Knmp congres 4okt-1430u-gigi vd loo

618 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
618
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
9
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Knmp congres 4okt-1430u-gigi vd loo

  1. 1. Medicamenteuze behandeling bij ADHD G.H.H. van de Loo-Neus Kinder- en jeugdpsychiater Karakter Universitair Centrum Nijmegen 4 oktober 2011© 2006 Karakter | pagina 1
  2. 2. Indeling • Wat is ADHD? • Welke medicatie en wanneer? • Wanneer gebruiken we alternatieven? • Controles bij medicatiegebruik (instelspreekuur) • Placebo trial (N=1 trial) • Hoelang doorgaan met medicatie? • Conclusies© 2006 Karakter | pagina 2
  3. 3. Wat is ADHD?• Problemen in aandacht/concentratie, hyperactiviteit en impulsiviteit • Opvallend minder alertheid waar nodig • Meer beweeglijkheid per 24 uur • Storende impulsiviteit• 3-5% van de schoolgaande jeugd• 1-3% van de volwassenen
  4. 4. Wat is ADHD?• 3 types • Gecombineerde type (meest voorkomend) • Overwegend aandachtstekort • Overwegend hyperactiviteit/impulsiviteit (zelden)
  5. 5. Wat is ADHD?• Is pas een stoornis als het functioneren is belemmerd • Kind • Omgeving • Ouders• Symptomen soms tgv iets anders• Nog vaker: ADHD met comorbide stoornis
  6. 6. Wat is ADHD?Dus niet:• Kinderen die alleen maar in de gordijnen klimmen
  7. 7. Wat is ADHD?Dus niet:• Kinderen die zich nooit kunnen concentreren (denk ook aan hyperfocus)
  8. 8. Wat is ADHD?Dus niet:• Kinderen die met iedereen ruzie maken
  9. 9. Dus let op: ADHD is meer dan alleen druk gedrag • Meestal gecombineerde type maar… • Aandachtsproblemen hardnekkiger • Hyperactiviteit ↓ bij start puberteit • Soms dan pas echte problemen© 2006 Karakter | pagina 9
  10. 10. Welke medicatie en wanneer? • 70% goede respons op MPH (kort en langwerkend) • 90-95% respons op één v.d. stimulantia →proberen van dexamfetamine zeker zinvol • Effect van atomoxetine minder → op sommige momenten goede aanvulling • Clonidine/nortriptyline in uitzonderlijke gevallen → beperkt effect, veel bijwerkingen© 2006 Karakter | pagina 10
  11. 11. Welke medicatie en wanneer? Werkzaam op: • Kernsymptomen hyperactiviteit en impulsiviteit, • Cognitief presteren (concentratie, nauwkeurigheid) • Verbetering korte termijn geheugen • Alertheid en reactietijd • Gehoorzaamheid© 2006 Karakter | pagina 11
  12. 12. Welke medicatie en wanneer? Werkzaam op: • Ouder-kind interacties • Verminderde agressie • Verhoogde status bij leeftijdsgenootjes • De gevonden verbeteringen worden als klinisch relevant ten opzichte van placebo beschouwd (Jadad e.a., 1999b; Schachter e.a., 2001)© 2006 Karakter | pagina 12
  13. 13. Welke medicatie en wanneer? • Start elk ADHD kind met medicatie? • Casus: ♂10 jaar: weinig last maar zorgen over de stap naar middelbare school© 2006 Karakter | pagina 13
  14. 14. © 2006 Karakter | pagina 14
  15. 15. Welke medicatie en wanneer? Wanneer medicatie • Als de nood hoog is • Andere aspecten al geprobeerd • Alternatieven niet gewenst© 2006 Karakter | pagina 15
  16. 16. Wanneer gebruiken alternatieven? • Alternatieven • Neurofeedback • Werkgeheugen- training • Dieet© 2006 Karakter | pagina 16
  17. 17. Wanneer gebruiken alternatieven? • Wordt altijd aangeboden/besproken • Als de wens bij ouders/kind bestaat of • Als medicatie niet/niet voldoende helpt • Room for improvement© 2006 Karakter | pagina 17
  18. 18. Controles bij medicatiegebruik • Controles HA • ongecompliceerd of ingesteld • Controles KJP • gecompliceerde ADHD/gecompliceerde behandeling • RR/pols, G, L, werking en bijwerking© 2006 Karakter | pagina 18
  19. 19. Compliance • Hoe goed is compliance van medicatie in algemene populatie? • Hoe goed als je vaker per dag iets moet innemen? • Hoe goed als je puber bent (schaamte)? • Hoe goed als vergeten een van je grootste problemen is?© 2006 Karakter | pagina 22
  20. 20. Placebo trial (N=1 trial) • Niet zinvol voor diagnostiek • Helpt niet bij vaststellen van dosering Wel bij: • Motiveren puber • Effectiviteit meten • Twijfels bij kind of omgeving© 2006 Karakter | pagina 23
  21. 21. Maatwerk• Veel kinderen goed effect 3dd10mg onafhankelijk van leeftijd/gewicht• 2 tot 4dd MPH (avonddosering variabel)• Soms 7 jarigen met 60mg/dag• Soms 16 jarige voldoende aan 10mg/dag• Soms combineren van kort en langwerkend• Soms MPH en atomoxetine of clonidine
  22. 22. Maatwerk© 2006 Karakter | pagina 25
  23. 23. Maatwerk© 2006 Karakter | pagina 26
  24. 24. To stop: MTA studie• N=579• 4 behandelopties • Alleen medicatie • Alleen gedragstherapie • Medicatie en gedragstherapie gecombineerd • Care as usual Literatuur
  25. 25. To stop: MTA studie • na 14 mnd: combinatie gedragstherapie en medicatie meest effectief • Na 2 en 3 jaar minder duidelijk • Na 6 en 8 jaar follow-up: • veel kinderen gestopt • GT beter en langduriger effect© 2006 Karakter | pagina 28
  26. 26. To stop?Hypotheses• Na 14 maanden werden strenge controles los gelaten• Deel van de kinderen toch nog altijd (goed) effect• Hoe ontwikkeld een kind met medicatie in acute fase?: geen controlegroep• Overstap naar ander middel zinvol?Niet beginnen of na enkele maanden/jaren stoppen?
  27. 27. Or not to stop?• Controles regelmatig houden• Overstap naar ander middel zonodig• Afname comorbiditeit (angst/depressie)• Elke 1-2 jaar stopperiode • Met of zonder N=1 • Hoelang en wanneer? Minstens 1 week? vdLoo, Rommelse, Buitelaar
  28. 28. Conclusies • ADHD is meer dan zomaar druk; er zijn verschillende types en uitingsvormen • Medicatie als andere aspecten niet voldoen of de nood hoog is • Regelmatige controles lijken van belang om inname te optimaliseren© 2006 Karakter | pagina 31
  29. 29. Conclusies • N=1 trial kan zinvol zijn bij twijfel en bij meten effectiviteit na enkele jaren • Af en toe een stopweek om noodzaak medicatie effect te meten lijkt geïndiceerd© 2006 Karakter | pagina 32

×