Uri Rosenthal,minister van Buitenlandse ZakenMagazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/dcemberr 201060jaa...
Redactieadres Magazine nationale veiligheiden crisisbeheersingMinisterie van Veiligheid en JustitiePostbus 203012500 EH De...
Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010 31	voetnoot3Magazine nationale veiligheid en cris...
Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 20104kend document. Evenals in de strategie van de Uni...
Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010 5Internationale dimensieNationale veiligheid is a...
Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 20106Internationale dimensieHet nieuwe Strategisch Con...
Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010 7de energiezekerheid verder te ontwikkelen. Daaro...
Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 20108Internationale dimensiede NAVO in het geval van e...
9Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010Daarin heeft de Commissie het mandaatgekregen om,...
Drie jaar na Nederland is ook Frankrijkbegonnen met het uitvoeren van eennationale risicoanalyse (NRA). In deze NRAworden ...
11Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010De EU Interne Veiligheidsstrategiein ActieDe Eur...
De kracht van het optreden van de EU bij crises zit hem inhaar vermogen de verschillende instrumenten van deGemeenschap te...
13Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010analyses, tijdige anticipatie op bedreigingen do...
een fysiek modelleringssysteem. Een waarschuwingvoor overstromingen wordt via een webinterfacedoor-gegeven aan het partner...
15Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010World Foresight ForumDe Summit is een topontmoet...
Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 201016Internationale dimensieEuropa en internationale ...
Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010 17wat het betekent als internationale bijstand zo...
Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 201018Internationale dimensieOp federaal niveau heeft ...
Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010 19de territoria het National Platform for Disaste...
Immanuel Nijssen enRaimond Duijsens, resp.adviseur strategie  beleid ensenior beleidsmedewerker,Het Nederlandse Rode Kruis...
1	voetnootKwetsbaarheid en weerbaarheidDe centrale vraag van het symposium was: welkefactoren zorgen voor risico’s en kwet...
De laatste uitdaging heeft weer met geweld te maken.Als gevolg van gewapende conflicten zijn grote groepenmensen op de vlu...
1	voetnootontwikkelingslanden. Vooral armen en minderhedenlopen grote risico’s. Zij hebben vaak geen andere keuzedan die r...
Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 201024Citaten uit programma OESO-conferentieThe notion...
Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010 25waarop de overheid de risico-regelreflex kan om...
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)

1,031 views

Published on

Ik schreef in het Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing van november/december 2010 een artikel over de bosbranden die Rusland hadden geteisterd

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,031
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
4
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Lees mijn artikel: Bosbranden in Rusland (vanaf pagina 44)

  1. 1. Uri Rosenthal,minister van Buitenlandse ZakenMagazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/dcemberr 201060jaargang 9 | nummer 6 | november/december 2010 Magazinenationale veiligheiden crisisbeheersingThema: Internationale dimensieCyber securityAanpak Q-koorts geëvalueerdVier vragen aan:Wat is het doel van uw recente voorstel totversterking van de Europeserampenbestrijdingscapaciteit?“Ons beleidsvoorstel behelst de ontwikkelingvan een structuur voor efficiëntere rampen-bestrijding door de EU zodat het mogelijkwordt sneller hulp te bieden waar enwanneer dat nodig is en dat tegen de laagstekosten voor de belastingbetaler. Doelen zijnbetere planning met behulp van referentie-rampscenario’s, de beschikbaarheid vanmiddelen voor snelle interventie zowelbinnen als buiten de EU te waarborgen,de logistiek te verbeteren en de kosten-effectiviteit te waarborgen door dubbelwerk te vermijden en voort te bouwen ophetgeen reeds goed functioneert.Het komt erop neer dat we voorstellen eenEuropean Emergency Response Capacity (EERC) op tezetten op basis van vooraf door de lidstatentoegezegde middelen en vooraf overeen-gekomen noodplannen. Deze middelenblijven onder het beheer van de EU-landenzelf, maar zullen ter beschikking wordengesteld zodra een gezamenlijke Europeseinterventie nodig is. Ook zal er een EuropeanEmergency Response Centre worden opgezet doorsamenvoeging van het huidige Monitoring andInformation Centre (MIC) en de ECHO-crisis-centra voor humanitaire hulp. Het centrumzal 24 uur per dag operationeel zijn.Behalve voor monitoring en coördinatie zaler ook een grote capaciteit voor planningbeschikbaar zijn.”Hoe kunnen de lidstaten bijdragen aan dezeresponscapaciteit?“Elke staat heeft de plicht de veiligheid vanzijn ingezetenen te beschermen. Groterampen kunnen de nationale capaciteitechter te boven gaan. In dergelijke gevallenkan een gecoördineerde Europeseinterventie effectiever zijn. Wij stellen een‘bottom up’ aanpak voor die gebaseerdwordt op bestaande capaciteiten waarbij delidstaten bepaalde middelen in een poolonderbrengen (bij voorbeeld voor water-zuivering, search and rescue of voor hetbestrijden van bosbranden, medischeunits). Deze middelen worden beschikbaargesteld voor EU-operaties, maar blijvenonder het nationale gezag.”Hoe kijkt u aan tegen samenwerking enafstemming met andere internationaleorganisaties zoals het Rode Kruis, de NAVO enUN-OCHA?“Bij grote rampen buiten de EU coördineerten bevordert het MIC de hulp van lidstatendie dan adequaat wordt geïntegreerd in deoverige hulpinspanningen. Voor deVerenigde Naties is het efficiënter wanneer erafgestemd kan worden op basis van één goedgecoördineerd hulppakket vanuit de EU dante moeten onderhandelen met 27 verschil-lende partners. Daarom is de VN een zeergroot voorstander van onze initiatieven totbetere afstemming van EU-interventies. DeCommissie ondersteunt de leidende rol vande VN bij rampen buiten de EU. We onder-houden verder een uitstekende werkrelatiemet het UN Office for Coordination of HumanitarianAffairs (UN-OCHA). Een andere belangrijkepartner is de Internationale Federatie vanRode Kruis- en Halvemaanverenigingen (IFRC)die snel kan optreden bij natuurrampen en opjaarbasis ongeveer 30 miljoen mensenbijstaat. In 2009 heeft de Commissie ruim 13miljoen euro gefinancierd voor operationeleactiviteiten en capaciteitsopbouw van hetIFRC.We werken pragmatisch samen met de NAVO.Een aantal van onze lidstaten heeft bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de luchtbrugvan de NAVO om na de aardbeving van 2005hulpgoederen naar Pakistan te brengen.Tijdens rampen waarbij beide operationeelzijn, wisselen het MIC en het Euro-AtlanticDisaster Response Coordination Centre vande NAVO informatie uit.”Wat is uw bijdrage aan de nieuwe Europeseinterne veiligheidsstrategie?“Het waarborgen van de interne veiligheidvoor Europeanen is een prioriteit bij de EU.Op grond van het Verdrag van Lissabon enhet programma van Stockholm hebben delidstaten begin 2010 een interne veiligheids-strategie ontwikkeld en de EuropeseCommissie opgeroepen concrete voorstel-len voor maatregelen uit te werken. Eindnovember is de interne veiligheidsstrategiegepubliceerd. Eén van de actiepunten uit destrategie betreft het optreden van de EU bijrampen, en bouwt voort op mijn voorstelover EU-capaciteit voor rampenbestrijding.In de nieuwe strategie wordt het belang vanoptreden door de EU op dit terrein nietalleen benadrukt als een mechanisme omhet verlies van mensenlevens te voorkomenen lijden te verzachten, maar ook als eenmiddel om de veiligheid binnen Europa tebevorderen.”Kristalina Georgieva,EU-commissaris voor internationalesamenwerking, humanitaire hulpen crisisbestrijding
  2. 2. Redactieadres Magazine nationale veiligheiden crisisbeheersingMinisterie van Veiligheid en JustitiePostbus 203012500 EH Den HaagE-mail: crisisbeheersing@minbzk.nlRedactieRedactiecommissie: Ruth Clabbers,Marije Breedveld, Donna Landa,David van Veenendaal,Lodewijk van Wendel de Joode enGeert Wismans (samenstelling eneindredactie)Redactiesecretariaat: Nalini Bihari(070-426 53 00)RedactieraadProf. dr. Ben Ale (Technische UniversiteitDelft)Dr. Arjen Boin (Universiteit Utrecht)Mr. dr. Ernst BrainichDr. Menno van Duin (Nederlands InstituutFysieke Veiligheid)Prof. dr. Georg Frerks (UniversiteitWageningen)Prof. dr. Bob de Graaff (NederlandseDefensie Academie)Prof. dr. Ira Helsloot (Vrije UniversiteitAmsterdam)Prof. dr. Erwin Muller (Universiteit Leiden)Prof. dr. Uri Rosenthal (Universiteit Leiden)Dr. Astrid Scholtens (Crisislab)Prof. dr. Erwin Seydel (Universiteit Twente)Prof. dr. Peter Werkhoven (TNO Defensie enVeiligheid)Prof. dr. Rob de Wijk (The Hague Centre forStrategic Studies)Aan dit nummer werkten mee:Ben Ale, Delilah Al-Khudairy, AlessandroAnnunziato, Vincent van Beest, HaroldBoersen, Marc Bökkerink, AndriesBoneschansker, Marije Breedveld, ClaartjeBrons, Anton van Wijk, Raimond Duijsens,Maris den Engelsman, Pamela van Erve, ErikFrinking, Peter Glerum, KristalinaGeorgieva, Jan Goeijenbier, CorsmasGoemans, Erik van der Goot, PeterGoudsmits, Tom de Groeve, Jolanda Haak,Siobhan Harty, Alexander Heijnen, MichielHoorweg, Eric J. van der Horst, GáborIklódy, Khan Jahier, Erik Klaver, DouweLeguit, Jens P. Linge, Gaël Marchand, Ronde Meyer, Immanuel Nijssen, Hans OudeAlink, Marc van Oudheusden, MichelRademaker, Marlies van Reenen, Ad de Roo,Caroline van der Schaaf, Ton Slewe, ErikSoonieus, Kim Steenbergen, MarijkeStokkel, Erik Teepe, Marieke Timmermans,Jan van Tol, Maaike van Tuyll, Laurens vander Varst, Paul Vierveijzer, René Voogt, Robde Wijk, Janneke ZaalFotografieEagle, Europese Commissie, EU-MIC, RobJastrzebski, NATO, Nederlandse Rode Kruis,Public Safety Canada, Jan van Tol,WaterSave.EU, WFFIIlustratiesENISA, HCSS, NATO, Nederlandse RodeKruis, Marc van Oudheusden, ProvincieZeeland, WFFVormgevingGrafisch Buro van Erkelens, Den HaagProductiebegeleidingMinisterie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelatiesDirectie Communicatie en Informatie /Grafische en Multimediale DienstenDrukOBT bv, Den Haag© Auteursrecht voorbehouden.ISSN 1875-7561ColofonVoor een gratis abonnement mail: crisisbeheersing@minbzk.nl.Het magazine is te downloaden viawww.rijksoverheid.nl/onderwerpen/crisis-en-nationale-veiligheid.Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010w 593 | Introductiecolumn Rob de Wijk 5 | Nationale Veiligheid - de Britse aanpak6 | Nieuwe uitdagingen voor de NAVO 9 | Naar Europese richtlijnen voor methodiekrisicoanalyse 10 | Nationale risicoanalyse in Frankrijk 11 | De EU Interne Veiligheids-strategie 12 | EU-crisismanagement: uitdagingen en oplossingen 15 | World ForesightForum april 2011 16 | Europa en internationale assistentie – zenden en ontvangen18 | All-hazards risk assessment crisismanagement – de Canadese aanpak 20 | Rode KruisWorld Disaster Report symposium 24 | Internationale aandacht voor de risico-regelreflex28 | Noodhulp Pakistan netcentrisch gecoördineerd 29 | Handboek maakt internationalebijstand werkbaar 30 | Up Safety – Europees project Ondergrondse veiligheid 31 | Water.Save.EU 60 | Vier vragen aan Europees Commissaris GeorgievaInhoudHet Magazine nationaleveiligheid en crisisbeheersingis een tweemaandelijkseuitgave van de directieNationale Veiligheid vanhet ministerie van Veiligheiden Justitie.Het blad informeert,signaleert en biedt eenplatform aan bestuurdersen professionals overbeleidsontwikkeling,innovatie, uitvoering enevaluatie ten aanzien vannationale veiligheid encrisisbeheersing.De verantwoordelijkheid voorde inhoud van de artikelenberust bij de auteurs.32 | Cyber Storm III@NL-ICT verstoringen zijn nietalleen virtueel!34 | Eerste Nationale Trendrapport Cybercrime enDigitale Veiligheid36 | ICT kwetsbaarheid en invulling Nederlandse cybersecurity strategie37 | Oefening Cyber Europe 201040 | Evaluatiecommissie Q-koorts42 | Kabinetsreactie op rapport Commissie Van Dijk43 | Giframp Hongarije – alweer… toezicht44 | Bosbranden in Rusland46 | Slachtofferregistratie na rampen48 | Hulpverleners ten onrechte bang voor radioactieve besmetting50 | Voorbereiding op pandemie – case Luchtvaart!51 | Boekrecensie: Gwynne Dyer - Klimaatoorlogen52 | Bezuinigingsdruk vraagt om slimmersamenwerken54 | Link(s)e bewegingen in Nederland: definities enveiligheidsrisico’s56 | Openbare orde en veiligheid op de BES58 | Regiobijeenkomsten zelfredzaamheid bijnoodsituaties58 | Landelijk draaiboek hoogwater en overstroming58 | Bob de Graaff hoogleraar Inlichtingen en NationaleVeiligheidThema: Internationale dimensieOverige onderwerpenMagazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 20102
  3. 3. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010 31 voetnoot3Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010De dimensieIk voel mij altijd wat ongemakkelijk met vragennaar Nederland en de internationale dimensie vancrisisbeheersing. Want er is een veelheid aaninternationale initiatieven zonder veel samenhang.Nederland heeft er soms iets, maar vaak niets mee temaken. Bovendien lijken initiatieven hetzelfde,maar verschilt de inhoud enorm. Ook hebben veellanden hun zaken minder op orde dan Nederland.Dit alles maakt het lastig iets zinnigs te zeggen.prof. dr. Rob de Wijk, voorzitter van de Denktank NationaleVeiligheid, directeur van het Den Haag Centrum voor StrategischeStudies en hoogleraar Internationale Betrekkingen in LeidenNeem de nationale veiligheidsstrategieën. Nederlandheeft er een. Een fraai stuk werk, met een voorwoordvan de minister-president om de status ervan teonderstrepen. Opmerkelijk is dat bijna niemand weetdat die strategie bestaat, met inbegrip van velebestuurders. Hoe anders is dat met de AmerikaanseNational Security Strategy. President Obama publiceerdede zijne afgelopen mei en haalde wereldwijd de media.De reden waarom Obama wel, en Balkenende geenaandacht kreeg, zit in de aard van het document. DeNederlandse strategie is vooral een werkwijze waarmee,ik citeer: “het kabinet beter dan voorheen (kan) bepalenwelke dreigingen de nationale veiligheid in gevaarkunnen brengen en hoe (erop) te anticiperen”.De Amerikaanse strategie is eigenlijk het resultaat vanzo’n werkwijze. Het is de visie van een president van eensupermacht die aangeeft welke rol de Verenigde Statenin de wereld moet spelen. Het contrast met de strategievan Obama’s voorganger is groot. Onder Bush heerstetriomfalisme over de hegemoniale macht van Amerikawaarmee, zo nodig alleen, wereldwijd democratie envrijheid, in zijn ogen voorwaarden voor vrede, zoukunnen worden gebracht. De strategie van Obama erkentdat Amerika verzwakt is, dat economie en begrotings-tekort moeten worden aangepakt en dat geërodeerdemacht samenwerking met bondgenoten vereist.De notie dat door verschuivende machtsverhoudingen dewereld verandert en dat daarom herpositionering vereistis, ontbreekt in de strategieën van de Europese Unie ende NAVO. Die van de Unie stamt uit 2003, terwijl in 2008een poging is gedaan een nieuwe versie te ontwikkelen.Het resultaat was een verslag over de toepassing van deEuropese Veiligheidsstrategie dat weinig nieuws bevatte.Het proces liep ondermeer stuk op de verschillende visiesvan de lidstaten over wat de Unie op veiligheidsgebiedzou kunnen betekenen.Hetzelfde blijkt uit de nieuwe NAVO-strategie die eindnovember werd gepresenteerd. Het is geen wereldschok-
  4. 4. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 20104kend document. Evenals in de strategie van de Unieontbreekt in de NAVO-strategie elke verwijzing naar degrote geopolitieke veranderingen waarover Obama welrepte. Kennelijk is het onmogelijk om binnen bond-genootschappen overeenstemming over een dergelijkenotie te krijgen. Wel geeft het document een goed inzichtin de evoluerende visie op wat onze veiligheid bedreigt.Traditionele veiligheidsrisico’s, zoals de bezetting dooreen buurland zijn passé. De enige meer traditioneledreiging wordt gevormd door een raketaanval door Iran,hoewel dit land niet expliciet genoemd wordt. Deaandacht is in belangrijke mate verschoven naar debedreiging van de welvaart en de maatschappelijke enpolitieke stabiliteit. Deze kunnen worden aangetast doorbij voorbeeld de bedreiging van handelsroutes, cyberaan-vallen, vluchtelingenstromen als gevolg van klimaatver-andering, en de onderbreking van de toevoer van energieen grondstoffen. Vertaald naar de Nederlandse StrategieNationale Veiligheid betekent dit een verschuiving vanhet vitale belang van de territoriale veiligheid, naareconomische, ecologische en fysieke veiligheid, en desociale en politieke stabiliteit.Een strategie is niet meer dan een stuk papier. Het komter uiteraard op aan dat visie wordt vertaald naar actie.De Strategie Nationale Veiligheid komt dicht bij eenoperationeel document, maar merkwaardig genoegontbreekt de bovenliggende visie en daarmee eencommunicatiemiddel naar de burger. In feite wordtgaande het implementatieproces het feitelijke beleidontwikkeld. In dit geval gebeurt dat aan de hand vananalyses die voortvloeien uit de NationaleRisicobeoordeling.Het voorgaande heeft consequenties voor Nederland.Ik raak steeds meer tot overtuiging dat het nieuweministerie van Veiligheid en Justitie de StrategieNationale Veiligheid moet evalueren en moet aanvullenmet een pakkende visie over de wijze waarop onzerechtsstaat tegen nieuwe dreigingen wordt beschermdzodat mensen in vrijheid kunnen samenleven. Zo’n visieis nodig om duidelijk te maken dat veiligheid meer is dan‘meer blauw op straat’ of minimumstraffen. De visiedient evenveel aandacht te geven aan criminaliteit,sociale veiligheid, terrorisme, crises en rampen en moetde relatie duidelijk maken tussen interne en externeveiligheid, dat het domein van defensie is. Nieuwedreigingen en de verwevenheid van interne en externeveiligheid eisen niet minder dan een comprehensiveapproach. Deze exercitie start met de NationaleRisicobeoordeling.De Europese Unie, die helaas in Nederland door velenwordt gezien als een spilzieke, bemoeizuchtigedocumentenproducerende bureaucratie heeft eengestructureerde aanpak die als voorbeeld kan dienen.Eind november presenteerde de Commissie eenactie-plan ter implementatie van bovenliggendedocumenten, zoals het Verdrag van Lissabon en eeneerder dit jaar aangenomen Interne Veiligheidsstrategie.Het actieplan gaat in op de meest waarschijnlijkedreigingen en geeft aan welke actie moet wordenondernomen op het gebied van terrorisme, cybercrime,grensbewaking en rampenbestrijding. Die acties kunnenvérstrekkende gevolgen hebben zoals de eis dat lidstatenter bestrijding van cybercrime een goed functionerendCERT moeten hebben, deze aan elkaar moeten koppelenen noodplannen moeten ontwikkelen. Overigens isinteressant dat de Unie na aanvaarding van het Verdragvan Lissabon met de Solidariteitsclausule eenverplichting tot bijstand kent in geval van calamiteiten.Als het tot feitelijke implementatie komt, gevenbuitenlandse ervaringen nuttige inzichten. Zo kunneninstitutionele veranderingen dramatisch uitpakken alsdeze voor een beperkt probleem worden doorgevoerd.Kijk eens naar de ontwikkeling van het Department ofHomeland Security dat als antwoord op de aanslagen van11 september 2001 werd opgericht. Contraterrorismekreeg daarom de grootste prioriteit. Toen in 2005 KatrinaNew Orleans teisterde, bleek men onvoldoendevoorbereid en kreeg minister Michael Chertoff veelkritiek in het Huis van Afgevaardigden. In Nederland magde aanleiding voor het veiligheidsministerie daarom nietalleen maar de subjectieve veiligheidsbeleving van degemiddelde Nederlander zijn. Subjectief, omdatNederland objectief veiliger wordt.Het is in dit verband nuttig om de bevindingen van deGemengde commissie veiligheid en rechtsorde (deCommissie-Brinkman) van september 2005 er nog eensop na de slaan. Want discussies over de noodzaak van eenveiligheidsministerie zijn van oudsher ingegeven door deconstatering dat Nederland de rampenbestrijding encrisisbeheersing onvoldoende op orde heeft.Zijn er meer zaken die Nederland van het buitenlandkan leren? Persoonlijk ben ik nogal gecharmeerd van dewijze waarop de Britten door hun operationele focushun crisisbeheersing en rampenbestrijding hebbengeorganiseerd. Die focus ontbreekt bij Nederlandsebestuurders veelal. Dit is dus iets om naar te kijken alswe onze rampenbestrijding en crisisbeheersing echt oporde willen krijgen.Een strategie is niet meer dan een stuk papier.Het komt er uiteraard op aan dat visie wordtvertaald naar actie.
  5. 5. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010 5Internationale dimensieNationale veiligheid is aangemerkt als deeerste taak van de rijksoverheid en wordt dehoogste prioriteit gegeven. Voor cybersecurity is 650 miljoen pond vrijgemaaktvoor de kabinetsperiode, waar op andereterreinen grote bezuinigingen wordendoorgevoerd. Voor het eerst zijn interne enexterne veiligheid in de nationale veilig-heidsstrategie gecombineerd. Belangrijkstethema’s zijn terrorisme, fragiele staten, cybersecurity, civiele rampen (overstromingen eninfluenza), energieveiligheid, georganiseerdemisdaad, klimaatverandering en grens-toezicht. De aanpak van de nationaleveiligheidsrisico’s wordt uitvoerig beschrevenin “The Strategic Defence and SecurityReview”.Beide documenten zijn opgesteld door denieuwe Nationale Veiligheidsraad, waarinde belangrijkste ministeries zijn vertegen-woordigd. Hoofdstuk 6 van de Review geeftinzicht in de structuurhervormingen dierecentelijk zijn doorgevoerd om dedoelstellingen van de strategie te realiseren.De Nationale Veiligheidsraad onder leidingvan premier Cameron komt wekelijks bijeenen wordt ondersteund door een permanenteNationale Veiligheidsstaf. Voor elk van deprioritaire thema’s zijn “lead ministers”aangewezen, die verantwoordelijk zijn voorde coördinatie van de belangrijkstenationale veiligheidstaken op dat domein.De werkzaamheden worden opgepakt doorgecoloceerde teams, bestaande uitaangewezen ambtenaren van alle betrokkenministeries in samenwerking met de privatesector, non-gouvernementele organisatiesen internationale partners.Onderstaand diagram geeft een overzichtvan de nieuwe nationale veiligheids-structuren op centraal niveau.Voor de integrale teksten van strategie enreview zie www.cabinetoffice.gov.uk.Nationale veiligheidDe Britse aanpakEind oktober heeft het Verenigd Koninkrijk, onder veelmedia aandacht, haar nieuwe strategie Nationale Veiligheid(“A Strong Britain in an Age of Uncertainty”) gepresenteerd.De strategie heeft een centrale plaats in het kabinetsbeleid.
  6. 6. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 20106Internationale dimensieHet nieuwe Strategisch Concept verschilt in verschillende,belangrijke opzichten van zijn voorloper uit 1999. Teneerste is het veel korter en leesbaarder, en zal het dus eenbreder publiek bereiken. Ten tweede omarmt het nieuwedocument de globalisering als het belangrijkste kenmerkvan het strategische klimaat. Daarmee wordt dus ook het“eurocentrische” standpunt van het concept uit 1999verlaten. Het belangrijkste is echter dat - ook al bevestigthet nieuwe Strategisch Concept nog eens het centralebelang van de collectieve defensie zoals die is vastgelegdin artikel 5 van het Verdrag van Washington - er ook eenovertuigende omschrijving in wordt gegeven van denieuwe, niet-traditionele bedreigingen van de veiligheid.Verder geeft het Strategisch Concept concrete manierenaan waarop de NAVO daar iets tegen kan doen.Zo stelt het Concept de noodzaak centraal om demiddelen te ontwikkelen waarmee de bevolking en hetgrondgebied van de NAVO kunnen worden verdedigdtegen aanvallen met ballistische raketten, als essentieelonderdeel van de collectieve defensie. Het maakt zich ooksterk voor de verdere ontwikkeling van het vermogen vande Alliantie om cyberaanvallen te voorkomen, teherkennen, zich ertegen te verweren en de schade teherstellen. Daaronder valt ook het gebruik van debeleidsprocessen binnen de NAVO om de nationaleinspanningen voor cyberdefensie te versterken en tecoördineren. Bovendien komen de NAVO-lidstaten in hetnieuwe Strategische Concept overeen om de capaciteit tevergroten die nodig is om internationaal terrorisme op tesporen en zich ertegen te verdedigen. Dat houdt ondermeer in dat de dreiging grondiger wordt geanalyseerd, ermeer wordt overlegd met de partners van de NAVO en datmilitaire slagkracht wordt ontwikkeld die op deze taak isberekend. En de verdragspartners stemmen er ook mee inom de mogelijkheden van de NAVO om bij te dragen aanGábor Iklódy, NATO Assistant Secretary General for Emerging Security ChallengesNieuwe uitdagingenvoor deToen de staatshoofden en regeringsleiders van deNAVO in november voor de top in Lissabonbijeenkwamen, moesten ze een vraag van cruciaalbelang beantwoorden: kan de NAVO een echtealliantie voor de 21e eeuw worden? Het antwoorddat ze daarop gaven was een ondubbelzinnig “Ja”.Door het aanvaarden van een nieuw StrategischConcept, waarin de koers voor de komende jarenwordt uitgezet, hebben de leiders van de NAVO detrans-Atlantische alliantie opnieuw een centralerol toegekend met betrekking tot de veiligheid inEuropa en de wereld.NAVO
  7. 7. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010 7de energiezekerheid verder te ontwikkelen. Daarondervalt ook de bescherming van vitale infrastructuur,transmissiegebieden en –leidingen. Tot slot wil de NAVOervoor zorgen dat de organisatie voorop loopt bij hetbeoordelen van de invloed die nieuwe technologieën opde veiligheid uitoefenen, en dat de militaire planningrekening houdt met deze potentiële bedreigingen.Door deze terreinen in hun nieuwe Strategische Conceptaan de orde te stellen, benadrukken de 28 NAVO-lidstatendat ze willen dat de NAVO een belangrijke bewaker van deveiligheid blijft, niet alleen met betrekking tot traditio-nele bedreigingen daarvan, maar ook met betrekking totniet-traditionele bedreigingen. Het zal echter zwareinspanningen vergen om deze voornemens in tastbaarbeleid om te zetten. Cyberaanvallen, terrorisme,proliferatie en bedreigingen van de energievoorzieningworden niet voor niets “niet-traditioneel” genoemd: zehebben bepaalde kenmerken gemeen waardoor het nogalmoeilijk is om ze aan te pakken. Bovenal worden delidstaten door deze kenmerken niet alleen gedwongenom anders te gaan denken over solidariteit binnen deAlliantie, maar ook om nieuwe wegen te zoeken vooraansluiting van de NAVO met de internationale gemeen-schap als geheel, met name met civiele spelers en deprivate sector.Het eerste kenmerk dat deze niet-traditionele bedreigin-gen gemeen hebben, is dat ze niet noodzakelijkerwijsalle verdragspartners op dezelfde manier treffen. Eenterroristische aanval op één verdragsstaat kan wel alleandere met zorg vervullen, maar hoeft niet automatischte worden beschouwd als een aanval op de Alliantie alsgeheel. Dat zelfde geldt voor een cyberaanval op hetbancaire systeem of een aanval op de energievoorzieningvan een individuele verdragsstaat. De beslissing òf en hoeer wordt gereageerd ligt eerst en vooral bij het getroffenland. In tegenstelling tot de Koude Oorlog, toen eenaanval van het Warschaupact op één van de verdrags-staten van de NAVO een collectieve reactie van de andereverdragsstaten tot gevolg zou hebben gehad, lenen debedreigingen van tegenwoordig zich niet voor eendergelijke, min of meer automatische respons. Daaruitvloeit ook de behoefte van de NAVO-lidstaten voort omhet solidariteitsconcept te verbreden en mogelijkheden tezoeken om bijstand te verlenen die de traditionelemilitaire scenario’s overstijgt.Dit voert ons naar een tweede gemeenschappelijkkenmerk van de nieuwe bedreigingen: ze vragen nietnoodzakelijkerwijs om een militaire reactie. Een goedgeorkestreerde cyberaanval kan een land op een schaalverlammen die in het verleden alleen met een invasievanuit het buitenland zou kunnen worden bereikt. Maarals de aanval zou zijn uitgevoerd door bijvoorbeeld eenniet-gouvernementele organisatie, zou de NAVO niet echtmet militaire represailles kunnen dreigen. De proliferatievan massavernietigingswapens zou, daarentegen, weerwel nieuwe militaire verdedigingsmiddelen nodigkunnen maken, zoals antiraketsystemen. Toch zal het devoorkeurstactiek blijven om de proliferatie te ontmoedi-gen door regionale veiligheidsproblemen op te lossen endiplomatieke en economische dwangmiddelen enstimulansen toe te passen. Kortom: hoewel de militaire“gereedschapskist” van de NAVO een essentiële bijdragekan leveren, kan die op zichzelf geen totaaloplossingbieden.Vanouds lag de kracht van de NAVO in haar vermogen totafschrikking. De Alliantie maakte niet werkelijk gebruikvan geweld om potentiële aanvallers af te schrikken. Deenorme militaire macht en het politieke en economischegewicht van de Alliantie voorkwam iedere aanval.Datzelfde zou ook van toepassing moeten zijn op denieuwe uitdagingen waar men tegenwoordig voor staat:potentiële bedrijvers van wandaden dienen te weten dat
  8. 8. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 20108Internationale dimensiede NAVO in het geval van een aanval als geheel zalreageren. Het is niet nodig om te specificeren of dezereactie politiek, economisch of militair zal zijn. In feite ishet een voordeel om vaag te blijven over de reactie van deNAVO op een aanval.Dit leidt weer tot het derde gemeenschappelijke kenmerkvan deze nieuwe uitdagingen: aangezien ze zowel vanbuitenaf kunnen komen als uit het binnenland, en zowelmilitair als economisch van aard kunnen zijn, dienen zeop holistische wijze te worden benaderd. Dit betekent inconcrete termen dat de NAVO gestructureerde relatiesmoet opbouwen met allerlei civiele spelers. Dat is nietalleen van toepassing op de andere grote internationaleorganisaties, zoals de Verenigde Naties en de EuropeseUnie, maar ook op niet-gouvernementele organisaties(NGO’s) en op de private sector, bijvoorbeeld op hetgebied van energie en informatietechnologie. Al dezespelers worden partners in de pogingen om het hoofd tebieden aan de bedreigingen die de globalisering met zichmeebrengt. Gezien de enorme verschillen in doelstelling,mandaat en werkwijze die tussen deze organisatiesbestaan, zal het een moeizaam proces worden om er eendoelmatige en op vertrouwen gebaseerde relatie mee opte bouwen. Toch mag de NAVO deze uitdaging niet uit deweg gaan.Als de Alliantie de veiligheid van haar leden op effectievewijze wil blijven garanderen, moet zij een teamspelerworden. De NAVO is dit pad nog maar net ingeslagen, enhet zal een moeilijke reis worden. Sommige van deverdragsstaten zullen aarzelen om de NAVO een grotererol te laten spelen op gebieden als energiezekerheid enhet tegengaan van de verspreiding van kernwapens. Hunargument daarbij is dat zo allerlei zaken, die om goederedenen in de politieke sfeer zouden moeten blijven, tezeer worden gemilitariseerd. Anderen maken zichmisschien zorgen dat, door zich op deze nieuwebedreigingen te richten, de aandacht van de NAVO wordtafgeleid van haar kerntaak - de gemeenschappelijkedefensie. Er kan alleen op dergelijke overwegingenworden ingegaan – waarbij hopelijk de bezorgdheidwordt weggenomen – als de verdragspartners meer tijdbesteden aan het bespreken van de bedreigingen die zichnu en in de toekomst voordoen, en als ze, door daar eeneffectief antwoord op te formuleren, aantonen dat deNAVO van nut is en een meerwaarde heeft. De afgelopenjaren is veel van de tijd en aandacht van de lidstatenbesteed aan het managen van de NAVO-operaties, zoalsdie in Afghanistan en Kosovo, waardoor men zich teweinig over toekomstige uitdagingen heeft gebogen.Wat er op dit moment nodig is, is dan ook een nieuwevenwicht tussen het heden en de toekomst. De NAVOmoet een cultuur ontwikkelen waarin het politieke debatniet beperkt is tot de zaken waarbij de NAVO in militairezin direct betrokken is, maar dat zich ook uitspreekt overzaken die “alleen maar” politiek relevant zijn. Zo langieder debat in de NAVO wordt gezien als een voorberei-ding op militaire operaties, zal een op de toekomstgericht, verlicht debat over de nieuwe uitdagingen in de21e eeuw onhaalbaar blijven.De nieuwe “Emerging Security Challenges Division”(ESCD) zal een eigen bijdrage moeten vormen aan eendergelijke nieuwe debatcultuur. Deze nieuwe divisie, dievoorafgaand aan de top in Lissabon in het leven isgeroepen, brengt voor het eerst het werk bijeen dat wordtverricht aan de bovengenoemde bedreigingen: terrorisme,proliferatie, cyberaanvallen en bedreigingen van deenergievoorziening, waaronder ook bedreigingen van hetmilieu worden begrepen. Bovendien zal de nieuwe“Strategic Analysis Capability” eenheid de strategischehorizon aftasten, op zoek naar bedreigingen van deveiligheid van de lidstaten. Dit zal een stimulans zijn voorhet debat onder de verdragspartners en de unieke waardeversterken die de NAVO heeft als het belangrijkste forumvoor veiligheidsoverleg tussen Europa en Noord-Amerika,de sterkste alliantie van gelijkgestemde naties ter wereld.Een nieuwe divisie in de Internationale Staf van de NAVO,nauwere banden met andere spelers, en een meer op detoekomst gericht debat onder de lidstaten: dat zijn deelementen die de manier zullen bepalen waarop de NAVOde nieuwe, groeiende bedreigingen van de veiligheid zalaanpakken. Er zullen diepgaande veranderingen in destructuur en het beleid van de NAVO nodig zijn om dezebenadering werkelijk effectief te maken. Maar de NAVO isten volle bereid deze veranderingen te ondergaan. Omdatde verdragspartners hebben begrepen dat de AtlantischeAlliantie alleen door veranderingen te aanvaarden, zijn rolals steunpilaar van de veiligheid in een geglobaliseerdewereld kan waarmaken.
  9. 9. 9Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010Daarin heeft de Commissie het mandaatgekregen om, samen met lidstaten, vóór heteinde van 2010 niet-bindende richtlijnenvoor methodieken voor risicoanalyse teontwikkelen. Lidstaten krijgen dan een jaarde tijd om deze richtlijnen te implementeren.Eind 2012 moet de Europese Commissie een‘cross sectoral overview of the major naturaland man-made risks’ gereed hebben.De bijeenkomsten boden een belangrijkegelegenheid om bestaande methoden vanrisicoanalyse en de ervaringen die daarmeezijn opgedaan door lidstaten, naast deconcept-richtlijnen van de EuropeseCommissie te leggen. Met name de expert-meeting bood een goed platform voor eengedachtewisseling met de EuropeseCommissie. Daarnaast was er gelegenheidom te netwerken en kennis te nemen vanelkaars meest actuele ervaringen.In de ochtend werden de conceptrichtlijnenbesproken in aanloop naar de informeleEuropese DG-bijeenkomst. Bij deze expert-meeting waren België, Duitsland, Frankrijk,Hongarije, Luxemburg, Oostenrijk, Portugal,Slovenië en het Verenigd Koninkrijkaanwezig. De Europese Commissie begonmet het presenteren van de richtlijnen. In dedaaropvolgende discussie kreeg deCommissie vanuit verschillende landencomplimenten voor het feit dat zij in derichtlijnen stelde dat risicoanalyse gevolgdzou moeten worden door een capaciteiten-analyse. Daarnaast werden verschillendesuggesties gedaan, waarvan ik hier debelangrijkste twee benoem. De scope van derichtlijnen moet niet alleen natuurlijke enindustriële rampen omvatten, maar állesoorten rampen door natuur of mens (al danniet moedwillig) veroorzaakt. Bovendienmoeten de richtlijnen niet alleen uitgaan vankwantitatieve data, maar moet het ookmogelijk zijn kwalitatieve data te verwerken,omdat veel informatie niet te kwantificerenFrankrijk gaf vervolgens een presentatie overde totstandkoming van hun methodiek voorrisicoanalyse (zie ook artikel hierna, red.).Wat opvalt, is het korte tijdsbestek (begin wasmaart 2010), waarin zij – door keuzes temaken en interdepartementaal verstandigsamen te werken en te coördineren – in kortetijd veel hebben bereikt. Eind 2011 volgt nogeen belangrijke stap, namelijk de review,improvement en verdieping. Omwille van detijd heeft Frankrijk ervoor gekozen eerstglobale risicoanalyses te maken, maar menrealiseert zich dat er daarna ook nog veelwerk te verrichten valt. Tot slot kijkt Frankrijkook vooruit naar de fase van bepaling van watopenbaar mag worden voor publiek(transparantie staat hoog in het vaandel) enwat niet (politieke keuzes).In de middag vond een DG-bijeenkomstplaats met het Verenigd Koninkrijk, Slovenië,Portugal, Frankrijk en Duitsland. De DG’ enonderschreven de suggesties voor verbeteringvan de concept richtlijnen uit de expertmee-ting. Ze benadrukten nog sterker denoodzaak de scope van de richtlijnen zo veelmogelijk all hazard te laten zijn (inclusiefmoedwillig veroorzaakte rampen). Ookvroegen de DG’en aandacht voor het belangde richtlijnen zo eenvoudig mogelijk tehouden, zodat lidstaten die nog gaanbeginnen met het opstellen van eenmethodiek dit ook binnen de gesteldetermijn kunnen realiseren. Naast derichtlijnen zelf spraken de DG’en ook inbredere zin met elkaar over civiele bescher-ming binnen de Europese Unie. Aan de ordekwamen daarbij onder andere de EuropeseRepons Capaciteit, de interne veiligheids-strategie en de samenwerking tussen DG JLSen DG ECHO. Afgesproken is hierover eengezamenlijke, strategische notitie op testellen. Slovenië heeft aangeboden deeerstvolgende bijeenkomst van de DG’en teorganiseren.Beide bijeenkomsten waren nuttig en bodenvoldoende gelegenheden om elkaar (verder)te leren kennen en constructieve stappen tezetten op weg naar goede richtlijnen voorrisicoanalyse. De richtlijnen zijn naaraanleiding van de suggesties uit de expert-meeting aangepast en geagendeerd voor deofficiële DG-conferentie voor civielebescherming en zullen in 2011 in deraadwerkgroep PROCIV worden besproken.Pamela van Erve, programma Dreigingen en Capaciteiten,directie Nationale Veiligheid, ministerie van Veiligheid en JustitieExpertmeeting en DG-bijeenkomst in Den HaagNaar Europese richtlijnenvoormethodiek risicoanalyseOp 6 oktober hebben in Den Haag twee bijeenkomsten plaatsgevondenover de ‘Guidelines on Risk Assessment Risk Mapping for Civil Protection’.Deze richtlijnen worden momenteel door de Europese Commissie opgesteldnaar aanleiding van de Raadsconclusies over Preventie van 30 november 2009.is.Expertmeeting en DG-bijeenkomst in Den HaagOp 6 oktober hebben in Den Haag twee bijeenkomsten plaatsgevondenover de ‘Guidelines on Risk Assessment Risk Mapping for Civil Protection’.Deze richtlijnen worden momenteel door de Europese Commissie opgesteldnaar aanleiding van de Raadsconclusies over Preventie van 30 november 2009.
  10. 10. Drie jaar na Nederland is ook Frankrijkbegonnen met het uitvoeren van eennationale risicoanalyse (NRA). In deze NRAworden alle moedwillige en niet-moedwilligebedreigingen, natuurrampen, ongevallenof door de mens veroorzaakte calamiteitendie de Franse bevolking, gebiedsdelen,instellingen of het milieu kunnen treffen,geïdentificeerd, gekarakteriseerd engerangschikt. Alle dreigingen die de Fransenationale veiligheid kunnen aantasten,worden in een matrix geplaatst die derelatieve gevolgen en waarschijnlijkheidervan laat zien.Op de korte termijn willen we de planningen capaciteitsopbouw voor de nationaleveiligheid efficiënter maken, het publiekbewuster maken van de risico’s en zorgen vooreen betere communicatie over gevaren tussende centrale regering en de lokale autoriteitenen particuliere belanghebbenden.Op de langere termijn willen we het voor debeleidsmakers gemakkelijker maken tekiezen voor de beste maatregelen voormitigatie en capaciteitsopbouw en daarnaastzorgen voor sterkere bilaterale en multilate-rale samenwerking met andere EU-lidstatenop het gebied van risicoanalyse, planningvoor noodsituaties en crisismanagement.Frankrijk begon met zijn NRA op hetmoment waarop risicoanalyses bovenaande prioriteitenlijst van de Europese Uniestonden. Voor het ontwikkelen van een NRAop lidstaatniveau kon onder andere wordenteruggegrepen op het Programma vanStockholm, de Conclusies van de Raad(30 november 2009) en de Strategie voorInterne Veiligheid van de EU.De eerste stap in het proces bestond uit hetopzetten van een interdepartementalewerkgroep onder de gezamenlijke leiding vande Secretaris-Generaal voor Defensie enNationale Veiligheid (kabinet van deminister-president) en het ministerie vanBinnenlandse Zaken. De tweede stap was hetopstellen van een methodologie voor hetbeoordelen van de gevolgen en mate vanwaarschijnlijkheid van elk risico en debijbehorende scenario’s. Hierbij maakte dewerkgroep dankbaar gebruik van het eerderin Frankrijk uitgevoerde werk op het gebiedvan de bescherming van vitale infrastructuuren contraterrorisme, maar ook van de zeergedetailleerde methodologie die doorNederlandse en Britse expertgroepenbeschikbaar was gesteld. De derde stap, dienog in volle gang is, behelst het uitwerkenvan zo’n 50 scenario’s voor de belangrijkstedreigingen. Naar verwachting zal de NRA inde zomer van 2011 ter goedkeuring aan deregering worden voorgelegd.Internationale samenwerking is essentieelgebleken voor de succesvolle ontwikkelingvan de Franse NRA. Eerdere werkzaamhedenop het gebied van risicoanalyse, met namedoor het Verenigd Koninkrijk, Nederland enDuitsland, bleken van onschatbare waardevoor de Commissie bij het opstellen vanconceptrichtlijnen voor de NRA. Daarnaastvormden ze een inspiratiebron voor de Fransewerkgroep.Dankzij deze inspanningen en het leider-schap van de Commissie zullen allelidstaten op zeer korte termijn van dezerichtlijnen kunnen profiteren en kunnenvoldoen aan het vastgestelde schema voorde ontwikkeling van een NRA.Tegelijk met het ontwikkelen van de Fransenationale risicoanalyse richtte de directieToekomst en Planning Nationale Veiligheideen nieuwe afdeling op, de VAA (Veille-Analyse-Anticipation) ten behoeve van “preventievemonitoring, analyse en preventie”. Debelangrijkste missie van VAA is de afdelingPlanning te voorzien van voortdurendedreigingsanalyses op basis van zwakkesignalen en het nationale operationelecentrum tijdig te waarschuwen.BrandstofcrisisTijdens de brandstofcrisis werd CIC Beauvau,het nieuwe nationale operationele crisis-centrum van Frankrijk, voor de eerste maalgeactiveerd en wel tussen 18 oktober en3 november. De VAA verleende ondersteuningbij het beheersen van de crisis door de socialeen brandstofsituatie reeds vanaf eindseptember nauwlettend te monitoren.Zodra het CIC was geactiveerd, opereerdede VAA in de situatiecel om de besluitvor-mingscel te voorzien van analyses van deverschillende scenario’s volgens welke decrisis zich zou kunnen ontwikkelen. Door 48uur tot 10 dagen vooruit te blikken kon deVAA de strategische en politieke besluit-vormers laten zien waar de omslagpuntenzouden kunnen liggen en wat de mogelijkeconsequenties van de situatie op de korte enlange termijn zouden kunnen zijn voor deeconomie. Er zullen vele lessen wordengetrokken uit deze crisis, maar de eerste inzetvan de VAA is over de hele linie effectiefgebleken en noodt tot het bestuderen vanverdere verbeteringen op dit terrein.Nationale risicoanalyse inFrankrijkGaël Marchand,senior consultant, directie Toekomsten Planning Nationale Veiligheid(DPPSN), ministerie vanBinnenlandse Zaken, FrankrijkCatastrophique 5ProbabilitéNational Risk Assesment MatrixImpactTrès faible 1 Faible 2 Moyenne 3 Forte 4 Très forte 5Majeur 4Modéré 3Mineur 2Insignifiant 1Risk LevelExtremeHighMediumLowMagazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 201010Internationale dimensie
  11. 11. 11Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010De EU Interne Veiligheidsstrategiein ActieDe Europese Commissie is een discussiegestart met de lidstaten, JBZ-agentschappen(o.a. Europol, Eurojust en Frontex) en hetEuropees Parlement over de interne veilig-heid van de Europese Unie. Op grond van hetVerdrag van Lissabon en het Stockholm-programma hebben de lidstaten begin 2010een interne veiligheidsstrategie ontwikkelden de Europese Commissie opgeroepen omconcrete voorstellen voor maatregelen uit tewerken. In de op 22 november doorEurocommissaris Cecilia Malmström gepu-bliceerde mededeling ‘EU interne veiligheids-strategie in actie,’1worden vijf strategischedoelen voor de interne veiligheid voorge-steld. Het gaat daarbij om het verstoren vaninternationale criminele netwerken, hetvoorkomen van terrorisme en aanpakken vanradicalisering en rekrutering, het verhogenvan het niveau van internetveiligheid voorburgers en het bedrijfsleven, het verbeterenvan grensbeheer en het vergroten van deveerkracht van Europa bij crises en rampen.Nederland ziet in de strategische doelen veelvan haar eigen inbreng terug en is dan ooktevreden met deze keuze van de Commissie.De Europese Commissie stelt 41 concretemaatregelen voor om deze strategischedoelen te kunnen bereiken in de periode2010-2014. Een greep uit deze maatregelenlevert het volgende beeld op. De economiewordt beter beschermd tegen crimineleinfiltratie door de inzet en inschakeling vande bestuurlijke aanpak. Door het opzettenvan een EU netwerk voor voorlichting overradicalisering en een handboek te ontwik-kelen met acties en ervaringen worden delidstaten ondersteund in de aanpak van radi-calisering. Het vergroten van bewustzijn vande dreiging onder EU-burgers en de acties diezij zelf kunnen ondernemen, een nauweresamenwerking met de private sector en hetvergroten van de EU-capaciteit om cyberaan-vallen beter te kunnen pareren, dragen bijaan het verhogen van het niveau van inter-net-veiligheid. Nauwere samenwerking tus-sen Frontex, Europol en Douaneautoriteitenen een betere analyse van de kritieke puntenaan de buitengrenzen vergroot de veiligheidvan grensbeheer.Ook op het terrein van crisisbeheersing steltde commissie een aantal maatregelen voor.De Commissie komt met een coherente bena-dering van crisispreventie en –managementvoor alle soorten van rampen, uitgaande vandreigingen- en risicoanalyses. De Commissiepresenteert hiertoe aan het einde van dit jaarrichtlijnen voor risicoanalyse voor rampen-respons gebaseerd op een multi-hazard enmulti-risk benadering. Daarnaast heeft deCommissie het voornemen om in 2012 opbasis van nationale risicoanalyses en strate-gieën een sectoroverstijgend overzicht vantoekomstige dreigingen (natuurlijke en doormensen veroorzaakt) op te stellen. Ook wordteen voorstel gedaan voor uitvoering van deSolidariteitsclausule.De Europese Commissie zal jaarlijks eenvoortgangsverslag voorleggen aan de Raaden het Europees Parlement. Daarnaast zietNederland graag dat COSI, het permanentcomité voor operationele samenwerkingop het gebied van interne veiligheid, eenbelangrijke rol speelt bij het toezicht op deuitvoering van de operaties en acties diegeorganiseerd worden in het kader van deinterne veiligheid van de EU. Alleen door eengoede uitvoering van de voorgenomen maat-regelen in nauwe samenwerking met de uit-voeringsorganisatie en JBZ-agentschappen,kunnen de strategische doelen behaaldworden.Janneke Zaal, Afdeling Internationale Zaken,ministerie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelatiesVeiligheidsdreigingen en risico’s op het terrein van terrorisme,georganiseerde criminaliteit, cyber security, crises en rampen, beperkenzich niet tot de nationale grenzen. De Europese Commissie heeft zich insamenwerking met de lidstaten dan ook op de afzonderlijke terreineningezet om de veiligheid in EU te vergroten. De Interne Veiligheids-strategie verbindt de initiatieven op deze terreinen om gezamenlijkde veiligheid binnen de EU verder te vergroten.1 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad. De EU Interne Veiligheidsstrategie in Actie: Vijf stappen naareen veiliger Europa, COM(2010) 673, 22 november 2010.
  12. 12. De kracht van het optreden van de EU bij crises zit hem inhaar vermogen de verschillende instrumenten van deGemeenschap te combineren. Haar instellingen en delidstaten hebben er dan ook al vele malen gebruik vangemaakt voor rampen binnen en buiten de Gemeenschap.Door een aantal factoren zijn de EU-instellingen echteronder steeds grotere druk komen te staan om hetvermogen van de EU tot aanpakken van risico’s, voor-bereiding en bestrijding verder uit te breiden. Het op 1december 2009 in werking getreden verdrag van Lissabonbiedt nieuwe kansen om de crisismanagementcapaciteitvan de EU verder te versterken, uit te breiden, beter tecoördineren en efficiënter te maken. In het verdrag blijktde solidariteit met kwetsbare groepen uit de nieuwejuridische basis voor humanitaire hulp en civielebescherming (artt. 214 en 196 van het verdrag inzake hetfunctioneren van de EU). Met behulp van het mechanismevoor civiele bescherming wordt de hulp van de lidstatenbinnen en buiten de Unie eenvoudiger en beterafgestemd, terwijl het instrument voor humanitaire hulpde rol van de EU als ‘s werelds grootste humanitaire donorbelichaamt. Via het instrument voor humanitaire hulpkan de EU noodfondsen en de expertise van haarpartnerorganisaties (instellingen van de VN, het RodeKruis/de Rode Halve Maan en humanitaire ngo’s)mobiliseren. Met de oprichting van de Europese Dienstvoor extern optreden (EEAS) creëert het verdrag ook eenjuridische basis voor verbetering van de afstemmingtussen de bestrijding van rampen en de mogelijkepolitieke en veiligheidsrisico’s van het optreden van deEU bij rampen buiten de Unie. Ook voorziet het in de rolvan de EU als belangrijke donor van ontwikkelingshulpdie hulp kan bieden aan rampgebieden over de gehelewereld, waardoor de banden tussen noodhulp, herstelen ontwikkeling kunnen worden versterkt.De bijdrage van het Joint Reseach CentreIn de vier fasen van crisismanagement (preventie,voorbereiding, bestrijding en herstel) moet voor debesluitvorming steeds tijdige, relevante en betrouwbareinformatie beschikbaar zijn. Deze informatie kanafkomstig zijn uit allerlei bronnen: modellen, observatie-netwerken ter plaatse, algemene internetmedia, sensorenop afstand, sms, blogs, Twitter, sociale media, anderevrijwillig ter beschikking gestelde informatiebronnen,veldwerk en interne en externe betrokkenen. Er moetentechnische oplossingen worden ontwikkeld om dezebronnen te kunnen inzetten voor risico- en dreigings-De Europese Unie beschikt dank zij een aantal instrumenten overeen aanzienlijke besluitvormingscapaciteit voor de gehelecrisismanagementcyclus, variërend van preventie en voorbereidingtot bestrijding en herstel.12 Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010Internationale dimensieDelilah H.A. Al-Khudhairy, Ad de Roo, Alessandro Annunziato,Erik van der Goot, Tom de Groeve, Jens P. Linge - Gemeenschappelijk Centrumvoor Onderzoek van de Europese Commissie (EC JRC), Ispra, ItaliëBijdragen vanuit de wetenschappelijke tak uitdagingen en oplossingen
  13. 13. 13Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010analyses, tijdige anticipatie op bedreigingen doorvroegtijdige detectie en voorspellingen, doeltreffendemaatregelen dankzij vroegtijdige waarschuwing/alarmering, algemene bekendheid met de situatie enbevordering van de uitwisseling van informatie tussenrelevante stakeholders (tussen het veld en het crisiscen-trum). Goedkopere en snellere computers en nieuweinformatie- en communicatietechnologieën hebben hetcrisismanagement en de manier waarop stakeholders tewerk gaan de afgelopen vijf jaar ingrijpend veranderd.Het Joint Research Centre (JRC) is de wetenschappelijkeen technische tak van de Europese Commissie en legtvooral de nadruk op gericht onderzoek op het gebiedvan informatie- en communicatietechnologie tenbehoeve van beveiligings- en crisismanagement. Hetcentrum voorziet EU-instellingen, lidstaten eninternationale organisaties van wetenschappelijke entechnische ondersteuning voor de gehele cyclus vancrisismanagement, dus van preventie en voorbereidingtot bestrijding en wederopbouw. Het JRC kan bogen opeen infrastructuur voor mondiale informatiegaring enmodellering die voort-durend verbeterd wordt en de basisvormt voor alle fasen van crisismanagement en bijdraagtaan de verbetering van de capaciteiten van de Unie op datgebied. Verder wordt er onderzoek gedaan naar hetautomatisch zoeken van beelden, tekst en gegevens ennaar extractie- en analysemethodes voor het doorzoekenvan grote gegevensbestanden uit meerdere bronnen (bijvoorbeeld internet en sensoren op afstand). Ook verrichthet JRC onderzoek naar nieuwe technologieën voorcrisis-management, zoals real-time integratie, analyse envisualisatie van informatie. In dit artikel beperken we onstot voorbeelden van onze onderzoeksactiviteiten op hetgebied van vroegtijdige detectie, voorspelling enwaarschuwing.Vroegtijdige detectie, voorspelling en waarschuwingHet JRC heeft systemen ontwikkeld voor het voorspellenen vroegtijdig ontdekken van en waarschuwen voormogelijke rampen of crises hetgeen dan vooral viabulletins, forecasts en alarmmeldingen moet wordendoorgegeven. Deze systemen worden ondersteund metcomputeranalyses van verschillende databronnen(internet, satellietgegevens, modelsimulaties, observatieter plaatse, etc.) en dienen de door de EU beheerdesystemen voor snelle alarmering en kennisgeving aan tevullen. De systemen bieden capaciteit voor informatie-garing, risicomonitoring, analyse en vroegtijdigewaarschuwing bij crises, variërend van natuurrampen totbedreigingen voor de volksgezondheid en sociaal-politieke crises. Ze bieden ook mogelijkheden voor hetidentificeren van ophanden zijnde maar nog onbekendecrises die anders wellicht over het hoofd zouden wordengezien en zijn dus onmisbaar voor de preventie van crises.Drie representatieve voorbeelden zijn:Het 24/7 Global Disaster Alertand Coordination System (GDACS,www.gdacs.org/), opgericht opgezamenlijk initiatief van de Europese Commissie(ECHO, het bureau voor humanitaire hulp van deEuropese Gemeenschap en JRC) en de VerenigdeNaties voor het ontwikkelen van een mondiaalsysteem ter verbetering van de tijdige waarschuwingbij grote humanitaire natuurrampen, zoals aard-bevingen, tsunami’s, overstromingen en orkanen, en een platform ter bevordering van de informatie-uitwisseling op internationaal niveau tussen rampen- bestrijders. De waarschuwingen via het GDACS helpenregelmatig bij het activeren van de diensten van deEuropese Commissie en de organisaties voorhumanitaire hulp en snelle noodhulp. Het GDACS teltmomenteel ruim 10.000 geregistreerde gebruikers en wordt door de gemeenschap van humanitairehulpverleners en donoren gekenschetst als een van de betrouwbaarste waarschuwingssystemen bijhumanitaire rampen. In 2010 zijn er via het GDACSbinnen 30 minuten alarmeringen met code roodafgegeven bij zware aardbevingen, tsunami’s,cyclonen en overstromingen buiten de EU. In het oogspringende voorbeelden zijn de aardbevingen in Haïtien Chili eerder dit jaar, de overstromingen in Pakistanafgelopen zomer en de tsunami onlangs in Indonesië. Na de grote overstromingenvan de Elbe en de Donau inaugustus 2002, is het JRC in nauwe samenwerking met de nationale hydro-logische en meteorologische diensten het EuropeanFlood Alert System (EFAS http://efas-is.jrc.ec.europa.eu)gaan ontwikkelen, testen en gebruiken. Het EFASdraagt bij aan de betere voorbereiding op over- stromingen in Europa door de nationale informatieaan te vullen met nieuwe maximaal tiendaagsekansberekeningsvoorspellingen voor overstromingenen reikt daarmee verder dan nationale voorspellings-systemen. Het EFAS maakt gebruik van geavanceerdesystemen voor weersvoorspellingen, observaties aan degrond, satellietgegevens en dat alles is geïntegreerd inFiguur 1: GDACS-analyse aardbeving/tsunami inChili op 27 februari 2010.
  14. 14. een fysiek modelleringssysteem. Een waarschuwingvoor overstromingen wordt via een webinterfacedoor-gegeven aan het partnernetwerk van het EFASen het centrum voor civiele bescherming van deEuropese Commissie; de partners worden bijspecifieke overstromingen bovendien rechtstreeks viade e-mail geïnformeerd. In 2010 zijn er via het EFAS al31 e-mails met alarmeringen voor overstromingenverzonden naar zijn partners, waaronder de autoriteiten in Polen, de Tsjechische Republiek,Slowakije, Hongarije, Roemenië, Kroatië enDuitsland die werden getroffen door vernietigendeoverstromingen. Dit systeem verschaft de EuropeseCommissie en de lidstaten hydrologische dienstenvan de lidstaten als eerste een Europees overzicht vanactuele en voorspelde overstromingen. Anderewerkzaamheden in het kader van het EFAS omvattenonderzoek naar plotselinge overstromingen (http://floods.jrc.ec.europa.eu), droogte en klimaatverandering. Het systeem voor medische informatie(MedISys; http://medisys.newsbrief.eu)is een volledig automatisch surveillance-systeem voor de volksgezondheid waarmee deopenbare media 24 uur per dag worden gevolgd opberichten over infectieziekten onder mens en dieralsmede chemische, biologische, radiologische ennucleaire (CBRN) bedreigingen. Het JRC heeftMedISys ontwikkeld in samenwerking met hetDirectoraat-Generaal SANCO van de EuropeseCommissie om de informatie over epidemieënbinnen de EU te verbeteren. Zowel het EuropeesCentrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC)als de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid(EFSA) baseren zich op MedISys voor het monitorenvan de media. Met behulp van de EMM, de Europesemediamonitor, zoekt MedISys automatisch artikelenop ongeveer 250 gespecialiseerde medische sites enalgemene nieuwssites in ongeveer 50 talen en lichtdaarbij per dag ongeveer 100.000 artikelen door. ViaMedISys zijn zodoende diverse incidenten in verbandmet de uitbraak van chikungunya, dengue, polio-myelitis en het West-Nijlvirus opgemerkt. Het systeemis ook ingezet tijdens de H1N1-pandemie in 2009 engrootschalige evenementen als de Olympische Spelenvan 2008 en het wereldkampioenschap voetbal in2010.ConclusieHet verdrag van Lissabon biedt een nieuw kader voorhet opzetten van effectievere, snellere en betergecoördineerde capaciteiten van de EU voor crisis-management, waardoor betere multilaterale ensectoroverschrijdende crisispreventie, voorbereidingenen bestrijdingsmaatregelen mogelijk worden, hetgeen deveiligheid en bescherming van burgers en de essentiëlediensten ten goede komt. Bij de implementatie van dediverse EU-instrumenten waarop dit nieuwe kadergebaseerd is, is een belangrijke rol weggelegd voortechnologie en ICT in het bijzonder. Als wetenschappe-lijke tak van de Europese Commissie onderzoekt het JRCmet name de ICT waarbij gebruikt wordt gemaakt vande snelle vorderingen op het gebied van ruimte- enwebtechnologieën en -modellen, om integraleoplossingen voor crisismanagement te ontwikkelen ente testen. Die kunnen gebruikt worden voor hetidentificeren van kwetsbare gemeenschappen, hetbevorderen van de weerbaarheid van maatschappijen,betere bestrijdingsmaatregelen om de slachtoffers innoodsituaties te helpen, betere coördinatie bij debestrijding van crises en de wederopbouw van eenbetere infrastructuur daarna. Bij zijn onderzoek richthet JRC zich op de twee belangrijkste uitdagingen ophet gebied van crisismanagement van vandaag de dag.De eerste is het verzamelen van relevante, betrouwbareen gevalideerde gegevens uit de voortdurend groeiendehoeveelheid informatie en data uit allerlei bronnen,waaronder waarnemingen vanuit de ruimte maar ooknieuwsberichten en de sociale media. De tweedebehelst het bevorderen van de bewustwording enacceptatie van de toegevoegde waarde die technologi-sche oplossingen kunnen bieden ter wille van deeffectiviteit, accountability en transparantie in allefasen van crisismanagement.Figuur 2: De EFAS-voorspelling overstromingen Polen(mei 2010)Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 201014Internationale dimensie-
  15. 15. 15Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010World Foresight ForumDe Summit is een topontmoeting van150-200 wereldleiders en andere prominentebestuurders. Internationale topsprekers,waaronder José Maria Aznar (voormaligpremier, Spanje), Ruth Oniang’O (RuralOutreach Program, Kenia), Avi Gil(Diplomatic Advisor to President ShimonPeres), François Heisbourgh (InternationalInstitute for Strategic Studies) en PeterSutherland (Goldman Sachs International,Londen School of Economics), zullen hunvisie geven op het thema secure our homelandsfor future generations. In tegenstelling totandere grote fora wil het WFF openstaanvoor alle geïnteresseerden, met specialeaandacht voor studenten en jongeprofessionals.PositioneringHet WFF past in de rij van internationalefora zoals het World Economic Forum vanDavos en de Veiligheidsconferentie vanMünchen. Waar ‘Davos’ zich richt opmondiale economische problematiek, en‘München’ op defensie, richt het WFF zichop secure our homelands for futuregenerations. Doel is het ontwikkelen vantoekomstgerichte roadmaps als antwoordop mondiale uitdagingen zoals verschui-vende machtsverhoudingen, schaarste, dewereldwijde financiële crisis en klimaat-verandering die onze welvaart en veiligheidkunnen aantasten. De initiatiefnemers zijnGranaria Holdings, Den Haag Centrum voorStrategische Studies (HCSS) en TNO. Tijdensde kick-off ontving burgemeester VanAartsen, tevens voorzitter van de Raad vanAdvies van het WFF, het eerste exemplaarvan een WFF-publicatie. Dit is de eerste vaneen serie publicaties over de uitdagingenwaar de wereld voor staat, en die het kaderbepalen waarbinnen het WFF zich profileert:geopolitiek en mondiale veiligheid;economie en wetenschap; technologie eninnovatie; bestuur, wetgeving enmaatschappij.Onvermoede partijen bijeen voorverrassende oplossingenHet WFF wil bijdragen aan een veilige,vreedzame en welvarende maatschappijvoor toekomstige generaties. Om tot eenintegrale aanpak van eerder genoemdemondiale uitdagingen te komen brengt hetWFF volgend jaar deelnemers bij elkaar omdoor synergie tot creatieve oplossingen tekomen. Dit zijn wereldleiders, de wereld-wijde top van het bedrijfsleven, de overheid,de wetenschap en relevante (internationale)organisaties die zelden met elkaar over dezethema’s spreken.Lange Voorhout even centrum vande wereldHet WFF is het eerste forum dat zich op eendergelijk allesomvattend terrein begeeft.Het vindt plaats op en rond het bijzondereLange Voorhout. Hiervoor is gekozen omdatdiscussies op verschillende locaties mogelijkzijn en bijzondere interactie tussendeelnemers kan plaatsvinden. Bovendienpast deze locatie midden in het hart van DenHaag perfect bij de allure van dit evenementvan wereldklasse. De intentie om volgendjaar april daadwerkelijk een verschil temaken blijkt uit het WFF motto we think –we speak – we act. Het WFF beoogt een groots,internationaal, spraakmakend, tweejaarlijksevenement te worden dat de uitstraling vanDen Haag - al sinds 1899 de internationalestad van vrede en recht - versterkt.Voor meer informatiewww.worldforesightforum.org.Michel Rademaker MTL, plv. directeur HCSS,en ir. Paul Vierveijzer, projectmanager WorldForesight ForumOp 16 september is in aanwezigheid vanburgemeester Van Aartsen het startschotgegeven voor het eerste World Foresight Forum(WFF) dat volgend jaar van 11 tot en met 15 aprilin Den Haag plaatsvindt. Het WFF zal bestaan uitde Summit, de Convention, de Expo en het Festival.April 2011
  16. 16. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 201016Internationale dimensieEuropa en internationale assistentiezenden enontvangenToen in 2001 de oorspronkelijke versie van het EuropeanCivil Protection Mechanism werd ingesteld, was helderdat Europa haar gezamenlijke inspanningen op hetgebied van crisisbeheersing en rampenbestrijding (verderzal de uitdrukking “civil protection” worden gebruikt)wilde stroomlijnen. In een pakket van initiatieven werdeen coördinatie centrum ingericht dat zou gaan dienenals een “one-stop shop”voor hulpverzoeken en gecoördi-neerde respons (het Monitoring and Information Centre,MIC). Daarnaast werd besloten om vertegenwoordigersvan de deelnemende landen de mogelijkheid te biedentrainingen te volgen om in het veld de Europeseassistentie te kunnen coördineren en het getroffen landte helpen in het bepalen van de behoeften (assessment).En de mogelijkheid werd geschapen om in het kader vanhet Exchange of Experts programma kennis te maken metontwikkelingen in andere deelnemende landen.Het Mechanisme heeft zich, na de herziening (recast) van2007, ontwikkeld tot een globale partner. Waar hetoptreedt in zogenaamde “derde landen” (die landen dieniet verbonden zijn aan het Mechanisme) en als deVerenigde Naties aanwezig zijn, zal de uitvoering van detaak gebeuren onder de “over all coordination” van deVN. Bij inzetten binnen Europa zal een European CivilProtection Team haar functie zo moeten inrichten datzij, binnen de command and control lijnen van hetbetreffende land, haar taken in aanvulling op denationale verantwoordelijkheden kan realiseren.Internationale en door de EU grotendeels gefinancierdeoefeningen zoals EU FloodEx 2009 in de veiligheidsregioNoord-Holland Noord en Orion 2010 in het VerenigdKoninkrijk maken het mogelijk voor vertegenwoordigersvan het Mechanisme hierin ervaring op te doen, maar ookvoor het organiserende land om een eerste idee te krijgenEric J. van der Horst, gedetacheerd nationaalexpert en coördinator European Civil ProtectionTraining programMensen in crisissituaties zijn bijna per definitie mede afhankelijk van hulpen assistentie van anderen. De ene mens helpt de ander, regio’s helpenelkaar en landen verlenen assistentie vanuit verschillende motieven.Partnerschappen en organisaties doen dit ook. Het European Civil ProtectionMechanism is een samenwerkingsverband tussen de Europese Commissieen 31 Europese landen waardoor de daaraan deelnemende landen op eenefficiënte en effectieve manier assistentie kunnen verlenen zonder het reedsgetroffen land met extra coördinatie vraagstukken te belasten.
  17. 17. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010 17wat het betekent als internationale bijstand zou moetenworden aangevraagd en opgevangen.In situaties in derde landen wordt steeds meer ervaringopgedaan. Per jaar worden tussen de 15 en 20 missiesuitgezonden, waarin telkens een EU Civil Protection team(EUCPT) de assessment en coördinatie taken voor hetMechanisme in een getroffen land verzorgt. Veel landenzenden ook op bilaterale basis assistentie, wat zeker decoördinatietaken voor een dergelijk team uitdagendmaakt. Proberen overzicht te houden van alle (bilateraleof via het Mechanisme) gestuurde assistentie en daarmeehet getroffen land ook te vrijwaren van additionelecoördinatieproblemen, is een van de moeilijkereopgaven. Gelukkig maken steeds meer lidstaten enkelgebruik van het Mechanisme, waardoor het getroffenland een op voorhand gecoördineerd aanbod kan wordengedaan. Dat het niet eenvoudig is, laten misschien deonderstaande voorbeelden zien.Tijdens de overstromingen in Pakistan zondenOostenrijk, Bulgarije, Cyprus, Duitsland, Denemarken,Spanje, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië,Litouwen, Malta, Noorwegen, Zweden, Slowakije enhet Verenigd Koninkrijk via het Mechanisme mensenen middelen. Door goede coördinatie tijdens devoorbereidingen vanuit het MIC met de deelnemendelanden, alsook ter plekke tussen het EUCPT en deNational Disaster Management Agency van de Pakistaanseoverheid, de vertegenwoordigers van de Verenigde Natiesen vele andere hulporganisaties, werd het mogelijkdat waterzuiveringstabletten, waterzuiveringsmodules(uitvoerende teams), water verdeelstations, veld-hospitaals, emergency health kits, medische goederen,tenten, hoogwaardige voeding en stroomgeneratorenwerden overgebracht. Direct na aankomst werden degoederen overgedragen aan die instanties die, op basisvan eerder uitgevoerde assessments, de middelen daarzouden inzetten waar de nood hieraan het hoogst was.Naast de “in kind assistance” werd meer dan 230 miljoenEuro aangeboden door de EU.Hierbij kan nog worden aangevuld dat door gedeeltelijkefinanciering door de Europese Commissie van detransportkosten, het voor de landen mogelijk ofaantrekkelijker wordt goederen aan te bieden waar andersde transportkosten een breekpunt zouden kunnen zijn.Voor Pakistan alleen al werd door de Commissie meerdan 1 miljoen Euro aan transportkosten bijgedragen(de helft van de totale kosten), onder meer door het medefinancieren van de huur van transportvliegtuigen.In de situatie van Haïti begin dit jaar, liepen deco-financieringskosten van transport op tot meer dan4 miljoen Euro. Dit maakte het mede mogelijk dat26 deelnemende landen, waaronder Nederland, ondermeer 12 Urban Search And Rescue teams inzetten,2 veldhospitalen, 43 advanced medical posts (eerstehulp posten, sommige met chirurgische mogelijkheden)en medische teams, 7 assessment teams, tenten voor20.000 mensen, een volledig basiskamp voor 300hulpverleners, alsmede een technisch ondersteunings-team, een veldhospitaal en een waterzuiveringsmoduledie mede door de EU gefinancierd zijn.Daarnaast werden zeven weken lang drie achtereen-volgende EUCPT’s ingezet met in totaal 13 verschillendegetrainde vertegenwoordigers van de deelnemendelanden (national experts) en drie vertegenwoordigersvan het MIC. Ook vanuit Nederland werd een vollediggetrainde expert van het Landelijk OperationeelCoördinatie Centrum (LOCC) aangeboden engeselecteerd. Naast het team dat in januari in Albaniëwerd ingezet met een andere volledig getrainde expertvan het LOCC, opnieuw een resultaat van steedssuccesvoller samenwerking met het ministerie vanBuitenlandse Zaken.Uiteraard hebben niet alle catastrofes een dergelijkeomvang als Haïti of Pakistan. De totale lijst vanactiveringen van het Mechanisme in 2010 is er nietminder indrukwekkend om:Albanië - overstromingen, Haïti – aardbeving, Oekraïne- mogelijk lek in een potassium opslag, Chili – aard-beving, Polen en Hongarije – overstromingen, Guatemala– storm, Moldavië – overstromingen, Verenigde Staten– olie vervuiling, Portugal – bosbranden, Hongarije –alkalisch slib, Pakistan – overstromingen en een nieuwteam is vertrokken naar Haïti vanwege de cholerauitbraak.Het is aantrekkelijk de mogelijkheden die hetMechanisme biedt volledig te benutten, waardoorgetroffen landen optimaal gecoördineerde Europeseassistentie tegemoet kunnen zien en niet nog een extrataak krijgen in het verwerken van gefragmenteerdebilaterale hulp.
  18. 18. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 201018Internationale dimensieOp federaal niveau heeft het ministerie van OpenbareVeiligheid de nationale leiding over de coördinatie vanactiviteiten op het gebied van crisismanagement en werktdaarbij samen met de provincies, territoria en andereentiteiten. De meeste crises worden veelal op lokaalniveau gemanaged door de eerste lijn van de gemeente-lijke, provinciale of territoriale autoriteiten. De federaleoverheid is verantwoordelijk voor het management vancrises die tot haar bevoegdheid behoren en kan opverzoek van de provincies en territoria niet-financiëleondersteuning verschaffen bij de bestrijding.Modernisering crisismanagementfuncties van deCanadese regeringDe rol van de federale overheid bij crisismanagement isvastgelegd in de Emergency Management Act (2007) waarinde bestaande praktijk werd gemoderniseerd door eencoördinerende en leiderschapsfunctie te creëren onderde vlag van de minister van Openbare Veiligheid. Eenbelangrijke conclusie die getrokken kon worden uitcrises zoals de ijsstorm in 1998, de grootschaligestroom-uitval aan de oostkust van Noord-Amerika in2003 en de uitbraak van SARS in 2004, was dat erbehoefte was aan een centrale coördinerende functie opnationaal niveau. De minister van Openbare Veiligheidvervult een coördinerende rol bij het crisismanagementen de overige ministers leveren hun aandeel door dedreigingen en risico’s te inventariseren die behoren tot ofverband houden met hun bevoegdheden - dus ook op hetgebied van vitale infrastructuur - en het uitwerken vanplannen voor crisismanagement voor die dreigingen enrisico’s aan de hand van richtlijnen verstrekt door deminister van Openbare Veiligheid. In dit opzicht iscrisismanagement een gedeelde verantwoordelijkheidbinnen de Canadese overheid, maar de minister vanOpenbare Veiligheid is daarnaast nog verantwoordelijkvoor het uitwerken van beleid, programma’s, richtlijnenen andere maatregelen om effectief management binnende gehele federale overheid te bevorderen. Tijdens eencrisis zorgt de desbetreffende federale instantie diebevoegd is ter zake van een belangrijk aspect van de crisisvoor de eerste respons (dat was tijdens de H1N1-crisisbijvoorbeeld de Public Health Agency) en leveren de overigefederale instanties algemene of specifieke ondersteuning,al naar gelang hetgeen er nodig is. Het ministerie vanOpenbare Veiligheid vervult de coördinerende rol. Dezerollen en verantwoordelijkheden worden omschreven inhet Federal Emergency Response Plan.Opzet kader voor nationale samenwerkingDe verschillende rollen en verantwoordelijkheden vanen de relatie tussen de federale overheid en de provinciesen territoria zijn vastgelegd in het Emergency ManagementFramework for Canada (2005), dat momenteel wordt herzien.De geactualiseerde versie wordt naar verwachting in 2011gepubliceerd. Er wordt nauw samengewerkt tussen defederale overheid, de provincies en territoria bij hetvaststellen van beleid en prioriteiten voor de planningvan crisismanagement.De functionarissen komen regelmatig bijeen in werk-groepen en besluitvormingsrondes ter bevordering vangemeenschappelijke doelen, zoals het opzetten van eennationaal openbaar alarmeringssysteem voor Canada enhet uitwerken van een CBRNE-strategie. Ook organisatiesuit de non-gouvernementele en vrijwilligerssector zijnbelangrijke partners bij crisismanagement. Ter wille vande verplichtingen uit hoofde van het VN-actiekader vanHyogo hebben de regering van Canada, de provincies enAll-hazards risk assessment voorde planning van crisismanagement:de Canadese aanpakSiobhan Harty, Senior Director, EmergencyManagement Planning Unit, ministerie vanOpenbare Veiligheid, CanadaCrisismanagement in CanadaCanada is een federale staat en de bevoegdheden ophet gebied van crisismanagement worden dan ookgedeeld tussen de federale overheid, de provinciesen de territoria.
  19. 19. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010 19de territoria het National Platform for Disaster Risk Reduction inhet leven geroepen om actoren uit het maatschappelijkmiddenveld te betrekken bij het uitwerken vanstrategieën om de risico’s te beperken. Het platformkwam voor het eerst bijeen in oktober 2010 en debedoeling is dat jaarlijks te herhalen.Nieuwe instrumentenZodra de Emergency Management Act van kracht werd in2007, ontstond er ook een krachtig momentum om decrisismanagementcapaciteit van de Canadese regeringte verbeteren. Het ministerie van Openbare Veiligheidheeft ter ondersteuning van de ministeries en instantiesbij het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde vandeze wet beleid, plannen en richtlijnen opgesteld.Zo wordt de federale aanpak van crisismanagementgeschetst in de Federal Policy for Emergency Management van2009 en dient de Emergency Management Planning Guide(2010) om een gemeenschappelijke aanpak voor deplanning binnen alle federale instanties te bevorderen.De bescherming van de vitale infrastructuur is ook eenbelangrijk aandachtsgebied waarvoor in 2010 een nieuwenationale strategie en actieplan zijn gelanceerd. Metbehulp van geïntegreerde, allesomvattende en nationalemaatregelen kan steeds beter rekening worden gehoudenmet de geografische en constitutionele factoren die hetcrisismanagement in Canada bemoeilijken.All Hazards Risk Assessment FrameworkZoals deskundigen en de mensen uit de praktijk op hetgebied van crisismanagement weten, is kennis van derisicosituatie vereist voor een effectieve planning. Om deministers te ondersteunen bij hun verantwoordelijkheidvoor het uitvoeren van risicoanalyses in het kader vande Emergency Management Act, heeft het ministerie vanOpenbare Veiligheid het voortouw genomen bij eenfederaal proces ter ontwikkeling van een kader voor hetanalyseren van allerlei soorten dreigingen en risico’s.Verwacht wordt dat dit initiatief in het najaar van 2011 alseen pilot kan worden geïmplementeerd bij federaleinstanties die opereren op het gebied van veiligheid enbeveiliging. Zodra de implementatie is afgerond zal hetkader worden uitgebreid naar de andere ministeries eninstanties.Net als de Nederlandse en de Britse regering wil deCanadese regering met behulp van het all hazards riskassessment framework een betrouwbaar, uniform overheids-perspectief verschaffen ter ondersteuning van degenendie op federaal niveau belast zijn met de besluitvormingen planning van crisismanagement. In tegenstelling totNederland en het Verenigd Koninkrijk zal de reikwijdtevan de risicoanalyse van de regering van Canada echterniet nationaal maar federaal zijn conform de verant-woordelijkheden zoals die zijn vastgelegd in de EmergencyManagement Act. De uitkomsten van de risicoanalysedienen ter ondersteuning van de besluitvorming voorbeleid en planning binnen de vier pijlers van crisis-management: preventie/risicobeperking, paraatheid,bestrijding en herstel. Ook zijn ze relevant voor decapaciteitenplanning.De ontwikkeling van een allesomvattende inventarisatievan de risico’s aan de hand van de kaders voor all hazardsrisk assessment verloopt in wezen langs dezelfde wegen diein andere landen worden bewandeld. Als eerste kiezendeskundigenwerkgroepen bestaande uit vertegenwoordi-gers van allerlei federale instanties op het gebied vanveiligheid en beveiliging een reeks thema’s voor hetafbakenen van de identificatie van risico’s en dreigingen.Vervolgens worden aan de hand van vastgestelde richt-lijnen scenario’s uitgewerkt om te waarborgen dat zevergelijkbaar zijn. Deze scenario’s worden daarnabeoordeeld aan de hand van de mate van waarschijnlijk-heid dat ze zich zullen voordoen en hun gevolgen voorde verschillende aandachtsgebieden, bijvoorbeeld deeconomie, de maatschappij, het milieu of de nationalereputatie. Tot slot worden de gevonden risico’s aan dehand van hun scores qua impact en mate van waarschijn-lijkheid in een risicomatrix afgezet tegen het scenario.De uitkomsten van de risicoanalyse worden gedeeld metde besluitvormers en planners die ze vervolgens mee-nemen in de desbetreffende besluitvormingsprocedures.In de loop der tijd zal het proces worden uitgebreid enverder worden verfijnd, zodat de federale capaciteitvoor crisismanagement kan worden aangepast aanveranderingen in de risicosituatie.Voor meer informatie en de integrale teksten vande in het artikel genoemde documenten zie:www.publicsafety.gc.ca
  20. 20. Immanuel Nijssen enRaimond Duijsens, resp.adviseur strategie beleid ensenior beleidsmedewerker,Het Nederlandse Rode KruisRotterdam en Rio de Janeiro. Twee ogenschijnlijkverschillende wereldsteden. De ene veilig, de anderegevaarlijk. Dat de problemen en risico’s bij de ene stadwel zichtbaar zijn, betekent niet dat ze bij de anderestad ondenkbaar zijn. Op 13 oktober 2010 bracht hetNederlandse Rode Kruis een groot aantal deskundigensamen tijdens een symposium “Over leven in de stad”,waar zij spraken over stedelijke risico’s in Nederland endaarbuiten, zoals beschreven in het Wereldrampen-rapport van het Internationale Rode Kruis. ‘Iedereen is hulpverlener’RodeKruisWorldDisastersReportsymposiumoverhumanitairegevolgenvanverstedelijkingMagazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 201020
  21. 21. 1 voetnootKwetsbaarheid en weerbaarheidDe centrale vraag van het symposium was: welkefactoren zorgen voor risico’s en kwetsbaarheid insteden en hoe kunnen deze risico’s worden ingedamden hoe kan kwetsbaarheid worden om gezet inweerbaarheid? Het Rode Kruis richt zich met zijnhumanitaire missie op de meest kwetsbare groepen inde samenleving, in Nederland maar ook internationaal.Het verleent noodhulp bij rampen, maar stimuleertook preventieve maatregelen, zoals het stimuleren vansociale contacten zodat mensen zelfredzaam worden,het planten van mangrove bossen zodat mensenbeschermd worden, of het vergroten van Eerste Hulpkennis zodat mensen sneller geholpen worden. Hetjaarlijkse Wereldrampenrapport van het Rode Kruisgeeft inzicht in kwetsbaarheden en onderliggendefactoren. Dit jaar ligt de focus op de risico’s dieverstedelijking met zich meebrengt.Mijlpalen in verstedelijkingVoor de eerste keer in de geschiedenis wonen er meermensen in steden dan op het platteland. In Westerselanden zoals Nederland is de verhouding al jarenstabiel, maar vooral in ontwikkelingslanden groeiensteden hard, op sommige plaatsen zeer hard. Over hetalgemeen is die groei een indicatie van de economischeontwikkeling van een land. Hoe harder de economiegroeit, hoe sterker de trend van verstedelijking is.Steeds vaker wordt het grootste deel van het BNPverdiend in steden. Bangkok zorgt voor één derde vanhet BNP van Thailand, en in eigen land is de Randstadzelfs goed voor meer dan de helft van het BNP.Zeker voor ontwikkelingslanden, waar veel is gericht opeconomische groei, is verstedelijking dus een bood-schapper van goed nieuws. Maar niet iedereen deeltdaar automatisch mee in de voordelen van die groei.Sloppenwijken zijn daar het zichtbare resultaat van.Ook die groei gaat hard. Zó hard zelfs dat het zorgt voorde tweede mijlpaal: voor de eerste keer in de geschiedeniswonen er meer dan 1 miljard mensen in sloppenwijken.De verstedelijking en de groei van sloppenwijken zijntrends die de komende jaren alleen maar sterkerzullen worden. Vooral in ontwikkelingslanden: daar isde groei van steden vrijwel synoniem voor de groeivan sloppenwijken.Humanitaire gevolgenDe humanitaire gevolgen van verstedelijking zijnevident. De meeste steden kunnen die explosievegroei niet of nauwelijks aan, en vooral de armebevolking lijdt daar onder: er is onvoldoende werk eninkomens zijn laag. Grond om op te gaan wonen isniet beschikbaar of veel te duur. Huisvesting is dusvaak illegaal en op een kwetsbare plaats, en meestalbeide. De huizen zijn instabiel, en hebben geenschoon water, toilet of elektriciteit. Bovendien wonende mensen erg dicht op elkaar. De optelsom van datalles is dat een ramp, áls die zich voordoet, ook directveel slachtoffers maakt. Een orkaan of een overstro-ming vindt zogezegd veel mensen op z’n pad. En doorklimaatverandering zullen die rampenrisico’s alleenmaar groter worden. Ná een ramp blijkt de dichtebebouwing vaak ook een enorme hindernis voor snelleen effectieve hulpverlening. Al met al genoeg redenenwaarom verstedelijking, vooral in ontwikkelingslan-den, een humanitaire opdracht betekent voor eenorganisatie als het Rode Kruis.Maar het betreft niet alleen natuurrampen. Een groteconcentratie van mensen leidt ook tot sociale problemen.Wanneer armoede van generatie op generatie wordtdoorgegeven kunnen wijken veranderen in ghetto’s.Het zijn verwaarloosde plekken die plaats bieden vooranonimiteit en waar geweld floreert. Illegale handel,vooral in drugs, maar ook gedwongen prostitutie enmensenhandel, maken van die wijken vaak de zelfkantvan de maatschappij. De rellen in de banlieus in Parijs,enkele jaren geleden, geven aan dat ghetto-vormingniet beperkt blijft tot ontwikkelingslanden.Een derde humanitaire uitdaging van verstedelijking isgezondheid. In steden wonen veel mensen, dus daarzijn doorgaans de grootste ziekenhuizen. Maar ook hiergeldt vaak – en niet alleen in ontwikkelingslanden –dat de toegang tot zorg een functie is van iemandsinkomen. Voor grote groepen arme mensen, die in hundagelijks leven en werk grote gezondheidsrisico’slopen, is goede medische zorg onbereikbaar. Deconcentratie van mensen brengt sowieso risico’s metzich mee. In dichtbevolkte gebieden hebben virussenhaast vrij spel zich te verspreiden. Meer contact tussenmensen maakt dat ziekten als Mexicaanse Griep ofSARS, maar ook HIV/Aids, vooral in steden veel mensenkunnen besmetten. Een pandemie ligt vooral dáár opde loer. Dat het Rode Kruis in die situaties op scherpmoet staan is evident.21Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010Internationale dimensie
  22. 22. De laatste uitdaging heeft weer met geweld te maken.Als gevolg van gewapende conflicten zijn grote groepenmensen op de vlucht. In veel gevallen zoeken zijonderdak bij familie of vrienden, in de beschermdeomgeving van een stad. De Verenigde Naties schattendat er wereldwijd ten minste zeven miljoen mensen opdeze manier in steden wonen. Vooral de illegalevluchtelingen proberen zo onopvallend mogelijk televen om arrestatie en uitzetting te voorkomen. Zegaan op in de volle sloppenwijken, en staan daar blootaan dezelfde risico’s als de mensen die daar al wonen.En vaak nog meer, omdat oorspronkelijke bewonershen als bedreiging zien voor hun toch al moeilijkebestaan. Ook hier is de analogie met veel Westersesteden duidelijk.Risico’s in NederlandOok in Nederland land is sprake van verstedelijking,dus ook hier te lande liggen er humanitaire uitdagingen.Denk aan bebouwing in bepaalde gebieden metoverstromingsrisico’s, en wat dat betekent voor degebouwen en voor de mensen die daar wonen enwerken. Hulporganisaties als het Rode Kruis moetenweten waar die kwetsbaarheden het grootst zijn, omsnel en adequaat hulp te kunnen verlenen.Maar ook de andere problemen zijn zichtbaar in onsland. Stedelijk geweld misschien nog niet zo scherp alsin andere landen, maar de voedingsbodem vanmarginalisatie, armoede en uitsluiting is ook zeker hierin veel steden aan de orde. Wat ziektes betreft stondenGGD en het Rode Kruis in de startblokken tijdens deMexicaanse Griepgolf.Stadsbewoners in Nederland kunnen zich goed reddendankzij veel voorzieningen (water, elektriciteit, etc.),maar wanneer die door een extreme gebeurtenis nietmeer beschikbaar zijn of functioneren, zijn stads-bewoners ook direct erg kwetsbaar. Het vergroten vanzelfredzaamheid is voor zulke situaties van vitaalbelang.Het symposiumOm een adequaat antwoord te geven op de humanitaireproblemen van verstedelijking is samenwerking tussenorganisaties belangrijk. Het vinden van oplossingenvoor het indammen van stedelijke risico’s kan alleenvanuit een breed blikveld, door kennis te delen enelkaar aan te vullen in expertise. Het Wereldrampen-rapport van dit jaar geeft voldoende aanleiding om diesamenwerking te zoeken.Tijdens het symposium troffen deelnemers met eenzeer diverse achtergrond elkaar. Zij namen ervaringenmee vanuit de overheid, het bedrijfsleven, de politiek,wetenschap en non-profitorganisaties. Die diversiteitwerd benut om buiten de gebaande paden te denken.Er werd ingegaan op hoe we in Nederland kunnen lerenvan stedelijke risico’s in ontwikkelingslanden, en hoede situatie er in eigen land uitziet. Tijdens het plenairegedeelte gaven de sprekers ieder vanuit hun expertiseeen visie op het thema. Elco Brinkman, voorzitter vanHet Nederlandse Rode Kruis en voorzitter BouwendNederland, toonde een uiteenzetting van verschillendestedelijke risico’s, waarna Stelios Grafakos, ClimateChange Specialist Institute for Housing UrbanDevelopment Studies Erasmus Universiteit, een lezinggaf over de relatie tussen stedelijke armoede enrampenrisico’s en de invloed van klimaatverandering.Esther de Kleuver, plv. directeur Nationale Veiligheidvan het ministerie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties en Aleid Wolfsen, burgemeester vanUtrecht, maakten het perspectief vanuit de overheidduidelijk, respectievelijk op nationaal en op plaatselijkniveau. Ten slotte ging Erwin Muller, directeur COTInstituut voor Veiligheids- en Crisismanagement enhoogleraar Veiligheid en Recht Universiteit Leiden, inop de effectiviteit van de vermindering van stedelijkerisico’’s en het belang van publiekprivatepartnerschappen.De discussies in de verdiepingssessies die hieropvolgden, lieten zien dat kwetsbaarheid nooit gelijkverdeeld is, niet in het Westen maar zeker niet inMagazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 201022Het vinden van oplossingen voor hetindammen van stedelijke risico’s kan alleenvanuit een breed blikveld, door kennis tedelen en elkaar aan te vullen in expertise.Internationale dimensie$$$$$Rampen, slachtoffersen schade 2009AziëAfrikaNoord en Zuid-AmerikaEuropaOceanië (w.o. Australië en Nieuw-Zeeland)Totaal2251461117519576Totaal aantal rampenper continent (2009)Totale aantal door natuurrampengetroffenen per continent x1.000 (2009)Totale schade door natuurrampenper continent in mln US dollars (2009)AziëAfrikaNoord en Zuid-AmerikaEuropaOceanië (w.o. Australië en Nieuw-Zeeland)TotaalAziëAfrikaNoord en Zuid-AmerikaEuropaOceanië (w.o. Australië en Nieuw-Zeeland)Totaal111.79324.4685.77614677142.26015.44917313.33710.7891.72641.474$$$$$$$$$$$$RampenGetroffenenSchade in mln US dollars225111.79315.4497514610.78914624.46817319771.7261115.77613.337Bron: CRED, WDR/IFRC
  23. 23. 1 voetnootontwikkelingslanden. Vooral armen en minderhedenlopen grote risico’s. Zij hebben vaak geen andere keuzedan die risico’s opzoeken om te kunnen overleven:huisvesting bij rivierbeddingen of op vulkaanhellingen.In Nederland bestaan de risico’s vooral op sociaal vlak.Veel mensen wonen in isolement en hebben weinig ofgeen contact met buren of buurt. Tegelijkertijd zijn inrampsituaties juist de buurtbewoners de eerstehulpverleners. Het gebrek aan sociale cohesie inNederland draagt daarmee bij aan kwetsbaarheidtijdens en na een ramp. Bovendien zijn Westersesamenlevingen complex, waardoor de voorspelbaar-heid van een ramp kleiner is, en dientengevolge deimpact groter.In het geval van een ramp is het belangrijk dat mensenweten waar ze naartoe kunnen, dat ze beschikken overde juiste informatie en dat ze deze informatie begrijpen.Toegang tot kennis is dus een cruciale factor. Dit maakteen aantal groepen extra kwetsbaar. Onder andereouderen, analfabeten, gehandicapten en illegalenhebben slecht toegang tot informatie, hebben weinigbegrip van de inhoud, of kunnen de gegeven instructiesniet uitvoeren. Ook het feit of mensen bekend zijn bijinstanties of organisaties is belangrijk. Als niet bekendis dat op een bepaalde plaats illegalen worden, zal daarook geen hulp worden geboden. Verder zijn veeleenzamen, zonder netwerk, tijdens een ramp helemaalop zichzelf aangewezen. ‘Tafeltje dekje’ komt bijvoor-beeld niet meer.Mensen in Nederland hebben doorgaans weinig kennisvan hun ‘handelingsperspectief’ tijdens een ramp ofcrisis, vooral ook omdat er geen besef is van mogelijkerisico’s, of zelfs geen interesse om dit te weten – menwaant zich veilig in de eigen woon- of werkomgeving,beschermd door de overheid. Niet ten onrechte, geziende omvangrijke hulpverlenings-wetgeving, protocollenen plannen waarbinnen overheidsdiensten en het RodeKruis vastgelegde verantwoordelijkheden hebben.Mocht zich onverhoopt toch een noodsituatieaandienen, dan vertrouwt ment volledig op externehulp. Hoe meer men zich beschermd voelt, hoe mindermen de noodzaak voelt zich voor te bereiden. In decomplexe samenleving is het echter niet realistisch teverwachten dat noodhulp direct en aan iedereengegeven kan worden. Dat bewustzijn, plus de kennisover wat men zelf kan en moet doen, moet wordenvergroot – een lastige opgave in een land waar zich(gelukkig) zelden of nooit een ramp voordoet.Een belangrijke eerste stap is het zorgen voor eenmentaliteitsverandering. Kennis bieden is cruciaal,omdat dat zekerheid geeft en het risicobewustzijnverhoogt. Door daarbij een handelingsperspectief tebieden - ‘de hulpverlener in uw buurt bent uzelf’ - heeftdeze kennis een positieve uitwerking op de houdingvan de bevolking, voor de eigen veiligheid maar ookvoor de zorg voor anderen. Als men doordrongen is vanhet belang van zelfredzaamheid en gemeenschapszin,en meer weet van het leven van mensen in de naasteomgeving, helpt dat bij een betere voorbereiding oprampen en crises, en worden overlevingskansenvergroot. Vooral in de verstedelijkte wereld wordtkennis over leven dan de voorwaarde voor overleven.Alle lezingen en de uitkomsten van de verdiepings-sessies zijn integraal te lezen op wdr.rode.kruis.nl.12 oktober 2011nieuw World Disasters Report symposiumIn navolging van 2009 en 2010 zal ook in 2011 eenWorld Disasters Report symposium plaatsvinden opde Internationale Dag van de Rampenbestrijding,altijd de tweede woensdag van oktober.23Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010
  24. 24. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 201024Citaten uit programma OESO-conferentieThe notion of risk is intrinsically linked toregulation, yet is often only partiallyacknowledged in regulatory processes andregulatory design. [ ] For regulation to beefficient and effective, policy makers have toexplicitly recognise and manage the gapbetween the level of risk acceptable to policymakers and the level that is achievablethrough regulation.OESOOp 28 en 29 oktober organiseerde de OESO in Parijs eenconferentie over regulering, samen met o.a. deEuropese Commissie en het BelgischeEU-voorzitterschap, met als titel ‘Regulatory Policy atthe Crossroads. Towards a new Policy Agenda’. Dit wasde afsluiting van een tweejarig project waarin de OESOde systemen van regelgeving en toezicht in 15EU-lidstaten onderzocht.1Het doel van de conferentiewas OESO-landen te helpen om na de financiële crisisniet door te schieten in te zware regulering die deeconomie onnodig afremt, en om materiaal teverzamelen voor herziening van de richtlijnen uit 2005(OECD Guiding Principles for Regulatory Quality andPerformance). Er waren 350 deelnemers uit 51 landen.De OESO is sinds kort actief met het risicothema enheeft hierover laatst een belangwekkend rapportuitgebracht: Risk and Regulatory Policy. Improving theGovernance of Risk. Een van de sessies tijdens deconferentie ging dan ook over risico’s.Sessie over risico’sSimon Webb, voormalig DG bij het Britse CabinetOffice, vertelde over zijn ervaringen met de manierMet de Haagse conferentie ‘Dag van het Risico’ in mei bracht het programmaVernieuwing Rijksdienst mensen uit binnen- en buitenland bij elkaar die iets willendoen aan de risico-regelreflex. Dat is het mechanisme van overreactie op nieuwerisico’s en op incidenten, die vaak leidt tot onnodig zware overheidsmaatregelendie niet eens wezenlijk meer veiligheid opleveren. De conferentie heeft geleid totuitnodigingen voor presentaties bij de OESO en de UNECE. Zowel in Parijs als inGenève trof ik een tamelijk gespecialiseerd gezelschap aan dat op zoek was naareen breder begrip van risico’s. Beide gelegenheden waren ook een weerzien mettwee prominente sprekers van de Dag van het Risico: Simon Webb enDonald Macrae.Internationale aandacht voor derisico-regelreflexJan van Tol, programma-leider Risico’s enVerantwoordelijkheden,ministerie van BZK1 Het rapport over Nederland heet ‘Better Regulation in Europe: Netherlands’ en staat op www.oecd.orgInternationale dimensie
  25. 25. Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing november/december 2010 25waarop de overheid de risico-regelreflex kan omzeilen.Tijdens een crisis of direct na een incident denkt deoverheid vaak dat de brand blussen het enige is dat telt,maar daarbij is ze niet alert genoeg op de risico-regelre-flex. Na analyse van Britse crises en incidenten in deafgelopen twintig jaar constateert Webb dat incidentenvaak een bron zijn van inadequate regelgeving, diebovendien het aanzien van de overheid kan schaden. Demeeste kans om in die valkuil terecht te komen is dooreen verkeerde reactie tijdens de eerste uren en dagen(bijvoorbeeld direct stevige maatregelen toezeggenzonder goede beoordeling van de situatie) en door demanier waarop het vervolg wordt georganiseerd. Het isvan het grootste belang dat de overheid de getroffenenhelpt, en tegelijk ruimte voor zichzelf schept om eengoede structurele reactie te kunnen geven. Bij ongeval-lenonderzoek is het van belang om een scheiding aan tebrengen tussen enerzijds feiten, lessen en beleidsopties,en anderzijds de schuld- en verantwoordelijkheidsvraag.Aanbevelingen van een onderzoekscommissie kunnenonmiddellijk een politieke lading krijgen, zeker als zeimpliciet gebaseerd zijn op de veronderstelling dat iederongeluk voorkomen kan worden.2Er zijn allerleipraktische handvatten.Prof. Jonathan Wiener gaf een voorproefje van zijnnieuwe boek The Reality of Precaution. Daarin constateerthij dat de VS en de EU ongeveer evenveel doen aanrisicobeheersing door middel van regels, alleen opverschillende onderwerpen. Hij stelde dat het publiekmeestal niet zo bezorgd is over risico’s als de expertszijn, maar juist wel heftig reageert op ongewone risico’s.De voornaamste uitdagingen voor risicobeleid zijnvolgens hem:• risico’s verspreiden zich snel tussen netwerken enover nationale grenzen;• risico brengt beleidsterreinen met elkaar in verbindingals gevolg van het afwegen van voor- en nadelen vanveiligheidsmaatregelen (risk-risk tradeoff);• ideëen lenen en uitproberen op mondiale schaal.Wiener wees verder op het World Congress on Risk,dat in juli 2012 in Australië plaatsvindt.De presentatie van prof. Panagiotis Karkatsoulis lietexpliciet zien waarom betere regelgeving een relevantthema is voor het veiligheidsdomein. In 2007 werdGriekenland geteisterd door zware bosbranden, waar deoverheid opvallend veel moeite mee had. De voornaamsteoorzaak daarvan bleek de complexiteit van de regulering.Nadere analyse bracht aan het licht dat er maar liefst 29verschillende wetten, ministeriële en presidentiëleregelingen, en brandweervoorschriften zijn waarin ietswordt geregeld omtrent brandbestrijding. En alsof datallemaal nog niet genoeg is, zijn de bevoegdhedenverdeeld over elf verschillende autoriteiten met eennavenant spinneweb aan procedures. Geheel integenstelling met deze verkalkte structuren ontwikkel-den vrijwillige blusacties zich spontaan volgens eeneenvoudige logica, met zelfs betere resultaten dan deprofessionele werkwijze. De spreker concludeerde danook dat een overdaad aan regels schadelijk is voor deveiligheid, en dat formele regels flexibel genoeg moetenzijn om ruimte te laten aan informele regels die gestaltekrijgen in de ‘echte’ wereld.Een interessant punt uit de aansluitende discussie wasdat risico’s vaker herzien zouden moeten worden. InEngeland bleek enkele jaren geleden uit analyse vaninspectiebevindingen dat controle van de technischestaat van een schip eigenlijk niet veel meer toevoegt aan Aandachtspunten ambtelijke top voor de eersteuren en dagen (Simon Webb)• Zoek uit wat er werkelijk gebeurd is (de eersterapportages zijn bijna altijd onjuist).• Besluit of het een echte crisis is. Zo ja, dan moeter (in het Britse systeem) binnen enkele uren eencrisisteam worden samengesteld. Geef daarinook ruimte aan een skepticus.• Denk aan de bredere context en de gewenstestrategische uitkomst wat betreft een proportionele reactie op de feitelijke risico’s.• Geef de minister een bruikbare tekst waarmee hij niet in de verleiding komt om gevoelsmatigeen koers te bepalen zonder inzicht in deconsequenties. Het aanleren van dergelijke technieken is aan tebevelen, want onverwachte incidenten zetten deoverheid onder steeds grotere druk.2 Vgl. Hans de Bruijn, Een gemakkelijke waarheid. Waarom we niet leren van onderzoekscommissies, NSOB: 2007.3 Een gezamenlijke directie van Financiën en EZ die zich richt op betere regelgeving en minder regeldruk.

×