos wordt, werkt dat heel demotiverend. Ik word maar om twee redenen boos: als leerlingen brutaal zijn en als zij moedwillig de les verstoren. Kinderen proberen nu eenmaal graag uit. In het begin van het schooljaar is het bij mij vuurwerk als dat gebeurt. Dat duurt dan maar even. Dan laat ik ze strafwerk maken; acht goedezo in elkaar zitten redenen om de les te verstoren. Uiteindelijk komt er niks op papier natuurlijk, maar dan hebben ze er wel goed over nagedacht.” Onderwijs gaat bij Hans Ansingh niet alleen over het leren. “Het gaat er ook om of het thuis goed gaat. De eerste Aras Tatar vijftien minuten van elke les loop ik standaard een rondje 4e klas HAVOdoor de klas. Dan vraag ik even aan de kinderen die dat Calandlyceumnodig hebben hoe het gaat, en dan pas begin ik aan de les. Sommige docenten vinden dat zonde van de lestijd; ik zie dat als een investering. Ik heb waarschijnlijk mede daardoor altijd orde in de les. Als dat niet zo was geweest, dan was ik Ik heb hem er al veel eerder mee gestopt! Leerlingen gaan bij mij ook nooit achter in de klas zitten”. Als Hans Ansingh door de gang van de school loopt, wordt hij constant enthousiast begroet door de leerlingen en af en toe krijgt hij een hand. In de pauzes is hij altijd in de kantine te vinden in plaats van in de docentenkamer. “ Want”, verklaart hij, “ik ben er niet voorgeleerd rust in zijn de collega’s, maar voor de kinderen. Als er iemand eenzaam tegen een pilaar geleund staat, ga ik er even naar toe.” “Aras had geen les van mij. We raakten aan de praat in de kantine en hij vertelde veel over zijn situatie thuis. Hij heeft het zwaar thuis met drie broers. Hij moet veel voor zijn familie bol te krijgen regelen. Aras is een slimme jongen, een doorzetter. Ik heb hem geleerd om rust in zijn bol te krijgen. Hij kan zich gauw opwinden over dingen en dat kost hem erg veel energie. Ik ben geïnteresseerd in alle culturen. Aras leerde mij veel over de Koerdische cultuur, die kende ik nog niet zo goed.” Hans Ansingh“Vorig jaar ben ik tegen wil en dank met pensioen gegaan”, gepensioneerd docent Nederlands Ansingh. “Maar ik had nog wel jaren door vervolgt Hans Calandlyceumgekund. Ik mis het lesgeven heel erg. Hans Ansingh
  5. 5. Mavis heeft dit jaar binnen het Wibautcollege groep MCB3 Uit boeken onder haar hoede. “Oualid is een hele slimme jongen. Hij heeft heel veel zelfkennis, en daar doet hij zijn voordeel mee. In mijn klas is hij echt de gangmaker. Er wordt heel veel gelachen. Dat zegt overigens ook iets over mijn andere leer­ lingen. Ik heb echt een geweldige klas!”leren boeit hem “In mijn klas zitten heel uiteenlopende kinderen met heel verschillende talenten”, vervolgt Mavis. “Ik zie het als mijn taak om kinderen te helpen het beste uit zichzelf te halen. Oualid maakt gebruik van zijn talent. Die kans moet hij ook van mij krijgen. Met presentaties heeft hij soms wel moeite. Maar als het maar een beetje met muziek te maken heeft, is wat minder hij helemaal in vorm. Dat mag dan ook vaak van mij. En de hele klas geniet er van mee.” Mavis heeft bijzonder veel geduld met haar leerlingen. En toch wordt ze nog wel eens boos op ze. Als ze zich niet aan gemaakte afspraken houden bijvoorbeeld. Of allerlei smoezen Mavis Manu bedenken, waarom ze iets niet of juist wel gedaan hebben. mentor en docente opleiding assistent arbeidsmarkt niveau 1 Ze kent intussen de smoezen wel, in alle soorten en maten. Wibautcollege Ook op Oualid is ze wel eens boos. “Misschien ben ik dan niet eens echt boos op hèm. Soms ben ik ook boos op het onder­ wijssysteem, zoals dat in Nederland in elkaar zit. De kinderen in mijn klas zijn vooral echte doeners, met talenten die daarbijDe sfeer is goed, horen. Uit boeken leren boeit hen wat minder. Soms wel lastig hoor, om toch dat diploma te halen. Zo zit ons systeem nu eenmaal in elkaar. En, op Oualid kan ik nooit lang boos blijven. Hij flapt alles eruit. Hij schaamt zich helemaal nergens voor.” Met niet alle ouders van kinderen in haar klas heeft Mavis dat komt echt even intensief contact. “Dat vind ik jammer, maar zo loopt dat soms. Met de moeder van Oualid heb ik een goede band. Het is fijn als ouders betrokken zijn bij de schoolcarrière van hun kind. Ik ben er ook wel eens thuis geweest”, zegt ze. “We weten elkaar te vinden. En het doet me ook veel goed om te horen hoe er bij leerlingen thuis over mij gesproken door haar wordt. Dan pas weet ik, of ik het ook inderdaad goed doe.” En intussen is Mavis er van overtuigd dat Oualid het in de muziek vroeg of laat gaat maken. “Het zit in zijn genen”, zegt ze. “En op dat gebied is hij wel heel erg bescheiden. Hij heeft niet eens verteld dat hij de neef van Ali B. is!” Oualid Rushdy opleiding assistent arbeidsmarkt, niveau 1 Wiboutcollege Mavis Manu
  6. 6. Oualid weet precies waarom Mavis zo’n geweldige juf is. Uit boeken “Nou”, zegt hij, “ten eerste is Mavis heel lief. Ze steunt ieder­ een altijd, dus mij ook. Zelfs als ik moe ben, of wanneer er iets anders is, dat ziet ze meteen aan mij. Daar houdt ze ook nog rekening mee. Juf Mavis probeert iedereen te stimuleren om het beste uit zichzelf te halen. Ze helpt mij ook bij mijn beroepskeuze. Ze weet heel goed wat ik leuk vind, en waarleren boeit hem ik goed in ben. Ze moedigt mij aan om verder te gaan in iets waar ik mijn talenten bij kan gebruiken.” Als Oualid alles haalt dit jaar, is hij officieel assistent arbeids­ markt. Maar zijn interesse ligt maar voor een deel bij het vak dat hij nu volgt. Ambities heeft Oualid zeker, maar hij weet wat minder nog niet precies wat hij na dit jaar wil gaan doen. “Ik houd eigenlijk heel erg van muziek”, zegt hij enthousiast. “Ik maak graag raps. Er staan zelfs wat clipjes van mij op Youtube, één van mijn filmpjes heeft al 100.000 hits gehad.” Hij is er heel trots op, en vindt het jammer dat Mavis nog steeds geen tijd heeft gevonden om er naar te kijken. Mavis Manu mentor en docente opleiding assistent arbeidsmarkt niveau 1zomaar. Meestal wel als ik mijn “Boos wordt Mavis niet Wibautcollege deadlines niet haal, weet je”, zegt Oualid. “We moeten hier natuurlijk wel iets leren over het vak. Maar Mavis leert ons niet alleen dat. Ze leert ons ook hoe we hier met elkaar om moeten gaan. Dat zit in onze klas wel goed. Iedereen heeftDe sfeer is goed, respect voor elkaar. De sfeer is goed, en dat komt echt door haar!” dat komt echt door haar Oualid Rushdy opleiding assistent arbeidsmarkt, niveau 1 Wiboutcollege Oualid Rushdy
  7. 7. “Ik heb 38 jaar geleden het schildersvak ingewisseld voor Maar voor het onderwijs”, vertelt Voluntario. “Mijn gevoel voor de doel­ groep heb ik van huis uit meegekregen: Mijn vader werkte voor een jeugdvereniging in Amsterdam West en hij ging veel mee op kampen.” “Het is een genot om deze jongens iets bij te brengen”,de leerlingen gaat Voluntario verder. “Maar het gaat zeker niet alleen om lessen draaien, ze leren hier veel meer dan het vak. Ze hoeven van mij ook niet per se schilder te worden, als ze maar een goed mens worden. Laatst stopte er een taxi naast me en schreeuwde de chauffeur; “Hé mees! Hoe gaat ie nou?!” Of dan word ik ineens bij mijn middel gegrepen door eenkom ik altijd beveiliger op Schiphol, dat blijkt dan ook een oud leerling van me te zijn. Dan ben ik echt trots op ze.” Voluntario gaat in het begin van het schooljaar altijd op huis­ bezoek, om de ouders van zijn leerlingen te leren kennen. “Dan begrijp ik beter wat er achter het gedrag van zo’n jongen Voluntario Gunther schuilgaat”, zegt hij. “Er zit altijd meer achter. Als ze zonder gepensioneerd docent en mentor opleiding schilderen bericht niet op school komen, bel ik naar huis op en dan vind TEC West ik het ook prettig dat ik de ouders ken. Als het moet haal ik ze thuis met de fiets op, als ze maar hun diploma halen.” “Je moet je als mentor zelf ook bloot kunnen geven, je foutenHij wil mij zo toegeven en sorry zeggen. Het gaat altijd twee kanten op”, vervolgt Voluntario. “Verder is het een kwestie van geduld hebben, begrip tonen en eerlijk zijn. Ik ben in die 38 jaar geen dag ziek geweest. Bij vergaderingen ben ik trouwens wel eens weg gebleven, wegens oeverloos ‘gepraat’. Maar voor de leerlingen kom ik altijd.”ver mogelijk krijgen Stefano …. Schilderen niveau 1 voormalig TEC West Voluntario Gunther
  8. 8. “Mijn mentor meneer Gunther heeft mij veel geleerd. Niet Maar voor alleen kneepjes van het vak maar ook de sociale vaardig­ heden, zoals beleefd zijn en hoe je om moet gaan met pro­ blemen”, vertelt Stefano. “Hij heeft altijd tijd voor ons. Zelfs in het weekend. Meneer Gunther kan mij ook vreselijk aan het lachen maken. Daarom ben ik er altijd. Maar hij is ook heel streng. Verstoor je de les? Dan schreeuwt hij tegen jede leerlingen dat je dan maar moet ophoepelen. Dan worden we wel bang. Hij wil mij zo ver mogelijk krijgen, dat merk ik wel. Volgend jaar ga ik BBL niveau 2 doen. Dan is hij mijn mentor helaas niet meer. We hebben voor hem een trui gemaakt met een foto van onze klas. Eronder staat; ‘We gaan je missen’.”kom ik altijd Voluntario Gunther gepensioneerd docent en mentor opleiding schilderen TEC WestHij wil mij zover mogelijk krijgen Stefano …. Schilderen niveau 1 voormalig TEC West Stefano ….
  9. 9. Roy Calor begon als conciërge bij het volwassenenonderwijs Ook hij kan van het ROC van Amsterdam via een gesubsidieerde arbeids­ plaats. “Ik doe dit werk nu al bijna twintig jaar en ik zit intus­ sen alweer zeven jaar bij de Dreef”, zegt Roy. “Het belang­ rijkste van mijn werk vind ik het contact met de leerlingen. Er lopen hier op school heel veel verschillende nationaliteiten rond. Dat vind ik boeiend. Liefde voor mensen, maar vooralaltijd zijn verhaal voor de kinderen moet op de eerste plaats staan om dit werk goed te kunnen doen. En ik houd van de leerlingen! Overal waar ik ze maar tegenkom, in de school maar ook in de buurt, probeer ik die vaderliefde te geven die sommigen gewoon­ weg missen. Dan geef ik ze een hand of een knuffel.” bij me kwijt Roy heeft een eigen kantoortje in school en zijn deur staat altijd open. “Als iemand voor straf op de gang staat, ga ik er even heen om een praatje te maken. Veel leerlingen denken heel negatief over zichzelf. ‘Ik kan niets, ik ben lelijk’. Ik pro­ beer dit om te keren”, zegt Roy. “In gesprekken probeer ik ze zoveel mogelijk zelfvertrouwen bij te brengen, dat is niet Roy Calor van de ene op de andere dag geregeld. Voor dit werk heb je Conciërge een lange adem nodig. Ik praat op ze in zodat ze niet bij de Praktijkschool De Dreef pakken neer gaan zitten. Soms bid ik samen met ze, al zijn ze niet gelovig, dat is juist het mooie hahaha!” “Ik sta in principe altijd aan de kant van de leerling”, vervolgt Ik ga op zijn Roy. “Maar ze proberen mij wel eens tegen de docenten uit te spelen. Dan zeggen ze dat ze geen les hebben bijvoorbeeld. Natuurlijk corrigeer ik dat gedrag. Liegen mag niet. De liefde die ik voor de leerlingen heb, is bij iedereen gelijk. Niemand heeft mijn voorkeur. Jaquiel is een vriendelijke jongen, ik ken hem goed, ook zijn moeder. Ook hij kan altijd zijn verhaal bij kantoortje mij kwijt, we praten regelmatig met elkaar. “Na school moet je het gaan maken in de samenleving. Soms kom ik oud­leerlingen tegen die me vertellen dat ik ze zo goed gestimuleerd heb, dat ze er nog steeds wat aan heb­ ben. Soms blijkt dat de leerling toch het verkeerde pad heeft zitten chillen gekozen. Dan heb ik het daar natuurlijk met ze over, ik help ze graag weer richting het goede pad. Want ik geloof in deze kinderen.” Jaquiel Olijfveld groep 3 Praktijkschool De Dreef Roy Calor
  10. 10. Jaquiel is een jongen van weinig woorden. Hij gaat zijn gang Ook hij kan op school. Maar ook hij weet ‘meester’ Roy te vinden als hij behoefte heeft aan een praatje, of wat extra aandacht. “Roy is echt een goede meester. Ik kan mijn aandacht niet altijd bij de les houden, dat vind ik moeilijk. Soms zeg ik dan dat ik naar de WC moet en dan loop ik de klas uit. Ik ga dan bij meester Roy op zijn kantoortje zitten chillen. Hij heeftaltijd zijn verhaal altijd een luisterend oor. En ik vertrouw hem gewoon. Ik vind het heel fijn dat hij op onze school is”. Jaquiel is regelmatig op zijn stuntfiets bezig. Op straat maar ook op school. “Ik repareer mijn fiets ook zelf als er iets kapot is. Dat sleutelen aan fietsen vind ik heel leuk. Ik denk dat ik of fietsenmaker of automonteur wil worden.” bij me kwijt Roy Calor Conciërge Praktijkschool De Dreef Ik ga op zijn kantoortje zitten chillen Jaquiel Olijfveld groep 3 Praktijkschool De Dreef Jaquiel Olijfveld
  11. 11. Voordat Robert op het ROCvA terecht kwam, volgde hij deIk begon het zelf opleiding Juridische dienstverlening op een andere, veel gro­ tere school. Daar liep het allemaal niet goed. “Ik werd aan mijn lot overgelaten”, zegt Robert over die periode. “Ik werd achter de computer neergezet zo van ‘doe de opdracht en bekijk het maar’. Er was verder geen controle op. Misschien zijn er men­ sen die wel baat hebben bij zo’n aanpak. Maar ik dus duidelijk ook meer en niet. Ik ging leuke sites bekijken. Van de twintig leerlingen zijn er maar zeven doorgestroomd naar het tweede jaar.” “Ik hoorde van mijn broer dat de begeleiding op deze school beter was. Na een intake werd ik aangenomen.” Meneer Weerwind liet al bij de eerste les duidelijk weten dat hij vanmeer te geloven plan is om met iedereen de eindstreep te halen. En dat heeft Robert geweten. “Ik moest behoorlijk wennen aan de aan­ dacht die ik kreeg van mijn mentor. Ik was het niet gewend dat een leraar reageert op alles wat ik doe. Meneer Weerwind en ik hadden in het begin ook best veel confrontaties, moet ik eerlijk zeggen. Eén keer was het echt raak. Hij kan ook zo’n Robert Cravotta hele boze blik opzetten. Het ging over het gebruik van mijn Ondernemen detailhandel niveau 4 blackberry in de klas. Ik dacht, laat mij nou maar lekker mijn ROCvA ding doen, laat me met rust. Daar kwam mijn Italiaanse temperament even goed naar boven”. Meneer Weerwind kiest dan niet voor de makkelijke weg en stuurt zijn leerlingen nooit de klas uit, maar hij gaat buiten de klas met ze praten. Ik wil echt “Hij overtuigde me er steeds weer van dat ik de opleiding wel aankan, maar dat ik er zelf ook uit moet halen wat erin zit. Ik begon het zelf ook meer en meer te geloven en ik leerde dat ik toch echt anders en serieuzer moest gaan werken. Ik heb door de vele gesprekken ook van meneer Weerwind geleerd om opener te worden naar anderen, om me niet zo dat ze de af te sluiten. Ik bekijk nu ook de wereld vanuit andermans positie. Ik ben niet alleen op de wereld.” Toen Robert wegens aanhoudend spijbelen en slechte prestaties bijna van school moest, volgde een heel serieus gesprek waarin John Weerwind volgens Robert zei waar heteindstreep halen op stond. “Dat deed hij straight en met respect en daar hou ik wel van”, zegt Robert. “Toen lag mijn moeder een tijdje in het ziekenhuis. Het was heel fijn dat school hier nu van af wist en er rekening mee hield. Ik werd toen ook regelmatig door meneer Weerwind gebeld. Het gevoel dat ze voor me klaar stonden was gewoon heel mooi.” John Weerwind mentor en docent Ondernemen detailhandel Robert hoopt in februari zijn opleiding af te ronden. Daarna ROCvA wil hij door met het HBO. “ Welke richting weet ik nog niet. Ik heb nog een half jaar om daar over na te denken. Zonder meneer Weerwind had ik nog in de bekende vicieuze cirkel gezeten. Daar heeft hij mij wel uitgehaald.” Robert Cravotta
  12. 12. “Ik ben in 2009 als docent op deze school begonnen. Daar­Ik begon het zelf voor was ik Supermarktmanager bij de Albert Heijn”, vertelt John Weerwind. “In de winkel vond ik het al heel leuk om met de jongeren te werken. Ik heb veel ervaring opgedaan met de vulploeg en kassamedewerkers. Op een gegeven moment raakte ik in gesprek met een praktijkbegeleider van het ROC. Mijn moeder heeft 41 jaar voor klas gestaan. Dan is de link ook meer en met het onderwijs snel gelegd natuurlijk. Toen ben ik overge­ stapt naar het ROC van Amsterdam. Ik kwam in dit vrij kleine docententeam terecht. Hier is veel contact met elkaar over de leerlingen”, vervolgt John. “Aandacht scoort, zeggen we in ons team. Ik ben verantwoordelijk voor mijn leerlingen en ik moet hun verzuimuren aan mijn manager kunnen verklaren.meer te geloven Daar wordt ik op aangesproken en dat vind ik ook terecht.” “Robert maakte een moeizame start. Hij heeft er een jaar geleden bijna uitgelegen. Hij dacht steeds, zoals veel jonge­ ren denken, dat het wel gewoon goed zou komen met dat diploma. Uiteraard komt dat niet vanzelf. Dat besef hebben Robert Cravotta niet altijd op het juiste moment. Robert spijbelde veel. En ze Ondernemen detailhandeldan krijgt hij mijn fraaie warme stem aan de telefoon. Als ja, niveau 4 ROCvA ik hem te pakken krijg tenminste. Er volgden een paar goede gesprekken over wat er nou precies aan de hand was. Je moet zulke mannen niet als kleine kinderen gaan behandelen. Toen bleek ook dat er wat in de privésfeer speelde, zijn moeder Ik wil echt lag in het ziekenhuis. Als je dat weet, dan ga je niet vragen ‘Waar was je nou?’ Dan vraag je ‘Hoe is het met je moeder’. En als Robert dat met mij wil delen, zal ik er ook voor hem staan. Als iemand niks met me wil delen, dan laat ik die ruimte ook. Maar ik blijf ze wel opzoeken als het misgaat. Dan check ik hun roosters, neem contact op met docenten en pluk de dat ze de leerling uit de klas voor een goed gesprek. Ik werk dan samen met de zorgcoördinator, de leerplichtambtenaar en met de medewerker van het loopbaanexpertisecentrum. Ik wil echt dat ze de eindstreep halen. Je moet geïnteresseerd zijn in mensen en het echt menen, anders ben je niet geschikt voor dit vak. En ook moet je je kwetsbaar durven op te stellen, jeeindstreep halen onzekerheden en fouten toegeven. Leerlingen voelen het als je niet oprecht bent. ‘ Je bent een nepper’, zeggen ze dan.” John Weerwind weet zeker dat ook Robert dit schooljaar zijn diploma haalt. “We gaan nog met de afdelingscoördinator in overleg wat een passend vervolgtraject is. Een leerling John Weerwind wilde ideeën hebben, maar we moeten goed kijken of kan mentor en docent Ondernemenvervolgopleiding aansluit bij wat hier geboden wordt. de detailhandel ROCvA Het moet haalbaar zijn voor een jongere.” “Als ik naar een man als Robert kijk, die daar straks met zijn diploma op zak een leidinggevende functie bekleed, krijg ik daar een kick van. Negen van de twaalf leerlingen uit mijn groep halen hier dit jaar hun diploma. Dat doet me veel goed.” John Weerwind
  13. 13. “Zelf ben ik geïnspireerd om juf te worden door twee van mijn Ik heb continue eigen docenten die echt hart voor me hadden”, begint Maita Muller. “Ik begon met lesgeven op een MBO, niveau 3 en 4. Maar daar had ik echt iets verschrikkelijk verkeerds gedaan. De klassen waren vaak bijna leeg. Ik realiseerde me dat ik de leerlingen niet genoeg aandacht had gegeven.” Nu werkt Maita op de Amsterdamse Plusschool met kleinere klassen. vertrouwen in Op deze school zitten voornamelijk leerlingen die het om uit­ eenlopende redenen ergens anders niet redden en van school gaan zonder een diploma te halen. “Nearja was meteen heel speciaal voor mij. Toen ik haar voor het eerst zag, herkende ik mijzelf in haar. Het leek me een haar gehad hele pittige dame, die mij moeilijk toe zou laten. Ze heeft heel veel meegemaakt in haar leven en had een dik harnas om zich heen gebouwd. Ik wist, ik moet bij haar een lange adem hebben en tevreden zijn met hele kleine stapjes. Maar ik wist zeker dat ze het kon maken hier. Ik heb continue ver­ trouwen in haar gehad. Zelfs toen ik met veel moeite een Maita Muller stageplek voor haar had gevonden en ze het dan weer had docente maatschappijleer en levensbeschouwing verkloot omdat ze niet kwam opdagen. Dan stelde ik opnieuw Amsterdamse Plusschool een doel. Door steeds een nieuw doel te stellen en me af te vragen wat ik daarvoor nodig heb, ga ik door. Op het moment dat ik haar zachte kant zag wist ik, dat is het moment voor toenadering.”Ze wees me steeds Maita is ontzettend trots op Nearja. Het doel was: een diploma MBO 2 halen. En dat is in een jaar gelukt. “Dat kostte haar en mij veel moeite, maar ze deed het toch maar. Mijn energie om door te gaan haal ik uit de leerlingen en uit de leerlingen alleen. Er zijn kleine momentjes waardoor ik me weer op mijn weer helemaal op kan laden. Je moet je werk met liefde doen en echte persoonlijke aandacht kunnen geven. Leerlingen voelen het als je oprechte interesse toont. Op het moment dat het vertrouwen er is, dan weet je dat ze komen en krijg je veel terug. Ik denk dat Nearja van mij vooral geleerd heeft door te zetten. Ook denk ik dat ze dit jaar op deze school het mogelijkheden nodige zelfvertrouwen heeft gekregen.” “Ik heb gehuild bij haar diplomering, alsof mijn kindje uit huis ging! Het is bijzonder om te zien dat ze nog steeds dezelfde baan heeft en het zelfde vriendje. Dit had Nearja zelf een jaar gelden niet verwacht. En ik ook niet trouwens.” Nearja Matsari Amsterdamse Plusschool Niveau 2 Maita Muller
  14. 14. Nearja wilde advocaat worden toen ze als 13­jarige op een Ik heb continue HAVO/VWO school begon. Maar die droom werd al gauw minder realistisch toen ze via VMBO­T naar het VMBO afzakte en op 16 jarige leeftijd via jeugdzorg op het Altra­college terecht kwam. “Het had met mijn gedrag te maken”, verklaart Nearja. ”Ik was vertrouwen in niet op mijn mondje gevallen, zal ik maar zeggen. Ik zat net twee maanden op een VMBO toen ik op een dag op de gang stond te bellen. Een leraar zei dat dit niet mocht en vroeg me mijn telefoon in te leveren. Maar ik stoorde daar niemand mee vond ik, het was een belangrijk gesprek dus dat deed ik niet. Dit escaleerde. Toen moest ik mijn kluissleutel inleveren haar gehad en ben ik uitgeschreven. Zonder ook maar een gesprek met iemand. Ik vond het heel erg en heb het niet aan mijn moeder verteld, ik wilde haar niet weer teleurstellen.” Nearja werd op haar vijftiende opgepakt voor het stelen van een blikje frisdrank en had op jonge leeftijd al te maken met Maita Mullerverschillende hulpverleners van de jeugdreclassering. “Ik heb docente maatschappijleer en levensbeschouwing wie ik steeds weer opnieuw mijn verhaal er wel vijf gehad aan Amsterdamse Plusschool vertellen. We bleven steeds haken op hetzelfde punt moest en kwamen geen steek verder. Daarom hield ik op een gege­ ven moment maar mijn mond. Ik had geen zin meer om te praten. Ze vonden toen dat ik maar naar een gesloten inrich­Ze wees me steeds ting moest.” Omdat de moeder van Nearja daar op tegen was, hoefde ze niet. Ze werd naar het Altra­college gestuurd en verveelde zich daar dood, het was ver beneden haar niveau. Op haar zestiende mocht ze tot haar eigen opluchting naar de Amster­ weer op mijn damse Plusschool. “Er zaten alleen maar jongens in de klas, dus mijn eerste gedacht was toen ik Maita kreeg; gelukkig een juf! Maita had me goed door. Ze wees me steeds weer op mijn mogelijkheden. Mijn moeder had geen vertrouwen meer in mij na alles wat er was gebeurd, maar Maita wel. Ze luisterde en reageerde goed, veroordeelde me niet. mogelijkheden Het verschil met anderen is dat mijn verhaal bij haar vanzelf kwam en niet op commando zoals aan een hulpverlener. Om haar te bewijzen dat ik het kon, ben ik er helemaal voor gegaan. Het moeilijkste vond ik dat er veel ongemotiveerde leerlingen in mijn klas zaten. Als ik dan naar mijn klasgenoten keek dacht ik: ik ga het ook niet halen. Maar Maita zei altijd; Nearja Matsari alleen op jezelf, kijk niet naar de anderen. Maita heeft let Amsterdamse Plusschool in haar werk en doet dit werk duidelijk niet omdat plezier Niveau 2 het moet. Als ze me belt, neem ik altijd op en heb ik nooit smoesjes. Ik ben tegen haar altijd eerlijk geweest, want haar kon ik het uitleggen. En toen haalde ik mijn MBO 2 diploma! Daarna heb ik korte tijd de opleiding verzorgende gevolgd, maar dat vond ik toch te zwaar. Nu wil ik de opleiding grond­ stewardess volgen op niveau 3. De intake is pas in september, dus dan weet ik ook pas of ik aangenomen wordt.” Nearja Matsari
  15. 15. “Geef me de baan die bij mij past, dan hoef ik nooit meerHij had naar mij te werken! Zo ervaar ik dat ja. Deze baan zit me als gegoten. Ik doe het intussen al 31 jaar, en het plezier wordt eigenlijk alleen maar groter. Geen dag is hetzelfde. Ik wilde altijd al in het onderwijs, ik ben een sociaal mens. Ik stond hier al voor de klas toen ik 21 was, als invaldocent en had op dat moment nog niet al mijn bevoegdheden. Door mijn jonge leeftijd geluisterd en hoorde ik geregeld leerlingen fluisteren: “Hij is eigenlijk ook een beetje één van ons”. Dat vond ik echt geweldig! Ik bleek het ook goed te kunnen. Mijn klassen werden steeds voller, soms zaten leerlingen noodgedwongen op de grond, ieder­ een wilde mijn lessen volgen, ook als ze geen les van me hadden. Dat gaf me veel energie.”het onthouden “Toen ik net bij het IVKO begon te werken, was het nogal een vrijgevochten school. Het ging vooral om de individuele ont­ wikkeling van het kind, om zijn sociale vaardigheden. Dat is er allang uit hoor, binnen het IVKO. Onze school heeft al jaren veel meer structuur en het diploma is belangrijk. Daar leiden Ignace van den Ende we onze kinderen naar toe. Ik ben van meet af aan best streng docent kunstgeschiedenis en geschiedenis geweest en kon de leerlingen goed in toom houden. Ik heb IVKO altijd gevonden dat kinderen veel van mij moesten opsteken.” “Met Sol was er meteen een klik, een soort chemie. Dat heb je soms tussen mensen. Sol is erg geïnteresseerd in mijn vak.Hij kan prachtig Ik kan me herinneren dat ik in de eerste klas een aantal lessen gaf over allerlei stromingen in de geschiedenis. Best ingewik­ kelde stof voor jonge leerlingen. Toen ik daar een latere les op terugkwam, kon Sol mij haarfijn uitleggen hoe het zat met de Renaissance en met de Verlichting. Dat dwong respect af. Hij had dus naar mij geluisterd, en het ook nog onthouden!en overtuigend Daar wordt je dan als leraar erg blij van.” “Aandacht en belangstelling voor mijn kinderen vind ik heel belangrijk. Het IVKO is wel een aparte school in Amsterdam. Niet echt een probleemschool, zoals dat heet. Ouders van deze kinderen kunnen wel eens wat druk bezet zijn en som­ vertellen mige kinderen komen misschien daardoor aandacht te kort. Maar er zitten hier zeer gemotiveerde kinderen, die vaak al op heel jonge leeftijd wisten dat ze later in de kunstensector willen gaan werken. Maar, als er problemen zijn, dan ben ik er natuurlijk altijd voor hen.” Sol Vinken groep 3 IVKO Ignace van den Ende
  16. 16. “Voor mij was het al op jonge leeftijd duidelijk dat ik naarHij had naar mij het IVKO zou gaan. Al vanaf mijn vierde jaar doe ik acteer­ werk. Eerst reclamefilmpjes en zo. Later ook andere dingen, rollen in televisieseries. Afgelopen jaar was ik een maand in Luxemburg voor filmopnamen. Ik heb toen wel hard moeten werken om de gemiste lesstof in te halen, maar het is wel gelukt. Verder ga ik altijd naar school, en met plezier. Ik vind geluisterd en de vakken interessant. Waarom zou je dan spijbelen?” “Hier op school moeten we heel veel zelf doen. Al in de eer­ ste klas moet je presentaties houden. Dat was in het begin best spannend maar dat hoort erbij. En ik ben ook niet zo verlegen. Door dit soort dingen leer je je docent en je mede­het onthouden leerlingen al snel goed kennen. Ik ben intussen ook wel gewend om veel dingen zelf te doen. Audities regel ik alle­ maal zelf, bijvoorbeeld.” “Ignace is een hele enthousiaste leraar. Altijd maar weer. En daardoor onthoudt iedereen de leerstof beter. Mijn eerste Ignace van den Ende van Ignace weet ik eigenlijk niet meer zo goed. Die indruk docent kunstgeschiedenis en geschiedenis klik was er misschien niet meteen, dat kwam later. Dat kwam IVKO door de vakken die hij geeft en hoe Ignace lesgeeft: ik vind kunstgeschiedenis en geschiedenis die Ignace geeft heel erg interessant. Hij kan prachtig en overtuigend vertellen. En hij heeft heel veel energie”Hij kan prachtig “De sfeer op het IVKO is prettig, en op deze school wordt niet gepest. Leerlingen gaan normaal met elkaar om. En ik kan de vakken volgen die me interesseren. Dat diploma vind ik wel belangrijk. Ik spreek af en toe wel leerlingen die vroegtijdig van het IVKO zijn weggegaan, zonder diploma. Die hebbenen overtuigend nu spijt.” “Voorlopig zit ik hier nog wel even op school. Ik zit nu in de derde klas. Na het vierde jaar wil ik graag naar de HAVO afdeling van deze school. Ik heb intussen drie hoofdvakken gekozen: Drama, muziek en film. Ik speel ook drum en bas­ vertellenx gitaar, en speel wel eens in bandjes. Maar als dat allemaal niks wordt, ga ik misschien wel geschiedenis of kunstgeschiedenis studeren. En als dat gebeurt, komt dat toch ook een beetje door het enthousiasme van Ignace”. Sol Vinken groep 3 IVKO Sol Vinken
  17. 17. Teun is nu volop bezig met zijn eindexamenopdracht. Op de Door hem computer heeft hij intussen een ontwerp gemaakt voor een expomeubel, dat hij voor het examen ook moet gaan maken. Het ontwerp is nu klaar. “Mede dankzij Hans”, zegt Teun. “Dat werk in de computer was wel erg moeilijk. En Hans hamerde erop dat ik dat programma AutoCAD echt bij moet houden. Die kennis raak ik anders zo weer kwijt.” kon ik mezelf “Het is soms wel erg fijn, als een leraar streng is, en duidelijk”, vervolgt Teun. “Ik heb dat wel nodig. Zo krijg ik mijn werk­ stukken wel op tijd af. Ik ben nu een van de eerste van de klas die zijn ontwerp klaar heeft. Dat scheelt wel heel veel stress.” toch pushen Hans kwam geregeld op het leerbedrijf kijken. Vooral ook op momenten waarop hij zich een beetje zorgen maakte over Teun. Teun heeft dat zeer kunnen waarderen. “Ja, dat was oké. Ik had op dat moment een zware periode thuis. Dat liep allemaal niet zo lekker. Ik zou daarom eigenlijk ook niet meer naar school gaan. Het is dan erg fijn dat je op Teun Sminia school op iemand terug kunt vallen en dat je mentor van je klas 2 situatie af weet. Ik kon altijd bij Hans terecht. Door hem kon Hout en Meubileringscollege ik mezelf toch pushen om door te gaan. ” Daarnaast heeft Teun veel waardering voor Hans als zijn vak­ docent, of te wel als collega. Want zo wordt er in de school Ze kunnen met elkaar omgegaan: als collega’s. Het is eigenlijk net een bedrijf. “Hans heeft mij het vak al heel goed geleerd voor­ dat ik op stage ging”, zegt Teun daarover. “Ik kon al heel veel. Daarom ging het op stage ook goed omdat ik me zeker voelde. Dat was voor mij een zorg minder.”altijd bellen als Teun vindt het belangrijk dat er mensen in zijn omgeving zijn die hem motiveren om zijn best te doen. Met die eindexamen­ opdracht gaat het wel goed komen, denkt hij. “Ik heb intus­ sen alle benodigde materialen besteld”, zegt hij trots tegen Hans. “Had je nog wel iets eerder kunnen doen, Teun”, is zijn reactie. Nog negen weken. Teun heeft er alle vertrouwen in. er iets is Hans Lücker mentor en praktijkdocent meubelbewerking Hout en Meubileringscollege Teun Sminia
  18. 18. “Als docent probeer je natuurlijk met je betrokkenheid Door hem kinderen bij de les te houden”, zegt Hans. “Ik wil ze allemaal graag toeleiden naar dat o zo belangrijke diploma. Maar: daarbij snijdt het mes aan twee kanten. En sommige ouders gaan er wel erg gemakkelijk van uit dat dit een taak van de school alleen is. Ze denken; ‘Wij hoeven dat niet te doen!’.” kon ik mezelf Hans is alweer 11 jaar praktijkdocent meubelbewerking op het Hout­ en Meubileringscollege. Het is een school waar vooral kinderen zitten die graag met hun handen werken. Ze gaan veel op stage. Naast docent is Hans ook stagecoör­ dinator van verschillende leerlingen. Hij was vorig jaar ook de stagecoördinator van Teun. toch pushen “Ik ben er eigenlijk wel een beetje trots op dat Teun mij voorgedragen heeft als inspirerende docent. “Ja”, zegt Hans. “Ik merkte vorig jaar wel dat Teun een tijdje erg onzeker was. Zulke kinderen hebben dan extra aandacht en begeleiding nodig en die geef ik. Maar ik ben ook best heel streng. Daar Teun Sminiaprobeer ik consequent in te zijn. Veel leerlingen houden daar klas 2 van. Het biedt ze de broodnodige structuur. Teun had dat Hout en Meubileringscollege Ik ben nu zo’n beetje zijn vertrouwenspersoon”. ook nodig. Naast morele steun kan Teun ook rekenen op een hoop praktische steun van zijn mentor. Door hem er bijvoorbeeld Ze kunnen constant aan te herinneren dat zijn eindopdracht op tijd af moet. En dat hij als docent echt niet zomaar uitstel verleent. “Maar als Teun zijn tijd neemt, wordt de kwaliteit van zijn werk ook veel beter”, zegt Hans daarover. “Ook daar wil ik hem graag in stimuleren.”altijd bellen als Hans wil graag voor al zijn kinderen zo’n steuntje in de rug zijn. “Zo zit ik nu eenmaal in elkaar”, zegt hij eenvoudig. “Ze hebben allemaal mijn nummer, dus ze kunnen altijd bellen als er iets is. Dat gaat soms over kleine dingen. Te laat komen bijvoorbeeld. Ik vind het minder erg als een leerling dat van te voren even met mij kortsluit. Zo communiceren wij met er iets is elkaar! Dat is wat mij betreft geen eenrichtingsverkeer. Ik zeg; de ene dienst is de andere waard. We moeten het met elkaar doen hier!” Hans Lücker mentor en praktijkdocent meubelbewerking Hout en Meubileringscollege Hans Lücker
  19. 19. “Op het uur dat mijn vriendinnen Hannah en Louise economie Hij krijgt hadden, had ik vaak een tussenuur”, begint Gossa. “Ik zat dan alleen op de gang, en kon door het raam zien dat er in de klas bij Kees veel gelachen werd. Alleen op de gang zitten vond ik niet zo gezellig. Ik ben toen maar bij Kees in de klas gaan zitten. En daar heb ik het nodige van opgestoken. Ik heb zelfs een keer voor de grap aan een toets meegedaan. Maar toen van iedereen had ik een 3,5.” “Kees was nooit een strenge docent”, zegt Gossa. “Alleen op momenten dat er niemand oplet, gaat hij nog wel eens schreeuwen. Aanzien bij leerlingen krijg je volgens mij niet door alleen maar streng te zijn. Ik vind Kees een van de beste respect docenten op deze school. Hij krijgt van iedereen veel respect en waardering.” “In lessen die ik niet leuk vind, praat ik soms heel veel. Bij Kees deed ik dat nooit. De manier waarop Kees de lesstof uitlegt, maakt dat ik het vak economie boeiend ben gaan vinden. Gossa Lô Kees geeft relaxed les. Formules en sommetjes en zo die ken gymnasium ik nog steeds niet. Maar hoe je deze kan toepassen op de Vossiusgymnasium praktijk vind ik wel heel interessant. De stof over ontwikke­ lingshulp bijvoorbeeld daar kan hij boeiend en ongedwongen over vertellen. Ik heb geleerd dat je met economie problemen kunt oplossen. Ik houd van vakken die op zo’n manier toe­ Ze kijkt de pasbaar zijn.” “Uiteindelijk heb ik wel spijt dat ik niet voor economie als examenvak heb gekozen”, gaat Gossa door. “Ik koos voor natuur­ en scheikunde, want aanvankelijk wilde ik arts worden. Helaas, het zijn alleen niet de vakken waar ik goed in benwereld in of alles want ik vond ze niet zo interessant. Ik moest er te hard voor werken. Ik miste daarbij ook de ondersteuning van de docent.” Gossa heeft net haar diploma gehaald en kiest zoals veel leerlingen van het Vossiusgymnasium na hun eindexamen voor een tussenjaar. Reizen, werken en eerst ontdekken wat een wonder is ze graag wil voordat ze misschien een studiejaar vergooit. Gossa gaat in ieder geval een tijd naar Senegal, waar haar vader vandaan komt. “Ik heb mijn beroepswens aangepast sinds ik economie volg, nu denk ik eraan na mijn tussenjaar iets in de richting van economie en politicologie te gaan studeren. Zeer waarschijnlijk de opleiding Future Planet Kees van der Laan Studies, een combinatie van die verschillende vakken. Dat docent Economie komt ook wel door mijn zusje. Zij studeert economie en Vossiusgymnasium bedrijfskunde. Maar voor het grootste deel wel door het enthousiasme van Kees.” Gossa Lô
  20. 20. Kees van der Laan werd door Gossa aangewezen als leraar Hij krijgt die haar geïnspireerd heeft. Daar was hij best door verrast. “Gossa zit niet eens bij mij in de klas! Op een moment kwam ze gewoon bij mij in de klas zitten. Ze vond het er wel gezellig geloof ik.” Voordat Gossa bij Kees van der Laan in de klas kwam, van iedereen begeleidde hij de jaarlijkse Romereis van klas 5. Gossa zat toen bij hem in de groep. Tijdens zo’n reis maak je leerlin­ gen op een heel andere manier mee. “Het is heel intensief”, vertelt Kees. “Je bent dag in dag uit met elkaar in de weer. Reizen, eten, bezienswaardigheden bezoeken. Op die reis heeft Gossa waarschijnlijk een beeld over mij gevormd.” respect Kees van der Laan is al lange tijd economiedocent aan het Vossiusgymnasium. “Ik studeerde in 1982 af als antropoloog”, zegt hij daarover. “Het was de tijd van grote werkeloosheid. Ik was het dus ook. Tijdens mijn studie haalde ik mijn onder­ wijsbevoegdheid economie. Toen ik eenmaal voor de klas Gossa Lô stond, wist ik meteen dat dit mijn ding was, hier krijg ik ener­ gymnasium gie van. Ik ben nooit meer weggegaan.” Vossiusgymnasium Jaarlijks geeft Kees van der Laan economieles aan ongeveer 200 leerlingen. “Daar bouw ik echt niet allemaal een band mee op”, zegt Kees. “Het zijn er daarvoor te veel. Sommige Ze kijkt de kinderen vallen eenvoudigweg op. En dan probeer ik te begrijpen wat er in hem of haar omgaat, wat beweegt zo’n kind dat hij of zij bijvoorbeeld zo stil en teruggetrokken is. Ik geloof dat dit met menselijke belangstelling te maken heeft. Gossa is zo’n leerling. Ze viel meteen op. Ze kijkt de wereld in of alles een wonder is, een mooie film waar ze naar zit tewereld in of alles kijken. Ze is altijd aardig, sociaal en vriendelijk en het lijkt alsof ze een soort distantie houdt van haar omgeving. Het is niet zo makkelijk om door te dringen tot wat zij echt denkt. Waar zit de andere kant van Gossa, denk ik dan wel eens. Die laat ze eigenlijk nooit zien. Misschien is die er ook wel niet.” een wonder is “Ik hoop dat Gossa van mij geleerd heeft dat bij economie uiteindelijk niets zeker is. Je zult altijd door de toekomst verrast worden en komt nooit tot een duidelijke voorspelling. Tegen de kinderen zeg ik dan; je weet ook nooit of over een half jaar je verkering nog aan is. En dat is moeilijk hoor. Want kinderen streven juist naar zekerheid, dan is dat niet de Kees van der Laan boodschap waar ze op zitten te wachten.” docent Economie Vossiusgymnasium Vossiusgymnasium is een school met weinig problemen. “Het Ik maak zelden iets vervelends mee. Sommige kinderen zijn lui, voor anderen is de stof te zwaar. Ik probeer dan vooral kinderen positief te raken zodat ze er wel wat aan gaan doen. Dan ben ik wel eens sarcastisch en altijd realistisch. En verder is humor heel essentieel in mijn werk”, zegt Kees ten slotte; “Er moet ook veel gelachen worden. Als ik geen grappen kan maken, dan is voor mij de lol er ook af.” Kees van der Laan
  21. 21. XxXxXx XxXxXx
  22. 22. XxXx XxXxXxXx
  23. 23. XxXxXx XxXxXx
  24. 24. XxXx XxXxXxXx

×