Het brood

574 views

Published on

Voorganger ds mevr van Harten
organiste mevr van der Pol
luister mee via www.kerknoordwolde.nl
of via www.audioserver.nl

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
574
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Het brood

  1. 1. Welkomvoorganger ds van Harten – Tiporganistemevr van der PolThema: ”Het heilige brood wordt gegeven aan onheilige, geheiligde mensen.” Viering Heilig Avondmaal<br />
  2. 2. Voor de dienst zingen we <br />JdH 657<br />Ik wil zingen<br />
  3. 3. 1Ik wil zingen van mijn Heiland,van zijn liefde, wonder groot,die zichzelven gaf aan 't kruishouten mij redde van de dood.<br />
  4. 4. Refrein:Zing, o zing van mijn Verlosser,met zijn bloed kocht Hij ook mij,aan het kruis schonk Hij genade,droeg mijn schuld en ik was vrij.<br />
  5. 5. 2'k Wil het wonder gaan verhalen,hoe Hij op zich nam mijn straf;hoe in liefde en genade,Hij 't rantsoen gewillig gaf.<br />
  6. 6. Refrein:Zing, o zing van mijn Verlosser,met zijn bloed kocht Hij ook mij,aan het kruis schonk Hij genade,droeg mijn schuld en ik was vrij.<br />
  7. 7. Welkomvoorganger ds van Harten – Tiporganist Johannes de VriesThema: ”Het heilige brood wordt gegeven aan onheilige, geheiligde mensen.” Viering Heilig Avondmaal<br />
  8. 8. Psalm 18 – 1, 9, 15<br />Ik heb U lief van ganser harte, HERE.<br />
  9. 9. 1Ik heb U lief van ganser harte, HERE.Gij immers zult het onheil van mij weren.Gij zijt mijn steenrots, mijn bevrijder Gij,Gij zijt een muur, een vestingwal om mij.Mijn God, mijn schild, mijn schuilplaats in gevaren,mijn rots die mij beschermt en blijft bewaren,o hoorn des heils, U loof ik voor altijd,ik roep het uit, want Gij hebt mij bevrijd.<br />
  10. 10. 9 Alleen Gods weg kan tot het doel geleiden,zijn woord is waar en zuiver t'allen tijde.Hij is een schild, een schuilplaats in de strijd,voor al wie bij Hem zoekt naar veiligheid.Want wie is God, dan deze onze HERE?Wie is de rots die alles kan trotseren?Alleen die God die mij met kracht omgordt,bij wie mijn levenspad een heilsweg wordt.<br />
  11. 11. 15Ik loof U, HEER, ik loof uw zegeningen,onder de volken zal ik psalmen zingen.De HEER heeft mij gered uit elk gevaar.Hoe groot, hoe onuitspreeklijk wonderbaar!Hij die zijn koning met zijn glorie kroonde,zijn grote trouw aan zijn gezalfde toonde,zal door de tijden met ons verder gaan,met David en zijn huis nu en voortaan.<br />
  12. 12. Stil gebedVotum en groetEre zij de Vader en de ZoonEn de Heilige Geest,Als in den beginne, nu en immer,En van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.<br />
  13. 13. Verootmoediging <br />en <br />genadeverkondiging<br />
  14. 14. ELB 285 – 1<br />Gedenken wij dankbaar de daden des Heren,<br />
  15. 15. 1Gedenken wij dankbaar de daden des Heren, zijn leven, zijn dood en verrijzenis, en dat wij oprecht tot Jezus ons bekeren die onze God en leidsman ten leven is. <br />
  16. 16. Wetslezing<br />ELB 285 – 3<br />
  17. 17. 3Hoe zouden wij ooit voor elkaar kunnen leven, had Hij ons de liefde niet voorgeleefd, die tot de dood zich prijs heeft willen geven, die, Zoon van God, ons aller slaaf is geweest.<br />
  18. 18. Gebed om verlichting met <br />de Heilige Geest. <br />
  19. 19. 'k Heb Jezus nodig, heel mijn leven.<br />
  20. 20. 1<br />'k Heb Jezus nodig, heel mijn leven.<br />'k Heb Jezus nodig, dag aan dag,<br />in m'n handel, in m'n wandel,<br />in m'n slapen en ontwaken,<br />'k heb Hem nodig, dag aan dag.<br />
  21. 21. 2<br />'k Wil Jezus volgen, heel mijn leven,<br />'k Wil Jezus volgen, dag aan dag<br />in m'n handel, in m'n wandel,<br />in m'n slapen en ontwaken,<br />'k wil Hem volgen, dag aan dag.<br />
  22. 22. Wij gaan, tot straks!!<br />
  23. 23. Lezen Samuel 21 – 1 t/m 9<br />David te Nob<br />
  24. 24. 1 David kwam te Nob bij de priester Achimelek. Toen ging Achimelek David bevende tegemoet en vroeg hem: Waarom zijt gij alleen en is er niemand bij u? 2 David antwoordde de priester Achimelek: De koning heeft mij iets opgedragen en tot mij gezegd: niemand mag ook maar iets weten van de zaak waarvoor ik u uitzend en die ik u heb opgedragen.<br />
  25. 25. De manschappen heb ik ergens heengezonden. 3 Nu dan, wat hebt gij voorhanden? Geef mij vijf broden mee of wat er maar is. 4 Daarop antwoordde de priester David: Ik heb geen gewoon brood voorhanden, maar er is wel heilig brood; als de manschappen zich maar van de vrouwen onthouden hebben.<br />
  26. 26. 5 David antwoordde de priester en zeide tot hem: Zeker, de omgang met vrouwen is ons, evenals vroeger, ontzegd, wanneer ik uittrek, de wapens der manschappen zijn heilig, en al is dit een ongewijde tocht, niettemin is hij heden heilig door de wapens. 6 Toen gaf de priester hem het heilige brood<br />
  27. 27. omdat er geen ander was dan het toonbrood dat men gewoon is voor het aangezicht des HEREN weg te nemen, om op de dag dat men het wegneemt, vers brood neer te leggen. 7 Nu was daar op die dag één van de dienaren van Saul, die voor het aangezicht des HEREN afgezonderd was;<br />
  28. 28. hij heette Doëg, een Edomiet, de opzichter over de herders van Saul. 8 David zeide tot Achimelek: Hebt gij hier geen speer of zwaard voorhanden? Want ik heb noch mijn zwaard nog mijn andere wapens kunnen meenemen, omdat de opdracht van de koning dringend was. 9 Daarop zeide de priester:<br />
  29. 29. Het zwaard van de FilistijnGoliat, die gij verslagen hebt in het Terebintendal, zie, dat is hier, gewikkeld in een mantel achter de efod. Indien gij het nemen wilt, neem het; een ander is er niet, alleen dit. David zeide: Zijns gelijke bestaat er niet; geef het mij.<br />
  30. 30. Psalm 132 – 1, 2<br />HEER, denk aan David en zijn eed.<br />
  31. 31. 1HEER, denk aan David en zijn eed.Eens riep hij de geduchte naamvan Jakobs sterke helper aan,gedenk aan David en het leeddat hij voor U heeft uitgestaan.<br />
  32. 32. 2Geen vrede kwam den koning toe,geen woning ter verlustiging,geen plek waar hij ter ruste ging,zolang zijn Heer geen vaste voetop aarde had, geen vestiging.<br />
  33. 33. Mattheüs 12 : 1 t/m 8<br />Aren plukken op sabbat<br />
  34. 34. 1 Te dien tijde ging Jezus op de sabbat door de korenvelden en zijn discipelen kregen honger en begonnen aren te plukken en te eten. 2 Maar toen de Farizeeën dit zagen, zeiden zij tot Hem: Zie, uw discipelen doen wat men op sabbat niet mag doen. 3 En Hij zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen wat David gedaan heeft,<br />
  35. 35. toen hij en die met hem waren honger kregen? 4 Hoe hij het huis Gods binnengegaan is en zij de toonbroden hebben gegeten, waarvan hij noch die met hem waren mochten eten, doch alleen de priesters? 5 Of hebt gij niet gelezen in de wet, dat op de sabbat de priesters in de tempel<br />
  36. 36. de sabbat schenden zonder schuldig te zijn? 6 Maar Ik zeg u: Meer dan de tempel is hier. 7 Indien gij geweten hadt, wat het zeggen wil: Barmhartigheid wil Ik en geen offerande, dan zoudt gij geen onschuldigen hebben veroordeeld. 8 Want de Zoon des mensen is heer over de sabbat. <br />
  37. 37. Gezang 173 – 1, 3, 4<br />Alles wat over ons geschreven is<br />
  38. 38. 1Alles wat over ons geschreven isgaat Gij volbrengen deze laatste dagen,alle geboden worden thans voldragen,alle beproeving van de wildernis.<br />
  39. 39. 3Jezus, de haard van uw aanwezigheidzal in ons hart een vreugdevuur ontsteken.Gij gaat vooraan, Gij zult ons niet ontbreken,Gij Hogepriester in der eeuwigheid.<br />
  40. 40. 4Gij onderhoudt de vlam van ons bestaan,aan U, o Heer, ontleent het brood zijn leven,ons is een lofzang in de mond gegeven,sinds Gij de weg van 't offer zijt gegaan.<br />
  41. 41. Het heilige brood wordt <br />gegeven aan onheilige, <br />geheiligde mensen. <br />
  42. 42. Gezang 75 - 1, 2, 3<br />U kennen, uit en tot U leven,<br />
  43. 43. 1U kennen, uit en tot U leven,Verborgene die bij ons zijt,zolang ons 't aanzijn is gegeven,de aarde en de aardse tijd,o Christus, die voor ons beginen einde zijt, der wereld zin!<br />
  44. 44. 2Gij zijt het brood van God gegeven,de spijze van de eeuwigheid;Gij zijt genoeg om van te levenvoor iedereen en voor altijd.Gij voedt ons nog, o hemels brood,met leven midden in de dood.<br />
  45. 45. 3O Christus, ons van God gegeven,Gij tot in alle eeuwigheidde weg, de waarheid en het leven,Gij zijt de zin van alle tijd.Vervul van dit geheimenisuw kerk die in de wereld is.<br />
  46. 46. Lezing van het <br />Avondmaalsformulier.<br />Daarna ELB 289<br />
  47. 47. 1Ik geloof in God de Vaderdie een bron van vreugde is,louter goedheid en genade,licht in onze duisternis.Hij, de Koning van de kosmos,het gesternte zingt zijn eerheeft uit liefde mij geschapenen tot liefde keer ik weer.<br />
  48. 48. 2Ik geloof in Jezus Christusdie voor ons ter wereld kwam.Zoon van God en Zoon des Mensengoede Herder, Offerlam.Door te lijden en te stervengroot is het geheimenisschenkt Hij mij het eeuwig leven,dat uit God en tot God is.<br />
  49. 49. 3Ik geloof dat mijn Verlosserdoor de dood is heengegaanen op Pasen, God zij glorie,uit het graf is opgestaan.Door het brood, dit is mijn lichaamdoor de wijn, dit is mijn bloedgeeft de Vredevorst mij vrede,maakt Hij alle dingen goed.<br />
  50. 50. Viering van het<br />Heilig Avondmaal. <br />
  51. 51. Gebeden<br />
  52. 52. Collecte<br />1ste voor diaconie<br />2de voor eigen gemeente<br />
  53. 53. Psalm 89 – 1, 8<br />Ik zal zo lang ik leef bezingen <br />in mijn lied<br />
  54. 54. 1 Ik zal zo lang ik leef bezingen in mijn lieddes HEREN milde gunst, het werk aan ons geschied.Mijn mond verkondigt, HEER, aan komende geslachtenhoe Gij uw trouw betoont aan hen die U verwachten.Uw goedertierenheid rijst op en gaat zich welven,een altijd veilig huis, vast als de hemel zelve.<br />
  55. 55. 8Gij, HERE, die de glans van onze sterkte zijt,geeft luister aan uw volk, en hoge heerlijkheid.Uw welgevallen doet ons grote dingen wagenen met geheven hoofd de kroon der ere dragen.Gij Heilge Israëls, Gij zelf hebt ons ten leveneen koning naar uw wil, een schild van heil gegeven<br />
  56. 56. Zegen <br />3 x amen<br />

×