Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

25.12.2018 eerste kerstdag 09.30 voorganger Dhr. de Lange

31 views

Published on

ssssst 't is kerstfeest

Published in: Spiritual
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

25.12.2018 eerste kerstdag 09.30 voorganger Dhr. de Lange

  1. 1. Welkom! Eerste kerstdag Voorganger: Dhr de Lange Organist: Joh de Vries
  2. 2. Voor de dienst zingen we: Gez. 138 Komt allen tezamen Elb 109 Al wie dolend in het donker ZG 106 Blaas de bazuin
  3. 3. Komt allen tezamen (LvdK 138) t. C.B. Burger; m. anoniem
  4. 4. Komt allen tezamen (LvdK 138) t. C.B. Burger; m. anoniem
  5. 5. Komt allen tezamen (LvdK 138) t. C.B. Burger; m. anoniem
  6. 6. Komt allen tezamen (LvdK 138) t. C.B. Burger; m. anoniem
  7. 7. Komt allen tezamen (LvdK 138) t. C.B. Burger; m. anoniem
  8. 8. Komt allen tezamen (LvdK 138) t. C.B. Burger; m. anoniem
  9. 9. Elb 109 Al wie dolend in het donker vers 1 door Barbara vers 3 Allen
  10. 10. Al wie dolend in het donker (EL 109) t. H. Jongerius; m. H.J. Gauntlett
  11. 11. Al wie dolend in het donker (EL 109) t. H. Jongerius; m. H.J. Gauntlett
  12. 12. Al wie dolend in het donker (EL 109) t. H. Jongerius; m. H.J. Gauntlett
  13. 13. Al wie dolend in het donker (EL 109) t. H. Jongerius; m. H.J. Gauntlett
  14. 14. ZG 106 Blaas de bazuin
  15. 15. Blaas de bazuin (ZGz 106) t. A.F. Troost; m. G.F. Händel
  16. 16. Blaas de bazuin (ZGz 106) t. A.F. Troost; m. G.F. Händel
  17. 17. Blaas de bazuin (ZGz 106) t. A.F. Troost; m. G.F. Händel
  18. 18. Blaas de bazuin (ZGz 106) t. A.F. Troost; m. G.F. Händel
  19. 19. Welkom en mededelingen Voorganger: Dhr. de Lange Organist: Joh. de Vries SSSSSSt ‘t Is kerstfeest
  20. 20. Aanvangslied Ps 150: 1,2
  21. 21. Psalm 150 (LvdK) t. M. Nijhoff; m. Genève 1562
  22. 22. Psalm 150 (LvdK) t. M. Nijhoff; m. Genève 1562
  23. 23. Psalm 150 (LvdK) t. M. Nijhoff; m. Genève 1562
  24. 24. Psalm 150 (LvdK) t. M. Nijhoff; m. Genève 1562
  25. 25. Bemoediging en groet
  26. 26. Zingen: Elb 106: 1,4
  27. 27. Midden in de winternacht (EL 106) t: H.L. Grenen; m. anoniem, Catalonië
  28. 28. Midden in de winternacht (EL 106) t: H.L. Grenen; m. anoniem, Catalonië
  29. 29. Midden in de winternacht (EL 106) t: H.L. Grenen; m. anoniem, Catalonië
  30. 30. Midden in de winternacht (EL 106) t: H.L. Grenen; m. anoniem, Catalonië
  31. 31. Midden in de winternacht (EL 106) t: H.L. Grenen; m. anoniem, Catalonië
  32. 32. Midden in de winternacht (EL 106) t: H.L. Grenen; m. anoniem, Catalonië
  33. 33. Gedicht
  34. 34. Zingen JdH 593: 1,3 daar is uit wereld duistere wolken
  35. 35. Daar is uit ’s werelds duist’re wolken (LvdK 26) t. N. Beets; m. J.G. Bastiaans
  36. 36. Daar is uit ’s werelds duist’re wolken (LvdK 26) t. N. Beets; m. J.G. Bastiaans
  37. 37. Daar is uit ’s werelds duist’re wolken (LvdK 26) t. N. Beets; m. J.G. Bastiaans
  38. 38. Daar is uit ’s werelds duist’re wolken (LvdK 26) t. N. Beets; m. J.G. Bastiaans
  39. 39. Gebed
  40. 40. Bijbellezing: Jesaja 11: 1t/m 10
  41. 41. Vrede en gerechtigheid door de telg van Isaï 1Maar uit de stronk van ​Isaï​ schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. 2De ​geest van de HEER​ zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en ​ontzag​ voor de HEER.
  42. 42. 3Hij ademt ​ontzag​ voor de HEER; zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchten. 4Over de zwakken velt hij een ​rechtvaardig​ oordeel, de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis. Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond, met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen.
  43. 43. 5Hij draagt ​gerechtigheid​ als een ​gordel​ om zijn lendenen en trouw als een ​gordel​ om zijn heupen. 6Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden.
  44. 44. 7Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro. 8Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een ​kind​ graait met zijn hand naar het nest van een slang.
  45. 45. 9Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn ​heilige​ berg. Want kennis van de HEER vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt. 10Op die dag zal de telg van ​Isaï als een ​vaandel​ voor alle volken staan. Dan zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal schitterend zijn.
  46. 46. Zingen Gez. 132: 1,3
  47. 47. Er is een roos ontloken (LvdK 132) t. J. Wit; m. M. Praetorius
  48. 48. Er is een roos ontloken (LvdK 132) t. J. Wit; m. M. Praetorius
  49. 49. Er is een roos ontloken (LvdK 132) t. J. Wit; m. M. Praetorius
  50. 50. Er is een roos ontloken (LvdK 132) t. J. Wit; m. M. Praetorius
  51. 51. Lucas 2: 1-7
  52. 52. De geboorte van Jezus 1In die tijd kondigde ​keizer​ Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. 2Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van ​Quirinius​ over Syrië.
  53. 53. 3Iedereen ging op ​weg​ om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. 4Jozef​ ging van de stad ​Nazaret​ in Galilea naar Judea, naar de stad van ​David​ die ​Betlehem heet, aangezien hij van ​David​ afstamde,
  54. 54. 5om zich te laten inschrijven samen met ​Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. 6Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, 7en ze bracht een zoon ter wereld, haar ​eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een ​voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.
  55. 55. Zingen Gez. 143: 1,2,3
  56. 56. Stille nacht, heilige nacht (LvdK 143) t. J. Yserinkhuysen; m. F. Gruber
  57. 57. Stille nacht, heilige nacht (LvdK 143) t. J. Yserinkhuysen; m. F. Gruber
  58. 58. Stille nacht, heilige nacht (LvdK 143) t. J. Yserinkhuysen; m. F. Gruber
  59. 59. Stille nacht, heilige nacht (LvdK 143) t. J. Yserinkhuysen; m. F. Gruber
  60. 60. Stille nacht, heilige nacht (LvdK 143) t. J. Yserinkhuysen; m. F. Gruber
  61. 61. Stille nacht, heilige nacht (LvdK 143) t. J. Yserinkhuysen; m. F. Gruber
  62. 62. Lucas 2: 8-12
  63. 63. 8Niet ver daarvandaan brachten ​herders​ de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. 9Opeens stond er een ​engel​ van de ​Heer​ bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de ​Heer, zodat ze hevig schrokken.
  64. 64. 10De ​engel​ zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: 11vandaag is in de stad van ​David​ jullie redder geboren.
  65. 65. Hij is de ​messias, de ​Heer. 12Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren ​kind​ vinden dat in een doek gewikkeld in een ​voederbak​ ligt.’
  66. 66. Zingen JdH 438: 1,2,3,4
  67. 67. ‘t Was nacht in Bethl’ hems dreven (JdH 438) t. J. de Heer; m. F.C. Feenstra
  68. 68. ‘t Was nacht in Bethl’ hems dreven (JdH 438) t. J. de Heer; m. F.C. Feenstra
  69. 69. ‘t Was nacht in Bethl’ hems dreven (JdH 438) t. J. de Heer; m. F.C. Feenstra
  70. 70. ‘t Was nacht in Bethl’ hems dreven (JdH 438) t. J. de Heer; m. F.C. Feenstra
  71. 71. ‘t Was nacht in Bethl’ hems dreven (JdH 438) t. J. de Heer; m. F.C. Feenstra
  72. 72. ‘t Was nacht in Bethl’ hems dreven (JdH 438) t. J. de Heer; m. F.C. Feenstra
  73. 73. ‘t Was nacht in Bethl’ hems dreven (JdH 438) t. J. de Heer; m. F.C. Feenstra
  74. 74. ‘t Was nacht in Bethl’ hems dreven (JdH 438) t. J. de Heer; m. F.C. Feenstra
  75. 75. Lucas 2: 13-20
  76. 76. 13En plotseling voegde zich bij de ​engel​ een groot ​hemels ​leger​ dat God prees met de woorden: 14‘Eer aan God in de hoogste hemel en ​vrede​ op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’
  77. 77. 15Toen de ​engelen​ waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de ​herders​ tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de ​Heer​ ons bekend heeft gemaakt.’ 16Ze gingen meteen op ​weg, en troffen ​Maria​ aan en ​Jozef​ en het ​kind​ dat in de ​voederbak​ lag.
  78. 78. 7Toen ze het ​kind​ zagen, vertelden ze wat hun over dat ​kind​ was gezegd. 18Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de ​herders​ tegen hen zeiden,
  79. 79. 19maar ​Maria​ bewaarde al deze woorden in haar ​hart​ en bleef erover nadenken. 20De ​herders​ gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd.
  80. 80. Zingen: JdH 551: 1,2
  81. 81. Hoor, de eng’len zingen de eer (Opw 528) v. E. Lagerström; m. F. Mendelssohn
  82. 82. Hoor, de eng’len zingen de eer (Opw 528) v. E. Lagerström; m. F. Mendelssohn
  83. 83. Hoor, de eng’len zingen de eer (Opw 528) v. E. Lagerström; m. F. Mendelssohn
  84. 84. Hoor, de eng’len zingen de eer (Opw 528) v. E. Lagerström; m. F. Mendelssohn
  85. 85. Hoor, de eng’len zingen de eer (Opw 528) v. E. Lagerström; m. F. Mendelssohn
  86. 86. Hoor, de eng’len zingen de eer (Opw 528) v. E. Lagerström; m. F. Mendelssohn
  87. 87. Verkondiging: sssttt. ’t Is Kerstfeest.
  88. 88. Zingen: Gez. 139:1,2
  89. 89. Komt verwondert u hier mensen (LvdK 139) t. anoniem; m. Coussemakers Chants, 1856
  90. 90. Komt verwondert u hier mensen (LvdK 139) t. anoniem; m. Coussemakers Chants, 1856
  91. 91. Komt verwondert u hier mensen (LvdK 139) t. anoniem; m. Coussemakers Chants, 1856
  92. 92. Komt verwondert u hier mensen (LvdK 139) t. anoniem; m. Coussemakers Chants, 1856
  93. 93. Komt verwondert u hier mensen (LvdK 139) t. anoniem; m. Coussemakers Chants, 1856
  94. 94. Komt verwondert u hier mensen (LvdK 139) t. anoniem; m. Coussemakers Chants, 1856
  95. 95. Dankgebed en Voorbeden
  96. 96. Collecte: 1. Horeb 2. Kerk
  97. 97. Slotlied Er is een God die hoort
  98. 98. Vreugde of blijdschap, droefheid of smart, - er is een God, er is een God. Stort bij Hem uit, o mens, toch uw hart. - Er is een God die hoort. Ga steeds naar Hem, om hulp en om raad wacht niet te lang, ’t is spoedig te laat. Dat niet door twijfel, ’t hart wordt verstoord - Er is een God die hoort.
  99. 99. God schonk Zijn Zoon, in Bethlehems stal. Heer van het al, Heer van het al. Hij droeg verneed’ring, smaad zonder tal, - Heerser van ’t gans heelal. Want onze Schepper, Koning der aard, heeft zelfs Zijn Eigen, Zoon niet gespaard. Ga dan naar Hem, nu ’t morgenlicht gloort. - Hij is een de God die hoort.
  100. 100. Van oost tot west, van zuid en tot noord mens, zegt het voort, mens zegt het voort. Wordt ’s Heren liefde al-om gehoord - Mensenkind, zegt het voort. Dwaal niet in t’ duister, ga niet alleen, maar zoek het heil, bij Jezus alleen. Dat al uw hoop op Hem is gericht - Jezus is ’t eeuwig licht.
  101. 101. Zegenbede Zingen: Gez. 456:3
  102. 102. Zegen ons, Algoede (LvdK 456) t. J. Gossner; v. J.E. van der Waals; m. Chr. Gregor
  103. 103. Staande zingen we Ere zij God
  104. 104. Ere zij God (EL 101) t. Lucas 2:14; m. J.A.B. Schulz
  105. 105. Ere zij God (EL 101) t. Lucas 2:14; m. J.A.B. Schulz
  106. 106. Ere zij God (EL 101) t. Lucas 2:14; m. J.A.B. Schulz
  107. 107. Ere zij God (EL 101) t. Lucas 2:14; m. J.A.B. Schulz
  108. 108. Fijn dat u er bij was vanmorgen gezegende kerstdagen!

×