Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.
De (volwassen) student in beeldOver je ontwerp kijken naar de studentErik BolhuisHogeschoolhoofddocent Domein Educatie
Wat is zo opvallend aan het lesgevenaan volwassenen???
‘ONE OF THE DIFFICULTIES   INSTITUTIONS THAT OFFERDISTANCE EDUCATION COURSESIS OBTAINING A THOROUGH, IN-DEPT UNDERSTANDING...
Context: Domein Educatie                       Voltijds   Deeltijd   Duaal   AfstandCALO2e graads leraren-        X       ...
Context: Domein Bewegen & Educatie                       Voltijds   Deeltijd   Duaal   Afstand   MaatwerkCALO2e graads ler...
Waarom is volwassen didactiek zobelangrijk?Volwassenen-Nemen een schat aan werkervaring mee-Hebben uitgebreide positieve e...
Waarom is volwassen didactiek zobelangrijk in het afstandsonderwijs?In het onderwijs waarin je fysiek contact hebt met de ...
Docent is ontwerper van onderwijs
WIL EEN DOCENT GOEDEONTWERP BESLISSINGEN NEMEN, DAN MOET DE  DOCENT OVER HET  ONTWERP NAAR DE  STUDENT KUNNEN       KIJKEN
Hoe kijk je over het ontwerp heen?- Het ontwerp ‘testen’ bij een deel van de doelgroep door een ‘Try-out’-Tijdens de ontwe...
Persona’sEen persona is een archetype van een gebruiker, ofwel een karakterisering vaneen bepaald type van gebruiker.Perso...
Om te komen tot persona’s zijn eenaantal stappen:1. Breng de doelgroep in kaart2. Verdeel de doelgroep in subgroepen3. Bed...
Algemene kenmerken I:Huishouden:•Meer dan de helft (52,2%) heeft een gezin•20.3% procent woont samen, zonder kinderen.
Percentage studenten 25 jaar en ouder908070605040302010 0     < 25 jaar                ≥ 25 jaar
Percentage studenten die een huishouding runt8070605040302010 0     Aantal studenten met huishouding   Aantal studenten zo...
Percentage studenten die een HBO of WO-opleiding heeft                            gevolgd6050403020100       HBO/WO opleid...
Percentage studenten dat werkt naast de studie8070605040302010 0     Werkt naast studie          Werkt niet naast studie
Algemene kenmerken IIWerk:•Bijna de helft is werkzaam (bevoegd, dan welonbevoegd) in het onderwijs, 27,1% resp. 20.9% =48%...
Algemene kenmerken IIIStudie:•Bijna 60% wil 20 tot 30 uur per week aan de studiebesteden, het andere deel juist minder of ...
Indeling Willem van der Vegt1.   De studenten met een PABO die tweedegraads leraar willen     worden2.   De studenten die ...
Eastmond1.   Necessity learners: moeten leren om hun aanstelling te kunnen     behouden2.   Ladder climbers: geen noodzaak...
Beroeps      intensiteit                         Rainy                          day              Ladder    planner     Sta...
Beschrijven op gebied van;LeeftijdGeslachtGevolgde opleidingVoltooide opleidingHerkomstStudeert op welke tijdenBaan in het...
Persona’s                 2e tweedegraads             Studeren als hobby       Onbevoegd lesgeven        Pabo naar VO     ...
Onder welke condities kunnen de verschillendestudenten het afstandsonderwijs het best volgen? Inalgemene zin, door tegemoe...
Ellen de stapelaar:1. Aandacht schenken aan verschillen en overeenkomsten met   aanverwante schoolvakken en didactieken;2....
Els de hobbyist:1. Aandacht geven aan de mogelijkheid tot verdieping. Opdrachten   geven waarin de mogelijkheid gegeven wo...
Carine, de onbevoegde:1. Aansluiten op werkervaring, maar dan als volgt: de onbevoegde   heeft wel veel ervaring, maar de ...
Marja, de Pabo-student1. Marja heeft al veel ervaring, maar afhankelijk of ze al in het   voortgezet onderwijs werkt aansl...
Ellen, de switcher1. Heeft veel werkervaring buiten het onderwijs. Vraagt er om dat   haar ervaringen buiten het onderwijs...
Een aantal werkvormen voor vakdidactiek, waarbij de studentde verschillen en overeenkomsten ziet tussen het vak wat hij of...
Een aantal werkvormen voor verschil overeenkomsttussen vakwetenschappen: 1. Benoem drie kern thema’s in de wetenschap van ...
Een aantal voorbeelden waarin uitgegaan wordt vande eigen onderwijservaring.  Beginnen met de aanleg van een dossier met ...
Een aantal voorbeelden waarbij gebruik gemaaktwordt van werkervaring buiten het onderwijs: 1. Algemeen: maak een webpagina...
Opdrachten met een meer openkarakter: 1. Maak vragen waarmee een student kan checken of de stof wordt    begrepen. Geef ve...
EINDE
110125 persona's
110125 persona's
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

110125 persona's

1,026 views

Published on

  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

110125 persona's

  1. 1. De (volwassen) student in beeldOver je ontwerp kijken naar de studentErik BolhuisHogeschoolhoofddocent Domein Educatie
  2. 2. Wat is zo opvallend aan het lesgevenaan volwassenen???
  3. 3. ‘ONE OF THE DIFFICULTIES INSTITUTIONS THAT OFFERDISTANCE EDUCATION COURSESIS OBTAINING A THOROUGH, IN-DEPT UNDERSTANDING OF THEIRINDIVIDUAL CLIENTELE NEEDS’. (EASTMOND, 1995)
  4. 4. Context: Domein Educatie Voltijds Deeltijd Duaal AfstandCALO2e graads leraren- X Xopleidingen (VO/BVE)PABO X X XMasters (SEN en MLI) X X XDBKV X XTheologie XPTH X X
  5. 5. Context: Domein Bewegen & Educatie Voltijds Deeltijd Duaal Afstand MaatwerkCALO2e graads leraren- X Xopleidingen(VO/BVE)PABO X X XMasters (SEN en X X XMLI)DBKV X XTheologie XPTH X XContractactiviteiten
  6. 6. Waarom is volwassen didactiek zobelangrijk?Volwassenen-Nemen een schat aan werkervaring mee-Hebben uitgebreide positieve en negatieve leerervaringen-Zijn naar school geweest in de 20e E. Het HBO van nu is anders-Hebben weinig tijd om te leren en willen dit effectief doen-Willen aangesproken worden op gedrag-Willen graag samenwerken
  7. 7. Waarom is volwassen didactiek zobelangrijk in het afstandsonderwijs?In het onderwijs waarin je fysiek contact hebt met de student zijn erandere manieren om de afstemming te reguleren:Je merkt uit (non)verbaal gedrag dat je onderwijs niet aanslaat en datje bij moet stellen;Hoe werkt dit bij het afstandsonderwijs?- Veel vragen, of afhaken.
  8. 8. Docent is ontwerper van onderwijs
  9. 9. WIL EEN DOCENT GOEDEONTWERP BESLISSINGEN NEMEN, DAN MOET DE DOCENT OVER HET ONTWERP NAAR DE STUDENT KUNNEN KIJKEN
  10. 10. Hoe kijk je over het ontwerp heen?- Het ontwerp ‘testen’ bij een deel van de doelgroep door een ‘Try-out’-Tijdens de ontwerpfase het ontwerp voor te leggen aancollega’s, experts en/of studenten-Kennis van de doelgroep en daar je ontwerp op testen
  11. 11. Persona’sEen persona is een archetype van een gebruiker, ofwel een karakterisering vaneen bepaald type van gebruiker.Personas worden veel gebruikt bij het gebruiksvriendelijk maken van IToplossingen, en dan met name van de gebruikersinterface ervan.Personas worden opgesteld aan de hand van een doelgroepenonderzoek, waarnaeen beperkt aantal typerende gebruikers wordt gedefinieerd. Deze gebruikers zijnfictief, maar omwille van de doeltreffendheid van het gebruik van personas,worden deze wel als zodanig beschreven. Dit betekent dat een persona wordtomschreven in termen van onder andere demografie, behoeften, biografie,voorkeuren en soms zelfs fotos. Op deze manier krijgt de persona een gezicht, enkan er bij het ontwerpen rekening worden gehouden met de manier waarop dezerepresentatieve persona het product het liefst zou gebruiken.Samen met de beschrijving van hoe de persona het product wil gebruiken, vormenpersonas scenarios, die weer aan de basis staan van het ontwerp.
  12. 12. Om te komen tot persona’s zijn eenaantal stappen:1. Breng de doelgroep in kaart2. Verdeel de doelgroep in subgroepen3. Bedenk van elke subgroep op welke wijze deze in kaart gebracht moet worden (welke informatie moet het opleveren)4. Geef elke subgroep een persona en beschrijf de persona met kenmerken die de subgroep juist typeren
  13. 13. Algemene kenmerken I:Huishouden:•Meer dan de helft (52,2%) heeft een gezin•20.3% procent woont samen, zonder kinderen.
  14. 14. Percentage studenten 25 jaar en ouder908070605040302010 0 < 25 jaar ≥ 25 jaar
  15. 15. Percentage studenten die een huishouding runt8070605040302010 0 Aantal studenten met huishouding Aantal studenten zonder huishouding
  16. 16. Percentage studenten die een HBO of WO-opleiding heeft gevolgd6050403020100 HBO/WO opleiding gevolgd Geen HBO/WO opleiding gevolgd
  17. 17. Percentage studenten dat werkt naast de studie8070605040302010 0 Werkt naast studie Werkt niet naast studie
  18. 18. Algemene kenmerken IIWerk:•Bijna de helft is werkzaam (bevoegd, dan welonbevoegd) in het onderwijs, 27,1% resp. 20.9% =48%) in het onderwijs.•bijna 35% (34,8%) heeft wel werk, maar niet in hetonderwijs.•48% heeft een baan met een omvang tussen de 16en 30 uur en 39% werkt meer dan 30 uur per week.
  19. 19. Algemene kenmerken IIIStudie:•Bijna 60% wil 20 tot 30 uur per week aan de studiebesteden, het andere deel juist minder of juist meer.•Bijna een kwart heeft al een HBO-diploma (en gaanvoor een tweede onderwijsbevoegdheid), 16% heefteen HAVO- en 14% een mbo-vooropleiding. Kortomvolwassen onderwijs.
  20. 20. Indeling Willem van der Vegt1. De studenten met een PABO die tweedegraads leraar willen worden2. De studenten die nog een tweedegraads bevoegdheid willen behalen3. De studenten die onbevoegd les geven4. De studenten die een ommezwaai willen maken5. De student die studeren uit een hobby
  21. 21. Eastmond1. Necessity learners: moeten leren om hun aanstelling te kunnen behouden2. Ladder climbers: geen noodzaak voor behoud aanstelling, maar willen graag doorgroeien3. Star seekers: willen hun droom vervullen4. Rainy day planners: gaan op 1 januari studeren…Eastmond D.V. (1995). Alone but together, Adult Distance Study Throug Computer Conferencing. Cresskill: Hampton Press
  22. 22. Beroeps intensiteit Rainy day Ladder planner Star climbers sNecessity seekerslearners Academisch e intensiteit
  23. 23. Beschrijven op gebied van;LeeftijdGeslachtGevolgde opleidingVoltooide opleidingHerkomstStudeert op welke tijdenBaan in het onderwijsStudietempoStudieresultatenErvaring met afstandsonderwijsMotief voor afstandsonderwijsMotief voor de lerarenopleidingBehoefte aan:  Mede studenten  Contact met de docent  Actief leermateriaal  Materiaal toegesneden op de werkplek
  24. 24. Persona’s 2e tweedegraads Studeren als hobby Onbevoegd lesgeven Pabo naar VO Carrièreswitch bevoegdheid. ‘Hobbyisten’ ‘Onbevoegde’ ‘Pabo’ ‘Switcher’afstandsonderwijs ‘ Stapelaar’Naam Ellen de Wit Els Hobbit Carine Romani Marja Pols- Eik Ellen StaarWoonplaats Zeewolde Groningen Eindhoven Apeldoorn LammenschansLeeftijd 42 jaar 25 jaar 28 jaar 32 jaar 38 jaarGezinssituatie Moeder – vader, 3 Zelfstandig wonend, Alleenstaand Moeder – vader, twee Vriend kinderen leeftijd: 6 – 16 geen vaste relatie kinderen, 5 en 3 jaar jr.Werkgever vmbo-school: ING ROC Eindhoven Bassisschool ‘t Nikon Interpassie te Lelystad ZonnestraaltjeFunctie Docent Hypotheek adviseur Onbevoegd docent Adjunct-directeur HRM-adviseur Mentor Frans geweestWerkervaring 14 jaar 5 jaar 3 jaar (In Nederland) 8 jaar 12 jaarHoogst gevolgde HBO, leraren-opleiding HBO, niet afgemaakt Universiteit HBO (Pabo) HBO (P&O)opleidingHoogst afgemaakte HBO, HAVO Universiteit (Frans) HBO (Pabo) HBOopleiding Leraren-opleidingActief aan het studeren In het weekend, vooral In het weekend, ’s Studeert op Woensdagmiddag, Maandag-, woensdag- ’s avonds avonds, maar dan ook donderdag en in het donderdagavond en en zondagavond veel sociale weekend vrijdagmorgen activiteitenAantal studiepunten 90 EC 30 EC 47 (40 EC vrijstelling) 94 EC 88 ECStudietempo 50% 50% 50% 100% 50%Motivatie leraren- Vakinhoud Vakinhoud Het beroep Het lesgeven Vakinhoud enopleiding jongerenErvaring met AO Niet Niet Niet Niet Bij LOIWaarom AO Overdag geen tijd voor Studietijd zelf kunnen Studietijd zelf kunnen Overdag geen tijd, Overdag geen tijd en studie indelen indelen, geen studie kunnen druk sociaal leven Studie combineren met Thuis kunnen reiskosten combineren met werk een baan studeren en gezin Geen reiskosten
  25. 25. Onder welke condities kunnen de verschillendestudenten het afstandsonderwijs het best volgen? Inalgemene zin, door tegemoet te komen aan:Werk- en levenservaring;1. Door rekening te houden met de gevolgde opleiding. Wanneer de opleiding niet voltooid is, rekening houden met mogelijkheden zaken als faalangst onvoldoende studievaardigheden, etc;2. Voorkeur leer- en nog breder informatie verwerkingsstijl;3. Hoge eisen die volwassenen stellen aan (digitale)studieomgevingen;4. Duidelijkheid in informatie en eenduidige informatie5. Mogelijk een gebrek aan digitale vaardigheden. Werk- en levenservaring;
  26. 26. Ellen de stapelaar:1. Aandacht schenken aan verschillen en overeenkomsten met aanverwante schoolvakken en didactieken;2. Aandacht schenken aan verschillen en overeenkomsten in het wetenschappelijk vak/onderzoek3. Voorbeelden laten geven die aansluiten bij onderwijservaring in het voortgezet onderwijs.
  27. 27. Els de hobbyist:1. Aandacht geven aan de mogelijkheid tot verdieping. Opdrachten geven waarin de mogelijkheid gegeven wordt om zelf door studie een bepaald onderwerp onder de knie te krijgen.
  28. 28. Carine, de onbevoegde:1. Aansluiten op werkervaring, maar dan als volgt: de onbevoegde heeft wel veel ervaring, maar de reflectie daarop ontbreekt veelal. Mogelijkheden scheppen waarin gereflecteerd kan worden op de lessen die zijn gegeven.2. Opdrachten waarin ze ook buiten de school moet gaan kijken. Dat hoeft niet (alleen) fysiek, maar ook door opdrachten: bijvoorbeeld methoden met elkaar te vergelijken, etc.3. Uit gaan van onbewust onbekwaam, bewust onbekwaam, bewust bekwaam, onbewust bekwaam.
  29. 29. Marja, de Pabo-student1. Marja heeft al veel ervaring, maar afhankelijk of ze al in het voortgezet onderwijs werkt aansluiten bij haar werkervaring in het voortgezet onderwijs. Vergelijking laten maken tussen basis- en voortgezet onderwijs. Niet alleen op het gebied van schoolvak, maar ook op het gebied van didactiek.
  30. 30. Ellen, de switcher1. Heeft veel werkervaring buiten het onderwijs. Vraagt er om dat haar ervaringen buiten het onderwijs betrokken wordt op het onderwijs.2. Wanneer er gesproken wordt over het onderwijs, niet teveel jargon gebruiken.
  31. 31. Een aantal werkvormen voor vakdidactiek, waarbij de studentde verschillen en overeenkomsten ziet tussen het vak wat hij ofzij al eerder studeerde en het vak wat hij of zij nu studeert:  Lijst van gelijke, aanverwante en verschillende begrippen van de diverse vakgebieden  Discusieer over werkvormen die wel geschikt zijn voor het vak dat er nu gestudeerd wordt en niet voor het vak dat gegeven wordt.  Verschillen tussen de doelen van de verschillende aanverwante vakken
  32. 32. Een aantal werkvormen voor verschil overeenkomsttussen vakwetenschappen: 1. Benoem drie kern thema’s in de wetenschap van vak A en vak B. Wat valt je op? Wat zijn de verschillen en wat zijn de overeenkomsten? 2. Laat studenten in het vervolg in tweetallen nadenken over wat de onderzoeksmethoden zijn die passen bij vak A en bij vak B en welke onderzoeksmethoden verschillen. Laat zien hoe dit doorwerkt in de vakdidactiek van de beide vakken: welke werkvormen passen bij vak A en welke bij vak B?
  33. 33. Een aantal voorbeelden waarin uitgegaan wordt vande eigen onderwijservaring.  Beginnen met de aanleg van een dossier met een aantal lesgeef- ervaringen met dit thema.  Elke student open een discussiethreat met daarin een korte beschrijving van zijn leservaring met het thema.  Laat een filmpje zien (bijvoorbeeld uit didiclass of leraar 24). Vraag aan de hand van het filmpje naar ervaringen van de student.
  34. 34. Een aantal voorbeelden waarbij gebruik gemaaktwordt van werkervaring buiten het onderwijs: 1. Algemeen: maak een webpagina waarin jij alle ervaringen die jij hebt met het geven van voorlichting, trainen van collega’s, of bij de sportclub, of andere onderwijsgelijke ervaringen op beschrijft. 2. Maak een woordweb van het te leren onderwerp door aan te geven wat jij in je werk of in andere ervaringen er al van weet. Maak een pdf- bestand van de woordweb en deel dit met een andere student. Geef in tweetallen aan wat je opvalt als je de twee vergelijkt. 3. Laat een groep studenten die bestaat uit studenten die onderwijsgeef- ervaring hebben en die het niet hebben een lijst maken met waarin onderwijsjargon wordt uitgelegd.
  35. 35. Opdrachten met een meer openkarakter: 1. Maak vragen waarmee een student kan checken of de stof wordt begrepen. Geef vervolgens de volgende opdracht: Onderstaande doelen moeten worden bereikt. Zoek literatuur die past bij (onderwerp of onderwerpen noemen), lees die door en geef een korte samenvatting. Zet die op de ELO. Maak de vragen en ga bij jezelf na of je de stof voldoende hebt begrepen. 2. Laat studenten bookmarks (favorieten) beheren in een programma als Delicious (www.delicio.us). Vraag aan elke student om 5 favoriete websites over dit onderwerp op te zoeken en met de groep te delen.Zie bijvoorbeeld:http://www.mijndigitalewereld.nl/index.php/pagina/uw_favoriete_websites_delen.
  36. 36. EINDE

×