Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

Les 20 finaal

95 views

Published on

Les 20

Published in: Education
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

Les 20 finaal

  1. 1. Welkom in de twintigste les!
  2. 2. Comparatief (I) ADJECTIEF COMPARATIEF moeilijk moeilijker gezond gezonder intelligent intelligenter slecht slechter dik dikker groot groter wijs wijzer lief liever ver verder donker donkerder REGELMATIGE VORMEN Comparatief = - adjectief + -er - adjectief op -r + - der
  3. 3. Comparatief (II) ONREGELMATIGE VORMEN Comparatief = speciale vorm ADJECTIEF COMPARATIEF goed beter dikwijls vaker graag liever veel meer weinig minder
  4. 4. Comparatief GEBRUIK : zoals het adjectief! 1. Achter het substantief: geen extra –e b.v. Deze koffie is kouder dan die van jou. 2. Voor het substantief: meestal extra –e b.v. Betere koffie Oudere mensen Het nieuwere huis 3. Voor het substantief: onbepaald het-woord enkelvoud: geen extra –e b.v. Warmer water 4. Meer/minder: geen extra –e b.v. Meer mensen Minder koffie
  5. 5. Vraagjes Hoe zegt Jennifer dat zij vindt dat ze nu wel wat geluk heeft verdiend? Ik heb het verdiend, mag ik wel zeggen. Hoe zegt Jennifer dat zij het goed vindt Fred en zij uit elkaar zijn? Dat is veel gezonder, zou ik denken. Hoe zegt Jennifer dat zij vindt dat Bert het uitstekend maakt? Hij maakt het uitstekend, zou ik zeggen. Wat kun je zeggen tegen iemand die je lang niet hebt gezien? Dat is lang geleden! Hoe zegt Marian dat Jennifer en zij minder contact hebben gehad?
  6. 6. Interview met je buur 1. Is het in jouw land kouder of warmer dan in België? 2. Is de koffie in jouw land sterker of slapper dan in België? 3. Zijn de porties op restaurant in jouw land groter of kleiner dan in België? 4. Zijn de dokters in jouw land goedkoper of duurder dan in België? 5. Ben jij kleiner of groter dan de docent? 6. Ben jij jonger of ouder dan ik?
  7. 7. Je eigen woorden corrigeren  Ik wil geen koffie. Of beter, ik wil geen slappe koffie.  Ik wil niet poetsen. Of liever, ik wil vandaag niet poetsen.  Dat kan ik niet! Of nee, dat wil ik niet.
  8. 8. Iemand beschuldigen  Je hebt gelogen, hè!  Je hebt niet gestudeerd, hè!  Dat is jouw schuld!  Het is jouw schuld als/dat je examen niet goed is.
  9. 9. Zoek de zeven verschillen! Niet zo gemakkelijk …

×