Successfully reported this slideshow.
We use your LinkedIn profile and activity data to personalize ads and to show you more relevant ads. You can change your ad preferences anytime.

De jaarrekening lezen en interpreteren

7,740 views

Published on

Een snelle cursus balanslezen voor niet-ingewijden. Voor als je wil kunnen meepraten met je boekhouder.

Published in: Business
  • Be the first to comment

De jaarrekening lezen en interpreteren

  1. 1. De jaarrekening lezen en interpreteren
  2. 2. Wat is een jaarrekening? • Verschil officiële jaarrekening versus interne jaarrekening • Balans • Resultatenrekening • Toelichtingen • Sociale balans
  3. 3. Om te starten… Wat is een investering?
  4. 4. Wat is een investering? • Investering versus kost • De kost van een investering = afschrijving • Dus belangrijk: – Bij investering is er een verschil tussen de geldstroom en het effect op uw resultaat van het boekjaar – Afschrijving = niet-kaskost – Andere voorbeelden niet-kaskosten: voorzieningen, waardeverminderingen
  5. 5. ACTIVA PASSIVA Bezittingen en vorderingen Eigen vermogen en schulden VASTE ACTIVA  investeringen Niet snel in geld om te zetten • Immateriële vaste activa • Materiële vaste activa • Financiële vaste activa VLOTTENDE ACTIVA  op korte termijn in geld om te zetten • Voorraden • Handelsvorderingen • Te innen subsidies • Liquide middelen (= geld) • (Overlopende rekeningen)
  6. 6. Activa – de juiste vragen • Over- of onderschattingen? • Waarborgen t.o.v. derden  toelichting • Inbaarheid? • Voorraadwaardering  toelichting • Eigendommen in huur? • Groepsrelaties?
  7. 7. ACTIVA PASSIVA Bezittingen en vorderingen Eigen vermogen en schulden VASTE ACTIVA  investeringen Niet snel in geld om te zetten • Immateriële vaste activa • Materiële vaste activa • Financiële vaste activa VLOTTENDE ACTIVA  op korte termijn in geld om te zetten • Voorraden • Handelsvorderingen • Te innen subsidies • Liquide middelen (= geld) • (Overlopende rekeningen) EIGEN VERMOGEN  start-kapitaal / winsten uit het verleden / kapitaalsubsidies VOORZIENINGEN  reserve aangelegd om toekomstige risico’s te dekken VREEMD VERMOGEN  schulden • > 1 jaar • < 1 jaar • LT schulden • Financiële KT schulden • Handelsschulden • (Para)fiscale schulden • ‘Overige’ • (Overlopende rekeningen)
  8. 8. Passiva – de juiste vragen • Zijn alle schulden opgenomen? • Niet geboekte voorzieningen • Risico’s en toekomstige verplichtingen • Lopende rechtszaken? • schulden  vervallen of niet? • orderrekeningen + toelichting
  9. 9. ACTIVA PASSIVA VASTE ACTIVA VLOTTENDE ACTIVA EIGEN VERMOGEN VOORZIENINGEN VREEMD VERMOGEN resultaat periode +70 Omzet +71 Voorraadwijziging +72 Werken in uitvoering +74 Andere bedrijfsopbrengsten -60 Aankopen grondstoffen / diensten -61 Diensten & diverse goederen -62 Bezoldigingen -63 Afschrijvingen & provisies -64 Andere bedrijfskosten (taksen) +75 Financiële opbrengsten (intresten) -65 Financiële kosten (intresten) 66/76 Uitzonderlijke resultaten 67/77 Belastingen --------------------------------------- NETTO WINST / VERLIES RESULTATENREKENING31/12/2007
  10. 10. Exploitatierekening • Balans = bezittingen vs. Schulden • Exploitatie = winst of verlies • Balans = foto op één bepaald moment • 1 / 5 rekeningen • Exploitatieresultaat = stand van winst of verlies over een bepaalde periode • 6 / 7 rekeningen
  11. 11. cash flow • Cash flow = geldstroom  GELD • Vertaling van resultaat naar geldstromen • A.d.h.v. resultaat – Operationele cash flow – Vrije cash flow
  12. 12. werkkapitaal ACTIVA PASSIVA VASTE ACTIVA VLOTTENDE ACTIVA EIGEN VERMOGEN  start- kapitaal / winsten uit het verleden / kapitaalsubsidies VREEMD VERMOGEN LT VREEMD VERMOGEN KT Positief werkkapitaal (opgelet met voorraad)
  13. 13. Cash flow: Netto resultaat + niet-kaskosten (afschrijvingen, provisies, …) Operationele cash flow - Investeringen (/ + desinvesteringen) + nieuwe kredieten - Aflossing bestaande kredieten Vrije cash flow +/- verandering van de overige posten van het werkkapitaal Beweging van de cashpositie van de onderneming 13
  14. 14. Analyse cash flow & resultaat Rentabiliteit verbeteren / toekomstig gevaar Gezond Ongezond + gevaar Werk- kapitaal in de gaten houden Resultaat Vrije Cash Flow
  15. 15. De extraatjes • Ondernemingstype herkennen a.d.h.v. de jaarrekening
  16. 16. Stabiele, gezonde onderneming • Omzet & resultaat evolueren nauwelijks of met de index • Overheadkosten stabiel, afschrijvingen stabiel • Positieve operationele cash flow; vrije cash flow al dan niet rond het nulpunt (niet negatief) • Geen sterke schommelingen in het werkkapitaal
  17. 17. Groeiende onderneming • Sterke stijging van omzet • Plotse toename van vaste kosten (de ‘sprong’ van vaste kosten) • Sterke daling werkkapitaal om groei te financieren • Zware investeringen die vrije cash flow uithollen (zeker indien niet gefinancierd)
  18. 18. € q omzet FC VC TC Break even
  19. 19. € q omzet VC FC TC Nieuw break even point
  20. 20. groeipijnen • Opgelet: ook niet financiële groeipijnen – Procedures & organisatie – Spanningen bij personeel – ‘Growth anxiety’ (angst) • Zorgen dat de ganse onderneming kan volgen • Wensen van de aandeelhouders? • Financieel goed opvolgen + opletten met investeringen
  21. 21. Groeipijnen – wat erna? • Opnieuw stabilisatie • Zorgen dat omzet voldoende stijgt om gestegen overhead te kunnen dragen (de ‘sprong’ kan aanvankelijk tot verlies leiden) • Risico’s: groei zet zich niet door zodat gestegen kostenlast niet kan gedragen worden; procedures volgen niet; …
  22. 22. Even de moeilijke woorden • Solvabiliteit • = de mate van financiële onafhankelijk (mate van auto-financiering) • Eigen vermogen / balanstotaal
  23. 23. Even de moeilijke woorden • Liquiditeit • = de mate waarin korte termijnschulden kunnen voldaan worden – a) ervan uitgaand dat voorraad op korte termijn kan gevorderd worden = current ratio – b) als we de voorraad niet meetellen = quick ratio of acid test
  24. 24. Aflossingscapaciteit • = vrije cash flow • Opgelet: – Jaarrekening = beeld van het verleden – Ook toetsen aan budgetten en prognoses – Opletten voor verplichtingen die volgen (sanering, verplichting tot aankoop, …)
  25. 25. Bedenkingen • Investeringen financieren met eigen middelen? – Eet werkkapitaal op – Werkkapitaal is moeilijk extern financierbaar; investeringen zijn meestel gemakkelijk extern financierbaar. – Randoplossing = gebruiksvergoeding bij latere aankoop • Wensen van de aandeelhouders? • Tijd voor procedures – Controle – Operationeel – Financieel (debiteurenbeheer, eigen boekhouding, …) • Vinger op de pols + goede kostenopvolging (rendementstest)

×