Successfully reported this slideshow.
Your SlideShare is downloading. ×

Historisch Bewoningsonderzoek boerderij bij de kapel op het Langeveld later Duinpoort in Noordwijk 1410 1865.pdf

Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
Ad
1
Boerderij Duinpoort in 1940 (Bron: “Langs erf, vaart en duin. Boerderijen van Noordwijkerhout,
vroeger en nu”, Peter van...
2
De kopergavure van "De Kapelle te Langeveld" uit 1739
Draftsman: Abraham de Haen (1707-1748); Engraver: Hendrik Spilman ...
3
Tijdens een hevige storm leed een edelman rond 1330 schipbreuk ter hoogte van het Langeveld. Hij
kon zich vastklampen aa...
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement

Check these out next

1 of 171 Ad

Historisch Bewoningsonderzoek boerderij bij de kapel op het Langeveld later Duinpoort in Noordwijk 1410 1865.pdf

Download to read offline

Opnieuw een publicatie afgerond over de bewoningsgeschiedenis van een boerderij met een familieverhaal verbonden. Ditmaal "Historisch Bewoningsonderzoek boerderij bij de kapel op het Langeveld (later Duinpoort) in Noordwijk 1410 - 1865. De boerderij van Huibert, Job en Huibertus Duivenvoorden op het Langeveld (1793 – 1875)". In de 17e en 18e eeuw waren rijke families de eigenaar van deze boerderij: familie Van Bronckhorst uit Delft, Van Lodensteijn uit Delft, Tedingh van Berckhout uit Monnikendam, Six uit Amsterdam. Jan Six IV, heer van Hillegom en Vromade, verkocht de boerderij met 16 morgen land op Langeveld aan mijn betbetbetovergrootvader Huibert Duivenvoorden, die ook in 1793 beleend werd namens de Staten van Holland als opvolger van Jan Six IV met een aantal morgen land bij Langeveld "Een Stuk lands gelegen tot Langeveld inden Ambagte van Noordwijk welk lands strekkende is mette westzijde tot aan de Veengors, voor omme gaande Noordwaerts tot aan de Broeck aan den Hoek alzoo verre als Allarts Campe strekt, ende van Allarts Campe Noordwaarts tot aan de Geest bijder Capelle tot Langeveld ende die Geest langs tot aan onse Duijnen ende alzoo voorts langs dezelve Duijnen tot de Veengors toe mette Klingen en Bergen, Doorn ende Conijnen" dat eertijds eigendom was van de graven van Holland en koning Philips. Bij het onderzoek heb ik opnieuw gebruik gemaakt van de GIS-applicatie www.hisgis.nl om het complete onroerend goedbezit van mijn voorouders Huibert en Job Duivenvoorden in kaart te brengen op basis van de kadastrale kaart van 1832. De laatste Duivenvoorden-eigenaar van de boerderij Huibertus Duivenvoorden verhuisde naar Oegstgeest en werd daar wethouder net als zijn jongere broer Jacobus wethouder werd in Voorschoten. De Duivenvoordestraat in Oegstgeest is naar Huibertus Duivenvoorde(n) vernoemd. Meest bijzondere vondst uit mijn onderzoek: de boerderij stond begin 1600 ook te boek als herberg (toen het Langeveld nog een zelfstandig gehucht was). In de publicaties over het Langeveld wordt dit nieuwe gegeven nog nergens vermeld. Een primeur! De publicatie staat op www.hogenda.nl rb.gy/4ku7bz

Opnieuw een publicatie afgerond over de bewoningsgeschiedenis van een boerderij met een familieverhaal verbonden. Ditmaal "Historisch Bewoningsonderzoek boerderij bij de kapel op het Langeveld (later Duinpoort) in Noordwijk 1410 - 1865. De boerderij van Huibert, Job en Huibertus Duivenvoorden op het Langeveld (1793 – 1875)". In de 17e en 18e eeuw waren rijke families de eigenaar van deze boerderij: familie Van Bronckhorst uit Delft, Van Lodensteijn uit Delft, Tedingh van Berckhout uit Monnikendam, Six uit Amsterdam. Jan Six IV, heer van Hillegom en Vromade, verkocht de boerderij met 16 morgen land op Langeveld aan mijn betbetbetovergrootvader Huibert Duivenvoorden, die ook in 1793 beleend werd namens de Staten van Holland als opvolger van Jan Six IV met een aantal morgen land bij Langeveld "Een Stuk lands gelegen tot Langeveld inden Ambagte van Noordwijk welk lands strekkende is mette westzijde tot aan de Veengors, voor omme gaande Noordwaerts tot aan de Broeck aan den Hoek alzoo verre als Allarts Campe strekt, ende van Allarts Campe Noordwaarts tot aan de Geest bijder Capelle tot Langeveld ende die Geest langs tot aan onse Duijnen ende alzoo voorts langs dezelve Duijnen tot de Veengors toe mette Klingen en Bergen, Doorn ende Conijnen" dat eertijds eigendom was van de graven van Holland en koning Philips. Bij het onderzoek heb ik opnieuw gebruik gemaakt van de GIS-applicatie www.hisgis.nl om het complete onroerend goedbezit van mijn voorouders Huibert en Job Duivenvoorden in kaart te brengen op basis van de kadastrale kaart van 1832. De laatste Duivenvoorden-eigenaar van de boerderij Huibertus Duivenvoorden verhuisde naar Oegstgeest en werd daar wethouder net als zijn jongere broer Jacobus wethouder werd in Voorschoten. De Duivenvoordestraat in Oegstgeest is naar Huibertus Duivenvoorde(n) vernoemd. Meest bijzondere vondst uit mijn onderzoek: de boerderij stond begin 1600 ook te boek als herberg (toen het Langeveld nog een zelfstandig gehucht was). In de publicaties over het Langeveld wordt dit nieuwe gegeven nog nergens vermeld. Een primeur! De publicatie staat op www.hogenda.nl rb.gy/4ku7bz

Advertisement
Advertisement

More Related Content

More from Jacques Duivenvoorden (20)

Recently uploaded (20)

Advertisement

Historisch Bewoningsonderzoek boerderij bij de kapel op het Langeveld later Duinpoort in Noordwijk 1410 1865.pdf

  1. 1. 1 Boerderij Duinpoort in 1940 (Bron: “Langs erf, vaart en duin. Boerderijen van Noordwijkerhout, vroeger en nu”, Peter van den Burg, 2012, blz. 144) Historisch Bewoningsonderzoek boerderij bij de kapel op het Langeveld (later Duinpoort) in Noordwijk 1410 - 1865 De boerderij van Huibert, Job en Huibertus Duivenvoorden op het Langeveld (1793 – 1875) Jacques Duivenvoorden Den Haag, 5 november 2022 jacquesduivenvoorden@ziggo.nl
  2. 2. 2 De kopergavure van "De Kapelle te Langeveld" uit 1739 Draftsman: Abraham de Haen (1707-1748); Engraver: Hendrik Spilman (1721-1784); Country: Nederland; Province: Zuid-Holland; Town: Noordwijk; Street: Randweg; Type: image; Date: 1745 – 1774; Publisher: Isaak Tirion; Source: Het verheerlykt Nederland of Kabinet van hedendaagsche gezigten van steden, dorpen, enz., Amsterdam, (Wed.) I. Tirion, 1745-1774, 9 delen http://repository.tudelft.nl/view/MMP/uuid:be47696b-0c32-4da3-acc1-2dd0cf6d8737/ Deze digitale foto van de kopergravure is afkomstig van Jan Duivenvoorden uit Noordwijkerhout “Naast de kerk van Maria ter Zee aan de Nieuwe Zeeweg is een eenvoudig monument te zien. Een bord van de ANWB geeft een korte verklaring, dat er ooit in het duingebied ‘Langeveld’ een kapel heeft gestaan. Historisch bezien, reuze interessant. De geschiedenis gaat namelijk terug tot in de 14e eeuw. Dramatisch maar ook wat romantisch is de geschiedenis van het ontstaan er van. Daterend uit 1739 is er een oude kopergravure met daarop de kapel die uit een belofte is ontstaan.
  3. 3. 3 Tijdens een hevige storm leed een edelman rond 1330 schipbreuk ter hoogte van het Langeveld. Hij kon zich vastklampen aan een stuk hout. Hij smeekte Maria, Sterre der Zee, om hulp. Hij beloofde als hij veilig zou aanspoelen, op die plek een kapel te stichten. Zijn smeekbede werd verhoord en hij loste zijn belofte in. Zo verrees, aan de Kapelleboslaan, ter hoogte van Camping De Wit, de kapel. Gewijd aan Maria.” Tekst: Els Kat (25-07-2008) (Bron: http://www.stjeroenenmariaterzee.nl/geschiedenislanghevelt.htm) Bron: Nationaal Archief, toegang 3.18.80, Archief St. Victorparochie Noordwijkerhout, Inv. Nr. 1 Beschrijving van de historie van de Kapel op het Langeveld “In deze kapel is begraven Arnout Johansz van Bergambacht, een Leids priester en kluizenaar, die op 1 november 1572 uit haat voor het katholiek geloof te Heemstede bij Haarlem is doodgeschoten”.
  4. 4. 4 Voorwoord blz. 2 Inhoudsopgave blz. 4 Hoofdstuk 1 Samenvatting blz. 5 Hoofdstuk 2 Overzicht eigenaren van de boerderij bij kapel Langeveld blz. 6 Hoofdstuk 3 De boerderij op kaarten blz. 7 Hoofdstuk 4 Oudste vijf eigenaars in de 15e eeuw vanaf 1410 blz. 19 Hoofdstuk 5 Eigenaar Gerrit Jacobsz blz. 24 Hoofdstuk 6 Eigenaar Jacob Gerritsz Stoof blz. 28 Hoofdstuk 7 Eigenaar Dirck Cornelisz Commer blz. 34 Hoofdstuk 8 Eigenaar Pieter Jansz wonende Langeveld blz. 43 Hoofdstuk 9 Eigenaar jonge Gerrit Gerritsz Roo blz. 46 Hoofdstuk 10 Eigenaar Anthony van Bronckhorst / Brouckhorst blz. 64 Hoofdstuk 11 Eigenaar Mr Everard van Lodensteijn, burgemeester van Delft blz. 78 Hoofdstuk 12 Eigenaar Joan Tedingh van Berckhout blz. 90 Hoofdstuk 13 Eigenaar Mr. Jan Six II, heer van Hillegom en Vromade blz. 96 Hoofdstuk 14 Eigenaar Mr. Jan Six III, heer van Hillegom en Vromade blz. 108 Hoofdstuk 15 Eigenaar Mr. Jan Six IV, heer van Hillegom blz. 110 Hoofdstuk 16 Eigenaar Huibert Duivenvoorden blz. 113 Hoofdstuk 17 De pachten van 6 morgen 194 roeden van de abdij Leeuwenhorst blz. 145 Hoofdstuk 18 Eigenaar Job Duivenvoorden blz. 153 Hoofdstuk 19 Eigenaar Huibert Duivenvoorden blz. 167 Literatuur blz. 170 Dankbetuigingen blz. 171
  5. 5. 5 Hoofdstuk 1 Samenvatting De bewoningsgeschiedenis van een boerderij met omtrent zestien mergen zes hond geestland, gelegen op Langevelt alle bij en omtrent de Capelle tot Langevelt. Is dat de boerderij die Huibert Duivenvoorden sinds 1793 en later na het overlijden van Huibert in 1825 zijn zoon Job Duivenvoorden in bezit hebben ten noorden van de Langevelderlaan en die later boerderij Duinpoort gaat heten? De benaming bij de Capelle tot Langeelt geeft verwarring. Ligt die boerderij dan vlak bij de plek waar eertijds die kapel stond? De boerderij aan de Langevelderlaan ligt niet vlak bij de kapel. Hoe zit dan dan? Door eliminatie van de bekende boerderijen van Job Duivenvoorden bij de boedelscheiding in 1861 levert uiteindelijk op dat er maar één van de drie boerderijen van Job Duivenvoorden in aanmerking kan komen. Eerst valt af de boerderij die Job Duivenvoorden in 1816 koopt: Boerderij Langeveld aan de zuidkant van de Langevelderlaan. De tweede boerderij die afvalt is door Job Duivenvoorden gesticht (gebouwd) in 1850. Blijft als derde over de boerderij die door Huibert Duivenvoorden is verworven in 1793 en die in de 20e eeuw Duinpoort werd genoemd en ligt aan de Langevelderlaan tegenover boerderij Langeveld. In dit onderzoek is een verbinding gevonden van de eigenaren van de boerderij nabij de kapel op het Langeveld met de pachters van vier percelen land op het Langeveld, samen groot 6 morgen en 194 roeden, nabij de kapel die eigendom waren tot 1804 van de abdij Leeuwenhorst en later (vanaf 1572) in beheer bij de Ridderschap van Holland en Westvriesland. De eigenaren van de boerderij waren ook de pachters van deze vier percelen. Op een kaart van het Sint Catharina gasthuis in Leiden uit 1660 is duidelijk te zien dat deze vier percelen land die daar werden afgebeeld als belendende percelen van percelen in eigendom van het gasthuis, dicht bij een boerderij aan de Langevelderlaan lagen. Deze boerderij werd op die kaart genoemd “de herberge van Langevelt” en werd afgebeeld als een boerderij met een hooiberg. Of daar een herberg lag was mij niet eerder uit mijn onderzoek duidelijk geworden. In de historie was Langeveld een buurtschap met een aantal boerderijen en een eigen kerk (de kapel) en bij een buurtschap past ook een herberg. In het onderzoek is op basis van een digitale GIS-kaart (www.hisgis.nl) een overzicht ontstaan van alle percelen die in 1832 in bezit waren van Job Duivenvoorden en daarmee ook de percelen van zijn vader Huibert Duivenvoorden omvat. Het is nog niet gelukt alle verworven percelen van Huibert Duivenvoorden 1:1 terug te vinden in de digitale GIS-kaart op basis van de verwervingen uit de 18e eeuw en begin 19e eeuw. De perceelgrenzen zijn bij de invoering van het kadaster in de Napoleontische tijd opnieuw vastgesteld en zijn niet zomaar een kopie van de oude perceelgrenzen. Tot slot is dit onderzoek van de boerderij afgesloten op het moment dat de boerderij na de boedelscheiding in 1861 en wordt verkocht door de nieuwe eigenaar Huibertus Duivenvoorden in 1865 aan Gerardus Hogervorst . De recente historie van boerderij Duinpoort is goed te lezen in deze twee boeken uit de literatuurlijst: “Langs erf, vaart en duin. Boerderijen van Noordwijkerhout, vroeger en nu”, Peter van den Burg, Boekhandel Wagenaar en van Halem, Noordwijkerhout, 2012 “Het Langeveld: voor en na de ruilverkaveling”, Samenstelling en redactie: Loes Mooijman, Den Haag, 2014
  6. 6. 6 Hoofdstuk 2 Overzicht eigenaren van de boerderij bij kapel Langeveld in Noordwijk 1. Willem Woutersz (1410 – 1428) 2. Jan Rode te Langeveld (1429 – 1443) 3. Oude Gerrit (1444 – 1470) 4. Cornelis oude Gerritsz (1471 – 1494) 5. Claes jonge Gerritsz (1495 – 1501) 6. Gerrit Jacobsz (1502 – 1540) 7. Jacob Gerritsz Stoof (1541 – 1560) 8. Dirck Cornelisz Commer (1561 – 1608) 9. Pieter Jansz wonende Langeveld (1609 – 1610) 10. Jonge Gerrit Gerritsz Roo (1611 – 1647) 11. Anthony van Bronckhorst / Brouckhorst (1647 – 1655) 12. Mr Everard van Lodensteijn, burgemeester van Delft (1655 – 1666) 13. Joan Tedingh van Berckhout, heer van Sliedrecht (1678 – 1712) 14. Mr Jan Six II (1712 – 1750) 15. Mr Jan Six III (1750 – 1783) 16. Mr Jan Six IV (1783 – 1793) 17. Huibert Duivenvoorden (1793 – 1825) 18. Job Duivenvoorden (1825 – 1861) 19. Huibertus Duivenvoorden (1861 – 1865) 20. Gerardus Hogervorst en nakomelingen (1865 – heden)
  7. 7. 7 Hoofdstuk 3 De boerderij op kaarten Bron: Nationaal Archief, Collectie Hingman, kaart van de grensscheiding tussen Noordwijk en Noordwijkerhout, Floris Jacobz, oktober 1599 http://www.gahetna.nl/collectie/afbeeldingen/kaartencollectie/zoeken/weergave/detail/tstart/0/q/ zoekterm/noordwijk/q/commentaar/1 Bron: Nationaal Archief, Collectie Hingman, detail van de kaart van de grensscheiding tussen Noordwijk en Noordwijkerhout, Floris Jacobz, oktober 1599 Rechtsboven op de kaart rechts van de Langevelderlaan de boerderij, die op 1793 eigendom wordt van Huibert Duivenvoorden. Rechts van de boerderij is de kapel van Langeveld getekend.
  8. 8. 8 Bron: Nationaal Archief, Collectie Hingman, kaart van de grensscheiding tussen Noordwijk en Noordwijkerhout, augustus 1612, Floris Jacobz Bron: Nationaal Archief, Collectie Hingman, detail van de kaart van de grensscheiding tussen Noordwijk en Noordwijkerhout, augustus 1612, Floris Jacobz Rechtsboven op de kaart rechts van de Langevelderlaan de boerderij, die op 1793 eigendom wordt van Huibert Duivenvoorden. Rechts van de boerderij is de kapel van Langeveld getekend.
  9. 9. 9 Bron: Hoogheemraadschap van Rijnland, kaart van De Nes en Langeveld onder Noordwijk, 1615 De boerderij waarvan in 1793 Huibert Duivenvoorden eigenaar wordt ligt uiterst links aan de Langevelderlaan aan de duinrand aan de noordzijde van de twee recht tegenover elkaar liggende boerderijen.
  10. 10. 10 Kaartboek van de landen toebehoord hebbende aan de voormalige abdij van Leeuwenhorst, gelegen in Rijnland, op kleiner schaal gekopieerd naar het onder letter P vermelde door de landmeter Johannes Dou en getekend 25 Juni 1660. Bron: Nationaal Archief, Collectie Hingman, Kaartenboek Abdij Leeuwenhorst, Noordwijk, 1660 Vanaf Bouchorst naar Langevelt loopt schuin naar voren op de kaart de Langevelderlaan. Vlak bij de duinen een specifieke bocht naar rechts en direct weer links en daarna rechtdoor tot de haakse bocht naar rechts naar Langevelt. In dit bochtige gedeelte van de Langevelderlaan lag rechts de boerderij, die in 1793 eigendom wordt van Huibert Duivenvoorden. De bovenste pachtpercelen (hieronder in detail) van de abdij Leeuwenhorst werden in de 15e en 16e eeuw gepacht door de eigenaren van deze boerderij.
  11. 11. 11 Detail van de kaart van Langeveld met in het midden de “Capelle van Langevelt” en noordwestelijk daarvan de woning van (jonge) Gerrit Gerritsz Roo; zuidelijk van de kapel staat vermeld “Dirck Cornelis erfgenamen” (Dirck Cornelisz Commer en na zijn dood zijn erfgenamen waren de eigenaar van de boerderij vóórdat jonge Gerrit Gerritsz Roo eigenaar werd in 1610) Kaartboek van de landen toebehoord hebbende aan de voormalige abdij van Leeuwenhorst, gelegen in Rijnland, vervaardigd op last van de Ridderschap van Holland door den landmeter Jan Pieterszoon Dou, en bekrachtigd op 20 Augustus 1625. Wijze van meten en kleuren als boven. Bron: Nationaal Archief, Kaartcollectie Binnenland Hingman, Kaartenboek Leeuwenhorst
  12. 12. 12 Detail van de kaart van Langeveld met in het midden de "Capelle van Langevelt" en noordwestelijk daarvan de woning van (jonge) Gerrit Gerritsz Roo Bron: Nationaal Archief, Kaartcollectie Binnenland Hingman, Kaartenboek Leeuwenhorst Bron: Nationaal Archief, Collectie Hingman, Kaartenboek Abdij Leeuwenhorst, Noordwijk, 1660
  13. 13. 13 “Dese Landen gelegen in Langevelt werden gebruijckt bij Gerrit Gerrits soo de Roo ende sijn groot bevonden De twee campen I ende II te saemen vijftalf (4 ½) morgens ende dertien roeden, De twee perceelen geestlant III ende IV thien honden eenentachtich roeden, Bedraecht in als ses (6) morgens ende hondert vierentnegentich (194) roeden” Bron: Nationaal Archief, Kaartcollectie Binnenland Hingman, Kaartenboek Leeuwenhorst, Noordwijk, 1660 Kaartboek van de landen toebehoord hebbende aan de voormalige abdij van Leeuwenhorst, gelegen in Rijnland, vervaardigd op last van de Ridderschap van Holland door den landmeter Jan Pieterszoon Dou, en bekrachtigd op 20 Augustus 1625. Wijze van meten en kleuren als boven.
  14. 14. 14 Bron: Nationaal Archief, Kaartcollectie Binnenland Hingman, Kaartenboek Leeuwenhorst, Noordwijk, 1660 Kaartboek van de landen toebehoord hebbende aan de voormalige abdij van Leeuwenhorst, gelegen in Rijnland, vervaardigd op last van de Ridderschap van Holland door den landmeter Jan Pieterszoon Dou, en bekrachtigd op 20 Augustus 1625. Wijze van meten en kleuren als boven.
  15. 15. 15 Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, kaartboek Sinte Katrijnen gasthuys, archief Gasthuizen Leiden, Inv. Nr. 460, kaart Langevelt De percelen uit het kaartboek van de abdij Leeuwenhorst groot 1323 en 1378 roeden staan ook op deze kaart, alleen verticaal gespiegeld. Ik detail hieronder, waarop de belendingen goed te zien zijn (grotendeels Huijbert Jacobsz Roo). Uitsnede kaartblad Langeveld uit het kaartboek van het Sinte Katrijnen gasthuys. Rechtsonder staat afgebeeld en vermeld “De herberge tot Langevelt” aan het eind van de Langevelderlaan. In werkelijkheid loopt de Langevelderlaan van oost naar west en liggen de percelen op deze kaart noordelijk van de Langevelderlaan. De afgebeelde herberg (later boerderij Duinpoort) ligt recht tegenover boerderij Langeveld.
  16. 16. 16 Gedetailleerde uitsnede uit het kaartboek van het Sinte Katrijnen gasthuys met de afbeelding van “De herberge tot Langevelt” aan het westelijke eind van de Langevelderlaan in Noordwijk (later boerderij Duinpoort) (Bron: Hoogheemraadschap Rijnland, Oud Archief Rijnland, beeldbank A-4179, Caertboeck van Rynland : [Noordwijkerhout en Langeveld], Floris Balthasars en Balthasar Floriszoon van Berckenrode, 1615)
  17. 17. 17 Bron: Hoogheemraadschap Rijnland, Oud Archief Rijnland, beeldbank A-4069, [Detail kaart van het hoogheemraadschap van Rijnland : Langeveld (Noordwijk)], 1615)
  18. 18. 18 (Bron: Hoogheemraadschap van Rijnland, Oud Archief Rijnland, Inv. Nr. 1069, Duinen onder Langeveld; zie ook: toegang 30A, A-0075 [Kopie van een kaart van de voorkant van de duinen, van de Duindam tot het Langervelder vlak], 1821) Detail van bovenstaande kaart (1821) met uiterst rechts de Langevelder Capel. In het midden rechts van de Langevelderlaan de L-vormige boerderij vanaf 1793 eigendom van Huibert Duivenvoorden “Noordwesten boven. - Bevat weergave percelen gelegen langs de duinen van de Duindam tot aan de kapel bij Langeveld. In de percelen zijn de grondeigenaren bijgeschreven. - Gekopieerd naar een kaart van W. van Regenmortel, die een kaart kopieerde van Jan Jansz. Douw uit 1660.” Linksboven staat onder de boerderij Langeveld vermeld “Woning en Landen van Niesge Sijmons”. Rechts naast de L-vormige boerderij: “De Raadsheer Panhuijsen” “”De Heer van Wimmenums” “De Heer Burgemeester Lodesteijn” “Jan Pieters tot Langeveld”
  19. 19. 19 Hoofdstuk 4 Oudste eigenaren in de 15e eeuw De oudst bekende pachters van abdij Leeuwenhorst van deze percelen op Langeveld bij de kapel zijn: (1) Willem Woutersz, 1410 – 1427, landhuur, 4 morgen broekland te Langeveld, 3 kronen en 3 Wilhelmus schilden (2) Jan Rode, 1429 – 1440, landhuur, 4 morgen broekland te Langeveld, 3 kronen en 3 Wilhelmus schilden (3) Oude Gerrit (oude Gerrit te Langeveld), 1452 – 1470, landhuur: 2 stukken broekland gelegen aan de noordzijde van Duinschoten, samen groot 22 hond, met wat geestland gelegen in de krocht te Langeveld; 1452 – 1470 6 Wilhelmusschilden (4) zoon van (3) Cornelis oude Gerritsz (1471 – 1494, landhuur: 2 kampen maland samen groot 22 hond gelegen tussen Duinschoten en de kapel; nog een stuk geestland NW-waarts van de kapel groot 4 morgen (in Langeveld; 1471 – 1478 ƒ 6-0-0 of $ 8-0-0; 1479 – 1493 ƒ 7-0-0 of $ 9-6-8, met 2 kapoenen) (5) Klaas jonge Gerritsz, 1495 – 1501, landhuur: 2 stukken broekland samen groot 22 hond gelegen tussen Duinschoten en de kapel en nog een stuk geestland van 2 morgen; ƒ 7-0-0 of $ 9-6-8, met 2 kapoenen (Bron: “Rijnlandse pachters van de abdij Leeuwenhorst gedurende de periode 1410 – 1660”, Noordwijk; Jan van Egmond, www.hogenda.nl). Omdat er een direct verband is tussen de pacht van deze percelen en het bezit van de boerderij op het Langeveld bij de kapel zijn deze vijf oudst bekende pachters ook de oudst bekende eigenaren van deze boerderij. Oude Gerrit als eigenaar van de boerderij bij de kapel op het Langeveld (1443 – 1470) wordt opgevolgd als eigenaar van de boerderij door zijn zoon Cornelis oude Gerritsz (1471 – 1493). Oude Gerrit had een broer jonge Gerrit. Diens zoon Claas jonge Gerritsz (1471 – 1493) is de opvolger als eigenaar van de boerderij van zijn volle neef Cornelis oude Gerritsz. Wat weten we nog meer van deze oudste eigenaren? De voorgaande pachter van Oude Gherijt blijkt Jan Rode te zijn, die zelf voorafgegaan wordt door Willem Woutersz: Bron: Nationaal Archief, Archief abdij Leeuwenhorst, toegang 3.18.17.01, Inv. Nr. 39, rekening 1443 “Item jan rode tot langevelt dat willem wouters zoen placht te geven III cronen ende III wilhems scilde VI pond VI stuijvers” “Item jacob rode tot langevelt dat willant plach te geven van weijlant ende gheestlant een wilhelmuus scilt XX stuijvers” Jacob Rode is hoogst waarschijnlijk een broer van Jan Rode, beiden op het Langeveld. A. Pachter Oude Gherijt
  20. 20. 20 In het jaar 1441 wordt Oude Gherijt voor het eerst vermeld als pachter: Bron: Nationaal Archief, Archief abdij Leeuwenhorst, toegang 3.18.17.01, Inv. Nr. 41, rekening 1443 In het jaar 1443 wordt oude gherijt genoemd als belending van een perceel land in het Langeveld in huur van de abdij van Leeuwenhorst: Bron: Nationaal Archief, Archief abdij Leeuwenhorst, toegang 3.18.17.01, Inv. Nr. 16, belend 1443 “Item wallaert tot langhevelt ½ morghen gheest ende hier den bliegher ende heeft beleghen andie ost side oude gherijt ande west side groete wouter ant suud eijnde oude gherijt ant noert eijnde grote wout ende amelrijc” In het archief van de abdij Leeuwenhorst bevindt zich een huurboek van de pachtpercelen in Rijnland van het jaar 1444 (Bron: Nationaal Archief, Archief abdij Leeuwenhorst, toegang 3.18.17.01, Inv. Nr. 4, Huurboek van de landen in Rijnland, 1444), folio 6 verso): “Langhevelt Ic oude gherijt tot langhevelt heeft ghehuijert twe stuck broeclants ghelegen an een ende sten (staan) tzamen groot XXII hont ende een deel lants ghelegen in die croft tot langhevelt den hoep sonder maet X jaer lanc duijrende ende dat eerste jaer sel ingaen LIX (1459) ende hij sel alle banwerk
  21. 21. 21 maken dat tot dit voirscreven lant hoirt of voir leijt ende hij sel alle jaers van dit voirscreven te huijer geven VI gouden hollantse wilhems scild of paeijment heure waerde” (Bron: Nationaal Archief, Archief abdij Leeuwenhorst, toegang 3.18.17.01, Inv. Nr. 66, rekening 1462) “Item oude gherijt II stuc broeclants gheleghen an een an die noitzijde van doenscoten ende sijn tzamen groot omtrent XXII hont met wat gheest in die croft tzamen om VI wilhelms scilt comt voir VIII pond” B. Pachter Cornelis Oude Gerritsz In het archief van de abdij Leeuwenhorst bevindt zich een huurboek van de pachtpercelen in Rijnland van het jaar 1470 (Bron: Nationaal Archief, Archief abdij Leeuwenhorst, toegang 3.18.17.01, Inv. Nr. 5, Huurboek van de landen in Rijnland en ’t Westland 1470, deel Rijnland, fol. 32 verso). “Langevelt Cornelijs oude gerijtsz Ic Ewout Berthoensz Doe condt allen luijden dat ick verhuert heb vander cloosters wegen vander lee Cornelijs oude gerijtsz twe campen malants ende leggende tusschen Doenschoten ende die cappelle ende sijn groot tsamen omtrent XXII hont ende plach sijn vader in huer te hebben Noch een stucke gheestlants ende leijt noortwestwaert vander cappelle ende is groot omtrent vier morgen ende plach zijn vader nede in huer te hebben ende Cornelijs sal hier voire te huer geven seven Rinse gulden tstuck van twintich stuijvers ende tee capoenen Dese huer sal ingaen int jair LXXIX (1479) durende thies jair lanck” NB “Doenschoten” is een oudere benaming voor “Duinschoten”
  22. 22. 22 In het dorpsregister van Noordwijk inzake accijnzen op vee, boer en wijn over de periode november 1494 tot voorjaar 1495 worden vermeld: “Dit sijn die koijen die ghemolken sijn inden ambacht van Nortich die beest ende varken die ghesleghen sijn dairvan dat elcke melcke koe gheven sel III st. die in die duijn ghegaen hebben II st. een vaers half ghelt elck ghesleghen beest twee st. ende varken een st. half ende verendel nae aevenant” “Cornelijs Gherijtsz IIII ½ koe ghemolken ghesleghen een beest en(de) een varken facit XVI st. VI d. Claes Gherijsz ghemolken III ½ koe ende III koijen in duin facit XVI st. VI d.” (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Archief Noordwijk, toegang 0900, Inv. Nr. 291, Dorpsrekening 1494/1495, Accijnzen op vee, bier en wijn). In het dorpsregister van Noordwijk inzake accijnzen op vee, boer en wijn over de jaren voorjaar 1496 tot voorjaar 1497 worden vermeld:
  23. 23. 23 “Claes jonghe Gherijs soen IX ½ vat bijere een verendel ghesleghen II beest II varken ende ghemolken in die weij IIII ½ coe ende in die duin IIII ½ coe tsaemen IIII £ III d. “Cornelijs oude Gherijs soen III ½ vat bijere ende een verendel ghesleghen I ½ beest ende ghemolken IIII ½ koe in die weij II £ XV d.” In het register van later gedane betalingen van accijnzen: folio 8 r. 126 claas gherijsz. XXII st III d 127 neel oude gherijsz. II f XV d (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Archief Noordwijk, toegang 900, Dorpslasten Noordwijk 1496/1497, Inv. Nr. 292, Accijnzen op vee, bier en wijn). C. Pachter Claes Jonge Gerritsz In 1498 wordt Claes jonghe Gerritsz vermeld in de rekeningen van de abdij Leeuwenhorst” (Bron: Nationaal Archief, Archief abdij Leeuwenhorst, toegang 3.18.17.01, Inv. Nr. 103, rekening 1498). “Item cornelis oude gerijtsz ende bruijct nu claes jonge gerrijtsz II stucken brouclants ende sijn groot XXII hont gelegen tusschen doenschoten ende die capelle noch een stuck geestlants ende is groot omtrent II morgen ende plach oude gerit te bruijcken om VII rinsse gulden ende II capoenen facit IX pond”
  24. 24. 24 Hoofdstuk 5 Eigenaar Gerrit Jacobsz De volgende eigenaar van de boerderij bij de kapel op het Langeveld is Gerrit Jacobsz, die Claes jonge Gerritsz in 1502 opvolgt als pachter van de abdij Leeuwenhorst. Hij wordt vermeld van 1494 – 1496 in de accijnsregisters van Noordwijk. In 1494 staat bij zijn naam vermeld “3 ½ koe”, in 1496 “½ koe (in de duinen), 1 vat bier” (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Archief Noordwijk, toegang 900, Inv. Nr. 291 en 292). Gerrit Jacobsz wordt vermeld als pachter van de abdij Leeuwenhorst (overleden in 1540): Gerrit Jacobsz, v.a. 1540 zijn erfgenamen 1502 – 1542 landhuur: 2 kampen maland samen groot 22 hond gelegen tussen de duinsloot en de kapel en nog een stuk geestland van 4 morgen NW-waarts van de kapel (in Langeveld) 1502 – 1505 $ 9-6-8 1506 – 1515 $ 10-0-0 1516 – 1542 $ 11-0-0 vorige pachter: Klaas jonge Gerritsz. volgende pachter: zijn zoon Jacob Gerritsz Stoof (Bron: “Rijnlandse pachters van de abdij Leeuwenhorst gedurende de periode 1410 – 1660”, Noordwijk; Jan van Egmond, www.hogenda.nl). In het huurboek van de abdij Leeuwenhorst van de landen in Rijnland van 1509 wordt de pacht in het Langeveld van Gerrit Jacobsz als volgt beschreven: “Langhevelt. Gherijt jacopsz verhuijert seeckere landen die claes gherijtsz in huijer te hebben plach te weten twe campen mailants tsamen omtrent XXII hont groot wesende ende legghende tusschen doenscoeten ende die capelle / noch een stuck geestlants groot omtrent vier morghen leggende noertwestwairts vande capelle / Van dese landen sal gherijt voirscreven den tijt van dese huijer geduerende alle iaers den cloester te huijer geven X pond hollants / te weten vanden XXII honden VI rijnsse guldenen ende vant gheestlant XXX stuijvers / des sient voirwaerden in dien mijn vrouwe beliefde binnen den tijt van deze huijer gheduerende in een vanden voirscreven elff honden lantsturff te doen delven / dat mijn vrou tselfde altijt doen doen sal morghen / behoudelijck dat gherijt voirscreven ter cause van die elff morghen als hij die niet en bruijct tot drije rijnsse guldenen toe tsjaers ghelicht sal worden inden thien ponden voirscreven dese huijer sal ingaen anno XVc ende ses ende sal dueren thien iaer lanck Op alle voirwaerden voir in dit huijerbouck gescreven ende voirt hier boeven verhaelt gherijt voirscreven weder verhuijert dese voirscreven percelen van landen ende hijselde (?) cloester alle jaren de tijt van dese huijer gheduerende dairoff te huijer ghevende elff ponden hollants vrij ghelts / te vrijen dese landen voir vijff morghen ende IIII hond lants alsoe die voirscreven gheest soe gherijt voirscreven seijt weijnich boven II morghen groot is dese huijer sal ingaen anno XVc ende zesthien ende sal dueren thien jair langh Dese voirscreven percelen van landen op alle voirwaerden voir in dit bouck ende voirt hier ghescreven de voirscreven gerijt jacopsz weder verhuijert ende hij sal inde voirscreven twee campen mailants dese winter anno XVc XXIIII (1524) tot sijne last ende cost carren ende effenen vijf hondert carren aerts / Dairaen de naeste winter noch derdalfhondert (250) carren aerts totte meeste oirbaer ende profijt vant selfde lants / hij sal oick voirtain tselfe lant huijert deen helfft dairoff alle jairen weijden ende dander helfft sal hij moeghen maijen / ende alleen tvoirscreven gheestlant teellant
  25. 25. 25 boven deses al hij alle jairen staende dese huijer ons cloester dairof te huijer gheven elff ponden hollants vrij ghelts van als zuijver vrij datt op bocijsel te coemen soe of plach / te ? altijt als tschien ? ? ofte ? / oft als willikoer ghelt ? trecht vande lande / ofte bij gheestelicke resucen soe dat de rentmeester bekennen sal des sal ons cloester met carren vande Vc (500) carren aerts eens staet meer doen hebben een halff vat biere van onse bier dese huijer sal ingaen anno vijfthien hondert zes ende twintich (1526) ende sal dueren thien jair lang” NB “Karren” is het afzanden cq zand of aarde verwijderen om de kwaliteit van de grond te verbeteren of om de afwatering te verbeteren (Bron: Nationaal Archief, archief Abdij Leeuwenhorst, toegang 3.18.17.01, Inv. Nr. 7, Huurboek van de landen in Rijnland en ’t Westland, ca. 1509, f. 57). Gerrit Jacobsz wordt in de rekening van de abdij Leeuwenhorst van 1522 vermeld:
  26. 26. 26 “langhevelt gherijt jacobsz loco claes jonghe gherijtsz V morgen percelen van landen te huijer XI pond” (Bron: Nationaal Archief, Archief abdij Leeuwenhorst, toegang 3.18.17.01, Inv. Nr. 130, rekening 1522). In het huurboek van de abdij Leeuwenhorst van de landen in Rijnland van 1537 wordt de pacht in het Langeveld van Gerrit Jacobsz als volgt beschreven: “Op alle voirwaerden voir in dit register ende voirt eensdeels hier volgende register verhuijert Gerijt Jacopsz sekere landen die Claes Gerijtsz huer te hebben plach / te weten twee campen mailants tsamen omtrent twee ende twintich hont groot wesende ende leggende tusschen doenschoten ende die cappelle Noch een stuck geestlants groot omtrent vier morgen leggende noirtwestwairts vander cappelle Van dese landen voirscreven sal gerijt jacopsz dit cloister alle jaren siaers dese huijer in guede gevalueerde gelden te huijer geven elff ponden van dertich grooten vlaems vrij gelts / / Ende noch blijft Gerijt Jacopsz gehouden tot zijn selfs last ende cost de dijck aldair ofte carren Ingaende anno vijfthienhondert ses ende dertich ende sal duren neghen jaren lang Op alle voirscreven voirwairden dese huijeren waren verlenct noch neghen jaren XLV (1545) teerste siaers voir XIII ponden hollants vijfthien stuijvers In de kantlijn: “Gerijt Jacopsz” daaronder “Gerrit Roo” daaronder “Jacop Gerijtsz loco pietersz” (Bron: Nationaal Archief, archief Abdij Leeuwenhorst, toegang 3.18.17.01,, Inv. Nr. 9, Huurboek van de landen in Rijnland, 1537, folio 52).
  27. 27. 27 In het morgenboek 1541 van Noordwijk wordt Gerrit Jacobsz vermeld: “heer raes van treslong tot leijden eijgenair gerijt jacopsz mit gerijt claesz bruijckers groot XVI ½ morgen IIC LXXVII roen In de marge: XVI morgen V ½ hont” (Bron: Hoogheemraadschap Rijnland, Oud Archief Rijnland, Inv. Nr. 6000; bewerking Herman Schelvis, 2011) Gerrit Jacobsz is gehuwd met N.N. Hij is een zoon van Jacob Woutersz. Uit dit huwelijk: 1. Jacob Gerritsz Stoof 2. Gerrit Gerritsz Roo (oude) 3. Zuster van Jacob Gerritsz Stoof (Bron: “Overige Noordwijkse en Noordwijkerhoutse gezinnen”, Frans Angevaare, 2020).
  28. 28. 28 Hoofdstuk 6 Eigenaar Jacob Gerritsz Stoof Jacob Gerritsz Stoof (zoon van Gerrit Jacobsz) volgt zijn vader op als pachter van de abdij Leeuwenhorst: Jacob Gerritsz Stoof 1541 – 1560 landhuur: 2 kampen maland van 22 hond gelegen tussen Duinschoten en de kapel en 4 morgen geestland liggend Noordwaarts van de kapel (in Langeveld) 1543 – 1551 $ 11-0-0 1552 – 1553 $ 13-13-4 1554 – 1560 $ 16-0-0 of ƒ 12-0-0 vorige pachter: zijn vader Gerrit Jacobsz. volgende pachter: Dirk Cornelisz. (Bron: “Rijnlandse pachters van de abdij Leeuwenhorst gedurende de periode 1410 – 1660”, Noordwijk; Jan van Egmond, www.hogenda.nl). In het morgenboek 1541/1542 van Noordwijk wordt Jacob Gerritsz (Stoof) vermeld: Folio 50 verso: “tcloester ter lee eijgenair jacop gerijtsz bruijcker groot I ½ morgen IIC VI roen jacop gerijtsz eijgenair ende bruijcker die werf mittet zaetlant dairan groot een morgen XLV roen die capellen lant dat jacop gerijtsz bruijct groot IIII ½ morgen LXXXIII roen” (Bron: Hoogheemraadschap Rijnland, Oud Archief Rijnland, Inv. Nr. 6000; bewerking Herman Schelvis, 2011) In het kohier van de 10e penning van Noordwijk 1544 wordt Jacob Gerritsz vermeld: Bron: Nationaal Archief, toegang 3.01.03, Staten van Holland vóór 1572, Inv. Nr. 498, Noordwijk, 1544 “Item Jacob gerrijtsz tot langevelt bruijct vijf morgen lants ende vier hont voer acht gulden ende vijf stuijvers Noch een stuckgen lants voer vijff ende dertich stuijvers
  29. 29. 29 Noch vijf hont voer twee gulden Tsamen behalve thuijs twalef gulden Ende thuijs is getaxeert voer drie gulden compt voerden Xen pennick I pond X stuijvers” In het huurboek 1552 van de abdij Leeuwenhorst wordt Jacop gerijtsz vermeld als huurder (in de kantlijn links staat vermeld “Gerit Geritsz Roo” “Langevelt Jacop gerijtsz Op alle cloesters voirwaerden voir in dit register ende voirt ende deels naevolgende gescreven verhuert Jacop gerijtsz zekere landen te weten twee campen malants tsamen omtrent twee ende twintich hont groot wesende ende leggende tusschen Doenschoten ende die cappelle Noch een stuck geestlants groot omtrent vier morgen lants leggende noirtwest vande capelle van dese landen sal Jacop gerijtsz alle jairen Lamberti (17 september) verschijnende t guede gevalueerde gelde te huer geven twalef karolus gulden vrij gelts van als vrij sonder afbrecken met dat hij gehouden sal zijn op zijne costen ende lasten t voirscreveb al binnen de tijt deser huerwaer eerlicke te verbeteren ende op te carren tot lants oirbaer Ingaende anno XVc vier ende vijftich (1554) ende zal duren neghen jaren lang” (Bron: Nationaal Archief, archief Abdij Leeuwenhorst, toegang 3.18.17.01, Inv. Nr. 11, Huurboek van de landen in Rijnland, 1552, folio 56) (Bron: Nationaal Archief, archief Abdij Leeuwenhorst, toegang 3.18.17.01, Inv. Nr. 161, rekening 1552, folio 9 verso) “Langhevelt Jacob gerijtsz loco patris (in de plaats van zijn vader) van XXII honden brouclant ende IIII mergen geestlants te huer XIII pond XIII stuijvers IIII duiten” In het kohier van de 10e penning van Noordwijk 1553 wordt Jacob Gerritsz vermeld:
  30. 30. 30 Bron: Nationaal Archief, toegang 3.01.03, Staten van Holland vóór 1572, Inv. Nr. 722, Noordwijk “Jacob gerijtsz bruijct vant cloister ter lee - ses morgen derdehalf hondt ende geeft ter huijer X gulden Noch bruijct hij vande cappel tot Langevelt - een morgen ende geeft in huijer drie gulden Noch bruijct hij met sijn huijsge ende is eijgen – een morgen een half hondt ende es getaxeert voer negen gulden Somma XXII gulden” In de dorpsrekening 1554 van Noordwijk wordt Jacob Gerritsz vermeld met zijn zuster: (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Archief Noordwijk, Inv. Nr. 294, Dorpsrekening Noordwijk 1554). In het kohier van de 10e penning van Noordwijk in 1558 wordt Jacob Gerritsz vermeld:
  31. 31. 31 )Bron: Nationaal Archief, toegang 3.01.03, Staten van Holland vóór 1572, Inv. Nr. 1051, Noordwijk, 1558) “Langevelt noch Jacob gerijtsz bruijct vant cloister ter lee – VI morgen II ½ hont ende geeft ter huijer - XII gulden Noch vande cappel tot langevelt – III ½ morgen ½ hont ende geeft ter huijer – VII gulden Noch bruijt hij ende es eijgen – een morgen ½ hont ende es getaxeert voer – IIII gulden Item thuijsge voer – V gulden Somma Xen penninck d cappel off gehouden II gulden VII stuijvers” In het kohier van de 10e penning van Noordwijk in 1561 / 1562 wordt Jacob Gerritsz vermeld: folio 43 recto “Jacob geritsz bruijckt van tconvent ter lee IIII m III ½ h voor IX lb compt den Xen penn XVIII st” (in de kantlijn “cedulle anno LIIII”, 1554) fol 45r “Jacob Gerritsz bruijckt van t’convent ter Lee I m V h voor III lb compt den Xen penn VI st” (in de kantlijn “cedulle anno LIIII”, 1554)
  32. 32. 32 fol 45v “Jacob Gerritsz bruijckt eijgen zijn woning met I m ½ h zaetlandt getaxeert t’saemen voor IX lb compt den Xen penn XVIII st “Jacop Gerritsz bruijckt vande cappel tot Langevelt IIII m III ½ h voor VII lb compt den Xen penn de cappel offgetogen IIII ½ st een doeijt” (in de kantlijn “bij ede”) (Bron: Nationaal Archief, Archief van de Staten van Holland voor 1572, Inv. Nr. 1372, kohier 10e penning Noordwijk 1561, transcriptie H.A. Schelvis, www.hogenda.nl). Begin 1579 wordt Jacob Gerritsz vermeld in een akte voor schout en schepenen van Noordwijk: “Ongedateerd en ongetekend. Jacob Gerritsz wonende Langevelt verkoopt Dirck Jansz brouwer in de Clauw te Delft een bezegelde losrentebrief gepasseerd voor schepenen van Voorhout tlv Joost Philipsz van 10 gulden per jaar van 21-12-1554 met waarborg 3 morgen land gelegen in het Langeveld, belast met 3 gulden per jaar tbv de Kon. Maj. , belend NO Cornelis Gerritszn., ZO Anthonie van Duvenvoorde, ZW de erfgenamen van Dirck Jansz Kints en NW de Kon. Maj. Wildernis en nog een croft van 3 morgen, belend NW en NO de voorschreven Wildernis, ZO Cornelis Claesz en ZW de schuldenaar.” (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Noordwijk, toegang , Inv. Nr. 164, bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Jacob Gerritsz (Stoof) en zijn schoonzoon Dirck Cornelisz worden vermeld in het register van de erfhuren en tijdelijke pachten uitgegeven in de wildernis van Noord-Holland betreffende Heemstede, Hillegom, Noordwijkerhout, Langeveld, Voorhout, Tetrode en Lisse 16e eeuw: Folio 149 Langevelt Folio 155 “Lancelot van Brederode gecomen van Aelbrecht van Treslonge heeft bij coope van Jacob Gerritsz diet gehadt heeft bij besterffenisse ende erffenisse van Gerrit Jacobsz gecomen van cleijne Bartelmeus up zijn hoffstede 4 penningen Kanttekening: De jaeren ’72 tot ’77 incluijs zijn geremitteert als hier vooren folio (9?) verso.” Folio 156: “Erffhuijeren vuijtgegeven bijde heere van der Veere ende de Camere vanden Rekening anno ’81 ende ’82. Dirck Cornelisz bij de capel bij doode van Jacob Gerritsz Stooff van een halff margen in Langevelt mit 4 penningen”.
  33. 33. 33 (Bron: Nationaal Archief, Grafelijkheids Rekenkamer, toegang 3.01.27.01, Inv. Nr. 723 dossier M, “Register van de erfhuren en tijdelijke pachten uitgegeven in de wildernis van Noord-Holland betreffende Heemstede, Hillegom, Noordwijkerhout, Langeveld, Voorhout, Tetrode en Lisse 16e eeuw”; bewerking Anthonius van der Tuijn te Rhoon, www.hogenda.nl). Jacob Gerritsz Stoof huwt N.N. Uit dit huwelijk: 1. Commer Jacobsdr; zij huwt Dirck Cornelisz (Commer) (zie eigenaar 7); zij woonden in het Langeveld; uit dit huwelijk Cornelis Dircksz (Commer) en Marijtgen Dircksdr, die huwt met jonge Gerrit Gerritsz Roo (zie eigenaar 9) (Bron: “Overige Noordwijkse en Noordwijkerhoutse gezinnen”, Frans Angevaare, 2020).
  34. 34. 34 Hoofdstuk 7 Eigenaar Dirck Cornelisz Commer Dirck Cornelisz Commer, geboren ca. 1523, overleden Langeveld ca. 1606; hij huwt 1e Commer Jacobsdr, dochter van Jacob Gerritsz Sloof en N.N. (uit dit huwelijk (1) Cornelis Dircksz Commer, geboren ca. 1553, gehuwd met Maritgen Jansdr, dochter van Jan Gillisz van Cranendonck en Jannetgen Huijgendr (2) Marijtgen Dircksdr, geboren ca. 1555; zij huwt jonge Gerrit Gerritsz Roo; zie eigenaar 9); Dirck Cornelisz Commer huwt 2e Crijntgen Gerritsdr. Zij woonden in het Langeveld; geen kinderen uit dit 2e huwelijk. Commer Jacobsdr huwde 1e Doe Claesz, wonende in Lisse; uit dit huwelijk Jan Doesz, kleermaker en uitroeper in Noordwijk (vermeld Rechterlijk Archief Lisse 30-09-1607), die gehuwd was met Trijntge Dircksdr. (Bron: “Overige Noordwijkse en Noordwijkerhoutse gezinnen”, Frans Angevaare, 2020). Gerrit Dircksz timmerman, zoon van Dirck Leenderstz, gehuwd met Crijntgen Jansdr, is een neef van Crijntgen Gerritsdr (blijkt uit akte dd. 27-05-1609, Rechterlijk Archief Noordwijk, Erfgoed Leiden en Omstreken, toegang 0906, Inv. Nr. 166, folio 214). Zij woonden in Noordwijk-Binnen; kinderen: Dirck , Pieter , Cornelis, Niesgen , Maritgen , Aechgen , Neeltgen , Jan en Annetgen ; onder de kinderen werd de toenaam Van der Mij gebruikt (Bron: “Overige Noordwijkse en Noordwijkerhoutse gezinnen”, Frans Angevaare, 2020) NB. Cornelis Dircksz Commer (geboren ca. 1553) is de vader van Jan Cornelisz Commer (geboren ca. 1583), gehuwd met Marijtgen Sijmonsdr, die de vader is van Jaepje Jansdr (Commer), geboren ca. 1625, die ca. 1652 gehuwd is met Jan Jansz Duijvenvoorde; zij woonden in Hillegom. Haar zuster Maertge Jansdr (Commer), geboren ca. 1613, was gehuwd ca. 1650 met Cornelis Jorisz Cole (Coole), Gereformeerde doop in Lisse op 29-12-1630 als 3e kind van Joris Pietersz Coling / Colen en Mencxken Cornelisdr, waard (herbergier) in de gouden Leeuw in Noordwijkerhout. Beiden overleden vóór 17- 06-1673 en lieten 8 kinderen na. Dirck Cornelisz Commer volgt Jacob Gerritsz Stoof op als pachter van abdij Leeuwenhorst: Dirk Cornelisz alias Kommer te Langeveld, 1607 zijn weduwe 1561 – ca. 1608 landhuur: 22 hond broekland en 4 morgen geestland, (stukken van 2 morgen 187 roeden en 2 morgen 126 roeden met nog 4 morgen geestland (in Langeveld)) 1561 – 1563 ƒ 12-0-0 1564 – 1569 ƒ 22-0-0 met 2 paar konijnen 1570 – 1576 ƒ 25-0-0 met 2 paar konijnen 1577 “om ongeld”, derhalve niet 1578 – 1590 ƒ 22-0-0 1596 – 1600 ƒ 32-0-0 1601 – 1605 ƒ 34-0-0 1606 – ca. 1608 ƒ 30-0-0 vorige pachter: Jacob Gerritsz. Stoof volgende pachter: Pieter Jansz. (Bron: “Rijnlandse pachters van de abdij Leeuwenhorst gedurende de periode 1410 – 1660”, Noordwijk; Jan van Egmond, www.hogenda.nl).
  35. 35. 35 (Bron: Nationaal Archief, archief Abdij Leeuwenhorst, toegang 3.18.17.01, Inv. Nr. 172, rekening 1563) “Dirck cornelisse loco Jacob gherijtsse stooff geeft huere van tweeentwintich hondt broucklandts ende vier mergen geestlandts ingaende anno LXIII (1563) expirerende anno LXIX (1569) XXII pond ende twee paer konijnen” Op 01-05-1581 verschijnt voor schout en schepenen van Lisse Wouter van Calcker bode van Lisse als curator van de boedel van Sijmon Andriesz verkoopt Maerten Ruychaver 3 morgen weiland, belend NO Jonkheer Johan van Mathenesse, ZO Claes Cornelisz Corsteman en de weduwe van Jan Gerritsz met erfpacht van de Kerk van Lisse, ZW IJsbrant Starck met 2 morgen door het Hof van Holland uit de voorschreven boedel verkocht en NW Dirck Cornelisz van Langevelt, belast met 2 1/2 stuivers erfpacht per jaar tbv Claes van der Laen, voor 321 gulden. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Lisse, Inv. Nr. 1, los stuk na folio 64, dd. 01-05-1584; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). In de rekening 1581 / 1582 van de grafelijkheid wordt Cornelis Dircksz vermeld: (Bron: Nationaal Archief, Grafelijkheidsrekenkamer, Registers, 1581 / 1582, Inv. Nr. 723) “Dirck cornelisz bijde capel bij doode van Jacob gerritsz slooff van een halff margen in langevelt – IIII gulden V stuijvers” Op 01-06-1584 verschijnt voor schout en schepenen van Noordwijk Cornelis Sijmonsz wonende in het Langeveld vervangende zijn zusters erfgenamen van Sijmon Pietersz hun vader verkoopt Dirck Cornelisz wonende in het Langeveld een huis en erf liggende aldaar, belend ZO en ZW de Wildernis, NW het Cappelrieland te Langeveld en NO de koper. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Noordwijk, toegang, Inv. Nr. 165, folio 40, dd. 01-06-1584; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl).
  36. 36. 36 Op 03-07-1584 verschijnt voor schout en schepenen van Lisse Maerten Willemsz Ruychaver jegenwoordig poorter van Delft en verkoopt Pieter Sijmonsz wonende op het huis ter Lucht te Noordwijkerhout 3 morgen land gelegen in de Hoge Mosvenen zoals verkoper bij opdracht op 12-01- 1580 uit de boedel van Sijmon Andriesz had gekocht en waarvan de akte op 01-05-1581 was gepasseerd, belend NO Jr Johan van Mathenesse met zijn landen gekomen van Pieter Jan Floriszsz, ZW IJsbrant Starck deurwaarder van het Hof van Holland eveneens met land gekocht uit de boedel van Sijmon Andriesz, ZO Claes Cornelisz Corsteman met erfpacht van de heer van Benthuysen en de voorschreven Pieter Sijmonsz met erfpacht van de Lisserkerk en NW Dirck Cornelisz of anders Dirck Commer tot Langevelt, belast met 5 groten vlaems erfhuur per jaar tbv de erfgenamen van Nicolaes van der Laen te Haarlem, met waarborg verkopers woning als huis en barg met 18 1/2 morgen land gelegen aan twee percelen in de Hoge Mosvenen door hem uit de boedel van Cornelis Jan Floriszsz Ruygeneel gekocht, waarvan het ene perceel daar de woning op staat belend is N de erfgenamen van Claes van der Laen voorschreven, boven aan de hoek, O Nyenrodensduin, W Cornelis Gijsbertsz Rootgen en Z de erfgenamen van Claes van der Laen en het andere belend N de verkoper met land uit de boedel van Rootgen voorschreven, O dezelfde boedel en eendeels Jonkheer Johan van Mathenesse, Z dezelfde Van Mathenesse en W Gerrit Aerntsz erfgenamen te Noordwijkerhout. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Lisse, Inv. Nr. 1, folio 125 verso, dd. 03- 07-1584; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 18-12-1584 verschijnt voor schout en schepenen van Lisse Dirck Adriaens met Engel Adriaenz kinderen en erfgenamen van wijlen Adriaen jonge Dircken verkopen Jan Gerritsz alias Hits duinmeier 3 morgen geestland met het huis daarop staande door de verkopers daarop getimmerd gelegen in de oude Venen, belend NO IJsbrant Cornelisz c.s. te Rijnsburg, ZO Niesge Pieter Jeroenszdr weduwe Cornelis Jorisz met Jonkvrouw Clara van Assendelft en Geertruijt Damendr weduwe van Claes Jansz Oom te Leiden, ZW de voorschreven Claes Jansz Oom weduwe en NW Nijenrodens duin, belast met 7 1/2 stuivers erfhuur tbv de houtvester van Holland, 2 pond hollands tbv het Leprooshuis te Leiden, 2 gulden per jaar tbv Cornelia Jacobsdr weduwe van Mr Jan Claesz Hillegom in zijn leven coster en secretaris van Lisse, 3 gulden per jaar tbv Cornelis van der Laen onder overhandiging van de oude brief waarbij de 3 morgen door Gerrit Claesz alias Belijen mede getransporteerd zijn van 01-11-1580, met waarborg door verkoper van 4 morgen land gelegen in de Hoge Mosvenen, belast met 4 stuivers erfhuur tbv de erfgenamen van Claes van der Laen te Haarlem, belend NO IJsbrant Starck deurwaarder, ZO Jan Dirck Jacobszsz Sonnevelt en Aelbert Dircksz Rodenburch c.s., ZW Cornelis Cornelisz Neesvaer en NW Dirck Cornelisz wonende Langevelt. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Lisse, Inv. Nr. 1, folio 134 verso, dd. 18- 12-1584; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 11-06-1595 verschijnt voor schout en schepenen van Lisse Lenaert Sweerts wonende den Haag als curator over de nagelaten boedel van wijlen Cornelis van Bassen volgens de akte van curatele waarin de erfgenamen daarvan er vele van zijn in getal en wonen zowel in Holland als daar buiten, als Jonkheer Johan van Bassen keurvorstelijke palsraad voor hem zelve en als last en procuratie hebbende van zijn zuster Jonkvrouw Cristina van Bassen weduwe van Jonkheer Bruyn van der Merck en als oom en bloedvoogd over de nagelaten kinderen van wijlen zijn broer Jonkheer Wichman van Bassen, Gerrit van Backom man en voogd van Jonkvrouw Maria van Bassen en als procuratie hebbende van Jonkvrouw Margritha van Diemen weduwe van Jonkheer Aernt van Bassen in zijn leven baljuw van Amstelland voor haar zelve en uit naam van Jan van Bassen en Aernt van Bassen haar onmondige zonen en Jonkvrouw Margrieta van Bassen haar dochter, Cornelis Wynantsz als procuratie hebbende van Mr Maerten Coster grootvader en voogd over Maerten van Bassen, Thomas Kerckring vader en voogd over zijn kinderen bij jonkvrouw Lucretia van Bassen en Mr Gerrit Hoochstraten als procuratie hebbende van Jonkvrouw Geertruyd van Bassen weduwe van Warnaer Claesz erfgenamen van vaders zijde van de voorschreven Cornelis van Bassen en Mr Pieter Hanneman griffier van het Hof van Holland en Willem Hanneman rentmeester generaal van Noord-
  37. 37. 37 Holland voor hen zelve en tezamen vervangende hun zwager Jan van Haerlem man en voogd van Jonkvrouw Geertge Hanneman tezamen erfgenamen van moederszijde van de voorschreven Cornelis van Basten geven last aan Lenaert Sweerts voorschreven die mede last had van Jan Ernst van Bassen wonende Amsterdam een van de voorschreven erfgenamen van vaderszijde om als curator de boedel te verkopen, gepasseerd op 03-09-1591 en wordt verkocht aan Claes Adriaensz Schenaert 2 morgen land gelegen in de Hoge Mosvenen, belend NO de koper, ZO Claes Cornelisz Corsteman met zijn erfpacht van de heer van Benthuisen, ZW Adriaen jonge Dircken erfgenamen en NW Dirck Cornelisz Commer te Langeveld. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Lisse, Inv. Nr. 2, folio 253, dd. 11-06- 1595; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 23-04-1603 verschijnen voor schout en schepenen van Noordwijk Dirck Cornelisz Commer en Cornelis Gerritsz
  38. 38. 38 Bron: Nationaal Archief, Ridderschap van Holland en Westvriesland, toegang 3.01.06, Inv. Nr. 595 “Wij Joncheer Steven vander Does Schout Claes Cornelisse ende Wijchman Jansse Schepenen vande heerlicheijt van Noortwijck Ooirconden ende Kennen, Dat voor ons persoonlicken gecompareert ende gecomen zijn Mathijs Jacobsz oudt ontrent LXXXVI (86) Jaren ende Dirck Cornelisse Commer oudt ontrent LXXX (80) Jaren wonende tot Langevelt inde ambachte van Noortwijck Rechtelicken verdaicht zijnde omme der waerheijt getuijgenisse te geven ter instantie ende versoucke van Adriaen Mourijnsse als rentmeester vande abdije van Leeuwenhorst, de welcke bij haren eede (die zij hier toe deden) getuijcht ende verclaert hebben hoe waer is dat Dirck Cornelisse getuijge voorscreven ontrent de tijt van vijftich jaren hij huier vande voorscreven abdije gebruijct heeft ende jegenwoordich bij Jonge Gerrit Gerritsse Roe zijnen swager gebruijct werde ontrent vier merghe lants gelegen inde Langevelder gheest tot Langevelt voornoemt van welcke landt Cornelis Gerritsse van Langevelt ten zuijtoosten leggende heeft zijne woninge ende landen Ende dat tusschen de selve landen elck op het zijn hebben gelegen twee dijcken daer van de dijck vande abdije landt jegenwoordelicken noch in wesen leggende is, Ende dat tusschen den dijck van Cornelis Gerritsz lant, ende de dijck van de voorscreven abdije lant (zoe lange het lant vande abdije is streckende) eenich lant is blijven leggen dat genaempt worde het Poortael daer eenige buuren van Langevelt over ter kercke plachten te gaen, breet ontrent acht zoeden voeten Ende dat de selve spatie tusschen de
  39. 39. 39 dijcken aen weder zijden tot allen tijden met bestialen jaerlicx is afgeweijt zoo wel bij Cornelis Gerritsse ende zijn voorsaten als oock bij den voorscreven Dirck Cornelisse, zonder datter seijt ter saicke vander grasweij duijn van die eenigen questie gevallen ofte gemoveert is geweest, dan alleenlicken dat de voorscreven Cornelis Gerritsse geleden ontrent XI jaren daire tegen heeft gescoevelt, ende tselven alleen aan hem heeft willen trecken wijders nijet tuijgende, alsoo waerlick moest hun getuijgen God almachtich helpen ende zijn heijligen woort, Des ten oirconden hebben wij Schout ende Schepenen voorscreven desen respectivelicken besegelt ende ondertekent, op den XXIIIe aprilis anno XVIc ende drie, mij present” Bron: Nationaal Archief, Ridderschap van Holland en Westvriesland, toegang 3.01.06, Inv. Nr. 595, folio LVIII (58) “Dirck Cornelisz alias Commer woonende tot Langevelt heeft opte voorwaerden voor in dit Register verhaelt van Adriaen Mourisz Rentmeester ten overstaen van Joncheere Jacop here tot Wijngaerden superintendant vande Abdije van Leuwenhorst / gehuijrt dese nabescreven percelen van landen tot Langevelt geleghen / belendt als volcht / dit voor een tijt van vijf jaren anno XVIc een teerste jaerlijcx om die somme van vierendertich carolus guldens van XL grooten tstuck vrij gelt Inden eersten twee stucken maijlandts anden anderen gelegen dat een is groot twee morgen een hont sevenentachtich roeden (2 – 1 – 87) / ende dat tweede perceel is groot twee morgen een hont sessenentwintich roeden (2 – 1 – 26) (opgeteld 4 – 3 – 13) ende sijn samen belent Ten noortoosten die graeflicheijt ende huijbert jacopsz Ten zuijtoosten Ten zuijtwesten sint katrijnen gasthuijs tot leijden Ten noortwesten pieter jansse
  40. 40. 40 Noch twee percelen geestlandts anden anderen geleghen groot omtrent vier morgen (1 – 4 – 81 en 2 – 1 – 19; opgeteld 4 – 0 – 0) Belent ten noortoosten Ten zuijtoosten Ten zuijtwesten Ten noortwesten d’erfpacht van Jan van Heusden Schout Den wtwech van maijlant leijt opt wildernis over de graeflicheijt lant opte wech Opten voorwaerden begrepen inde rolle vande verhuijringe vanden jaer 1606 so heeft Jonge gerrijt gerrijt gerrijtsz Roo tot Langevelt ter presentie van vrou Johanna van Nassou vrou vande Abdije van Leuwenhorst / ten overstaen van Joncheer Johan van Duvenvoorde here tot Warmondt als in Alkemade etc / gehuijrt van Adriaen Mourisz Rentmeester vande voorscreven Abdije / dese voorscreven percelen van landen / gelegen ende belent als voren / Dit voor een tijt van vijf achtereenvolgende jaren anno XVIc seven teerste jaerlijcx om die somme van Opten voorwaerden begrepen inde rolle vande verhuijringe vanden jare 1611 so heeft gerrijt gerrijts Roo ten overstaen van vrou Johanna van Nassou vrouwe vande Abdije van Leuwenhorst / ende mijn here Johan van Schagen here tot Schagen burcheren etc / gehuijrt van Adriaen Mourisz Rentmeester vande voorscreven Abdije / dese voorscreven percelen van landen / gelegen ende belent als voren / Dit voor een tijt van vijf achtereenvolgende jaren anno XVIc elf teerste jaerlijcx om die somme van vierendertich carolus guldens van XL grooten vlaems pont om vrij gelt / dese jaerlijcxe landtpacht sal verschijnen in valckenburger marct anno 1611 tjeerste op sant lambrechts dach / ende andere thalf pachte van kersmis daer aen volgende wel betaelt NB Bovenaan staan de namen van de eerdere pachters vermeld: “oude Gerrit / Cornelis oude Gerritsz / Claes Gerritsz coman / Dirck Rol 1 margen geest van dese 4 margen / Gerrit Jacobsz / Claes Gerritsz / Jacob Gerritsz” Op 08-10-1604 verschijnt voor schout en schepenen van Noordwijk Cornelis Gerritsz wonende Langeveld die schuldig is aan de Heren van de Rekeningen van Holland 75 gulden wegens 5 jaar erfpacht van 9½ morgen land genaamd de ’s-Gravenmade gekomen van het eerste deel van de Langevelder duinen met waarborg zijn woning waarin hij woont als huis met hof, schuur en berg alsmede 4 morgen 4 hond land gelegen in het Langeveld, belend ZW Dirck Cornelisz Commer met bruikwaar, NO Gerrit Gerritsz Roo met erfpacht, ZO Pieter Adriaensz Hartoch en W Dirck Cornelisz Commer voorschreven met Matthijs Jacobsz. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Noordwijk, toegang, Inv. Nr. 166, folio 23, dd. 08-10-1604; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 30-09-1607 verschijnt voor schout en schepenen van Lisse Crijntge Gerritsdr weduwe van Dirck Cornelisz Commer wonende in het Langeveld met Gerrit Dircksz timmerman en Dirck Wolphertsz haar gekoren voogden ter eenre en Cornelis Dircksz voor hem zelve, jonge Gerrit Gerritsz Roo gehuwd met Maritge Dircksdr, Jan Doesesz wiens moeder was Commer Jacobsdr, die de voorschreven Dirck Cornelisz tot een huisvrouw heeft gehad en zijn vaders erfenis had moeten uitreiken en daarom dezelfde Jan Doesz voor een kindsgedeelte gerechtigd is in de nalatenschap delen de boedel. Crijntge Gerritsdr een huis en erf met barg en schuur alsmede 4 morgen land gekomen van de Capelle van Langeveld, belend ZO de Wildernis, ZW of W Pieter Adriaensz Hartoog, NW oude Gerrit Gerritsz Roo en NO Gerrit voorschreven en de Abdij van Leeuwenhorst, belast met 14 gulden per jaar tbv de Capelle van Langeveld, nog een huis en erf met barg en schuur alsmede 8 hond land, belend ZO de Wildernis, ZW de Abdij van Leeuwenhorst en NW en NO Cornelis Gerritsz, belast met 9 duit ’s-Gravenerfhuur, 1 1/2 morgen geestland, belend NW en ZO Cornelis Gerritsz
  41. 41. 41 voorschreven, ZW oude Gerrit Gerritsz Roo en NW Jacob Gerritsz Roo alles te Langeveld in Noordwijk, 5 morgen land genaamd de Hoogweij in Lisse, belend ZO Claes Adriaensz van Schenen en de weduwe van Engel Adriaensz Robol met Cornelis Cornelisz Neesvaer, ZW de Delff, NW Hendrick Adriaensz met bruikwaar en NO Jr Johan van Mathenesse, belast met 5 groot vlaams per jaar erfpacht tbv de weduwe van Jonkheer Artus van Brederode 2 1/2 morgen land genaamd de Lageveen in Noordwijkerhout, belend ZO de vaart, ZW de weduwe van Cornelis Hubrechtsz met bruikwaar, NW de nieuwe watering en NO de weduwe van Cornelis Hubrechtsz voorschreven, belast met 150 gulden tbv Willem Danielsz van Tetroede en de weduwe zal de anderen tezamen betalen 950 gulden. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Lisse, Inv. Nr. 2, folio 281, dd. 30-09- 1607; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 07-10-1607 verschijnt voor schout en schepenen van Lisse Crijntge Gerritsdr voorschreven en verkoopt Cornelis Dircksz en Jan Doesz 5 morgen land gelegen over duin in de polder van de Hoge Mosvenen, belend NO Jr Johan van Mathenesse, ZW Claes Adriaensz Schenaert en de erfgenamen van Adriaen jonge Dirck Dircksz met Cornelis Cornelisz Neesvaer, ZW de Delft en NW de erfgenamen van Jonkheer Aernt van Duvenvoorde, belast met 5 groot per jaar, onder overhandiging van de twee oude brieven, beide van 11-03-1567. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Lisse, Inv. Nr. 2, folio 282 verso, dd. 30- 09-1607; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 27-05-1609 verschijnt voor schout en schepenen van Noordwijk met schepenen van Noordwijkerhout Crijntje Gerritsdr weduwe van Dirck Cornelisz Commer met Gerrit Dircksz timmerman haar neef en Dirck Wolphertsz haar gekoren voogden verkoopt Pieter Jansz van Langevelt 1½ morgen geestland gelegen tot Langeveld, belend NO en ZO Cornelis Gerritsz, ZW oude Gerrit Gerritsz Roo en NW Jan Gerritsz Roo en aan Maritje Jeroensdr weduwe van Mees Jansz wonende tot Langeveld een huis en erf met barg en schuur alsmede 8 hond land, belend ZO de Wildernis, ZW de Abdij van Leeuwenhorst en NW en NO Cornelis Gerritsz, belast met 9 duit per jaar s Gravenhuur alsmede 4 morgen land, belend ZO de Wildernis, ZW of W Pieter Adriaensz Hartooch, NW oude Gerrit Gerritsz Roo en NO dezelfde en de Abdij van Leeuwenhorst, belast met 14 gulden per jaar tbv de Capelle te Langeveld en nog 2½ morgen land genaamd de lage veen gelegen in Noordwijkerhout, belend ZO de vaart, ZW de weduwe van Cornelis Huijbertsz met bruikwaar, NW de nieuwe watering en NO de weduwe van Cornelis Huijbertsz voorschreven, belast met 150 gulden hoofdsom tbv Willem Dircksz van Tetroede, voor 600 gulden contant en een obligatie van 400 gulden boven de belasting. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Noordwijk, toegang, Inv. Nr. 166, folio 214, dd. 27-05-1609; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 11-07-1610 verschijnt voor schout en schepenen van Noordwijk Crijntje Gerritsdr weduwe van Cornelis Dircksz Commer (?; moet zijn Dirck Cornelisz Commer) met Gerrit Dircksz timmerman haar gekoren voogd verkoopt Willem Dircksz de Waert wonende te Noordwijkerhout een huis en erf gelegen tot Langeveld bij de Capelle alles volgens de oude brief, voor 100 gulden contant. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Noordwijk, toegang, Inv. Nr. 166, folio 253 verso, dd. 11-07-1610; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 28-05-1620 verschijnt voor schout en schepenen van Lisse Jan Jansz alias Clinckan wonende Noordwijkerhout en verkoopt Claes Adriaensz Schenaert 1439 roe veenland gelegen over duin in de polder van de Hoge Mosvenen (de helft van 5 morgen) die verkoper had aangekocht van Maerten Hubertsz van Alckemade welke het land gekocht had van de erfgenamen van Dirck Cornelisz alias Commeren, belend jegenwoordig het verkochte NO Jonkheer Johan van Mathenesse, ZO de koper, ZW de verkoper en NW de erfgenamen van Jonkheer Aernt van Duvenvoorde, voor 525 gulden.
  42. 42. 42 (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Lisse, Inv. Nr. 4, folio 308 verso, dd. 28- 05-1620; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 04-11-1627 verschijnt voor schout en schepenen van Noordwijkerhout Jan Huijbertsz van Alckemade bode alhier als last en procuratie hebbende van Hendrick Cornelisz letterzetter te Amsterdam, mede-erfgenaam van Machtelt Jansdr zijn moeie verkoopt Jan Ottensz van Seyst wonende Leiden een schepen bezegelde rentebrief van 150 KG speciaal verzekerd op 3 morgen land tlv Dirck Cornelisz buurman te Langeveld. Afgelost door de erfgenamen van Dirck Cornelisz tot Langeveld. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Rechterlijk Archief Noordwijkerhout, Inv. Nr. 479, f. 4, dd. 04- 11-1627; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl).
  43. 43. 43 Hoofdstuk 8 Eigenaar Pieter Jansz wonende Langeveld Pieter Jansz, geboren ca. 1545, is een aangetrouwde neef van Mees Jansz, zoon van Jan Gerritsz en Gerritgen Pietersdr, die gehuwd was met Marijtge Jeroensdr. Pieter Jansz was gehuwd met Guiertgen Symonsdr, dochter van Symon Pietersz, die een zoon was van Pieter Gerrit Aelwynsz.z, schout van Noordwijkerhout 1552/1553, overleden tussen 08-05-1562 en 1564, huwt N.N. Pouwelsdr, dochter van Pouwels Claesz en N.N. Symonsdr. Zijn weduwe wordt nog vermeld in 1568. Guiertgen Symonsdr, te Langeveld, overleden voor 03-01-1639, huwt Pieter Jansz, geboren 1544/1545, overleden na 1622. Kinderen: 1. Maritgen Pietersdr, te Noordwijk, overleden na 08-10-1644, huwt Cornelis Jeroensz van der Does, bakker. 2. Grietgen Pietersdr, te Noordwijk, overleden voor 20-03-1644, huwt Jan Adriaensz van Rhijn. 3. Jan Pietersz, te Langeveld, geboren 1599/1600, overleden na 27-04-1650. 4. Annetgen Pietersdr, te Noordwijk, overleden na 08-10-1644, huwt Symon Claesz van Zuijthoeck. (Bron: “Cytgen Pietersdr, een juweel van een erftante”, deel 1, H.M. Kuypers, www.hogenda.nl; “Overige Noordwijkse en Noordwijkerhoutse gezinnen”, Frans Angevaare, 2020). Op 20-06-1579 leggen Pieter Jansz, oud ca. 34 jaar en Mees Jansz, oud ca. 28 jaar, buurluiden van Noordwijk, een verklaring af op verzoek van Dirck Sijmonsz, hun mede buurman inzake de 3 ½ morgen huurland in het ambacht Noordwijk van het convent van de regulieren van Leiderdorp, die door de oorlog in 1573 en 1574 geen opbrengst hebben gehad. Zij waren elkaars buren en aangetrouwde neven (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Notarieel Archief Leiden, toegang 0506, Inv. Nr. 8, akte 152, dd. 20-06-1579).
  44. 44. 44 Pieter Jansz volgt de weduwe van Dirck Cornelisz Commer op als pachter van de abdij Leeuwenhorst: Pieter Jansz. ca. 1608 – 1610 landhuur: 22 hond broekland en 4 morgen geestland (in Langeveld) ca. 1608 – 1610 ƒ 30-0-0 vorige pachter: Dirk Cornelisz weduwe te Langeveld volgende pachter: Gerrit Gerritsz Roo. (Bron: “Rijnlandse pachters van de abdij Leeuwenhorst gedurende de periode 1410 – 1660”, Noordwijk; Jan van Egmond, www.hogenda.nl). Op 03-03-1609 (moet waarschijnlijk zijn 03-03-1610) verschijnen voor schout en schepenen van Noordwijk Pieter Jansz en Maritje Jeroensdr, weduwe van Mees Jansz, wonende Langeveld in het ambacht Noordwijk, vergezelschapt met voornoemde Pieter Jansz als haarr geëligeerde voogd en stellen dat zij gekocht hebben van Crijntje Gerritsdr weduwe van Dirck Cornelisz Kommer een woning met land gelegen eensdeels in Noordwijk en eensdeels in Noordwijkerhout daarvan zij op 27-05-1609 brieven van opdracht hebben ontvangen welke koop op 29-01-1610 genaast is door Cornelis Pietersz wonende Wassenaer, ingebracht door de comparanten bij de vierschaar van Noordwijk en Noordwijkerhout met condemnatie op 04-02-1610 en dragen alsnog over aan Cornelis Pietersz.
  45. 45. 45 (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Noordwijk, toegang, Inv. Nr. 166, folio 250, dd. 03-03-1609; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 03-03-1610 verschijnt voor schout en schepenen van Noordwijk met schepenen van Noordwijkerhout Cornelis Pietersz wonende Wassenaar en verkoopt jonge Gerrit Gerritsz Roo wonende Langeveld een huis en erf met barg en schuur alsmede 8 hond land, belend ZO de Wildernis, ZW de Abdij van Leeuwenhorst en NW en NO Cornelis Gerritsz belast met 9 duit per jaar alsmede 1½ morgen geestland aldaar, belend NO en ZO Cornelis Gerritsz, ZW oude Gerrit Gerritsz Roo en NW Jacob Gerritsz Roo, 4 morgen land in Langeveld, belend ZO de Wildernis, ZW of W Pieter Adriaensz Hartooch, NW oude Gerrit Gerritsz Roo en NO dezelfde en de Abdij van Leeuwenhorst, belast met 14 gulden per jaar tbv de Capelle van Langeveld, alsmede de Lage Veen groot 2½ morgen gelegen in Noordwijkerhout, belend ZO de Vaart, ZW de weduwe van Cornelis Huijbertsz met bruikwaar, NW de nieuwe watering en NO de voorschreven weduwe, belast met 150 gulden, daarvan een jaarlijkse rente wordt betaald jegens de penning 16 tbv Willem Dircksz van Tethroede voor 700 gulden contant en een obligatie van 400 gulden boven de belasting. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Rechterlijk Archief Noordwijk, toegang, Inv. Nr. 166, folio 250v, dd. 03-03-1610, bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl).
  46. 46. 46 Hoofdstuk 9 Eigenaar jonge Gerrit Gerritsz Roo Jonge Gerrit Gerritsz Roo en zijn echtgenote Marijtgen Dircksdr woonden in het Langeveld. Zijn ouders waren Gerrit Gerritsz Roo den oude en Jannetgen Willemsdr; haar ouders waren Dirck Cornelisz Commer (zie eigenaar nr. 7) en Commer Jacobsdr. Kinderen uit het huwelijk van Jonge Gerrit Gerritsz Roo en zijn echtgenote Marijtgen Dircksdr: Maertgen, Jacob (woonde in Katwijk aan den Rijn), Jan (hij huwt Elsgen Hendricksdr van Munster, dochter van Geertruijt Brunsterinck), Willem (hij huwt Maertgen Pietersdr Verdel, dochter van oude Pieter Jansz Verdel en Immetgen Cornelisdr), Commertgen (zij huwt Jacob Willemsz van Aeckersloot, Annetgen (zij huwt jonge Pouwels Cornelisz Schooten, de latere pachter van de boerderij bij de kapel op Langeveld, zie onder eigenaar nr. 10; hij is een zoon van Cornelis Sijmonsz Schooten en Gerreberch Sijmonsdr) en Trijntgen (zij huwt Adriaen Sijmonsz van Velsen, zoon van Sijmon Jansz en Jaepgen Adriaensdr). (Bronnen: “Overige Noordwijkse en Noordwijkerhoutse gezinnen”, “Vertrokken Noordwijkers en Noordwijkerhouters”, Frans Angevaare, 2020); . Jonge Gerrit Gerritsz Roo volgt Pieter Jansz op als pachter van de abdij Leeuwenhorst: Gerrit Gerritsz Roo te Langeveld, 1645 zijn weduwe 1611 – 1650 landhuur: 22 hond broekland en 4 morgen geestland 1611 – 1615 ƒ 34-0-0 1616 – 1620 ƒ 38-0-0 1626 – 1630 ƒ 56-0-0 1636 – 1650 ƒ 60-0-0 vorige pachter: Pieter Jansz. volgende pachter: Poulus Cornelisz Schoten (Bron: “Rijnlandse pachters van de abdij Leeuwenhorst gedurende de periode 1410 – 1660”, Noordwijk; Jan van Egmond, www.hogenda.nl). “Lijste van de landen van de Abdie van Leeuwenhorst, die metten jaere XVIc vijftich (1650) uijtter huire zijn Noortwijck ende Langevelt (oude pacht) 60–0–0 De weduwe van Gerrit Gerritsz Roo tot Langevelt huijrt vier morgen drije honden derthien roe weij ende thien honden eenentachtich roeden teellant bij deselve voor 66–0-0 (totaal 6 morgen 194 roeden)” De aflopende pacht in 1650 van de abdij Leeuwenhorst wordt vermeld in de “Lijste van de landen van de abdie van Leeuwenhorst die metten jaere XVIc vijftich tot en met XVIc zevenenvijftich uijter huijre sijn” (Bron: Huisarchief Twickel, Inv. Nr. 223; transcriptie in de publicatie van M.D. van Duijvenvoorde en A. Brunt, Aalten, 2000).
  47. 47. 47 Op 03-02-1610 verschijnt voor schout en schepenen van Noordwijk Pieter Jansz wonende Langeveld en verkoopt Oude Gerrit Gerritsz Roo een huis en erf met barg alsmede 1 morgen land daarin de koper woont, gelegen te Langeveld, belend ZW de verkoper en Hubert Jacobsz, NW en NO de wildernis en ZO Pieter Florisz, belast met 4 penning ‘s-Graven erfhuur. Voldaan met een schuldbrief van 206 gulden.
  48. 48. 48
  49. 49. 49 (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, toegang 0906, Rechterlijk Archief Noordwijk, Inv. Nr. 166, f. 227 en 227v, dd. 03-02-1610; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl).
  50. 50. 50 (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, toegang 0906, Rechterlijk Archief Noordwijk, Inv. Nr. 166, Schuldbekentenis, f. 22 en 228, dd. 03-02-1610; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 03-03-1610 verschijnt voor schout en schepenen van Noordwijk met schepenen van Noordwijkerhout Cornelis Pietersz wonende Wassenaar verkoopt jonge Gerrit Gerritsz Roo wonende Langeveld een huis en erf met barg en schuur alsmede 8 hond land, belend ZO de Wildernis, ZW de Abdij van Leeuwenhorst en NW en NO Cornelis Gerritsz belast met 9 duit per jaar alsmede 1½ morgen geestland aldaar, belend NO en ZO Cornelis Gerritsz, ZW oude Gerrit Gerritsz Roo en NW Jacob Gerritsz Roo, 4 morgen land in Langeveld, belend ZO de Wildernis, ZW of W Pieter Adriaensz Hartooch, NW oude Gerrit Gerritsz Roo en NO dezelfde en de Abdij van Leeuwenhorst, belast met 14 gulden per jaar tbv de Capelle van Langeveld, alsmede de Lage Veen groot 2½ morgen gelegen in Noordwijkerhout, belend ZO de Vaart, ZW de weduwe van Cornelis Huijbertsz met bruikwaar, NW de nieuwe watering en NO de voorschreven weduwe, belast met 150 gulden, daarvan een jaarlijkse rente wordt betaald jegens de penning 16 tbv Willem Dircksz van Tethroede voor 700 gulden contant en een obligatie van 400 gulden boven de belasting.
  51. 51. 51 (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, toegang 0906, Rechterlijk Archief Noordwijk, Inv. Nr. 166, f. 250, dd. 03-03-1610; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl).
  52. 52. 52
  53. 53. 53
  54. 54. 54 (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, toegang 0906, Rechterlijk Archief Noordwijk, Inv. Nr. 166, f. 250v t/m 251v, dd. 03-03-1610; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl).
  55. 55. 55 Op 03-06-1616 verschijnen voor schout en schepenen van Noordwijkerhout met schepenen van Hillegom Maritje Willemsdr weduwe van Jacob Gerritsz Roo met Jan Willemsz wonende Wassenaar haar broer en Claes Jacobsz Graeff haar gekoren voogden, Willem Jacobsz Roo en Jacob Eeuwoutsz gehuwd met Adriaentje Jacobsdr wonende Langeveld stellen dat Jacob Gerritsz Roo zaliger op 06-06- 1602 alhier had verkocht aan Johan van Heusden schout van Noordwijkerhout en Gerrit Jacobsz een bezegelde schuldbrief van 350 KG onder verband van zeker stuk grond; de schuld is nog niet betaald en zij zijn schuldig 50 KG, dus tezamen 400 KG, welke zij jaarlijks zullen betalen de penning 16 met 25 KG, met hypotheek op een stuk land, groot 3 morgen genaamd het Westdijk in de Langevelder geest, NO Pieter den Hartooch, ZO en ZW het duintje van Nicolaes van der Bouchorst en NW de duin van Jonkheer Turck alsmede 7 hond land belend NO Huijbert Jacobszn. en Pieter Jansz ZO Jan Arentsz en ZW Cornelis Gerritsz en jonge Gerrit Roo, NW oude Gerrit Roo en de voorschreven Willem Jacobsz en Jacob Eeuwoutsz, 3 morgen genaamd de Guts onder Noordwijk en Noordwijkerhout aan de besloten duinschoten, belend NW en NO de besloten duinschoten, ZO het duin van heer Bartholomeus van Treslong Ridder en ZW de voorschreven Cornelis Pietersz en Huijbert Cornelisz. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Rechterlijk Archief Noordwijkerhout, Inv. Nr. 476, folio 19 verso, dd. 03-06-1616; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 06-04-1617 verschijnt voor schout en schepenen van Noordwijkerhout Jan Cornelisz van Velsen wonende Hillegom en verkoopt Maritje IJsbrantsdr weduwe van Willem Adriaensz, twee partijen land tezamen 13 hond, belend NW de Maenendaegse schoubare watering, NO Pieter Willemsz c.s., ZO de vaartweg en ZW jonge Gerrit Gerritsz Roo voor 500 KG. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Rechterlijk Archief Noordwijkerhout, Inv. Nr. 476, folio 66 verso, dd. 06-04-1617; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 30-04-1624 verschijnt voor schout en schepenen van Noordwijkerhout Adriaen Willemsz van Erffvoort als zoon en voogd van Marijtgen IJsbrantsdr sijnen oude en impotente moeder verkoopt Maerten Huijbertsz 2 partijen land gelegen bij den anderen, belend NW de manedaagse schoubare watering, NO Pieter Willemsz, ZO de weg genaamd de Vaart en ZW jonge Gerrit Gerritszn Roo, voor 500 KG gereed geld. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Rechterlijk Archief Noordwijkerhout, Inv. Nr. 478, folio 1, dd. 30-04-1624; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 12-01-1632 verschijnen voor schout en schepenen van Noordwijk Gerrit Gerritsz Roo (de jonge) wonende Langeveld, Pieter Cornelisz gehuwd met Trijntje Gerritsdr wonende Hillegom, Gerrit Claesz gehuwd met Maritje Cornelisdr wonende Haarlem, Jeroen Gerritsz Roo voor hem zelve en vervangende de nagelaten kinderen van Jacob Gerritsz Roo zaliger gedachtenis bij Trijntje Pietersdr, allen kinderen en kleinkinderen van Gerrit Gerritsz Roo de oude en Jannetje Willemsdr gewoond hebbende tot Langeveld verkopen Willem Gerritsz Roo hun broer en zwager wonende Langeveld hun gedeelte van een woning met schuur, barg en boomgaard alsmede 7 morgen land gelegen tot Langeveld, volgens twee brieven, de ene van 14-04-1580 en de andere van 09-02-1581 en verkopen nog hun 5/6e delen van een huis en erf met werf en barg, belend volgens de oude brief van 03-02- 1610 alsmede hun deel in 3 morgen land genaamd de Leeger gekomen van de Capelle tot Langeveld, de koper 1/6e deel, volgens brief van 20-10-1616, waarvan de koper 1/6e deel toekomt, voor 250£ boven de belasting en zal daarenboven zijn moeder gedurende haar leven volledig verzorgen (eten, drinken, ziekte en gezondheid) en aan haar als vertering betalen de vijf verkopers samen 25 gulden.
  56. 56. 56
  57. 57. 57
  58. 58. 58 “Ende alsoo Willem Gerritsz Roo woonende tot Langevelt gecoft heeft van zijne broeder ende swaeger seeckere vijff vijffde paerten van twee wooningen met drie partijen van landen leggende tot Langevelt inde heerlijckheijt van Noortwijck daer van op huijden dese voir DSchout ende Schepenen vande heerlijckheijt van Noortwijck getransporteert is brieve van eijgendom, ende also inde co(o)p gecondicioneert is dat de voorscreven Willem Gerritsz Roo zijn moeder geduijrende haer leven moet houden in eeten, drincken, swackte ende gesontheijt van linnen ende wollen ende dzelve met lange gelft heeft dan omtrent twee zae ? Ende alsoo de voirnoemde Willem Gerritsz Roo dvoorsceven landen ? ? in cop heeft aengestaen Soe moet het solve bij de voorscreven gerechte getaxeert werden om dienvolgende de XL pennink betaelt werden Soe hebben Schout ende Schepenen vande voorscreven heerlijckheijt van Noortwijck sub ondergeschreven getaxeert gelijck zij taxateurs bij desen in gereede gelt een somme van vijftich guldens. Actum den desen XII Januarij anno XVI hondert eenendertich. Ondertekend: Pieter Cornelis / Gerrebrand Pijeters / ’t merck van Jeroen Jan Huijgensz” (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, toegang 0906, Rechterlijk Archief Noordwijk, Inv. Nr. 171, folio 190v, dd. 12-01-1631; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl).
  59. 59. 59 Op 22-09-1634 sluiten Jonge Gerrit Gerritsz Roo en Marijtje Dircxdr hun testament af in Noordwijk voor notaris Daniel van Bouckhorst. Erfgenamen zijn hun zes kinderen Jacob, Willem, Jan, Marijtgen, Commertgen en Anna Gerritsdr. En Sijmon Adriaensz het nagelaten weeskint van Trijntgen Gerritsdr gewonnen bij Adriaen Sijmonsz. “Bijden innehouden van desen jegenwoordigen openbaren testamente die elck eenen kennelicken in jare vande geboorte onsen heeren ende salichmackers duijsent zes hondert ende vier ende dertich op huijden den XXIIen Septembris naerde middage omtrent zes uijren voor mij Daniel van Bouchorst openbaer notaris bijden hove van hollandt geadmitteert residerende binnen de heerlickheijt van Noortwijck mitsgaders voorden ondergescreven getuijgen gecompareert ende gecomen sijn Jonge Gerrit Gerritsse Roo ende Marijtge Dircxdr sijn huijsvrouwe wonende tot Langevelt mij notaris wel bekendt wesende beijde cloeck ende gesont van lichame gaende ende staende haer redenen memorie ende verstandt ten vollen machtich ende gebruijckende naer aller uijtwendigen schijn ende wij niet anders dan conden bemercken. Verclarende smenschen leven broosheijt op deser aerde als een schaduwe verganckelijck te sijn ende datter niet verhouders en es dan de doot ende ter contrarie niet onseckerder dan de tijdt ende uijre vandien, ende daeromme van willen ende meijninge geworden te sijn in tijts ende aller heure d’onseckere uijre vande alderseckerste doot ? dewijle de redene tverstandt regeerde van hare tijdelicke goederen heur van Godt almachtich verleent te disponeren, doende alle tzelve zo sij opentlicken verclaerden met haren vrijen moet ende wille sonder bij ijemandt int mistelijck smistelijck daer toe gepriadeert ofte misleijt te Ende gaende ter dispositie zo bevalen zij comparanten ende testanten eerst ende alvorens hare sielen inde barmhartige handen godes haren scheppers ende salichmackers ende haren lichamen der aerden tot een spijs der wormen Verder hebben sij comparanten ende testanten tot haer universele ende algeheele erffgenamen in alle der goederen zo roerende als onroerende die zijluijden mitter doot zullen comen te ontruijmen ende achter te laten gemaeckt genoempt ende innegestelt gelijck sijluijden
  60. 60. 60 “maeckten nompden ende Innestelden bij desen haere naergenommerden kinderen ofte kintskint als namentlicken Jacob, Willem, ende Jan Gerritsz mitsgaders Marijtge Commertge ende Anna Gerritsdochteren haere comparanten zes zoonen ofte dochteren mitsgaders Sijmon Adriaensz het eenich naergelaten weeskint van Trijntgen Gerritsdr haer comparanten overleden dochter gewonnen bij Adriaen Sijmonsz elcx in een gelijck zevendepaert vandien ofte bij affliverheijt van eenige vande zelve haere kinderen ofte wettige kintskinderen bij representatie in haer ouders plaets In sulcken verstand nochtans indien het mochte comen te gebeuren datte voorscreven Sijmon Adriaensz deser werelt quam te overlijden sonder wetachtige blijcken blijven geboortig van sijnen lijve gecomen sijn naer te laten, dat in sodanige gevalle de goederen die de selve Sijmon Adriaensz van hen comparanten ende testanten zall comen te erven wederomme gaen erven ende sterven sullen aende sijde daer die respectvol her ende vandaen gecomen sullen sijn Alle twelck voorscreven staet veurwaerden zij comparanten ende testanten te wesen haere testament ende uijterste wille begerende tzelve volcomen voortganck te hebben ende effect te sorteren tzij in crachte van testamente codicille legate gifte uijt sacke des doots ofte van eenige andere uijterste wille sulcx die naer costuijme ofte gewoonte deser landen alderbest plaetse hebben ende subsisteren sal mogen Allen waren alle solemniteijten naerde geestelicke ofte wereltlicke rechten gerequireert in desen niet geobserveert ende naergecomen Begerende met wettige stipulatie aen handen mijns notaris als een openbaer persoon gedaen dat Ick henluijden hier van soude macken ende expedieren een of meer openbare instrumenten off instrumenten in gewoonlicker forme twelck Ick henluijden ten intreste mijns ampts twelck openbaer is niet hebbe connen noch besorgte weijgeren Dit geschiede tot Langevelt ten huijse vande voorscreven comparanten ter presentie van Arent Willemsz conijncoper ende Cornelis van Bouchorst schrijver als getuijgen van gelove. Dit is jonge Gerrit Gerritsz merck Dit is Marijtgen Dircxdr merck Arent Willemsz Cornelis vander Bouchorst D. van Bouchorst notaris”
  61. 61. 61 Ondertekend met de merktekens van jonge Gerrit Gerritsz Roo en Marijtgen Dircxsdr (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Notarieel Archief Noordwijk, toegang 0907A, notaris Daniel van der Bouchorst, Inv. Nr. 6274, folio 51 t/m 52, dd. 22-09-1634) Op 24-06-1640 verklaren voor notaris Crijn Jansz Clinckan, duinmeier, oud omtrent 19 jaar en Trijntgen Jansdr Klinckan oud omtrent 24 jaar beiden wonende ambacht Noordwijkerhout verklaren op verzoek van Jan en Jacob Gerritsz Rootgen zonen van Jonge Gerrit Gerritsz Root zaliger beiden wonende Langevelt dat op zondag 17 juni laatstleden ten huize van de 1e deposant gekomen is de voornoemde Jan Gerritsz Root die van hem zes koppels konijnen kocht, ieder koppel voor 30 stuivers enz. De akte is opgesteld ten huize van Crijn Jansz Klinckan in presentie van Jonge Jan Jansz Klinckan en Nicolaes van der Bouchorst als getuigen. (PZ/TS) (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Notarieel Archief Noordwijk, toegang 0907A, notaris Daniel van der Bouchorst, Inv. Nr. 6275, akte 201, dd. 24-06-1640; bewerking Harrie Salman). Op 21-09-1652: “Op huyden den XXIen septembris anno XVIc ende tweenvijftich compareerden voor mij nots: publ: ende voorden ondergeschreven getuygen. Willem Cornelisz. van Immerseel out omtrent LXVII jaren woonende in Gelderswoude inden ambachte van Soeterwoude ende Jacob Gerritsz. Roo out omtrent LI jaren woonende inde heerlickheyt van Noortwijck. De welcke bij heure respective manne ware woorden in plaetse van eede ten versoucke ende instantie vande E: heere Loodesteyn, burgemeester binnen der stadt Delft. Verclaerden waerachtich te wesen. Ende eerst d’voorn: Willem Cornelisz. van Immerseel alleen attesteerende dat omtrent veertich jaren geleden, zonder inden precijssen tijt behaelt te willen zijn, hij deposant door last van jonge Gerrit Gerritsz. Roo heeft helpen schieten seeckere sloot, gelegen tusschen d’voorn: heer Loodesteyn ende Gerrit Jeroenssoons voorsaeten genaempt het Doorenwestendt zijn wooninge gelegen tot Langevelt, die alsdoen toebehoorende was d’voorn: jonge Gerrit Gerritsz. Roo, ende dat uyt zijn voorn: Gerrit Gerritsz. Roo eygen gront ter weyte van omtrent acht voeten zonder dat hij deposant cum sosio aende gront van Gerrit Jeroenssoons voorsaeten hebben geraeckt ofte geroet veel min affgesteecken, ende de voorn: Jacob Gerritsz. Roo, soon vande voorn: jonge Gerrit Gerritsz. Roo mede
  62. 62. 62 alleen attesteerde, verklaerden seer wel te weeten dat de voorsz: sloot uyt het lant van zijn voorn: za: vader geheel ende als is geschooten, ende dat hij deposant lange jaren daer naer mit opschieten vande selve sloot heeft helpen onderhouden sonder de kant ofte de gront van des voorn: Gerrit Jeroens voorsaeten geroert ofte affgesteecken te hebben. Wijders niet tuygende, presenteerende zij getuygen voorsz: es des noot ende versocht sijnde voor allen heeren ende rechteren nader t’affermirmeeren van t welck den voorsz: heere reqt: versocht acte. Aldus gedaen binnen der voorsz: stadt Leyden ten comptoire mijns notaris ten dage ende jare als boven. Ter presentie van Jacobus vander Beets appotecaris, ende Johannes vander Griffe schrijver als getuygen hier toe versocht ende geroopen. (Jacob Gerritsz. Roo zijn handmerk en Willem Cornelisz. van Immerzeel zijn handtekening). (PZ/TS)
  63. 63. 63 (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Notarieel Archief Leiden, toegang 0506, Inv. Nr. 485, scan 457 en 458; bewerking Harrie Salman).
  64. 64. 64 Hoofdstuk 10 Eigenaar Anthony van Bronckhorst / Brouckhorst A. Wie was Anthony van Bronckhorst? Anthonij (Antoni, Anthonie, Antonie, Anthonio, Antonio) van Bronckhorst / Bronkhorst / Brouckhorst is geboren in Delft op 06-11-1616, zoon van Pieter Anthonisz van Bronckhorst en Jacobmina Nicolaesdr de Grebber, op 18 januari 1651 Opperhoofd VOC Japan in Decima, Japan, afgezant bij de keizer van Japan, wonende aan de Koornmarkt 50 in Delft in het huis Wapen van Dansick / Dantzig (gekocht 17-01-1652), overleden Delft 01-11-1670, begraven Oude Kerk 05-11-1670; hij huwt 1e (ondertrouw Delft 27-07-1652) 15-05-1652 Dorothea (Dirckge) Gael, gedoopt Delft 08-07-1627, dochter van Niclaes Lotsen Gael en Geertruijt Matheus Onderwater, begraven Delft (Oude Kerk) 13- 06-1656 ; hij huwt 2e 17-10-1657 ’s-Gravenhage (Grote Kerk) Johanna van der Mijll (ondertrouw Delft 29-09-1657), dochter van Johannes van der Mijll en Engeltje van der Meije, begraven op 08-08-1658 Delft (Oude Kerk); hij huwt 3e (ondertrouw Delft 08-11-1659; attestaties ’s-Gravenhage 23-11-1659) Helena Stavenisse, geboren te Zierikzee 29-02-1636, wonende te ’s-Gravenhage, vrouwe van Vliet en Sevenhoven, overleden 29-05-1690, dochter van mr. Marinus Stavenisse, ridder in de orde van St. Michel, schepen en raad van Zierikzee, lid van de Staten-Generaal, en Cornelia Mogge; zij huwt 2e (ondertrouw Leiden 24-04-1674, wonende op het Rapenburg, met attestatie van Delft en Utrecht) De Meern 03-06-1674 Jurriaan Vosch van Roelinxweert, heer van Sevenhoven, geboren ca. 1634, wonend in Utrecht, kapitein in het regiment infanterie van kolonel Ingen Nieulant, overleden 27-08- 1681, zoon van Balthazar Vosch van Roelinxweert, kanunnik van Oud-Munster, en Anna van Holland. (Bron: De Nederlandsche Leeuw, 1985, kolom 118-124, “De afstamming van de Delftse schilder Pieter Anthonisz. van Bronckhorst (1588-1661)”, Jhr. Mr. R.C.C. de Savornin Lohman). Portret van Anthonij Pietersz. van Bronckhorst (1615-1670), gedateerd 1660, Anthonie Palamedesz, https://rkd.nl/nl/explore/images/65213
  65. 65. 65 Portret van Helena Stavenisse (1636-1690), gedateerd 1660, Anthonie Palamedesz, https://rkd.nl/nl/explore/images/65215
  66. 66. 66 Anthonie van Bronckhorst en zijn echtgenote Helena Stavenisse worden vermeld in “Bijdragen tot de geschiedenis der Utrechtsche ridderhofsteden en heerlijkheden”, Jhr. Mr. E.B.F.F. Wittert van Hoogland, 2e deel, Den Haag, 1912, blz. 592. Anthony van Brouckhorst was een Nederlands koopman en opperhoofd van achtereenvolgens in het koninkrijk Tonkin (nu: Vietnam) (1642-1649) en Dejima (Japan) (1649-1950). (Bronnen: https://nl.wikipedia.org/wiki/Anthony_van_Brouckhorst; https://www.vocsite.nl/geschiedenis/handelsposten/tonkin.html; https://www.vocsite.nl/geschiedenis/biografie.html?id=539. Antonio van Brouckhorst wordt meermalen vermeld als VOC-directeur in “Silk for Silver: Dutch- Vietnamese relations, 1637-1700”, Hoang Anh Tuan, uitgeverij Koninklijke Brill NV, Leiden / Boston, 2007, blz. 79, 81/82, 89, 91 – 93, 98, 166, 192/193 en 203. “Carel Hartsinck (1637-41) and Antonio van Brouckhorst (1641-47) were both capable and experienced directors. During their terms of office, the factory established and maintained a good relationship with the court despite the Chuá’’s displeasure with the Company after the termination
  67. 67. 67 of the military alliance in 1643. After the retirement of Van Brouckhorst in 1647, however, the relations of the factory with the court deteriorated” (blz. 91/92). In het VOC-archief (toegang 1.04.02) bij het Nationaal Archief in Den Haag zijn 47 brieven inzake Anthonio van Brouckhorst opgenomen in de rubriek “Overgekomen brieven en papieren”; de 1e brief is van 01-10-1642 en 47e brief is van 1651. Anthony van Brouckhorst wordt vermeld in “Rijks geschiedkundige publicatiën”, Groote serie, Volume 229, M. Nijhoff, 1995, blz. 166. In het archief “Nederlandse Factorij Japan” (Nationaal Archief, Inventaris van de archieven van de Nederlandse Factorij in Japan te Hirado [1609-1641] en te Deshima, [1641-1860], 1609-1860, toegang 1.04.21, Inv. Nr. 1470) “Dagregister van een reis van de Opperkoopman Anthonio van Brouckhorst met het fluitschip "de Zwarte Beer en het jacht "Breskens" van Taiwan (Formosa) naar Tonkin en vandaar naar Japan”. 1644 december 8 - 1645 augustus 23, 1 deel. Dit dagregister is gepubliceerd door C.C. van der Plas als “Mededeling no. CXVII van het Koninklijk Instituut voor de Tropen”, Amsterdam: "Tonkin 1644 - 1645 . Journaal van de reis van Anthonio Brouckhorst". (Amsterdam, 1955 ). 112 pp. Brief van den Gouverneur-Generaal Anthonio van Diemen, enz. aan Anthonij van Bronckhorst, coopman te Tonkin. Batavia, 23 April 1643. (BUB. 1643 pp. 197-201) (Bron: https://www.hi.u- tokyo.ac.jp/publication/syoho/24/pub_kaigai-oranda-genbun-07.html). “De Delftse kunstschilder Pieter Anthonisz van Bronckhorst (1588-1661) is vooral bekend geworden door zijn schilderijen van ondermeer tempels en kerkinterieurs alsmede voorstellingen met bijbelse achtergrond. Er hangt van hem een schilderij op het stadhuis van Delft voorstellende Koning Salomo zijn eerste vonnis uitsprekende. Pieter van Bronckhorst was gehuwd met Jacobmina de Grebber, dochter van de goudsmid Nicolaes de Grebber en behoorde tot een uitgebreide goudsmeden- en kunstenaarsdynastie, die haar vertakkingen in alle belangrijke steden van het gewest Holland had. Van hun kinderen werd zoon Claes bekend als schilder van stillevens en bedelaarstaferelen. Groter naam (en fortuin) maakte de oudste zoon Anthonie van Bronckhorst als opperhoofd van de Oostindische handel in Japan (1649/50)” (Bron: “Geschiedenis Familie De Boer”, http://www.henkbeers.nl/FamdeBoer.htm).
  68. 68. 68 Portret van een man, waarschijnlijk Pieter Anthonisz van Bronckhorst (1588-1661), gedateerd 1652, Anthonie Palamedesz, https://rkd.nl/nl/explore/images/13095 Amsterdam, Rijksmuseum, cat.nr. SK- A-1615 Portret van een vrouw, waarschijnlijk Jacobmina de Grebber (? -1666), Anthonie Palamedesz, 1652 https://rkd.nl/nl/explore/images/13097 Amsterdam, Rijksmuseum, cat.nr. SK-A-1616 “Den 20 Maert 1615 is gebooren antoni van brouckhorst vader pieter van brouchorst Den 2 auguste 1622 is gebooren elisabet van brouckhorst vader jacop van bouchorst” (Bron: Stadsarchief Delft, DTB Dopen, toegang 14, Inv. Nr. 7, Doopboek Oude Kerk, folio 69v, dd. 06- 11-1616, doop 20-03-1615 ingeplakt op los papiertje)
  69. 69. 69 Ondertrouw 27-04-1652 Sr. Anthonij van Brouckhorst in de Vlamingstraat juffrouw Doritea Gaels aan de Oude Delft; getrouwd 11-05-1652 (Bron: Stadarchief Delft, DTB Trouwen, toegang 14, Archieven van het stadsbestuur, toegang 1, Inv. Nr. 2574, Register van aangifte van ondertrouw, folio 34 verso, dd. 15-05-1652) Ondertrouw 29-09-1657 Anthonij van Bronckhorst weduwnaar aan de Koornmarkt juffrouw Johanna van der Mijll in ’s-Gravenhage (attestatie op ’s-Gravenhage 15-10-1657) (Bron: Stadsarchief Delft, DTB Trouwen, toegang 14, Inv. Nr. 22, Ondertrouwboek Oude Kerk, folio 12v, dd. 29-09-1657) Ondertrouw 29-09-1657 Anthonij van Bronckhorst weduwnaar aan de Koornmarkt juffrouw Johanna van der Mijll in ’s-Gravenhage (attestatie op ’s-Gravenhage 15-10-1657) (Bron: Stadsarchief Delft, DTB Trouwen, toegang 14, Inv. Nr. 72, Ondertrouwboek Nieuwe Kerk, folio 20, dd. 29-09-1657) (Bron: Stadsarchief Delft, DTB Trouwen, toegang 14, Inv. Nr. 22, Ondertrouwboek Oude Kerk, folio 56, dd. 08-11-1659)
  70. 70. 70 (Bron: Stadsarchief Delft, DTB Begraven, toegang 14, Inv. Nr. 41, Begraafboeken Oude en Nieuwe Kerk, folio 73, dd. 05-11-1670). Ondertrouw in Leiden 24-04-1674 “Juriaen Vos capiteijn jongeman van Uijtrecht wonende aldaer vergeselschapt Cornelis Stavenes sijn bekende woonende Zirickzee met attentaties Uijtrecht ende Delff met Helena van Stavenes weduwe van Anthonij van Bronckhorst woonende opt Raepenburch vergeselschapt met Cornelis de Huijbert woonende tot Zirickzee ende met Johan Schravensand haer bekende opde Bredestraet” (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, DTB Trouwen Leiden, toegang 1004, Nederlands Hervormd Ondertrouw (1575-1795), inventarisnummer 21, blad W – 077). B. Transport van de boerderij op het Langeveld nabij de Kapel “Wij Daniel vander Bouckhorst Schoudt van Beijde Noortwijcken ende Langevelt Mees Sijmonsse ende Cornelis Jeroensse Scheepenen aldaer oirconden ende becennen dat voor ons gecomen ende gecompareert es Maritge Dircksdr weduwe Jonge Gerrit Gerritsse Roo geassisteert met Jacob Gerritsse Roo haeren zoon ende gekoren voocht in Deesen Dewelcke verclaerde vercoft te hebben aende heere Everherdt van Loodesteijn Burgermeester Der Stadt Delfft ende dat ten behoeve van Anthonij van Bronckhorst weesende Jegenwoordich soo geseijt wert wtlandich, zeeckere wooninge ende omtrent seven mergen drie hont lants met alle datter op staet, aert ende nagelvast aen ende in es staende ende leggende tot Langevelt bijde Cappelle aldaer Belent ende belegen ten noortoosten eerst Adriaen Lenaertsse Blocq daer aen ‘t clooster van Leeuwenhorst ende dan voorts deselve Blocq, ten noortwesten Huijbert Jacobsse Roo, ten westen ofte suijtwesten Maritgen Pietersdr Hertichs ende de Wildernis ende ten suijtoosten mede de Wildernisse ende dat mette belastinge van negen deniers ‘s graven erfhuur ende veertien carolus guldens van XL grooten ‘t stuck s jaars losbaar de penning XVI aencoomende ende te betaelen ten comptoire van Dirck van Schilperoort ontfanger
  71. 71. 71 van de geestelijcke goederen binnen Delfft voorscreven” waarvan het eerste jaar ten laste van de koper komt met expresse conditie dat de huidige bruikwaar landen aan de voorschreven woning de koper zullen volgen indien de eigenaars hiermee instemmen voor de koopsom van 2100 gulden boven de voorschreven belasting. Bezegeld op XXI Martij 1647.
  72. 72. 72 (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, toegang 0906, Rechterlijk Archief Noordwijk, Inv. Nr. 174, f. 126v en 127, dd. 21-03-1647; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl). Op 21-03-1647 verschijnt voor schout en schepenen van Noordwijk Everhard van Loodesteijn burgemeester van Delft als gemachtigde van Anthony van Bronckhorst uitlandig en geeft in erfpacht uit aan Pouwels Cornelisz Schooten, inwoner alhier, een woning met 7 morgen 3 hond land gelegen tot Langeveld bij de Capelle, belend O eerst Adriaen Lenaertsz Block, daaraan het Klooster ter Lee en de voorschreven Block, NW Huijbert Jacobsz Roo, W of ZW Maritje Pieters Hertichs en de wildernis en ZO mede de wildernis, belast met 14 gulden erfpacht per jaar en 9 deniers s’-Gravenhuur, voor 67 gulden erfpacht per jaar.
  73. 73. 73
  74. 74. 74 (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, toegang 0906, Rechterlijk Archief Noordwijk, Inv. Nr. 174, f. 130 en 130v, dd. 21-03-1647; bewerking H.J. van der Waag, www.hogenda.nl).
  75. 75. 75 Poulus Cornelisz Schoten is de opvolger van de weduwe van jonge Gerrit Gerritsz als pachter van de pachtpercelen van de voormalige abdij Leeuwenhorst: Poulus Cornelisz Schoten 1651 – 1655 landhuur: 4 morgen 313 roeden en 10 hond 81 roeden teelland samen 6 morgen 194 roeden 1651 – 1655 ƒ 66-0-0 vorige pachter: Gerrit Gerritsz Roo’s weduwe te Langeveld volgende pachter: Everhart van Lodestein, burgemeester van Delft. (Bron: “Rijnlandse pachters van de abdij Leeuwenhorst gedurende de periode 1410 – 1660”, Noordwijk; Jan van Egmond, www.hogenda.nl). “Lijste van de landen van de Abdie van Leeuwenhorst, waervan huijren expireren metten jaere XVIc vijfendevijftich (1656) Noortwijck ende Langevelt 66-0–0 Paulus Cornelisse Schoten loco de weduwe van Gerrit Gerrits Roo tot Langevelt II konijnen , huijrt vier margen drije honden dertien roeden weij (moet het verboecken betaelen), ende thijen honden eenentachtich roen teelllant, samen ses margen, hondert vierentnegentich roen Is gehuijrt bij de Heer Borgemeester Lodesteijn voor de oude huijr mits hij de restanten vanden vorigen pachter tot sijne laste neempt 66–0 0” (totale pacht: 6 morgen 194 roeden) De aflopende pacht in 1655 van de abdij Leeuwenhorst wordt vermeld in de “Lijste van de landen van de abdie van Leeuwenhorst die metten jaere XVIc vijftich tot en met XVIc zevenenvijftich uijter huijre sijn” (Bron: Huisarchief Twickel, Inv. Nr. 223; transcriptie in de publicatie van M.D. van Duijvenvoorde en A. Brunt, Aalten, 2000). Poulus (Pouwels) Cornelisz Schoten (Schooten), duinmeier te Langeveld, wonende onder duin, geboren 1602/1606 (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Notarieel Archief Noordwijk, toegang 0907A, Inv. Nr. 6276, akte 68, d.d. 07-07-1643, oud omtrent 37 jaar, en akte 167, d.d. 27-09-1650, oud omtrent 48 jaar), overleden na 27-09-1650, zoon van Cornelis Sijmonsz Schoten en Gerreberch Sijmonsdr, is gehuwd met Annetge Gerritsdr Roo, dochter van jonge Gerrit Gerritsz Roo en Marijtgen Dircksdr. (Bron: “Cytgen Pietersdr, een juweel van een erftante”, deel 1, H.M. Kuypers, www.hogenda.nl; “Overige Noordwijkse en Noordwijkerhoutse gezinnen”, Frans Angevaare, 2020). Op 27-09-1650 “Compareerden voor Daniel vander Bouchorst Schout Adriaen Meesz ende Jan Huijgenz Schepenen vande heerlicheijt van Noortwijck Pouwels Cornelisz Schoten Duijnmeijer tot Langevelt out omtrent XLVIII (48) jaren Jan Pietersz out omtrent 50 jaren Adriaen Jansz out omtrent XXXIX (39) jaren ende Sijmon Jansz out omtrent L (50) jaren alle mede wonende tot Langevelt voirscreven ende hebben ter instantie ende versoucke van Adriaen Leendertsz Block mede buijrman tot aldaer bij solemnele eede naer sij rechtelicke daer toe verdaecht waren geattesteert ende getuijcht wairachtich te wesen hoe dat van ouden tijden ende soo lange haer getuijgen memorie gedencken kan een oude costuijme ende insantie tot Langevelt voirscreven geweest heeft ende noch es dat allen de ingesetenen van Langevelt anen affgeheijnde landen gelegen hebben aende wildernisse int vermogen sijn geweest hare vruchten opte selve haire landen staende so wel bij nacht als bij dage te bewaren ende met geroup oft geclop de conijnen het overcomen te verhinderen jae oock in sulcke vougen dat de gebuijren aldair dickmaels bij nachte hare hondekens in haer kooren vastgemaeckt hebben om den ganschen nacht aldaer te bassen sonder dat oijt tselve bij eenige duijnmeijer tegen gesprocken is mede dat het int vermogen van geene duijnmeijers aldaer oijt es
  76. 76. 76 geweest so lange de vruchten opte landen van gebuijren aldaer gestaen hebben hare konijnen so bij dage als bij nachte met honden ofte netten aldus te comen vangen / maer alsser ijs ofte meen placht te leggen dat dienvolgende de konijnen over de slooten mochten dat dan de duijnmeijers hare konijnen plegen te vervollghen daer sij lopende waren sonder dat het oijt anders bij eenige duijnmeijers haren es geobserveert geweest uijt besondert dat nae huijbert jacobsz roo mede duijnmeijer aldair den requirant doen verbieden heeft soo sij getuijgen verstaen hebben dat sij naer sonnescheijn op sijn beseijde lant niet souden mogen comen om sijn vruchten die alsnoch daer op staende sijn te bewaren wijderen niet vangen so waerlicken moste hen getuijgen godt almachtich helpen Des ten oirconde so hebben Schout ende Schepenen voorscreven dese respective besegelt ende ondergeteckent opten XXVIIen Septembris 1650”. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, Oud Notarieel Archief Noordwijk, toegang 0907A, Inv. Nr. 6276, akte 167, d.d. 27-09-1650; bewerking Jacques Duivenvoorden).
  77. 77. 77 Op 28-06-1654 verschijnt voor schout en schepenen van Noordwijk Paulus Cornelisz Schoten wonende in het Langeveld is schuldig aan Everard van Lodesteijn 450 gulden, welke afgelost moeten worden als hij de woning en landen welke hij in erfpacht heeft van Sr Anthony Brouckhorst verlaat, met waarborg de beterschap van de woning als huis met schuur en barg gelegen in het Langeveld bij de Capelle. (Bron: Erfgoed Leiden en Omstreken, toegang 0506, Rechterlijk Archief Noordwijk, Inv. Nr. 175, f. 99v, dd. 28-06-1654; bewerking H.J. van der Waag; www.hogenda.nl).
  78. 78. 78 Hoofdstuk 11 Eigenaar Mr Everard van Lodensteijn burgemeester van Delft A. Wie was Everard van Lodensteijn? Mr. Everard van Lodensteijn, presiderend burgemeester van Delft en als zodanig ambachtsheer van Hogenban, gecommitteerde in de Raad van State en in de Staten-Generaal, meesterknaap van de Wildernissen van Holland, gecommitteerde Raad van de Staten van Holland en West Friesland. Hij woonde te Delft aan het Oude Delft en was geboren 13-04-1599, overleden 29-01-1668 en huwde 18-10-1625 te Delft met Margrieta Arentse van der Vorst, wonende aan het Oude Delft, overleden 26-02-1674, dochter van Arent Jansz van der Vorst en Margareta Willemsdr van Voorstadt. Uit dit huwelijk geen kinderen. Zijn ouders waren: Johan van Lodensteijn burgemeester van Delft en als zoodanig peter van Prins Willem II. Hij werd in 1599 veertigraad, 1609 havenmeester, later schepen, thesaurier, regent van de charitaten, commissaris der huwelijkse zaken, vader van het meisjeshuis, bewindhebber der O.I.C, was geboren 22-03-1557, overleden 04-10-1626 en is begraven te Delft in de Oude Kerk op het koor. Hij huwde eerst Maria Cornelisse, uit welk huwelijk drie kinderen, allen jong gestorven en ten tweede maal Maria van Bleijswijk Evertsdr. Everard was het oudste kind uit het tweede huwelijk. (Bron: De Nederlandsche Leeuw, 1890, blz. 42 en 44). Everard van Lodensteijn volgt Poulus Cornelisz van Schoten op als pachter van de abdij Leeuwenhorst: Everhard van Lodestein, burgemeester van Delft 1656 – 1660 landhuur: 4 morgen 313 weiland en 1081 roeden teelland samen 6 morgen 194 roeden 1656 – 1660 ƒ 60-0-0 vorige pachter: Poulus Cornelisz Schoten insolvent. (Bron: “Rijnlandse pachters van de abdij Leeuwenhorst gedurende de periode 1410 – 1660”, Noordwijk; Jan van Egmond, www.hogenda.nl). “Lijste van de landen van de Abdie van Leeuwenhorst, waervan huijren expireren metten jaere XVIc sesendevijftich (1656) Noortwijck 70–0–0 D’heere Everhard van Lodenstein out Burgemeester der Stadt Delft (II kappoenen) huijrt acht margen IIIc LXXXII (382) roe soo weij als teellant in zeven aparte perchelen om ……. Bij den selven weder ingehuijt voor 70-0–0” De aflopende pacht in 1656 van de abdij Leeuwenhorst wordt vermeld in de “Lijste van de landen van de abdie van Leeuwenhorst die metten jaere XVIc vijftich tot en met XVIc zevenenvijftich uijter huijre sijn” (Bron: Huisarchief Twickel, Inv. Nr. 223; transcriptie in de publicatie van M.D. van Duijvenvoorde en A. Brunt, Aalten, 2000). Op 13-05-1643 verschijnen voor schout en schepenen van Noordwijkerhout Mr Johan van Stelandt en Willem van Assendelft curators door de stad Delft aangesteld over de goederen van Boudewijn de Man gewezen ontvanger van de gemenelandsmiddelen te Delft en de quartieren van dien en Maria Claesdr van Adrichem deszelfs huisvrouw en verkopen Mr Everard van Lodensteijn burgemeester van Delft een hofstede met bouwhuisinge, woning, bargen en boomgaard aan weerszijden met de navolgende wei- en teellanden als eerst 5 morgen 2 hond 25 roe teelland zijnde de zuidwesthelft daarvan de wederhelft mede door hen verkocht is aan de boedel van joffr. Clara van Sparwoude, strekkende van de Buurweg tot de Goijweg, belend ZW Pieter Hendricksz en NO de voorschreven wederhelft, 1 morgen 75 roe zijnde de werf daarop de voorschreven hofstede staat met de

×