Portret-Jolien-van-den-Houten-EM-editie-4-2013

120 views

Published on

  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Portret-Jolien-van-den-Houten-EM-editie-4-2013

  1. 1. - 8 - Ergotherapie Magazine 4 • 2013 De afspraak is op Zuyd Hogeschool, locatie Heerlen. Stu- denten bepalen het beeld; geen witte jas te zien, laat staan een patiënt of cliënt. Het moderne gebouw herbergt naast sociaal-medische opleidingen ook allerlei technische stu- dierichtingen. “Met meer jongens, dus in dat opzicht is er meer evenwicht dan vroeger,” lacht Jolien van den Houten, al sinds 1995 aan de opleiding verbonden als ergotherapie- docent. “We doen er veel aan om ook jongens te interesse- ren voor ergotherapie. Diversiteit is niet alleen goed voor de opleiding, maar vooral ook voor het vak en voor onze cli- ënten.” Van den Houten pleit voor meer diversiteit in het ergotherapieaanbod, zowel wat betreft de therapeuten als wat betreft de interventies. “Mannen brengen een andere dynamiek, interesse en wijze van optreden in. Onze cliënten varen daar wel bij. Het is beter als zij de keuze hebben uit vrouwelijke en mannelijke therapeuten. Het gaat vaak om heel persoonlijke dingen. Mannen delen die toch gemak- kelijker met een andere man dan met een vrouw.” Voordat het gesprek kan beginnen, moet Van den Houten nog even streng maar niet onvriendelijk een groep studenten uit het klaslokaal jagen. “Sorry jongens, maar ik heb gereserveerd.” Verontschuldigend, terwijl de studenten zuchtend hun lap- tops inklappen: “Ze moeten ook leren dat je voor werkaf- spraken een ruimte moet reserveren. Dat is onderdeel van hun opleiding. We hebben hier gekozen voor zelfsturend leren, maar ook dat heeft kaders en structuur nodig. Je hou- den aan werkafspraken hoort daarbij.” Onaangetaste kracht Jolien van den Houten is een gelouterde veterane in de ergo- therapie. Haar eerste erva- ringen met het vak dateren al van midden jaren zeventig. Als havoleerlinge deed ze toen vakantiewerk in het Nederlandsch Zeehospitium in Kijk- duin, vlakbij haar woonplaats Rijswijk. “Het schokte me in het begin om mensen met beperkingen te zien. Maar ik leerde ook dat een beperking van iemand geen ander mens maakt. Ze bleven tegen mij gewoon de grappen maken die iedereen overal zou maken tegen zo’n jonge meid. Daar ben ik voor het eerst geraakt door mensen met een beperking. Zeker toen ik ook mocht meelopen op wat daar toen nog de afdeling arbeidsergotherapie heette.” Ergotherapie-oplei- dingen waren er destijds in Huizen en Hoensbroek. Van den Houtens keuze voor wat toen nog Revalidatie Acade- mie Hoensbroek heette, had een praktische reden: “Voordat je in Huizen werd toegelaten, moest je eerst verplicht een ‘sociaal jaar’ doen om je mentaal weerbaarder te maken. Natuurlijk helemaal geen gek idee, maar ik wilde na eerst de havo en daarna jaar 5 en 6 van het VWO zelfstandig zijn en het huis uit. Daarom werd het Hoensbroek.” Cliënten heet- ten in de toenmalige Lucas klinieken nog patiënten en de opleiding was veel meer medisch ingestoken dan de jonge Jolien had verwacht. “Je zat wel midden in het revalidatie- centrum. Voordat de lessen begonnen zaten wij leerlingen in de hal tussen de patiënten in te wachten tot de les begon. De docenten brachten de casuïstiek zo de klas binnen, vaak letterlijk met hun witte jas nog aan.” Ondanks de sterk medische oriëntatie van de opleiding werd Van den Houten definitief gegrepen door het vak. “Wat vooral indruk op me Blijven nadenken over wat precies de kern is van het vak ergotherapie. Dat is de rode draad in een gesprek met Jolien van den Houten. Docent en beleidsmaker, invloedrijk en betrokken. Even zelfverzekerd over de meerwaarde van ergotherapie, als overtuigd van de noodzaak om die steeds weer te moeten bewijzen. Aan de cliënten, aan de zorgverzekeraars en aan de samenleving. Jolien van den Houten, docent ergotherapie “Maatschappelijkmeedoen is belangrijk” Portret Tekst: Rik van Druten Fotografie: Rik van Druten, Nelleke Colet
  2. 2. “We proberen meer jongens te interesseren voor ergotherapie. Diversiteit is goed voor het vak en voor onze cliënten.”
  3. 3. - 10 - Ergotherapie Magazine 4 • 2013 maakte was de onaangetaste kracht van veel mensen met een trauma. Maar aspecten als autonomie, de betrokken- heid van familie en het terugkeren naar huis en werk kwa- men nauwelijks uit de verf.” Na haar opleiding ging Van den Houten aan de slag in de volwassen- en daarna de kinderrevalidatie. Halverwege de jaren tachtig raakte zij betrokken bij een project van het Insti- tuut voor Revalidatievraagstukken (IRV). “Patiënten met een beroerte bleken na een geslaagde revalidatie vaak toch ach- ter de spreekwoordelijke geraniums te belanden. Ze onder- vonden te veel drempels om daadwerkelijk activiteiten te ondernemen.” Gesteund door het IRV zette zij samen met een fysiotherapeut een programma op voor ex-revalidatie- patiënten en hun partners. “Elke twee weken was er een bij- eenkomst. Eerst deden we wat bewegingsoefeningen, dan namen we samen de krant door en vervolgens ondernamen we gezamenlijk een sociale activiteit, afhankelijk van het sei- zoen.” Een even eenvoudige als doeltreffende opzet, zo bleek. “Betrokken zijn bij wat er in de wereld speelt en de kranten weer volgen: dat is een serieuze stap in het weer mee kunnen doen.” Toen het project na twee jaar werd afgesloten, was ook de Hartstichting daarvan overtuigd. Van den Houten: “Door de gepresenteerde data!” Hartstichting, IRV en Lucas kliniek stonden daarna aan de basis van de nieuwe CVA-patiënten- vereniging ‘Samen Verder’. Die gebruikt hetzelfde format nog steeds. Voor Van den Houten markeerde het een rode draad in haar loopbaan. “Dit project vormde de basis voor de inte- resse in het ontwikkelen van steeds weer iets nieuws.” Sociale revalidatie De andere rode draad is de lerende mens, met name in het onderwijs. “Eerst gaf ik cursussen voor professionals, daarna gastlessen op de opleiding Ergotherapie en toen werd ik al snel gepolst om te solliciteren. Fulltime. Ik heb nog gepro- beerd lesgeven te combineren met de dagelijkse ergotherapie- praktijk, maar dat was niet anders te doen dan in projectvorm. Bovendien moest er een nieuw curriculum worden ontwik- keld. Daar ging veel tijd in zitten.” Met haar actieve bijdrage aan dat nieuwe curriculum is Van den Houten beland bij het derde beeldbepalende element in haar loopbaan: het beleid. Niet dat onderwijs en beleid in dit opzicht heel veel van elkaar verschillen, meent Van den Hou- ten: “De afgelopen vijftien jaar heeft zich zowel in de ergothe- rapie als in het onderwijs een omslag voorgedaan. Vroeger vertelde je aan je patiënten of je leerlingen wat zij moesten leren. Tegenwoordig gaan we ervan uit dat zowel ergotherapie-cliënten als –studenten mensen zijn die weten dat en wat ze willen leren. Als ergotherapeut of als docent help je hen om dat leerproces te realiseren,” formuleert ze haar mission statement. Niet dat de ergotherapie de gezondheidsaspecten zou moe- ten vergeten, benadrukt Van den Houten. “Maar het is goed dat we onze focus hebben uitgebreid, naast het puur medisch denken. Een succesvolle revalidatie kan niet anders dan begin- nen met de vragen wie je bent en wat je wilt bereiken. Sociale revalidatie in samenhang met de omgeving, gericht op leren. Niet voor niets zijn ergotherapeuten tegenwoordig niet alleen meer in revalidatieklinieken en verpleeghuizen te vinden, maar ook op plekken zoals het onderwijs, bij arbodiensten en in de wijk.” Het past binnen een bredere opvatting over wat gezond- heid behelst, doceert Van den Houten. “De World Health Organization neemt naast ‘health conditions’ niet alleen ‘body functions’ in beschouwing, maar ook ‘activities’ om te komen tot ‘participation’. ‘Social participation’, maatschappelijk mee- doen, blijkt een enorm belangrijk element van een succesvolle revalidatie.” Toonaangevende ergotherapeutische onderzoe- kers zoals Mary Law hebben de positieve invloed van parti- cipatie op gezondheid en welbevinden ook wetenschappelijk aangetoond. Anderen, zoals Gary Kielhofner en Helene Polata- jko, hebben daartoe ergotherapeutische modellen ontwikkeld, stelt Van den Houten. “Maar er is nog veel meer onderzoek nodig. Social participation is daarom ook hier op Zuyd Hoge- school onderwerp van belangrijk promotieonderzoek.” “Een succesvolle revalidatie begint met twee vragen: wie ben je en wat wil je bereiken?”
  4. 4. - 11 - Bredere uitdagingen Hoe vertaal je zulke wetenschappelijke inzichten naar de ergotherapeutische praktijk? Van den Houten: “In de oplei- ding hebben we altijd al andere werelden opgezocht. Zowel theoretisch als praktisch. Theoretisch door ‘evidence based practice’ door het curriculum heen te doceren. Zuyd heeft daarvoor onlangs het keurmerk ‘evidence based practice’ gekregen. Van oudsher zijn ook andere beroepsgroepen praktisch betrokken bij succesvolle revalidatie, bijvoor- beeld artsen en fysiotherapeuten. Tegenwoordig zijn onze uitdagingen breder en gericht op participatie in de eigen omgeving. Nu gaat het er onder meer om ouderen te onder- steunen zodat zij langer zelfstandig kunnen blijven wonen, of kinderen met een beperking in staat te stellen naar de school in hun buurt te gaan. Dat vraagt om andere samen- werkingspartners.” Dergelijke maatschappelijke behoeften geven de ergotherapie een enorme boost, stelt Van den Houten. Net als de directe toegankelijkheid tot ergothera- pie, zonder verwijzing van huisarts of specialist. “Tegelijk maakt dat onderzoek nóg belangrijker. Wij ergotherapeu- ten weten welke meerwaarde ons werk oplevert, anderen moeten we steeds weer overtuigen. Je moet kunnen bewij- zen wat je werk oplevert.” Hard bewijs is een harde nood- zaak voor een gezonde financiering, maar zeker buiten het vertrouwde terrein van de gezondheidszorg is dat bepaald geen sinecure. “Als ergotherapeuten mogen wij er dan van overtuigd zijn dat het goed is dat we bijvoorbeeld in het onderwijs werken, zorgverzekeraars huldigen vooralsnog de opvatting dat ergotherapie met name opereert vanuit de gezondheidszorg.”
  5. 5. - 13 - Profiel kinderergotherapie De oplossing klinkt simpel. “Als ergotherapeuten moeten we producten blijven ontwikkelen die het werkveld, onder- wijs en gemeenten, graag van ons wil afnemen.” De uit- werking daarvan vergt een aanzienlijk grotere inspanning. Voor Jolien van den Houten betekent dat het voortdurend combineren van de drie elementen in haar werk: praktijk, onderwijs en beleid. Dat ziet er dan zo uit, bijvoorbeeld met betrekking tot Van den Houtens werkzaamheden met kin- deren met Developmental Coordination Disorder (DCD): therapie geven aan kinderen met DCD, onderwijs geven aan studenten hierover, onderzoek doen naar de effectiviteit van Cognitive Orientation to daily Ocupational Performance (CO-OP), beleid maken als member van de internationale CO-OP Academy en het voorzitterschap bekleden van de landelijke stuurgroep en paramedische werkgroep DCD. Plus bijdragen aan twee hoofdstukken in ‘Grondslagen van de Ergotherapie’ en meeschrijven aan het profiel kinderergo- therapie, als eerste gespecialiseerde profiel binnen de ergo- therapie. Als Jolien van den Houten betrokken is, is ze ook overal bij betrokken. Over de wijze waarop de ergotherapie zich ontwikkelt, is Van den Houten tevreden. “De handelende mens stond altijd al centraal. Dat heden ten dage meedoen het belangrijkst is geworden, vind ik een mooie ontwikkeling.” Een ontwik- keling die nog lang niet tot stilstand zal komen, voorspelt ze. “De trends dat ouderen ouder worden én dat ze zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen zetten door. Voor ons ergotherapeuten betekent het dat we meer de wijk in moeten. Tegelijk moeten we ervoor waken dat we niet het werk van de gemeenschappen waarvan die ouderen deel uit maken, proberen over te nemen. Die discussie moeten we samen voeren, als werkveld, opleidingen en binnen de beroepsvereniging.” Van den Houten ziet dat gelukkig ook gebeuren. “Er is inbreng van alle kanten. Van ergothera- peuten, onderzoekers, cliënten en beleidsmakers. Met de beroepsvereniging als belangrijke schakel.” “Ouderen blijven zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Ergotherapeuten moeten dus meer de wijk in.” Over Jolien van den Houten Jolien van den Houten MSc (1957) is docent ergotherapie en lid van de expertgroep Kind en Jeugd aan de Faculteit Gezond- heidzorg van Zuyd Hogeschool in Heerlen. Zij is voormalig lid van de Raad van Toezicht Ergotherapie Nederland. 1976 - 1979 BSc ergotherapie, Hoensbroek (tegenwoordig Zuyd Hogeschool) 2005 - 2007 MSc Health Professions Education (MHPE), Uni- versiteit Maastricht

×