Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Profacts2013 - Onderzoek Fotokopie & Print In Belgie

915 views

Published on

Dit document, een grootschalige en gedetailleerde studie onder supervisie van de minister van economie uitgevoerd in volle onafhankelijkheid in 2013 op basis van internationaal aanvaarde marktonderzoekstandaarden door een marktonderzoeksbureau met ervaring in uiteenlopende onderzoeksdomeinen en sectoren, kwam onder mijn aandacht en toont aan dat papieren reproducties de voorbije tien jaar niet enkel verdrievoudigden maar de doorsnee bevolking er daarnaast eveneens meer waarde aan hecht. Een papieren document met relevante inhoud wordt bijgehouden, meermaals geraadpleegd en geappreciëerd ongeacht het steeds evoluerende digitale tijdperk waarin we leven.

Published in: Data & Analytics
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Profacts2013 - Onderzoek Fotokopie & Print In Belgie

  1. 1. GROOTSCHALIG ONDERZOEK naar het FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË Een onderzoek uitgevoerd door Profacts © Profacts 2013 HET KOPIEERLUIK VAN DIT ONDERZOEK IS EEN OFFICIËLE STUDIE OP BASIS VAN ARTIKEL 26 VAN HET K.B. VAN 30 OKTOBER 1997 ONDER AUSPICIËN VAN DE MINISTER VAN ECONOMIE 2013
  2. 2. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 1 GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË Het kopieerluik van dit onderzoek is een officiële studie op basis van artikel 26 van het K.B. van 30 oktober 1997 onder auspiciën van de Minister van Economie 2013
  3. 3. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 2 INHOUDSTAFEL VOORWOORD.......................................................................................................................................... 7 EXECUTIVE SUMMARY........................................................................................................................... 13 1. CONTEXT............................................................................................................................................ 17 1.1. Een nieuwe, officiële studie naar de papieren kopie in België ... en meer................................ 17 1.2. Waarom een aanvullende studie naar het printen? .................................................................. 18 2. KADER & DOELSTELLINGEN............................................................................................................... 23 2.1. Officiële studie naar de papieren kopie ..................................................................................... 23 2.2. Aanvullende studie naar de prints ............................................................................................. 25 3. METHODE: DATACOLLECTIE EN STEEKPROEF ................................................................................... 29 3.1. Hybride methode ....................................................................................................................... 29 3.2. Luik “Bevolking”: fotokopieer- en printgedrag .......................................................................... 33 3.2.1. Telefonische interviews....................................................................................................... 33 3.2.2. Persoonlijke dagboeken ...................................................................................................... 36 3.2.3. Face-to-face interviews....................................................................................................... 39 3.2.4. Apparatenbezit en reproductiegedrag in de thuisomgeving .............................................. 41 3.3. Luik “Organisaties”: hardware & reproductiebudget ................................................................ 41 3.4. Correctie van de steekproef....................................................................................................... 44 3.4.1. Luik “Bevolking”................................................................................................................... 45 3.4.2. Luik “Organisaties” .............................................................................................................. 49 4. RESULTATEN FOTOKOPIEËN.............................................................................................................. 55 4.1. Luik “bevolking”: het aantal fotokopieën en de verdeling ervan per sector ............................. 56 4.1.1. Methode.............................................................................................................................. 56 4.1.2. Resultaten: het aantal fotokopieën en de verdeling ervan per sector ............................... 61 4.2. Luik “bevolking”: het aantal fotokopieën van beschermde werken en de verdeling ervan per sector................................................................................................................................................. 63 4.2.1. Definitie “beschermd werk”................................................................................................ 63
  4. 4. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 3 4.2.2. Bepaling “beschermd werk” op basis van het dagboek...................................................... 63 4.2.3. Resultaten: percentage en volume fotokopieën van beschermd werk per sector............. 65 4.3. Luik “bevolking”: het aantal fotokopieën van beschermde werken per categorie ................... 69 4.3.1. Resultaten: het aantal fotokopieën van beschermde werken per categorie ..................... 69 4.3.2. Resultaten: het aantal en de onderlinge verhouding van fotokopieën van beschermde werken per categorie per sector................................................................................................... 69 4.4. Luik “Organisaties”: het aantal apparaten en de verdeling ervan per sector............................ 71 4.5. Luik “Organisaties”: budget dat wordt besteed aan reproductie en reprografievergoeding.... 72 5. RESULTATEN PRINTS.......................................................................................................................... 77 5.1. Luik “bevolking”: het aantal prints en de verdeling ervan per sector........................................ 78 5.1.1. Methode.............................................................................................................................. 78 5.1.2. Resultaten: het aantal prints en de verdeling ervan per sector.......................................... 78 5.2. Luik “bevolking”: het aantal prints van beschermde werken en de verdeling ervan per sector80 5.2.1. Definitie “beschermd werk”................................................................................................ 80 5.2.2. Bepaling “beschermd werk” op basis van het dagboek...................................................... 80 5.2.3. Resultaten: percentage en volume prints van beschermd werk per sector....................... 82 5.3. Luik “bevolking”: het aantal prints van beschermde werken per categorie.............................. 87 5.3.1. Resultaten: het aantal prints van beschermde werken per categorie................................ 87 5.3.2. Resultaten: het aantal en de onderlinge verhouding van prints van beschermde werken per categorie per sector................................................................................................................ 87 5.4. Luik “Organisaties”: het aantal apparaten en de verdeling ervan per sector............................ 89 5.5. Luik “Organisaties”: budget dat wordt besteed aan reproductie voor prints ........................... 89 6. GEAGGREGEERDE RESULTATEN FOTOKOPIEËN EN PRINTS .............................................................. 93 6.1. Luik “bevolking”: het aantal fotokopieën en prints en de verdeling per sector........................ 93 6.1.1. Het totaalbeeld: fotokopieën en prints............................................................................... 93 6.1.2. Het aantal fotokopieën en prints en de verdeling ervan per sector................................... 94 6.2. Luik “bevolking”: het aantal fotokopieën en prints van beschermde werken en de verdeling ervan per sector ................................................................................................................................ 98 6.2.1. Het totaalbeeld: fotokopieën en prints van beschermde werken...................................... 98 6.2.2. Het aantal fotokopieën en prints van beschermd werk en de verdeling ervan per sector ..................................................................................................................................................... 100 6.3. Luik “bevolking”: het aantal fotokopieën en prints van beschermde werken en de verdeling ervan per categorie ......................................................................................................................... 105 6.4. Luik “organisaties”: het aantal apparaten en de verdeling ervan per sector .......................... 107 6.5. Luik “organisaties”: budget dat wordt besteed aan reproductie............................................. 107
  5. 5. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 4 7. DIGITALE GEBRUIKEN ...................................................................................................................... 111 8. BIJLAGEN ......................................................................................................................................... 115 Bijlage 1: vragenlijst CATI ................................................................................................................ 119 Bijlage 2: dagboek ........................................................................................................................... 141 Bijlage 2a: begeleidende brief..................................................................................................... 141 Bijlage 2b: dagboek ..................................................................................................................... 142 Bijlage 3: vragenlijst face-to-face interviews.................................................................................. 161 Bijlage 4: vragenlijst luik organisaties ............................................................................................. 167 Bijlage 4a: begeleidende brief..................................................................................................... 167 Bijlage 4b: vragenlijst luik organisaties ....................................................................................... 168 Bijlage 5: relatief gewicht van de subsectoren ............................................................................... 181 Bijlage 5a: gedeelte fotokopieën................................................................................................. 183 Bijlage 5b: gedeelte prints........................................................................................................... 187 Bijlage 5c: gedeelte reproducties (fotokopieën en prints).......................................................... 191
  6. 6. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 7 VOORWOORD Het ‘paperless office’: mythe of waarheid in de vroege 21ste eeuw ? In deze snel veranderende wereld van iPads, (hybride) tablets, ultrabooks en smartphones is het paperless office – een kantoor zonder papier, waarin alle informatie digitaal wordt bewaard en verspreid – al meermaals voorspeld. Al in 1975, een slordige 38 jaar geleden, verscheen in Business Week een artikel waarin de snelle neergang van papier als informatiedrager op de werkvloer werd aangekondigd (Business Week, “The office of the future”, 30 juni 1975). Gedaan dus met bergen kopieën en prints: alle routinetaken in een onderneming of instelling zouden voortaan digitaal gebeuren. Op vandaag, in de vroege 21ste eeuw, zou dat proces nog moeten zijn versneld, zeker nu er een generatie jongeren op de arbeidsmarkt is gekomen die echte digital natives zijn en bijna vergroeid lijken met hun smartphone, tablet of portable. Hoog tijd dus voor een reality check. Is het waar dat er steeds minder gefotokopieerd en geprint wordt in België? Papieren kopieën in detail in kaart gebracht Die vraag is op zich, om louter economische redenen, al interessant genoeg om onderzocht te worden, maar ze heeft, wat de papieren kopie betreft, ook belangrijke juridische consequenties. In België mag je immers, binnen de huidige wettelijke grenzen, fotokopieën nemen van auteursrechtelijk beschermde werken zonder toestemming van de auteur of de uitgever. Die laatsten worden daarvoor vergoed door een systeem van collectief geïnde auteursrechtelijke vergoedingen op zowel de fotokopieën zelf als op de apparaten die voor het nemen van die kopieën kunnen worden gebruikt. Die vergoedingen – die vastgesteld zijn in een Koninklijk Besluit van 30 oktober 1997 - worden met een moeilijk woord “reprografievergoedingen” genoemd. Ze worden in België geïnd door Reprobel, een privé-vennootschap maar zonder winstoogmerk, met een wettelijk inningsmonopolie en met een opdracht van algemeen belang. Datzelfde K.B. uit 1997 draagt Reprobel op om op gezette tijdstippen een grootschalige studie naar de papieren kopie in België te voeren. De meest recente versie van deze studie is een belangrijk onderdeel van dit rapport. De studie werd uitgevoerd door Profacts, een full service marktonderzoeksbureau dat zijn sporen op het terrein ruimschoots heeft verdiend. Profacts heeft een uitgebreide ervaring in uiteenlopende onderzoeksdomeinen en sectoren, waaronder o.m. de publieke sector, telecom, energie, banken en FMCG.
  7. 7. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 8 De Minister van Economie – de bevoegde minister voor het auteursrecht – heeft de methodologie van de studie naar de papieren kopie in België goedgekeurd en Profacts heeft de studie in volle onafhankelijkheid uitgevoerd op basis van internationaal aanvaarde marktonderzoekstandaarden. U heeft dus een belangrijke en tegelijk ook grootschalige en gedetailleerde studie in handen. Het veldonderzoek heeft een vol jaar geduurd en omvatte zowel telefonische bevragingen, gedetailleerde dagboekonderzoeken als “face-to-face” interviews bij bibliotheken en copyshops, in alle economische sectoren maar ook bij particulieren en bij mensen die niet beroepsactief zijn. Nooit eerder werd in België de papieren kopie zo gedetailleerd in kaart gebracht. Gedetailleerde parallelstudie naar de prints Omdat de wereld niet stilstaat en er duidelijk een verschuiving van kopieën naar prints plaatsvindt, heeft deze studie daarnaast ook het printen van (auteursrechtelijk beschermde) werken in België in kaart gebracht. Reprobel heeft de studie vrijwillig tot het printen uitgebreid, hoewel zij daar wettelijk (nog) niet toe verplicht was. Het is echter belangrijk dat beide vormen van papieren reproducties samen worden onderzocht, omdat ze nauw verweven zijn en omdat sommige tendensen dus alleen accuraat kunnen worden beschreven als beide samen in kaart worden gebracht. Bovendien maken Europeesrechtelijke ontwikkelingen dat het Belgische reprografiesysteem in de nabije toekomst zal worden uitgebreid naar prints (en printers), een andere reden om dit steeds belangrijker wordende type van reproducties proactief en even gedetailleerd in kaart te brengen. De mythe van het ‘paperless office’ Als kopieën en prints samen worden bekeken, blijkt dat het globale volume aan reproducties op papier (meer dan 27 miljard in 2012) met ruwweg 22% is gestegen sinds de laatste officiële meting in 2002. Die toename is, in algemene termen, volledig op het conto van het zeer grote volume prints te schrijven. Ondanks het massale gebruik van digitale communicatiemiddelen en informatie, hebben mensen dus nog steeds een grote behoefte aan een papieren houvast: om documenten rustig of makkelijk te lezen, om ze te reviseren of annoteren, om ze intern te verspreiden of te bewaren etc. Het paperless office is dus nog vér weg in België. Nooit was de papierstapel in bedrijven, copyshops, overheidsinstellingen, scholen, hogescholen, universiteiten en bibliotheken groter dan op vandaag. Nog tekenender wordt die evolutie als scherp wordt gesteld op kopieën en prints van auteursrechtelijk beschermde werken: ten overstaan van 2002 is het volume kopieën van auteursrechtelijk beschermde werken nog met ruwweg 12% gestegen tot 1,9 miljard in 2012, waarbovenop ook nog eens 2,6 miljard prints van beschermde werken komen. Dat is bijna een verdrievoudiging van het volume reproducties op papier van beschermd werk op tien jaar tijd.
  8. 8. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 9 Dit betekent trouwens niet dat digitaal (her)gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal verwaarloosbaar of onbestaande is. Integendeel, het is zeer aannemelijk dat er naast de berg papieren reproducties nog een zeer belangrijk aantal digitale kopieën van die werken worden genomen, die ook op grote schaal intern in de ondernemingen en instellingen van dit land worden verspreid. Deze studie brengt die digitale reproducties en verspreidingen echter niet gedetailleerd in kaart. Een woordje van dank Profacts en Reprobel willen iedereen die in één of andere vorm aan deze studie hebben meegewerkt oprecht danken voor hun belangeloze medewerking. Zonder hun input had het fenomeen van het kopiëren en printen van (auteursrechtelijk beschermde) werken in België nooit zo accuraat en fijnmazig in kaart kunnen worden gebracht, in de professionele sectoren, maar ook bij de particulieren thuis en bij het niet-beroepsactieve deel van de bevolking. Veel leesplezier! Timothy Desmet Managing partner Profacts
  9. 9. EXECUTIVE SUMMARY
  10. 10. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 13 EXECUTIVE SUMMARY De grootschalige Profacts-studie naar de papieren kopie en het printen in België heeft enkele opvallende feiten aan het licht gebracht. Deze studie is de grootste die ooit in België over dit fenomeen werd gevoerd. Zowel de professionele sectoren als de thuisomgeving werden in detail in kaart gebracht, en dat zowel voor kopieën als voor prints. Het veldwerk van de studie werd gespreid over een volledig jaar (van december 2011 tot en met november 2012). Het kopieerluik van de studie is een officiële studie op grond van artikel 26 van het K.B. van 30 oktober 1997 op de reprografie. De kerncijfers van de studie zijn : (1) Er worden in België jaarlijks 27,1 miljard reproducties op papier gemaakt. (2) 10,5 miljard van dat jaarlijkse volume zijn kopieën (38,6%), 16,6 miljard zijn prints (61,4%). (3) Die 10,5 miljard papieren kopieën is nog 47% van het volume kopieën van de laatste officiële meting in 2002. (Prints werden toen nog niet in kaart gebracht.) (4) Meer dan 80% van de reproducties op papier (kopieën en prints samen) wordt in de professionele sectoren gemaakt. De overige 19% worden in de thuisomgeving gemaakt. (5) In het onderwijs en in de bibliotheken wordt er verhoudingsgewijs meer gekopieerd dan geprint. Bij de overheid, in de privésector en bij particulieren thuis wordt er meer geprint dan gekopieerd. In de privésector wordt er zelfs twee keer zo veel geprint als gekopieerd. In die laatste sector wordt trouwens ook de helft van het jaarlijkse volume kopieën gemaakt. (6) Van de 27 miljard reproducties op papier (kopieën en prints) zijn er 4,5 miljard reproducties van beschermd werk. Dat is 16,85% van het totale volume reproducties. (7) Die 4,5 miljard reproducties van beschermd werk bestaan voor 2,66 miljard uit prints (58,13%) en voor 1,91 miljard uit kopieën (41,87%) van beschermd werk. Dat is respectievelijk 15,96% van het totale volume prints en 18,25% van het totale volume kopieën in België. (8) Het volume kopieën van beschermd werk is met 12% gestegen in vergelijking met de laatste officiële meting in 2002. (9) In termen van kopieën van beschermd werk is de onderwijssector de belangrijkste sector, met jaarlijks 635 miljoen kopieën, gevolgd door de privésector met jaarlijks 454 miljoen kopieën. (10) In termen van prints van beschermd werk is de thuisomgeving de belangrijkste sector (1,29 miljard), met ruwweg de helft van het totale jaarlijkse volume, gevolgd door de privé-sector met 916 miljoen prints van beschermd werk op jaarbasis (34,5%). (11) Bijna 64% van alle kopieën van beschermd werk zijn kopieën uit een educatief of een wetenschappelijk werk. Bij de prints zijn de educatief-wetenschappelijke werken in iets meer dan de helft van de gevallen (55%) het bronwerk van de reproductie. (12) Als alleen naar reproducties van beschermde werken wordt gekeken, wordt er bij de overheid, in het onderwijs en in de openbare bibliotheken verhoudingsgewijs meer gekopieerd dan geprint. In de privésector en in de thuisomgeving wordt er daarentegen meer geprint dan gefotokopieerd uit beschermde werken. (13) Het totaal aantal reproductieapparaten in de professionele sectoren in België bedraagt ruwweg 1,3 miljoen. De overgrote meerderheid daarvan (86%) staat in de privésector.
  11. 11. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 14 Nagenoeg de helft van die apparaten zijn printers (48%), gevolgd door multifunctionele apparaten (30%). (14) In België werd in 2012 naar schatting bijna 810 miljoen EUR besteed aan de reproductie van werken: 428 miljoen EUR voor prints en 382 miljoen EUR voor kopieën. In dat bedrag zit de door de respondenten geschatte reproductiekostprijs (aankoop/huur toestellen, onderhoud, papier, cartridges, toners, elektriciteit ...) en de geschatte reprografievergoeding (27,9 miljoen EUR). Noot: de reële inningen van Reprobel in 2012 lagen beduidend lager.
  12. 12. 1CONTEXT
  13. 13. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 17 1. CONTEXT 1.1. Een nieuwe, officiële studie naar de papieren kopie in België ... en meer. Even voorstellen: Reprobel en reprografie Reprobel is de centrale beheersvennootschap die in België is belast met de inning en de verdeling (onder haar leden-beheersvennootschappen van auteurs en uitgevers) van collectieve auteursrechtelijke vergoedingen uit ‘reprografie’ en openbaar leenrecht. Zowel reprografie – op vandaag: de papieren kopie van auteursrechtelijk beschermde werken, maar het systeem wordt in de nabije toekomst uitgebreid met de prints - als openbaar leenrecht zijn zogenaamde ‘wettelijke licenties’: wettelijke uitzonderingen op het auteursrecht, waartegenover een bij wet geregelde collectieve vergoedingsregeling staat. Die vergoedingsregeling is, wat de reprografie betreft, geregeld in een Koninklijk Besluit van 30 oktober 1997. Anders verwoord: dankzij het systeem van de reprografie kan iedereen in België, binnen de door de wet bepaalde grenzen, op vandaag fotokopieën (en in de toekomst ook prints) nemen van auteursrechtelijk beschermde werken zonder daarvoor steeds de toestemming van de auteur of de uitgever te moeten vragen. In ruil daarvoor int Reprobel vergoedingen op zowel de fotokopieën zelf (de zgn. ‘evenredige vergoeding’) die gemaakt worden in de sectoren overheid, onderwijs, privé en bibliotheken als op de toestellen waarmee die kopieën kunnen worden gemaakt (de zgn. ‘forfaitaire vergoeding’). Daardoor wordt ook de last van het systeem billijk gespreid: particulieren betalen alleen een eenmalige vergoeding bij de aankoop van een reproductietoestel (bv. een multifunctioneel apparaat), terwijl de ‘grootkopieerders’ in de professionele sectoren zowel de vergoeding op de kopieën als die op de toestellen betalen. De sterkste schouders dragen dus de zwaarste lasten. Reprobel inde in 2012 26,03 miljoen EUR aan vergoedingen, waarvan het grootste deel (24,43 miljoen EUR) afkomstig was uit de reprografie. In datzelfde jaar stelde Reprobel via haar beide Colleges 22,1 miljoen EUR ter beschikking van haar vijftien leden-beheersvennootschappen, die zowel auteurs (literaire auteurs, educatieve en wetenschappelijke auteurs, journalisten, fotografen, illustratoren, vertalers ...) als uitgevers (van kranten, tijdschriften, boeken en bladmuziek) vertegenwoordigen. Het zijn die beheersvennootschappen die zorgen dat het door Reprobel geëinde en verdeelde geld uiteindelijk terechtkomt bij de individuele auteur of uitgever. De tussenstap van de beheersvennootschappen is nuttig, omdat hun eigen verdeelregels rekening houden met de specifieke activiteit van de auteur of de (sub)sector waarin de uitgever actief is. De verdeling van de reprografievergoedingen is dus fijnmazig en op maat. De vergoedingen die Reprobel jaarlijks int en verdeelt zorgen voor zuurstof voor auteurs en uitgevers in deze economisch moeilijke tijden. Die zuurstof laat hen toe om te blijven inzetten op creatie en creativiteit, betrouwbare informatieverstrekking, innovatie en investeringen. De Reprobel- vergoedingen geven dus de kenniseconomie concreet gestalte, en dragen er ook in belangrijke mate toe bij.
  14. 14. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 18 Deze nieuwe studie brengt, op een nooit eerder geziene schaal, het fotokopiëren en het printen op het Belgische grondgebied gedetailleerd en volledig in kaart, zoals de Minister dit aan Reprobel heeft opgedragen (wat de kopieën betreft). De studiegegevens zullen politieke beleidsmakers allereerst toelaten om de economische schade die auteurs en uitgevers lijden door de reproductie van hun beschermde werken, te kwantificeren en hen daar ook afdoende voor te compenseren. Daarnaast bevat de Profacts-studie een schat aan kwantitatieve en kwalitatieve gegevens die de reproductie op papier fijnmazig in kaart brengen in alle economische sectoren en in alle delen van het land. Dat zal Reprobel toelaten om de verschuldigde vergoeding op die reproducties af te stemmen op het reële en actuele reproductiegedrag in die sectoren. Het tarief van die vergoeding mag, wat de kopieën betreft, dan wel vastgelegd zijn in het K.B. van 30 oktober 1997 (als een bedrag per pagina), de vergoeding zelf moet nog altijd op het terrein verantwoord en onderhandeld worden, wat betekent dat zowel het globale volume reproducties als het volume reproducties van beschermd werk, per vergoedingsplichtige of per groep van vergoedingsplichtigen (sector) moet kunnen worden bepaald of geschat. De Profacts-studie zal hiervoor zonder twijfel hét nieuwe en objectieve richtsnoer blijken, waarnaar zowel Reprobel als de vergoedingsplichtigen kunnen teruggrijpen. Even voorstellen: Profacts Het marktonderzoeksbureau Profacts werd aangesteld na een openbare aanbestedingsprocedure. De methodologie van de studie werd, wat de kopieën betreft, voorafgaandelijk door de bevoegde Minister goedgekeurd bij Ministerieel Besluit van 20 juli 2011. Voor het aanvullend onderzoek naar de prints werd goeddeels dezelfde methodologie gebruikt als voor de officiële studie naar de kopieën. Bij het uitvoeren van de studie werd rekening gehouden met de ESOMAR richtlijnen aangaande privacy, de behandeling van minderjarige respondenten, e. d. m. De studieresultaten zijn dan ook objectief en betrouwbaar, en dat voor zowel kopieën (officiële studie) als voor de prints (parallelle studie). De foutenmarge bij deze studie ligt bovendien, door de grote steekproef en de zorg die aan het onderzoek werd besteed, zeer laag (nl. 1,96% bij de telefonische interviews, 2,51% bij de dagboeken, 1,59% bij de face-to-face interviews en 1,63% bij de zelf in te vullen vragenlijst voor de organisaties). 1.2. Waarom een aanvullende studie naar het printen? De Profacts-studie gaat, zoals gezegd, verder dan datgene wat de Minister aan Reprobel heeft opgedragen. Ze brengt met name ook het printen van (auteursrechtelijk beschermde) werken gedetailleerd in kaart. Alleen op die manier kon het volledige fenomeen van ‘reproducties op papier’ van auteursrechtelijk beschermde werken – de basis van de reprografie naar komend recht, waarvan kopieën en prints zonder twijfel de belangrijkste exponenten zijn - volledig en gedetailleerd worden onderzocht, geschetst en gestaafd. Dit fenomeen in zijn volledigheid proactief in kaart brengen, is trouwens nuttig gebleken: een recente wetswijziging van eind 2012 en een al even recente uitspraak van het Europese Hof van Justitie van medio 2013 maken dat het Belgische reprografiesysteem in de toekomst ook prints (en printers) zal omvatten.
  15. 15. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 19 De methodologie die voor het printluik van de studie werd gehanteerd, is – op enkele details na - identiek aan de methodologie van het officiële kopieerluik, in termen van aantallen respondenten, types van bevraging, weging etc. De resultaten van het printluik van de studie zijn dan ook even gedetailleerd, betrouwbaar en objectief als die van de officiële studie naar de papieren kopie.
  16. 16. 2KADER & DOELSTELLINGEN
  17. 17. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 23 2. KADER & DOELSTELLINGEN 2.1. Officiële studie naar de papieren kopie Het kader en de doelstellingen van het officiële kopieerluik van deze studie worden geschetst in het K.B. van 30 oktober 1997 op de reprografie. Artikel 26 van dat K.B. zegt daarover: “§ 1. Ten laatste op het einde van het tweede jaar na de inwerkingtreding van dit besluit en daarna om de vijf jaar moet de beheersvennootschap door een onafhankelijke instelling een studie betreffende het kopiëren voor privé-gebruik of didactisch gebruik van op grafische of op soortgelijke wijze vastgelegde werken in België laten verrichten. § 2. Door middel van deze studie moet inzonderheid het volgende worden vastgesteld: 1° het aantal gebruikte apparaten en de verdeling ervan per activiteitensector; 2° het aantal gemaakte kopieën aan de hand van voornoemde apparaten en de verdeling ervan per activiteitensector; 3° het aantal kopieën van beschermde werken vastgelegd op een grafische of op een soortgelijke drager die aan de hand van voornoemde apparaten wordt gemaakt en de verdeling ervan per activiteitensector; 4° de verdeling van het aantal kopieën van beschermde werken op grond van de verschillende categorieën van beschermde werken vastgelegd op een grafische of op een soortgelijke drager; 5° de geldmiddelen die de vergoedingsplichtigen besteden aan de reproductie voor privégebruik of didactisch gebruik van werken vastgelegd op een grafische of op een soortgelijke drager, alsmede de geldmiddelen die zij besteden aan de vergoeding voor reprografie. § 3. Het ontwerp van deze studie moet vooraf door de Minister worden goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IX. De goedkeuring wordt verleend op voorwaarde dat: 1° de beheersvennootschap een openbare aanbesteding heeft gehouden om de instelling belast met de studie aan te wijzen; 2° de instelling haar onafhankelijkheid en onbevooroordeeldheid waarborgt en aantoont dat zij over de nodige bekwaamheden beschikt om de studie te verrichten; 3° de doelstellingen van het ontwerp betreffende de studie overeenstemmen met die bepaald in het tweede lid; 4° de kostprijs van de studie redelijk is.
  18. 18. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 24 § 4. De vertegenwoordiger van de Minister bedoeld in artikel 76 van de wet waakt erover dat de studie op behoorlijke wijze wordt gerealiseerd. § 5. De vergoedingsplichtigen, de bijdrageplichtigen, de dealers, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, de leasingbedrijven en de bedrijven voor onderhoud van apparaten moeten aan de erkende onafhankelijke organisatie op verzoek de gegevens verstrekken die nodig zijn om de studie betreffende de vergoeding voor reprografie te verrichten. § 6. De erkende onafhankelijke organisatie moet in dat verzoek opgave doen van: 1° de rechtsgronden van het verzoek; 2° de gevraagde gegevens; 3° de redenen en het doel van het verzoek; 4° de termijn binnen welke de gegevens moeten worden medegedeeld en die niet minder dan 20 werkdagen mag bedragen te rekenen van de ontvangst van het verzoek. § 7. De gegevens verkregen als antwoord op een verzoek mogen niet voor andere doeleinden of om andere redenen worden aangewend dan die omschreven in het verzoek. De ondervraagde vergoedingsplichtigen, bijdrageplichtigen, dealers in apparaten, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, alsook de leasingbedrijven en de bedrijven die zorgen voor het onderhoud van de apparaten, kunnen op grond van het verzoek om gegevens niet worden verplicht te bekennen dat zij de wet hebben overtreden of daarbij betrokken zijn geweest. Het verzoek om gegevens wordt aan de vergoedingsplichtigen, de bijdrageplichtigen, de dealers in apparaten, ongeacht of zij groothandelaar of kleinhandelaar zijn, alsook aan de leasingbedrijven en de bedrijven die zorgen voor het onderhoud van de apparaten, toegezonden bij een ter post aangetekende brief met ontvangbewijs. Tegelijkertijd wordt een kopie ervan toegezonden aan de Minister. De Minister kan de inhoud, het aantal en de frequentie van de verzoeken op zodanige wijze bepalen dat zij de activiteiten van de ondervraagde personen niet meer dan nodig hinderen.” In mensentaal draagt het K.B. van 30 oktober 1997 Reprobel dus op om: (1) een studie te laten verrichten naar het aantal reproductieapparaten (kopieerapparaten, printers, multifunctionele apparaten, scanners, faxen, etc.) en naar de papieren kopie in de diverse sectoren, zowel wat de fotokopieën van werken zonder meer als wat de fotokopieën van auteursrechtelijk beschermde werken betreft; die laatste werken moeten ook worden opgedeeld naar categorie van beschermd werk; bovendien moet ook onderzoek worden gedaan naar het budget dat in die sectoren wordt besteed aan zowel het kopiëren van de werken zelf als aan de reprografievergoedingen die worden betaald aan Reprobel; (2) door een onafhankelijk en onpartijdig marktbureau met de vereiste expertise, aangewezen na een openbare aanbesteding;
  19. 19. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 25 (3) volgens een methodologie die voorafgaandelijk door de bevoegde Minister (i.e. de Minister van Economie) wordt goedgekeurd, waarbij een vertegenwoordiger van de Minister bovendien waakt over de correcte toepassing van die methodologie. 2.2. Aanvullende studie naar de prints In deel 1.2. van dit rapport kon u al het hoe en waarom lezen van de uitbreiding van deze studie naar de prints van (auteursrechtelijk) beschermde werken. Daar zijn, zoals geschetst, meerdere goede redenen toe. De Profacts-studie diende inderdaad van in het begin rekening te houden met zowel het gewijzigde reproductielandschap (ttz, steeds meer prints) als met belangrijke juridische ontwikkelingen, wilde ze niet van bij de aanvang onvolledig en dus achterhaald zijn. De methodologie die voor het printluik van dit onderzoek werd gehanteerd, is trouwens goeddeels identiek aan de methodologie die werd gebruikt voor het kopieluik, zodat de resultaten van beide luiken even gedetailleerd als betrouwbaar zijn. In dit rapport vindt u – na een grondige methodologische toelichting - eerst de resultaten van het officiële kopieerluik en vervolgens de resultaten van het aanvullende onderzoek naar de prints, waarna de resultaten voor beide luiken in een afsluitend deel ook nog eens naast elkaar worden gelegd, geaggregeerd en vergeleken. Op die manier wordt het fenomeen van de ‘reproducties op papier’ op vandaag fijnmazig en volledig in kaart gebracht. En dat was precies het opzet van deze studie.
  20. 20. 3METHODE: DATACOLLECTIE EN STEEKPROEF
  21. 21. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 29 3. METHODE: DATACOLLECTIE EN STEEKPROEF 3.1. Hybride methode Om aan de verschillende doelstellingen te voldoen, werd een gecombineerde aanpak gebruikt. Verschillende steekproeven en verschillende methodes voor gegevensverzameling werden gedefinieerd op basis van afzonderlijke universa (cfr. figuur 1). Figuur 1: overzicht onderzoeksopzet Hieronder vindt u een gedetailleerde beschrijving van de methodologie gebruikt voor het officiële onderzoek naar de papieren kopie. Die methodologie werd goeddeels ook gebruikt voor de parallelle studie naar de prints. De verschillen tussen beide methodologieën waren miniem. Verder in de tekst kan u lezen waar in het onderzoek naar de prints van de methodologie voor de studie naar de papieren kopie werd afgeweken. Indien dat het geval was, had dit een louter functionele reden. De studie bestond uit 2 grote luiken: 1. Luik “Bevolking”: dit luik heeft als doel het kopieergedrag m.b.t. de papieren kopie in België in kaart te brengen aan de hand van telefonische interviews, persoonlijk in te vullen dagboeken en face-to-face interviews aan bibliotheken en copyshops. 2. Luik “Organisaties”: dit luik heeft als doel de reproductiehardware en het reproductiebudget binnen Belgische organisaties in kaart te brengen aan de hand van een zelf in te vullen vragenlijst.
  22. 22. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 30 Op deze manier werd telkens de meest passende manier van datacollectie aangewend, rekening houdend met de doelstelling en de doelgroep. Elk van deze luiken wordt hieronder in detail toegelicht. Voor het luik “Bevolking” werd gekozen voor een telefonische datacollectiemethode omwille van volgende redenen:  Directe interactie met de respondent. De mogelijkheid bestond om verdere verduidelijking te geven bij de vragen.  De telefoon is het communicatiemiddel met de hoogste penetratiegraad. Door willekeurig te bellen, kon tegemoet gekomen worden aan de strikte quotasetting die werd bepaald.  Telefonische interviews waren het meest aangewezen om vervolgens te recruteren voor de dagboeken. De coördinaten van de respondent werden genoteerd en geverifieerd door de enquêteur. Aanvullend werd een dagboekfase toegevoegd om te peilen naar het fotokopiëren en printen van beschermd werk. De respondent die instemde om een dagboek gedurende 7 opeenvolgende dagen in te vullen, noteerde elke reprografieopdracht die hij of zij uitvoerde tijdens deze periode. Deze methode biedt de mogelijkheid om uiterst nauwkeurig te analyseren wat er precies doorheen het jaar gekopieerd en geprint wordt. In het dagboek werden aparte kolommen voor kopieën en prints voorzien, met name omdat het bronwerk van de reproductie in beide gevallen niet steeds hetzelfde is. Bij fotokopieën is het bronwerk immers doorgaans zelf een papieren werk, terwijl bij prints het bronwerk aan het begin van de reproductieketen vaak (hoewel niet steeds) een werk is dat niet op een fysieke drager is vervat. Voor het luik “Organisaties” werd gekozen voor een zelf in te vullen vragenlijst.  Waar telefonische interviews goed werken bij particulieren, wordt deze methode in een werkomgeving vaak als storend of belastend ervaren. Eerst en vooral moeten de correcte personen bereikt worden, namelijk diegene die verantwoordelijk is voor het beheer en de werking van de reproductieapparaten en de persoon die het best op de hoogte is van het totale budget dat wordt besteed aan de reproductie van documenten en de reprografie.  Daarnaast was de informatie die gegeven diende te worden niet meteen voorhanden in de meeste gevallen. De respondenten binnen de bedrijven moesten de tijd krijgen om informatie te aggregeren en op die manier stelselmatig de enquête in te vullen. Tenslotte wensen we nog mee te geven dat de gebruikte methodologie op een aantal punten grondig verschilt van deze uit de studie van 2002:  Datacollectie: o Om het volume reprografieopdrachten te berekenen, werd in 2002 een stand-alone telefonische enquête uitgevoerd bij organisaties. In de huidige studie wordt dit
  23. 23. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 31 volume berekend aan de hand van een bevraging bij een representatieve steekproef van de volledige Belgische bevolking. o In 2002 werd de bevolking eveneens bevraagd via een telefonische enquête, maar als onderdeel van een omnibus1 en gespreid over drie waves: van 9 tot 22 oktober, van 13 tot 26 november en van 4 tot 17 december 2002. In de huidige studie was dit een afzonderlijk luik, dat bovendien gespreid werd over een volledig jaar. Door een volledige ‘stand-alone’ studie te hanteren voor de datacollectie, worden meer betrouwbare en fijnmazigere resultaten bekomen, ondersteund door een rigoureuze quotasetting, zoals gedefinieerd in de technische specificaties van de studie. o In de enquête van 2002 werd gepeild naar het aantal fotokopieën in de afgelopen 7 dagen én het volume fotokopieën van beschermde werken gemaakt door de respondent. In de huidige studie wordt het aantal fotokopieën berekend op basis van een gemiddeld aantal kopieën per kopieeropdracht. Profacts is ervan overtuigd dat een gemiddelde per kopieeropdracht inschatten accurater is dan een op herinnering berustende reconstructie van het kopieergedrag van de laatste 7 dagen. o Profacts koos er ook voor om de onderzoeksvraag naar het volume papieren kopieën en prints van beschermde werken los te koppelen van de telefonische studie en dit via een self completion methode te bevragen, namelijk een dagboekje dat ingevuld diende te worden gedurende 7 opeenvolgende dagen. Omwille van betrouwbaarheid van de bekomen gegevens om het volume fotokopieën en prints van beschermde werken te berekenen werd ervoor gekozen om niet te berusten op de herinnering van de respondent maar om werkelijk gedrag te capteren.  Doelgroepen en steekproef: o Om in de belangrijke sectoren “copyshops” en “bibliotheken” voldoende informatie te verzamelen in de huidige studie, werd een aparte face-to-face datacollectie- methode gehanteerd, teneinde binnen deze sectoren het volume reproducties en het percentage reproducties van beschermde werken accuraat te kunnen inschatten. o Een aantal subgroepen (onder andere de actieve bevolking en de studenten) werden door middel van een disproportionele steekproef extra bevraagd om meer betrouwbare resultaten te garanderen. Bij de verwerking werden de disproportionele steekproeven herwogen naar de werkelijke dimensies in de populatie. Hier komen we verder op terug in hoofdstuk 3.4. Correctie van de steekproef. In totaal werden meer dan 8.400 telefonische interviews uitgevoerd om een brede basis voor extrapolatie te bekomen. In 2002 werden ongeveer 6.000 particulieren en 1.400 organisaties bevraagd. o Het gedeelte “Organisaties” van de studie omvatte het uitsturen van 15.270 brieven naar een representatief staal van Belgische ondernemingen en instellingen. In totaal werden 3.615 organisaties bereikt, ofwel 2.215 organisaties meer dan bij de vorige meting uit 2002. 1 Een omnibus is een datacollectiemethode waarbij met een vaste regelmaat (bijvoorbeeld 1 keer per maand) vragen gesteld worden over een breed spectrum aan thema’s.
  24. 24. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 32 In het vervolg van dit rapport zullen we de resultaten op bepaalde momenten vergelijken met de resultaten van de vorige meting uit 2002. We wensen de lezer echter mee te geven dat het onderzoeksopzet van beide studies anders is. De bedoeling van de huidige vijfjaarlijkse studie was een nieuwe momentopname te maken van de papieren kopie in België, en dit op een grootschalige, betrouwbare en uiterst gedetailleerde manier. Het parallelle onderzoek naar het printen werd via een goeddeels identieke methodologie gevoerd.
  25. 25. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 33 3.2. Luik “Bevolking”: fotokopieer- en printgedrag De dataverzameling werd gerealiseerd aan de hand van telefonische interviews en persoonlijk in te vullen dagboeken. De telefonische interviews zorgden voor een zeer brede en representatieve steekproef, op basis waarvan het totaalvolume fotokopieën en prints op een betrouwbare basis kon bepaald worden. Personen werden daarna gevraagd om hun handelingen ten aanzien van fotokopieën en prints gedurende 7 dagen in een persoonlijk dagboek bij te houden. Zo werden over een periode van één jaar 4.532 fotokopieerhandelingen en 11.650 printhandelingen verzameld met informatie over het type en de oorsprong van het gereproduceerde werk (met aparte kolommen voor kopieën en prints, zie boven – aard van het bronwerk). Dit liet toe om het percentage kopieën en prints van beschermde werken nauwkeurig in kaart te brengen. Er is telkens gevraagd om uitsluitend reproducties aan te geven die men zelf gemaakt heeft op het werk, thuis of op een andere plaats, voor zichzelf of in opdracht van een andere persoon. Voor het luik “Face-to-face interviews” werd dezelfde aanpak gehanteerd. Om ervoor te zorgen dat het kopieer- en printgedrag in de bibliotheken en copyshops voldoende in kaart werd gebracht, werden bijkomend nog interviews uitgevoerd bij verschillende types bibliotheken en copyshops. Dit leverde 3.815 interviews en 1.037 individuele fotokopieerhandelingen en 691 printhandelingen op. 3.2.1. Telefonische interviews Rekrutering Alle respondenten werden geselecteerd uit een database van telefoonnummers die gemaakt werd via Random Digit Dialing (RDD). Deze database bevat zowel vaste als mobiele nummers. Om de willekeurige selectie van respondenten te kunnen garanderen, maakte Profacts gebruik van de “next birthday”-methode, en dit voor de vaste telefoonnummers. Bij mobiele nummers werd de eigenaar van het toestel zelf bevraagd. Elk telefonisch interview naar een vast nummer begon met de vraag “Is het mogelijk om te spreken met de persoon binnen het gezin die eerstvolgend verjaart en minstens 12 jaar is?”. Dit om een mogelijke vertekening in de steekproef uit te sluiten. Het is immers mogelijk dat personen met eenzelfde profiel eerder de telefoon zullen opnemen. Door te vragen naar de persoon die eerstvolgend verjaart, wordt er een spreiding bekomen binnen de gezinnen.
  26. 26. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 34 Vragenlijst In het kader van de onderzoeksdoelstellingen, bevat de vragenlijst voor de telefonische interviews vragen over:  Het socio-demografisch profiel (leeftijd, geslacht, regio, onderwijsniveau, beroep)  De activiteitssector (indien actief)  Het fotokopieergedrag: frequentie en volume van fotokopieën  Het printgedrag: frequentie en volume van prints  De doelstelling van de fotokopieer- of printhandeling: privé of professioneel  De rekrutering voor de dagboekfase De CATI (Computer Assisted Telephone Interviewing) vragenlijst is te vinden in bijlage 1. Veldwerk en steekproef In totaal werden 8.465 telefonische interviews gerealiseerd. Het veldwerk werd gespreid van 1 december 2011 tot en met 14 november 2012. Hierdoor konden eventuele seizoensschommelingen weggewerkt worden. Alle interviews werden afgenomen door het Profacts call center. De gemiddelde duurtijd van de vragenlijst was 9,5 minuten. Op een totaal aantal oproepen van 185.742, resulteerde 5% in een volledig afgewerkt interview. Over de kwartalen heen varieerde de successrate tussen 3% en 7%. 50% van alle oproepen gaf geen contact, 13% was een fout nummer, 5% een afspraak en 28% een weigering. Om voldoende observaties te kunnen maken bij de actieve populatie en bij studenten (en bijgevolg voldoende respondenten te recruteren voor de dagboekenfase) werd de steekproef aselect samengesteld. In een volledig representatieve steekproef kunnen we 61% actieve personen en studenten verwachten (47% actieve personen en 14% studenten2 ). Met andere woorden, indien er willekeurig 100 mensen opgebeld worden, dan zullen er bij benadering 61 actief en 39 inactief zijn. Voor deze studie werd 70% actieve personen en studenten als target genomen. De steekproef werd daarna gecorrigeerd volgens de officiële NIS/CIM Golden Standard statistieken 2012 (cfr. hoofdstuk 3.4. Correctie van de steekproef). 2 Bron: CIM Golden Standard 2012
  27. 27. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 35 De behaalde bruto steekproef wordt weergegeven in onderstaande tabel: BRUTO STEEKPROEF TELEFONISCHE INTERVIEWS TOTAAL 8.465 100% Met professionele activiteit 4.727 56% Studenten 1.509 18% Zonder professionele activiteit 2.229 26% Man 3.734 44% Vrouw 4.731 56% 12-24 1.639 19% 25-34 1.118 13% 35-54 3.400 40% 55+ 2.308 27% Noord 4.767 56% Zuid (inclusief Brussel) 3.698 44% Antwerpen 1.286 15% West-Vlaanderen 906 11% Oost-Vlaanderen 1.050 12% Limburg 663 8% Henegouwen 911 11% Luik 922 11% Luxemburg 267 3% Namen 465 5% Brussel 734 9% Vlaams-Brabant 862 10% Waals-Brabant 399 5% Tabel 1: structuur van de bruto steekproef (telefonische interviews)
  28. 28. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 36 3.2.2. Persoonlijke dagboeken Rekrutering De deelnemers voor het dagboekenluik werden gerekruteerd via de telefonische interviews en via speciale campusrekruteringsmomenten op universiteitscampussen verspreid over het Belgisch grondgebied. Deelname was op volstrekt vrijwillige basis. De respondenten die toestemden om deel te nemen aan dit onderdeel van de studie ontvingen een persoonlijk papieren dagboek per post binnen de 5 dagen na het telefoongesprek, of in het geval van de campusrekrutering, uit handen van een Profacts enquêteur. Dagboeken Elke respondent vulde vervolgens het dagboek in gedurende 1 week (7 opeenvolgende dagen, inclusief weekends). De respondent had de keuze om het dagboek hetzij kosteloos via de post terug te sturen of online in te vullen via een specifiek voor dit onderzoek ontwikkelde website. Iedere respondent kreeg hiervoor een unieke login en een uniek paswoord. Speciale aandacht werd besteed aan personen jonger dan 18 jaar. Hen werd een “informed consent” meegeleverd, conform de ESOMAR richtlijnen betreffende deontologisch correct marktonderzoek. Deze informed consent diende ondertekend te worden door de ouders of wettelijke voogd van de jongere. Het dagboek bevat instructies om het op een correcte manier in te vullen en vragen over:  Het soort actie (fotokopie vs. print)  Het type document  De drager / bron  Het doel (privé vs. professioneel)  De locatie waar de reproductie gemaakt werd  De taal van het document  Het aantal gemaakte fotokopieën/prints per handeling Hier dient opgemerkt te worden dat er bij de oorsprong van de printhandelingen (hierboven beschreven als de drager/bron) een extra modaliteit werd toegevoegd om het niveau van detail te verhogen. Waar er bij de oorsprong van de fotokopieën een antwoordmogelijkheid ‘9 – andere bron (specificeer)’ bestond, kon de respondent bij de printhandelingen antwoorden met ‘9a – Educatieve, professionele of wetenschappelijke databank (specificeer)’ of ‘9b – Overige (specificeer)’. De aard van het bronwerk is immers niet steeds dezelfde bij kopieën en prints: waar bij fotokopieën het bronwerk doorgaans zelf ook een papieren werk is, is de bron van een print vaak (zij het niet steeds) een digitaal werk dat niet op een fysieke drager is vervat. Het dagboek kan in bijlage 2b geconsulteerd worden. Er werd ook een begeleidende brief voorzien, deze kan geraadpleegd worden in bijlage 2a.
  29. 29. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 37 Veldwerk en steekproef Een minimum van 1.250 dagboeken werd vooropgesteld, waarvan minstens 1.000 bij de actieve bevolking en 250 bij de inactieven en studenten. Dagboeken bij studenten en medewerkers van de universiteiten werden opgedreven via campusrekruteringsmomenten. Tijdens de verwerkingsfase werd er gecorrigeerd voor deze oversampling. Zie hoofdstuk 3.4. Correctie van de steekproef. In totaal werden 3.261 dagboeken verstuurd. Alle dagboeken werden verstuurd (of uitgedeeld) tussen december 2011 en november 2012. Het versturen van de dagboeken was dus doorheen het jaar gespreid om een homogene distributie ervan te verzekeren en eventuele seizoens- schommelingen op te vangen. Van deze 3.261 dagboeken werden in totaal 1.536 ingevulde dagboeken teruggestuurd, waarvan 1.095 bij actieven en 441 bij inactieven en studenten. TOTAAL MET PROFESSIONELE ACTIVITEIT ZONDER PROFESSIONELE ACTIVITEIT / STUDENTEN TOTAAL 1.536 1.095 441 Recrutering via telefonische interviews 1.315 1.055 260 Recrutering via campus recruitment 221 40 181 Tabel 2: ingezamelde dagboeken - split actief/niet actief - CATI vs campus Bij de dagboeken die verzameld werden via de telefonische interviews werd een rigoureuze controle uitgevoerd op de geregistreerde socio-demografische data. De insteek was om na te gaan of de persoon die het dagboek invulde dezelfde persoon was die telefonisch werd bevraagd in het CATI luik. Op basis van deze controle werden 7 dagboeken als ‘niet valide’ beschouwd. Dit brengt het totaal aantal valide dagboeken voor analyse op 1.529 (hetzij 47% op een totaal van 3.261 verstuurde dagboeken). De meerderheid van deze dagboeken werd op papier teruggestuurd (975), de rest (554) werd online door de respondent ingegeven. Deze aantallen zijn inclusief de via campus recruitment bekomen dagboeken.
  30. 30. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 38 De behaalde bruto steekproef wordt weergegeven in onderstaande tabel: BRUTO STEEKPROEF DAGBOEKEN TOTAAL 1.529 100% Met professionele activiteit 866 57% Studenten 403 26% Zonder professionele activiteit 260 17% Man 627 41% Vrouw 902 59% 12-24 413 27% 25-34 212 14% 35-54 608 40% 55+ 296 19% Noord 930 61% Zuid (inclusief Brussel) 599 39% Antwerpen 228 15% West-Vlaanderen 232 15% Oost-Vlaanderen 205 13% Limburg 108 7% Henegouwen 140 9% Luik 153 10% Luxemburg 50 3% Namen 87 6% Brussel 111 7% Vlaams-Brabant 157 10% Waals-Brabant 58 4% Tabel 3: structuur van de bruto steekproef (dagboeken)
  31. 31. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 39 3.2.3. Face-to-face interviews Het meten van het fotokopieer- en printgedrag bij bezoekers van copyshops en bibliotheken vereiste een specifieke aanpak, teneinde een voldoende aantal betrouwbare observaties te bekomen. Daarom werd deze doelgroep bevraagd via face-to-face interviews bij bibliotheken en copyshops. De face-to-face interviews werden uitgevoerd op de volgende locaties:  Bibliotheken, met een onderscheid tussen bibliotheken in onderwijsinstellingen, openbare bibliotheken, overheidsbibliotheken en bibliotheken bij ‘andere vergoedingsplichtigen’  Kopieercentra, met een onderscheid tussen: o Kopieercentra met fotokopie als hoofdactiviteit, met bijkomend onderscheid tussen kopieercentra nabij en niet nabij universiteiten/hogescholen o Kopieercentra met fotokopie als secundaire activiteit (krantenwinkels en dergelijke) Profacts voorzag een optimale spreiding over het Belgische grondgebied en tussen de verschillende types bibliotheken en copyshops (zie ook tabel 4). Rekrutering De respondenten werden gerekruteerd aan de uitgang van de geselecteerde copyshops en bibliotheken en werden bevraagd over hun fotokopieer- en printgedrag in die locatie op dat moment. Voor deze selectie werden door middel van deskresearch opgestelde lijsten gebruikt van bibliotheken en copyshops, met oog voor een maximale spreiding over het Belgisch grondgebied en gedurende een periode van één jaar. Vragenlijst De vragenlijst bevat vragen die zeer gelijkaardig zijn aan de vragen uit het dagboek:  Het soort actie (fotokopie / print)  Het type document  De drager/bron  Het doel (privé/professioneel)  De taal van de documenten  Het aantal gerealiseerde fotokopieën en prints per handeling De vragenlijst van dit luik is te vinden in bijlage 3. Veldwerk en steekproef In totaal werden 3.815 face-to-face interviews afgenomen bij bibliotheken en copyshops. Alle interviews werden afgenomen door getrainde Profacts interviewers, op weekdagen en zaterdagen tussen 09.00u ’s morgens en 19.00u ’s avonds. Het veldwerk liep continu van 5 december 2011 tot en met 27 november 2012 om een homogene distributie te verzekeren.
  32. 32. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 40 Hieronder is een overzicht te vinden van de interviews die in de verschillende bibliotheken en copyshops hebben plaatsgevonden. Drukbezochte locaties leverden meer interviews op, bijvoorbeeld universiteits- en hogeschoolbibliotheken en grote copyshops. Onder interviews wordt hier verstaan: de bezoekers van een bibliotheek of een copyshop die geantwoord hebben op de door de enquêteur voorgelegde vragen. Dit impliceert niet dat de respondent ook daadwerkelijk fotokopieën of prints heeft gemaakt. Het kon immers gaan om een respondent die louter iets kwam kopen, iemand vergezelde, et cetera. TOTAAL AANTAL FACE-TO-FACE INTERVIEWS 3.815 BIBLIOTHEKEN 1.946 Onderwijsinstellingen Bibliotheken in de verschillende onderwijsinstellingen (behalve universiteits- en hogeschoolbibliotheken) 375 Universiteits- en hogeschoolbibliotheken 1.099 Instellingen van openbare uitlening Bibliotheken (behalve bibliotheken onderwijsinstellingen) 340 Overheden Interne bibliotheken van overheidsinstituten 67 Bibliotheken van federale musea of wetenschappelijke instellingen (o.a. Koninklijke Bibliotheek, Algemeen Rijksarchief …) 24 Andere vergoedingsplichtigen Bibliotheken die niet aan een onderwijsinstelling zijn verbonden of door overheid zijn opgericht of gefinancierd 41 KOPIEERCENTRA 1.869 Kopieercentra (primaire activiteit nabij universiteit/hogeschool) 790 Kopieercentra (primaire activiteit niet nabij universiteit/hogeschool) 437 Kopieercentra (secundaire activiteit) 642 Tabel 4: aantal face-to-face interviews en verdeling per type locatie
  33. 33. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 41 3.2.4. Apparatenbezit en reproductiegedrag in de thuisomgeving Voor een analyse van de relatie tussen het reproductiegedrag (kopieën en prints) in de thuisomgeving en het apparatenbezit in deze omgeving, is geopteerd voor een onderverdeling van de respondenten op basis van het bezit van een aantal (reproductie)apparaatcategorieën thuis. Het dagboek liet toe om een link te leggen tussen de locatie van de reproducties (in dit geval: thuis) en het bezit van één of meerdere reproductieapparaten van een bepaald type. Zo kon aangeduid worden hoeveel van volgende apparaten thuis ter beschikking van de respondenten staan: - Multifunctionele apparaten (MFD’s) - Kopieerapparaten - Printers - Scanners - Faxtoestellen - Duplicatoren - Offsetmachines Let wel: voor de analyse van het thuisgebruik van reproductietoestellen werd er alleen gekeken naar respondenten die thuis slechts over één enkele apparaatcategorie beschikken, hetzij een MFD, hetzij een printer. Uiteraard geeft deze subsample niet het totaalbeeld van de reproducties (en van de reproducties van beschermd werk) die in de thuisomgeving gemaakt worden. Het grootste gedeelte van de reproducties in de thuisomgeving wordt immers gemaakt door respondenten die thuis over een MFD en/of een printer én over andere apparaattypes beschikken. De analyse van het thuisgebruik van reproductietoestellen maakt dan ook een uiterst voorzichtige inschatting, precies omdat ze geen rekening houdt met respondenten die thuis over meer dan één apparaatcategorie beschikken. Zo wordt, bijvoorbeeld, meer dan de helft van de prints op de thuislocatie gemaakt door respondenten die over meer dan één apparaatcategorie beschikken (bv. een MFD en een faxtoestel), wat overigens geldt zowel voor de totale aantallen prints, als voor de prints van een beschermd bronwerk. 3.3. Luik “Organisaties”: hardware & reproductiebudget Het luik “Organisaties” is bedoeld om de reproductiehardware en het reproductiebudget (voor zowel kopieën als prints) binnen Belgische ondernemingen en instellingen in kaart te brengen. De dataverzameling gebeurde aan de hand van een zelf in te vullen vragenlijst. De vragenlijst werd op papier bezorgd aan de verantwoordelijke voor de reproductiehardware en het reproductiebudget in elke organisatie, en kon online worden ingevuld. In totaal vulden 3.615 ondernemingen/instellingen de vragenlijst in, wat een uiterst robuuste steekproef vertegenwoordigt.
  34. 34. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 42 Rekrutering Alle ondernemingen/instellingen werden gerekruteerd uit bestanden die werden aangekocht bij een list broker (Graydon). Uit deze aangeleverde bestanden werden steekproeven getrokken voor elke wave, in overeenstemming met de te behalen quota. Vragenlijst Ondernemingen/instellingen ontvingen een formele brief ondertekend door Reprobel en een zelf in te vullen vragenlijst op papier. In het licht van de onderzoeksdoelstellingen, bevat de vragenlijst vragen over:  Het productbezit (apparaten) met betrekking tot de reproductie op papier van documenten binnen de organisatie  Het budget besteed aan reproductie en reprografievergoeding  Het profiel van de organisatie De brief en de vragenlijst zijn te vinden in bijlage 4a en 4b. Veldwerk en steekproef In totaal werden 3.615 organisaties bevraagd. Alle vragenlijsten werden verstuurd tussen 10 januari en 28 september 2012. Het versturen van de vragenlijsten was gespreid over 5 waves, om een maximale spreiding ervan te verzekeren. Waves waren voorzien in januari, mei, juli, september en oktober 2012. Alle waves samengenomen werden er 15.270 enquêtes verstuurd naar organisaties. Dit correspondeert met een responsratio van 24%. De behaalde bruto steekproef wordt weergegeven in onderstaande tabel: BRUTO STEEKPROEF ORGANISATIES TOTAAL 3.615 100% Bedrijf uit de privésector (bedrijfsleven), behalve onderwijs- of onderzoeksinstelling 2.211 61% Openbare sector (overheid), behalve onderwijs- of onderzoeksinstelling 329 9% Onderwijs- of onderzoeksinstelling 1.075 30% Noord 1.395 39% Zuid (inclusief Brussel) 2.220 61% Tabel 5a: structuur van de bruto steekproef (organisaties)
  35. 35. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 43 BRUTO STEEKPROEF PRIVESECTOR TOTAAL PRIVESECTOR 2.211 61 % A - Landbouw, bosbouw en visserij 57 2 % B - Winning van delfstoffen 5 0,2 % C - Industrie 385 11 % D -Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht 10 0,5 % E - Distributie van water, afval- en afvalwaterbeheer en sanering 7 0,3 % F - Bouwnijverheid 257 7 % G -Groot- en detailhandel, reparatie van auto's en motorfietsen 432 12 % H -Vervoer en opslag 84 2 % I - Verschaffen van accomodatie en maaltijden 144 4 % J - Informatie en communicatie 118 3 % K - Financiële activiteiten en verzekeringen 64 2 % L - Exploitatie van en handel in onroerend goed 53 1 % M -Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten 136 4 % N -Administratieve en ondersteunende diensten 167 5 % Q -Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening 113 3 % R - Kunst, amusement en recreatie 37 1 % S - Overige diensten 134 4 % T - Huishoudens als werkgever van huishoudelijk personeel 8 0,4 % <10 1.741 48 % 10 tot 49 258 7 % 50 tot 199 111 3 % 200+ 101 3 % Brussel 229 6 % Vlaams-Brabant 205 6 % Antwerpen 446 12 % Limburg 219 6 % Oost-Vlaanderen 270 7 % West-Vlaanderen 320 9 % Luik 169 5 % Namen 60 2 % Henegouwen 157 4 % Luxemburg 41 1 % Waals-Brabant 95 3 % Tabel 5b: structuur van de bruto steekproef (privésector)
  36. 36. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 44 BRUTO STEEKPROEF OVERHEID TOTAAL OVERHEID 329 9 % Gemeentebesturen 99 3 % OCMWs 85 2 % Politie 37 1 % Provinciebesturen 4 0,1 % Federale staat 23 1 % Internationale & Europese instellingen 22 1 % Instellingen van openbaar nut 59 2 % Tabel 5c: structuur van de bruto steekproef (overheid) BRUTO STEEKPROEF ONDERWIJS TOTAAL ONDERWIJS 1.075 30 % Basisonderwijs 507 14 % Secundair onderwijs 238 7 % Niet universitair hoger onderwijs 11 0,3 % Universitair onderwijs 9 0,2 % Diverse organismen voor integratie 39 1 % Deeltijds Kunstonderwijs 103 3 % Privé-onderwijs 168 5 % Tabel 5d: structuur van de bruto steekproef (onderwijs) 3.4. Correctie van de steekproef In de praktijk zijn verschillen tussen de gerealiseerde steekproef en de gewenste steekproef onvermijdelijk. Enquêteurs worden steeds meer geconfronteerd met weigeringen, en tekorten in de steekproef hebben vaak te maken met moeilijk te bereiken profielen. Deze verschillen worden door een weging gecorrigeerd. Daarnaast dient een weging ook om bewuste disproportionaliteit in de steekproef te corrigeren. Dit is precies het geval bij deze studie. Om voldoende observaties te hebben bij actieve mensen en studenten, werden immers bij deze twee groepen meer telefonische interviews verricht dan strikt noodzakelijk vanuit proportioneel standpunt. Dankzij de weging worden dergelijke verschillen uitgevlakt zodat conclusies kunnen getrokken worden die representatief zijn voor het volledige onderzoeksuniversum.
  37. 37. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 45 3.4.1. Luik “Bevolking” 3.4.1.1. Telefonische interviews Universum Voor de telefonische interviews werd als referentiepopulatie de Belgische bevolking vanaf 12 jaar vooropgesteld, zijnde 9.457.000 personen volgens de officiële NIS/CIM Golden Standard statistieken 2012. Steekproef Om voldoende deelnemers te hebben voor het dagboekluik, is bij de telefonische interviews gekozen voor een disproportionele steekproef waarbij actieven en studenten oververtegenwoordigd worden. Naast een representatieve verdeling op het vlak van de belangrijkste socio-demografische kenmerken (geslacht, leeftijd en regio), hield Profacts rekening met de structuur van de actieve bevolking per activiteitensector. Om een voldoende grote steekproef te hebben in elke activiteitensector, maakte Profacts ook hier gebruik van een disproportionele steekproef. Met behulp van een weging (zie volgende paragraaf) werd de behaalde steekproef dan nadien gecorrigeerd naar de werkelijke verhoudingen binnen de populatie. Weging Aangezien Profacts gebruik heeft gemaakt van disproportionele steekproeven, werden de resultaten herwogen op basis van de representatieve verdeling in de populatie. Bij een weging wordt aan ondervertegenwoordigde groepen respondenten een gewicht toegekend groter dan 1, terwijl oververtegenwoordigde groepen een gewicht lager dan 1 toegekend krijgen. De weging werd uitgevoerd met de officiële NIS/CIM Golden Standard statistieken 2012. Volgende variabelen werden gebruikt:  Variabele 1 : geslacht x Nielsen x leeftijd  Variabele 2 : geslacht x provincie  Variabele 3 : leeftijd x provincie  Variabele 4 : geslacht x Nielsen x activiteitsgraad  Variabele 5 : geslacht x beroepsklasse  Variabele 6 : sector x provincie bedrijf privésector  Variabele 7 : subsector activiteitsgraad Dergelijke gekruiste weegmatrix laat toe om binnen elke cel strikt representatief te werken. Zo werd bijvoorbeeld binnen elke provincie herwogen naar de werkelijke verhoudingen van geslacht en leeftijd, binnen de sectoren naar de werkelijke verdeling van de bedrijven/instellingen over het Belgische grondgebied et cetera.
  38. 38. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 46 Dit is weergegeven in tabel 6 hieronder: BRUTO STEEKPROEF CATI GEWOGEN STEEKPROEF CATI TOTAAL 8.465 100% 8.465 100% Met professionele activiteit 4.727 56% 4.021 47% Studenten 1.509 18% 1.164 14% Zonder professionele activiteit 2.229 26% 3.281 39% Man 3.734 44% 4.125 49% Vrouw 4.731 56% 4.340 51% 12-24 1.639 19% 1.512 18% 25-34 1.118 13% 1.259 15% 35-54 3.400 40% 2.797 33% 55+ 2.308 27% 2.897 34% Noord 4.767 56% 4.915 58% Zuid (inclusief Brussel) 3.698 44% 3.550 42% Antwerpen 1.286 15% 1.368 16% West-Vlaanderen 906 11% 917 11% Oost-Vlaanderen 1.050 12% 1.125 13% Limburg 663 8% 662 8% Henegouwen 911 11% 1.012 12% Luik 922 11% 831 10% Luxemburg 267 3% 205 2% Namen 465 5% 367 4% Brussel 734 9% 841 10% Vlaams-Brabant 862 10% 842 10% Waals-Brabant 399 5% 294 3% Tabel 6: structuur van bruto steekproef en gewogen steekproef (telefonische interviews)
  39. 39. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 47 3.4.1.2. Dagboeken Universum Net als voor de telefonische interviews werd als referentiepopulatie de Belgische bevolking vooropgesteld vanaf 12 jaar, zijnde 9.457.000 personen volgens de officiële NIS/CIM Golden Standard statistieken 2012. Steekproef Door representativiteit op de belangrijkste socio-demografische kenmerken voorop te stellen (zoals geslacht, leeftijd en regio) bij het telefonisch luik en waar nodig disproportioneel te werken (b.v. op het vlak van activiteitsgraad), werd een optimale instroom voor het dagboekluik voorzien, die nadien door middel van een weging gecorrigeerd werd naar de verschillende dimensies binnen de Belgische populatie. Weging Voor het dagboekluik werd een gelijkaardige weegmatrix als voor de telefonische interviews gebruikt.  Variabele 1 : geslacht x Nielsen x leeftijd  Variabele 2 : geslacht x provincie  Variabele 3 : leeftijd x provincie  Variabele 4 : geslacht x Nielsen x activiteitsgraad  Variabele 5 : subsector activiteitsgraad Om het resultaat van de weging op de steekproefaantallen te visualiseren, zijn hieronder de belangrijkste socio-demografische parameters terug te vinden vóór weging versus na weging. Daarin valt de oversampling op actieven en studenten goed te bemerken.
  40. 40. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 48 BRUTO STEEKPROEF DAGBOEKEN GEWOGEN STEEKPROEF DAGBOEKEN TOTAAL 1.529 100% 1.529 100% Met professionele activiteit 866 57% 726 47% Studenten 403 26% 210 14% Zonder professionele activiteit 260 17% 593 39% Man 627 41% 745 49% Vrouw 902 59% 784 51% 12-24 413 27% 273 18% 25-34 212 14% 227 15% 35-54 608 40% 505 33% 55+ 296 19% 523 34% Noord 930 61% 888 58% Zuid (inclusief Brussel) 599 39% 641 42% Antwerpen 228 15% 247 16% West-Vlaanderen 232 15% 166 11% Oost-Vlaanderen 205 13% 203 13% Limburg 108 7% 120 8% Henegouwen 140 9% 183 12% Luik 153 10% 150 10% Luxemburg 50 3% 37 2% Namen 87 6% 66 4% Brussel 111 7% 152 10% Vlaams-Brabant 157 10% 152 10% Waals-Brabant 58 4% 53 3% Tabel 7: structuur van bruto steekproef en gewogen steekproef (dagboeken)
  41. 41. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 49 3.4.2. Luik “Organisaties” Universum Voor het luik organisaties werd als referentie de volledige Belgische populatie van bedrijven en instellingen vooropgesteld, zijnde 256.784 bedrijven en instellingen volgens de officiële RSZ statistieken van 2012, cijfers beschikbaar op de belangrijke onderwijssites3 in België en de studiedienst Vlaamse Regering – Morfologie Lokale Politie - RSZPPO. Steekproef Quota werden gedefinieerd op basis van de activiteitssector. Om een voldoende grote steekproef te hebben voor elke activiteitssector, werd een disproportionele steekproef gebruikt. Zo werd het aantal interviews in de onderwijs- en overheidssector opgedreven om het vereiste niveau van gedetailleerde analyses en de efficiëntie van de weging te bekomen. Deze disproportionaliteit werd nadien gecorrigeerd naar de verschillende dimensies binnen het universum van de Belgische organisaties door middel van een weging. Weging Voor het luik organisaties werd volgende weegmatrix gebruikt:  Variabele 1 : hoofdsector x regio x aantal werknemers  Variabele 2 : subsectoren  Variabele 3 : aantal werknemers voor de privésector  Variabele 4 : provincie voor de privésector Om het resultaat van de weging op de steekproefaantallen te visualiseren, zijn hieronder de belangrijkste weegparameters terug te vinden vóór weging versus na weging. Er valt duidelijk op te merken dat het onderwijs en de overheid oversampled werden, met uiteraard een nacorrectie bij de verwerking van de resultaten (zie verder). BRUTO STEEKPROEF ORGANISATIES GEWOGEN STEEKPROEF ORGANISATIES TOTAAL 3.615 100% 3.615 100% Bedrijf uit de privésector (bedrijfsleven), behalve onderwijs- of onderzoeksinstelling 2.211 61% 3.435 95% Openbare sector (overheid), behalve onderwijs- of onderzoeksinstelling 329 9% 72 2% Onderwijs- of onderzoeksinstelling 1.075 30% 108 3% Noord 1.395 39 % 2.113 58 % Zuid (inclusief Brussel) 2.220 61 % 1.502 42 % Tabel 8a: structuur van de bruto steekproef en gewogen steekproef (organisaties) 3 http://www.ond.vlaanderen.be; http://www.enseignement.be; http://www.unterrichtsverwaltung.be
  42. 42. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 50 BRUTO STEEKPROEF PRIVESECTOR GEWOGEN STEEKPROEF PRIVESECTOR TOTAAL PRIVESECTOR 2.211 61% 3.435 95% A - Landbouw, bosbouw en visserij 57 2% 65 2% B - Winning van delfstoffen 5 0,1% 2 0,1% C - Industrie 385 11% 259 7% D - Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht 10 0,3% 3 0,1% E - Distributie van water, afval- en afvalwaterbeheer en sanering 7 0,2% 17 0,5% F - Bouwnijverheid 257 7% 394 11% G - Groot- en detailhandel, reparatie van auto's en motorfietsen 432 12% 918 25% H - Vervoer en opslag 84 2% 137 4% I - Verschaffen van accomodatie en maaltijden 144 4% 315 9% J - Informatie en communicatie 118 3% 72 2% K - Financiële activiteiten en verzekeringen 64 2% 156 4% L - Exploitatie van en handel in onroerend goed 53 1% 96 3% M -Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten 136 4% 250 7% N - Administratieve en ondersteunende diensten 167 5% 174 5% Q - Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening 113 3% 228 6% R - Kunst, amusement en recreatie 37 1% 88 2% S - Overige diensten 134 4% 229 6% T - Huishoudens als werkgever van huishoudelijk personeel 8 0,2% 32 1% <10 1.741 48% 2.784 77% 10 tot 49 258 7% 515 14% 50 tot 199 111 3% 111 3% 200+ 101 3% 25 1% Brussel 229 6% 428 12% Vlaams-Brabant 205 6% 285 8% Antwerpen 446 12% 581 16% Limburg 219 6% 265 7% Oost-Vlaanderen 270 7% 432 12% West-Vlaanderen 320 9% 446 12% Luik 169 5% 322 9% Namen 60 2% 139 4% Henegouwen 157 4% 331 9% Luxemburg 41 1% 77 2% Waals-Brabant 95 3% 129 4% Tabel 8b: structuur van de bruto steekproef en gewogen steekproef (privésector)
  43. 43. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 51 BRUTO STEEKPROEF OVERHEID GEWOGEN STEEKPROEF OVERHEID TOTAAL OVERHEID 329 9 % 72 2 % Gemeentebesturen 99 3 % 20 1 % OCMWs 85 2 % 20 1 % Politie 37 1 % 7 0,2 % Provinciebesturen 4 0,1 % 1 0,03 % Federale staat 23 1 % 1 0,03 % Europese instellingen 22 1 % 11 0,3 % Instellingen van openbaar nut 59 2 % 12 0,3 % Tabel 8c: structuur van de bruto steekproef en gewogen steekproef (overheid) BRUTO STEEKPROEF ONDERWIJS GEWOGEN STEEKPROEF ONDERWIJS TOTAAL ONDERWIJS 1.075 30 % 108 3 % Basisonderwijs 507 14 % 54 1 % Secundair onderwijs 238 7 % 21 1 % Niet universitair hoger onderwijs 11 0,3 % 1 0,03 % Universitair onderwijs 9 0,2 % 1 0,03 % Diverse organismen voor integratie 39 1 % 4 0,1 % Deeltijds Kunstonderwijs 103 3 % 14 0,4 % Privé-onderwijs 168 5 % 13 0,4 % Tabel 8d: structuur van de bruto steekproef en gewogen steekproef (onderwijs)
  44. 44. 4RESULTATEN FOTOKOPIEËN
  45. 45. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 55 4. RESULTATEN FOTOKOPIEËN In dit deel van het rapport worden de resultaten op de 5 onderzoeksvragen voorzien in het K.B. van 30 oktober 1997 (papieren kopie), zoals vermeld in hoofdstuk 2 (kader en doelstellingen) besproken: 1) Het aantal apparaten en de verdeling ervan per sector 2) Het aantal fotokopieën en de verdeling ervan per sector 3) Het aantal fotokopieën van beschermde werken en de verdeling ervan per sector 4) Het aantal fotokopieën van beschermde werken per categorie 5) Het budget dat wordt besteed aan reproductie en reprografievergoeding (kopieën) Deze resultaten worden telkens uitgesplitst per sector. In bijlage 5a worden de resultaten verder uitgesplitst per subsector. Belangrijke inleidende opmerking: Het is belangrijk om te onderstrepen dat het doel van de kopie naar Belgisch recht juridisch ondergeschikt is aan de plaats waar die kopie werd genomen. Artikel 60 van de wet van 30 juni 1994 op de auteursrechten bepaalt immers: “Bovendien moeten de natuurlijke personen of de rechtspersonen die kopieën van werken vervaardigen, een vergoeding betalen die evenredig is aan het aantal vervaardigde kopieën of, desgevallend, met décharge van eerstgenoemden, door hen die onder bezwarende titel of gratis een reproduktieapparaat ter beschikking stellen van anderen.” Hieruit kan duidelijk worden afgeleid dat natuurlijke of rechtspersonen die fotokopieën van beschermd werk maken evenals eenieder die tegen betaling of gratis een reproductieapparaat ter beschikking stelt van anderen, de evenredige vergoeding op de fotokopieën moet betalen, ongeacht het doel waarmee die papieren kopieën worden genomen. De wetgever vermeldt in dit artikel immers het doel van de kopie niet en algemeen wordt aangenomen dat de reprografieregeling naar Belgisch recht zowel echte privé-kopieën als interne kopieën binnen de onderneming of instelling omvat en afdekt. Concreet voorbeeld: als een fotokopie in een school werd genomen, dan werd die in deze studie toegerekend aan de sector onderwijs, zelfs al werd de kopie op de werkvloer genomen voor privé- doeleinden. Omgekeerd: een fotokopie die door een leerkracht of leerling thuis werd gemaakt, zelfs voor schooldoeleinden, werd niet aan de sector onderwijs maar aan de sector ‘thuis en elders’ toegewezen. We bespreken eerst de resultaten op basis van het luik “Bevolking”, dit wil zeggen de resultaten voor vragen 2, 3 en 4. In een volgend deel geven we de resultaten op basis van het luik “Bedrijven en organisaties” mee, dit is dus voor de vragen 1 en 5.
  46. 46. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 56 Figuur 2: overzicht doelstellingen studie (officieel luik) 4.1. Luik “bevolking”: het aantal fotokopieën en de verdeling ervan per sector 4.1.1. Methode Extrapolatieparameters Het totaalvolume fotokopieën dat jaarlijks in België wordt genomen, wordt gemeten aan de hand van telefonische interviews (CATI) en face-to-face interviews bij copyshops en bibliotheken. Om specifiek bij de copyshops en bibliotheken het aantal fotokopieën in te schatten, werd gebruik gemaakt van een aparte berekeningswijze die rekening houdt met het aantal openingsdagen, aantal bezoekers en gemiddeld aantal kopieën per bezoeker van de betreffende locaties (cf. verder in 4.1.1. Integratie van bibliotheken en copyshops).
  47. 47. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 57 De volgende drie parameters zijn van cruciaal belang om een correcte extrapolatie te kunnen maken naar de Belgische bevolking op basis van de CATI gegevens: 1. De proportie mensen binnen de Belgische bevolking die fotokopieën heeft gemaakt in de afgelopen 12 maanden. Dit wordt bepaald aan de hand van volgende vraag: “2.1. Heeft u in de afgelopen 12 maanden fotokopieën gemaakt? Het kan hier gaan om fotokopieën van documenten die u gemaakt heeft op het werk, thuis of op een andere plaats, voor uzelf of in opdracht van een andere persoon zoals een collega of een lid van uw familie...” (N.B.: personen die “minder vaak” antwoorden worden niet in de berekening van het aantal kopieën opgenomen) 2. Het gemiddeld aantal fotokopieën per persoon van de (sub)populatie per jaar. Dit gemiddelde wordt verkregen op basis van de vragen vermeld in stap 1 tot en met 3 op deze en de volgende pagina. 3. De grootte van de (sub)populatie. Deze cijfers zijn gebaseerd op de officiële statistieken van het NIS, CIM Golden Standard 2012, RSZ, RSZPPO, Vlaamse/Franse Gemeenschap, studiedienst Vlaamse Regering. Berekening van het gemiddeld aantal fotokopieën per persoon per jaar Stap 1 : berekening kopieerfrequentie per persoon per week Onderstaande vragen laten toe om per persoon de kopieerfrequentie op weekbasis te berekenen: 2.1b. Hoe vaak maakt u gemiddeld fotokopieën van documenten? Dit mag zowel thuis of op het werk als elders zijn. Zou u zeggen dat u fotokopieën maakt… 1. 1 of meerdere keren per week 2. 1 of meerdere keren per maand 3. 1 of meerdere keren per jaar 4. Minder vaak 2.1c Hoeveel keer per *week/*maand/*jaar (*ANTWOORD VRAAG 2.1b) maakt u gemiddeld fotokopieën van documenten? Dit mag zowel thuis of op het werk als elders zijn. I__I__I__I keer per *week*/ *maand*/ *jaar 1. Modaliteit 1: ‘1 of meerdere keren per week’ resulteert meteen in “x keer per week” 2. Modaliteit 2: ‘1 of meerdere keren per maand’ zal na herrekening via volgende formule: x = (y * 12/52) resulteren in “x keer per week” 3. Modaliteit 3 ten slotte zal na de formule x = y / 52 resulteren in “x keer per week”.
  48. 48. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 58 Stap 2: bepalen aantal fotokopieën per persoon per week Door de parameter ‘kopieerfrequentie per week’ (cfr. stap 1) te vermenigvuldigen met de geregistreerde ‘aantallen per keer’ (vraagstelling cfr. 2.2. hieronder), bekomen we per persoon een parameter ‘aantal kopieën per week’. 2.2. In het algemeen, als u fotokopieën neemt van documenten, hoeveel fotokopieën neemt u dan gemiddeld per keer? Indien u bijvoorbeeld 2 pagina’s in 5 exemplaren kopieert, dan rekent u 10 fotokopieën. Een recto verso kopie telt voor 2 pagina’s. Indien u het juiste aantal niet kent, geef dan uw beste schatting. I__I__I__I__I fotokopieën <IT: voorzie optie “weet niet”> Stap 3: berekening aantal fotokopieën per persoon per jaar De laatste stap in de berekening van het gemiddeld aantal fotokopieën per persoon per jaar is het vermenigvuldigen van de parameter “aantal kopieën per week” met 48 weken, daarbij rekening houdend met het wettelijk verlof van werknemers of andere periodes van verminderde kopieeractiviteit (bijv. bij studenten). Per respondent wordt op deze manier een “aantal fotokopieën per jaar” bekomen, die de basis vormt voor verdere berekeningen (cf. detail hierna). Onderstaand fictief voorbeeld verduidelijkt de gehanteerde berekeningswijze: Respondent- nummer Antwoord op 2.1b. (frequentie) Antwoord op 2.1c. Berekening "Keer per week" Antwoord op 2.2. (aantal per keer) "Fotokopieën per week" Parameter week "Fotokopieën per jaar" Respondent 1 1 of meerdere keren per week 2 - 2,0 10 20,0 46 920,0 Respondent 2 1 of meerdere keren per maand 6 x = (6*12)/52 1,4 6 8,3 46 382,2 Respondent 3 1 of meerdere keren per jaar 10 x=10/52 0,2 8 1,5 46 70,8 Respondent 4 Minder vaak - - - - - - - Tabel 9: fictief voorbeeld berekeningswijze aantal fotokopieën per jaar Bij deze verdere berekeningen wordt een gemiddelde berekend van de geconstrueerde parameter “aantal fotokopieën per jaar”. Omwille van het feit dat er soms extreem hoge aantallen aanwezig waren (outliers), en aangezien een rekenkundig gemiddelde gevoelig is aan extreme waarden, hebben we de 1% hoogste waarden afgevlakt teneinde tot een meer betrouwbaar gemiddelde te komen, zonder evenwel hierbij data te moeten opofferen.
  49. 49. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 59 Extrapolatie Voor de extrapolatie naar de totale populatie tenslotte worden de 3 parameters gecombineerd. De extrapolatieberekening samengevat: (proportie) x (gemiddeld aantal fotokopieën per persoon per jaar) x (totale populatie) = het aantal fotokopieën genomen door de Belgische bevolking op jaarbasis Integratie van bibliotheken en copyshops Om een zo accuraat mogelijk beeld te schetsen van de bibliotheken en copyshops werden deze sectoren bevraagd via een apart luik met een eigen specifieke aanpak, namelijk via face-to-face interviews (cfr. paragraaf 3.2.3). De extrapolatie voor deze sectoren gebeurt op basis van deze interviews. Om geen overlap te creëren met data die werd verzameld via de telefonische enquêtes, werd het totaal volume fotokopieën per jaar per respondent in kopieercentra of copyshops (op basis van onderstaande vraag uit het telefonische interview) uitgefilterd. 2.5. Hoeveel procent van de fotokopieën van documenten die u neemt, neemt u op de volgende plaatsen: 1. Bij u thuis I__I__I__I 2. Op het werk I__I__I__I 3. In een kopieercentrum of een copyshop I__I__I__I 4. In een kranten- of dagbladhandel, in een winkel,…. I__I__I__I 5. In een openbare bibliotheek I__I__I__I 6. In een onderwijs- of onderzoeksinstelling I__I__I__I (bibliotheken, musea & archieven inbegrepen) 7. Ergens anders I__I__I__I
  50. 50. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 60 Berekeningswijze voor de face-to-face interviewdata Om het volume fotokopieën in de bibliotheken en copyshops te berekenen, werd volgende werkwijze toegepast: Stap 1: berekening van het totaal aantal fotokopieën PER DAG per type locatie Dit gebeurt op basis van 3 cijfers, die gebaseerd zijn op observatie en registratie tijdens de face-to- face interviews: a. Totaal aantal geregistreerde fotokopieën per type locatie/per dag b. Totaal aantal geïnterviewden per type locatie/per dag c. Totaal aantal bezoekers per type locatie/per dag: dit werd bekomen door het aantal bezoekers in de bibliotheek of copyshop te tellen en te registreren. Het totaal aantal kopieën per type locatie per dag voor de totale bezoekerspopulatie wordt bekomen als volgt: (aantal fotokopieën per type locatie per dag) / (aantal geïnterviewden per type locatie per dag) X (totaal aantal bezoekers per type locatie per dag) = totaal aantal fotokopieën per type locatie per dag voor de totale bezoekerspopulatie Stap 2: extrapolatie van het totaal aantal fotokopieën per dag naar ALLE locaties en naar JAAR Vervolgens werd het aantal kopieën bekomen na stap 1 geëxtrapoleerd naar alle locaties en naar een volledig jaar: - extrapolatie naar alle locaties: voor elk type locatie werd bepaald welk % van het totaal aantal bestaande locaties werd bevraagd - extrapolatie naar jaarbasis: voor elk type locatie werd het aantal openingsdagen op jaarbasis bepaald. Hierbij werd rekening gehouden met het type locatie: o b.v. voor een bibliotheek in een secundaire school is rekening gehouden met 14 weken vakantie o b.v. voor een copyshop met secundaire activiteit is rekening gehouden met 4 weken vakantie De eindberekening gebeurde als volgt: (totaal aantal fotokopieën per type locatie per dag voor de totale bezoekerspopulatie) * (totaal aantal openingsdagen per jaar) / (percentage bevraagde locaties) = totaal aantal fotokopieën per type locatie per jaar
  51. 51. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 61 4.1.2. Resultaten: het aantal fotokopieën en de verdeling ervan per sector In totaal werden er in België in 2012 bijna 10,5 miljard fotokopieën gemaakt. In de vorige meting van 2002 werden nog ruim 22 miljard fotokopieën gemeten. Anders gezegd: het volume van kopieën in 2012 vertegenwoordigt nog slechts 47% van dat gemeten in 2002. 83,9% van de papieren kopieën wordt gemaakt in de professionele sectoren, tegenover 16,1% in de thuisomgeving of op een andere locatie (bijvoorbeeld bij vrienden of familie thuis, op kot, etcetera). Figuur 3: aantal fotokopieën in België in de professionele sectoren vs. thuis/ergens anders De privésector is de belangrijkste sector met ruim 48,3% van alle fotokopieën die in 2012 in België gemaakt werden. Het onderwijs staat in voor 25%. De overheid vertegenwoordigt 10,5% van het totale kopieervolume in 2012. Van alle professionele sectoren wordt er het minst gekopieerd in de openbare bibliotheken (4 miljoen fotokopieën of 0,01% van het totale volume). Thuis of op een andere locatie werden er 1,685 miljard fotokopieën gemaakt in 2012, ofwel 16,1% van het totaalvolume kopieën.
  52. 52. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 62 Figuur 4: aantal fotokopieën in België per sector FOTOKOPIEËN Aantallen Verdeling per sector Minimum Maximum Fouten marge Totaal 10.481.126.000 100% 10.370.026.000 10.592.226.000 1,06% Privé 5.062.541.000 48,3% 4.970.909.000 5.154.173.000 1,81% Onderwijs 2.625.028.000 25,0% 2.572.265.000 2.677.791.000 2,01% Thuis/elders 1.685.067.000 16,1% 1.667.205.000 1.702.928.000 1,06% Overheid 1.104.417.000 10,5% 1.068.634.000 1.140.200.000 3,24% Openbare bibliotheken 4.073.000 0,01% 3.857.000 4.289.000 5,31% Tabel 10: aantal fotokopieën in België per sector, inclusief foutenmarges
  53. 53. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 63 De foutenmarge werd telkens berekend voor de totale populatie en de deelpopulaties. Hiervoor werd rekening gehouden met het aantal respondenten in de steekproef, de totale (deel)populatie en het gekozen betrouwbaarheidsinterval (95%). Voor de 10,5 miljard fotokopieën genomen in heel België op een jaar tijd, zal een gelijke meting in 95% van de gevallen een getal opleveren tussen het interval 10,5 miljard – de foutenmarge (1,06%) en 10,5 miljard + de foutenmarge (1,06%). Met 95% waarschijnlijkheid ligt het aantal fotokopieën in België in 2012 dus tussen 10.370.026.000 en 10.592.226.000. 4.2. Luik “bevolking”: het aantal fotokopieën van beschermde werken en de verdeling ervan per sector 4.2.1. Definitie “beschermd werk” Naast het totaalvolume fotokopieën is een andere belangrijke parameter het percentage kopieën van beschermde werken. Reprobel omschrijft een werk als “auteursrechtelijk beschermd” als het getuigt van originaliteit en gematerialiseerd is in een concrete vorm. Het lastenboek omschrijft een beschermd werk als volgt: “Elk werk dat een originele creatie is die de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt en getuigt van een zekere intellectuele inspanning, is beschermd tot 70 jaar na het overlijden van de auteur. De auteursrechtelijke bescherming geschiedt automatisch zodra er sprake is van een originele creatie en zonder dat één of andere formele handeling vereist is.” Voorbeelden van beschermde werken zijn: literaire teksten, wetenschappelijke en educatieve werken, encyclopedieën, cursussen, muziekpartituren, foto’s, illustraties, tekeningen, schilderijen en meer algemeen boeken, kranten, tijdschriften, verzamelwerken met commentaar, handboeken .... 4.2.2. Bepaling “beschermd werk” op basis van het dagboek Door respondenten gedurende zeven opeenvolgende dagen gedetailleerd te laten invullen wat ze gekopieerd hebben, werd een dataset verzameld met 4.532 individuele observaties van fotokopieën. Voor elk van deze handelingen kon worden nagegaan of het om een beschermd of onbeschermd werk ging. Elke handeling in het dagboek bestond uit volgende gegevens: - Type document (fotokopie of print) - Drager/bron (met een onderscheid naargelang kopie of print) - Reden - Plaats - Taal
  54. 54. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 64 Figuur 5: definitie “beschermd werk” (kopieën) De definitie van een “beschermd werk” werd gebaseerd op het type document (d.i. de categorie van werk). Hierbij werden de strengst mogelijke criteria gehanteerd: 1. Enkel de hierboven in het groen aangeduide cellen werden opgenomen in de definitie. 2. De door de respondenten manueel ingevulde noteringen in de categorie ‘13 – Ander document dan de documenten hierboven vermeld’ werden zorgvuldig overlopen en gehercodeerd in beschermd werk of onbeschermd werk waar dit op grond van de door de respondent aangegeven notering mogelijk bleek. Enkele voorbeelden van dergelijke manuele noteringen bij type document: - Sis-kaart, factuur, ticket : niet beschermd - Tekening, oefening chemie : beschermd Bij de minste twijfel over de aard van het document of bij ontbrekende gegevens werd het document als niet beschermd gecatalogeerd.
  55. 55. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 65 Enkele voorbeelden van dergelijke manuele noteringen die niet als beschermd werk werden opgenomen : - “Routebeschrijving” of “wegbeschrijving” - “School” (wegens onvoldoende precies) Elke individuele cel uit figuur 5 werd ingevuld met de geregistreerde aantallen op basis van de kolom die het aantal fotokopieën weergeeft. Door deze aantallen in de verschillende categorieën op te tellen, en te delen door het totaal aantal geregistreerde fotokopieën, kan het percentage kopieën van beschermd werk vastgesteld worden. Bij de face-to-face interviews aan bibliotheken en copyshops werd een analoge aanpak gehanteerd. Respondenten die aangaven fotokopieën te hebben gemaakt in de copyshop of bibliotheek die ze bezocht hadden, kregen identiek dezelfde vragen als bij het dagboek, namelijk welk type document ze gekopieerd hadden, de drager, de reden, de taal van het document en het aantal pagina’s. Deze bevraging leverde 1.037 individuele handelingen op, bovenop de 4.532 geregistreerde handelingen via de dagboekmethode. 4.2.3. Resultaten: percentage en volume fotokopieën van beschermd werk per sector Er werden in 2012 meer dan 1,9 miljard fotokopieën uit beschermd werk genomen in België (d.w.z. een stijging van 12% t.o.v. de resultaten van de vorige meting in 2002). Dit komt overeen met 18,25% van het globale jaarlijkse kopieervolume. Wanneer we enkel de professionele sectoren in rekening brengen, dan is 16,83% van de fotokopieën genomen in de professionele sectoren een kopie van een beschermd werk, ofwel 1.480.094.427 pagina’s.
  56. 56. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 66 Figuur 6: volume en percentage fotokopieën van beschermde werken Het percentage fotokopieën van beschermde werken verschilt erg per sector. We zien aldus het hoogste percentage binnen de openbare bibliotheken (38,9%), het laagste binnen de private sector (9,0%). Figuur 7: percentage fotokopieën van beschermde werken per sector
  57. 57. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 67 FOTOKOPIEEN % Beschermd werk Minimum Maximum Foutenmarge TOTAAL 18,3% 15,7% 20,8% 2,51% Openbare bibliotheken 38,90% 33,60% 44,20% 5,31% Overheid 35,20% 27,90% 42,50% 7,28% Thuis/elders 25,70% 23,20% 28,20% 2,51% Onderwijs 24,20% 20,70% 27,70% 3,49% Privé 9,00% 4,30% 13,70% 4,69% Tabel 11: percentage fotokopieën van beschermde werken per sector inclusief foutenmarges Met een waarschijnlijkheid van 95% ligt het globale percentage fotokopieën van beschermde werken tussen 15,7% en 20,8%. Als we ook het totaal volume aan kopieën van beschermd werk in rekening brengen, is de educatieve sector de belangrijkste op gebied van kopieën van beschermde werken (33,2%), direct gevolgd door de privésector (23,8%), thuis of ergens anders (22,6%) en de overheid (20,3%). Figuur 8: volume fotokopieën van beschermde werken per sector en onderlinge procentuele verhouding van de sectoren
  58. 58. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 68 Aantal fotokopieën van beschermd werk Verdeling per sector Minimum Maximum Foutenmarge TOTAAL 1.912.809.000 100% 1.864.797.000 1.960.820.000 2,51% Onderwijs 635.458.000 33,20% 613.280.000 657.635.000 3,49% Privé 454.355.000 23,80% 433.046.000 475.665.000 4,69% Thuis/elders 432.714.000 22,60% 421.853.000 443.575.000 2,51% Overheid 388.697.000 20,30% 360.400.000 416.994.000 7,28% Openbare bibliotheken 1.584.000 0,10% 1.500.000 1.668.000 5,31% Tabel 12: Onderlinge verhouding aantal fotokopieën van beschermd werk per sector, inclusief foutenmarges Bij de vorige officiële meting in 2002 was de sectorale verdeling van het totaalvolume fotokopieën van beschermd werk als volgt: in het onderwijs werd 26,7% van het totaalvolume van kopieën van beschermde werken geregistreerd (hetzij +/- 455,2 miljoen kopieën); voor de privésector was dit 40,3% (+/- 688,9 miljoen kopieën), thuis of ergens anders 10,9% (+/- 186 miljoen kopieën), bij de overheid 21,0% (+/- 358,2 miljoen kopieën) en in openbare bibliotheken 1,1% (+/- 19,5 miljoen kopieën). Hoger werd er reeds op gewezen dat de beide officiële metingen, door methodologische verschillen, niet één op één kunnen worden vergeleken. Bovendien blijkt uit de Profacts-studie dat de populatie van personen die thuis als enige soort reproductieapparaat multifunctionele apparaten (MFD) hebben, zijnde 587 op een steekproef van 1529 respondenten, in 2012 119.810.846 fotokopieën heeft gemaakt van beschermde werken. Dit komt overeen met 32,1% van het totale aantal fotokopieën van auteursrechtelijk beschermde werken die in 2012 thuis werden gemaakt (373.764.783) – dus zonder rekening te houden met de locatie ‘elders’. De foutenmarge is 4,04% (plus of min). Let wel: dit is een uiterst voorzichtige inschatting, gebaseerd op een bijzondere methodologie (zie hoofdstuk 3.2.4. “Apparatenbezit en reproductiegedrag in de thuisomgeving”) die niet het kopieergedrag van personen die thuis over verschillende apparaatcategorieën (zoals een MFD en een scanner) beschikken, in kaart brengt.
  59. 59. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 69 4.3. Luik “bevolking”: het aantal fotokopieën van beschermde werken per categorie 4.3.1. Resultaten: het aantal fotokopieën van beschermde werken per categorie De meerderheid van de fotokopieën van beschermde werken (63,7%) wordt genomen uit educatieve of wetenschappelijke werken. Dit wordt gevolgd door “andere afbeelding” (9,9%), “andere non-fictie” (7,5%) en “literaire werken” (6,4%). Figuur 9: aantal fotokopieën van beschermde werken per categorie 4.3.2. Resultaten: het aantal en de onderlinge verhouding van fotokopieën van beschermde werken per categorie per sector “Educatieve of wetenschappelijke werken” maken in nagenoeg alle sectoren het gros uit van de fotokopieën van beschermde werken. Hieronder wordt het aandeel van elke categorie weergegeven per sector (in percentage en in absolute aantallen).
  60. 60. GROOTSCHALIG ONDERZOEK NAAR HET FOTOKOPIËREN EN PRINTEN IN BELGIË © Profacts - 2013 70 In percent Privé Onderwijs (incl. studenten) Overheid Openbare Bibliotheken Thuis/ergens anders Journalistieke tekst 1,1% 12,1% 0,9% 18,4% 5,3 % Literaire tekst 11,8% 1,7% 6,0% 16,3% 7,7 % Educatieve of wetenschappelijke tekst 47,3% 77,7% 83,0% 22,4% 43,3 % Andere non-fictie tekst 9,5% 0,7% 3,2% 34,7% 19,0 % Strip 0,1% 3,3% 0,0% 0,0% 2,4 % Foto (niet door respondent persoonlijk gemaakt) 1,3% 0,5% 1,3% 0,0% 3,8 % Andere afbeelding dan foto 26,3% 2,0% 3,9% 8,2% 9,4 % Partituur 2,4% 1,9% 1,5% 0,0% 9,1 % Ander beschermd document 0,2% 0,01% 0,3% 0,0% 0,0 % Totaal 100% 100% 100% 100% 100 % Tabel 13: onderlinge verhouding aantal fotokopieën van beschermde werken per categorie per sector Tabel 14: volume fotokopieën van beschermde werken per categorie per sector In aantal fotokopieën Privé Onderwijs (incl. studenten) Overheid Openbare Biblio- theken Thuis/ ergens anders Totaal Journalistieke tekst 4.886.055 76.670.426 3.597.071 290.927 22.782.730 108.227.209 Literaire tekst 53.551.911 10.872.004 23.435.476 258.602 33.450.798 121.568.791 Educatieve of wetenschappelijke tekst 214.688.941 493.902.842 322.593.842 355.578 187.499.299 1.219.040.502 Andere non-fictie tekst 43.346.395 4.393.937 12.352.435 549.529 82.249.503 142.891.799 Strip 586.222 21.237.958 0 0 10.250.414 32.074.594 Foto (niet door respondent persoonlijk gemaakt) 5.809.783 3.388.465 4.911.784 0 16.377.430 30.487.462 Andere afbeelding dan foto 119.439.263 12.930.774 15.152.749 129.301 40.841.764 188.493.851 Partituur 11.012.195 11.998.727 5.638.006 0 39.262.240 67.911.168 Ander beschermd document 1.034.597 62.755 1.015.879 0 0 2.113.231 Totaal 454.355.362 635.457.887 388.697.242 1.583.936 432.714.177 1.912.808.604

×