Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
Grenzen aangeven: neen zeggen

Met welk antwoord bereik je best je doel?

Vragen komen uit ‘het grote
beïnvloedingsspel,
B...
Je hebt zojuist je lievelingseten gekookt. Je buurman komt
onaangekondigd langs
41
Mmm , wat ruikt het hier
lekker, ik kri...
Je moeder belt
34

Jij komt bijna nooit op
bezoek terwijl je weet dat
ik hier alleen zit…

Jouw doel: Je wil je moeder nie...
Je zegt tegen een collega dat je hoofdpijn hebt. Hij legt zijn
bezwete handen op je hoofd om te masseren
62
Dat werkt bij ...
Je loopt door een donker paadje. Plotseling staat er een man
met een mes voor je neus.
23
Je geld of je leven!
aanvaller

...
Zelf heb je zin in hutsepot, maar je kleindochter van vier
duidelijk niet.
Ik vind hutsepot vies, ik wil
pannenkoeken!

kl...
Je zus wordt 60. Je komt samen met je familie om een feestje
te plannen.
51
Wil jij een lied schrijven, jij
kan dat zo goe...
Voordat je gaat koken bekijk je nog even het recept.
Je vrouw kijkt en zegt:
Wacht, laat mij het maar
doen, anders wordt h...
Je schoondochter komt langs en geeft je een cadeau: nieuwe
gordijnen. Het is alleen niet jouw smaak
14
Ze waren niet goedk...
Je buurvrouw gaat een weekendje weg. Haar kat ‘Molleke’
gaat niet mee.
13
Zeg, zou jij dit weekend voor
Molleke willen zor...
Je vriendin is jarig en trakteert. Jij bent op dieet
37

Maar allé, doe toch mee, wat
maakt zo’n gebakje nu uit?
vriendin
...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Situaties neen zeggen.ppt

648 views

Published on

  • Be the first to comment

Situaties neen zeggen.ppt

  1. 1. Grenzen aangeven: neen zeggen Met welk antwoord bereik je best je doel? Vragen komen uit ‘het grote beïnvloedingsspel, Bert van Dijk & Fenno Moes
  2. 2. Je hebt zojuist je lievelingseten gekookt. Je buurman komt onaangekondigd langs 41 Mmm , wat ruikt het hier lekker, ik krijg er honger van! BUUR Jouw doel: Je hebt niet genoeg eten, je wil niet dat je buurman mee-eet a) Je zegt vriendelijk: “Had ik geweten dat je langs zou komen had ik voor 2 gekookt. Helaas kan je nu niet mee-eten.” b) Je verzint een uitvlucht en zegt : “Ik heb voor morgen gekookt, ik moet direct weg.” c) Je zegt geïrriteerd: “Waarom kom jij altijd rond etenstijd? Dat vind ik zo irritant!”
  3. 3. Je moeder belt 34 Jij komt bijna nooit op bezoek terwijl je weet dat ik hier alleen zit… Jouw doel: Je wil je moeder niet kwetsen maar het slachtoffergedrag stoppen moeder a) Je zegt onmiddellijk: “hou eens op met dat gezeur, mam.” b) Je verontschuldigt je: “ja, maar ik heb het vreselijk druk. Als dat niet het geval was zou ik zeker langskomen.” c) Je zegt serieus: “Ik weet dat je je eenzaam voelt, mama, ik kom heel gauw weer op bezoek, maar ik vind het niet leuk wanneer je zo zielig doet”.
  4. 4. Je zegt tegen een collega dat je hoofdpijn hebt. Hij legt zijn bezwete handen op je hoofd om te masseren 62 Dat werkt bij mijn vrouw ook altijd! collega Jouw doel: Je wil geen handen op je voorhoofd, maar je wil jouw collega ook niet kwetsen a) Je haalt de handen weg en zegt “heel vriendelijk van jou maar ik vind dit niet prettig“. b) Je draait je hoofd weg en zegt: “haal je handen maar weg, ‘t is al over.” c) Je zegt bits: “Doe het maar bij je vrouw, maar niet bij mij!”
  5. 5. Je loopt door een donker paadje. Plotseling staat er een man met een mes voor je neus. 23 Je geld of je leven! aanvaller Jouw doel: Je wil je leven redden a) Je maakt een grapje: “Weet je het wel zeker?” b) Je geeft onmiddellijk toe: “Alsjeblieft, hier is mijn geld.” c) Je kijkt de man aan en vraagt: “Heb je een erg moeilijke jeugd gehad misschien? Wil je erover praten”?
  6. 6. Zelf heb je zin in hutsepot, maar je kleindochter van vier duidelijk niet. Ik vind hutsepot vies, ik wil pannenkoeken! kleindochter Jouw doel: Je kleindochter is een slechte eter, je wil niet zwichten voor haar wensen. a) Je zegt boos: “We eten hutsepot en daarmee uit!” b) Je zegt vriendelijk: “Ja, pannenkoeken zijn inderdaad heerlijk, maar hutsepot vind jij toch ook heel lekker?” c) Je zegt: “Ik weet dat je niet van hutspot houdt, maar dat eten we nu eenmaal vanavond. Als jij je bord leeg hebt, mag je zeggen wat we de volgende keer eten!” 12
  7. 7. Je zus wordt 60. Je komt samen met je familie om een feestje te plannen. 51 Wil jij een lied schrijven, jij kan dat zo goed! BROER Jouw doel: Je wil gerust meewerken aan een lied, maar je wil het niet alleen doen a) Je zegt: “dat klopt, maar ik wil dat jullie ook een bijdrage leveren, ik stel voor dat iedereen een strofe schrijft.” b) Je zegt verontwaardigd: “ja zeg, volgens mij kunnen jullie dat evengoed hoor.” c) Je verzucht: “Waarom heb ik het ook altijd zitten?”
  8. 8. Voordat je gaat koken bekijk je nog even het recept. Je vrouw kijkt en zegt: Wacht, laat mij het maar doen, anders wordt het niks. VROUW Jouw doel: je wil het zelf doen a) Je duwt je huisgenoot opzij en zegt: “Ik zit toch ook niet over jouw schouder mee te kijken als jij iets doet.” b) Je laat je vrouw langsgaan en zegt bedeesd ”Ik kan het wel hoor”…en je glimlacht. c) Je gaat bij het fornuis staan en zegt: “Bedankt voor je hulp, maar ik wil het graag zelf doen.” 25
  9. 9. Je schoondochter komt langs en geeft je een cadeau: nieuwe gordijnen. Het is alleen niet jouw smaak 14 Ze waren niet goedkoop maar ik dacht: dit is echt iets voor jullie. schoon dochter Jouw doel: je wilt de gordijnen niet voor je raam hangen en tegelijkertijd je schoondochter duidelijk maken dat je een andere smaak hebt a) Je zegt: “Ik vind ze eerlijk gezegd vreselijk, waarom heb je dat niet even overlegd?” b) Je lacht hartelijk en zegt ”ooo, helemaal onze smaak”. c) Je zegt: “Dat is heel lief van je, maar het zijn niet de gordijnen die we in gedachte hadden.”
  10. 10. Je buurvrouw gaat een weekendje weg. Haar kat ‘Molleke’ gaat niet mee. 13 Zeg, zou jij dit weekend voor Molleke willen zorgen? BUURVROUW Jouw doel: Je wilt de mogelijkheid openhouden zelf nog weg te gaan en wilt dus niet op de kat passen a) Je zegt: “Nee, ik ga zelf weg, sorry.” b) Je schudt je hoofd en vraagt quasi belangstellend: “zou er niet iemand anders voor hem kunnen zorgen?” c) Je kijkt spijtig en zegt: “Ik help je graag, alleen dit weekend gaat niet.”
  11. 11. Je vriendin is jarig en trakteert. Jij bent op dieet 37 Maar allé, doe toch mee, wat maakt zo’n gebakje nu uit? vriendin Jouw doel: Je wil geen gebakje maar ook geen spelbreker zijn. a) Je zegt vriendelijk: “Bedankt, maar ik wel echt geen gebakje.” b) Je zegt klagerig: “Ja, ik zou wel willen, maar het mag niet van mijn diëtiste.” c) Je vraagt bazig: “Waarom doe je dit nu? Je weet toch dat ik op dieet ben!”

×