Les 9 tekstblok lingua latina

845 views

Published on

by e. mos-burgers

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
845
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
6
Actions
Shares
0
Downloads
4
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Wijveranderen in vraagzinnenvaak de volgorde:Jij bent tevreden met je leven. Ben je tevreden met je leven?In het Latijn is datanders: zo’nzinbegintvaak met eensignaalwoordje: -ne, nonne en num
  • Het Argiletum was eenbelangrijkedoorgaandestraat in het antieke Rome: wijk met winkeliers en handwerkers.
  • Waarzijn we de uitdrukking, ‘de zoon van Fortuna’eerdertegengekomen? (les 8)Sisyphos was eenslechte man op aarde. Toenhijoverleed, stuurden de goden de Dood op hem af (Thanatos) om hem tevangen en naar de Tartarustebrengen. Sisyphoszag de bui al hangen en wist de Doodtebedriegen: hijvroeg hem tedemonstreren hoe de ketenenwerkten en wist hem tijdensdezedemonstratie vast tebinden.Daardoorstierfereentijdjeniemand op aarde. Ares (god van de oorlog), was geirriteerdomdatzijntegenstandersnietmeerstierven. Ares bevrijdde de doodeenpaardagen later.Eerstprobeerdehijzijnvrouw over tehalenom hem geenmuntjeonder de tong telatenleggenvoor de veerman Charon. Dan zouhijniet over de Styx hoeven, naar de onderwereld. Hijwerdweerteruggestuurdnaar de aardeom de rituelentochaftehandelen: sisyphosbeslootechter door televen.Uiteindelijkstuurden de goden Hermes op hem af, die hem naar de Tartarosbracht. Alsstrafvoorzijnhoogmoed, moesthijeenzwaarrotsbloktegeneensteile berg op teduwen.
  • Les 9 tekstblok lingua latina

    1. 1. POL (MO)-methode 1. Zoek eerst de Maak deze of omcirkel deze. 2. Zoek daarna het onderwerp (als deze niet is uitgedrukt in de pers.vorm) Maak deze rood of onderkringel de vorm. 3. Zoek vervolgens het lijdend voorwerp Maak deze blauw of zet er onderbroken streepjes onder.
    2. 2.  Dit is de kapstok waar je de rest van de zin aan op kunt hangen. Vervolgens kijk je of er eventueel een meewerkend voorwerp in de zin zit. Deze maak je groen of je verzint een ander streepje of kringeltje, bijvoorbeeld OVERIG (paars of wit) woordgroepen met voorzetsels; cum, pro….(onderstreept) Ablativi (schuingedrukt)
    3. 3. r. 1 ‘... per Suburam1 et Afram ubique , nam Afra saepe in Subura … ‘ ik door de Subura en t Afra overal, want Afra is vaak in de Subura. ? Subura = wijk in Rome
    4. 4. r. 3 Quot clamores ibi , quot homines ! Wat daar veel geschreeuw, wat ik daar veel mensen!
    5. 5. r. 4-5 Modo tabernas2 mercatorum , modo apud fabros , modo ante tabernas2 pretia – iam enim , ut s. Nu eens ik de winkels van de kooplui , dan weer ik bij de handwerkers , dan weer ik voor de winkels de prijzen - ik namelijk al , zoals je
    6. 6. r. 6 Subito vocem Galli, amici mei, Plotseling ik de stem van Gallus, mijn vriend. Homines enim , quod dominum – neque tamen dominus in Subura Hij namelijk de mensen, omdat hij zijn meester - en toch zijn meester niet in de subura.
    7. 7. r. 9-11 Ego Gallum magno cum gaudio tum ambo3 per vias et vicos et , ego Afram, dominum Gallus ...’ Ik Gallus met grote vreugde; toen we beiden door de straten en stegen en , ik Afra, Gallus zijn meester...’
    8. 8. r. 12-14 ‘ cito!’ Marcus: ‘ ne Afra litteras meas?’ ‘ snel!’ Marcus: ‘ Afra mijn brieven?’ ‘ ; officium meum bene Die ze; ik mijn taak goed Tum statim ad te Vervolgens ik me om meteen naar je .
    9. 9. r. 15 Non adeo , nam multas horas te ‘Zo erg je je niet , want ik vele uren op je . Nonne tu et Gallus in popina5 jij en Gallus niet in de kroeg ? -ne: vraagwoordje, zie les 7, p. 115.
    10. 10. Herhaling –ne en nonne 1. -ne is een vraagwoordje in een open vraag Antwoord kan ja of nee zijn. -ne staat achter het eerste woord van de zin, aan elkaar!  Dus ‘habetne’ in regel 12. 2. Nonne (r. 16): wordt gebruikt als het antwoord ‘ja’ wordt verwacht. Was jij niet in de kroeg? Ja. 3. (Num: als het antwoord ‘nee’ wordt verwacht)
    11. 11. r. 16-17 Non , nam Gallus me it, quod iram domini t; Wij daar , want Gallus mij , omdat hij voor de toorn van zijn meester. solus igitur in Subura . Sed Ik dus alleen in de Subura, maar
    12. 12. r. 19-20 Modo per Argiletum6 per vicum 7, cum subito magnum clamorem Juist ik door de Argiletum, door een donker straatje, toen ik plotseling een groot geschreeuw
    13. 13. r. 21-23 «Quo tu, furcifer8? Ubique te .» ‘Waar (ga je) heen, schurk? Ik je overal !’ Iamque me vir firmus ; ego autem valde nam in Argileto homines mali . En een sterke man/kerel mij ; maar ik erg , want in de Argiletum slechte mensen/ zijn de mensen slecht.
    14. 14. r. 24-25 Iam multos servos miseros et in agros ...’ ‘Tu autem , ut .’ Al veel ongelukkige slaven / en naar de velden..’ ‘Maar jij , zoals ik .’
    15. 15.  ‘Sic est, nam dei vota mea Homo malus me in carcere ; ‘Zo is het, want de goden mijn gebeden De slechte man mij in een kerker . sed post nonnullas horas et Maar na enkele uren en er
    16. 16. r. 29-30 Nonne Fortunae filius m?’ Fortasse Sisyphi9 filius s.’ ik niet een zoon van Fortuna? Misschien je een zoon van Sisyphus. Sisyphus: Een schurk, die als straf in de onderwereld een rotsblok tegen een steile berg moest oprollen. Als hij bijna boven was, Rolde de steen weer naar beneden.

    ×