Presentatie hoorzitting 11 12

517 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
517
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
10
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Belangrijke uitdaging:Financiële sector in volle transformatieRegelgevende initiatieven (Basel III) & conjunctuur maken hervormingen extra zwaar.BJKOMENDE INFO OVER GRAFIEK Update 14/8/2012 Source :Belgostat, kredietinstellingen, geconsolideerde basis >> structuur van de balans per portefeuilleNoot: zowel de bedrijven als de overheid laten geen historisch hoge leverage-ratio’s (of schuldposities) optekenenHieronderenkeleindicatiesnaaraanleiding van de vraag over de ‘leverage’ van de Belgischeondernemingen en de Belgischeoverheid. Watopvalt is :  Voor de ondernemingen: hunfinanciëlestructuur is nietgehavend door de crisis, en hun‘leverage’bevindtzichnogaltijd op eenhistorischlaagniveau (althans tot 2010, het recentstbeschikbarejaar). Voor de overheid : Uiteraard is de vermogensbalans van de overheidandersdan die voorondernemingen.Ofschoon de nettoschuld van de overheid de jongstejaren en in nominaletermenaanzienlijk is gaantoenemen, ligtdezeschuld in reëletermen (na ‘zuivering’ voorinflatie) historischbekekenrelatieflaag en lager dan 15 jaarterug. Ook in vergelijking met het BBP bevindtdezenettoschuldzich op eenbetrekkelijklaagniveau. Voorts is eveneens de verhouding van de brutoschuld van de overheidtegenoverhaarfinanciëlevorderingennaareenhistorischlaagniveaugaanevolueren; reden : het financiëlevermogen van de overheid is de jongstejarenopmerkelijkstevigtoegenomen (o.a. alsgevolg van participaties … in banken).   Evolutie van de financiëlestructuurniet-financiëleondernemingen :   
  • Input Dirk De CortPeriodeNetto-uitgiften vastrentende effecten op meer dan 1 jaar (in miljoen EUR) Netto-uitgiften door Belgische niet-financiële vennootschappen (1ste kolom) Netto-uitgiften Belgische overheid (2de kolom)2000 82 6.9902001 - 86 4.0662002 - 338 5.1382003 5.623 - 1.6782004 202 - 1.8692005 - 1.585 4.5612006 1.398 - 1.6042007 131 5.6162008 - 760 3.4482009 7.216 23.7612010 2.278 18.0412011 2.314 18.8661ste semester 2012 2.542 16.702Bron : NBBVaststelling is dat de voorbijejaren (vanaf 2009) inderdaadrelatiefsterkejarenwarenvoorobligatie-uitgiften door het Belgischebedrijfsleven. En als het 2de semester van 2012 even sterk is als het 1ste (en daarziet het naaruit), danzouden de totalenetto-uitgiften van de ondernemingenuitstijgen tot boven de 5 miljard EUR.  Uiteraardweten we dat de uitgiftevolumes van obligatiesvrijongelijkgespreidkunnenzijn (het volstaatdatbv. AB Inbev met eengroteemissiekomt, om het totale volume aanzienlijk op tedrijven). En als men het heeft over de risicozijde, moetookbekekenwordenwelkepartijen de obligatiesopnemen (institutionelen, gezinnen, …).  Merkook op datsedert de financiële crisis de Belgischeoverheidhaarnetto-obligatieuitgiftenforsheeftmoetenverhogen, en dat de uitgiften van de bedrijvendaarmeevergeleken, maar eenfractiezijn.  Nogmaals, bovenstaande data betreffen de netto-uitgiften
  • In de bevraging door Febelfin ligt het bedrag van de ondernemingskredieten in omloop hoger dan die van de Nationale Bank van België (Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen), aangezien Febelfin ook de verbinteniskredieten en de kredieten aan zelfstandigen in kaart brengt.
  • Achtergrond van Marc Moonens:Wat is een credit crunch? Minder credit (door restricties op bankniveau : liquidity, solvency, risk,…)Beschikbaar krediet maar aan meer stringente voorwaarden (marges, garanties,…) Kredietlijnen en ‘outstandings’ zijn in België sneller gaan groeien dan het Belgische BNPBelgische ondernemingen hebben nog heel wat capaciteit in de bestaande kredietlijnenMaar hun vraag naar krediet neemt sterk afDat kan verklaard worden door de afname in business en consumentenvertrouwen en door een daling van het gebruik van de beschikbare productiecapaciteitDe kredietwaardigheid van Belgische en Europese ondernemingen verslechtertDe Basel III regelgeving zal in aanzienlijke mate het business model van banken beïnvloeden.
  • - Bedragtotaaluitstaandkredietvolumeonderverdeeldnaargrootte van ondernemingen(cijfers NBB, maart 2012) = 100.475 mio EUR ( bronCentralekredietenaanondernemingen)- Bedragtotaaluitstaandkredietvolume (cijfers NBB, maart 2012) : 116.982 mio EUR mio EUR ( bron NBB op basis van boekhoudstatenbanken)RATIO verschil:verschil in bron en de gehanteerdeafbakeningen in die bronnen.  In de data van de Kredietrisicocentrale is ereen filter, die maaktdatbepaaldekredietennietwordenmeegenomen. Dat is bv. het geval met de kredietenbeneden de 25.000 EUR. Die zittendusniet in de kredietcijfersvolgens de grootte van de ondernemingen. Datleidtm.a.w. hoogstwaarschijnlijk tot eenbepaaldeonderschatting van de kredietenaan heel kleineondernemingen.  Voortszijneenaantal in de boekhoudingalsondernemingskredietengeregistreerdekredieten, nietecht en onbetwistbaartoewijsbaar.  Datallesmaaktdat de data van de Kredietrisicocentralenietvolledigkunnenmatchen met het volledige (en dusjuiste) algemenekredietcijfers op basis van de boekhoudrapportering. VOETNOOT : -BronCijfers NBB – MaandelijksObservatoriumvoor krediet aan niet-financiële vennootschappen (actuele cijfers)-Verschilbedragtotaaluitstaandkredietvolumeonderverdeeldnaargrootteondernemingen (maart 2012) en bedragtotaaluitstaandkredietvolume (maart 2012, zievorige slide) is tewijtenaanverschil in bron. De gegevens over het totaaluitstaandekredietvolumezijngebaseerd op gedetailleerdemaandelijkseboekhoudrapportering van banken, terwijluitsplitsingnaargelanggroottegebaseerd is op data van kredietrisicocentrale (CKO). Zowordenbij CKO ondermeerkredieten van minder dan 25.000 EUR nietgerapporteerd.
  • Bedragtotaaluitstaandkredietvolumeonderverdeeldnaarduurtijdkredieten( bron NBB op basis van boekhoudstatenbanken) : Maart 2012 : 36.389 (KT) + 80.594 (LT) = 116.983Bedragtotaaluitstaandkredietvolume (cijfers NBB, maart 2012) : 116.982 mio EUR ( bron NBB op basis van boekhoudstatenbanken)Opgelet : middellang tot langetermijnkredietenzijnkredieten van meerdanéénjaarDit is de indeling die de NBB volgt.
  • Vertraging 6 maand
  • Nieuwe economische terugval (na financiële crisis in 2007) door staatsschuldencrisis 2009De verwachting is nu algemeen dat in 2012 de Belgische economie een kleine krimp zal vertonen. Voor 2013 wordt een begin van herstel verhoopt, maar de onzekerheid bij de conjunctuurvoorspellers is toch nog uitgesproken aanwezig. De vooruitzichten gaan van de BBP-stabilisatie (0-groei), tot een groeicijfer van 0,7 %. Bij de officiële instanties gaat de voorspellingsvork beperkt van + 0,3 % tot + 0,7 %; bij de bancaire voorspellers is die vork 0,0 tot (eveneens) 0,7 %. Voor ietwat meer overtuigende beterschap men de conjunctuurvoorspellers dat het hoe dan ook wachten is op 2014. Maar hoe verderaf hoe meer onzekerheden er wegen op de vooruitzichten. Conjunctuurvoorspellen is allesbehalve een exacte wetenschap.  
  • Cfr.verhaalkanarie en koolmijnDe industrie is momenteel toch wel het meest bedreigde deel van de economie. Ze is een beetje als een kanarie in een koolmijn, althans wat de concurrentiepositie betreft, omdat ze nog meer dan andere sectoren blootstaat aan internationale concurrentie.Ondanks de natuurlijke en structurele beweging naar tertiarisering (en alle argumentatie van P. De Grauwe), kunnen we een degelijke industriële onderbouw best niet missen De vraag blijft waarom de Belgische industrie op een frappante wijze minder herstelt na de crisis dan Duitsland, Nederland en Oostenrijk (dus andere ‘kernlanden’ waarmee we ons graag vergelijken) een verzwakking van de concurrentiepositie heeft een negatief effect op de gezondheid van onze ondernemingen evenals economie en aldus een impact op de kredietdossiers en leningscapaciteit
  • Meer conservatieve hypotheses door lange slechte economische toestandMaar verstrakken kredietvoorwaarden wel?Vb. Concessiehouder van de VW-garage, die normaal 600 auto’s per jaar verzet, maar door de crisis maar 400 meer haalt, zal misschien geen kleiner marktaandeel halen, maar toch minder makkelijk leningen van dezelfde grootte afsluiten. Hij zal dat misschien toeschrijven aan verstrenging bij de bank, terwijl de bank mogelijk exact dezelfde wiskundige regels toepast.DUS: meer waarborgen voor de toekomst, omdat geen geloof in dat terug naar oude niveau gaat. Langdurige morositeit en alle implicaties inbouwen in kredietverlening (bijv. door extra zekerheden)  lichte verstrakking komt voort uit voorzienigheid en voorzichtigheid banken wat betreft hun kredietdossiers in het licht van negatieve economische klimaat. Hetzelfde kredietdossier kampt vandaag met moeilijker en onzekerder klimaat + minder inkomsten waardoor banken hierdoor lichte verstrakking doorvoeren. Noot 1 : Level I nbb 8 oktober 2012 TraditioneelkredietbeleidInzake traditioneel kredietbeleid is de NBB niet ongelukkig met het feit dat inzake commercial Real Estate en hypothecair krediet een zekere verstrakking aan de orde is. Met betrekking tot kredietverlening aan ondernemingen wordt echter gevraagd om niet te streng te zijn. Wat de vraag naar zekerheden aan ondernemingen betreft, mag inderdaad niet uit het oog worden verloren dat historisch gezien het gevaar voor verkeerd aflopende bedrijfskredieten in België vrij beperkt blijft. Noot 2:Ter info: KeFiK, het Kenniscentrumvoor de Financiering van KMO’s maaktzelf melding in hunenquêtedatkredietkostprijsalspositiefwerdervarenBeoordeling van de bancaire kredietverstrekkingsvoorwaarden door de Belgische bedrijfsleiders (NBB-enquête editie oktober 2012)Wel is het appreciatiebeeld van de bedrijfsleiders niet eenduidig : algemeen gesproken zijn zij (steeds meer) uitgesproken positief over de intrestvoorwaarden op nieuwe bankkredieten (wat niet echt hoeft te verwonderen, gelet op het historisch lage intrestniveau); voor de overige krediettoegangsvoorwaarden zijn de Belgische bedrijfsleiders overwegend negatief. Het betreft dan de niet-intrestkosten, de verkrijgbare kredietvolumes (grote kredietvolumes zijn problematischer) en de gevraagde kredietwaarborgen.
  • BIJKOMEND TER INFO: VKW-ARTIKEL EN REACTIE DIRK DE CORT OP BERICHT IN VKW-NIEUWSBRIEF ROND KEFIK-SIMULATORARTIKEL VKWKeFiK, het Kenniscentrum voor de Financiering van KMO’s, ontwikkelde een webtool waarmee je je eigen bedrijf kan bekijken als door de ogen van je bank. De simulator komt niets te vroeg, want de KeFiK-barometer inzake toegang tot bankfinanciering staat op een absoluut dieptepunt.Beoordeling door bankVandaag weet 2/3de van de bedrijven niet dat ze door hun banken worden beoordeeld op basis van een ratingsysteem. Laat staan dat ze hun eigen rating zouden kennen. Met de gesimuleerde rating krijgt je evenwel inzicht in de kwaliteit van je kredietdossier zoals je dat indient bij de bank. Het instrument gaat uit van de doorsnee werkwijze die banken hanteren om kredietdossiers te evalueren.Naast kwalitatieve zal de webtool dus ook enkele cijfermatige balansgegevens opvragen. Als resultaat krijg je dan ook een beter zicht op je sterke en zwakke punten. De tool is geheel vrijblijvend, anoniem en gratis. Je moet wel eerst een login en paswoord aanvragen via de website van KeFiK.BankfinancieringDe simulator zal goed van pas komen voor bedrijven die kredietdossiers hebben lopen bij hun bank. De recentste KeFiK-barometer staat namelijk op een absoluut dieptepunt sinds de metingen in 2008 zijn begonnen. Kleine ondernemingen en zelfstandigen rapporteren een forse verslechtering van hun toegang tot bankfinanciering. De resultaten liggen volledig in lijn met de eerdere bevindingen van de VKW-enquête over kredietschaarste. Een aantal elementen gingen sterk achteruit:de relatie met de bankierde inschatting inzake het gemak om een nieuw krediet te bekomen of een bestaand krediet uit te breidende waarborgvereistende informatievereistenHet enige lichtpuntje is dat zij die krediet konden bekomen, gewag maken van een lagere kostprijs.VlaanderenOpvallend is dat vooral Vlaamse bedrijfsleiders de indruk hebben dat de krediettoegangen worden geblokkeerd. De betere perceptie in Vlaanderen behoort daarmee tot het verleden. Ook het ondernemersklimaat staat op het laagste niveau sinds 2008. Twee derde van de gepeilde bedrijfsleiders schat het huidige klimaat in als negatief tot zeer negatief. Slechts minder dan één op vijf staat op gunstig tot zeer gunstig.2.REACTIE DIRK DE CORTDe webtool/simulator van KeFiKkanuiteraardeenpositievebijdragezijnvoor de goedeverstandhouding en opbouwenderelatietussen de KMO en haar bank, watkredietfinancieringbetreft.  Wat de recenteontwikkelingen in de kredietfinancieringbetreft, beseffen we natuurlijkdat we opnieuw door eenmoeilijkerefasegaan. Datkwamook al tot uiting in de eerdereresultaten van de Bank Lending Survey van de NBB, de gegevens in het Observatorium (inclusief de bevragingen van de NBB bijondernemingen), enz.  T.a.v. van onderstaande input van VKW, zouiktochzovrijwillenzijnomtwee overwegingenaantebrengen :  Hier en daarlijkt het woordgebruik me watoverdreven. Stellen, zoals op het einde van het onderstaandeartikeltjegebeurt, dat de ‘krediettoegangenwordengeblokkeerd’, lijkt me eendergelijkeoverdrijvingtezijn. Datzoueropneerkomen (of het beeldopwekken) datbankenmoedwillig en op basis van kwaadopzet, het kredietcircuitzoudensaboteren. Datdoetdanbijnadenkenaanvakbondsploegen die bedrijfstoegangen of toegangen tot bedrijfszonesblokkeren. Je kanzeggendatditslechtswoordgebruik is om de aantrekkelijkheid van de berichtgevingwatteversterken en tekruiden. Maar het geeftwelvoedingaaneensoort van ‘conflictmodel’ (datweeromaanbepaaldesocialerelatieskandoendenken), dat we vanuit de banksectorabsoluutwillenvermijden. Eendergelijkeconflictbenaderingkanalleen tot verziektetoestandenleiden, in het nadeel van allebetrokkenpartijen, zowelbankenalsondernemingenzelf.  De sector wilvooralinzetten op volwassen, gezonde en evenwichtigerelaties met de ondernemers, in wederzijds respect, alsook op oplossingsgerichte demarches (op alleniveaus : beleidsmatig en macro, zowelals micro-economisch en voor de individuelebedrijven en projecten). Nogi.v.m. het einde van het artikel, kanik me niet van de indrukontdoendat, in de perceptie van de ondernemers, het algemeneondernemersklimaat en de kwestie van de krediettoegankelijkheid in ‘eengrote pot’ wordenvermengd. M.a.w. het negatievegevoelinzake de werkomgeving van de ondernemer in het algemeen, wordt mutatis mutandis bijnaautomatischovergezet op de problematiek van de bancairekredietverlening. De gemakkelijkheidwaarmee die stapwordtgezet, doeteigenlijkvermoedendatbedrijfsleidersbeidezaken met elkaarassociëren en wellichtook (in hunperceptie) door elkaarhalen. Niemandzalontkennendat het economischnietzogoedgaat; de NBB heeftdatnog maar pas bevestigd met haar data over het BBP-verloop in het 2de en 3dekwartaal; en de ECB werdnognegatiever in haarvooruitzichtenvoor de economie van de eurozone in 2013. Mogelijk is die sombereeconomischeachtergrondvoor de ondernemerseenbijnavanzelfsprekendeaanleidingomonmiddellijk (nog) negatievertedenken over de krediettoegankelijkheid.  Kortom, waariktochwat je aandachtzouwillen op vestigen is dat men zichwelwatmoettrachtentehoedenvicieuzenegatievekringlopen in de beeldvormingteveroorzaken. Uiteraardheeft de waarheid en werkelijkheidhaarvolsterechten, maar eenopbod in somberheidkanleiden tot eenrisico op zich, waarbij de ruimtevooreenoplossingsgerichteaanpaknodelooswordtversmald of bemoeilijkt.  Beschouwdezereactienietalskritiek (de waarheidmoetnietwordenverdoezeld, in tegendeel), maar alsonderdeel van de constructievedialoog die we voortdurendbetrachten.
  • Het volume aan ondernemingskredieten bedraagt eind september 2012 nagenoeg 129 miljard EUR. Hiermee wordt aangeknoopt met het niveau dat een jaar geleden werd opgetekend. Volgens het Observatorium van de Nationale Bank van België, dat in tegenstelling tot Febelfin de verbinteniskredieten en de kredieten aan zelfstandigen niet opneemt in zijn berekeningen, bedroeg het volume ondernemingskredieten eind september van dit jaar ruim 116 miljard EUR. De daling van het volume aan ondernemingskredieten komt er ondanks het feit dat de financiële instellingen de kredieten aan ondernemingen nog steeds verstrekken tegen erg voordelige tarieven die tot de laagste in Europa behoren. De gemiddelde gewogen interestvoet bedroeg in september 2012 2,98%, d.i. een historisch laagtepeil. Economische context laat zich voelenDe vraag naar ondernemingskredieten neemt in het derde trimester - net zoals in de voorgaande trimesters – af en dit zowel in aantal als in bedrag. Het aantal aanvragen voor ondernemingskredieten daalde in het derde trimester met 11% ten opzichte van het derde trimester van 2011. In bedrag vroegen ondernemingen ruim 16% minder krediet dan in het derde trimester van 2011.Ook de toegekende ondernemingskredieten daalden in het derde trimester van dit jaar ten opzichte van het derde trimester van 2011: in aantal met 16% en in bedrag met 24%. Deze negatieve cijfers houden zonder enige twijfel verband met de moeilijke economische context die kan wegen op de kredietwaardigheid van een dossier, het lage ondernemersvertrouwen.
  • Recente bevraging De gemiddelde gewogen interestvoet bedroeg in juli 2012 2,96%, lager dan het historische dieptepunt van 3,05% dat in september 2010 werd opgetekend.In het kader van deze historisch lage rentevoeten kiezen ondernemingen dan ook alsmaar meer voor bancaire kredieten op lange termijn. Het aandeel van de kredieten op lange termijn in het uitstaande volume van de opgenomen ondernemingskredieten bedroeg eind juni nu al 69%, in vergelijking met 31% voor de kredieten op korte termijnTer info: KeFiK, het Kenniscentrumvoor de Financiering van KMO’s maaktzelf melding in hunenquêtedatkredietkostprijsalspositiefwerdervarenBeoordeling van de bancaire kredietverstrekkingsvoorwaarden door de Belgische bedrijfsleiders (NBB-enquête editie oktober 2012)Wel is het appreciatiebeeld van de bedrijfsleiders niet eenduidig : algemeen gesproken zijn zij (steeds meer) uitgesproken positief over de intrestvoorwaarden op nieuwe bankkredieten (wat niet echt hoeft te verwonderen, gelet op het historisch lage intrestniveau); voor de overige krediettoegangsvoorwaarden zijn de Belgische bedrijfsleiders overwegend negatief. Het betreft dan de niet-intrestkosten, de verkrijgbare kredietvolumes (grote kredietvolumes zijn problematischer) en de gevraagde kredietwaarborgen.
  • Spaargeld omzetten in leningen 5-7 jaar blijkt geen probleemMAAR:-Risico’s LT verhogen door conjunctuur-Regelgeving die kapitaal versterkt, en liquiditeitsregels die termijnen financiering probeert te matchenOP BASIS VAN DIE UITDAGINGEN:-Febelfin-initiatieven ontwikkeld (waarover we later uitweiden)-Overheidsvoorstel volkslening, dat kiem in zich draagt om concreet op aan aantal (andere) noden te antwoorden
  • Specifieke noden kmo’s = overbruggen moeilijke periodes & risicovollere (innovatieve) innovatieve
  • Financieringsbehoeften op lange termijn en voor grote bedragen kunnen zich situeren in alle sectoren van de economie. Bijzondere aandacht dient te gaan naar de zorgsector, de investeringen in infrastructuur (snelwegen, spoorwegen,…), de nutssector,… waar er eenenorme behoefte bestaat.  Volgende voorstellen kunnen deze financieringen faciliteren:  De banken structureren het project en doen de pre-financiering tijdens de ‘design andbuild’ – periode (typisch 3 tot 5 jaar) + 2 jaar operations (totale periode 5 tot 7 jaar)Na die prefinancieringsperiode is er een eerste herfinancieringsmoment waarvan het risico door de overheid zou moeten worden gedragen. Het aantal herfinancieringsmomenten zal afhangen van financieringswijze van het project na de prefinancieringsperiode. Er zijn drie mogelijke opties : De financiering wordt geplaatst bij een institutionele belegger (verzekeringsmaatschappij, pensioenfonds) die mogelijk wel bereid is een financiering aan een vaste rente voor een langere looptijd (23 tot 25 jaar indien totale looptijd 30 jaar) te verstrekken. Deze optie houdt slechts 1 herfinancieringsmoment in.Via retail obligaties die worden geplaatst bij de particuliere belegger. Momenteel is er bij de particuliere belegger weinig appetijt om te beleggen op langer dan 5 à 10 jaar. Na die periode zal een nieuwe retailobligatie moeten worden uitgegeven of een andere financieringsvorm moeten worden gezocht. Op dat moment dient de overheid ook het herfinancieringsrisico te dragen. De bank herfinanciert zelf het project. Bij voorkeur worden er in dat geval om de 5 jaar herfinancieringsmomenten ingebouwd. De financiering kan ook een combinatie zijn van 2 of 3 van bovenvermelde opties.
  • Funding loss:Soft-law benadering: Aanbod Febelfin en bankenDe soft-law benadering voorgesteld door Febelfin en gesteund door de verschillende financiële instellingen komt neer op een regeling van de herfinancieringsproblematiek, inclusief a.o. tussentijdse kredietherschikkingen, via een protocol. Het Protocol zal van toepassing zijn op nieuwe kredieten die vanaf een bepaalde datum zijn toegekend aan zelfstandigen en kleine ondernemingen die op het ogenblik van de toekenning van het krediet voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. Het betreft zelfstandigen en kleine ondernemingen volgens de definitie zoals bepaald in art. 15 §1 Wetboek van Vennootschappen; 2. Het betreft kredieten waarvan het bedrag op het ogenblik van de toekenning maximum 500.000 EUR bedraagt (het bedrag geldt per krediet waarvoor een wederbeleggingsvergoeding wordt aangerekend). De bepalingen binnen het protocol draaien rond 3 elementen: (a) kennisverspreiding rondom de wederbeleggingsvergoeding, (b) het inwinnen van niet-bindend advies en (c) de mogelijkheid tot het vrijwillig beperken van de wederbeleggingsvergoeding. (a) Expliciteringsengagement bij afsluiting van het krediet bestaande uit (i) sensibilisering door de bankier aan de kredietnemer van het bestaan van een wederbeleggingsvergoeding en de werking hiervan; (ii) een gestandaardiseerd, transparant schema over de berekening van de wederbeleggingsvergoeding dat door de bankiers kan gebruikt worden; (iii) vorming van bankmedewerkers in contact met ondernemers. (b) Op het ogenblik van de afsluiting van het krediet kan de kredietnemer kiezen om, ingeval van betwisting omtrent de wederbeleggingsvergoeding in de toekomst, het niet bindend advies in te winnen van de Openbare Bemiddelingsdienst. Belangrijk is dat dit over een niet bindend advies gaat, dat rekening gehouden wordt met alle elementen van feiten en recht en dat de bemiddelingsdienst fungeert onder een 2e lijnsbevoegdheid. Deze optie is standaard en gaat ervan uit dat de ondernemer door haar bank goed ingelicht werd over het doel en kost van de wederbeleggingsvergoeding en weet wat de gevolgen zijn van een voortijdig (moeten) aflossen van een krediet. Het is en blijft echter nog steeds de bank die uiteindelijk beslist of een mogelijke vermindering van de contractuele bepalingen betreffende de wederbeleggingsvergoeding mogelijk is. (c) Bij de afsluiting van het krediet kan de kredietnemer kiezen om af te wijken van de standaard contractuele bepalingen en te opteren voor een begrensde wederbeleggingsvergoeding, contractueel te bepalen bij het aangaan van het krediet. Win-win-leningWie als vriend, kennis of familielid een Winwinlening toekent aan een bedrijf, krijgt een jaarlijkse belastingkorting van 2,5 % op het geleende bedrag. Het gaat om een achtergestelde lening tot maximaal 100.000 euro. Zij moet acht jaar lopen. Als u niet kunt terugbetalen, krijgt uw vriend, kennis of familielid 30 % van het verschuldigde bedrag terug via een eenmalige belastingvermindering. Korte termijnfinanciering:Een werkgroep van bankiers heeft volgend voorstel uitgewerkt dat kan worden besproken met de ondernemersfederaties :  Detecteren van overmatig/verkeerd gebruik van kaskrediet Aan de hand van ‘knipperlichten’ zullen de banken de ondernemingen detecteren die overmatig en/of een verkeerd gebruik maken van kaskrediet.  Daarnaast zal aan de ondernemingen een checklist (zie bijlage)worden ter beschikking gesteld, aan de hand waarvan de onderneming zelf kan nagaan of ze al dan niet te veel of verkeerd gebruik maakt van kaskrediet. Wanneer de ondernemer op meer dan de helft van de vragen van de checklist een positief antwoord geeft, wordt de ondernemer aangespoord om hierover contact op te nemen met zijn bank. Als op basis van de checklist van de ondernemer of de knipperlichten van de bank, wordt vastgesteld dat de ondernemer te veel of verkeerd gebruik maakt van kaskrediet, zullen de ondernemer en de bank samen op een constructieve manier naar een oplossing zoeken.  Aan de ondernemersfederaties wordt gevraagd om dit mee te ondersteunen, om te vermijden dat de indruk wordt gewekt dat de banken de ondernemers onnodig lastig vallen. Financiëleeducatie Op de website van het Platform Financiering van Ondernemingen www.financieringvanondernemingen.be, vindt de ondernemer informatie over alle mogelijke kredietvormen. Ook de checklist zal via die website worden ter beschikking gesteld. De banken zullen hun medewerkers die in onmiddellijk contact staan met de ondernemers ervoor sensibiliseren dat aan elke onderneming voor elke financieringsbehoefte de meest passende kredietvorm moet worden aangeboden en dat de relatiebeheerder er mee moet over waken dat een onderneming geen verkeerd of overmatig gebruik maakt van kaskrediet. Alternatievenvoorkaskrediet Voor elke financieringsbehoefte dient het juiste krediet te worden gebruikt. Wanneer kaskrediet op een verstandige manier wordt gebruikt, houdt dit in dat het kaskrediet niet permanent gebruikt wordt en af en toe een positief saldo vertoont. Voor elk ‘fout’ gebruik van kaskrediet, is er een alternatief. Enkele voorbeelden : Een auto moet worden gefinancierd met een financiering Ingeval van een permanente behoefte aan bijkomende bedrijfskapitaal, dient een krediet op middellange termijn te worden afgesloten (bv. een investeringskrediet op 3 jaar)Voor de financiering van voorafbetalingen van belastingen, de uitbetaling van de dertiende maand of het vakantiegeld, bieden de banken specifieke kredietvormen aan. Om vaste voorschotten of straight loans voor korte termijn financieringen op een correcte manier te gebruiken, dient de onderneming :haar thesaurie goed te behereneen minimale financieringsbehoefte hebben van 75.000 euro In het andere geval is de kans vrij groot dat een onderneming een straight loan opneemt waarvan ze slechts deels gebruik maakt. Verschillende banken bieden nu reeds straight loans aan voor bedragen onder de 100.000 EUR, o.m. via online-kanalen.
  • 1/ Naastalgemeneengagementen van gedragscodeGedragscode 10 principesverantwoordekredietverleningDe belangrijkste in deze context:principe 3 “dienstbaarheid aan de klant” è wij geven onze klanten financiële begeleiding; è we waarschuwen hen voor de mogelijke gevolgen wanneer zij in gebreke blijven met de afbetaling; è we helpen hen oplossingen te vinden die het best aan hun behoeften beantwoorden.  principe 5 “klantentevredenheid” è De klanten krijgen alle informatie over procedures voor klachtenbehandeling (Noot: uiteraard gaat het bij een onmogelijkheid tot afbetaling van een krediet niet om een klacht sensustricto. In dit kader is overeengekomen om de verwijzing naar de lijst met contactgegevens van klanten- en bemiddelings-diensten van individuele kredietgevers ook via de websites van Febelfin en BVK te organiseren, zie infra punt 4).  Principe 9 “risicopreventie” è We contacteren de klant die een betaling niet uitvoert, om na te gaan wat de reden daarvan is en om naar passende oplossingen te zoeken; è In geval van onvoorziene gebeurtenissen in het leven of andere belangrijke wijzigingen in de levensomstandigheden van de kredietnemer, zullen we aanvragen tot aanpassing/wijziging van de terugbetalingsregeling onderzoeken. In een dergelijk geval zal de kredietnemer worden ingelicht over de financiële gevolgen en de wettelijke implicaties van een eventuele wijziging van de kredietvoorwaarden.  Principe 10 “schuldbegeleiding” è Wij verlenen aan de kredietnemer alle redelijkerwijze te verwachten bijstand om de afhandeling van het krediet te vergemakkelijken. 2/ Bestaaterookhet bijzonder engagement – structureleaard3/Febelfin/BVK in Vlaams centrum schuldenlast(Het Vlaams Centrum Schuldbemiddeling (afgekort als VCS) is de VZW van de erkende instellingen voor schuldbemiddeling in Vlaanderen (OCMW’s en CAW’s). Opgericht bij decreet van 24 juli 1996 )(houdtzichbezig met overkoepeling van de OCMW’s, CAW’s, Samenlevingsopbouw,enz.)Febelfin zit in raad van bestuur en doetregelmatigerapportering
  • Presentatie hoorzitting 11 12

    1. 1. Financiering van deVlaamse economieHoorzitting Vlaams Parlement, 11 december 2012Filip Dierckx, Voorzitter FebelfinMichel Vermaerke, Gedelegeerd Bestuurder Febelfin 11 december 2012
    2. 2. AGENDAHoofdstuk 1:Conjunctuur en regelgeving wegen op kredietverleningHoofdstuk 2:Uitdagingen voor de financiering van de economieHoofdstuk 3:Alternatieven en initiatieven 11 december 2012 2
    3. 3. Hoofdstuk 1Kredietverlening 2007 tot nu 11 december 2012 3
    4. 4. Sector in volle transformatie… Banken in volle transformatie België speelt voortrekkersrol in ‘deleveraging’ Totale passiva Totaal eigen Leverage van de vermogen van (in eenheden) Belgische de Belgische België is een goede leerling banksector banksector op het gebied van (in mia EUR) (in mia EUR) ‘deleveraging’ Size of MFIs as % of GDP 450 EMU BGEind juni 2007 1.595,2 48,5 31,9 400 FR DE 350Eind maart 2012 1.139,4 57,8 18,3 300 250Verschil in % -28,6% +19,3% -41,4% 200 98 99 00 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 Bron: ECBBron: Febelfin-berekeningen op basis van recentste NBB-gegevens (geconsolideerd) 11 december 2012 4
    5. 5. …niet ten koste van kredietverlening 2007 - 2012: Voor elke EUR opgehaald spaargeld is er 1 EUR extra aan krediet verleend Evolutie volume gereglementeerde spaardeposito’s & kredieten aan de Belgische economie sinds eind 2007 Eind 2007 Eind 2010 Eind 2011 Eind september Toename eind 2007 – 2012 eind september 2012Gereglementeerde 148,8 mia EUR 214,8 mia EUR 218,7 mia EUR 230,2 mia EUR + 81,4 mia EUR +81,4 mia EURspaardeposito’s (+ 54,7%) EXTRA deposito’sKredieten aan 97,1 mia EUR 112,6 mia EUR 115,8 mia EUR 116,2 mia EUR + 19,2 mia EURondernemingen (+ 19,8%) +87,3 miaKredieten aan 139,3 mia EUR 165,5 mia EUR 175,6 mia EUR 181,7 mia EUR + 42,4 mia EUR EUR EXTRAgezinnen (+ 30,4%) kredieten(hypothecair &consumenten)Kredieten aan 68,8 mia EUR 82,2 mia EUR 91,7 mia EUR 94,5 mia EUR + 25,7 mia EURBelgische (+ 37,4%)overheden Bron Cijfers NBB – Maandelijks Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen (actuele cijfers) 11 december 2012 5
    6. 6. Kredietverlening aan Belgische ondernemingen groeit sneller dan de Belgische economie 150 140 130 120 110 100 90 Bankkredieten aan Belgische niet-financiële ondernemingen Belgisch BBPGroeipercentage 2008 2009 2010 2011 Groei eind 2011 t.o.v. eind 2007BBP (nominale groeicijfers) 3,1% -1,6% 4,5% 3,9% 10,1%Kredieten aan Belgische 9,7% -0,1% 5,9% 2,8% 19,3%ondernemingen 11 december 2012 6
    7. 7. 11 december 2012
    8. 8. Aanwendingsgraad Aanwendingsgraad toont beperkte evolutie over de langere termijn: er is nog ruimte voor opname krediet %9085 87.0%8075 74.2%70 68.7%6560 +6,5% = 60.9%55 -2,8%50 Petites entreprises Kleine Moyennes entreprises Middelgrote Grandes entreprises Grote Total Totaal ondernemingen ondernemingen ondernemingen Bron Cijfers NBB– Maandelijks Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen (meest actuele cijfers) 11 december 2012 8
    9. 9. Kredietverlening per regio Brussels Hoofdstedelijk Gewest 18,0% Waals Gewest 19,7% Vlaams Gewest 62,4% Bron Cijfers NBB– Maandelijks Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen (meest actuele cijfers) 11 december 2012 9
    10. 10. Kredietverlening per grootte onderneming Grote Kleine ondernemingen ondernemingen 29,8% 50,0% 70% van het totale uitstaande kredietvolume wordt aan KMO’s verleend Middelgrote ondernemingen 20,2%Bron Cijfers NBB– Maandelijks Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen (meest actuele cijfers) 11 december 2012 10
    11. 11. Kredietverlening per duurtijd krediet KT 30,2% Meer kredieten op middellange / lange termijn dan ooit!M/LT 69,8% Bron Cijfers: berekeningen Febelfin op basis gegevens NBB (actuele cijfers) KT = t.e.m. 1jaar; M/LT = > 1 jaar 11 december 2012 11
    12. 12. Recente daling van bancaire kredietvraag en – productie zijnmede te verklaren door dalend ondernemersvertrouwen… Bron: Nationale Bank van België 11 december 2012 12
    13. 13. … onzekere conjunctuur,De jongste conjunctuurlezing door de Europese Commissie : Reële (>< nominale) BBP groeicijfers: -krimp Belgische economie in 2012 -voorzichtige/onzekere opleving in 2013 2009 : - 2,8% 2010 : + 2,4% 2011 : + 1,8% 2012 : - 0,2% 2013 : + 0,7% 2014 : + 1,6% ‘Double dip’Bron: : Europese Commissie 11 december 2012 13
    14. 14. … en kwetsbaarheid competitiviteitBelgische industriële ondernemingen kennen moeizamer hersteldan bedrijven in Duitsland, Nederland en Oostenrijk Wijst op ernstig competitiviteitsprobleem, datBron : uit Focus Conjunctuur VBO, November 2012 breder is dan industrie alleen 11 december 2012 14
    15. 15. Minder bedrijven worden opgerichten gaan vaker failliet…Bron : NBB 11 december 2012 15
    16. 16. …wat leidt tot inschatting licht strakkerekredietvoorwaarden (en vooral m.b.t. zekerheden)Resultaten BLS oktober 2012:• De kredietvoorwaarden zijn licht verstrakt in Q3 2012 (na een lange periode van stabiliteit)• Voor Q4 2012 wordt verdere lichte verstrakking verwacht 11 december 2012 16
    17. 17. Hoofdstuk 2Uitdagingen voor de financieringvan de economie 11 december 2012 17
    18. 18. Kredietverlening vandaag: dalende vraag… Kredietvraag is afhankelijk van meerdere factoren:  Rente  Conjunctuur/ beschikbaar inkomen  Ondernemers- vertrouwen  … Economische context weegt op kredietvraag 11 december 2012 18
    19. 19. … zorgt voor daling in de productie… Bron Cijfers Febelfin – Driemaandelijkse kredietbarometer over kredieten aan ondernemingen (actuele cijfers) 11 december 2012 19
    20. 20. … ondanks concurrentiële tarievenSeptember September Juli 2011 Juni 2012 Juli 2012 September2008 2010 20125,54% 3,05% 3,65% 3,07% 2,97% 2,98% Hoogtepunt Historisch dieptepunt Bron Cijfers NBB – Maandelijks Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen (actuele cijfers) 11 december 2012 20
    21. 21. Hoofdstuk 3Alternatieven en initiatieven - Strategische agenda - Alternatieve financieringsmethodes vanuit sector - Vlaams bankenplan - Maatschappelijke betrokkenheid sector 11 december 2012 21
    22. 22. Strategische agenda Febelfin 2012-2015 Sectorgedragen project Naar duurzame en vitale financiële sector Ten dienste van samenleving en economie 11 december 2012 22
    23. 23. Thema’s strategische agenda Febelfin Financiering van de economie Inzetten spaargeld Spaarfiscaliteit Elektronisch betaalverkeer Toekomst van de distributie De bank als werkgever 11 december 2012 23
    24. 24. Uitdagingen voor heden en toekomst inzakefinanciering van de economieOmgaan met verzwakking conjunctuur • Door vertraging economie • Door vermindering vraagOmgaan moeilijkere transformatie KT/LT • >5jr wordt meer en meer problematisch • Verhoogd risico & duurdere financiering langere termijn (wetg. context)Aangepaste maatregelen nodig (kmo’s) • Ter versterking eigen vermogen • Financiële vorming • Steun & begeleiding • Aanmoediging risicokapitaal en ondernemerschap 11 december 2012 24
    25. 25. Financiering van de economie van de toekomst:waar moeten alternatieven vooral op focussen? Aandachtspunten RelancebeleidDalende kredietvraagFinanciering specifieke KMO-fondsnoden kmo’sFinanciering op Projectobligatiesde lange termijn Vlaams bankenplanFinancieren Groene inspanningen bouw engroene uitdagingen industrie Andere topicsFunding loss Korte termijn Verbetering Crowdfunding Uitbreiding financiering kredietdossier winwinlening 11 december 2012 25
    26. 26. Vlaams bankenplanKMO-fonds van 1 miljardEngagement sector na overleg Vlaams Gewest 1 miljard financiering voor Vlaamse kmo’s in Sector mobiliseert 1 • Expertise & plaatsingscapaciteit LT-projecten die in miljard euro huidige context nu of in de toekomst Banken brengen geen, moeilijker of 150 mio in enkel duurdere Banken nemen first loss 75 mio financiering zouden kunnen krijgen. • Tweede buffer: garantie 75 mio, geen Gigarant funding! waarborgt • Daardoor hogere rating • Betere funding op de markt second loss • Geen impact begroting/ overheidsschuld •Institutionelen 850 mio externe •Private middelen banking 11 december 2012 26
    27. 27. Vlaams bankenplanProjectobligatieBijzondere affectatie: LT financiering zorg, onderwijs, huisvesting, PPS De sector werkt aan constructieve Projectfinanciering Start bij project en oplossingen om in wordt steeds zoekt financiering de nodige moeilijker voor project financiering te kunnen voorzien Kenmerken Voordelen • DBFM-structuur (design-build-finance-maintain): de bank financiert de design and build fase waarna uitgifte • Publiek bereid bepaald doel te financieren (= sociale van de obligatie volgt investering) • Projectrisico wordt door bank genomen gedurende meest risicovolle fase design/build + 2 jaar operations • Interesse bij verzekeraars/pensioenfondsen voor een • ‘Retail made’ enkel mogelijk in de vorm van kleine dergelijk product met vast rendement op lange termijn coupures bij voldoende groot fonds •  Integratie in MIFID om verkoop via • Mogelijkheid voor belegger (voornamelijk private bankkantoren mogelijk te maken banking/institutionele) tot diversificatie • Kapitaalgarantie door overheid wenselijk: nodig op het ogenblik van herfinanciering (financieringskosten) • Realisatie projecten  bijdrage tot de economische heropleving 11 december 2012 27NB/ Dergelijke montage vereist actief overleg met alle stakeholders
    28. 28. Vlaams bankenplanFinanciering ‘groene economie’Verbeterde groene Financieringsmodelwaarborg - bedrijven energie-efficiënt• Verruiming technologielijst naar combinatie van technologieën bouwen - particulieren • Overleg in finalisatiefase• Onderzoek naar toepassing voor • Extra sensibilisering nodig naar ESCO –investeringen (energy opdrachtgevers en promotoren service company)• Eventuele daling premie tot 0,1% 11 december 2012 28
    29. 29. Vlaams bankenplanAndere initiatieven voor kmo’sFunding Loss Aanbod korte Verbetering Crowdfunding Uitbreiding termijn kredietdossier • Nieuwe winwinlening•Zoektocht naar financiering bijzondere • Al veel info en tools financieringsvorm voor • Versterking EV van oplossing kleine •Doel: juist gebruik beschikbaar KMO met van kaskrediet en • Zie ook starters, ondersteund ondernemingen door sociale media achtergestelde lening voorkomen hoge overlegplatform en • Fiscale stimulans•Optionele • FSMA-richtlijn in kosten voor KMO website financiering voor mobilisering bescherming bespreking wederbeleggings- •Interne van ondernemingen spaarmiddelen vergoeding vs. knipperlichtinstrum • Succes: 3273 enten bij de banken leningen, 88 mio flexibiliteit goedkopere •Checklist voor euro financiering ondernemers • Optrekken bedragen •Straight-loans < voor kredietnemer en•Besprekingen gever tot hoger 100 K - alternatief lopend met voor kaskrediet bedrag? federale overheid • Verruiming scope & en o.a. Unizo •In bespreking met Unizo e.a grotere bekendheid? 11 december 2012 29
    30. 30. Vlaams bankenplanBijzondere begeleiding bij onvoorziene crisissituatie• Algemeen engagement (cfr. Gedragscode Febelfin/BVK)• Bijzondere sectorinspanning in geval van bijzonder begeleidingstraject door overheid Particulieren *Doelgroep: Werknemers van alle bedrijven die slachtoffer zijn van sluiting (ism overheid) *Acties: Sectorale werkgroep olv Erik Dralans Verfijnen gedragscode 2009 Sensibiliseringscampagne Bedrijven *Doelgroep: Toeleveranciers (kmo’s) van alle bedrijven die slachtoffer zijn van sluiting (ism overheid) *Acties: Sectorale werkgroep olv Erik Dralans SWOT-analyse Sensibiliseringscampagne 11 december 2012 30
    31. 31. www.febelfin.be
    32. 32. ARKimedes Vinnof WinWin Dakfonds Rechtstreekse Particuliere investeringen in financiering vanvoor risicokapitaal bedrijven starters Innovatieve KMO’s in Bedrijven jonger starters in Vlaanderen dan 3 jaar VlaanderenMax. 1,5 mio per Max. 1,5 mio per Max. 50.000 euro bedrijf bedrijf per starter 11 december 2012 32
    33. 33. Belgian companies maintain relatively strong financial performances(until 2011) 33
    34. 34. Groeimezzanine – PMV = onderdeel eerste versiebankenplan Wat houdt deze maatregel in PMV reikt met Groeimezzanine oplossingen aan om de financiële slagkracht te versterken van dynamische groeibedrijven die over een duurzaam competitief voordeel beschikken. Wie komt in aanmerking PMV-Groeimezzanine richt zich tot kmo’s en grote ondernemingen met een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest. Daarnaast dient de onderneming te beschikken over: een stevige track record in het genereren van cashflows; een evenwichtig uitgebouwd managementteam; een stevig onderbouwd businessplan dat getuigt van groeiambities en voldoende vertrouwen creëert in de capaciteit van de onderneming om de noodzakelijke kasstromen te genereren om de bestaande en toekomstige schulden te betalen. Groeimezzanine wordt steeds toegekend met het oog op het ondersteunen van de verdere groei van de onderneming. Het basisscenario bestaat erin dat dankzij de verstrekking van Groeimezzanine middelen in de onderneming terechtkomen en dat daardoor een hefboom gecreëerd wordt voor het aantrekken van bijkomende schuldfinanciering en/of aandelenkapitaal. Wat zijn de financieringsvoorwaarden PMV-Groeimezzanine wordt toegekend onder de vorm van een achtergestelde lening met een looptijd van maximum tien jaar. Het bedrag van PMV-Groeimezzanine bedraagt minimaal € 500.000 en maximaal € 5 miljoen per onderneming. Er wordt over gewaakt dat het verstrekken van PMV-Groeimezzanine er altijd toe leidt dat een aanzienlijk bedrag van middelen (minstens 20% van het bedrag van de PMV-Groeimezzanine) afkomstig van derde partijen (banken, verstrekkers van aandelenkapitaal) bijkomend in de onderneming wordt ingebracht, of in de onderneming blijft terwijl het contractueel had kunnen worden teruggetrokken. De vergoeding van Groeimezzanine is marktconform. De vergoeding bestaat uit een vaste intrest, te betalen op kwartaalbasis, aangevuld met een variabele of uitgestelde intrest. Afhankelijk van de onderneming kan er bijkomend een aandelencomponent voorzien worden. Die kan de vorm aannemen van een conversieoptie of een warrant. Groeimezzanine wordt toegekend voor een looptijd van maximum 10 jaar. Als gemiddelde looptijd wordt 7 jaar vooropgesteld. De uitbetaling van de hoofdsom van Groeimezzanine verloopt in één of meer schijven, naargelang de voorwaarden die PMV stelt bij het toekennen van de lening en naargelang de noden van de onderneming. 11 december 2012 34

    ×