Stappenplan

1,779 views

Published on

Volg dit stappenplan bij het hele schrijfproces.

Published in: Education
  • Be the first to comment

Stappenplan

  1. 1. www.ua.ac.be/leeronskennenSTAPPENPLAN BIJ HET SCHRIJVEN VAN EENPAPEREen goede paper schud je niet zomaar uit je mouw. Er komt namelijk heel wat bij kijken: jezoekt en selecteert informatie over een specifiek onderwerp, je ordent de informatievolgens een logische structuur en je formuleert de inhoud op een heldere en correctemanier.Om een paperopdracht tot een goed einde te brengen, is het belangrijk dat je hetschrijfproces opdeelt in verschillende stappen. Om te beginnen is een goede voorbereidinghet halve werk. Verder is het zo dat je bij het schrijven niet tegelijk kan focussen op zowelde structuur van de tekst als op de schrijfstijl en het taalgebruik.In dit document bieden we een stappenplan aan om tot een goede paper te komen. Deaandacht gaat hier vooral naar de voorbereiding en naar het schrijven van de eerste versies,waarin je de focus legt op de structuur en de logische opbouw.AfsprakenPaperopdrachten verschillen per opleiding, en per opdracht kunnen erspecifieke eisen gesteld worden. Zorg ervoor dat je op de hoogte bent van alleafspraken rond de paperopdracht: Wanneer moet de tekst ingeleverd worden? Hoelang moet of mag de tekst zijn? Welke onderdelen moet de tekst bevatten? Welke eisen worden er gesteld aan de lay-out?Als iets niet duidelijk is, raadpleeg dan andere studenten of de docent.
  2. 2. papers - Pagina 2 van 19Stappenplan(klik op de stappen)STAP 1: Van onderwerp naar centrale vraagSTAP 2: Van centrale vraag naar bouwplanSTAP 3: Van bouwplan naar eerste tekstversieSTAP 4: Van eerste tekstversie naar eindproductOp de volgende pagina’s worden deze stappen toegelicht met voorbeelden.
  3. 3. papers - Pagina 3 van 19STAP 1: Van onderwerp naar centralevraagEen tekst kun je beschouwen als het antwoord op een vraag. In een academische paper ishet de gewoonte de hoofdvraag expliciet te formuleren in de inleiding. We noemen dievraag de centrale vraag of probleemstelling.Het antwoord op de centrale vraag wordt stapsgewijs uitgewerkt in het middenstuk van detekst. Je beschrijft de zoektocht naar het antwoord, hoe je te werk bent gegaan en welkeresultaten dat heeft opgeleverd. In het besluit van je tekst geef je ten slotte het definitieveantwoord.Voor sommige opdrachten ligt de centrale vraag al vast, maar in andere gevallen krijg jealleen een thema. In het laatste geval moet je zelf een centrale vraag bedenken. Belangrijkdaarbij is dat je die centrale vraag formuleert met een duidelijk doel.De centrale vraag formulerenDoor het thema als een vraag te formuleren, geef je een duidelijke richting aan waar je metde tekst naartoe moet. Je paper zal immers pas geslaagd zijn als hij een duidelijk antwoordbiedt op de gestelde vraag. Met andere woorden, door de centrale vraag te formuleren, stelje jezelf een doel. Dat doel kan verschillende vormen aannemen. Veelvoorkomende doelenzijn: je verduidelijkt het thema door verschillende aspecten ervan te beschrijven; jeprobeert iets te verklaren, je evalueert iets of je formuleert een advies.Hoe je de centrale vraag formuleert, hangt af van het doel dat je jezelf gesteld hebt. Je kuntbijvoorbeeld de volgende centrale vragen formuleren bij het thema telewerk: Wat is het standpunt van werknemerorganisaties over telewerk?Het doel van deze vraag is louter beschrijvend: je geeft een overzicht van destandpunten van werknemerorganisaties. Waarom zijn niet alle werknemers gewonnen voor telewerk?Het doel van deze vraag is op zoek gaan naar de verklaring voor een bepaald fenomeen. In hoeverre vergemakkelijkt telewerk de combinatie van werk en gezin?Het doel van deze vraag is iets evalueren, de voordelen en de nadelen van een bepaaldfenomeen belichten en dan een eindoordeel vellen. Hoe kan de overheid telewerk stimuleren?Het doel van deze vraag is advies geven over mogelijke maatregelen.
  4. 4. papers - Pagina 4 van 19Een centrale vraag kan ook verder worden opgesplitst in een aantal deelvragen ofsubvragen, die elk in een afzonderlijk hoofdstuk worden uitgewerkt. Op die manier kan eenpaper verschillende (sub)doelen omvatten. Zo kan de centrale vraag “Hoe kan de overheidtelewerk stimuleren?” worden opgedeeld in de volgende subvragen:- Hoe efficiënt zijn de reeds genomen maatregelen?- Welke nieuwe maatregelen zijn wenselijk?Het onderwerp van de centrale vraag afbakenenMet een duidelijk geformuleerde centrale vraag kun je gericht op zoek gaan naar de inhoudvoor je tekst. Het is soms nodig dat je in deze fase je vraag moet aanpassen. Zo is hetmogelijk dat er niet genoeg bronmateriaal blijkt te zijn om je centrale vraag tebeantwoorden. In dat geval is je vraag te gespecialiseerd. Of misschien is je vraag albeantwoord in eerder onderzoek. Ook dan zul je de vraag moeten bijsturen. Het heeftimmers geen zin om precies hetzelfde twee keer te beschrijven.Uit je onderzoek of uit de bronnen die je gevonden hebt, kan ook blijken dat het onderwerpvan je vraag nog te ruim is voor het opzet van je paper. Als dat het geval blijkt, moet je hetonderwerp verder afbakenen. Een ruim of vaag onderwerp heeft immers tot gevolg dat depaper wel een breed domein bestrijkt, maar oppervlakkig blijft, waardoor hij weinignieuwswaarde krijgt. De bedoeling is echter dat je paper een meerwaarde biedt aan wat eral aan informatie over een onderwerp bestaat.Het onderwerp baken je af door er preciserende vragen bij te stellen. Wat precies? Wieprecies? Waar precies? Wanneer precies? Bijvoorbeeld voor het thema telewerken:Telewerken↓ Wat precies?Telethuiswerken↓ Wie precies?Telethuiswerk bij vrouwen in loondienst↓ Waar precies?Telethuiswerk bij Vlaamse vrouwen in loondienst↓ Wanneer precies?Telethuiswerk bij Vlaamse vrouwen in loondienst, tussen 2000 en 2010.Als je het thema verder afgebakend hebt, kun je de centrale vraag herformuleren.Voorbeelden van dergelijke vragen vind je in stap 2 van dit stappenplan.Terug naar overzicht
  5. 5. papers - Pagina 5 van 19STAP 2: Van centrale vraag naar bouwplanZodra de centrale vraag is vastgelegd, kun je het antwoord beginnen uit te werken. Voordatje begint te schrijven, is het belangrijk dat je de globale inhoud en de opbouw van je tekstvastlegt. Die worden bepaald door de centrale vraag. Vergelijk in het onderstaande schemade centrale vragen met de globale inhoud en opbouw van de paper.Centrale vraag Doel Globale inhoud en opbouwWat is het standpunt van deVlaamse vrouwenorganisaties rondtelethuiswerk bij vrouwen inloondienst?BeschrijvenDe paper geeft een beschrijvingvan het standpunt van deverschillende organisaties rondtelethuiswerk.Waarom zijn niet alle vrouwen inloondienst gewonnen voortelethuiswerk?VerklarenDe paper geeft een ofverschillende redenen aanwaarom sommige vrouwen tegentelethuiswerk zijn.In hoeverre vergemakkelijkttelethuiswerk voor vrouwen inloondienst de combinatie van werken gezin?EvaluerenDe paper belicht de positieve ennegatieve punten vantelethuiswerk en geeft eeneindoordeel.Hoe kan de Vlaamse overheidtelethuiswerk stimuleren, meer inhet bijzonder voor vrouwen inloondienst?AdviserenDe paper suggereert een aantalmaatregelen voor de Vlaamseoverheid om telethuiswerk bijvrouwen te stimuleren.De opbouw van de tekst leg je vast in een zogeheten bouwplan. Dat is een schematischevoorstelling van de tekststructuur. Een bouwplan is niet definitief: tijdens hetdocumenteren en tijdens het schrijven zelf kun je nog wijzigingen aanbrengen.Een bouwplan werk je in de diepte uit. Je begint het best met de globale structuur en zodaal je af tot op een lager niveau. Je legt de stappen vast die zullen leiden tot het antwoordop de centrale vraag.
  6. 6. papers - Pagina 6 van 19Globale structuurOp basis van de centrale vraag leg je de stappen vast die zullen leiden naar een antwoord opdie vraag. Zo kom je tot de globale structuur van je paper. Deze stappen kun je in jebouwplan ook formuleren in de vorm van vragen. Voor een evaluatieve centrale vraag kande globale structuur er als volgt uitzien:Globale structuur bij een centrale vraagIn hoeverre vergemakkelijkt telethuiswerk voor vrouwen in loondienst de combinatie van werken gezin?1. (Inleiding)2. Wat is telewerk en telethuiswerk?3. Wat zijn de voordelen van telethuiswerk voor vrouwen i.v.m. combinatie werk-gezin?4. Wat zijn de nadelen van telethuiswerk voor vrouwen i.v.m. combinatie werk-gezin?5. Besluit: wat is het eindoordeel?Uitgewerkt bouwplanOm het bouwplan dieper uit te werken stel je nieuwe vragen per onderdeel. Daaropformuleer je een kernachtig antwoord.Uitgewerkt bouwplan bij een centrale vraagIn hoeverre vergemakkelijkt telethuiswerk voor vrouwen in loondienst de combinatie van werken gezin?1. (Inleiding)2. Wat is telewerk en telethuiswerk? Telewerk: drie soorteni. Mobiel werken: op een variabele locatieii. Eilandwerken: op een telekantooriii. Thuiswerken: thuis Beschrijving van telethuiswerk + voorbeeld3. Wat zijn de voordelen van telethuiswerk i.v.m. de combinatie werk-gezin? Geen woon-werkverkeerWaarom is dat een voordeel?i. Tijdsbesparend > meer tijd voor het werk + meer tijd voor de kinderenii. Minder stress > verhoogt kwaliteit gezinsleven Flexibiliteit in arbeidstijdWaarom is dat een voordeel?i. Betere planning huishoudenii. Betere planning zorg voor kinderen4. Wat zijn de nadelen van telewerk i.v.m. de combinatie werk-gezin? Grens tussen werk en privé vervaagtWaarom is dat een nadeel?i. Leidt tot overwerk (onbetaald) > minder tijd voor het gezinii. Moeilijke concentratie (kinderen in huis) > verhoogt stress Bevestiging traditionele rollenpatroon: “vrouw aan de haard”5. Wat is het eindoordeel?Telethuiswerk is op dit moment geen garantie voor een betere combinatie werk-gezin.
  7. 7. papers - Pagina 7 van 19Let erop dat je in je bouwplan alleen die stappen opneemt die relevant zijn voor het doelvan de paper. Een veelvoorkomende fout is dat studenten uitweiden over aspecten van hetthema die geen direct verband houden met de centrale vraag. Zo is een uitgebreidebeschrijving van de financiële voordelen van telethuiswerk voor een bedrijf niet op zijnplaats in een paper die de voordelen van telethuiswerk voor vrouwelijke werknemersevalueert. Kortom, je kunt niet eender welke informatie in je paper opnemen die verbandhoudt met het thema.Hulpmiddelen bij het structurerenVaste structurenIn veel teksten vind je een gelijkaardige opbouw terug. In een evaluerende paperbijvoorbeeld worden vaak de volgende deelvragen beantwoord: Wat zijn de relevante eigenschappen? Wat zijn de positieve aspecten? Wat zijn de negatieve aspecten? Wat is het eindoordeel?Een onderzoekspaper geeft doorgaans een antwoord op een vaste set van vragen: Wat wordt er precies onderzocht? Volgens welke methode verloopt het onderzoek? Wat zijn de resultaten van het onderzoek? Wat zijn de conclusies uit het onderzoek?Ook om een deelaspect uit te werken kun je gebruikmaken van vaste vragen. Zo kun je eenprobleem beschrijven met behulp van de volgende reeks vragen: Wat is het probleem precies? Waarom is het een probleem? Wat zijn de oorzaken? Wat is ertegen te doen?Zulke vaste vragensets zijn een handig hulpmiddel om een bouwplan op te stellen.Achteraan in dit document vind je meer voorbeelden van dergelijke vaste structuren.Andere indelingenNaast vaste structuren kun je bij het structureren van je tekst gebruikmaken van devolgende indelingen: een chronologische indeling, een geografische indeling of eenthematische indeling.Bij een chronologische indeling beschrijf je een onderwerp aan de hand van verschillendeperiodes: je schets bijvoorbeeld een evolutie of opeenvolgende stappen in een proces.Chronologische indeling1. Ontstaan en evolutie van telethuiswerk1.1 Telethuiswerk voor 19901.2 Telethuiswerk van 1990 tot 20001.3 Telethuiswerk na 2000
  8. 8. papers - Pagina 8 van 19Een geografische indeling deelt de informatie in volgens locatie, bijvoorbeeld verschillendeafdelingen, landen of continenten.Geografische indeling2. Drie soorten telewerk2.1 Mobiel werken: werken op een variabele locatie2.2 Eilandwerken: werken op een telekantoor2.3 Telethuiswerken: thuis werkenEen thematische indeling ten slotte somt verschillende aspecten op van een thema, zoalsverschillende kenmerken of eigenschappen.Thematische indeling3. Nadelen van telethuiswerk voor de combinatie werk en gezin3.1 Vervaging van de grens tussen werk en vrije tijd3.2 Bevestiging van het traditionele rollenpatroonBelangrijk daarbij is dat je per indelingsniveau consequent hetzelfde indelingsprincipegebruikt. Zo kun je in het voorbeeld van de chronologische indeling hierboven 1.4Telethuiswerk in Vlaanderen (= geografisch) niet opnemen.Terug naar overzicht
  9. 9. papers - Pagina 9 van 19STAP 3: Van bouwplan naar eerstetekstversieMet een afgebakende centrale vraag en een goed bouwplan ben je klaar om aan hetschrijven zelf te beginnen. Dat betekent echter niet dat je tekst er nu in één keer zaluitvloeien. Als schrijver kun je immers niet tegelijk focussen op de inhoud én op de stijl énop de correcte taal.Bij het schrijven van de eerste (ruwe) versie komt het erop aan dat de inhoud indoorlopende tekst op je scherm komt te staan. Sta in deze fase niet te lang stil bij de keuzevan een gepast woord of de formulering van een goede zin; dat doe je in de volgende stap,wanneer je opnieuw door de tekst gaat. Hou wel de samenhang en de opbouw van je tekstin het oog. Je neemt daarvoor het bouwplan erbij en werkt het uit in hoofdstukken,paragrafen en alinea’s.Alinea’sDoorlopende tekst verdeel je in alinea’s door op gepaste plaatsen een nieuwe regel tebeginnen. Op die manier kan de lezer de opbouw van je tekst gemakkelijk volgen.Bovendien maken alinea’s je tekst overzichtelijk en aangenaam om te lezen.Een alinea gaat over één deelonderwerp van de paragraaf of het hoofdstuk waar hij deelvan uitmaakt. Elke alinea moet je dus kunnen samenvatten in één zin: dat is de kernzin vande alinea. De ideale lengte van een alinea is tussen vijf en vijftien regels. Als je meer tezeggen hebt, splits dan je alinea op in twee of meer alinea’s. Zorg er ook voor dat de alinea’smin of meer dezelfde lengte hebben. Elke gedachte wordt namelijk verondersteld op eeneven diepgaande manier onderbouwd te zijn.De opbouw van een alinea: kernzin en onderbouwende zinnenEen alinea bestaat uit een kernzin en zinnen die de kernzin onderbouwen of uitwerken. Dekernzin komt bij voorkeur aan het begin van de alinea. Zo is het voor de lezer meteenduidelijk waarover de alinea gaat. Bovendien zijn er veel lezers die een tekst sneldoornemen door alleen de eerste zinnen alinea’s te lezen.Een kernzin kan stellend of aankondigend zijn. Een stellende kernzin geeft meteen dekernboodschap van de alinea. Die kerninformatie wordt vervolgens toegelicht enonderbouwd door de andere zinnen van de alinea; ze geven een verklaring, argumenten ofvoorbeelden. In het voorbeeld hieronder verklaren de onderbouwende zinnen de kernzin.Alinea met een stellende kernzinUit onderzoek blijkt dat telewerken de stress vermindert (Walravens & De Bie 2005, Taskin &Vendramin 2004). Een telethuiswerker kan namelijk autonomer werken en zelf zijn werktijdindelen. Bovendien hoeft iemand die thuis werkt zich niet te verplaatsen naar zijn werk,waardoor de mobiliteitsstress afneemt. (…)
  10. 10. papers - Pagina 10 van 19Een aankondigende kernzin leidt de alinea in zonder de kernboodschap meteen te noemen.Vaak bevat een dergelijke kernzin informatie over hoe de alinea is opgebouwd, bijvoorbeeldeen opsomming van een aantal oorzaken. In het onderstaande voorbeeld worden de driesoorten van telewerk uit de kernzin benoemd in de onderbouwende zinnen.Alinea met een aankondigende kernzinEr kunnen drie vormen van telewerk onderscheiden worden. De eerste soort is mobielwerken. Wie mobiel werkt, werkt onderweg of op een variabele locatie. De tweede soort ishet zogeheten eilandwerken. Hier gaat het om mensen die samenwerken op een speciaalingericht kantoor dicht bij huis. De laatste soort is het telethuiswerken, waarbij de werkplekhet eigen huis. In dit geval is een gedeelte van het huis doorgaans als kantoor ingericht, zodatde werk- en de privésfeer in zekere mate gescheiden blijven.Om snel een zicht te krijgen op de globale inhoud van een hoofdstuk of paragraaf, scannenlezers soms alleen de eerste zin(nen) van de opeenvolgende alinea’s. Formuleer daarom eenkernzin zo, dat je hem kunt begrijpen zonder de vorige alinea te moeten lezen. Schrijf dusniet als kernzin: In verschillende onderzoeken wordt aangehaald dat het de stressvermindert; maar wel: In verschillende onderzoeken wordt aangehaald dat telethuiswerkende stress vermindert.Samenhang binnen een alineaDe samenhang tussen de onderbouwende zinnen van een alinea moet duidelijk blijken uitde verbindingswoorden die je gebruikt. Ga er nooit van uit dat je lezer vanzelf begrijpt wathet verband tussen de zinnen is. Voorbeelden van verbindingswoorden: om een opsommend verband aan te geven: ook, bovendien, ten eerste, daarnaast, … om een tegenstelling aan te geven: maar, echter, enerzijds… anderzijds, … om een gevolg aan te geven: daardoor, bijgevolg, zodat, … om te verwijzen naar de vorige zin: dit, dat, deze, die, hiermee, waarin, …In het voorbeeld hieronder staan de verbindingswoorden in het vet.Verbanden binnen een alineaEr kunnen drie vormen van telewerken onderscheiden worden. De eerste soort is mobielwerken. Wie mobiel werkt, werkt onderweg of op een variabele locatie. De tweede soort ishet zogeheten eilandwerken. Hier gaat het om mensen die samenwerken op een speciaalingericht kantoor dicht bij huis. De laatste soort is het telethuiswerken, waarbij de werkplekhet eigen huis is. In dit geval is een gedeelte van het huis doorgaans als kantoor ingericht,zodat de werk- en de privésfeer in zekere mate gescheiden blijven.Achteraan in dit document vind je meer informatie over verbindingswoorden.
  11. 11. papers - Pagina 11 van 19Samenhang tussen alinea’sHet is belangrijk dat je bij het schrijven van je eerste versie let op de samenhang tussen dealinea’s. Elke alinea moet passen in het grotere geheel van een paragraaf, zoals elkeparagraaf moet passen in het grotere geheel van een hoofdstuk. Met een gedetailleerdbouwplan blijft dat grotere geheel voortdurend in beeld.Zorg ervoor dat je de samenhang tussen de opeenvolgende alinea’s ook expliciet maakt. Gaer ook hier niet van uit dat de lezer die verbanden zelf legt. Om te controleren of deverbanden tussen alinea’s duidelijk zijn, lees je telkens de eerste zin van de opeenvolgendealinea’s. Als deze zinnen logisch op elkaar volgen, dan vormt de tekst een samenhangendgeheel.Lees in het onderstaande voorbeeld de beginzin van elke alinea.Verbanden tussen kernzinnenEr zijn duidelijke verschillen in de branches waarin vrouwen telethuiswerken. […]Er zijn ook verschillen met betrekking tot de arbeidsduur. […]Ten slotte kan er een onderscheid gemaakt worden wat het opleidingsniveau betreft. […]Het verband tussen twee alinea’s kun je ook aangeven met een of meerdere zinnen.Dergelijke verbindende zinnen herhalen de kerngedachte van de vorige alinea en leggeneen verband met de volgende alinea. Vooral bij lange alinea’s bieden deze verbindendezinnen een houvast aan de lezer.Kernzin voorafgegaan door een verbindende zinTelethuiswerk leidt niet alleen tot overwerk. Vrouwen van wie de kinderen thuis zijn,vermelden ook een gebrek aan concentratie tijdens het werk. (…)
  12. 12. papers - Pagina 12 van 19Inleiding en besluitDe inleiding en het besluit zijn essentiële onderdelen van een paper. De inleiding bevat decentrale vraag waarop de tekst het antwoord zal geven. Het antwoord zelf komt kernachtiggeformuleerd terug in het besluit. Met andere woorden: als een lezer de inleiding en hetbesluit leest, komt hij de belangrijkste informatie van de tekst te weten. Besteed daaromvoldoende tijd en aandacht aan het schrijven van de inleiding en het besluit.De inleidingDe inleiding is opgebouwd rond de centrale vraag. De meeste papers volgen daarbijdezelfde opbouw zodat de lezer gemakkelijk de centrale vraag kan vinden.Meestal begint de inleiding met een aanloop naar de centrale vraag. Daarin wordt decentrale vraag in een ruimer kader geplaatst waarbij er vaak een kort overzicht wordtgegeven van wat de bestaande literatuur erover te zeggen heeft en eventueel welke lacuneser nog bestaan in het onderzoek. De centrale vraag sluit daarbij aan: uit de aanloop moetblijken waarom jouw centrale vraag de moeite waard is om te onderzoeken. Een typischebeginzin voor een centrale vraag is:Zo komen we tot de centrale vraag van deze scriptie: (…)De centrale vraag luidt: (…)In dit werkstuk wordt onderzocht (…)Na de centrale vraag kondig je aan hoe de vraag wordt beantwoord. Je legt kort demethode uit die je hebt gevolgd, of je noemt de bronnen die je hebt gebruikt bij jeonderzoek. Een typische beginzin is hier: Om deze vraag te beantwoorden (…)In langere teksten ten slotte kun je aangeven wat de lezer in welk hoofdstuk magverwachten. Dat wordt ook de leeswijzer genoemd.Het besluitHet besluit is de plaats waar de lezer een kernachtig antwoord kan vinden op de centralevraag uit de inleiding. Je herhaalt eventueel wat de centrale vraag was en je geeft een kortesamenvatting van hoe je tot het antwoord bent gekomen. Je geeft in het besluit dus geennieuwe argumenten of gegevens.Het is mogelijk om op het einde van je besluit nieuwe vragen te formuleren. Zo geef je aanwat nog verder onderzocht moet worden. Als je dat doet, stel dan specifieke vragen.
  13. 13. papers - Pagina 13 van 19Bronvermelding(Naar: Mortelmans D., Spooren P., & Chandesais O.(2010). Naar de bron. Leuven / Den Haag: Acco.)Het is belangrijk dat je in je eerste ruwe versie de bronnen vermeldt die je gebruikt hebtvoor je paper. Er zijn drie goede redenen om naar bronnen te verwijzen. Ten eerste zorgt debronvermelding voor een betere argumentatie. Je laat namelijk zien dat je tekst goedonderbouwd is en dat je op de hoogte bent van het bestaande onderzoek. Ten tweedemaak je de inhoud verifieerbaar: de lezer kan je werk controleren en zelf de bronraadplegen die je hebt gebruikt. Ten slotte is het een kwestie van eerlijkheid. Als je het werkvan anderen presenteert als je eigen ideeën, pleeg je plagiaat.Voor het verwijzen naar bronnen bestaan verschillende systemen. In je opleiding krijg jedaarvoor richtlijnen. Let er in elk geval op dat je consequent bent in je verwijzingen.Terug naar overzicht
  14. 14. papers - Pagina 14 van 19STAP 4: Van eerste tekstversie naareindproductAcademische stijlAls je de structuur en de logische opbouw van de tekst hebt vastgelegd, kun je focussen ophet formuleren. Daarbij hanteer je een academische stijl. Dat betekent dat je de inhoudobjectief, stellig en precies verwoordt. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de lezer de rodedraad doorheen de tekst gemakkelijk kan volgen. Een goede paper is daarom helder enlevendig geschreven. Zorg er tot slot voor dat je taalgebruik correct is. Fouten geven eenslordige indruk en beïnvloeden de manier waarop de lezer naar de inhoud kijkt.Meer informatie over academische stijl vind je in de map “Taal” van dit zelfstudiepakket.Precieze titelsTitels zijn precies genoeg als de lezer alleen aan de hand daarvan de grote lijnen van eentekst kan volgen. Voor titels en subtitels ga je niet verder dan twee niveaus (voor een kortepaper) of drie niveaus (voor een langere paper).Aandachtspunten bij het formuleren van titels Maak je titels concreet en precies:Niet WelVerschillende soorten Drie soorten telewerk Formuleer de titels in een consequente vorm:Niet Wel2.1 Mobiel2.2 Eilandwerken2.3 Je huis is je kantoor2.1 Mobiel werken2.2 Eilandwerken2.3 Telethuiswerken Maak nooit een hoofdstuk of paragraaf met één subtitel:Niet Wel3.1. Geen woon-werkverkeer3.1.1 Meer tijd3.2 Flexibiliteit in arbeidstijd3.1. Geen woon-werkverkeer3.1.1 Meer tijd3.1.2 Minder stress3.2 Flexibiliteit in arbeidstijd Schrijf nooit een punt achter een titel.
  15. 15. papers - Pagina 15 van 19Bij langere teksten maak je een inhoudsopgave. Zorg ervoor dat de titels in deinhoudsopgave dezelfde zijn als die in de tekst. Hieronder zie je een voorbeeld van eeninhoudsopgave bij het uitgewerkt bouwplan op pagina 6.Inhoudsopgave1. Inleiding2. Definitie en kenmerken van telethuiswerk2.1 Drie soorten telewerk2.2 Kenmerken van telethuiswerk3. Voordelen van telethuiswerk voor de combinatie werk-gezin3.1 Geen woon-werkverkeer3.2 Flexibiliteit in de arbeidstijd4. Nadelen van telethuiswerk voor de combinatie werk-gezin4.1 Grensvervaging tussen werk en vrije tijd4.2 Bevestiging van het traditionele rollenpatroon5. ConclusieAfwerkingAls de definitieve tekstversie op je scherm staat, volgt de afwerking. Je voegt een titelpagina,de literatuurlijst en eventueel ook de bijlage(n) toe. Daarnaast controleer je de vormelijkeafwerking. Besteed daar voldoende aandacht en tijd aan.Bij het afwerken let je dus op de volgende punten: de titelpagina is volledig en verzorgd; de literatuurlijst is volledig en relevant, en opgesteld volgens de afspraken; de lay-out (lettertype, regelafstand, uitlijning, header, footer) is verzorgd enconsequent; de pagina’s zijn genummerd; eventuele illustraties en grafieken hebben een titel en een nummerNalezenDruk je tekst af om hem na te lezen. Op papier vallen fouten namelijk sneller op. Lees jetekst na vanuit het standpunt van de lezer of laat je tekst door iemand nalezen.In de map “Tips bij het schrijven van een paper” van dit zelfstudiepakket vind je ook eenchecklist die je kunt gebruiken bij het nalezen van een paper.Terug naar overzicht
  16. 16. papers - Pagina 16 van 19Wil je meer weten?Boeken Bovenhoff, M., Zeijl, W., & Latjes, G. (2009). Basisboek taal. Amsterdam: PearsonEducation Benelux. De Wachter, L., & Van Soom, C. (2010). Academisch schrijven. Een praktische gids.Leuven / Den Haag: Acco. Hendrickx, K., & Deschamps, K. (2010). Juridisch Nederlands. Leuven / Den Haag:Acco. Mortelmans, D., Spooren, P., & Chandesais, O. (2010). Naar de bron. Informatiezoeken en gebruiken in de sociale en humane wetenschappen. Leuven / Den Haag:Acco. Steehouder, M., Jansen, C., Maat, K., van der Staak, J., de Vet, D., Witteveen, M.,Woudstra E., & Gijsen, M. (2006). Leren communiceren. Handboek voor mondelingeen schriftelijke communicatie. Groningen: Noordhoff. Tiggeler, E. (2006). Check je tekst! Den Haag: SDU Uitgevers. Van Belle, H., & Reynders, A. (2004). Functioneel en strategisch schrijven. Adviezenen oefeningen op tekstniveau. Leuven / Den Haag: Acco. Van der Westen, W. (2009). Goed geschreven. Zakelijk schrijven binnen opleiding enberoep. Bussum: Coutinho.Taalondersteuning Academisch NederlandsVoor persoonlijke taalondersteuning Academisch Nederlands kunnen studenten van deUniversiteit Antwerpen het hele academiejaar gratis terecht op het Monitoraat op maat.Meer informatie vind je op www.ua.ac.be/monitoraatopmaatTerug naar overzicht
  17. 17. papers - Pagina 17 van 19BIJLAGENVaste structurenUit: M. Steehouder e.a. (2006) Leren Communiceren. Handboek voor mondelinge enschriftelijke communicatie. Groningen: Noordhoff.De probleemstructuurTHEMA= een probleem Wat is het probleem precies? Waarom is het een probleem? Wat zijn de oorzaken? Wat is ertegen te doen?De evaluatiestructuurTHEMA = iets dat beoordeeld wordt Wat wordt er geëvalueerd?/ Wat zijn de relevante eigenschappen? Wat zijn de positieve aspecten? Wat zijn de negatieve aspecten? Hoe luidt het totaaloordeel? Wat kan/moet er dus gedaan worden?De onderzoekstructuurTHEMA = een onderzoeksobject Wat wordt er precies onderzocht? Volgens welke methode verloopt het onderzoek? Wat zijn de resultaten van het onderzoek? Wat zijn de conclusies uit het onderzoek?De maatregelstructuurTHEMA = een maatregel Wat is de maatregel precies? Waarom is de maatregel nodig? Hoe wordt de maatregel uitgevoerd? Wat zijn de effecten van de maatregel?De ontwerpstructuurTHEMA = een ontwerp Waartoe dient het ontwerp? Aan welke eisen moet het voldoen? Welke middelen worden er gekozen? Hoe ziet het ontwerp eruit? Wat is de waarde van het ontwerp?Terug naar overzicht
  18. 18. papers - Pagina 18 van 19VerbindingswoordenOm verbanden tussen zinnen en alinea’s duidelijk te maken, zijn er twee mogelijkheden:- signaalwoorden: deze woorden geven bijvoorbeeld een opsomming of eentegenstelling aan- verwijswoorden: deze woorden verwijzen naar de vorige zinDoor deze woorden te gebruiken maak je de tekst niet alleen overzichtelijk voor de lezer,maar heb je ook voor jezelf een houvast bij het schrijven.SignaalwoordenOpsomming Ten eerste, ten tweede, ten derde,… ten slotteAls laatste (…)Ook, bovendien, daarnaast, verderBehalve, niet alleen… maar ook…Eerst, daarna, vervolgens, later, ten slotte (chronologische opsomming)Tijd Wanneer, als, toen, terwijl, nadat, voordat, totdat, zolangIntussen, inmiddelsEerst, daarna, vervolgens, later, ten slotteTegenstelling MaarEchter, toch, daarentegenHoewelOndanksAan de ene kant… aan de andere kant; enerzijds… anderzijds…In tegenstelling tot, in vergelijking metVergelijking Hetzelfde, dezelfdeNet alsTen opzichte van, in vergelijking metToelichting(voorbeeld)BijvoorbeeldZoals, zoTer illustratieOorzaak-gevolgDoor…Doordat, omdat, aangezien, wantDus, zodat, dan ook, daardoor, daaromImmers, namelijkOm die reden(en)De reden daarvoor; de oorzaak daarvan; het gevolg daarvanSamenvatting Kortom, samengevatConclusie Dus, daarom, dan ookConcluderendDaaruit volgt…Voorwaarde AlsDe voorwaarde is…
  19. 19. papers - Pagina 19 van 19VerwijswoordenMet verwijswoorden vervang je woorden die je eerder al genoemd hebt. Er zijn viersoorten:Persoonlijk Hij, zij, het, ze,…Bezittelijk Zijn, haar, hun,…Aanwijzend Dit, deze, dat, dieBijwoordelijk Eraan, daaraan, hierbij, daarmee,…Let er wel op dat het duidelijk is waarnaar je verwijst. Een veel voorkomende fout bij hetgebruik van verwijswoorden is namelijk dat de lezer niet weet wat of wie je bedoelt met hetverwijswoord.Terug naar overzicht

×