Waar zijn de negen anderen?

425 views

Published on

Voorganger ds mevr Sijtsma - van oeveren
organist Joh de Vries
luister mee via www.kerknoordwolde.nl
of www.audioserver.nl

Published in: Spiritual
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
425
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Waar zijn de negen anderen?

  1. 1. WelkomVoorganger ds mevr Sijtsma – van OeverenOrganist Johannes de VriesThema: “Waar zijn de negen anderen?”Viering Heilig Avondmaal en dankzegging.<br />
  2. 2. Gezang 452 – 1, 2<br />Verlosser, Vriend, o hoop, o lust<br />
  3. 3. 1Verlosser, Vriend, o hoop, o lustvan die U kennen, neem het lied,dat U in 't stof een stervling biedt,een zondaar, die uw voeten kust.Een zondaar, een verlost', o Heer,en nu geen zondaar meer.<br />
  4. 4. O, neem het aan!Gij laat geen bidder staan,Gij hoort in hemelingenverloste zondaars zingen.O, neem het aan!<br />
  5. 5. 2Bedreigt mij leed, ontmoet mij smart,ik vrees geen kwaad, maar klaag het Hem.Hoe groot in eer, Hij hoort mijn stem,hoe ver van de aard, Hij kent mijn hart.Gods zoon vergeet de broeder nietdie Hij op aarde liet.<br />
  6. 6. Hij is mijn hoop.Hij wies mij met zijn doop,Hij geeft mij brood en beker,'k ben van zijn liefde zeker.Hij is mijn hoop!<br />
  7. 7. WelkomVoorganger ds mevr Sijtsma – van OeverenOrganist Johannes de VriesThema: “Waar zijn de negen anderen?”Viering Heilig Avondmaal en dankzegging.<br />
  8. 8. Intochtspsalm 34 – 1, 7<br />Ik loof den HEER altijd.<br />
  9. 9. 1Ik loof den HEER altijd.Steeds zingt mijn mond zijn lof, zijn eer.Ja, ik beroem mij op den HEERen prijs zijn hoog beleid.Gods kleinen horen mijen zij verheugen zich tezaam.Verheft met mij des HEREN naam,zegent dien en weest blij.<br />
  10. 10. 7Wie God roept hoort Hij aanen Hij verlost wie is benard.Hij zal gebrokenen van hartin gunst terzijde staan.Wie 's HEREN recht betrachtvindt in de wereld droefenis,maar God, die zijn verlosser is,blijft op zijn heil bedacht.<br />
  11. 11. Stil gebedVotum en groetAls glorialied P 34 – 9De HEER verlost en spaarthet leven van wie Hem bemint.Al wie bij God zijn toevlucht vindtwordt schuldeloos verklaard.<br />
  12. 12. ELB 8 – 1, 2<br />Als een hert,<br />
  13. 13. 1Als een hert, dat verlangt naar water,zo verlangt mijn ziel naar U.U alleen kunt mijn hart vervullen;mijn aanbidding is voor U.U alleen bent mijn kracht, mijn schild.Aan U alleen geef ik mij geheel.U alleen kunt mijn hart vervullen,mijn aanbidding is voor U.<br />
  14. 14. 2U bent meer dan goud en zilver,U, de Bron van mijn bestaan.U alleen schenkt echte blijdschap,ja, met U wil 'k verder gaan.U alleen bent mijn kracht, mijn schild.Aan U alleen geef ik mij geheel.U alleen kunt mijn hart vervullen,mijn aanbidding is voor U.<br />
  15. 15. Gebed om verlichting met <br />de Heilige Geest. <br />
  16. 16. Lezing verkort <br />Avondmaalsformulier. <br />
  17. 17. Zingen geloofsbelijdenis <br />Op melodie <br />“Hoor de englen zingen d’eer”<br />
  18. 18. Ik geloof in God de VaderDie almachtig , wijs en goedaard’ en hemel heeft geschapenvorm en kleur in overvloed.Die de stilte heeft doorbrokenen Zichzelf heeft uitgesprokenin het vleesgeworden Woord,opdat ieder naar Hem hoort.Dat is wat ik hier belijd,mijn geloof, mijn zekerheid.<br />
  19. 19. Ik geloof in Jezus ChristusZoon van mensen, Zoon van God.Die als Redder van de wereldwerd gekruisigd, werd gedood.Maar die opgestaan ten leven,hemelhoog nu is verheven,boven heerschappij en macht,die ten onder wordt gebracht.Die mij voedt met brood en wijn,want mijn Heiland wil Hij zijn.<br />
  20. 20. Ik geloof in God de TroosterDie van oudsher, wereldwijdoveral Zijn volk vergaderten tot dienen toebereid.Met Gods kinderen verbonden,in vergeving van mijn zonden,mag ik op de jongste dagopstaan, leven met een lach.Dat is wat ik hier belijd,mijn geloof, mijn zekerheid!<br />
  21. 21. Viering aan tafel<br />
  22. 22. Gezang 358 – 1, 4, 6<br />Genadig Heer, die al mijn <br />zwakheid weet,<br />
  23. 23. 1Genadig Heer, die al mijn zwakheid weet,wil mij vergeven wat ik U misdeed;verwerp mij niet, die op uw vrijspraak wacht,maar troost mij met uw woord: het is volbracht.<br />
  24. 24. 4Wie geeft het brood, dat hongerigen voedt,waar is de bron waaruit ik drinken moet?Gij, Heer, alleen kunt mijn genezing zijn;voed mij en drenk mij met uw brood en wijn.<br />
  25. 25. 6U wil ik danken, grote Levensvorst;Gij hebt gestild mijn honger en mijn dorst.Uw kracht, uw leven daalde in mij neer;in uw gemeenschap wil ik blijven, Heer.<br />
  26. 26. Lezing uit Lev. 14 : 1 t/m 9<br />
  27. 27. 1 De HERE sprak tot Mozes: 2 Dit zal de wet voor de melaatse zijn ten dage van zijn reiniging: hij zal tot de priester gebracht worden, 3 en de priester zal uitgaan buiten de legerplaats; wanneer de priester hem beziet en het blijkt, dat de plaag der melaatsheid genezen is, van de melaatse is geweken,<br />
  28. 28. 4 dan zal de priester gebieden voor hem die gereinigd moet worden, twee levende, reine vogels te nemen, ook cederhout, scharlaken en hysop. 5 De priester zal gebieden de ene vogel te slachten boven een aarden pot met levend water. 6 De levende vogel echter zal hij nemen benevens het cederhout,<br />
  29. 29. het scharlaken en de hysop, en hij zal die met de levende vogel dopen in het bloed van de vogel die boven het levende water geslacht is. 7 En hij zal hem die van de melaatsheid gereinigd moet worden, zevenmaal besprenkelen en hem reinigen, en de levende vogel zal hij in het open veld laten wegvliegen.<br />
  30. 30. 8 En hij die gereinigd moet worden, zal zijn klederen wassen, al zijn haar afscheren en zich in water baden, en hij zal rein zijn: daarna zal hij in de legerplaats komen, maar zeven dagen buiten zijn tent blijven. 9 Op de zevende dag zal hij al zijn haar afscheren:<br />
  31. 31. zijn hoofd, zijn baard en zijn wenkbrauwen, al zijn haar zal hij afscheren, zijn klederen wassen en zijn lichaam in water baden; en hij zal rein zijn.<br />
  32. 32. Lezing uit Lucas 17 : 11 t/m 19<br />De tien melaatsen<br />
  33. 33. 11 En het geschiedde gedurende zijn reis naar Jeruzalem, dat Hij dwars door Samaria en Galilea trok. 12 En toen Hij een zeker dorp binnenging, kwamen Hem tien melaatse mannen tegemoet, die op een afstand bleven staan. 13 En zij verhieven hun stem en zeiden: Jezus, Meester, heb medelijden met ons!<br />
  34. 34. 14 En Hij zag hen aan en zeide tot hen: Gaat heen, toont u aan de priesters. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden. 15 En één van hen keerde terug, toen hij zag, dat hij genezen was, met luider stem God verheerlijkende, 16 en hij wierp zich op zijn aangezicht voor zijn voeten om Hem te danken.<br />
  35. 35. En dit was een Samaritaan. 17 En Jezus antwoordde en zeide: Zijn niet alle tien rein geworden? Waar zijn de negen anderen? 18 Waren er dan geen anderen om terug te keren en God eer te geven, dan deze vreemdeling? 19 En Hij zeide tot hem: Sta op, ga heen, uw geloof heeft u behouden.<br />
  36. 36. Gezang 71 – 1, 2, 3<br />Jezus, wandlend langs de wegen,<br />
  37. 37. 1Jezus, wandlend langs de wegen,kwam eens tien melaatsen tegen,die van verre bleven staan,roepend: `Meester, zie ons aan'.En Hij zeide: `wordt gereinigd,wordt genezen, weest geheiligd.Gaat en laat uzelve zienaan de priester, alle tien'.<br />
  38. 38. 2Tien melaatsen gingen henenen genazen, maar slechts ene,slechts een vreemde, dankte Hem,kerende, met luider stem.En Hij vroeg: `waar zijn de negen?Waarom hebben zij gezwegenen vindt slechts een vreemdelingwoorden van verheerlijking?'<br />
  39. 39. 3Heer, als wij, melaats van harte,tot U roepen uit de verteen Gij zegt: `gaat heen, wordt rein'.laat ons als die ene zijn.Laat de dank in onze mondenwoorden vinden voor het wonder.Laat ons lovend tot U gaanom wat Gij ons hebt gedaan.<br />
  40. 40. Waar zijn de <br />negen anderen? <br />
  41. 41. G 431 – 1, 4, 7<br />Lof zij de Heer, ons hoogste goed<br />
  42. 42. 1Lof zij de Heer, ons hoogste goed,oorsprong van al het goede,de God die louter wondren doet.Wij leven in zijn hoede,die onze vrede is, onze vreugd,in wie zich heel ons hart verheugt.Geeft onze God de ere!<br />
  43. 43. 4Ik riep de Heer aan in de nood:`O God, hoor naar mijn klagen!'Toen redde Hij mij van de dood.Zijn goedheid blijft ons dragen.Daarom, o Here, dank ik U, -o dankt Hem met mij, dankt Hem nu!Geeft onze God de ere!<br />
  44. 44. 7Gij allen die van Christus zijt,geeft onze God de ere!Die 't merk draagt van zijn majesteit,geeft onze God de ere!Roept, al wie goden zijn ten spot:De Heer is God, de Heer is God!Geeft onze God de ere!<br />
  45. 45. Danken en bidden<br />
  46. 46. Collecte<br />1ste voor diaconie<br />2de voor de eigen gemeente<br />
  47. 47. Slotlied Gezang 390 – 1, 2, 3<br />'k Wil U, o God, mijn dank betalen,<br />
  48. 48. 1'k Wil U, o God, mijn dank betalen,U prijzen in mijn avondlied.Het zonlicht moge nederdalen,maar Gij, mijn licht, begeeft mij niet.Gij woudt mij met uw gunst omringen,meer dan een vader zorgdet Gij,Gij, milde bron van zegeningen:zulk een ontfermer waart Gij mij.<br />
  49. 49. 2Uw trouwe zorg wou mij bewaren,uw hand heeft mij gevoed, geleid;Gij waart nabij in mijn bezwaren,nabij in elke moeilijkheid.Deez' avond roept mij na mijn zorgentot rust voor lichaam en voor geest.Heb dank, reeds van de vroege morgenzijt Gij mijn heil en hulp geweest.<br />
  50. 50. 3Ik weet, aan wie ik mij vertrouwe,al wisselen ook dag en nacht.Ik ken de rots waarop ik bouwe:hij feilt niet, die uw heil verwacht.Eens aan de avond van mijn levenbreng ik, van zorg en strijden moe,voor elke dag, mij hier gegeven,U hoger, reiner loflied toe.<br />
  51. 51. ZegenAmen, amen, amen!Dat wij niet beschamenJezus Christus onze Heer,amen, God, uw naam ter eer!<br />

×