Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

De binnenstad als attractiepark

20 views

Published on

Attractieparken zijn 'experts op het gebied van beleving en kunnen daarmee een mooie inspiratiebron zijn voor de gewone wereld.' Dat stellen studenten van de Hogeschool Utrecht. Ze deden onderzoek naar de lessen die binnensteden kunnen leren van parken als Disneyland en de Efteling. Ze werden daarin begeleid door Remco Reijke (Islant atelier voor stedebouw), Pimm Terhorst en Alcuin Olthof (Schatbewakers, Zoetermeer). Over de geleerde lessen, schreven Pimm en Remco een artikel dat gepubliceerd werd in het mei nummer van Geografie.

Published in: Real Estate
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

De binnenstad als attractiepark

  1. 1. Stedelijke vernieuwing [1] D ecennialang werden binnensteden vooral beschouwd als winkelgebieden. Dat beeld is nu snel en ingrijpend aan het veranderen. Demografische ontwikkelingen en online winkelen hebben het gedrag van consumenten fundamenteel ­veranderd. Mensen hoeven niet langer per se naar de binnenstad voor producten en goederen. Zij komen er steeds vaker omdat ze behoefte hebben aan vermaak, gezelligheid en een glimlach. Het traditionele winkelen verandert in moderne vormen van ­consumptie. Er wordt ook wel gesproken over de Disneyficatie en Eftelingisering van binnensteden. Dit zijn doorgaans wat negatieve termen, terwijl de ‘gewone wereld’ juist ook van ‘funfabrieken’ kan leren. Twintig studenten van de Hogeschool Utrecht en hun begeleiders Remco Reijke, Alcuin Olthof en Pimm Terhorst ­hebben hier onderzoek naar gedaan. Zij leerden een aantal lessen voor binnensteden. UNIEK VERHAAL Zowel in pretparken als in binnensteden worden veel frieten, ijsjes, souvenirs, enzovoorts verkocht. Attractieparken leggen bij de ver- koop echter sterk de nadruk op beleving. Zo proberen zij een be- tekenisvolle relatie met hun gasten op te bouwen. In veel gevallen via storyselling, waarbij niet het product of de dienst centraal staat, maar een verhaal. Ook in binnensteden kan deze aanpak succes- vol zijn. Regelmatig klinkt immers het verwijt dat je overal dezelfde winkels ziet. Verhalen creëren de mogelijkheid eruit te springen. Bovendien kun je zo inspelen op de behoeften van de hedendaagse consument, die steeds meer waarde lijkt te hechten aan het beleven van memorabele gebeurtenissen. Een uniek verhaal zal sneller een (sterke) herinnering achterlaten dan de aanwezigheid van de Blokker, Hema of H&M. Ondernemers moeten ervan doordron- gen raken dat het allang niet meer alleen gaat om producten en diensten. Een uniek verhaal helpt een betekenisvolle relatie met klanten op te bouwen. Daarbij is het van belang dat ondernemers zich niet beperken tot de eigen zaak, maar juist ook oog hebben voor het verhaal van de straat, de hele binnenstad. Uiteindelijk kunnen meerdere verhalen worden verteld, zoals ook gebeurt in attractieparken. PLATTEGROND De plattegronden van attractieparken zijn vaak opgebouwd rond een aantal thema’s. Zo bestaat de Efteling uit een aantal Rijken. Voor kinderen is er bijvoorbeeld het Sprookjesbos en voor de ­oudere jeugd zijn er de rollercoasters in Ruigrijk. De vraag voor binnensteden luidt: is er voor iedereen wat te beleven? Daarnaast oogt de plattegrond van de Efteling vrij onoverzich- telijk en organisch. Denk aan de structuur van het Sprookjesbos. De kronkelende paden zorgen tijdens de wandeling voor telkens andere beelden. Zo verrast de Efteling haar gasten met een reeks onthullingen. Dit principe, door Gordon Cullen serial vision ­genoemd, vergroot de aantrekkelijkheid van een wandeling. En het resultaat mag er zijn: in de Efteling lopen de gasten al snel enkele kilometers, terwijl ze in een middelgrote stad slechts 640 meter afleggen. OOGHOOGTE Een derde les is om in de binnenstad meer prioriteit te geven aan de menselijke beleving vanaf ooghoogte. Dit schaalniveau bepaalt grotendeels of mensen een ruimte prettig vinden en beïnvloedt zelfs (on)bewust gedrag. Attractieparken snappen dit als geen ­ander. Het decor staat er in dienst van de beleving van de gasten. Denk aan de wachtruimtes in de Efteling waar kinderen het ­meubilair kunnen gebruiken als klimtoestellen, etende gasten ge- makkelijk hun afval kunnen weggooien en bij een aantal attracties sterk wordt ingezet op storytelling. Allemaal ingrepen om het de gasten zo veel mogelijk naar de zin te maken. Ook in de binnenstad is het decor van invloed op het gedrag en de beleving van bezoekers. Zo lopen mensen langzamer en verblijven ze langer voor interessante straatgevels. Er vinden meer spontane activiteiten plaats, zoals conversaties met anderen. Andersom leiden onaantrekkelijke panden en leegstand tot nega- tieve prikkels. Het is belangrijk deze prikkels waar mogelijk weg te nemen. Een mooi voorbeeld is de ‘verborgen’ parkeergarage in de Nijmeegse Ziekerstraat. Op ooghoogte liggen winkels, met daarboven meerdere parkeerlagen. De gevel suggereert echter dat er woningen boven de winkels zitten en dit draagt positief bij aan de menselijke beleving. Andersom doet de dichtgeplakte gevel van de Lidl-supermarkt in Bemmel onprettig aan. De dichte wand communiceert: ‘Hier moet je niet zijn, loop snel door’. Het is ­belangrijk zulke signalen in binnensteden weg te nemen. Ze zijn verre van gastvrij en zullen bezoekers op termijn zelfs wegjagen. GEEN ATTRACTIEPARK Een heel andere les is dat een binnenstad niet hetzelfde is als een attractiepark. In de stad is sprake van versnipperd eigendom, een complex krachtenveld, enzovoort. Daarmee is een setting afhan- kelijk van verschillende belangen en meerdere typen gebruikers. Bovendien spelen in de stad issues die zich niet altijd op het schaalniveau van het menselijk perspectief laten oplossen. Binnen­ steden kunnen dus niet letterlijk de trucs van attractieparken ­kopiëren. Wat in een attractiepark werkt, kan in de echte wereld zelfs een heel ander effect hebben. Denk aan de Amsterdamse IJ-passage waar Eftelingdeuntjes worden ingezet om slapende ­reizigers en andere rondhangende mensen weg te jagen. Hoewel dit een succesvol voorbeeld lijkt van gedragsbeïnvloeding, gaat het ons om minder letterlijke vormen van Eftelingisering. Het ­begint bij het centraal stellen van de ‘gasten’. Bezorg hen een ­glimlach en een mooie herinnering. Maak niet alleen plannen achter de ontwerptafel. Loop door de straten en observeer de ­gebruikers. Ga met elkaar op zoek naar een passend en uniek ­verhaal en laat de winkeliers en bezoekers dit verhaal vertellen. Maak ze ambassadeur van ‘hun’ stad. Alleen dan komen de gasten nog lang en gelukkig. • Uren in de rij staan? Tijdens een dagje Efteling of Disneyland Parijs is het geen enkel probleem. We gaan zelfs met een vrolijk gevoel naar huis! Attractieparken zijn experts als het gaat om de menselijke beleving, en vormen daarmee een mooie leerschool voor binnensteden. De binnenstad als attractiepark geografie | mei 2018geografie | mei 2018 1918 Pimm Terhorst & Remco Reijke Ingrepen om het de gasten zo veel mogelijk naar de zin te maken, zelfs in de wachtrij. Boven de verborgen parkeergarage in het centrum van Nijmegen, onder de dichtgeplakte gevel van de Lidl in Bemmel. Attractieparken leggen bij de verkoop van producten en diensten een sterke nadruk op beleving BEELD:GOOGLEEARTHFOTO:PIMMTERHORST FOTO’S:PIMMTERHORST

×