SlideShare a Scribd company logo
1 of 5
Download to read offline
Visie op ICT
Onderwerp 1: Blended learning en hybride leren: Wat is het? Waarom zegt professor Jan
Elen van KUL "onderwijs zal blended zijn of zal niet zijn"? Wat kan het veranderen in je
school? Waarom is het zinvol om een cursus te redesignen aan de hand van blended
learning? Wat met Corona? Wat is een MOOC?
Tijdens de pandemie waren er verschillende maatregelen rondom het coronavirus. Eén van
die maatregelen was online onderwijs. Dit gegeven is sinds dien wat blijven hangen. Meer en
meer scholen doen namelijk aan blended learning en hybride leren. Blended learning is een
leervorm waarbij fysiek lesgeven gecombineerd wordt met online lesgeven. Bij hybride leren
kan er gekozen worden of er fysiek de lessen wordt gevolgd of online. Er is dus in
tegenstelling tot blended learning geen overlapping. Jan Elen zijn uitspraak over blended
learning (“Onderwijs zal blended zijn of zal dat niet zijn”) verwijst naar de combinatie van het
fysiek en online lesgeven. Volgens hem zouden alle scholen deze leervorm moeten
toepassen. Dit kunnen scholen onder anderen doen door hun leermateriaal aan te passen.
Het redesignen van cursussen door meer online lesmateriaal toe te voegen kan dus zinvol
zijn. Hierdoor krijgen de leerlingen meer zelfstandigheid en kunnen ze leerstof op hun eigen
tempo verwerken. MOOC is een cursus die je gratis, online kan volgen over verschillende
onderwerpen.
Onderwerp 2: SAMR: wat is het en geef een voorbeeld van toepassing in je
onderwijscontext. Bedenk een analoge activiteit (bijv. taak op papier) en digitaliseer ze via
SAMR tot op niveau van Redefinition.
Het SAMR-model wordt gebruikt voor het digitaliseren van bestaand materiaal. Het helpt je
om de technologie in een onderwijssetting te gebruiken. De afkorting “SAMR” staat voor de
4 niveaus waaruit dit model is opgebouwd.
Niveau 1: Substitution (vervanging)
Niveau 2: Augmentation (uitbreiding)
Niveau 3: Modification (aanpassing)
Niveau 4: Redefinition (herdefiniëring)
Mijn voorbeeld: Ik neem als voorbeeld het thema muziek.
1. Het eerste wat ik ga doen is technologie inzetten als vervanging/substitution.
Concreet ga ik dit doen door een voor kleuter gerichte website te maken zodat dit
een interactieve activiteit wordt in plaats van een “ik zit en luister” activiteit.
2. Dan ga ik zorgen voor een uitbereiding/augmentation. Een functionele verbetering is
hier mijn doel. Dit zou ik doen door filmpjes over verschillende soorten instrumenten,
muziekgenres, muziekstijlen,… te verwerken in mijn website.
3. Door mijn aanpassing/modification zorg ik voor een verbetering.
Door mijn aanpassing kan ik de kinderen toch allerlei muziekinstrumenten laten
horen die ik (in de klas) niet tot mijn beschikking heb. Ook kan ik muziek van over
heel de wereld laten horen via die filmpjes.
4. En dan zijn we bij het doel aangekomen: herdefiniëring /Redefinition. Ik heb de
activiteit zo geüpgraded dat hij zijn technologie minder waard is.
Zonder technologie zou ik de kinderen enkel foto’s/boeken kunnen tonen over
muziek.
Onderwerp 3: T-Pack: wat is het en wat betekent het voor jou als leraar. Argumenteer
waarom het nog zo vaak fout loopt in lagere scholen wanneer ICT (Media) wordt
geïntegreerd. Op welke van de drie componenten moet jij nog het meeste leerwinst boeken?
Dit is het aanleren van kennis en vaardigheden aantrekkelijker en begrijpelijker maken aan de
hand van ICT. Het komt nog regelmatig voor dat het in lagere scholen misgaat als het gaat om
ICT/media. Dit komt doordat de leerkrachten lager onderwijs vaak onvoldoende geschoold
zijn geweest op het vlak van ICT. T-pack staat voor 3 componenten. Technology Knowledge
(technologie), Pedagogical Knowledge (didactische kennis), Content Knowledge
(vakinhoudelijke kennis). Persoonlijk denk ik dat ik nog het meeste werk heb aan Technology
Knowledge oftewel technologie. Er is namelijk nog zoveel mogelijk op vlak van ICT waar ik
nog niets van afweet.
Onderwerp 4: Eindtermen ICT: Wat zijn in Vlaanderen de eindtermen. Wat is er aan het
gebeuren in het secundaire onderwijs?
We zien meer en meer dat de scholen van het secundair onderwijs zelf laptops/tablets
aanbiedt of zelfs verplicht voor alle leerlingen. Ze willen namelijk ICT als middel gebruiken
om alle eindtermen beter te bereiken, dus niet enkel die van ICT zelf. Meestal zijn eigen
laptops/tablets afgeraden, dit omdat alle leerlingen dan met dezelfde apparatuur werken.
Hiermee willen scholen pleiten voor gelijkheid en het gebruik vergemakkelijken (Bv: bij
iedereen is de werking hetzelfde dus dat zorgt voor minder problemen).
Onderwerp 5: : Vier in balans: Wat is het en wat loopt er vaak fout in scholen? Pas dit toe
op een stageschool of een school die je kent. Waar zitten de problemen? Wanneer ik zeg dat
alles staat en valt met een goeie visie, klopt dat dan? Geef een voorbeeld van
techniekgedreven beslissingen.
Vier in balans is een model dat bestaat uit 4 bouwstenen/voorwaarden. Namelijk: visie,
deskundigheid, inhoud en toepassingen, infrastructuur. Als deze 4 bouwstenen in balans zijn,
kan ICT in het onderwijs goed worden gebruikt. Nogmaals zitten de meeste problemen bij de
opleiding van leerkrachten. Leerkrachten worden (vaak) onvoldoende geschoold op vlak van
ICT.
Onderwerp 6: Fake news en clickbait: krijg je als gewone mens nog neutraal nieuws?
Wanneer ik zeg dat je zoekresultaten in Google beperkt worden zoals je filmkeuze in Netflix
wat bedoel ik daar dan mee? Wat is deepfake en waarom moet het je verontrusten? We
hebben de natuurlijke reflex om tekst kritisch te bekijken en beelden te aanvaarden als
waarheid, is dat nog steeds een goed idee?
Het komt niet meer vaak voor dat wij als “gewone mens” neutraal nieuws krijgen. Nieuws
wordt altijd vergroot en gedramatiseerd, hierdoor komt het sneller in de kijker. Nieuws moet
dus niet neutraal zijn, wel moet het objectief zijn en mag de mening van de journalist op
geen enkele manier aan bod komen. Deepfake zijn gemanipuleerde beelden die als
nepnieuws worden gebruikt. Dit bijvoorbeeld door een gezicht van iemand op een ander
lichaam te plakken. Dit wilt dus zeggen dat niet alle filmpjes, foto’s,… De waarheid hoeven
zijn. Al het nieuws geloven is dus geen goed idee. Zowel via tekst als audiovisueel.
Onderwerp 7: Auteursrecht en plagiaat: wat mag nu eigenlijk wel en wat niet? Wat zijn de
meest gemaakte fouten in onderwijs? Hoe kan je nakijken of een leerling iets al dan niet zelf
heeft geschreven?
Mag:
• Werk kopiëren voor privégebruik
• Foto’s of teksten citeren
• Voor educatieve doeleinden
• 70 jaar na overlijden van de maker
• Rechtenvrije werken en licentues
Mag niet:
• Als de maker onbekend is
• Wanneer er niets over auteursrecht vermeld staat
• Elke afbeelding van google/facebook
• Iets bewerken en zeggen dat het van jou is
Op de mag en mag niet worden vaak fouten gemaakt. Plagiaat kan je nagaan via een
plagiaat checker. Er bestaan verschillende programma’s waarmee je dit kan doen.
Onderwerp 8: Flipped Classroom: wat is het? Bedenk een goede case voor je school
(instructie wel in de klas, niet thuis). Moet je die filmpjes als onderwijzer zelf maken? Kan
dit door kinderen (Jonatan academie)? Zie je een verband en /of mogelijkheden bij
verbeteren of differentiatie? Mogelijkheden bij Corona?
Bij Flipped Classroom wordt de klassikale instructie omgedraaid met individueel werk
(“huiswerk”). De rol van de leerkracht veranderd. In plaats van dat de leerkracht enkel
informatie geeft en dat de leerlingen moeten luisteren komt er tijd vrij voor individuele
aandacht. Ik zou op voorhand een aantal vragen opstellen over het onderwerp dat de
leerkracht gezien wilt hebben en dat de leerlingen deze met behulp van het internet
oplossen. Hierdoor kunnen de leerlingen dit zelfstandig verwerken, op hun eigen tempo
en hebben ze het eigenlijk al wat samengevat. Hierna is er nog tijd voor extra uitleg ,
vragen,… Hierna kunnen ze ook zelf uitlegfilmpjes maken. Hierdoor leren ze echt
waarover het gaat en kunnen de leerlingen die het onderwerp niet zo goed snappen deze
filmpjes van hun medestudenten bekijken (die het wel goed begrijpen). Uiteraard is het
ook mogelijk dat de onderwijzer deze filmpjes zelf maakt voor als er onvoldoende
informatie verteld wordt in bestaande filmpjes. Ik denk dat dit zeker een verbetering tot
gevolg kan hebben, aan de hand van het SAMR-model. Dit concept valt ook te gebruiken
tijdens Corona. Wel kan je de fysieke lessen niet vermijden maar dan is er toch al een
heel stuk minder fysiek contact. (zeker als je in kleine groepen/blokken werkt).
Onderwerp 9: Onderzoek heeft uitgewezen dat wie schrijft bij het noteren in de les
meer onthoudt dan wie tikt op een pc. Hoe zou dat kunnen komen? (denk aan hoe traag
je schrijft en hoe snel sommigen kunnen tikken tov wat de leerkracht zegt)
In dat geval geef ik aan studenten steeds het advies dat ze leerlingen moeten doen
vertalen. Van het ene medium naar het andere (tekst, stilstaand beeld, bewegend beeld
en geluid) Leg uit waarom je dat beter zo doet.
Uit meerdere onderzoeken komt de conclusie dat schrijvend noteren meer oplevert dan
typend noteren. De theorie hierachter is als volgt: door je notities te typen ben je
inderdaad een stuk sneller dan wanneer je het zou opschrijven met pen en papier.
Ondanks dat je bij typend noteren meer kunt noteren is toch schrijvend noteren
functioneler. Dit komt doordat schrijven meer werk kost. Je moet dus meer en harder
nadenken. Hierdoor onthoudt je beter wat je genoteerd hebt. Door meerdere soorten
materialen te gebruiken tijdens de les, gaan leerlingen die leerstof langer en beter
onthouden.
Onderwerp 10: Webquests: Wat is het? Wat zijn de bouwstenen? Goeie voorbeelden
en verzamelsites? Onder welke Eindterm (diamant) valt dit? Zie je kansen voor
differentiatie? Binnen welke vakgebieden?
Het is eigenlijk een zelfstandige opdracht die je volbrengt door onderzoek te doen
(grotendeels) via bronnen op het internet. Een webquest is opgebouwd uit 6
bouwstenen.
• Inleiding: hier wordt het doel uitgelegd
• Opdracht: de opdracht wordt uitgelegd
• De werkwijze: de werkwijze wordt zeer nauwkeurig omschreven
• Informatiebronnen: alle gebruikte bronnen moeten vermeld worden
• Beoordelingspagina: hier kunnen de leerlingen zien op welke manier hun werk
beoordeeld wordt
• Afsluitingspagina: hier kijken de leerlingen nog eens terug op wat ze geleerd hebben
Bekende verzamelsites zijn biopoint en ASU. Ik denk dat dit zeker voor differentiatie kan
zorgen. Voornamelijk voor Geschiedenis en aardrijkskunde omdat het internet hier vol mee
staat.

More Related Content

Similar to Visie op ICT (definitief).pdf

Similar to Visie op ICT (definitief).pdf (20)

Visie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfVisie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdf
 
Visie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfVisie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdf
 
Visie op ICT.docx
Visie op ICT.docxVisie op ICT.docx
Visie op ICT.docx
 
Visie op ICT (1).pdf
Visie op ICT (1).pdfVisie op ICT (1).pdf
Visie op ICT (1).pdf
 
ICTopdrachtB.docx
ICTopdrachtB.docxICTopdrachtB.docx
ICTopdrachtB.docx
 
Visie op ICT.docx
Visie op ICT.docxVisie op ICT.docx
Visie op ICT.docx
 
Visie op ICT.docx
Visie op ICT.docxVisie op ICT.docx
Visie op ICT.docx
 
Visie op ICT.docx
Visie op ICT.docxVisie op ICT.docx
Visie op ICT.docx
 
Visie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfVisie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdf
 
Visie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfVisie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdf
 
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxVisie_Op_ICT.pdf
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxVisie_Op_ICT.pdfxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxVisie_Op_ICT.pdf
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxVisie_Op_ICT.pdf
 
Visie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfVisie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdf
 
Visie op ICT Silke Delvaux.pdf
Visie op ICT Silke Delvaux.pdfVisie op ICT Silke Delvaux.pdf
Visie op ICT Silke Delvaux.pdf
 
Visie op ICT Lise Vanrillaer.pdf
Visie op ICT Lise Vanrillaer.pdfVisie op ICT Lise Vanrillaer.pdf
Visie op ICT Lise Vanrillaer.pdf
 
visie op ict.pdf
visie op ict.pdfvisie op ict.pdf
visie op ict.pdf
 
Visie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdfVisie op ICT.pdf
Visie op ICT.pdf
 
Visie op ICT
Visie op ICT Visie op ICT
Visie op ICT
 
visie op ICT B Noa Savoné.pdf
visie op ICT B Noa Savoné.pdfvisie op ICT B Noa Savoné.pdf
visie op ICT B Noa Savoné.pdf
 
Visie op IC1.pdf
Visie op IC1.pdfVisie op IC1.pdf
Visie op IC1.pdf
 
Visie op ICT afgewerkt.pdf
Visie op ICT afgewerkt.pdfVisie op ICT afgewerkt.pdf
Visie op ICT afgewerkt.pdf
 

Visie op ICT (definitief).pdf

  • 1. Visie op ICT Onderwerp 1: Blended learning en hybride leren: Wat is het? Waarom zegt professor Jan Elen van KUL "onderwijs zal blended zijn of zal niet zijn"? Wat kan het veranderen in je school? Waarom is het zinvol om een cursus te redesignen aan de hand van blended learning? Wat met Corona? Wat is een MOOC? Tijdens de pandemie waren er verschillende maatregelen rondom het coronavirus. Eén van die maatregelen was online onderwijs. Dit gegeven is sinds dien wat blijven hangen. Meer en meer scholen doen namelijk aan blended learning en hybride leren. Blended learning is een leervorm waarbij fysiek lesgeven gecombineerd wordt met online lesgeven. Bij hybride leren kan er gekozen worden of er fysiek de lessen wordt gevolgd of online. Er is dus in tegenstelling tot blended learning geen overlapping. Jan Elen zijn uitspraak over blended learning (“Onderwijs zal blended zijn of zal dat niet zijn”) verwijst naar de combinatie van het fysiek en online lesgeven. Volgens hem zouden alle scholen deze leervorm moeten toepassen. Dit kunnen scholen onder anderen doen door hun leermateriaal aan te passen. Het redesignen van cursussen door meer online lesmateriaal toe te voegen kan dus zinvol zijn. Hierdoor krijgen de leerlingen meer zelfstandigheid en kunnen ze leerstof op hun eigen tempo verwerken. MOOC is een cursus die je gratis, online kan volgen over verschillende onderwerpen. Onderwerp 2: SAMR: wat is het en geef een voorbeeld van toepassing in je onderwijscontext. Bedenk een analoge activiteit (bijv. taak op papier) en digitaliseer ze via SAMR tot op niveau van Redefinition. Het SAMR-model wordt gebruikt voor het digitaliseren van bestaand materiaal. Het helpt je om de technologie in een onderwijssetting te gebruiken. De afkorting “SAMR” staat voor de 4 niveaus waaruit dit model is opgebouwd. Niveau 1: Substitution (vervanging) Niveau 2: Augmentation (uitbreiding) Niveau 3: Modification (aanpassing) Niveau 4: Redefinition (herdefiniëring) Mijn voorbeeld: Ik neem als voorbeeld het thema muziek. 1. Het eerste wat ik ga doen is technologie inzetten als vervanging/substitution. Concreet ga ik dit doen door een voor kleuter gerichte website te maken zodat dit een interactieve activiteit wordt in plaats van een “ik zit en luister” activiteit.
  • 2. 2. Dan ga ik zorgen voor een uitbereiding/augmentation. Een functionele verbetering is hier mijn doel. Dit zou ik doen door filmpjes over verschillende soorten instrumenten, muziekgenres, muziekstijlen,… te verwerken in mijn website. 3. Door mijn aanpassing/modification zorg ik voor een verbetering. Door mijn aanpassing kan ik de kinderen toch allerlei muziekinstrumenten laten horen die ik (in de klas) niet tot mijn beschikking heb. Ook kan ik muziek van over heel de wereld laten horen via die filmpjes. 4. En dan zijn we bij het doel aangekomen: herdefiniëring /Redefinition. Ik heb de activiteit zo geüpgraded dat hij zijn technologie minder waard is. Zonder technologie zou ik de kinderen enkel foto’s/boeken kunnen tonen over muziek. Onderwerp 3: T-Pack: wat is het en wat betekent het voor jou als leraar. Argumenteer waarom het nog zo vaak fout loopt in lagere scholen wanneer ICT (Media) wordt geïntegreerd. Op welke van de drie componenten moet jij nog het meeste leerwinst boeken? Dit is het aanleren van kennis en vaardigheden aantrekkelijker en begrijpelijker maken aan de hand van ICT. Het komt nog regelmatig voor dat het in lagere scholen misgaat als het gaat om ICT/media. Dit komt doordat de leerkrachten lager onderwijs vaak onvoldoende geschoold zijn geweest op het vlak van ICT. T-pack staat voor 3 componenten. Technology Knowledge (technologie), Pedagogical Knowledge (didactische kennis), Content Knowledge (vakinhoudelijke kennis). Persoonlijk denk ik dat ik nog het meeste werk heb aan Technology Knowledge oftewel technologie. Er is namelijk nog zoveel mogelijk op vlak van ICT waar ik nog niets van afweet. Onderwerp 4: Eindtermen ICT: Wat zijn in Vlaanderen de eindtermen. Wat is er aan het gebeuren in het secundaire onderwijs? We zien meer en meer dat de scholen van het secundair onderwijs zelf laptops/tablets aanbiedt of zelfs verplicht voor alle leerlingen. Ze willen namelijk ICT als middel gebruiken om alle eindtermen beter te bereiken, dus niet enkel die van ICT zelf. Meestal zijn eigen laptops/tablets afgeraden, dit omdat alle leerlingen dan met dezelfde apparatuur werken. Hiermee willen scholen pleiten voor gelijkheid en het gebruik vergemakkelijken (Bv: bij iedereen is de werking hetzelfde dus dat zorgt voor minder problemen).
  • 3. Onderwerp 5: : Vier in balans: Wat is het en wat loopt er vaak fout in scholen? Pas dit toe op een stageschool of een school die je kent. Waar zitten de problemen? Wanneer ik zeg dat alles staat en valt met een goeie visie, klopt dat dan? Geef een voorbeeld van techniekgedreven beslissingen. Vier in balans is een model dat bestaat uit 4 bouwstenen/voorwaarden. Namelijk: visie, deskundigheid, inhoud en toepassingen, infrastructuur. Als deze 4 bouwstenen in balans zijn, kan ICT in het onderwijs goed worden gebruikt. Nogmaals zitten de meeste problemen bij de opleiding van leerkrachten. Leerkrachten worden (vaak) onvoldoende geschoold op vlak van ICT. Onderwerp 6: Fake news en clickbait: krijg je als gewone mens nog neutraal nieuws? Wanneer ik zeg dat je zoekresultaten in Google beperkt worden zoals je filmkeuze in Netflix wat bedoel ik daar dan mee? Wat is deepfake en waarom moet het je verontrusten? We hebben de natuurlijke reflex om tekst kritisch te bekijken en beelden te aanvaarden als waarheid, is dat nog steeds een goed idee? Het komt niet meer vaak voor dat wij als “gewone mens” neutraal nieuws krijgen. Nieuws wordt altijd vergroot en gedramatiseerd, hierdoor komt het sneller in de kijker. Nieuws moet dus niet neutraal zijn, wel moet het objectief zijn en mag de mening van de journalist op geen enkele manier aan bod komen. Deepfake zijn gemanipuleerde beelden die als nepnieuws worden gebruikt. Dit bijvoorbeeld door een gezicht van iemand op een ander lichaam te plakken. Dit wilt dus zeggen dat niet alle filmpjes, foto’s,… De waarheid hoeven zijn. Al het nieuws geloven is dus geen goed idee. Zowel via tekst als audiovisueel. Onderwerp 7: Auteursrecht en plagiaat: wat mag nu eigenlijk wel en wat niet? Wat zijn de meest gemaakte fouten in onderwijs? Hoe kan je nakijken of een leerling iets al dan niet zelf heeft geschreven? Mag: • Werk kopiëren voor privégebruik • Foto’s of teksten citeren • Voor educatieve doeleinden • 70 jaar na overlijden van de maker • Rechtenvrije werken en licentues Mag niet: • Als de maker onbekend is • Wanneer er niets over auteursrecht vermeld staat • Elke afbeelding van google/facebook • Iets bewerken en zeggen dat het van jou is
  • 4. Op de mag en mag niet worden vaak fouten gemaakt. Plagiaat kan je nagaan via een plagiaat checker. Er bestaan verschillende programma’s waarmee je dit kan doen. Onderwerp 8: Flipped Classroom: wat is het? Bedenk een goede case voor je school (instructie wel in de klas, niet thuis). Moet je die filmpjes als onderwijzer zelf maken? Kan dit door kinderen (Jonatan academie)? Zie je een verband en /of mogelijkheden bij verbeteren of differentiatie? Mogelijkheden bij Corona? Bij Flipped Classroom wordt de klassikale instructie omgedraaid met individueel werk (“huiswerk”). De rol van de leerkracht veranderd. In plaats van dat de leerkracht enkel informatie geeft en dat de leerlingen moeten luisteren komt er tijd vrij voor individuele aandacht. Ik zou op voorhand een aantal vragen opstellen over het onderwerp dat de leerkracht gezien wilt hebben en dat de leerlingen deze met behulp van het internet oplossen. Hierdoor kunnen de leerlingen dit zelfstandig verwerken, op hun eigen tempo en hebben ze het eigenlijk al wat samengevat. Hierna is er nog tijd voor extra uitleg , vragen,… Hierna kunnen ze ook zelf uitlegfilmpjes maken. Hierdoor leren ze echt waarover het gaat en kunnen de leerlingen die het onderwerp niet zo goed snappen deze filmpjes van hun medestudenten bekijken (die het wel goed begrijpen). Uiteraard is het ook mogelijk dat de onderwijzer deze filmpjes zelf maakt voor als er onvoldoende informatie verteld wordt in bestaande filmpjes. Ik denk dat dit zeker een verbetering tot gevolg kan hebben, aan de hand van het SAMR-model. Dit concept valt ook te gebruiken tijdens Corona. Wel kan je de fysieke lessen niet vermijden maar dan is er toch al een heel stuk minder fysiek contact. (zeker als je in kleine groepen/blokken werkt). Onderwerp 9: Onderzoek heeft uitgewezen dat wie schrijft bij het noteren in de les meer onthoudt dan wie tikt op een pc. Hoe zou dat kunnen komen? (denk aan hoe traag je schrijft en hoe snel sommigen kunnen tikken tov wat de leerkracht zegt) In dat geval geef ik aan studenten steeds het advies dat ze leerlingen moeten doen vertalen. Van het ene medium naar het andere (tekst, stilstaand beeld, bewegend beeld en geluid) Leg uit waarom je dat beter zo doet. Uit meerdere onderzoeken komt de conclusie dat schrijvend noteren meer oplevert dan typend noteren. De theorie hierachter is als volgt: door je notities te typen ben je inderdaad een stuk sneller dan wanneer je het zou opschrijven met pen en papier. Ondanks dat je bij typend noteren meer kunt noteren is toch schrijvend noteren functioneler. Dit komt doordat schrijven meer werk kost. Je moet dus meer en harder nadenken. Hierdoor onthoudt je beter wat je genoteerd hebt. Door meerdere soorten materialen te gebruiken tijdens de les, gaan leerlingen die leerstof langer en beter onthouden.
  • 5. Onderwerp 10: Webquests: Wat is het? Wat zijn de bouwstenen? Goeie voorbeelden en verzamelsites? Onder welke Eindterm (diamant) valt dit? Zie je kansen voor differentiatie? Binnen welke vakgebieden? Het is eigenlijk een zelfstandige opdracht die je volbrengt door onderzoek te doen (grotendeels) via bronnen op het internet. Een webquest is opgebouwd uit 6 bouwstenen. • Inleiding: hier wordt het doel uitgelegd • Opdracht: de opdracht wordt uitgelegd • De werkwijze: de werkwijze wordt zeer nauwkeurig omschreven • Informatiebronnen: alle gebruikte bronnen moeten vermeld worden • Beoordelingspagina: hier kunnen de leerlingen zien op welke manier hun werk beoordeeld wordt • Afsluitingspagina: hier kijken de leerlingen nog eens terug op wat ze geleerd hebben Bekende verzamelsites zijn biopoint en ASU. Ik denk dat dit zeker voor differentiatie kan zorgen. Voornamelijk voor Geschiedenis en aardrijkskunde omdat het internet hier vol mee staat.