Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

artikel ND 19 november 2015

83 views

Published on

  • Be the first to comment

artikel ND 19 november 2015

  1. 1. donderdag 19 november 2015 12 nd In Memoriam Jantine van der Ploeg-Wieringa Roodeschool ✩ 15 augustus 1926 Assen ✝ 16 januari 2015 Leen van der Vlies Sliedrecht ✩ 14 augustus 1934 Gorinchem ✝ 14 januari 2015 chef field engineer Zwanny Larooy Mussel ✩ 8 mei 1961 Amersfoort ✝ 16 januari 2015 teamleider apotheek Hendrik (Henk) Boer Oldebroek ✩ 27 augustus 1926 Oldebroek ✝ 15 januari 2015 boer François Hamelink Zaamslag ✩ 7 mei 1942 Zaamslag ✝ 14 januari 2015 Een gehavend lichaam kan weer toonbaar worden gemaakt. De laatste jaren wordt daar steeds meer zorg aan besteed. Op een nacht om een uur of vier werd begrafe- nisondernemer Benny Vos gebeld. Bij een zwaar verkeersongeluk was een man omgeko- men. De politie had het lichaam naar een aula laten brengen. Iemand had gezegd: dit kan nie- mand zien. ‘Het was ook afschuwelijk. Maar ik zag toch mogelijkheden. In overleg met de fa- milie is het lichaam naar een ander mortua- rium overgebracht. Daar is het zó mooi ver- zorgd; de wonden waren bijna niet meer te zien. De overledene is daarna zelfs thuis opge- baard. De familie was daar zó blij mee.’ Vos zit sinds 28 jaar in het vak. Hij heeft de praktijk zien veranderen. Als het lichaam ge- schonden was, werd algauw gezegd dat de kist maar dicht moest. En dat gebeurt nog wel, weet Vos van collega’s. Sommigen hebben een familiebedrijf en werken zoals ze het van de vorige generatie geleerd hebben. ‘Maar je moet wel je vakbladen bijhouden. Er is steeds meer mogelijk om een lichaam te restaureren en toonbaar te maken.’ Afscheid nemen is voor de familie van grote waarde, zegt Vos. ‘Als je al- leen de kist hebt, moet je maar aannemen dat je dierbare daarin ligt. Maar al is het maar een hand die op het laken ligt, waaraan de familie kan zien dat die van hem of haar is.’ ogen sluiten Het verzorgen en ‘toonbaar maken’ van overle- denen is het werk van Elselien Klein. Zij werkt in twee ziekenhuizen in Gelderland in het mor- tuarium. Bij de meeste sterfgevallen betekent dat: het sluiten van de ogen en (zo nodig) de mond, gezicht wassen, scheren, handen en na- gels verzorgen, het haar mooi maken. Het wassen en kleden doet ze graag met nabe- staanden samen. ‘Het hoeft niet, maar ik stel het wel altijd voor. Het is een vorm van respect voor de overledene. Soms heeft iemand jaren- lang voor hem of haar gezorgd. Dan kun je ook dit laatste stukje nog voor hem of haar doen. Soms wil de familie het niet of vinden ze het eng. Prima. Mensen hebben van tv-series soms een raar beeld van hoe het in een mortuarium toegaat. Onpersoonlijk en kil. Maar als mensen zelf meehelpen, zeggen ze altijd achteraf: “Ik ben zo blij dat ik het gedaan heb’’.’ Wanneer een obductie – een medisch onder- zoek naar de doodsoorzaak of naar de effecten van behandeling – moet worden gedaan, is Klein assistent van de patholoog. Daarbij wor- den de organen uit het lichaam gehaald voor onderzoek. Ze zorgt daarna dat er van dit on- derzoek niets meer te zien is op het lichaam. Gemiddeld ben je met de verzorging van een overledene zo’n drie kwartier bezig, zegt Klein. Het duurt wat langer als iemand bijvoorbeeld een kale plek op het hoofd heeft, vanwege een operatie. Dat is geen prettig gezicht. Je kunt op die plek weer haar zetten – eigen haar van de persoon zelf, van de achterkant van het hoofd, waar hij of zij op ligt. Klein laat zien hoe dat gaat, met huidkleurige was, die het haar zo goed vasthoudt dat je het kunt borstelen. Ingewikkelder kan het zijn wanneer iemand door een ongeval of zelfdoding is overleden. Lang blond haar dat onder het bloed zit, daar kun je een tijd mee bezig zijn. En het kan veel erger. Klein vertelt over een jongeman die was omgekomen bij een ernstig ongeval. Zijn hoofd lag open, zijn gezicht was weg. Toch kon ze met de huid die er nog was, een helft van het gezicht ongeveer reconstrueren, aan de hand van foto’s van de jongen. De andere helft werd afgedekt. Zo kon de familie hem zien en ook hij is nog thuis opgebaard. Klein werkt voor CMO; de letters staan voor Cura MortuOrum, ‘zorg voor de doden’ in het Latijn. Het bedrijf begon in 1990 en is nu ‘marktleider’ in de postmortale zorg. ‘Voor dit werk’, zegt Klein, ‘moet je inlevings- vermogen hebben en respect voor overlede- nen.’ En, zo blijkt, je moet een beetje handig en creatief zijn. Het is niet door dure technologie of hightechmateriaal dat je een lichaam tegen- woordig beter toonbaar kunt maken. Dat gaat met heel huiselijke middelen. Als een hoofd door een ongeval ernstig vervormd is, kun je de ronde vorm herstellen door een schedelrecon- structie. Stukjes aan elkaar puzzelen, een gaatje erin boren op de hoekjes en ze met een hech- ting verbinden. ‘De schedel vullen we op met absorberend materiaal en de wonden in het ge- zicht worden onderhuids gehecht. Daarna brengen we camouflerende make-up aan, waardoor de overledene herkenbaar is.’ Na een ongeval of zelfdoding brengt de rouw- wagen het lichaam naar het mortuarium; de politie gaat de familie inlichten. Een GGD-arts doet de lijkschouwing; de officier van justitie wil uitsluitsel of het om een natuurlijke dood of een misdrijf gaat. Als hij het lichaam vrij- geeft, verzorgt Klein of een van haar collega’s het lichaam voor de familie, die komt om de Na een ongeval of zelfdoding wordt nog te gauw gezegd: dit hoeft nie- mand te zien, de kist gaat dicht. Maar voor de nabestaanden is af- scheid nemen belangrijk. In een mortuarium kan een lichaam weer toonbaar worden gemaakt. Al is er maar een hand, waaraan de familie hun dierbare herkent. Het is geen dure, nieuwe technologie waardoor je een lichaam tegenwoordig beter toonbaar kunt maken. Dat gaat met heel huiselijke middelen. Wim Houtman nd.nl/inmemoriam beeld Jos Heikoop Zorg en respect voor een ge
  2. 2. donderdag 19 november 2015 13 nd In Memoriam Jantje Teeninga-Geertsema Hoogkerk ✩ 15 oktober 1924 Emmen ✝ 20 januari 2015 huisvrouw Geertruida Anna Torenvlied-Zemel Vianen ✩ 11 maart 1936 Leeuwarden ✝ 20 januari 2015 doktersassistente Geert Beens Borger ✩ 6 januari 1933 Hoogezand ✝ 17 januari 2015 overledene te zien en te identificeren. Een in- grijpende reconstructie gaat in overleg met de familie. Zij kunnen zeggen dat ze het niet wil- len; het kost ook wat, ‘al houden we de prijzen zo laag mogelijk’. Soms is er al een reconstruc- tie nodig vóór de identificatie; dan doen de medewerkers van CMO zelf wat moet gebeu- ren, in opdracht van de politie. Klein vertelt over een ongeval waarbij een zwangere vrouw en haar kind waren overle- den. Het kind was buiten haar lichaam geko- men. ‘We moesten het ook opbaren; het was bijna volgroeid met acht maanden. Ik heb het kindje in de armen van de moeder gelegd.’ Je moet in dit werk, zegt ze, de knop twee keer om kunnen zetten. Eerst als je met de dood wordt geconfronteerd. ‘Ik heb weleens mijn slikmomenten.’ Maar dan moet je professioneel aan de slag. En de tweede keer als je de familie ziet. Dan moet je emoties weer toelaten om op hun golflengte te komen. ‘En achteraf is het be- langrijk dat je bij collega’s je verhaal kunt doen, zodat je de volgende dag weer naar je werk kunt.’ ■ ehavend lichaam Iets ‘nieuws’ in de postmortale zorg is tijdelijk balseming of thanatopraxie. Dit is sinds 2010 in Nederland wettelijk toegestaan. Bloed en vocht worden uit het lichaam gehaald en er wordt een conserverende vloeistof ingebracht. Hierdoor stopt de ontbinding tijdelijk en is het lichaam langer toonbaar, bijvoor- beeld als er familie uit het buitenland moet komen. Het kan dan ook zonder koeling opgebaard worden en er treden minder problemen op met verkleuring of vochtverlies. ‘Het is een cliché: “Hij lag er zo mooi bij’’, maar het was oprecht zo’, zegt Melanie (23). Samen met haar moeder, broertje, tante en met Elselien Klein, verzorgde ze haar vader nadat hij afgelopen voorjaar een einde aan zijn leven had gemaakt door middel van helium. ‘Ik zag er wel tegen op om zo’n koud lichaam aan te raken. De eerste vijf minuten waren spannend. Maar daarna vond ik het mooi om te doen. Het ging in een liefdevolle sfeer, met een grapje en een traan. Ik keek altijd erg tegen mijn vader op en ik wilde dat zijn afscheid waardig en mooi zou zijn. Hij is ook gebalsemd en heeft negen dagen bij ons thuis gelegen. Ik was blij met die periode, omdat wij geen afscheid van hem hebben kunnen nemen. Ik heb elke dag een tijd bij de kist gezeten en tegen hem gepraat. Ik vond het fijn dat hij er zo mooi en vredig bij lag. Het was wel intensief. We hebben ervoor gekozen de mensen die afscheid van mijn vader wilden nemen, thuis te ontvangen; hierdoor werd het heel persoonlijk. Ik was blij dat Elselien elke dag ook even kwam. Dat maakte het wat minder zwaar, we kletsten gewoon even, ik had een goede klik met haar. Op het laatst vond ik het nog moeilijk om afscheid van mijn vader te nemen. Maar je ziet dan toch dat het lichaam minder wordt en dat is ook goed. Ik ben blij dat we die dagen hebben gehad. Het waardige afscheid dat hij verdiende, hebben we hem kunnen geven.’ balsemen echt mooi Tobina Horlings-Greevink Odoorn ✩ 11 december 1930 Assen ✝ 22 januari 2015 huisvrouw Annie Oudman-Smit Bierum ✩ 9 juli 1914 Harderwijk/Ermelo ✝ 22 januari 2015 huisvrouw en moeder

×