DIDACTIEK

VAN CONCEPT TOT GELEIDE LEERACTIVITEIT
VERSCHILLENDE
LEEFTIJD, VERSCHILLENDE AANPAK
ONDERSCHEID
VOORSCHOOLS-BUITENSCHOOLS
2 grote verschillen tussen beide groepen

1. verschillend concentratievermogen
versc...
CONCRETE
VERSCHILLEN
baby’s en peuters

kleuters en lagere schoolkinderen

(onbewust) ervaringen opdoen bewuste (mentale) ...
FOCUS
VAN EEN GELEIDE LEERACTIVITEIT BEPALEN
WAT IS EEN
FOCUS
?
= een centraal hoofddoel
(af te leiden uit het basisidee/concept/format)
Belang ?
 doelgericht ontwikk...
EEN VOORBEELD
VAN EEN FOCUS
rond (onderwerp) : kermis

met (werkvorm/techniek) : partituren tekenen en lezen
aan (bouwsten...
ZELF
PROBEREN
Werk per vier.
Kies één van de concepten die je hebt meegebracht.

Bepaal zelf een duidelijke focus.
 niet ...
EINDOPDRACHT
VAN EEN GELEIDE LEERACTIVITEIT BEPALEN
WAT IS EEN
EINDOPDRACHT

?

= een grote en laatste opdracht
= een verwerkingsopdracht

Eigenschappen
• de focus van de act...
ENKELE VOORBEELDEN
VAN EINDOPDRACHTEN
Eindopdracht Techniek
na een kookactiviteit waar kinderen het recept gelezen hebben,...
VELE
VORMEN
spelen met vorm groepssamenstelling, eventueel publiek en hun opstelling, plaats, …
Gefaseerd

De eindopdracht...
ZOEK EEN PASSENDE
EINDOPDRACHT
ZOEK EEN PASSENDE
EINDOPDRACHT
ZOEK EEN PASSENDE
EINDOPDRACHT
ZOEK EEN PASSENDE
EINDOPDRACHT
INHOUDSANALYSE
VAN EEN GELEIDE LEERACTIVITEIT
WAT IS EEN
INHOUDSANALYSE

?

EO bestaat uit vorm en in inhoud.
Een inhoudsanalyse is een oplijsting van
inhouden (deeldoe...
EEN VOORBEELD
INHOUDANALYSE
Domein : Natuur

Rond : modder
Met : avontuurlijk spel
Aan : beleving op vlak van zintuigelijk...
EEN VOORBEELD
INHOUDANALYSE
Domein : Drama
Rond : restaurant
Met : clownerie (slapstick)
Aan : mimisch uitbeelden EN Open ...
ZELF
PROBEREN
Werk per vier.
Kies één van de EO’s die je hebt daarnet hebt verzonnen.
OF een EO uit de vorige oefenronde.
...
OPDRACHTEN
VOOR EEN GELEIDE LEERACTIVITEIT VERZINNEN
VORM &
INHOUD
VORM

= het fysieke aspect van de opdracht
 hoe ziet de opdracht er uit ?
 hoe verloopt hij?

•
•
•
•
•

g...
VORM &
INHOUD
INHOUD = het doel van de opdracht
 wat wil je met de opdracht bereiken?
•
•
•
•
•
•
•
•

Exploreren
Waarnem...
SPELEN MET
VORM & INHOUD
Waarom ?
•
•
•
•

snel moeilijkheden of hindernissen detecteren (bij voorbereiding)
doelgericht t...
OPEN
&
GESLOTEN
Een open opdracht :
•
•

veel mogelijkheden/oplossingen
veel ruimte voor persoonlijke invulling

Een geslo...
CREATIVITEIT
• DIVERGEREN : vraag naar meer of veel

• FLEXIBEL ASSOCIËREN : voorzie een hindernis

• ORIGINEEL DENKEN : l...
OPBOUW
VAN EEN GELEIDE LEERACTIVITEIT
FASENMODEL
 vanaf de kleuterleeftijd

(zie eerder)

•

Opstarten :

kinderen klaarstomen voor wat komt aandacht trekken,
...
OP MAAT WERKEN
• De begeleider zoekt evenwicht tussen ‘openheid bieden’
en ‘richting geven
• Een veilig, vrij en uitdagend...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Didactiek

600 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
600
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
65
Actions
Shares
0
Downloads
6
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Didactiek

  1. 1. DIDACTIEK VAN CONCEPT TOT GELEIDE LEERACTIVITEIT
  2. 2. VERSCHILLENDE LEEFTIJD, VERSCHILLENDE AANPAK
  3. 3. ONDERSCHEID VOORSCHOOLS-BUITENSCHOOLS 2 grote verschillen tussen beide groepen 1. verschillend concentratievermogen verschillende spanningsboog  ander tijdsgebruik  andere opbouw 2. verschillende ontwikkelingsstadia  andere categorie doelen
  4. 4. CONCRETE VERSCHILLEN baby’s en peuters kleuters en lagere schoolkinderen (onbewust) ervaringen opdoen bewuste (mentale) handelingen ontdekken, verkennen, experimenteren ontdekken, verkennen, experimenteren, bewust waarnemen, reflecteren, vormgeven, trainen, fantaseren, verwoorden,… korte activiteiten activiteiten vanaf 30 minuten mogelijk duur hangt af van het individueel kind schommelt tussen vijf minuten en één kwartier losse opdrachten opbouw mogelijk. eventueel verspreid over verschillende korte momenten
  5. 5. FOCUS VAN EEN GELEIDE LEERACTIVITEIT BEPALEN
  6. 6. WAT IS EEN FOCUS ? = een centraal hoofddoel (af te leiden uit het basisidee/concept/format) Belang ?  doelgericht ontwikkelen (selectie, omvormen of verzinnen van opdrachten)  doelgericht handelen (begeleiding, interventies, coaching)
  7. 7. EEN VOORBEELD VAN EEN FOCUS rond (onderwerp) : kermis met (werkvorm/techniek) : partituren tekenen en lezen aan (bouwstenen) : klankkleur (timbre) Focus : een visuele partituur interpreteren met instrumenten
  8. 8. ZELF PROBEREN Werk per vier. Kies één van de concepten die je hebt meegebracht. Bepaal zelf een duidelijke focus.  niet elk doel in je activiteit is het hoofddoel/focus  formuleer zo scherp mogelijk
  9. 9. EINDOPDRACHT VAN EEN GELEIDE LEERACTIVITEIT BEPALEN
  10. 10. WAT IS EEN EINDOPDRACHT ? = een grote en laatste opdracht = een verwerkingsopdracht Eigenschappen • de focus van de activiteit wordt gerealiseerd • het geleerde wordt in de praktijk omgezet • concreet en duidelijk (heldere eisen en kapstokken) • veel ruimte voor een persoonlijke inbreng.
  11. 11. ENKELE VOORBEELDEN VAN EINDOPDRACHTEN Eindopdracht Techniek na een kookactiviteit waar kinderen het recept gelezen hebben, de ingrediënten verzamelden, de mis-en-plats deden, maken de kinderen uiteindelijk een eigen pizza Eindopdracht Natuur de kinderen maakten een ontwerp van een eigen moestuintje en selecteerden samen de groenten die ze wilden plannen. nu wordt de tuin een feit. elk kind krijgt zijn stukje grond dat hij mag bewerken. Eindopdracht Beeld de kinderen leerden boetseren en experimenteren met vormen in klei. nu maakt elk kind een onbestaand dier waarvan een ‘wonderlijke eigenschap’ zichtbaar is in het uiterlijk.
  12. 12. VELE VORMEN spelen met vorm groepssamenstelling, eventueel publiek en hun opstelling, plaats, … Gefaseerd De eindopdracht bestaat uit fases en wordt geleidelijk opgebouwd. De laatste fase is de afwerking. Gelijklopend Verschillende groepjes werken aan een ‘deeltje’ van een geheel. Nadien worden de verschillende opdrachten samengevoegd tot een geheel. Groepjes Iedereen krijgt een zelfde opdracht waaraan eerst in kleine groepen gewerkt wordt. Na de voorbereiding worden de dingen aan elkaar getoond of gelijktijdig uitgevoerd. Improvisatie De begeleider schept een kader waarbinnen kinderen individueel of in groep improviseren. En masse De grote groep krijgt een opdracht waar ze met iedereen aan moeten werken. Samenwerken staat hier centraal. Toonmoment Het tonen aan een publiek staat hier centraal. Dit kan een bekend of een vreemd publiek zijn.
  13. 13. ZOEK EEN PASSENDE EINDOPDRACHT
  14. 14. ZOEK EEN PASSENDE EINDOPDRACHT
  15. 15. ZOEK EEN PASSENDE EINDOPDRACHT
  16. 16. ZOEK EEN PASSENDE EINDOPDRACHT
  17. 17. INHOUDSANALYSE VAN EEN GELEIDE LEERACTIVITEIT
  18. 18. WAT IS EEN INHOUDSANALYSE ? EO bestaat uit vorm en in inhoud. Een inhoudsanalyse is een oplijsting van inhouden (deeldoelstellingen) ifv EO Belang ? Deze analyse brengt in kaart wat de deelnemers moeten kunnen en welke stappen er in de opbouw nodig zullen zijn.
  19. 19. EEN VOORBEELD INHOUDANALYSE Domein : Natuur Rond : modder Met : avontuurlijk spel Aan : beleving op vlak van zintuigelijke ervaring plezier bij het smossen en kliederen EO : individueel boetseren van modderbeeldjes en – taartjes om tentoon te stellen Analyse: wat moeten de kinderen kunnen om deze eindopdracht goed uit te voeren? • • • • modder kunnen maken (vaste en lopend consistentie) plezier beleven in het zintuigelijk ervaren van modder durven kliederen en vuil worden herkenbare figuurtjes met modder kunnen vormen (met of zonder vormpjes)
  20. 20. EEN VOORBEELD INHOUDANALYSE Domein : Drama Rond : restaurant Met : clownerie (slapstick) Aan : mimisch uitbeelden EN Open spelen EO : per 3 een korte restaurantscène maken waarin alles misloopt met veel vallen, botsen en grappige situaties Analyse: wat moeten de kinderen kunnen om deze eindopdracht goed uit te voeren? • • • • • • grotesk spelen (overdreven grote bewegingen) geloofwaardig vallen en botsen domme stoten verzinnen goeie mimiek gestileerd bewegen spelen met de vierde wand (emoties delen met publiek)
  21. 21. ZELF PROBEREN Werk per vier. Kies één van de EO’s die je hebt daarnet hebt verzonnen. OF een EO uit de vorige oefenronde. Maak zelf een inhoudsanalyse.
  22. 22. OPDRACHTEN VOOR EEN GELEIDE LEERACTIVITEIT VERZINNEN
  23. 23. VORM & INHOUD VORM = het fysieke aspect van de opdracht  hoe ziet de opdracht er uit ?  hoe verloopt hij? • • • • • groepsindeling, opstelling in de ruimte uit te voeren acties bepaalde spelregels ... Domein : Dans Twee groepen, tegenover elkaar opgesteld; om de beurt voert de ene groep een beweging uit voor de andere groep. Neem steeds een imposante houding in tegenover de ander aan en brul een afgesproken strijdkreet. Domein : Techniek Per twee. Elk duo krijgt een bol touw, twee borstelstokken, vier stoelen en een Knuffelbeer. Een kwartier bouwtijd. Ontwikkel een systeem om de knuffel te catapulteren.
  24. 24. VORM & INHOUD INHOUD = het doel van de opdracht  wat wil je met de opdracht bereiken? • • • • • • • • Exploreren Waarnemen Reflecteren Fantaseren Vormgeven Onderzoeken Trainen Verwoorden Domein : Dans Bij de vorige oefening zou de inhoud de volgende kunnen zijn: trainen op het innemen van een hoge status bij beweging. Domein : Techniek Bij de vorige oefening zou de inhoud de volgende kunnen zijn: onderzoeken van hefboom –en slingertechnieken.
  25. 25. SPELEN MET VORM & INHOUD Waarom ? • • • • snel moeilijkheden of hindernissen detecteren (bij voorbereiding) doelgericht te werken moeilijkheidsgraad van opdrachten aanpassen variëren
  26. 26. OPEN & GESLOTEN Een open opdracht : • • veel mogelijkheden/oplossingen veel ruimte voor persoonlijke invulling Een gesloten opdracht : • • • biedt een strakker kader minder ruimte voor persoonlijke inbreng vaak gewoon iets uitvoeren  continuüm  evenwaardig (bewust kiezen)  valkuil : vage opdracht
  27. 27. CREATIVITEIT • DIVERGEREN : vraag naar meer of veel • FLEXIBEL ASSOCIËREN : voorzie een hindernis • ORIGINEEL DENKEN : laat ze combineren
  28. 28. OPBOUW VAN EEN GELEIDE LEERACTIVITEIT
  29. 29. FASENMODEL  vanaf de kleuterleeftijd (zie eerder) • Opstarten : kinderen klaarstomen voor wat komt aandacht trekken, goesting doen krijgen, het juiste energiepeil bepalen, een specifieke sfeer instaleren, … • Uitvoeren : de eigenlijke activiteit komt hier aan bod doelgericht handelen  verkennen, onderzoeken en experimenteren (= verbreden)  iets aanleren, iets oefenen, zelf iets creëren,… (= verdieping)  uitvoeren van de eindopdracht • Afsluiten : hier wordt de activiteit afgerond opruimen, tonen, evalueren…
  30. 30. OP MAAT WERKEN • De begeleider zoekt evenwicht tussen ‘openheid bieden’ en ‘richting geven • Een veilig, vrij en uitdagend klimaat. • Aansluiten bij noden, interesses en voldoende ruimte laten voor een eigen inbreng, • intrinsiek gemotiveerde deelnemers. • Balans tussen vaardigheden en uitdaging, duidelijke richtlijnen en onmiddellijke feedback • hoge BT (flow) • Proces veel belangrijker dan het product. • Verschillende leerstijlen binnen één activiteit aanbieden. • Ruimte geven aan de ‘talen/intelligenties’ van kinderen.

×